<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35602_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Referendumverordening Bloemendaal 2009</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bloemendaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Kennemerland-Zuid d.d. 22 oktober 2009</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Referendumverordening Bloemendaal 2009</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIII/HoofdstukIX/Artikel149/">Gemeentewet, artikel 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-10-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-10-23</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2009031217</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Referendumverordening Bloemendaal 2009</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bloemendaal;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 8 september 2009 en
                        het advies van de commissie Bestuur en Middelen van 29 september 2009;</al><al>b e s l u i t:</al><al>vast te stellen de volgende </al><al>Referendumverordening Bloemendaal 2009</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder</al><lijst><li nr="a."><al>referendum: een raadgevende volksstemming waarbij de
                                    kiesgerechtigden zich uitspreken over een door de raad te nemen
                                    besluit.</al></li><li nr="b."><al>kiesgerechtigden: diegenen die overeenkomstig artikel B3 Kieswet
                                    kiesgerechtigd zijn voor de verkiezing van de leden van de raad
                                    van de gemeente Bloemendaal.</al></li><li nr="c."><al>voorgenomen besluit: een nog te nemen raadsbesluit dat is
                                    geagendeerd;</al></li><li nr="d."><al>besluit: een schriftelijke beslissing van de raad;</al></li><li nr="e."><al>college : burgemeester en wethouders van Bloemendaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Een referendum wordt gehouden onder de kiesgerechtigden van het hele
                            grondgebied van de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Uitzonderingen</titel></kop><al>Een referendum kan niet worden gehouden over:</al><lijst><li nr="a."><al>besluiten waarvan de raad van mening is dat er andere dringende
                                    dan onderstaande redenen zijn om geen referendum te houden;</al></li><li nr="b."><al>besluiten over individuele kwesties, zoals benoemingen,
                                    ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen, schenkingen;</al></li><li nr="c."><al>besluiten over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en
                                    de rekening;</al></li><li nr="d."><al>besluiten over het voor kennisgeving aannemen van notities en
                                    rapporten;</al></li><li nr="e."><al>besluiten in het kader van deze verordening;</al></li><li nr="f."><al>besluiten inhoudende een algemeen verbindend voorschrift dan wel
                                    de intrekking daarvan (verordeningen);</al></li><li nr="g."><al>besluiten, als bedoeld in artikel 155a, eerste lid, van de
                                    Gemeentewet (onderzoek naar door het college gevoerd
                                    bestuur/enquête);</al></li><li nr="h."><al>besluiten waarbij het belang van het referendum niet opweegt
                                    tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen
                                    en hun plaats in de samenleving;</al></li><li nr="i."><al>besluiten die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden
                                    in een eerder genomen beslissing waarover een referendum is
                                    gehouden of kon worden gehouden; </al></li><li nr="j."><al>besluiten ter uitvoering van een besluit van het rijk of de
                                    provincie waarbij de raad geen beleidsvrijheid heeft; </al></li><li nr="k."><al>besluiten waarvan de inwerkingtreding of uitvoering niet kan
                                    worden uitgesteld vanwege de daarmee gemoeide spoedeisende
                                    gemeentelijke belangen;</al></li><li nr="l."><al>bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en
                                    voorbereidingsbesluiten, met uitzondering van - naar het oordeel
                                    van de raad - de uitgangspunten van bestemmingsplannen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Initiatief van kiesgerechtigden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Kiesgerechtigden kunnen schriftelijk aangeven dat zij een
                                initiatief willen nemen tot een referendum over een voorgenomen
                                besluit. Onder de dag van de kandidaatstelling als bedoeld in
                                artikel B3 Kieswet moet in dit verband worden verstaan : de dag van
                                de kennisgeving van het initiatief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Deze kennisgeving moet ten minste 3 dagen vóór de raadsvergadering,
                                waarvoor het besluit is geagendeerd, bij het college worden
                                ingediend. De kennisgeving moet worden ondersteund door ten minste
                                125 kiesgerechtigden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In de kennisgeving wordt aangegeven om welk voorgenomen
                                raadsbesluit het gaat. De kennisgeving gaat vergezeld van een
