<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35598_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Kinderopvang, Peuterspeelzalen en Spilcentra 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Eindhoven</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeentblad 2004, nr. 15</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Kinderopvang, Peuterspeelzalen en Spilcentra 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0017017&amp;artikel=1.25">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, art. 1.25</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2004-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2004-04-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2008-06-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>ds04003142.def</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Kinderopvang, Peuterspeelzalen en Spilcentra
            2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Eindhoven maakt
                        bekend, dat de raad van de gemeente Eindhoven in zijn vergadering van 8
                        maart 2004 heeft vastgesteld de Verordening Kinderopvang, Peuterspeelzalen
                        en Spilcentra 2004</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>1 Algemene bepalingen. </label></kop><artikel><kop><label>Artikel 1. </label></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="a."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Eindhoven;</al></li><li nr="b."><al>kinderopvang: het bedrijfsmatig of anders dan om niet verzorgen
                                    en opvoeden van kinderen tot het tijdstip waarop het
                                    basisonderwijs voor die kinderen eindigt. Tot kinderopvang
                                    worden niet gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al>het toezicht houden tijdens de middagpauze in een
                                            schoolgebouw en op het terrein van de school als bedoeld
                                            in artikel 45 van de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="-"><al>verzorging en opvoeding die plaatsvindt in het kader van
                                            de Wet op de jeugdhulpverlening;</al></li><li nr="-"><al>verzorging en opvoeding van kinderen, anders dan
                                            gastouderopvang, die geschiedt op een plaats waar het
                                            kind zijn hoofdverblijf heeft;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>gastouderopvang: kinderopvang in een gezinssituatie door een
                                    ander dan degene die als ouder aanspraak kan maken op een
                                    tegemoetkoming of diens partner, bestaande in de gelijktijdige
                                    opvang van ten hoogste vier kinderen in de woning waar de ouder
                                    of de gastouder zijn hoofdverblijf heeft;</al></li><li nr="d."><al>kindercentrum: een locatie voor peuterwerk en kinderopvang
                                    plaatsvindt, anders dan gastouderopvang;</al></li><li nr="e."><al>gastouderbureau: een organisatie die gastouderopvang tot stand
                                    brengt en begeleidt;</al></li><li nr="f."><al>kinderdagverblijf: een kindercentrum waar één of meer van de
                                    navolgende vormen van kinderopvang plaatsvinden: </al><lijst><li nr="-"><al>hele of halve dagopvang: opvang gedurende de dag voor
                                            kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar;</al></li><li nr="-"><al>24-uurs opvang: opvang zowel overdag als 's avonds en/of
                                            's nachts voor kinderen in de leeftijd van 0 tot en met
                                            einde speciaal basisschoolleeftijd of
                                            basisschoolleeftijd; opvang voor kinderen van 4 jaar tot
                                            de eerste dag waarop het voortgezet onderwijs voor die
                                            kinderen begint;</al></li></lijst></li><li nr="g."><al>buitenschools kindercentrum: een kindercentrum voor schoolgaande
                                    kinderen in de leeftijd van 4 tot en met einde (speciaal)
                                    basisschoolleeftijd voor en na schooltijd en gedurende
                                    vakanties;</al></li><li nr="h."><al>peuterspeelzaal: een kindercentrum uitsluitend voor kinderen
                                    vanaf 2 jaar en drie maanden tot het moment waarop zij
                                    basisonderwijs kunnen volgen, met een maximale verblijfsduur van
                                    3,5 uur per dag;</al></li><li nr="i."><al>gastouder: de natuurlijke persoon die gastouderopvang
                                    biedt;</al></li><li nr="j."><al>beroepskracht:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>1° degene die werkzaam is bij een kindercentrum of
                                    peuterspeelzaal en is belast met de verzorging en opvoeding van
                                    kinderen;</al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>2° degene die werkzaam is bij een gastouderbureau en belast is
                                    met het tot stand brengen en begeleiden van
                                    gastouderopvang;</al></li></lijst><lijst><li nr="k."><al>beroepskracht in opleiding: degene die de beroepsbegeleidende
                                    leerweg volgt, bedoeld in de Wet educatie en beroepsonderwijs en
                                    ten behoeve van beroepspraktijkvorming is belast met de
                                    verzorging en opvoeding van kinderen bij een kindercentrum;</al></li><li nr="l."><al>ouder:</al><lijst><li nr="1."><al>een persoon die een huishouding voert waartoe het kind
                                            behoort, op wie de kinderopvang betrekking heeft, welk
                                            kind in belangrijke mate door hem wordt onderhouden in
                                            de zin van artikel 2 van de Uitvoeringsregeling
                                            inkomstenbelasting 2001; dan wel</al></li><li nr="2."><al>een persoon die een huishouding voert waartoe het kind
                                            behoort, op wie de kinderopvang betrekking heeft,
                                            waarvoor die persoon een pleegvergoeding in het kader
                                            van de Wet op de jeugdhulpverlening ontvangt;</al></li></lijst></li><li nr="m."><al>houder: degene die een kindercentrum, peuterspeelzaal,
                                    Spilcentrum of een gastouderbureau exploiteert;</al></li><li nr="n."><al>Spilcentrum: ontwikkelingsgericht centrum per buurt of wijk met
                                    de functies educatie, spelen, opvang, ontwikkelingsstimulering
                                    en een systeem van vroegsignalering en ontwikkelingsmonitoring.
