<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR355569_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 26-01-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet West Maas en Waal 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/12-24, 14INT818</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente West Maas en Waal, nr. 2014/12-24,
                        14INT818</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4
                        november 2014, </al><al>gelet op artikel 47 van de Participatiewet,</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>“Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet West Maas en Waal
                            2015”</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>cliëntenraad: de cliëntenraad Participatiewet als bedoeld in
                                        artikel 47 van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>afdeling : de uitvoeringsorganisatie sociale zaken </al></li><li nr="c."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente West Maas en Waal;</al></li><li nr="d."><al>Raad : de gemeenteraad van West Maas en Waal. </al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Benoeming en taken cliëntenraad</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Benoeming cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt een cliëntenraad in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig
                                samengesteld dat deze een afspiegeling is van de personen als
                                bedoeld in artikel 7, eerste lid van de Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad bestaat uit minimaal 6 en maximaal 20 leden. Indien
                                het aantal leden tot onder het minimum aantal daalt, worden zo
                                spoedig mogelijk een of meer nieuwe leden benoemd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de cliëntenraad is onverenigbaar met het
                                lidmaatschap van de gemeenteraad, het college en de
                                ondernemingsraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De leden van de cliëntenraad worden benoemd door het college. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Met uitzondering van de eerste keer, vindt de benoeming plaats op
                                basis van een voordracht van de cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De eerste keer worden de leden benoemd uit de in artikel 7, eerste
                                lid van de Participatiewet bedoelde doelgroep en/of hun
                                belangenvertegenwoordigers.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Herbenoeming
                                is mogelijk, mits het lid opnieuw wordt voorgedragen in
                                overeenstemming met het zevende lid.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Een lid kan zijn lidmaatschap tussentijds beëindigen door hiervan
                                schriftelijk opgave te doen aan de secretaris. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De leden verrichten hun werkzaamheden zonder last, maar voeren wel
                                ruggespraak met hun achterban. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Taken van de cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies te geven
                                aan het college over het voorgenomen gemeentelijk beleid in het
                                kader van de Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad is niet bevoegd zich te mengen in aangelegenheden
                                met betrekking tot een individuele belanghebbende en de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de cliëntenraad door of namens het college om advies is
                                gevraagd, zorgt de cliëntenraad binnen 6 weken voor een schriftelijk
                                en gemotiveerd advies.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Overleg van en met de cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad komt zo vaak bijeen als nodig is voor een adequate
                                vervulling van zijn taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad kiest uit zijn midden een voorzitter en een
                                secretaris.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad heeft tenminste vier maal per kalenderjaar een
                                overleg met het college en/of het afdelingshoofd van de
                                afdeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het overleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de
                                cliëntenraad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De agenda voor het overleg wordt opgesteld door de secretaris van de
                                cliëntenraad, eventueel in samenspraak met het afdelingshoofd van de
                                afdeling.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verslag wordt gemaakt door de secretaris van de
                                cliëntenraad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Reglement</titel></kop><al>De cliëntenraad stelt voor zijn eigen functioneren een reglement op. Van
                            dit reglement verstrekt zij een afschrift aan het college.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>. Facilitering en ondersteuning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Facilitering en ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt door middel van een ambtelijk secretaris zorg
                                voor een goede en tijdige informatievoorziening richting
                                cliëntenraad met betrekking tot zaken die tot het taakgebied van de
                                cliëntenraad behoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college zendt uit eigen beweging of op verzoek afschriften van
                                relevante stukken aan de cliëntenraad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de faciliteiten ten behoeve van het
                                naar behoren kunnen functioneren van de cliëntenraad. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op basis van een declaratie van de werkelijk gemaakte kosten, wordt
                                aan de leden van de cliëntenraad een onkostenvergoeding
                                toegekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Deelname aan de regionale cliëntenraad</titel></kop><al>De cliëntenraad vaardigt twee leden af aan de regionale cliëntenraad van
                            de gemeenschappelijke regeling Werkzaak Rivierenland teneinde de
                            advisering over beleid en verordeningen regionaal af te stemmen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslissing van het college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De ‘Verordening Cliëntenparticipatie Wwb en WIJ gemeente West Maas en
                            Waal’ en de Verordening Cliëntparticipatie WSW gemeente West Maas en
                            Waal’ wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In geval van wetswijzigingen die gevolgen hebben voor deze
                                    verordening is het college bevoegd om vooruitlopend op de
                                    formele wijziging van de verordening te beslissen in
