<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR356233_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidie Verordening gemeente Moerdijk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-02-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Moerdijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Moerdijkse Bode week 5, 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidie Verordening gemeente Moerdijk</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">artikel 147 en 149 van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-02-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidie Verordening gemeente Moerdijk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Moerdijk, in zijn vergadering van 18 december
                        2014,</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober
                        2014,</al><al/><al>gelet op artikel 147 en 149 van de Gemeentewet,</al><al/><al>BESLUIT</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al>Algemene Subsidie Verordening GEMEENTE MOERDIJK</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere
                                    projecten of activiteiten waarvoor burgemeester en wethouder
                                    slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal twee
                                    jaar subsidie wil verstrekken;</al></li><li nr="b."><al>jaarlijkse subsidie: subsidie die per boekjaar of voor een
                                    bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van
                                    maximaal twee jaar wordt verstrekt;</al></li><li nr="c."><al>vrijwilligersorganisatie: stichting of vereniging waarvan de
                                    organisatie uitsluitend uit vrijwilligers bestaat. </al></li><li nr="d."><al>- algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr.
                                    800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6
                                    augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de
                                    artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke
                                    markt verenigbaar worden verklaard („de algemene
                                    groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3) , dan wel later
                                    daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>- de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de
                                    Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006
                                    betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het
                                    Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr.
                                    1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20
                                    december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en
                                    88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                                    landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr.
                                    875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24
                                    juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88
                                    van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot
                                    wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6) ,
                                    dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese
                                    regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>- Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer,
                                    kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied
                                    van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de
                                    Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108
                                    en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;</al></li><li nr="g."><al>- onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze
                                    van financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al></li><li nr="h."><al>- Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese
                                    Unie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Reikwijdte verordening</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies
                                door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen, met
                                uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening
                                een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in
                                artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht
                                (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is):</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>algemeen bestuur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>openbare orde en veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>verkeer, vervoer en waterstaat;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>economische zaken;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>onderwijs;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>cultuur, sport en recreatie;</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>sociale voorzieningen en maatschappelijke dienstverlening;</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>volksgezondheid en milieu;</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>ruimtelijke ordening en volkshuisvesting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Subsidieregelingen</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te
                            noemen: subsidieregeling) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen
                            komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens
                            bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de
                            subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees
                                steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij
                                subsidieregeling afwijken van deze verordening en deze
                                aanvullen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidieregelingen waarbij is bepaald dat toepassing kan worden
                                gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de subsidieregeling
                                naar het toepasselijke steunkader.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is,
                                verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen
                                van het steunkader.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is,
                                komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten
                                in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke
                                steunkader.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                                komen onderneming alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen
                                aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan jaarlijks bij de vaststelling van de begroting besluiten
                                tot het instellen van subsidieplafond(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op
                                welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen - met inachtneming van de
                                ingevolge artikel 2, door de raad vastgestelde beleidsterreinen en
                                regels, nadere regels stellen omtrent de verdeling van het
                                beschikbare bedrag. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                                mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds
                                ingediende aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is
                                vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende
                                middelen in de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Aanvraag van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Bij aanvraag in te dienen gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij burgemeester en
                                wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor
                                        wordt aangevraagd;</al></li><li nr="b."><al>de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden
                                        nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen.