                                handtekening van elke verzoeker en ondersteuner, met een opgave van
                                diens naam, adres, leeftijd en woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De in het derde lid bedoelde persoonsgegevens worden geplaatst op
                                daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Indien een kennisgeving is gedaan volgens de hiervoor gestelde
                                eisen, beslist de raad in dezelfde vergadering waarvoor het besluit
                                van de raad is geagendeerd of over dit besluit, met inachtneming van
                                het bepaalde in artikel 3, een referendum kan worden gehouden. De
                                raad kan zijn beslissing voor ten hoogste 6 weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Steunverwerving en besluit definitief verzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Kiesgerechtigden kunnen bij de raad een definitief verzoek indienen
                                voor het houden van een referendum binnen 6 weken na de dag waarop
                                de raad heeft bekend gemaakt dat op grond van de kennisgeving is
                                besloten dat over een voorgenomen besluit een referendum kan worden
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Dit verzoek moet worden ondersteund door minimaal 10% van de
                                kiesgerechtigden. Onder de dag van de kandidaatstelling als bedoeld
                                in artikel B3 Kieswet moet in dit verband worden verstaan : de dag
                                van indiening van het definitief verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> In het verzoek wordt aangegeven om welk voorgenomen raadsbesluit
                                het gaat. Het verzoek gaat vergezeld van een handtekening van elke
                                verzoeker en ondersteuner, met opgave van diens naam, adres,
                                leeftijd en woonplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De in het derde lid genoemde persoonsgegevens zijn geplaatst op
                                daartoe van gemeentewege verstrekte lijsten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Indien het verzoek voldoet aan de hiervoor gestelde eisen, neemt de
                                raad uiterlijk binnen 6 weken na de dag van ontvangst van het
                                definitieve verzoek een besluit over het houden van een
                                referendum.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Aanhouden beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Wanneer de raad na een besluit als genoemd in artikel 4 van mening
                                is, dat over het voorgenomen besluit een referendum kan worden
                                gehouden, dan wordt het betreffende raadsvoorstel op de gangbare
                                wijze behandeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De stemming over het door de raad te nemen besluit zoals dat luidt
                                na verwerking van de aanvaarde amendementen, wordt echter
                                aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het
                                referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de
                                ontvankelijkheid van het definitieve verzoek wordt beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Datum</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raad stelt de dag vast waarop het referendum wordt gehouden, met
                                dien verstande dat het referendum niet later plaatsvindt dan
                                uiterlijk 2 maanden na de dag waarop het definitieve verzoek is
                                ingewilligd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Er kunnen meer referenda op dezelfde dag worden gehouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Vraagstelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raad stelt de vraagstelling en de antwoordcategorieën van het
                                referendum vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De vraagstelling wordt weergegeven op de oproepingskaart.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Referendumcommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het gemeentebestuur laat zich per referendum adviseren door een ad
                                hoc referendumcommissie over het vaststellen van de vraagstelling en
                                over alle andere aangelegenheden met betrekking tot een referendum,
                                waaronder de behandeling van klachten over de informatievoorziening
                                en de wijze waarop campagnes worden gevoerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De raad stelt deze commissie in en benoemt en ontslaat haar
                                leden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Tot lid van deze commissie zijn niet benoembaar :</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester van Bloemendaal;</al></li><li nr="b."><al>wethouders van Bloemendaal;</al></li><li nr="c."><al>raadsleden van Bloemendaal;</al></li><li nr="d."><al>duoleden van Bloemendaal;</al></li><li nr="e."><al>ambtenaren door of vanwege het gemeentebestuur van
                                        Bloemendaal aangesteld of daaraan ondergeschikt;</al></li><li nr="f."><al>de kiesgerechtigden als bedoeld in de artikelen 4 en 5.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitvoering</titel></kop><al>Het college is belast met de uitvoering van het raadsbesluit tot het