                                    In het Spilcentrum werkt een aantal voorzieningen structureel
                                    inhoudelijk en organisatorisch samen. Het fundament van het
                                    Spilcentrum wordt gevormd door het basisonderwijs, het
                                    peuterwerk en de kinderopvang. Deze basis kan aangevuld worden
                                    met andere functies, zoals thuiszorg, consultatiebureau,
                                    jeugdgezondheidszorg, opvoedingsondersteuning,
                                    jeugdhulpverlening, volwasseneneducatie, maatschappelijk werk,
                                    cultuur, sport en sociaal cultureel werk. De functies worden
                                    zoveel mogelijk onder een dak samengebracht. Dit impliceert dat
                                    de functies ook binnen een ander gebouw gehuisvest kunnen
                                    zijn;</al></li><li nr="o."><al>basisschool: voorziening voor primair onderwijs;</al></li><li nr="p."><al>GGD: een gemeentelijke gezondheidsdienst als bedoeld in artikel
                                    5, eerste lid van de Wet collectieve preventie
                                    volksgezondheid;</al></li><li nr="q."><al>oudercommissie: een orgaan dat de mogelijkheid van inspraak
                                    biedt aan cliënten van kinderdagverblijven en peuterspeelzalen
                                    overeenkomstig de Wet Medezeggenschap Cliënten Zorginstellingen.
                                    Voor het basisonderwijs bestaat een aparte regeling;</al></li><li nr="r."><al>register voor kinderopvang, gastouderbureaus, peuterspeelzalen
                                    en Spilcentra: een plaats waar organisaties actief in de
                                    gemeente Eindhoven op het gebied van kinderopvang,
                                    gastouderbureaus, peuterspeelzalen en Spilcentra ingeschreven
                                    staan;</al></li><li nr="s."><al>arbitragecommissie: een door betrokken partijen aangewezen
                                    commissie met als doel te komen tot een beslissing bij
                                    geschillen over de eisen aan de accommodatie;</al></li><li nr="t."><al>veiligheidsplan: een document waarin de houder van een
                                    kindercentrum aangeeft op welke wijze binnen het kindercentrum
                                    omgegaan wordt met de aspecten veiligheid van het kind en het
                                    personeel binnen de accommodatie en op het buitenterrein op
                                    basis van een risicoanalyse en uitmondend in een
                                    beheerplan;</al></li><li nr="u."><al>pedagogisch plan: een document waarin aangegeven wordt op welke
                                    wijze in een kindercentrum op pedagogisch gebied wordt gewerkt
                                    of in een Spilcentrum wordt samengewerkt op pedagogisch gebied
                                    tussen de verschillende functies binnen het Spilcentrum;</al></li><li nr="v."><al>pedagogisch raamplan: een plan welke de inhoudelijke en
                                    pedagogische uitgangspunten beschrijft die van toepassing zijn
                                    op alle Spilcentra en die op individueel spilniveau uitmonden in
                                    een pedagogisch plan, waaraan alle partners zich verbonden
                                    verklaren;</al></li><li nr="w."><al>maatschappelijk aanvaardbaar risico: een risico waaruit geen
                                    levensbedreigende situatie ontstaat of dat een blijvend letsel
                                    tot gevolg heeft;</al></li><li nr="x."><al>gezondheidsplan: een plan waarin beschreven wordt op welke wijze
                                    de houder binnen het kindercentrum zich inzet voor het behoud
                                    van zowel een goede hygiënische situatie, als wel een goede
                                    gezondheid van kinderen, personeel en bezoekers en dat gebaseerd
                                    is op een risicoanalyse en uitmondt in een beheerplan;</al></li><li nr="y."><al>logboek: een door de houder van een kindercentrum van dag tot
                                    dag bij te houden document waarin alle ongevallen en incidenten
                                    binnen het verantwoordelijkheidsgebied van het kindercentrum
                                    geregistreerd worden.</al><lijst><li nr="2."><al>Tot kinderopvang worden niet gerekend:</al></li></lijst></li><li nr="a."><al>het toezicht houden tijdens de middagpauze in een schoolgebouw
                                    en op het terrein van de school als bedoeld in artikel 45 van de
                                    Wet op het primair onderwijs schoolgaande kinderen dat zich
                                    beperkt tot het toezicht tijdens de middagpauze;</al></li><li nr="b."><al>verzorging en opvoeding die plaatsvindt in het kader van de Wet
                                    op de jeugdhulpverlening;</al></li><li nr="c."><al>verzorging en opvoeding van kinderen, anders dan
                                    gastouderopvang, die geschiedt op een plaats waar het kind zijn
                                    hoofdverblijf heeft.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>2 Kwaliteit. </label></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf 1 Melding en Registratie.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die voornemens is een kindercentrum,  gastouderbureau,
                                    peuterspeel­zaal of Spilcentrum in exploitatie te nemen doet
