<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR356084_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studie- en inkomenstoeslag Ridderkerk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://gvop.overheid.nl/Document/Detail/GVOP-2014-114627?wasgoedgekeurd=False">Gemeenteblad, 29-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studie- en inkomenstoeslag Ridderkerk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0035333&amp;artikel=8">Participatiewet, art. 8 eerste lid, aanhef en onderdeel b en c, tweede en derde lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De Verordening langdurigheidstoeslag Ridderkerk 2012 wordt per 1 januari 2015 ingetrokken.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studie- en inkomenstoeslag Ridderkerk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordeningindividuelestudie- en inkomenstoeslagRidderkerk 2015</vet></al><al/><al>De raad van de gemeenteRidderkerk</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november
                        2014.</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b en c, tweede en derde
                        lid, van de Participatiewet;</al><al/><al><vet>BESLUIT:</vet></al><al/><al>vast te stellen de Verordening individuele studie- en inkomenstoeslag
                        Ridderkerk 2015<vet>.</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>P-wet; Participatiewet</al></li><li nr="-"><al>inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de
                                    Participatiewet, en de algemene bijstand;</al></li><li nr="-"><al>bijstandsnorm: de toepasselijke bijstandsnorm als bedoeld in
                                    artikel 5, onderdeel c, van de Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>WML: Wettelijk Minimumloon (bruto) geldend voor de leeftijd van
                                    de aanvrager;</al></li><li nr="-"><al>peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag
                                    aanvraagt;</al></li><li nr="-"><al>referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de
                                    peildatum;</al></li><li nr="-"><al>te laste komend kind; is een kind dat voldoet aan de bepalingen
                                    van artikel 4 sub e P-wet;</al></li><li nr="-"><al>WSF 2000: Wet studiefinanciering 2000;</al></li><li nr="-"><al>WTOS; Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, en artikel 36b,
                            eerste lid van de Participatiewet, wordt ingediend middels een door de
                            gemeente beschikbaar gesteld formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>INDIVIDUELE STUDIETOESLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Doelgroep studietoeslag</titel></kop><al>Een belanghebbende die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij
                            de arbeidsinschakeling kan een aanvraag indienen voor een individuele
                            studietoeslag. Om hiervoor in aanmerking te komen is het vereist dat de
                            belanghebbende op de datum van aan aanvraag aan de volgende voorwaarden
                            voldoet:</al><al>belanghebbende</al><lijst><li nr="a."><al>is 18 jaar of ouder;</al></li><li nr="b."><al>heeft recht op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of heeft recht op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                            onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="c."><al>heeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
                                    artikel 34 van de Participatiewet, en</al></li><li nr="d."><al>is een persoon van wie is vastgesteld dat hij wegens een
                                    arbeidshandicap niet in staat is tot het verdienen van het
                                    wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                                    arbeidsparticipatie heeft;</al></li><li nr="e."><al>kan de studie vanwege de arbeidsbelemmering (nog) niet
                                    combineren met arbeidsparticipatie;</al></li><li nr="f."><al>ontvangt geen inkomsten anders dan studiefinanciering op grond
                                    van de Wet studiefinanciering 2000 /WTOS</al></li><li nr="g."><al>kan geen beroep doen op een voorliggende voorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>De hoogte en duur van de toeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de toeslag bedraagt 10% van het bruto WML dat voor hen
                                geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De toeslag als bedoeld in het eerste lid wordt voor een jaar
                                toegekend. Na afloop van het jaar kan een nieuwe aanvraag worden
                                gedaan zolang de belanghebbende recht heeft op studiefinanciering op
                                grond van de Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een
                                tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                onderwijsbijdrage en schoolkosten. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>De frequentie van de betaling</titel></kop><al>Uitbetaling van de toeslag vindt maandelijks plaats.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>INDIVIDUELE INKOMENSTOESLAG</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Algemene voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als één van de gehuwden op grond van artikel 11 of artikel 13,
                                eerste lid, van de Participatiewet geen recht heeft op bijstand,
                                komt de rechthebbende echtgeno(o)te in aanmerking voor een
                                individuele inkomenstoeslag, naar de hoogte die voor de
                                rechthebbende echtgeno(o)te als alleenstaande of alleenstaande ouder