                            houden van een referendum. Het college regelt de bestuurlijke en
                            ambtelijke coördinatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Budget</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De raad stelt, nadat is besloten tot het houden van een referendum,
                                een budget beschikbaar voor voorlichting en organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Indien een initiatief als bedoeld in artikel 4 wordt ingewilligd,
                                kent het college verzoekers desgevraagd een tegemoetkoming toe in de
                                kosten van de organisatie en publiciteit ten behoeve van de
                                verwerving van voldoende steun voor de indiening van een definitief
                                verzoek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Indien het definitief verzoek wordt ingewilligd, kent het college
                                verzoekers en maatschappelijke organisaties desgevraagd een
                                tegemoetkoming toe in de kosten van organisatie en publiciteit ten
                                behoeve van de campagne over het besluit waarop het referendum
                                betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college stelt beleidsregels vast met betrekking tot de
                                voorwaarden waaraan moet worden voldaan om in aanmerking te komen
                                voor de in het tweede en derde lid bedoelde tegemoetkoming.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Dekking</titel></kop><al>De begroting bevat een voorziening om de kosten van ten minste één
                            referendum per jaar te kunnen dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>De stemming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Stemgerechtigd zijn degenen die op de drieënveertigste dag vóór de
                                dag waarop het referendum wordt gehouden, kiesgerechtigd zijn voor
                                de verkiezing van de leden van de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De bepalingen van de Kieswet zijn voor wat betreft de
                                raadsverkiezingen voor zover nodig van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Geldigheid van de uitslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het referendum wordt als geldig beschouwd, indien minimaal 30 % van
                                de stemgerechtigden als bedoeld in artikel 13 een stem heeft
                                uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone
                                meerderheid van het totaal aantal uitgebrachte stemmen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>De beslissing van de raad</titel></kop><al>In de eerstvolgende vergadering van de raad na de dag waarop het
                            referendum wordt gehouden, vindt besluitvorming plaats over het
                            aangehouden raadsbesluit dat aan het referendum is onderworpen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Strafsanctie</titel></kop><al>Met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de
                            tweede categorie wordt gestraft degene die:</al><lijst><li nr="a."><al> stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten namaakt of
                                    vervalst met het oogmerk deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="b."><al> stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten die hij
                                    zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de valsheid of
                                    vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk
                                    als echt en onvervalst gebruikt of door anderen doet gebruiken,
                                    dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en onvervalst te
                                    gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad
                                    heeft;</al></li><li nr="c."><al> stembiljetten, volmachtbewijzen of referendumkaarten voorhanden
                                    heeft met het oogmerk deze wederrechtelijk te gebruiken of door
                                    anderen te doen gebruiken;</al></li><li nr="d."><al> als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is
                                    overleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de datum van
                            haar bekendmaking. Op die dag vervalt de Referendumverordening
                            Bloemendaal 2005.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Referendumverordening Bloemendaal
                            2009.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van</ondertekening><ondertekening>de raad der gemeente Bloemendaal, </ondertekening><ondertekening>gehouden op 15 oktober 2009</ondertekening><ondertekening>R.Th.M. Nederveen ,voorzitter</ondertekening><ondertekening>K.A. van der Pas ,griffier</ondertekening><ondertekening>Gepubliceerd in het Weekblad Kennemerland-Zuid d.d. 22 oktober
                        2009.</ondertekening><ondertekening>In werking: 23 oktober 2009</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><tussenkop>Toelichting</tussenkop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op grond van de huidige bepalingen in de Grondwet en de Gemeentewet hebben