                                    daarvan minimaal binnen 6 we­ken tevoren schriftelijk melding
                                    aan het college. Een kindercentrum of een gast­ouderbureau wordt
                                    niet in exploitatie genomen, voordat de termijn, bedoeld in
                                    artikel 32,  is verstreken. Indien uit het onderzoek, bedoeld in
                                    artikel 32, eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs
                                    zal plaatsvinden in overeenstemming met het bepaalde bij of
                                    krachtens de paragrafen 2 en 3 van dit hoofdstuk, zal
                                    ex­ploitatie vanaf dat moment plaatsvinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over welke gegevens bij
                                    die melding wor­den verstrekt en op welke wijze deze worden
                                    verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een register bij van gemelde kindercentra,
                                    gastouderbureaus, peuterspeelzalen en Spilcentra. In het
                                    register worden na een melding onverwijld de gegevens opgenomen
                                    die ingevolge artikel 2, tweede lid, zijn verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van
                                    het kindercen­trum, peuterspeelzaal, Spilcentrum of het
                                    gastouderbureau in het register heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt de opneming in het register bekend in een
                                    lokaal verspreid dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere  regels stellen omtrent  de in het
                                    register op te nemen gegevens, genoemd in lid 1 van dit
                                    artikel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien blijkt dat de kwaliteit van het kindercentrum,
                                    peuterspeelzaal, Spilcentrum of gastouderbureau niet langer naar
                                    aard en strekking overeenkomt met de op grond van deze
                                    verordening gestelde regels of dat de houder niet voldoet aan
                                    enige verplichting die op grond van deze verordening op hem rust
                                    wordt de be­treffende organisatie uit het register
                                    verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het register ligt bij de gemeente kosteloos voor eenieder ter
                                    inzage.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding
                                    zijn verstrekt, onverwijld mededeling aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijziging in
                                    het register, be­doeld in artikel  3, eerste lid, is
                                    aangetekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een buiten de gemeente Eindhoven gevestigd
                                    gastouderbureau met een geregistreerd gastouderbureau
                                    gelijkstellen, door opneming ervan in het door de gemeente bij
                                    te houden register, genoemd in artikel 3.4.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een ouder voornemens is, gebruik te maken van een
                                    gastouderopvang door tussenkomst van een gastouderbureau buiten
                                    de gemeente Eindhoven, doet het gastouderbureau bij het college
                                    een aanvraag om opneming van dat bureau in het register. Een
                                    gastouderbureau wordt slechts in dat register opgenomen, indien
                                    aanneme­lijk is gemaakt dat de kwaliteit ervan naar aard en naar
                                    strekking overeenkomt met de op grond van deze verordening
                                    gestelde regels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op gastouderbureaus als bedoeld in lid 1 zijn de overige
                                    artikelen van deze veror­dening van toepassing voorzover hier
                                    niet expliciet van wordt afgeweken</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder van een gastouderbureau als bedoeld in het eerste lid
                                    draagt er voor zorg dat de kwaliteit van het bureau naar aard en
                                    naar strekking overeenkomt met de op grond van deze wet gestelde
                                    regels. De artikelen 2, 3, 4, 6, 7, 16, 27, 28, 29 en hoofdstuk
                                    4 zijn niet van toepassing op een gastouderbureau als bedoeld in
                                    het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan regels stellen omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop aannemelijk wordt gemaakt dat een
                                            gastouderbureau als be­doeld in het eerste lid voldoet
                                            aan het tweede lid;</al></li><li nr="b."><al>het toezicht op de naleving van het vierde lid;</al></li><li nr="c."><al>de administratie van gegevens en het verstrekken van
                                            gegevens en inlichtin­gen ten behoeve van dat
                                            toezicht.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 2 Eisen.</label></kop><artikel><kop><label>Paragraaf 2.1 Kindercentrum.</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een houder van een kindercentrum biedt verantwoorde
                                        kinderopvang c.q. peu­terspeelzaalactiviteiten aan.