                                zou gelden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                leidend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Niet voor individuele inkomenstoeslag komt in aanmerking de
                                belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WSF
                                2000/WTOS. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36,
                            eerste lid, van de Participatiewet als gedurende de referteperiode van
                            36 maanden het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110
                            procent van de van toepassing zijnde bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de individuele inkomenstoeslag bedraagt;</al><lijst><li nr="a."><al>voor een alleenstaande; € 362</al></li><li nr="b."><al>voor een alleenstaande ouder; € 465</al></li><li nr="c."><al>voor gehuwden: € 550</al></li><li nr="d."><al>voor een alleenstaande en alleenstaande ouder in een
                                        inrichting: € 130</al></li><li nr="e."><al>voor gehuwden in een inrichting € 250.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                                op 1 januari, overeenkomstig de ontwikkelingen van de
                                consumentenprijsindex volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek
                                en op hele euro’s afgerond naar boven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>OVERIGE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de
                                uitvoering van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beleidsregels, zoals bedoeld in het eerste lid, geven met
                                betrekking tot de individuele studietoeslag in ieder geval aan
                                wanneer een persoon niet in staat is om het wettelijk minimumloon te
                                verdienen, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en
                                hebben voor de individuele inkomenstoeslag in ieder geval betrekking
                                op de invulling van het begrip ‘geen uitzicht op
                                inkomensverbetering' zoals bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de
                                P-wet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, indienonverkorte toepassing zou leiden tot
                            onredelijkheid of onbillijkheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening langdurigheidstoeslag Ridderkerk 2012 wordt per 1 januari
                            2015 ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                                    studie- en inkomenstoeslag Ridderkerk 2015.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Ridderkerkvan 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>mr. J.G. van Straalen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mw. A. Attema</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting individuele studietoeslag</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. De toeslag wordt aangemerkt als
                    een vorm van bijzondere bijstand (artikel 5 onderdeel d Participatiewet). Het
                    betreft een nieuwe vorm van aanvullende inkomensondersteuning voor bepaalde
                    groepen studerenden. Het verlenen van een individuele studietoeslag is een
                    discretionaire bevoegdheid van het college (dit volgt uit artikel 36b lid 1
                    Participatiewet) en is bedoeld voor arbeidsgehandicapte studenten.</al><al>De gemeenteraad dient in een verordening regels vast te stellen over het
                    verlenen van eenindividuele studietoeslag (artikel 8 lid 1 onderdeel c
                    Participatiewet). Deze regels moeten in ieder geval betrekking hebben op de
                    hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag.</al><tussenkop>Verbeteren positie arbeidsmarkt arbeidsgehandicapten</tussenkop><al>De gedachte achter de individuele studietoeslag is dat het vooral voor mensen
                    met een arbeidshandicap van belang is de positie op de arbeidsmarkt te
                    verbeteren middels het behalen van een diploma. Werkgevers zijn volgens de
                    wetgever vaak huiverig om mensen met een arbeidshandicap in dienst te nemen. De
                    wetgever verwacht dat de drempel om een contract aan te bieden lager is als een
                    werkgever ziet dat iemand met succes een studie heeft afgerond. Met het
                    verstrekken van een individuele studietoeslag krijgen mensen met een
                    arbeidshandicap een extra steun in de rug. Een studieregeling stimuleert mensen
                    om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie te gaan volgen.
                    Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma
                    is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn
                    mars heeft Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het voor
                    deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan.</al><al/><al>Uit de Memorie van Antwoord blijkt het volgende. Een vereiste voor de
                    individuele studietoeslag is dat een student niet in staat is het Wettelijk
                    Minimum Loon te verdienen. Dit leidt ertoe dat studenten die wel het WML kunnen
                    verdienen hier niet voor in aanmerking komen. Doel van de studietoeslag is om
                    studenten met een beperking een bron van inkomsten te geven ter vervanging van
                    inkomsten uit een bijbaan.</al><al>Achtergrond De gemeente is niet verplicht om een studietoelage te verstrekken.