                    gemeenten de mogelijkheid tot het houden van een raadgevend of raadplegend
                    referendum over een te nemen of genomen besluit. Het kabinet is van mening dat
                    de vraag of en zo ja, hoe op lokaal niveau raadgevende of raadplegende referenda
                    worden gehouden, een zaak is die door gemeenten zelf moet worden beslist binnen
                    de randvoorwaarden die de Grondwet en Gemeentewet stellen. Bij de vernietiging
                    van de referendumverordening van de gemeente Amsterdam zijn deze randvoorwaarden
                    nog eens onderstreept:</al><lijst><li nr="-"><al>het is de gemeenteraad die per geval beslist of een raadplegend (of
                            raadgevend) referendum wordt gehouden;</al></li><li nr="-"><al>ieder raadslid beslist individueel in hoeverre hij zich aan de uitslag
                            van het referendum gebonden zal achten;</al></li><li nr="-"><al>de gemeenteraad neemt een definitief besluit over het onderwerp van het
                            referendum, nadat het referendum is gehouden.</al></li></lijst><tussenkop>Bevoegdheid</tussenkop><al>De bevoegdheid van de raad om een referendumverordening vast te stellen vloeit
                    voort uit de artikelen 147 en 149 van de Gemeentewet. Deze bepalingen geven de
                    raad een algemene verordenende bevoegdheid.</al><tussenkop>Samenloop met inspraak </tussenkop><al>De onderwerpen waarover in de afgelopen jaren referenda zijn gehouden, zijn vaak
                    reeds via wettelijke bepaalde inspraakmogelijkheden aan de bevolking voorgelegd.
                    De vraag rijst of een referendum in de plaats kan treden van voorgeschreven
                    inspraakmogelijk heden. Het antwoord hierop luidt ontkennend. Het wel of niet
                    houden van een referendum heeft geen invloed op de voorgeschreven
                    inspraakprocedures. Het is echter raadzaam om een referendum in een vroegtijdig
                    stadium van een procedure te houden. Voorlichting over het referendumonderwerp
                    kan dan bijvoorbeeld in praktische zin gekoppeld worden aan voorlichting over
                    hetzelfde onderwerp in het kader van de voorgeschreven inspraak.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>In deze verordening gaat het om het raadgevend referendum. Dat wil
                            zeggen een referendum dat niet bij voorbaat bindend is voor de raad en
                            plaatsvindt voordat door de raad een definitief besluit over het
                            onderhavige onderwerp wordt genomen en dat voorts niet op initiatief van
                            de raad wordt gehouden. Een (anders dan adviserend) correctief
                            referendum, waarbij de bevolking een besluit dat de raad al heeft
                            genomen achteraf bindend kan verwerpen, is wettelijk niet mogelijk.</al></li><li nr="b."><al>Degenen die kiesgerechtigd zijn voor de raadsverkiezingen zijn ook
                            gerechtigd om deel te nemen aan een referendum. Daarom is aangesloten
                            bij artikel B3 van de Kieswet. </al></li><li nr="c."><al>Bij een voorgenomen besluit kondigt de raad het voornemen tot een
                            besluit aan door het te agenderen. Vervolgens kan het referendum
                            plaatsvinden en de raad neemt pas een eindbesluit nadat het referendum
                            is gehouden. Het is ook mogelijk om privaatrechtelijke besluiten aan de
                            kiesgerechtigden voor te leggen. </al></li></lijst><tussenkop>Artikel 2 Toepassingsgebied</tussenkop><al>Een referendum kan zich niet uitstrekken tot buiten het grondgebied van de
                    gemeente waarin een referendum wordt gehouden. Het is op grond van dit artikel
                    niet mogelijk het referendum te beperken tot een deel van de gemeente.</al><tussenkop>Artikel 3 Uitzonderingen</tussenkop><al>Alleen besluiten van de raad kunnen volgens deze verordening onderwerp van een
                    referendum zijn. De besluiten genomen door burgemeester en wethouders of door de
                    burgemeester zijn niet referendabel en zijn daarvoor naar hun aard ook niet
                    geschikt. Die besluiten betreffen nl. vrijwel altijd slechts een klein deel van
                    de bevolking. Een aantal onderwerpen waarover de raad een besluit neemt, leent
                    zich echter minder goed voor een referendum. In deze verordening wordt de lijst
                    met uitzonderingen vrij beperkt gehouden. Door het uitsluiten van veel
                    onderwerpen bestaat immers het gevaar dat de referendumverordening een 'leeg
                    instrument' wordt, waarbij het in de praktijk onmogelijk blijkt een referendum
                    te organiseren. Het opnemen van een algemene uitzonderingsgrond voorkomt dat het
                    voor de raad onmogelijk wordt een verzoek om een referendum af te wijzen.</al><al>De lijst met uitzonderingen is niet limitatief. Omdat het de raad is die de
                    uiteindelijke beslissing over het al dan niet houden van een referendum neemt,
                    vormt een vrij beperkte lijst met uitzonderingen geen probleem. Bij het nemen
                    van de beslissing kan de raad immers ook andere relevante zaken, die niet
                    expliciet in de lijst met uitzonderingen staan, in zijn overwegingen meenemen.
