<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>356199_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
                2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-06</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting
            2016</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout, gelet op artikel 224 van de
                        Gemeentewet en gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van
                        10november 2015, besluit vast te stellen de volgende verordening:
                        Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘toeristenbelasting’ wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen de
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene zijn
                        opgenomen in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de
                        gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                            bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf,
                            is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel
                            1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf: </al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet en voor
                                zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de
                                Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                                opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel
                                        enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig
                                        of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde
                                        waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als
                                        bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet
                                        algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander
                                        voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele
                                        blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
                                        worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf;</al></li><li nr="b."><al>kampeerterrein: terrein of plaats, geheel of gedeeltelijk
                                        ingericht en volgens die inrichting bestemd, om daarop
                                        gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden
                                        van kampeermiddelen geheel of nagenoeg geheel ten behoeve
                                        van recreatief nachtverblijf;</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel
                                        uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt
                                        gesteld voor de plaatsing van eenzelfde kampeermiddel
                                        gedurende een seizoen of een jaar;</al></li><li nr="d."><al>volgtijdige standplaats: een terrein of terreingedeelte dat
                                        deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking
                                        wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van
                                        verschillende kampeermiddelen;</al></li><li nr="e."><al>woning: een huis, een naar aard en inrichting vergelijkbaar
                                        ander onderkomen of een deel van een huis of een
                                        vergelijkbaar onderkomen.</al></li><li nr="f."><al>particulier: een natuurlijk persoon die buiten de
                                        uitoefening van een bedrijf of beroep gelegenheid biedt tot
                                        verblijf;</al></li><li nr="g."><al>particulier verhuurde woning: een woning die door een
                                        particulier ter beschikking wordt gesteld voor het houden
                                        van verblijf met overnachting tegen een vergoeding in welke
                                        vorm dan ook;</al></li><li nr="h."><al>recreatiewoning: een woning die volgtijdig ter beschikking
                                        wordt gesteld in het kader van het vakantie- en
                                        recreatieverblijf voor het houden van verblijf met
                                        overnachting tegen een vergoeding in welke vorm dan
                                        ook.</al></li><li nr="i."><al>bedrijfsmatige exploitatie: het via een bedrijf, stichting
                                        of andere rechtspersoon voeren van een zodanig
                                        beheer/exploitatie, dat in de woningen daadwerkelijk
                                        verblijf plaatsvindt;</al></li><li nr="j."><al>bedrijfsmatig geëxploiteerde woning: een woning die door een
                                        bedrijf, stichting of andere rechtspersoon ter beschikking
                                        wordt gesteld voor het houden van verblijf met overnachting
                                        tegen een vergoeding in welke vorm dan ook.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor bedrijfsmatig geëxploiteerde woningen, particulier verhuurde
                                woningen, recreatiewoningen en voor kampeermiddelen op vaste of
                                volgtijdige standplaatsen kan het aantal overnachtingen op een bij
                                de aangifte gedaan verzoek van de belastingplichtige forfaitair
                                worden vastgesteld.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking
                                tot:</al><lijst><li nr="a."><al>particulier verhuurde woningen, bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                        woningen en recreatiewoningen bepaald op:</al><al>2 personen indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder
                                        bedraagt;</al><al>3 personen indien het aantal slaapplaatsen 4 of 5
                                        bedraagt;</al><al>5 personen indien het aantal slaapplaatsen 6 bedraagt;</al><al>7 personen indien het aantal slaapplaatsen 7 of 8
                                        bedraagt;</al><al>9 personen indien het aantal slaapplaatsen 9 of 10
                                        bedraagt;</al><al>11 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 10
                                        bedraagt.</al></li><li nr="b."><al>kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen
                                        bepaald op:</al><al>2,5 personen indien het aantal slaapplaatsen 3 of minder
                                        bedraagt;</al><al>4 personen indien het aantal slaapplaatsen meer dan 3
                                        bedraagt.</al></li></lijst></li></lijst><lijst><li nr="4."><al>Het aantal malen dat door de in het derde lid bedoelde personen is
                                overnacht, wordt ingeval verblijf wordt gehouden in particulier
                                verhuurde woningen, bedrijfsmatig geëxploiteerde woningen en
                                kampeermiddelen op vaste of volgtijdige standplaatsen, welke
                                geschikt zijn voor gebruik of slechts gebruikt mogen worden
                                gedurende een periode van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten hoogste drie maanden bepaald wordt op 30;</al></li><li nr="b."><al>meer dan drie doch ten hoogste zes maanden bepaald op
                                        60;</al></li><li nr="c."><al>meer dan zes doch ten hoogste negen maanden bepaald op
                                        90;</al></li><li nr="d."><al>meer dan negen doch ten hoogste twaalf maanden bepaald op
                                        120.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr></lidnr><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 1,60.</al></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al></al><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het belastingtijdvak,
                            ingeval de belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte,
                            een kalendermaand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>1.Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al>2. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid is het belastingtijdvak,
                        ingeval de belasting wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte, een
                        kalendermaand.</al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven bij wege van:</al><lijst><li nr="1."><al>voldoening op aangifte, voor zover het verschuldigde bedrag daarvan
                                wordt berekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 4;</al></li><li nr="2."><al>aanslag, voor zover het verschuldigde bedrag daarvan wordt berekend
                                overeenkomstig het bepaalde in artikel 5.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aangifte</titel></kop><al>De belastingplichtige aan wie niet binnen veertien dagen na afloop van het
                        belastingjaar een aangiftebiljet is uitgereikt of een aanslag is opgelegd,
                        is gehouden binnen veertien dagen na afloop van die termijn bij de
                        heffingsambtenaar een schriftelijk verzoek in te dienen om uitreiking van
                        een aangiftebiljet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd als het aantal overnachtingen, waartoe
                        gelegenheid wordt of is gegeven, tijdens het belastingjaar minder dan 20 zal
                        of heeft belopen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden
                            later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij voldoening op aangifte moet worden betaald uiterlijk op de laatste
                            dag van de maand volgend op de maand waarop de aangifte betrekking
                            heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en
                            tweede lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van de toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachten verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231 tweede lid, onderdelen b en d,
                        van de Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening toeristenbelasting 2015’, wordt ingetrokken met ingang van
                        de in artikel 16, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met
                        dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                        zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening toeristenbelasting
                        2016’.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>