<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR355743_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting (verordening watertoeristenbelasting 2015)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-22</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Roermond</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-124898.html">Gemeenteblad, 2015, 124898</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening watertoeristenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/056/11</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de <extref doc="1.1:CVDR383641_1">Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting</extref>.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van watertoeristenbelasting (verordening watertoeristenbelasting 2015)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>DE RAAD VAN DE GEMEENTE ROERMOND,</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 4 november 2014,</al><al>raadsvoorstelnummer 2014/077/1;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 224 van de Gemeentewet</al><al><vet>besluit :</vet></al><al>vast te stellen de “verordening op de heffing en invordering van
                        watertoeristenbelasting”</al><al>(verordening watertoeristenbelasting 2015)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>vaartuig</onderstreept>: een vaartuig dat is bestemd
                                of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve
                                doeleinden;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>lengte</onderstreept>: de lengte over alles;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>vaste ligplaats</onderstreept>: een ligplaats die naar
                                plaatselijk gebruik, zulks ter beoordeling van het college van
                                burgemeester en wethouders, is bestemd voor het regelmatig afmeren
                                of ter anker leggen van een zelfde vaartuig gedurende een periode
                                van ten minste een maand;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>etmaal</onderstreept>: een aaneengesloten tijdvak van
                                24 uren, aanvangend om 21.00 uur;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>maand</onderstreept>: een aaneengesloten tijd van 30
                                etmalen;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>schipper</onderstreept>: de gezagvoerder van een
                                vaartuig of degene die deze vervangt;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>passanten</onderstreept>: diegenen die verblijf houden
                                in de gemeente, met of op een vaartuig, zonder het hebben van een
                                vaste ligplaats.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Ter zake van het houden van verblijf binnen het watergebied van de gemeente
                        op of met vaartuigen, waarvoor in welke vorm dan ook een vergoeding wordt
                        betaald door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente
                        in de basisregistratie personen zijn ingeschreven, wordt onder de naam
                        ‘watertoeristenbelasting’ een directe belasting geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Belastingplichtig is degene die tegen vergoeding gelegenheid biedt tot
                            verblijf als bedoeld in artikel 2 aan hem ter beschikking staande
                            ligplaatsen dan wel op hem ter beschikking staande vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op
                            degene ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien met toepassing van het eerste lid geen belastingplichtige is aan
                            te wijzen, is belastingplichtig de schipper, de eigenaar of de gebruiker
                            van een vaartuig als in artikel 2 bedoeld dan wel een andere persoon die
                            werkelijk verblijf houdt aan boord van een dergelijk vaartuig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>door degenen die verblijf houden aan boord van:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaartuig dat is ingericht en wordt gebruikt tot
                                        verpleging of verzorging van zieken, van gebrekkigen, van
                                        hulpbehoevenden of van bejaarden;</al></li><li nr="b."><al>kano's, roei- en volgboten;</al></li><li nr="c."><al>motor- en zeilboten met een lengte van ten hoogste 4
                                        meter;</al></li><li nr="d."><al>een vaartuig dat zich op last of bevel van de overheid in
                                        het gemeentelijk watergebied bevindt;</al></li><li nr="e."><al>een vaartuig in gebruik voor onderhoud aan de waterwegen,
                                        welk onderhoud in opdracht van het Rijk, de provincie
                                        Limburg of de gemeente Roermond wordt uitgevoerd.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>waarvoor de gemeente belasting heft ingevolge de verordening op de
                                heffing en invordering van toeristenbelasting;</al></li><li nr="3."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g en h van voornoemde wet, en
                                voor zover deze persoon verblijf houdt in een gelegenheid als
                                bedoeld in artikel 2 van de verordening, onder verantwoordelijkheid
                                van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar het aantal etmalen dat verblijf is
                            gehouden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt een gedeelte van een etmaal
                            voor een vol etmaal gerekend. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter zake van vaartuigen met een vaste ligplaats wordt, indien een
                            belastingplichtige als bedoeld in artikel 3, eerste lid, is
                            aangewezen:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal personen die verblijf hebben gehouden, bepaald op:
                                    2,1 bij een vaartuig met een lengte van 4 tot en met 7 meter;
                                    2,4 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 7, doch ten
                                    hoogste 9 meter; 2,7 bij een vaartuig met een lengte van meer
                                    dan 9, doch ten hoogste 12 meter; 3,6 bij een vaartuig met een
                                    lengte van meer dan 12 meter;</al></li><li nr="b."><al>het aantal etmalen dat door de onder a bedoelde personen
                                    verblijf is gehouden, bepaald op: 15,7 bij een vaartuig met een
                                    lengte van 4 tot en met 7 meter; 17,5 bij een vaartuig met een
                                    lengte van meer dan 7, doch ten hoogste 9 meter; 17,9 bij een
                                    vaartuig met een lengte van meer dan 9, doch ten hoogste 12
                                    meter; 19,5 bij een vaartuig met een lengte van meer dan 12
                                    meter.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal vaartuigen als bedoeld in het eerste lid wordt vastgesteld op
                            het aantal vaartuigen, welke door de belastingplichtige bij aangifte uit
                            de verhuuradministratie zijn opgegeven, dan wel blijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal etmalen dat verblijf is gehouden,
                        indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op de voet van artikel 6
                        berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="80*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>2015</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De belasting bedraagt per persoon per etmaal</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 0,85</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><al>Het belastingtijdvak loopt van 1 januari tot en met 31 december.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Wijze van belastingheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Na de aanvang van het belastingjaar kan aan de belastingplichtige een
                            voorlopige aanslag worden opgelegd tot ten hoogste het bedrag waarop de
                            aanslag over dat jaar vermoedelijk zal worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Geen belastingaanslag wordt opgelegd indien het aantal etmalen dat
                        gelegenheid tot verblijf is of wordt gegeven, gedurende het belastingtijdvak
                        minder dan tien zal of heeft belopen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Termijn van betaling.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslag en voorlopige aanslag worden betaald uiterlijk op de
                            laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van
                            het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid
                            gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van watertoeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Aanmeldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige, bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden,
                        voordat hij voor de eerste maal na het inwerkingtreden van deze verordening
                        gelegenheid tot verblijf verschaft, zulks schriftelijk te melden aan de
                        gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Registratieplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 3, eerste lid, is gehouden
                            verblijfhoudenden te registreren in een daarvoor bestemd
                            verblijfregister.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven
                            omtrent de inrichting en het gebruik van het verblijfregister.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verplichting als bedoeld in de voorgaande leden geldt niet voor zover
                            de belastingplichtige gebruik maakt van de forfaitaire berekeningswijze
                            als bedoeld in artikel 6.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de
                        watertoeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De "Verordening watertoeristenbelasting 2014" van 19 december 2013
                                wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum
                                van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening
                                watertoeristenbelasting 2015".</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier,</ondertekening><ondertekening>J.Vervuurt</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. P.A.G. Cammaert</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>