                    Hiertoe het volgende: Bijna zeven op de 10 studerenden hebben een bijbaantje
                    naast hun studie. Er is geen verschil naar geslacht en leeftijd. Thuiswonenden
                    werken net iets vaker dan uitwonende studenten (73% tegen 69%). Gemiddeld
                    verdienen studenten € 354 euro per maand, met de leeftijd nemen de inkomsten uit
                    de bijbaan toe (gemiddeld van 241 euro per maand voor studerenden van 19 jaar of
                    jonger, tot 570 euro voor studenten van 24 jaar of ouder. (Bron:
                    Nibud.studentenonderzoek 2011-2012) Als studenten door een handicap/beperking
                    geen bijbaantje kunnen nemen, is het redelijk een financiële compensatie te
                    bieden.</al><al>Prognose aantallen aanvragen Het is niet goed te voorspellen hoeveel mensen
                    uiteindelijk gebruik zullen gaan maken van deze regeling omdat het een nieuwe
                    regeling betreft. Het is daarom verstandig om na het eerste jaar het gebruik te
                    evalueren. </al><tussenkop>Toelichting individuele inkomenstoeslag</tussenkop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag, bedoeld
                    ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan met inbegrip
                    van een component reservering, in beginsel toereikend is. Toch kan de financiële
                    positie van mensen die langdurig op een minimuminkomen zijn aangewezen onder
                    druk komen te staan als er na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te
                    zijn om door inkomen uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de
                    invoering van de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) in 2004 de
                    langdurigheidstoeslag in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de
                    langdurigheidstoeslag gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds
                    die datum een bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1
                    januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag.
                    Sindsdien is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer, maar
                    een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een individuele
                    inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de voorwaarden
                    daarvoor. Het betekent niet dat in het geheel geen individuele inkomenstoeslag
                    verstrekt mag worden. Het college kan in regelingen aangeven welke groepen niet
                    in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in welke gevallen
                    personen uitzicht hebben op inkomensverbetering. </al><tussenkop>Vast te leggen regels in verordening</tussenkop><al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                    een inkomensondersteunende maatregel voor bepaalde personen die langdurig een
                    laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen
                    uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel 36, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Bij verordening moeten op grond van artikel 8, tweede van de
                    Participatiewet regels vastgesteld worden over het verlenen van een individuele
                    inkomenstoeslag als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels
                    moeten in ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt
                    gegeven aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. </al><al/><al>Langdurig laag inkomen</al><al>Op grond van deze verordening is er sprake van een laag inkomen als het inkomen
                    niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Langdurig wordt
                    gesteld op 36 maanden oftewel 3 jaar. Dat een periode van drie jaar als
                    “langdurig” kan worden gezien wordt bevestigd in onderzoeken verricht door het
                    NIBUD. </al><al>Hoogte toeslag</al><al>Daarnaast moet bij verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag
                    bepaald worden. </al><al/><al>Nieuwe voorwaarde</al><al>Het college moet vanaf 2015 ook aangeven wanneer er sprake is van 'geen uitzicht
                    op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst van artikel 8, tweede lid, van de
                    Participatiewet hoeft dit criterium niet te worden vastgelegd in de verordening.
                    Bij de beoordeling van het criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet
                    het college rekening houden met de omstandigheden van de persoon. In artikel 36,
                    tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden in
                    ieder geval worden gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al>de krachten en bekwaamheden van de persoon, en</al></li><li nr="-"><al>de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot inkomensverbetering
                            te komen.</al></li></lijst><al>Dit zal worden uitgewerkt in de beleidsregels.</al><al/><al>Overgangsrecht </al><al>Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                    langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om in deze verordening overgangsrecht
                    op te nemen met betrekking tot eerder verstrekte langdurigheidstoeslagen, omdat
                    artikel 78z van de Participatiewet voorziet in algemeen overgangsrecht met
                    betrekking tot de wijzigingen in de Participatiewet als gevolg van de
                    inwerkingtreding van de Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen WWB
                    op 1 januari 2015. De individuele inkomenstoeslag en voorheen de
                    langdurigheidstoeslag worden immers toegekend tegen een peildatum. Zaken die na
                    de peildatum gebeuren hebben geen betekenis voor het recht op een dergelijke
                    toeslag. Wie op een datum gelegen vóór 1 januari 2015 op basis van de
                    toepasselijke verordening recht had op langdurigheidstoeslag, behoudt dat
                    onverkort, ongeacht of hij voldoet aan de voorwaarden die per 1 januari 2015
                    zijn gesteld in artikel 36 van de Participatiewet en deze verordening.
