<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR356181_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-28</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Veere</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP, 24 devember 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14b.02188</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Verordening individuele inkomenstoeslag</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele inkomenstoeslag</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 14B.02188 </al><al>Verordening Individuele Inkomenstoeslag</al><al>De raad van de gemeente Veere; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 18 november 2014; </al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de
                        Participatiewet; </al><al>gezien het advies van de Sociale Cliëntenraad Walcheren; Overwegende dat op
                        grond van de Participatiewet voor mensen die langdurig op een minimuminkomen
                        aangewezen zijn en geen uitzicht hebben op inkomensverbetering het een
                        wettelijk vereiste is om bij verordening te regelen hoe de inkomenstoeslag
                        als bedoeld in de Participatiewet vorm wordt gegeven; </al><al> B E S L U I T:</al><al> vast te stellen de verordening individuele inkomenstoeslag Veere; </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>inkomen: totaal van het inkomen,
                        bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet, en de algemene bijstand;</al></li><li nr="-"><al>peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt;</al></li><li nr="-"><al>referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Veere is bevoegd,
                        met inachtneming van de wettelijke bepalingen, ter uitvoering van deze
                        verordening, beleidsregels vast te stellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36,
                        eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode het in
                        aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke
                        bijstandsnorm. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een
                        alleenstaande: € 369,--</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder: € 471,--</al></li><li nr="c."><al>voor
                        gehuwden: € 527,--</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht
                        op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid,
                        van de Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot of partner in
                        aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem
                        als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor toepassing van
                        het eerste en tweede lid is de situatie op de peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De
                        bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                        overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het
                        Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond
                        op hele euro’s. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen kan van de bepalingen in deze verordening worden
                        afgeweken, indien onverkorte toepassing zou leiden tot onredelijkheid of
                        onbillijkheid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De verordening langdurigheidstoeslag 2013 wordt per 1 januari 2015
                        ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening
                        wordt aangehaald als: Verordening individuele inkomenstoeslag Veere. </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van 18 december 2014</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label/><titel>Algemene toelichting</titel></kop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het
                        normbedrag, bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van
                        het bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel
                        toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig op
                        een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er na
                        verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen uit
                        arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van de Wet
                        werk en bijstand (hierna: WWB) in 2004 de langdurigheidstoeslag in het leven
                        geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag
                        gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een
                        bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1 januari 2015
                        vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Sindsdien
                        is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar een
                        discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het College een individuele
                        inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden
                        daarvoor. Het college kan in beleidsregels aangeven welke groepen niet in
                        aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen
                        personen uitzicht hebben op inkomensverbetering. </al><al><cursief> Vast te leggen regels in verordening </cursief>De
                        individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                        een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig
                        een laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die
                        persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste
                        lid, van de Participatiewet). Bij verordening moeten regels vastgesteld
                        worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag als bedoeld in
                        artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de
                        begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Op grond van deze verordening is
                        geen sprake van een laag inkomen bij een inkomen hoger dan 110% van de
                        toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast moet bij verordening de hoogte van de
                        individuele inkomenstoeslag bepaald worden. Het college kan in
                        (wetsinterpreterende) beleidsregels aangeven wanneer sprake is van 'geen
                        uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8, tweede
                        lid, van de Participatiewet hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in
                        de verordening. Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op
                        inkomensverbetering' moet het college rekening houden met de omstandigheden
                        van de persoon. In artikel 36, tweede lid, van de Participatiewet is bepaald
                        dat tot die omstandigheden in ieder geval worden gerekend: - de krachten en
                        bekwaamheden van de persoon, en - de inspanningen die de persoon heeft
                        verricht om tot inkomensverbetering te komen. </al><al><cursief> Overgangsrecht </cursief> Per 1 januari 2015 vervangt de
                        individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om
                        in deze verordening overgangsrecht op te nemen met betrekking tot eerder
                        verstrekte langdurigheidstoeslagen, omdat artikel 78z van de Participatiewet
                        voorziet in algemeen overgangsrecht met betrekking tot de wijzigingen in de
                        Participatiewet als gevolg van de inwerkingtreding van de Invoeringswet
                        Participatiewet en de Wet maatregelen WWB op 1 januari 2015. De individuele
                        inkomenstoeslag en voorheen de langdurigheidstoeslag worden immers toegekend
                        tegen een peildatum. Zaken die na de peildatum gebeuren hebben geen
                        betekenis voor het recht op een dergelijke toeslag. Wie op een datum gelegen
                        vóór 1 januari 2015 op basis van de toepasselijke verordening recht had op
                        langdurigheidstoeslag, behoudt dat onverkort, ongeacht of hij voldoet aan de
                        voorwaarden die per 1 januari 2015 zijn gesteld in artikel 36 van de
                        Participatiewet en deze verordening. Toekenning van het recht op individuele
                        inkomenstoeslag tegen een datum gelegen op of ná 1 januari 2015 is
                        uitsluitend mogelijk als wordt voldaan aan de in artikel 36 van de
                        Participatiewet en deze verordening opgenomen voorwaarden. </al><al><cursief>Wijziging leefvorm </cursief>De leefvorm (alleenstaande,
                        alleenstaande ouder of gehuwd) van een persoon kan wijzigen binnen de
                        referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het geval indien gehuwden individuele
                        inkomenstoeslag aanvragen, maar zij over een gedeelte van de referteperiode
                        als alleenstaande moeten worden aangemerkt. Personen moeten dan ook over dat
                        deel van de referteperiode aan de voorwaarden voldoen om voor individuele
                        inkomenstoeslag in aanmerking te komen. Gehuwden moeten immers zowel
                        gezamenlijk als afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><al> Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.
