<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>356188_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
                2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Noordwijkerhout</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-06</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing
            2016</vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Noordwijkerhout, gelet op artikel 228a van de
                        Gemeentewet en gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10
                        november 2015, besluit de Verordening op de heffing en invordering van
                        rioolheffing 2016 vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr status="officieel">1</nr><titel status="officieel">Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>onroerende zaak: de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de
                                Wet waardering onroerende zaken;</al></li><li nr="c."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="d."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="e."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater;</al></li><li nr="f."><al>waterbedrijf: Dunea.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naarhet aantal kubieke meters afvalwater dat
                            vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid geldt het volgende. Het aantal
                            kubieke meters leidingwater wordt gesteld op het aantal kubieke meters
                            water dat in de laatste aan het begin van het belastingjaar voorafgaande
                            verbruiksperiode (doorgaans gaat het dan om de periode februari 2015 tot
                            en met februari 2016), naar het perceel is toegevoegd. Ingeval de
                            verbruiksperiode, niet gelijk is aan een periode van twaalf maanden
                            wordt de hoeveelheid water door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij
                            die herleiding wordt een gedeelte van een kalendermaand voor een volle
                            maand gerekend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het tweede lid van dit artikel
                            niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231, tweede
                            lid, onderdeel b van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar vastgesteld op
                            basis van het waterverbruik van vergelijkbare onroerende zaken.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar:</al><al>Voor een perceel dat in hoofdzaak tot woning dient bij een
                                hoeveelheid afgevoerd water van:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>0 m<sup>3</sup> - 70 m<sup>3</sup> : € 233,76</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>71 m<sup>3</sup> - 160 m<sup>3</sup> : € 269,16</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>161 m<sup>3</sup> en meer : € 304,32</al><al></al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Voor een perceel dat niet in hoofdzaak tot woning dient bij een
                                hoeveelheid afgevoerd water van:</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>0 m<sup>3</sup> - 160 m<sup>3</sup>: € 269,16</al></li><li nr="b."><al>161 m<sup>3</sup> - 400 m<sup>3</sup>: € 304,32</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>104 m<sup>3</sup> - 1.000 m<sup>3</sup>: € 423,72</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>1.001 m<sup>3</sup> - 5.000 m<sup>3</sup>: € 543,60</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>5.001 m<sup>3</sup> - 10.000 m<sup>3</sup>: € 1.087,20</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>10.001 m<sup>3</sup> - 20.000 m<sup>3</sup> : € 1.630,80</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>20.001 m<sup>3</sup> - 30.000 m<sup>3</sup> : € 2.174,40</al></li></lijst><lijst><li nr="h."><al>30.001 m<sup>3</sup>en hoger: € 4.348,80</al></li></lijst></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd over zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen betaald worden in twee gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee
                            maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerst lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen
                            door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden
                            afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in 8 gelijke
                            termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het
                            aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                            later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid geldt, dat indien de dagtekening na 30
                            april ligt, de aanslagen betaald moeten worden in het aantal gelijke
                            termijnen die er tot het einde van het kalenderjaar resteren. De eerste
                            termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk
                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening rioolheffing 2015’ van 18 december 2014 wordt ingetrokken
                        met ingang van de in artikel 13, tweede lid, genoemde datum van ingang van
                        de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de
                        belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2016.</al></lid></artikel><artikel status="goed"><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als de 'Verordening rioolheffing
                        2016’.</al></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>