<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR356232_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Westvoorne</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Westvoorne /GVOP</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Westvoorne</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 8a, eerste lid, onderdeel bm van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>100951/101247</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Westvoorne</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit 2014</al><al>Nr. 100951/101247 </al><al>De raad van de gemeente Westvoorne;</al><al> gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 23-09-2014;</al><al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet;</al><al>gelet op artikel 35 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en artikel 35 Wet
                        Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                        zelfstandigen (IOAZ);</al><al>gezien het advies van de Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning en
                        Sociale Zaken;</al><al> B E S L U I T:</al><al> Met ingang van 1 januari 2015 de hierna volgende ‘verordening
                        tegenprestatie Participatie wet, IOAW en IOAZ Westvoorne’ vast te stellen. </al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>Tegenprestatie: het naar vermogen verrichten van door het
                                    college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
                                    werkzaamheden, die worden verricht naast of in aanvulling op
                                    reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de
                                    arbeidsmarkt.</al></li><li nr="b."><al>Mantelzorg: mantelzorg is zorg die niet in het kader van een
                                    hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende, door
                                    personen uit diens directe omgeving waarbij de zorgverlening
                                    rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie. Bij mantelzorg
                                    wordt de normale (gebruikelijke) zorg in zwaarte, duur en/of
                                    intensiteit aanmerkelijk overschreden. Mantelzorg vindt plaats
                                    op basis van vrijwilligheid, dat wil zeggen dat de mantelzorger
                                    bereid en in staat geacht mag worden deze zorg te leveren.</al></li><li nr="c."><al>Vrijwilligerswerk: werk dat in enig georganiseerd verband,
                                    onverplicht en onbetaald wordt verricht ten behoeve van anderen
                                    of de samenleving.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 2. Beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Verslag over beleid</titel></kop><al>1. Het college zendt tweejaarlijks aan de gemeenteraad een verslag over
                            de doeltreffendheid van het beleid.</al><al>2.Het verslag, zoals bedoeld in het eerste lid, bevat het oordeel van de
                            Adviesraad Maatschappelijke Ondersteuning en Sociale Zaken</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 3. De tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel></kop><al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            opdragen aan een uitkeringsgerechtigde voor zover die werkzaamheden: </al><lijst><li nr="a."><al>naar hun aard niet gericht zijn op toeleiding naar de
                                    arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>niet zijn bedoeld als re-integratie-instrument;</al></li><li nr="c."><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                                    organisatie waarin ze worden verricht; en</al></li><li nr="d."><al>niet leiden tot verdringing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een uitkeringsgerechtigde die een beroep doet op de
                                Participatiewet, IOAW en IOAZ een tegenprestatie opdragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt in elk geval geen tegenprestatie op aan:</al><lijst><li nr="a."><al>De belanghebbende die aantoonbaar vrijwilligerswerk
                                        verricht;</al></li><li nr="b."><al>De belanghebbende die aantoonbaar mantelzorg verricht;</al></li><li nr="c."><al>De belanghebbende die inkomsten uit arbeid heeft;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college rekening
                                met de volgende factoren:</al><lijst><li nr="a."><al>het vermogen van belanghebbende om de tegenprestatie te
                                        verrichten;</al></li><li nr="b."><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden;</al></li><li nr="c."><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een
                                        belanghebbende.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een tegenprestatie wordt opgedragen voor de duur van maximaal twaalf
                                maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een tegenprestatie wordt opgedragen voor maximaal tien uren per
                                week.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen
                                    werkzaamheden voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als
                                    tegenprestatie.</al></li><li nr="2."><al>Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen
                                    werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt het college binnen zes
                                    maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die
                                    kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk 4. Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de belanghebbende
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, als toepassing van deze
                            verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet, IOAW en IOAZ Westvoorne </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 16 december 2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Algemene toelichting Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en
                        IOAZ Westvoorne 2015</titel></kop><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen een
                    tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct samenhangt
                    met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van achttien jaar of ouder doch
                    jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag van melding gehouden
                    naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9,
                    eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet, in artikel 37, eerste lid,
                    onderdeel f van de IOAW en in artikel 37, eerste lid, onderdeel f van de IOAZ.
                    De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar vermogen door het college
                    opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden te verrichten, naast
                    of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet leiden tot verdringing op de
                    arbeidsmarkt. </al><al><cursief>Individuele omstandigheden </cursief></al><al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                    voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de aard, de
                    duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen tegenprestatie. Hierbij
                    moet het college de in deze verordening neergelegde criteria in acht nemen. Als
                    het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het een
                    duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor
                    een belanghebbende immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht
                    wordt (zie Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                    ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al><al><cursief>Geen tegenprestatie </cursief></al><al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan het
                    college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de plicht tot
                    het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid, van de
                    Participatiewet, artikel 37a IOAW en artikel 37a IOAZ). De plicht tot
                    tegenprestatie is niet van toepassing op een belanghebbende die volledig en
                    duurzaam arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en
                    inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet). De
                    plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een alleenstaande
                    ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste
                    lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet,
                    artikel 38 IOAW en artikel 38 IOAZ). </al><al><cursief>Afstemmen </cursief></al><al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en re-integratieverplichting geldt
                    voor het niet nakomen van de tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd
                    overeenkomstig de gemeentelijke afstemmingsverordening. </al><al><cursief>Bevoegdheid opdragen tegenprestatie </cursief></al><al>De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar
                    vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012. De
                    regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een gelegenheid
                    is om te blijven participeren in de samenleving en om een sociaal netwerk,
                    arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens de regering ook
                    noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de arbeidsmarkt te vergroten (TK
                    2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29). </al><al><cursief>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument </cursief></al><al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                    werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het ontvangen
                    van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft niet primair tot
                    doel de re-integratie van een belanghebbende te bevorderen, maar moet worden
                    gezien als een nuttige bijdrage aan de samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7,
                    p. 49-50). De tegenprestatie is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding
                    tot de arbeidsmarkt en is niet bedoeld als </al><al>re-integratieinstrument. Voorts mag een tegenprestatie het accepteren van
                    passende arbeid of van re-integratie inspanningen niet belemmeren. Immers, als
                    uitgangspunt geldt werk boven uitkering. </al><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Wet maatregelen WWB legt de gemeenteraad de verplichting op om bij
                    verordening regels vast te stellen over het opdragen van een tegenprestatie aan
                    mensen met een bijstandsuitkering in de leeftijd van 18 jaar tot de
                    pensioengerechtigde leeftijd. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel
                    8a, eerste lid, onderdeel b Participatiewet, in artikel 35 IOAW en artikel 35
                    IOAZ. Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud van de tegenprestatie
                    te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). </al><al><cursief>Ontwikkelen beleid door college </cursief></al><al>Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het
                    verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig de
                    verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid, onderdeel c,
                    van de Participatiewet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>