<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR355656_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening inkomensvoorzieningen gemeente Amstelveen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-05-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Amstelveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">www.amstelveen.nl - bekendmakingen – verordeningen en reglementen – 24 - 12 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening inkomensvoorzieningen gemeente Amstelveen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703">Participatiewet, art. 8</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163">Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, art. 35.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14-74</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Handhavings-, afstemmings- en boeteverordening vastgesteld op 12 december 2012.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening Inkomensvoorzieningen gemeente
            Amstelveen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Amstelveen; </al></li><li nr="b."><al>wet: de Participatiewet;</al></li><li nr="c."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="d."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                    arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="e."><al>uitkering: algemene bijstand op grond van de Participatiewet,
                                    alsmede een uitkering op grond van de IOAW en de IOAZ; </al></li><li nr="f."><al>re-integratievoorziening: voorzieningen bedoeld in artikel 7,
                                    eerste lid onder a van de wet en artikel 34, eerste lid onder a
                                    van de IOAW en de IOAZ en zoals beschreven in de
                                    Re-integratieverordening. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor zover niet anders is bepaald, worden begrippen in deze verordening
                            gebruikt in dezelfde betekenis als in de wet, IOAW, IOAZ en in de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><al>Het college voert bij de uitvoering van de wet een actief
                        fraudepreventiebeleid. Onderdeel daarvan is het informeren van de
                        belanghebbenden over de rechten en plichten die als gevolg van de wet of een
                        op de wet gebaseerde verordening aan het ontvangen van een uitkering of
                        re-integratievoorziening zijn verbonden, en over de consequenties van
                        misbruik en oneigenlijk gebruik.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ter nadere uitvoering van deze verordening stelt het college jaarlijks
                            een Onderzoeksplan vast, met daarin het te voeren beleid op het gebied
                            van handhaving, bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                            wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde plan omvat in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de visie op handhaving en handhavingsdoelen;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en op welk moment belanghebbende een toelichting
                                    krijgt op zijn rechten en plichten en de gevolgen van het niet
                                    nakomen van de regels en verplichtingen;</al></li><li nr="c."><al>welk controleonderzoek, op grond van welke criteria, op welk
                                    moment wordt uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop signalen betreffende frauderisico worden
                                    verzameld;</al></li><li nr="e."><al>op basis van welke criteria wordt gekozen voor een regulier
                                    controleonderzoek, een intensief controleonderzoek of een
                                    fraudeonderzoek; en</al></li><li nr="f."><al>welke themacontroles, op welk moment plaatsvinden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks een beleidsverslag vast waarin wordt
                            beschreven of de gestelde doelen voor dat jaar op het gebied van de
                            handhaving zijn gehaald en de redenen waarom de doelen wel of niet zijn
                            gehaald. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Het opstellen van regelingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt beleidsregels op voor de terug- en invordering van
                            bijstand en het verhalen tot de grens van de onderhoudsplicht van
                            bijstand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde beleidsregels omvatten in elk geval: </al><lijst><li nr="a."><al>in welke gevallen er wordt teruggevorderd;</al></li><li nr="b."><al>in welke gevallen de kosten van bijstand worden verhaald;</al></li><li nr="c."><al>het incassobeleid;</al></li><li nr="d."><al>het debiteurenbeheer. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet stelselmatig onderzoek naar de rechtmatigheid van de
                            uitkering en kan daarbij gebruikmaken van huisbezoeken, heimelijke
                            waarnemingen, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen, evenals van de
                            samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college onderzoekt
                            daarnaast de overige signalen en tips die relevant zijn voor het recht
                            op uitkering. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij beëindiging van de uitkering doet het college onderzoek naar de
                            reden van de beëindiging en neemt het op basis daarvan besluiten met
                            betrekking tot de rechtmatigheid van de uitkering en de wederzijds
                            tussen het college en de belanghebbende resterende verplichtingen en de
                            afhandeling daarvan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een onderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid kan ook uitgevoerd
                            worden met betrekking tot het gebruik van een re-integratievoorziening
                            en de bijzondere bijstand. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzenden onderzoeksbevindingen naar het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Indien een gedraging van belanghebbende als bedoeld in artikel 6 leidt tot