                                        In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht
                                        zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de
                                        gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;</al></li><li nr="c."><al>een begroting en dekkingsplan van de kosten van de
                                        activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het
                                        dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen
                                        of private organisaties of personen aangevraagde subsidies
                                        of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder
                                        vermelding van de stand van zaken daarvan;</al></li><li nr="d."><al>indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand
                                        van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.</al></li><li nr="e."><al>als de aanvrager een onderneming is:</al><lijst><li nr="i."><al>een opgave van subsidies, vergoedingen of
                                                tegemoetkomingen in welke vorm ook met
                                                staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen
                                                worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de
                                                subsidie wordt aangevraagd;</al></li><li nr="ii."><al>een verklaring als bedoeld in de
                                                de-minimisverordening (de-minimisverklaring);</al></li></lijst></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie
                                aanvraagt, voegt hij voor zover van toepassing een exemplaar van de
                                oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de
                                balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het
                                aanvraagformulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ook andere dan, of slechts
                                enkele van, de in het tweede en derde lid genoemde gegevens te
                                verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de
                                aanvraag noodzakelijk, respectievelijk voldoende, zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie dient door burgemeester en
                                wethouders te zijn ontvangen vóór 1 juni in het jaar voorafgaand aan
                                het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking
                                heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen andere termijnen stellen voor het
                                indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan subsidieontvangers die na de onder lid 1 of lid 2 bepaalde
                                termijn de aanvraag voor subsidieverstrekking indienen wordt een
                                subsidie verstrekt van 90% van het bedrag bij tijdige
                                indiening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in de voorgaande leden, wordt een
                                aanvraag geweigerd indien deze nog niet is ontvangen op 31 december
                                in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren, waarop de
                                subsidieaanvraag betrekking heeft..</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een aanvraag voor eenmalige subsidie die wordt ontvangen na aanvang
                                van de activiteiten waarop de aanvraag betrekking heeft wordt
                                geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een
                                eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige
                                aanvraag, dan wel, indien Burgemeester en wethouders hiertoe regels
                                hebben opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste
                                indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag voor een
                                jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarin
                                de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde
                                lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie
                                wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een
                                eindbeslissing heeft genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Eigen vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders maken afspraken met instellingen die
                                structurele subsidie ontvangen over de maximale hoogte en de
                                samenstelling van het eigen vermogen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders leggen deze afspraken vast in de
                                subsidiebeschikking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de hoogte of de samenstelling van het eigen vermogen daartoe
                                aanleiding geeft, kunnen burgemeester en wethouders een volgend
                                subsidiejaar een aangepast subsidiebedrag beschikbaar stellen of de
                                subsidie weigeren.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Weigering van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de
                                        Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en
                                        wethouders de subsidie in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in
                                        overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar
                                        ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de
                                        gemeente of haar ingezetenen;</al></li><li nr="b."><al>als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde
                                        lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                        onverenigbaar is met de interne markt.</al></li><li nr="c."><al>als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot
                                        terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking
                                        van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en
                                        onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is
                                        verklaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de
                                subsidie verder in ieder geval weigeren:</al><lijst><li nr="a."><al>als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor
                                        het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt
                                        gevraagd;</al></li><li nr="b."><al>in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                        van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                        openbaar bestuur;</al></li><li nr="c."><al>als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om
                                        voor subsidie in aanmerking te komen;</al></li><li nr="d."><al>als de subsidieverstrekking in strijd is met een wettelijk
                                        voorschrift;</al></li><li nr="e."><al>als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de
                                        Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde
                                        lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie
                                        verenigbaar is met de interne markt;</al></li><li nr="f."><al>in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde
                                        gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval
                                intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3
                                van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar
                                bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als
                                dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de
                                Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke
                                uitspraak.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Verlening van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Subsidieverantwoording</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het besluit tot verlenen van de subsidie kunnen burgemeester en
                                wethouders aangeven op welke wijze de verantwoording van de te
                                ontvangen subsidie plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om verplichtingen aan de
                                beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot
                                het beheer en gebruik van de subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Betaling en bevoorschotting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in
                                artikel 17, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, vindt de