                    Toekenning van het recht op individuele inkomenstoeslag tegen een datum gelegen
                    op of ná 1 januari 2015 is uitsluitend mogelijk als wordt voldaan aan de in
                    artikel 36 van de Participatiewet en deze verordening opgenomen
                    voorwaarden.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                    gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op
                    deze verordening.</al><al/><al>Inkomen</al><al>Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de
                    Participatiewet. In</al><al>afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de beoordeling van het recht op
                    individuele inkomenstoeslag ook in aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere
                    bijstand kan niet als inkomen in aanmerking worden genomen. Aangezien
                    individuele inkomenstoeslag een vorm van bijzondere bijstand is, is het niet
                    nodig expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag
                    buiten beschouwing moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen. Het
                    wordt niet wenselijk geacht een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag in
                    aanmerking te nemen als inkomen, omdat dit het ongewenst effect kan hebben dat
                    een persoon geen recht op een individuele inkomenstoeslag heeft omdat hij een te
                    hoog inkomen heeft gehad in de referteperiode vanwege een eerder verstrekte
                    toeslag. Wat voor een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag geldt, dat
                    geldt ook voor een eerder verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de WWB
                    zoals die luidde vóór 1 januari 2015.</al><al/><al>Peildatum</al><al>De peildatum is de datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag
                    aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop een
                    persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen
                    heeft als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet en, gelet op de
                    omstandigheden van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De
                    peildatum komt meestal overeen met de meldingsdatum. De peildatum kan in
                    beginsel niet liggen vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om
                    individuele inkomenstoeslag aan te vragen, tenzij er sprake is van bijzondere
                    omstandigheden. </al><al/><al>Referteperiode</al><al>Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een periode
                    van 36 maanden voorafgaand aan de peildatum. </al><tussenkop>Artikel 2. Indienen verzoek</tussenkop><al>Door personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a van de
                    Participatiewet kan een verzoek om een individuele studietoeslag schriftelijk
                    worden ingediend. Op grond van artikel 36 Participatiewet kan een verzoek worden
                    ingediend om een individuele inkomenstoeslag.</al><al>Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek moet worden
                    gedaan middels een door de gemeente beschikbaar gesteld formulier. Een verzoek
                    wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb.
                    Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt
                    ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres van de
                    aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt
                    gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de
                    gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en
                    waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede
                    lid,</al><al>van de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als
                    een verzoek om een individuele studietoeslag of een individuele inkomenstoeslag
                    zoals bedoeld in artikel 36 respectievelijk 36b van de Participatiewet.</al><tussenkop>Artikel 3. Doelgroep studietoeslag</tussenkop><al>Een belanghebbende die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling kan een aanvraag indienen voor een individuele
                    studietoeslag. Artikel 36b lid 1 Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een belanghebbende - individuele inkomenstoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat belanghebbende op de datum van de
                    aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="b."><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten ontvangt;</al></li><li nr="c."><al>geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van
                            de Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij wegens een arbeidshandicap
                            niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch
                            wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;</al></li><li nr="e."><al>de studie vanwege de arbeidsbelemmering (nog) niet kan combineren met
                            arbeidsparticipatie</al></li><li nr="f."><al>geen inkomsten ontvangt anders dan studiefinanciering op grond van de
                            Wet studiefinanciering 2000 of WTOS.</al></li><li nr="g."><al>geen beroep kan doen op een voorliggende voorziening.</al></li></lijst><al/><al>De voorwaarden die tijdens de datum van aanvraag gelden, gelden ook voor de
                    voortzetting van het recht op de individuele studietoeslag. Hoe de
                    arbeidsbelemmering kan worden vastgesteld zal worden opgenomen in de
                    beleidsregels.</al><tussenkop>Artikel 4. De hoogte en duur van de toeslag</tussenkop><al>In dit artikel is de hoogte van de toeslag opgenomen. Aan een persoon die
                    voldoet aan de voorwaarden voor een individuele toeslag wordt deze toegekend
                    voor de periode van één jaar. De toeslag bedraagt 10% van het wettelijk
                    minimumloon dat voor de leeftijd van belanghebbende van toepassing is. Dat staat