                        benadeling van de gemeente, worden de bevindingen van het strafrechtelijk
                        onderzoek naar het Arrondissementsparket gezonden conform de vigerende
                        Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude van het Openbaar Ministerie,
                        onverminderd de mogelijkheid de ten onrechte ontvangen uitkering terug te
                        vorderen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2015;</al></li><li nr="2."><al>Op het tijdstip genoemd in het eerste lid wordt de Handhavings-,
                                afstemmings- en boeteverordening, zoals vastgesteld bij raadsbesluit
                                van 12 december 2012, ingetrokken;</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Handhavingsverordening
                                Inkomensvoorzieningen gemeente Amstelveen”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 17 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. P. Georgopoulou drs. M.M. van ’t Veld</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel></kop><al>De gemeenteraad is verplicht bij verordening regels te stellen met betrekking
                    tot het bestrijden van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                    Participatiewet.</al><al/><al> Voor het onderbrengen van de regels voor de Participatiewet, de IOAW en de IOAZ
                    in één verordening pleit het argument dat daarmee de overzichtelijkheid van de
                    gemeentelijke regelgeving wordt bevorderd. Bovendien worden daarmee de regels
                    voor de verschillende wetten nauwgezet op elkaar afgestemd
                    (geharmoniseerd).</al><al/></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</titel></kop><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de
                        Participatiewet, IOAW, IOAZ of Awb niet afzonderlijk te definiëren in deze
                        verordening. Dit voorkomt dat in geval van wijziging van betreffende
                        definities in de betreffende wetten ook de verordening moet worden
                        gewijzigd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Fraudepreventie</titel></kop><al>Dit artikel verplicht het college tot het voeren van een actief
                        fraudepreventiebeleid. Minimaal moet aandacht worden geschonken aan het
                        informeren van de belanghebbenden over de rechten en plichten die aan het
                        ontvangen van een uitkering of re-integratievoorziening zijn verbonden, en
                        over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Ter nadere uitvoering van deze verordening stelt het college jaarlijks een
                        Onderzoeksplan vast, met daarin het te voeren beleid op het gebied van
                        handhaving, bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet.</al><al>Het is het genoemde plan omvat in elk geval:</al><lijst><li nr="·"><al>de wijze waarop en op welk moment belanghebbende een toelichting
                                krijgt op zijn rechten en plichten en de gevolgen van het niet
                                nakomen van de regels en verplichtingen;</al></li><li nr="·"><al>welk controleonderzoek, op grond van welke criteria, op welk moment
                                wordt uitgevoerd;</al></li><li nr="·"><al>de wijze waarop signalen betreffende frauderisico worden
                                verzameld;</al></li><li nr="·"><al>op basis van welke criteria wordt gekozen voor een regulier
                                controleonderzoek, een intensief controleonderzoek of een
                                fraudeonderzoek; en</al></li><li nr="·"><al>welke themacontroles, op welk moment plaatsvinden.</al></li></lijst><al>Het college stelt jaarlijks een beleidsverslag vast waarin wordt beschreven
                        of de gestelde doelen voor dat jaar op het gebied van de handhaving zijn
                        gehaald en de redenen waarom de doelen wel of niet zijn gehaald.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>het opstellen van regelingen</titel></kop><al>Het college stelt beleidsregels op voor de terug- en invordering van
                        bijstand en het verhalen tot de grens van de onderhoudsplicht van bijstand. </al><al>Het terug- en invorderen is op grond van de wet een verplichting. Het
                        verhalen van bijstand is een bevoegdheid van het college. Het college van de
                        gemeente Amstelveen heeft al jaren geleden besloten gebruik te maken van
                        deze bevoegdheid. </al><al>De beleidsregels omvatten in elk geval: </al><lijst><li nr="·"><al>in welke gevallen er wordt teruggevorderd;</al></li><li nr="·"><al>in welke gevallen de kosten van bijstand worden verhaald;</al></li><li nr="·"><al>het incassobeleid;</al></li><li nr="·"><al>het debiteurenbeheer. </al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Controle</titel></kop><al>Dit artikel verplicht het college om de rechtmatigheid van de uitkering of
                        de re-integratievoorziening en de bijzondere bijstand te onderzoeken, en op
                        welke wijze.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inzenden onderzoeksbevindingen naar het Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Dit artikel bepaalt dat de Aanwijzing Sociale Zekerheidsfraude, zoals
                        opgesteld door het college van procureurs-generaal van het Openbaar
                        Ministerie (OM), moet worden nagevolgd. De Aanwijzing bepaalt onder meer dat
                        sociale zekerheidsfraude door een uitkeringsgerechtigde tot een nadeel van €
                        50.000 door het college wordt bestraft (op grond van artikel 18a van de
                        Participatiewet. Pas bij een hoger nadeel (of wanneer de fraudeur geen
                        uitkering meer ontvangt) moet aangifte worden gedaan bij het OM, waarna de
                        zaak strafrechtelijk zal worden afgedaan. In dat geval wordt geen
                        bestuurlijke boete opgelegd, tenzij het OM de zaak seponeert.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><label>Inwerkingtreding en Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al><al/></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>