                    Een zorgvuldige afweging is daarbij een voorwaarde. De meeste onderwerpen die in
                    dit artikel zijn opgenomen, zijn door de in 1982 ingestelde Staatscommissie
                    Biesheuvel genoemd, als niet geschikt als onderwerp voor een (correctief)
                    referendum.</al><al>Wat de uitzondering onder l betreft, wordt het raadzaam geacht dat referenda
                    niet gaan over de details van bestemmingsplannen. Daarin voorziet de
                    bezwarenprocedure. Het moet dus gaan over de uitgangspunten zoals de raad die
                    ziet (bijvoorbeeld wèl of niet bebouwen).</al><tussenkop>Artikel 4 Kennisgeving</tussenkop><al>Kiesgerechtigden kunnen een verzoek indienen tot het houden van een referendum.
                    Een referendum biedt de burgers de mogelijkheid aan de noodrem te trekken als
                    hun politieke vertegenwoordigers een besluit dreigen te nemen dat in hun ogen
                    verkeerd is. Het is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer
                    dit noodzakelijk is. Het zou onjuist zijn wanneer alleen de raad kan bepalen bij
                    welk besluit het moment is aangebroken waarop burgers hun gekozen
                    vertegenwoordigers kunnen 'corrigeren'.</al><al>Het doen van een verzoek aan de raad tot het houden van een referendum kan
                    volgens een uitgebreide en een minder uitgebreide procedure, hiervoor samengevat
                    onder optie I en optie II. De eerste optie gaat uit van drie stappen: een
                    kennisgeving, een inleidend verzoek en een definitief verzoek. De tweede optie,
                    waarvoor de raad heeft gekozen, bestaat uit een kennisgeving en een definitief
                    verzoek. Het doel van de kennisgeving is dat de raad direct beslist of een
                    onderwerp referendabel is. Op deze wijze is het voor burgers heel snel duidelijk
                    of het zin heeft om handtekeningen te verzamelen ter ondersteuning van het
                    initiatief. Het voordeel van een kennisgeving is dat dit vlak voor de
                    raadsvergadering kan worden gedaan en er maar beperkte steun nodig is (125
                    kiesgerechtigden).</al><tussenkop>Artikel 5 Definitief verzoek en steunverwerving</tussenkop><al>Als de raad van mening is dat het onderwerp referendabel is, zijn de
                    initiatiefnemers weer aan bod. Zij moeten een definitief verzoek doen tot het
                    houden van een referendum en voldoende ondersteunende handtekeningen
                    verzamelen.</al><al>De fase van verzoek en steunverwerving kan op twee manieren worden ingericht:
                    een inleidend en een definitief verzoek of één definitief verzoek. De eerste
                    mogelijkheid wordt gehanteerd in bijvoorbeeld de gemeente Amsterdam. De tweede
                    optie wordt toegepast in Rotterdam. Gekozen is voor de tweede mogelijkheid. </al><al>Bij de keuze van de benodigde aantallen kiesgerechtigden heeft de raad besloten
                    uit te gaan van minimaal 10% van de kiesgerechtigden (op dat moment). </al><al>Als het definitieve verzoek wordt gedaan door het vereiste aantal burgers,
                    beslist de raad of een referendum zal worden gehouden. Het besluit van de raad
                    op het definitieve verzoek is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen staat
                    bezwaar en beroep open.</al><tussenkop>Artikel 6 Aanhouden beslissing</tussenkop><al>Indien een referendum wordt gehouden over een voorgenomen besluit is het
                    ongewenst dat als er een definitief verzoek tot het houden van een referendum
                    wordt ingediend tevens het besluitvormingsproces stil ligt. Het verdient daarom