                    ongeveer gelijk aan één dag per week werken in een bijbaan. Hoe hoger de
                    leeftijd, hoe hoger het bedrag dat betrokkenen ontvangen. In onderstaande tabel
                    zijn de bruto bedragen opgenomen per maand.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Bedragen minimumloon (bruto) per 1 juli 2014</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>l</vet><vet>ee</vet><vet>fti</vet><vet>j</vet><vet>d</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>pe</vet><vet>r
                                            m</vet><vet>aa</vet><vet>n</vet><vet>d</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>10%</vet></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>23 jaar en ouder</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.495,20</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 149,52</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>22 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.270,90</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 127,06</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>21 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 1.084,00</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 108,40</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>20 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 919,55</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 91,95</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="20*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al>Bedragen minimumloon (bruto) per 1 juli 2014</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>l</vet><vet>ee</vet><vet>fti</vet><vet>j</vet><vet>d</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>pe</vet><vet>r
                                            m</vet><vet>aa</vet><vet>n</vet><vet>d</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>10%</vet></al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>19 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 785,00</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 78,50</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>18 jaar</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 680,30</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 68,03</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Gehuwden</al><al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele
                    studietoeslag voor beiden geldt. Dit betekent dat als zij afzonderlijk aan de
                    voorwaarden voldoen, zij ook afzonderlijk in aanmerking komen voor de
                    toeslag.</al><tussenkop>Artikel 5. De frequentie van de betaling</tussenkop><al>De individuele studietoeslag wordt maandelijks uitbetaald. Daarbij wordt
                    aangesloten bij de betaling van algemene bijstand voor levensonderhoud.</al><tussenkop>Artikel 6. Voorwaarden</tussenkop><tussenkop>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele
                    inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van
                    artikel 36, lid 1 van de Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel
                    in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner
                    die op een van de in artikel 11 of artikel 13, lid 1 van de Participatiewet
                    genoemde gronden geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht
                    heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in
                    aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                    alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dit is geregeld in het tweede
                    lid.</tussenkop><al>Studenten zijn ook uitgesloten omdat er voor deze groep wel uitzicht is op een
                    hoger inkomen.</al><tussenkop>Artikel 7. Langdurig laag inkomen</tussenkop><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder
                    ‘langdurig’ en onder ‘laag’</al><al>wordt verstaan. Langdurig; de periode voorafgaand aan de peildatum, wordt
                    aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld in artikel 1 van
                    deze verordening en is gesteld op 36 maanden. Laag inkomen; een inkomen is laag
                    als het niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Uit onderzoek
                    van het Nibud is gebleken dat je na drie jaar leven van een minimum inkomen kunt
                    spreken van een “langdurig laag inkomen”.</al><tussenkop>Artikel 8. Hoogte individuele inkomenstoeslag</tussenkop><al>Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt
                    tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. Bij de hoogte van
                    de inkomenstoeslag is aansluiting gezocht bij de langdurigheidstoeslag. Er is
                    niet gekozen voor een percentage van de bijstandsnorm omdat er in de
                    Participatiewet veel normen zijn door de invoering van de kostendelersnorm. De
                    uitvoeringskosten moeten zo laag mogelijk worden gehouden.</al><al>Uit het onderzoek van KWIZZ 2014 is gebleken dat gehuwden met kinderen minder
                    geld te besteden hebben dan alleenstaande ouders. De hoogte van de toeslag is
                    daarom hoger vastgesteld t.o.v. van de bedragen van de langdurigheidstoeslag
                    2014.</al><al>Overzicht vrije bestedingen (in euro’s) per huishoudtype naar inkomen