                                        Hieronder wordt verstaan opvang c.q. activiteiten die
                                        bijdragen aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind
                                        in een veilige omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een houder van een gastouderbureau draagt zorg voor een
                                        verantwoorde uitvoe­ring van de werkzaamheden van het
                                        bureau. Hieronder wordt verstaan het tot stand brengen en
                                        begeleiden van gastouderopvang die bijdraagt aan een goede
                                        en gezonde ontwikkeling van het kind in een veilige
                                        omgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een kindercentrum organiseert de kinderopvang
                                        c.q. peuterspeel­zaalactiviteiten op zodanige wijze,
                                        voorziet het kindercentrum zowel kwalitatief als
                                        kwantitatief zodanig van personeel en materieel, draagt zorg
                                        voor een zodani­ge verantwoordelijkheidstoedeling, en voert
                                        een zodanig pedagogisch beleid dat een en ander leidt of
                                        redelijkerwijs moet leiden tot verantwoorde
                                        kinderopvang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen omtrent de kwaliteit
                                        van de kinderopvang- c.q. peuterspeelzaalactiviteiten en de
                                        werkwijze van een kindercentrum c.q. peu­terspeelzaal. Deze
                                        regels, die voor verschillende functies verschillend kunnen
                                        zijn, kunnen betrekking hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de accommodatie en andere gebruikseisen aan een
                                                gebouw en de daarin ge­legen ruimten die specifiek
                                                bestemd zijn voor kinderopvang voorzover hierin niet
                                                genoegzaam wordt voorzien bij of krachtens de
                                                Woningwet;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de gevaren en de risico's voor de
                                                veiligheid en de gezondheid van kinderen worden
                                                voorkomen of beperkt;</al></li><li nr="c."><al>de beschikbare ruimte;</al></li><li nr="d."><al>de opleidingseisen waaraan de beroepskrachten
                                                voldoen;</al></li><li nr="e."><al>de administratie van gegevens ten behoeve van een
                                                goede uitvoering van deze wet;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de relatie tussen het kindercentrum
                                                en de ouders wordt geregeld;</al></li><li nr="g."><al>de voorwaarden waaronder en de mate waarin de
                                                beroepskrachten in oplei­ding kunnen worden belast
                                                met de verzorging en opvoeding van kinderen;</al></li><li nr="h."><al>de wijze waarop informatie, waaronder begrepen
                                                informatie omtrent het te voeren beleid en de wijze
                                                waarop daaraan uitvoering wordt gegeven, onder de
                                                aandacht van ouders wordt gebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Personen werkzaam bij een kindercentrum zijn in het bezit
                                        van een verklaring omtrent het gedrag, afgegeven volgens de
                                        Wet justitiële documentatie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verklaring, bedoeld in het derde lid, wordt aan de houder
                                        overgelegd, voordat een persoon als bedoeld in het derde lid
                                        zijn werkzaamheden aanvangt. De ver­klaring is op het moment
                                        dat zij wordt overgelegd, niet ouder dan 2 maanden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs mag
                                        vermoeden dat een persoon als bedoeld in het derde lid niet
                                        langer voldoet aan de eisen voor het afgeven van een
                                        verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                        per­soon opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt
                                        die niet ouder is dan 2 maanden. De desbetreffende persoon
                                        overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te
                                        stellen termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het kindercentrum dient hygiënisch en veilig te zijn en een
                                        deugdelijke inrichting te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders zijn bevoegd nadere regels te
                                        stellen waaraan het kindercentrum, de houder en de in het
                                        kindercentrum werkzame functionarissen en begeleiders moeten
                                        voldoen. Deze regels hebben betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>de verzorging en begeleiding van en het toezicht op
                                                de kinderen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid
                                                van het kindercentrum voor­zover deze eisen
                                                noodzakelijk zijn voor de kinderopvang en hierin
                                                niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en
                                                regelgeving.</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de aan functionarissen en begeleiders te stellen