                                    overeenstemming met de wetswijziging.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                    cliëntenparticipatie Participatiewet West Maas en Waal
                                    2015”.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 11 december
                        2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. G.E.M. Gieling Th.A.M. Steenkamp</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening cliëntenparticipatie Participatiewet 2015</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Artikel 47 Participatiewet draagt aan de gemeenteraad op om een verordening te
                    maken over de wijze waarop de personen bedoeld in artikel 7, lid 1, van de
                    Participatiewet of hun vertegenwoordigers worden betrokken bij de uitvoering van
                    de Participatiewet. Daarmee wordt aansluiting gezocht bij de Wet SUWI, waarin
                    staat dat cliëntenparticipatie onmisbaar is in een uitvoeringsstructuur waarin
                    de cliënt centraal staat. </al><al>In deze verordening is gekozen voor het instellen van een cliëntenraad. Door in
                    deze cliëntenraad leden te benoemen die worden voorgedragen door de
                    verschillende belangenorganisaties kunnen de ideeën van cliënten over de
                    uitvoering van de Participatiewet effectief worden verwoord.</al><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 Begripsbepalingen</tussenkop><al>Er is voor gekozen om begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet of
                    Awb niet afzonderlijk in deze verordening te definiëren. Dit voorkomt dat in
                    geval van wijziging van betreffende definities in de Participatiewet ook de
                    verordening moet worden gewijzigd.</al><tussenkop>Artikel 2 Benoeming cliëntenraad</tussenkop><al>Hoewel de Raad de verordening moet vaststellen, is er om pragmatische redenen
                    voor gekozen de bevoegdheid tot het instellen van de cliëntenraad en het
                    benoemen van de leden over te dragen aan het college.</al><al>Het is belangrijk dat de leden van de cliëntenraad een duidelijke binding hebben
                    met de doelgroepen van de Participatiewet. Daarom hebben personen,
                    belangenorganisaties en belangengroepen de bevoegdheid om de leden voor te
                    dragen. De wijze waarop deze organisaties tot hun voordracht komen, is bewust
                    niet geregeld. Juist omdat de leden gedragen moeten worden door de achterban, is
                    het zaak dat deze organisaties zelf tot een voordracht komen. Dit wordt
                    gekanaliseerd via de cliëntenraad zelf.</al><al>Omdat het belangrijk is dat de leden van de cliëntenraad voldoende binding
                    houden met de doelgroep, is de benoemingsduur beperkt tot de raadsperiode en kunnen zij alleen
                    worden herbenoemd als zij wederom worden voorgedragen. Daarmee wordt voorkomen dat
                    leden van de cliëntenraad tot in lengte van jaren kunnen blijven zitten, terwijl
                    zij inmiddels vervreemd kunnen zijn van hun achterban.</al><al>Wellicht ten overvloede zij vermeldt dat individuele leden op grond van de
                    Participatiewet IOAW, IOAZ of Bbz, welke tijdens de zittingsperiode uit de
                    uitkering gaan, kunnen aanblijven tot het einde van de zittingsperiode.</al><al>Indien het aantal leden tot onder het minimumaantal van 6 daalt, doet dat niets
                    af aan het bestaansrecht en de bevoegdheden van de cliëntenraad. Wel worden
                    wervingsactiviteiten ontplooid om zo spoedig mogelijk nieuwe leden te kunnen
                    benoemen.</al><tussenkop>Artikel 3 Taken van de cliëntenraad</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt de reikwijdte van de taken en bevoegdheden die aan de
                    cliëntenraad zijn toebedeeld. Naast een adviserende taak over de uitvoering van de Participatiewet
                    heeft de cliëntenraad ook recht van initiatief op dit terrein. Omdat sommige
                    onderwerpen nauw kunnen samenhangen met de uitvoering van de Participatiewet,
                    maar strikt genomen daar zelf geen deel van uitmaken, is de bevoegdheid van de
                    cliëntenraad met deze onderwerpen uitgebreid. De cliëntenraad wordt in ieder
                    geval om advies gevraagd bij het opstellen en wijzigen van beleidsplannen en
                    verordeningen met betrekking tot de Participatiewet.</al><al>Uitdrukkelijk worden individuele zaken buiten het overleg met de cliëntenraad
                    gehouden omdat de cliëntenraad geen belanghebbende is ten aanzien van
                    beslissingen die betrekking hebben op individuele gevallen.</al><tussenkop>Artikel 4 Overleg van en met de cliëntenraad</tussenkop><al>Dit artikel bevat de kern van de zaken die op grond van artikel 47 van de
                    Participatiewet in de verordening moeten worden geregeld. Het college overlegt
                    minstens vier maal per kalenderjaar met de cliëntenraad. Ingeval daartoe een
                    reden is kan er dus vaker worden overlegd. Het is logisch om enkel vaker te vergaderen indien beide partijen hiertoe reden zien.</al><tussenkop>Artikel 6 Facilitering en ondersteuning</tussenkop><al>Door de gemeente wordt een ambtelijk secretaris aangewezen die als vaste persoon
                    de cliëntenraad faciliteert en ondersteunt. Zonder relevante stukken kan de
                    cliëntenraad niets beginnen. Het college dient daarom ervoor te zorgen dat de
                    cliëntenraad over de benodigde stukken kan beschikken. Om te voorkomen dat het
                    college ook geheime stukken of willekeurig welke stukken dan ook op verzoek aan
                    de cliëntenraad zou moeten zenden, is bepaald dat het om ‘relevante’ stukken
                    moet gaan.</al><al>Nadat het college of de Raad heeft besloten op stukken waarop de cliëntenraad
                    een advies heeft uitgebracht, wordt teruggekoppeld wat er met de door de cliëntenraad
                    gegeven adviezen is gedaan.</al><al>De facilitering van de cliëntenraad is geregeld door jaarlijks een bedrag op te
                    nemen in de gemeentebegroting voor de uitgaven die verbonden zijn aan het functioneren van
                    de cliëntenraad. Op basis van een declaratie van de werkelijk gemaakte kosten,
                    wordt aan de leden van de cliëntenraad een onkostenvergoeding toegekend. Indien
                    de cliëntenraad andere uitgaven heeft, bijvoorbeeld als gevolg van het willen
                    volgen van een cursus, dient dit vooraf te worden aangevraagd bij het college.
                    Het college dient te beoordelen of een eventuele budgetverhoging die hier voor
                    nodig is, kan worden toegestaan.</al><tussenkop>Artikel 7 Deelname aan de regionale cliëntenraad</tussenkop><tussenkop>Artikel 7 maakt het mogelijk om leden van de lokale cliëntenraad af te
                    vaardigen naar de regionale cliëntenraad. De afgevaardigde leden vormen dan
                    gezamenlijk de regionale cliëntenraad. </tussenkop></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>