                    </al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                        bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                        gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing
                        op deze verordening. </al><al><cursief> Inkomen </cursief>Met inkomen wordt bedoeld het inkomen
                        zoals bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet. In afwijking hiervan
                        wordt algemene bijstand voor de beoordeling van het recht op individuele
                        inkomenstoeslag ook in aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand
                        kan niet als inkomen in aanmerking worden genomen. Aangezien individuele
                        inkomenstoeslag een vorm van bijzondere bijstand is, is het niet nodig
                        expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag
                        buiten beschouwing moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen.
                        Het wordt niet wenselijk geacht een eerder verstrekte individuele
                        inkomenstoeslag in aanmerking te nemen als inkomen, omdat dit het ongewenst
                        effect kan hebben dat een persoon geen recht op een individuele
                        inkomenstoeslag heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in de
                        referteperiode vanwege een eerder verstrekte toeslag. Wat voor een eerder
                        verstrekte individuele inkomenstoeslag geldt, dat geldt ook voor een eerder
                        verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de WWB zoals die luidde vóór 1
                        januari 2015. </al><al><cursief> Peildatum </cursief>De peildatum is de datum waartegen
                        een persoon individuele inkomenstoeslag aanvraagt (artikel 1 van deze
                        verordening). Het gaat om de datum waarop een persoon langdurig een laag
                        inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in
                        artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die
                        persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt
                        meestal overeen met de meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet
                        liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele
                        inkomenstoeslag aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere
                        omstandigheden. Dit volgt uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet
                        en de jurisprudentie rondom artikel 44 van de Participatiewet.
                        Referteperiode Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden
                        verstaan: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum (voor
                        Vlissingen 60 maanden vermelden).</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Veere blijft
                        bevoegd, met inachtneming van de wettelijke bepalingen, ter uitvoering van
                        deze verordening, beleidsregels vast te stellen. Volgens de
                        gemeenschappelijke regeling Orionis Walcheren berust de uitvoering van
                        bijzondere bijstand en het minimabeleid bij het Dagelijks Bestuur van
                        Orionis Walcheren.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al> De Wet maatregelen WWB heeft artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet
                        dusdanig gewijzigd dat een persoon een verzoek tot verlening van individuele
                        inkomenstoeslag kan indienen. Voorheen was de langdurigheidstoeslag alleen
                        op aanvraag verkrijgbaar. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een
                        persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een
                        aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1
                        Awb). </al><al> Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet
                        worden ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek
                        moet worden gedaan middels een door het College vastgesteld formulier. Een
                        verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1
                        van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de
                        Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het
                        adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                        beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                        aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op
                        de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
                        krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan
                        hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                        inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder
                        ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan. </al><al><cursief> Langdurig </cursief>De door de gemeenteraad vastgestelde
                        langdurige periode voorafgaand aan de peildatum, wordt aangeduid als
                        referteperiode. De referteperiode is vastgesteld in artikel 1 van deze
                        verordening. </al><al><cursief> Laag inkomen </cursief>Een inkomen is laag als het niet
                        hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. De vraag of het
                        inkomen van een persoon gedurende de referteperiode niet hoger is dan het
                        langdurig lage inkomen van 110% van de toepasselijke bijstandsnorm, zal niet
                        al te rigide mogen worden beoordeeld. Een marginale overschrijding van dit
                        lage inkomen op jaarbasis moet worden genegeerd<sup/>. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><al>Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt
                        tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. </al><al><cursief> Gehuwden </cursief>Bij gehuwden moet in het oog worden
                        gehouden dat het recht op individuele inkomenstoeslag de gehuwden
                        gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum als gehuwden
                        aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel
                        36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze
                        voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele
                        inkomenstoeslag<sup/>. Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht
                        op individuele inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de
                        voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de
                        rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele
                        inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in artikelen
                        11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden geen recht
                        heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op individuele
                        inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in aanmerking voor een
                        individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                        alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in het tweede lid. </al><al><cursief>Indexering</cursief></al><al>In het vierde lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling
                        voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel
                        voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na
                        indexatie) duidelijk te communiceren. De bedragen genoemd in deze
                        verordening zijn gebaseerd op de bedragen van 2014, de bedragen voor 2015
                        zijn op het moment van schrijven namelijk nog niet bekend. Wanneer dit
                        bekend is, wordt de indexering volgens artikel 5 lid 4 toegepast.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al><vet>Artikel 6. Hardheidsclausule</vet> Dit artikel behoeft geen
                        toelichting. <vet>Artikel 7 Intrekking oude verordening</vet> Het Algemeen
                        Bestuur van Orionis Walcheren is bevoegd om de oude verordening
                        Langdurigheidstoeslag in te trekken, omdat het Algemeen Bestuur destijds de
                        Verordening Langdurigheidstoeslag heeft vastgesteld. <vet>Artikel 8
                            Inwerkingtreding en citeertitel</vet> Dit artikel behoeft geen
                        toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>