<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR356043_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eemsmond</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eemsmond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-79424.html">Gemeenteblad Jaargang 2014 Nr. 79424</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onroerende-zaakbelastingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 220 tot en met 220h</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening op de heffing en de invordering van onroerende-zaakbelastingen
            2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad van de gemeente Eemsmond;</al>
          <al/>
          <al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4
                        december 2014;</al>
          <al/>
          <al>Gelet op de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet; </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>besluit :</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>de Verordening op de heffing en de invordering van
                        onroerende-zaakbelastingen 2015 (Verordening onroerende-zaakbelastingen
                        2015) vast te stellen.</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Belastingplicht</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Onder de naam 'onroerendezaakbelastingen' worden voor binnen de gemeente
                            gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>een gebruikersbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot
                                    woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt
                                    recht of persoonlijk recht gebruikt, verder te noemen:
                                        <cursief>gebruikersbelasting</cursief>;</al></li>
              <li nr="b."><al>een eigenarenbelasting van degene die bij het begin van het
                                    kalenderjaar van een onroerende zaak het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, verder te noemen:
                                    eigenarenbelasting.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Bij de gebruikersbelasting wordt:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in
                                    gebruik is gegeven (verder: de gebruiker), aangemerkt als
                                    gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven
                                    (verder: de gebruikgever); de gebruikgever is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op de gebruiker;</al></li>
              <li nr="b."><al>het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor
                                    volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die die
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de
                                    onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de
                                    belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter
                                    beschikking is gesteld.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Voor de eigenarenbelasting wordt als genothebbende krachtens eigendom,
                            bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het
                            kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld,
                            tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens
                            eigendom, bezit of beperkt recht is.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Belastingobject</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                            hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Een onroerende zaak dient in hoofdzaak tot woning indien de waarde die
                            op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is
                            vastgesteld voor die onroerende zaak in hoofdzaak kan worden toegerekend
                            aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig
                            dienstbaar zijn aan woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Maatstaf van heffing</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De heffingsmaatstaf is de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet
                            waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde
                            voor het kalenderjaar, bedoeld in artikel 1.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Indien met betrekking tot een onroerende zaak geen waarde is vastgesteld
                            op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt
                            de heffingsmaatstaf van die onroerende zaak bepaald met overeenkomstige
                            toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20,
                            tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Vrijstellingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet al is
                            gebeurd bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde
                            van:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde
                                    cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de
                                    ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt
                                    voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de
                                    ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;</al></li>
              <li nr="b."><al>glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek
                                    of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat
                                    uit de in onderdeel a bedoelde grond;</al></li>
              <li nr="c."><al>onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare
                                    eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten
                                    van levensbeschouwelijke aard, een en ander met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="d."><al>één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de
                                    voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet
                                    aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het
                                    Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van
                                    de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;</al></li>
              <li nr="e."><al>natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen,
                                    heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door
                                    rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich
                                    uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon
                                    ten doel stellen, beheerd worden;</al></li>
              <li nr="f."><al>openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per
                                    rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;</al></li>
              <li nr="g."><al>waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd
                                    door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke
                                    rechtspersonen, met uitzondering van de delen van zodanige
                                    werken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="h."><al>werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander
                                    afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of
                                    diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen, met uitzondering
                                    van de delen van zodanige werken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="i."><al>werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden
                                    afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die
                                    werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als
                                    gebouwde eigendommen zijn aan te merken;</al></li>
              <li nr="j."><al>straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde
                                    eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst voor
                                    het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter
                                    verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten,
                                    verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen,
                                    banken, abri's, hekken en palen;</al></li>
              <li nr="k."><al>plantsoenen, parken en waterpartijen die bij de gemeente in
                                    beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens
                                    eigendom, bezit of beperkt recht, met uitzondering van delen van
                                    zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="l."><al>begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria, met uitzondering van
                                    delen van zodanige onroerende zaken die dienen als woning;</al></li>
              <li nr="m."><al>ongebouwde eigendommen en gedeelten van ongebouwde eigendommen
                                    van onroerende zaken, waarvan een ongebouwd eigendom de
                                    hoofdzaak vormt, met uitzondering van de ongebouwde eigendommen
                                    die industrieterreinen zijn dan wel tot industrieterreinen zijn
                                    bestemd of als zodanig zijn aangelegd of waarvan de aanleg tot
                                    industrieterrein een aanvang heeft genomen.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking in zoverre van artikel 3 wordt bij de bepaling van de
                            heffingsmaatstaf voor de gebruikersbelasting buiten aanmerking gelaten
                            de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot
                            woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan
                            woondoeleinden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Belastingtarieven</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de
                            heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de gebruikersbelasting 0,3039%;</al></li>
              <li nr="b."><al>de eigenarenbelasting</al><lijst>
                  <li nr="1"><al>voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen
                                            0,2273%;</al></li>
                  <li nr="2"><al>voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning
                                            dienen 0,3795%.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het bedrag van de belasting wordt per belastingaanslag naar beneden
                            afgerond op hele euro's.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Voor belastingbedragen tot € 10,- vindt geen invordering plaats. Voor de
                            toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één
                            aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen
                            onroerendezaak-belastingen of andere heffingen aangemerkt als één
                            belastingbedrag.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Wijze van heffing</titel>
          </kop>
          <al>De belastingen worden bij wege van aanslag geheven.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Termijnen van betaling</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de
                            eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in
                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld, en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>In afwijking van het eerste lid geldt, in het geval het totaalbedrag van
                            de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet
                            maar één aanslag bevat, het bedrag daarvan, meer is dan € 120,- doch
                            minder dan € 7.500,- en zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de
                            aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste
                            vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de
                            volgende een maand later.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijnen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel>
          </kop>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        onroerendezaakbelastingen.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De 'Verordening onroerende-zaakbelastingen 2014' van 19 december 2013
                            wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                            ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft
                            op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die
                            van de bekendmaking.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                            onroerende-zaakbelastingen 2015'.</al>
          </lid>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Eemsmond,gehouden op 18 december 2014.</al>
          <al/>
          <al>De raad voornoemd,</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          voorzitter,
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          griffier,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>