                                                gezondheids- en gedrags­eisen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel/></kop><al>De houder zorgt ervoor dat de invloed van beroepskrachten en
                                    ouder(s) op het be­leid van de houder gewaarborgd wordt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opvang van kinderen vindt in groepen plaats met dien
                                        verstande dat een groep van kinderen:</al><lijst><li nr="a."><al>in de leeftijd van 0 tot 1 jaar gelijktijdig ten
                                                hoogste 12 kinderen omvat;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>in de leeftijd van 0 tot 13 jaar gelijktijdig ten
                                                hoogste 16 kinderen omvat, waaronder ten hoogste 8
                                                kinderen van 0 tot 1 jaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>in de leeftijd van 4 tot 13 jaar ten hoogste 20
                                                kinderen omvat.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenminste één beroepskracht wordt ingezet voor de verzorging
                                        en opvoeding van gelijktijdig ten hoogste:</al><lijst><li nr="a."><al>4 kinderen in de leeftijd van 0 tot 1 jaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>5 kinderen in de leeftijd van 1 tot 2 jaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>6 kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>8 kinderen in de leeftijd van 3 tot 4 jaar;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>10 kinderen in de leeftijd van 4 tot einde
                                                (speciaal) basisschoolleeftijd.</al></li></lijst><al>Het aantal beroepskrachten bij een gemengde groep wordt
                                        bepaald aan de hand van het gemiddelde, waarbij naar boven
                                        kan worden afgerond.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid kan gedurende een beperkte
                                        tijd, doch niet meer dan één uur, rondom opening en
                                        sluiting, rondom het middaguur en in bijzon­dere
                                        omstandigheden een beroepskracht minder ingezet worden, met
                                        dien ver­stande dat tenminste één beroepskracht wordt
                                        ingezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien slechts één beroepskracht ingezet wordt ingevolgde
                                        het tweede of derde lid, wordt naast deze beroepskracht
                                        tenminste één volwassene ingezet ter onder­steuning van die
                                        beroepskracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bovenformationeel kan een BBL'er ingezet worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Per groep is in het kindercentrum een verblijfsruimte
                                        beschikbaar die per kind 3 m²  netto speel-/werkoppervlak
                                        bevat.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is een buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                        oppervlakte minimaal 4 m²  per spelend kind bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kinderen tot 1,5 jaar beschikken over slaapgelegenheid in
                                        een aparte ruimte en kinderen ouder dan 1,5 jaar beschikken
                                        over slaapgelegenheid in een rustige af te scheiden
                                        ruimte.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ruimte in de slaapgelegenheid voor enkelvoudige bedjes
                                        bedraagt 1,7 m²  en bij dubbele bedjes 2,0 m² .</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 10, lid 2 staat een groep in een
                                        peuterspeelzaal onder lei­ding van een beroepskracht en één
                                        of meer begeleiders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 10, lid 2 bestaat een groep
                                        kinderen op de peuterspeelzaal uit tenminste 14 en maximaal
                                        18 kinderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel/></kop><al>Het in artikel 11, derde lid bepaalde geldt niet voor
                                    peuterspeelzalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een kindercentrum beschrijft elke vier jaar op
                                        welke wijze hij uit­voering zal geven aan artikel 7, waarbij
                                        uitdrukkelijk aandacht wordt besteed aan het pedagogisch
                                        beleid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De beschrijving bevat voorts informatie over:</al><lijst><li nr="a."><al>het beleid inzake de samenwerking met andere
                                                jeugdvoorzieningen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de wijze waarop klachten ingevolge de Wet
                                                klachtenrecht cliënten zorgsector worden
                                                behandeld;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de wijze waarop beroepskrachten invloed kunnen
                                                uitoefenen op het beleid van de houder;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de wijze waarop de ouders worden betrokken bij de
                                                uitvoering van het beleid van de houder.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De beschrijving wordt voor de eerste maal vastgesteld binnen
                                        6 maanden na de melding, bedoeld in artikel 2, eerste
                                        lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder legt een exemplaar van de beschrijving ter inzage
                                        op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats en
                                        zendt een afschrift aan de Gemeentelijke Gezondheidsdienst
                                        van Eindhoven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel/></kop><al>De houder van een kindercentrum informeert jaarlijks de ouders.
