<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR355739_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Bilt</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-10922.html">Elektronisch gemeenteblad 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 228, lid a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-02-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Gewijzigde regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV20-01-2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Met deze 1e wijziging worden de tarieven van artikel 6 per 1 januari 2015 gerectificeerd.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rioolheffing 2015.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente De Bilt;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23
                        september 2014; </al><al>overwegende dat de inkomsten uit de rioolheffing 2015 moeten worden
                        gegenereerd volgens de in de</al><al>Programmabegroting 2015 opgenomen uitgangspunten;</al><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al>BESLUIT:</al><al>vast te stellen de navolgende</al><al>VERORDENING RIOOLHEFFING 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="2."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="3."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="4."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van de gebruiker van een perceel van waaruit
                            water direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt
                            afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot de belasting wordt als gebruiker aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel –niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4- voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van de heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven naar het aantal kubieke meters water dat
                            vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                            meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin van
                            het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel is
                            toegevoerd of opgepompt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de verbruiksperiode niet gelijk is aan een periode van 365 dagen,
                            wordt het waterverbruik door herleiding naar een volledige periode
                            bepaald, uitgaande van het gemiddeld gerealiseerde dagverbruik.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                            pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan worden
                                    afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                    pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest kan
                                    worden afgelezen. De eerste volzin is niet van toepassing indien
                                    vaststelling van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op
                                    grond van enige andere wettelijke bepaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De op de voet van het tweede lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                            opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet is
                            afgevoerd. Vermindering als gevolg van het besproeien van tuinen of
                            landerijen, het vullen van vijvers of zwembaden of het schoonmaken van
                            voertuigen vindt niet plaats.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><al>De belasting bedraagt voor een hoeveelheid van kubieke meters water
                        van:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><tbody><row><entry><al>1 tot en met 50</al></entry><entry><al>€ 197,40;</al></entry></row><row><entry><al>51 tot en met 150</al></entry><entry><al>€ 269,40;</al></entry></row><row><entry><al>151 tot en met 300</al></entry><entry><al>€ 376,20;</al></entry></row><row><entry><al>301 tot en met 500</al></entry><entry><al>€ 480,00;</al></entry></row><row><entry><al>501 tot en met 1.000</al></entry><entry><al>€ 960,00;</al></entry></row><row><entry><al>1.001 tot en met 5.000</al></entry><entry><al>€ 960,00 vermeerderd met € 480,00 per eenheid afgevoerd
                                            afvalwater van 500 m3 of een gedeelte hiervan boven de
                                            afgevoerde hoeveelheid afvalwater van 1.000 m3;</al></entry></row><row><entry><al>5.001 tot en met 10.000</al></entry><entry><al>€ 4.800,00 vermeerderd met € 960,00 per eenheid
                                            afgevoerd afvalwater van 1.000 m3 of een gedeelte
                                            hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                            5.000 m3;</al></entry></row><row><entry><al>10.001 tot en met 20.000</al></entry><entry><al>€ 9.600,00 vermeerderd met € 2.400,00 per eenheid
                                            afgevoerd afvalwater van 2.500 m3 of een gedeelte
                                            hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                            10.000 m3;</al></entry></row><row><entry><al>20.001 tot en met 40.000</al></entry><entry><al>€ 19.200,00 vermeerderd met € 4.800,00 per eenheid
                                            afgevoerd afvalwater van 5.000 m3 of een gedeelte
                                            hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                            20.000 m3;</al></entry></row><row><entry><al>40.001 tot en met 80.000</al></entry><entry><al>€ 38.400,00 vermeerderd met € 9.600,00 per eenheid
                                            afgevoerd afvalwater van 10.000 m3 of een gedeelte
                                            hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                            40.000 m3.</al></entry></row><row><entry><al>80.001 en meer</al></entry><entry><al>€ 76.800,00 vermeerderd met € 19.200,00 per eenheid
                                            afgevoerd afvalwater van 20.000 m3 of een gedeelte
                                            hiervan boven de afgevoerde hoeveelheid afvalwater van
                                            80.000 m3.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                            dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het perceel in de loop van
                            het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel
                            twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er
                            in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle
                            kalendermaanden overblijven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                            belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                            perceel in gebruik neemt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de
                            tweede twee maanden later.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid moeten de aanslagen, zolang de
                            verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso
                            kunnen worden afgeschreven, worden betaald in tien gelijke termijnen. De
                            eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
                            maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van
                            de volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vangnetregeling</titel></kop><al>In afwijking van artikel 5 wordt bij een negatief waterverbruik of bij een
                        niet meting, het waterverbruik berekend op basis van het aantal personen dat
                        van het perceel gebruik maakt. Het waterverbruik per persoon op jaarbasis
                        wordt gesteld op 45 m3.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding </titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking en heeft
                        terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing 2015'.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 6 november 2014,</ondertekening><ondertekening>de raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, drs. T.W.B.M. van der Torre </ondertekening><ondertekening/><ondertekening> de voorzitter, A.J. Gerritsen</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>