                                betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel
                                17, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, wordt 100 procent
                                bevoorschot.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in
                                het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de
                                voorschotten bepaald.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><al>Bij subsidies, hoger dan 50.000 euro, welke verleend worden voor
                            activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kunnen burgemeester
                            en wethouders de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van
                            rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de
                            daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse
                            verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overige verplichtingen van de subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                                subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of
                                dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden
                                verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat
                                onverwijld aan burgemeester en wethouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De subsidieontvanger informeert burgemeester en wethouders zo
                                spoedig mogelijk schriftelijk over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging
                                        van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel
                                        ontbinding van de rechtspersoon;</al></li><li nr="b."><al>relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische
                                        verhouding met derden;</al></li><li nr="c."><al>ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de
                                        beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden
                                        geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van
                                        de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het
                                        doel van de rechtspersoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De subsidieontvanger behoeft de toestemming van burgemeester en
                                wethouders voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Verantwoording en vaststelling van de subsidie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Verantwoording subsidies verleend aan vrijwilligersorganisaties
                                zonder uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies aan vrijwilligersorganisaties zonder
                                uitvoeringsovereenkomst worden door burgemeester en wethouders
                                direct vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van lid 1 bepalen dat
                                een vrijwilligersorganisatie verantwoording dient af te leggen op
                                basis van artikel 16 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere, of meer
                                dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de
                                vaststelling van belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Verantwoording subsidies met uitvoeringsovereenkomst</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de subsidie is verleend met bijbehorende
                                uitvoeringsovereenkomst zoals omschreven in artikel 4.36 van de
                                Algemene Wet Bestuursrecht, moet de subsidieontvanger een aanvraag
                                tot subsidievaststelling indienen bij burgemeester en
                                wethouders:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken nadat de
                                        activiteiten zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>bij een jaarlijks verstrekte subsidie, door burgemeester en
                                        wethouders ontvangen vóór 1 mei in het jaar na afloop van
                                        het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het
                                        subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag tot vaststelling bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de in de
                                        uitvoeringsovereenkomst beschreven activiteiten waarvoor de
                                        subsidie is verleend, zijn verricht;</al></li><li nr="b."><al>een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden
                                        uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                                        jaarrekening).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer de subsidie meer dan 50.000 euro bedraagt bevat de aanvraag
                                tot vaststelling in aanvulling op de gegevens onder het tweede
                                lid:</al><lijst><li nr="a."><al>een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een
                                        toelichting daarop; </al></li><li nr="b."><al>een accountantsverklaring.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen bepalen dat ook andere, of minder
                                dan de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de
                                vaststelling van belang zijn, worden overlegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Vaststelling subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders stellen binnen 13 weken na ontvangst van
                                de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording
                                daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de
                                subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid
                                genoemde termijn, dan berichten burgemeester en wethouders de
                                subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de
                                aanvraag tot subsidievaststelling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 worden subsidies aan
                                vrijwilligersorganisaties bij verlening direct vastgesteld zonder
                                dat de subsidieontvanger een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft
                                in te dienen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van lid 3 bepalen dat
                                een vrijwilligersorganisatie een aanvraag tot subsidievaststelling
                                moet indienen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>8</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Standaardberekeningswijzen van uurtarieven en uniforme
                                kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt
                                gemaakt van uurtarieven, dienen deze tarieven door de
                                subsidieaanvrager te worden berekend met gebruikmaking van een door
                                burgemeester en wethouders voor te schrijven
                                standaardberekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van
                                uurtarieven wordt uitgegaan van door burgemeester en wethouders
                                bepaalde definities.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                                alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan
                                de eisen van het toepasselijke steunkader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen, in bijzondere gevallen, een artikel
                            of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, en 3 voor zover
                            toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger
                            leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing
                            verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan
                            wordt periodiek verslag gedaan aan de raad. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><al>Aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor 1 februari 2014 worden
                            verleend en vastgesteld volgens de bepalingen van de Algemene
                            subsidieverordening gemeente Moerdijk 2012.</al><al><vet>Slotbepalingen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening wordt met inachtneming van de bepalingen in de
                                Gemeentewet bekendgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene Subsidie Verordening 2012 wordt ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Algemene Subsidie Verordening
                            gemeente Moerdijk.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de vergadering van de raad d.d. 18 december 2014, </ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.D. Tiekstra J.P.M. Klijs</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>