                    aanbeveling de besluitvorming zo veel mogelijk af te ronden. Alle argumenten
                    zijn dan uitgewisseld, zodat ook het onderwerp en de vraagstelling op een
                    zinnige wijze kunnen worden gepresenteerd. De eindbeslissing wordt na het
                    referendum genomen. </al><tussenkop>Artikel 7 Datum</tussenkop><al>Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden, is
                    voorbehouden aan de raad. Deze datum kan vallen op een dag waarop tevens andere
                    verkiezingen worden gehouden, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Het
                    combineren van verkiezingen kan in sommige gevallen praktisch zijn, omdat de
                    kiesgerechtigden niet twee maal naar de stembus hoeven te komen. Ook kan een
                    combinatie zorgen voor een reductie in de kosten van een referendum. Ook kunnen
                    er meerdere referenda op dezelfde dag plaatsvinden. Er zal dan wel een
                    afzonderlijk kiesregister voor ieder referendum moeten worden bijgehouden en
                    tevens dienen de kiesgerechtigden voor ieder onderwerp een aparte
                    oproepingskaart te krijgen.</al><tussenkop>Artikel 8 Vraagstelling</tussenkop><al>De raad beslist of, hoe en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de
                    vraagstelling, inclusief de antwoordmogelijkheden vast. Daarbij kan hij zich
                    laten adviseren door een commissie. De eindverantwoordelijkheid blijft echter
                    bij de raad berusten. Bij de antwoordmogelijkheden kan het gaan om:</al><lijst><li nr="-"><al>'ja' of 'nee';</al></li><li nr="-"><al>een keuze uit alternatieven;</al></li><li nr="-"><al>een combinatie van deze twee mogelijkheden.</al><al>Artikel 9 Referendumcommissie</al><al>Het gemeentebestuur (de raad en in voorkomende gevallen het college)
                            moet volgens dit artikel, in geval van een referendum, zich laten
                            adviseren door een onafhankelijke referendumcommissie. Die kan ad hoc of
                            blijvend worden ingesteld. Hier is gekozen voor een ad hoc commissie. Om
                            de onafhankelijkheid van de commissie te benadrukken, is er voorts voor
                            gekozen dat er geen raadsleden, duoleden, collegeleden of ambtenaren van
                            Bloemendaal in deze commissie kunnen worden benoemd, evenmin als
                            kiesgerechtigden als bedoeld in de artikelen 4 en 5
                            (indieners/ondersteuners initiatief en definitief verzoek). Het
                            gemeentebestuur kan zich door de commissie (die ook uit één persoon zou
                            kunnen bestaan) onder andere laten adviseren over :</al><lijst><li nr="-"><al>formulering van vraagstelling en antwoordcategorieën;</al></li><li nr="-"><al>toezicht op de organisatie van het referendum;</al></li><li nr="-"><al>toezicht op de objectiviteit van de voorlichting, bijvoorbeeld
                                    een folder of (lokale) radio-spotje waarin de argumenten pro en
                                    contra worden genoemd;</al></li><li nr="-"><al>behandeling van klachten (niet zijnde Awb-bezwaren) over de
                                    informatievoorziening en de wijze waarop campagnes worden
                                    gevoerd.</al></li></lijst><al><vet>Artikel 10 Uitvoering</vet></al><al>Het feit dat burgemeester en wethouders zijn belast met de uitvoering,
                            volgt uit de Gemeentewet. Het is burgemeester en wethouders toegestaan
                            om een advies- en begeleidingscommissie in te stellen ter coördinatie
                            van de bestuurlijke en ambtelijke werkzaamheden. Burgemeester en