                                    Het college kan hiervoor nadere regels formuleren.</al></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf 2.2 Gastouderbureau.</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een gastouderbureau organiseert zijn
                                        werkzaamheden op zoda­nige wijze, voorziet het bureau zowel
                                        kwalitatief als kwantitatief zodanig van personeel en
                                        materieel, draagt zorg voor een zodanige
                                        verantwoordelijkheids­toedeling en voert een zodanig beleid,
                                        dat een en ander leidt of redelijkerwijs moet leiden tot
                                        verantwoorde uitvoering van de werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een besluit van het college kunnen nadere regels worden
                                        gesteld omtrent de kwaliteit en de werkwijze van
                                        gastouderbureaus. Deze regels kunnen betrekking hebben
                                        op:</al><lijst><li nr="a."><al>de opleidingseisen waaraan de beroepskrachten
                                                voldoen;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de wijze waarop de relaties tussen het
                                                gastouderbureau, de gastouders en de ouders worden
                                                geregeld;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de administratie van gegevens ten behoeve van een
                                                goede uitvoering van deze wet;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>de wijze waarop informatie, waaronder begrepen
                                                informatie omtrent het te voeren beleid en de wijze
                                                waarop daaraan uitvoering wordt gegeven, onder de
                                                aandacht van ouders wordt gebracht;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de wijze waarop de gevaren en de risico's voor de
                                                veiligheid en de gezondheid van kinderen worden
                                                voorkomen of beperkt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op personen werkzaam bij een gastouderbureau en op
                                        gastouders is artikel 7, derde, vierde en vijfde lid van
                                        overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel/></kop><al>Op gastouderbureaus zijn de artikelen 14 en 15  van
                                    overeenkomstige toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf 2.3 Spilcentrum.</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Spilcentrum is een groeimodel, waarbij een combinatie
                                        van de functies basisonderwijs en peuterspeelzaal de
                                        minimumvariant vormt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het Spilcentrum kan de volgende functies herbergen:
                                        basisschool, peuter­speelzaal, kinderopvang,
                                        consultatiebureau jeugdgezondheidszorg,
                                        opvoe­dingsondersteuning, jeugdhulpverlening,
                                        volwasseneneducatie, maatschappelijk werk, cultuur, sport en
                                        sociaal-cultureel werk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regelgeving binnen het primaire onderwijs is leidend voor
                                        onderwijsruimten van de basisschool binnen de
                                        Spilcentra.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het Spilcentrum staan de maximale ontwikkelingskansen
                                        van alle 0-12 jarigen centraal. Dit wordt gerealiseerd door
                                        samenwerking en integratie van de ver­schillende functies en
                                        vastgelegd in een pedagogisch raamplan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de ontwikkelingsfase kan gekozen worden voor decentrale
                                        huisvesting, het­geen betekent dat de Spilcentrumvisie
                                        bereikt wordt door samenwerking door middel van een
                                        pedagogisch plan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Spilcentrum kent allerlei functies. Deze functies worden
                                        gehuisvest in de verschillende ruimten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ruimte kan meer dan één functie huisvesten. De
                                        hoofdfunctie van een ruimte bepaalt de bouwkundige eisen en
                                        inrichtingseisen die aan de betreffende ruimte gesteld
                                        worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In geval van een inpandig (betreffende functies onder één
                                        dak) Spilcentrum wordt tenminste 6 weken vóór exploitatie
                                        een pedagogisch raamplan opgesteld om inzichtelijk te
                                        krijgen op welke wijze de ruimten worden gebruikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De functies (b.v. basisschool, peuterspeelzaal en
                                        kinderdagverblijf) stellen ten­minste 6 weken vóór
                                        exploitatie een pedagogisch plan op waarin zij aangeven op
                                        welke wijze zij de pedagogisch ononderbroken lijn wensen te
                                        realiseren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel/></kop><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het beheer
                                    van Spilcentra.</al></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf 2.4 Veiligheid en aansprakelijkheid.</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een kindercentrum dient ten behoeve van
                                        kinderen en personeel een veiligheidsplan en een
                                        gezondheidsplan voor de kinderopvangaccommo­datie
                                        beschikbaar te hebben tenminste 6 weken vóór
                                        exploitatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenminste 6 weken vóór exploitatie zendt de houder een
                                        afschrift van het veilig­heidsplan en het gezondheidsplan
                                        aan de Gemeentelijke Gezondheidsdienst van Eindhoven evenals
                                        jaarlijks na actualisatie als bedoeld in lid 4.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In het veiligheidsplan en gezondheidsplan wordt beschreven
                                        op welke wijze de hygiëne, gezondheid en veiligheid binnen
                                        de kinderopvangaccommodatie (bin­nen en buiten) ten opzichte
                                        van kinderen en personeel wordt gerealiseerd. Als
                                        uitgangspunt voor de beschrijving van hygiëne, gezondheid en
                                        veiligheid wordt het begrip maatschappelijk aanvaardbaar
                                        risico gehanteerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere eisen formuleren ten aanzien van het