                    Ridderkerk</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="15*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="15*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="15*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="15*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Huishoudt</vet><vet>y</vet><vet>p</vet><vet>e</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>100% Wsm</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>110% Wsm</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>120% Wsm</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>&gt;3 jaar 110% WSM</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>A</vet><vet>ll</vet><vet>e</vet><vet>e</vet><vet>ns</vet><vet>t</vet><vet>a</vet><vet>a</vet><vet>nde</vet><vet>(jong</vet><vet>e</vet><vet>r</vet><vet>d</vet><vet>a</vet><vet>n</vet><vet>6</vet><vet>5</vet><vet>)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Exclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-145</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>-116</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>-34</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>-116</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-79</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>-84</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>-25</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>-54</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>A</vet><vet>ll</vet><vet>e</vet><vet>e</vet><vet>ns</vet><vet>t</vet><vet>a</vet><vet>a</vet><vet>nde</vet><vet>oud</vet><vet>e</vet><vet>r</vet><vet>,</vet><vet>2</vet><vet>k</vet><vet>i</vet><vet>nde</vet><vet>r</vet><vet>en</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Exclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-184</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>132</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>217</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>132</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-11</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>255</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>226</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>294</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>M</vet><vet>e</vet><vet>er</vet><vet>pe</vet><vet>r</vet><vet>soons</vet><vet>zonder</vet><vet>k</vet><vet>i</vet><vet>n</vet><vet>de</vet><vet>r</vet><vet>en</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Exclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-258</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>-231</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>-178</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>-231</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-146</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>-168</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>-160</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>-125</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>M</vet><vet>e</vet><vet>er</vet><vet>pe</vet><vet>r</vet><vet>soons,</vet><vet>2</vet><vet>kind</vet><vet>e</vet><vet>r</vet><vet>e</vet><vet>n</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Exclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-420</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>-326</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>-294</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>-326</cursief></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Inclusief gemeente</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>-216</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al><cursief>-171</cursief></al></entry><entry colname="col4"><al><cursief>-276</cursief></al></entry><entry colname="col5"><al><cursief>-128</cursief></al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Conclusie onderzoek voor “meerpersoons huishoudens met kinderen” </al><al>Echtparen met kinderen hebben het minst te spenderen en komen maandelijks geld
                    tekort, ook al maken zij gebruik van het minimabeleid. Deze gezinnen verdienen
                    daarom extra aandacht om te voorkomen dat zij in de schulden raken. De gemeente
                    komt met de regeling schoolkosten en de tegemoetkoming in de participatiekosten
                    gezinnen al tegemoet. Om niet in sociaal isolement te raken is het belangrijk
                    dat gezinnen op de hoogte zijn van deze regelingen.</al><tussenkop>Bepalingen voor Gehuwden</tussenkop><al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele
                    inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum
                    als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden
                    van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan
                    deze voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele
                    inkomenstoeslag. Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op
                    individuele inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de
                    voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de
                    rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag.
                    Het gaat hier om een partner die op een van de in artikelen 11 of 13, eerste
                    lid, van de Participatiewet genoemde gronden geen recht heeft op bijstand. Als
                    slechts één partner recht heeft op individuele inkomenstoeslag, komt deze
                    rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de
                    hoogte die voor hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is
                    geregeld in het tweede lid.</al><tussenkop>Indexering</tussenkop><al>In het tweede lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt
                    dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie
                    van de bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) duidelijk
                    te communiceren.</al><tussenkop>Artikel 9. Beleidsregels</tussenkop><al>Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de uitvoering van deze
                    verordening waarin de volgende onderdelen worden uitgewerkt:</al><lijst><li nr="-"><al>wanneer is een persoon niet in staat is om het wettelijk minimumloon te
                            verdienen maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie;</al></li><li nr="-"><al>op welke wijze wordt rekening gehouden met de krachten en bekwaamheden
                            van de persoon en de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot
                            inkomensverbetering te komen.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 10. Hardheidsclausule</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 11. Intrekken oude verordening</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al><tussenkop>Artikel 12. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Behoeft geen toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>