                            wethouders wijzen, zoals ook in de Kieswet wordt bepaald ten aanzien van
                            raadsverkiezingen, de stemlokalen aan. In afwijking van de Kieswet mogen
                            zij wel besluiten dat dit er minder kunnen zijn dan bij reguliere
                            verkiezingen.</al><al><vet>Artikel 11 Budget</vet></al><al>De besteding van het budget kan worden overgelaten aan burgemeester en
                            wethouders aan wie de uitvoering van het raadsbesluit tot het houden van
                            een referendum is opgedragen (artikel 10). Ook beslist het college
                            binnen dat budget dat aan de groep burgers die om het referendum heeft
                            verzocht, desgevraagd een bedrag voor promotie-doeleinden wordt
                            verstrekt, dit aan de hand van door het college op te stellen
                            beleidsregels.</al><al><vet>Artikel 12 Dekking</vet></al><al>Het organiseren van een referendum brengt aanzienlijke kosten met zich
                            mee. Hiermee moet dus van te voren rekening worden gehouden. Gerekend
                            moet worden op minimaal € 12.000, te vermeerderen met financiële steun
                            aan de initiatiefnemers. Een totaal bedrag van € 20.000 per referendum
                            is wel een minimum.</al><al><vet>Artikel 13 De stemming</vet></al><al>Voor de procedures rond de stemming is zoveel mogelijk aangesloten bij
                            de gang van zaken rond de raadsverkiezingen.</al><al><vet>Artikel 14 Geldigheid van de uitslag</vet></al><al>Wanneer 30 procent van de stemgerechtigden als bedoeld in artikel 13
                            zijn stem heeft uitgebracht, wordt de uitslag van het referendum geacht
                            geldig te zijn. Het percentage kan lager zijn dan het gemiddelde
                            opkomstpercentage bij de raadsverkiezingen, maar moet hoog genoeg zijn
                            om een drempel op te werpen. Op deze wijze komen alleen onderwerpen aan
                            bod die door een redelijk deel van de bevolking als van belang worden
                            beschouwd, zonder dat het praktisch onmogelijk zal worden een geldige
                            uitslag te krijgen. </al><al><vet>Artikel 15 De beslissing van de raad</vet></al><al>De eerste vergadering nadat de uitslag van het referendum bekend is,
                            moet de raad een besluit nemen over het aangehouden onderwerp, om zo
                            snel mogelijk duidelijkheid te kunnen bieden aan de burgers. Geldigheid
                            van de uitslag wil niet zeggen dat de uitslag ook bindend is voor de
                            raad. Het geeft enkel aan dat aangenomen mag worden dat de uitslag een
                            voldoende draagvlak heeft onder de bevolking. De raad kan zich niet
                            vooraf binden aan de uitslag van het referendum. Wel is het mogelijk dat
                            individuele raadsleden, wanneer zij dat zelf wenselijk achten, vooraf te
                            kennen geven welke consequenties zij aan een uitslag verbinden. Een
                            dergelijke uitspraak is juridisch gezien niet bindend, maar kan wel
                            politieke gevolgen hebben.</al><al>Tussen het initiatief tot het aanvragen van een referendum en de
                            beslissing van de raad zit, gelet op de termijnen in deze verordening,
                            een periode van minimaal 6 en maximaal 10 maanden.</al><al><vet>Artikelen 16 (Strafsanctie), 17 (Inwerkingtreding) en 18
                                (Citeertitel)</vet></al><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></li></lijst></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>