                                        veiligheids- en het gezondheidsplan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Jaarlijks voor 1 juni wordt het veiligheidsplan
                                        geactualiseerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een kindercentrum draagt zorg voor het
                                        bijhouden van een log­boek waarin ongevallen worden
                                        vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het logboek is voor zowel de ouders als voor de gemeente te
                                        allen tijde opvraag­baar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op het bijhouden van de gegevens is de Wet bescherming
                                        persoonsgegevens van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een kindercentrum moet ten behoeve van in het
                                        centrum aanwe­zige beroepskrachten, begeleiders en kinderen
                                        een passende aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering
                                        afsluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder van een gastouderbureau moet ten behoeve van de
                                        bij het bureau werkzame beroepskrachten en begeleiders,
                                        alsmede de bij het bureau aange­sloten gastouders en door
                                        hen opgevangen kinderen, een passende aansprake­lijkheids-
                                        en ongevallenverzekering afsluiten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Paragraaf 2.5 Arbitrage.</label></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel/></kop><al>Indien de regelgeving voor meerdere interpretaties vatbaar is
                                    kunnen deze voor­gelegd worden aan een arbitragecommissie. Deze
                                    commissie komt vervolgens met een eenduidige uitleg, die de
                                    basis vormt van de te nemen beslissing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel/></kop><al>De arbitragecommissie bestaat uit één vertegenwoordiger namens
                                    de kinderop­vang-/peuterspeelzalen-/Spilcentra-organisatie, één
                                    vertegenwoordiger namens de gemeente en een derde persoon aan te
                                    wijzen door de twee hiervoor genoemde personen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf 3 Oudercommissie.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een houder van een kindercentrum of een gastouderbureau biedt
                                    voor elk door hem geëxploiteerd kindercentrum of gastouderbureau
                                    aan degenen wier kin­deren in het kindercentrum of door
                                    tussenkomst van het gastouderbureau wor­den opgevangen, de
                                    gelegenheid deel te nemen in een oudercommissie die tot taak
                                    heeft hem te adviseren over de aangelegenheden, genoemd in
                                    artikel 29.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de oudercommissie worden uit en door de personen,
                                    bedoeld in het eerste lid, niet zijnde de houder, gekozen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Personen werkzaam bij een kindercentrum onderscheidenlijk
                                    gastouderbureau zijn geen lid van de oudercommissie van dat
                                    kindercentrum of gastouderbureau.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De oudercommissie bepaalt haar eigen werkwijze.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder stelt binnen 6 maanden na de melding, bedoeld in
                                    artikel 2, eerste lid, voor de oudercommissie een reglement
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het reglement bevat in ieder geval regels omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal leden van de oudercommissie;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de wijze waarop de leden van de oudercommissie worden
                                            gekozen;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>de zittingsduur van de leden van de oudercommissie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het reglement bevat geen regels omtrent de werkwijze van de
                                    oudercommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De oudercommissie beslist bij meerderheid van stemmen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wijziging van het reglement behoeft instemming van de
                                    oudercommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder stelt de oudercommissie in ieder geval in de
                                    gelegenheid advies uit te brengen over elk voorgenomen besluit
                                    met betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan artikel  7
                                            dan wel artikel 14;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>voedingsaangelegenheden van algemene aard en het
                                            algemene beleid op het gebied van opvoeding, veiligheid,
                                            gezondheid of hygiëne;</al></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>openingstijden;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>het beleid met betrekking tot spel- en
                                            ontwikkelingsactiviteiten ten behoeve van de
                                            kinderen;</al></li></lijst><lijst><li nr="e."><al>de vaststelling of wijziging van een regeling inzake de
                                            behandeling van klach­ten en het aanwijzen van personen
                                            die belast worden met de behandeling van klachten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De oudercommissie is bevoegd de houder ook ongevraagd te
                                    adviseren over de onderwerpen, genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De houder verstrekt de oudercommissie tijdig en desgevraagd
                                    schriftelijk alle informatie die deze voor de vervulling van
                                    zijn taak redelijkerwijs nodig heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel/></kop><al>Het is aan de oudercommissies van de kinderopvang, peuterspeelzaal
                                en basisschool binnen het Spilcentrum om te bepalen of er een
                                overkoepelende oudercommissie gewenst is.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>3 Toezicht. </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet toe op de naleving van de bij of krachtens
                                hoofdstuk 2 gestelde regels. Met het toezicht op de naleving van het
                                bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de ambtenaren
                                van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst, de dienst Algemene en
                                Publiekszaken, de dienst Brandweer en Rampenbestrij­ding en de
                                dienst Stedelijke Ontwikkeling en Beheer.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzover een kindercentrum of een gastouderbureau in een woning is
                                geves­tigd, zijn de toezichthouders ter uitvoering van de taken,
                                bedoeld in het eerste lid, bevoegd met toestemming van de bewoners
                                in die woning of met een schrif­telijke machtiging tot binnentreden.
                                Hierbij dient de Algemene wet op het bin­nentreden in acht genomen
                                te worden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regels omtrent toezicht zoals geregeld in afdeling 5.2 van de
                                Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel/></kop><al>De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel 2,
                            eerste lid, binnen een door het college te stellen termijn of de
                            exploitatie redelijkerwijs zal plaatsvinden in een overeenstemming met
                            het bepaalde bij of krachtens hoofdstuk 2, paragrafen 2 en 3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel/></kop><al>Het college stelt jaarlijks op een vast tijdstip een verslag vast van
                            alle werkzaamhe­den die hij en de toezichthouders in het kader van dit
                            hoofdstuk in het voorafgaande kalenderjaar hebben verricht. Het college
                            zendt het verslag aan de gemeenteraad.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>4 Overgangs- en slotbepalingen. </label></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt in het register, bedoeld in artikel 3, de
                                    kinderopvang, peuter­speelzalen, Spilcentra en gastouderbureaus
                                    op die op het tijdstip van inwerking­treding van deze
                                    verordening blijkens een door de betrokken gemeente verstrek­te
                                    verklaring of vergunning voldoen aan de krachtens de Welzijnswet
                                    1994 gestel­de eisen met betrekking tot de kwaliteit. Artikel 3,
                                    tweede en derde lid, is van toe­passing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een houder van een kinderopvang, peuterspeelzalen, Spilcentra of
                                    gastouder­bureau als bedoeld in het eerste lid verstrekt
                                    desgevraagd aan het college de ge­gevens, bedoeld in artikel 2,
                                    tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Personen die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                    verordening werk­zaam zijn bij een kindercentrum,
                                    peuterspeelzalen, Spilcentra of bij een gast­ouderbureau dan wel
                                    gastouders die op dat tijdstip gastouderopvang bieden door
                                    tussenkomst van een gastouderbureau, leggen aan de houder binnen
                                    2 maanden na de inwerkingtreding een verklaring over als bedoeld
                                    in artikel 7, derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35.</nr><titel/></kop><al>De verplichting voor het college van het leveren van een verslag
                                ingevolge artikel 33 geldt voor het eerst over het kalenderjaar
                                volgend op het kalenderjaar waarop de verordening in werking is
                                getreden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36.</nr><titel/></kop><al>Deze verordening is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="1."><al>voorzieningen waarin de kinderopvang is geregeld bij of
                                        krachtens enig ander wettelijk voorschrift dan deze
                                        verordening;</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>lokaliteiten waarin aan bezoekers van gebouwen of
                                        inrichtingen gelegenheid wordt geboden kinderen voor de duur
                                        van het bezoek te doen verblijven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37.</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking 6 weken na de dag waarop ze
                                    is bekend­gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verordening Kinderopvang 2000, gemeenteblad 2002, nr. 21 en
                                    het Uitvoe­ringsbesluit kindercentra en opvang via
                                    gastouderbureaus, gemeenteblad 2002, nr. 66, worden hierbij
                                    ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38.</nr><titel/></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als 'Verordening
                                kinderopvang, peuter­speelzalen en Spilcentra 2004". </al><al/><al>Tevens maakt het college van burgemeester en wethouders van de
                                gemeente Eindhoven bekend dat over dit besluit een raadgevend
                                correctief referendum op grond van de Tijdelijke Referendumwet kan
                                worden gehouden.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Eindhoven, 15 maart 2004.</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Sakkers, burgemeester.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Langerwerf, secretaris.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Uitgegeven, 16 maart 2004.</ondertekening><ondertekening>Mij bekend,</ondertekening><ondertekening>de gemeentesecretaris van Eindhoven,</ondertekening><ondertekening>C.Langerwerf.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>ds04003142.def </ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>