<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR355547_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 26-01-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Art. 6 lid 2 Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/12-15</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Vastgesteld bij raadsbesluit van 11 december 2014, nr. 2014/12-15,
                        14INT809</al><al>De raad van de gemeente West Maas en Waal,</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4
                        november 2014, </al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet,</al><al>besluit vast te stellen de</al><al/><al><vet>“Verordening loonkostensubsidie Participatiewet West
                        Maas en Waal 2015”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon met voltijdse arbeid niet in
                                staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                                mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan externe partijen om advies vragen met betrekking tot
                                het oordeel of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot
                                het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden
                                heeft tot arbeidsparticipatie. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het vaststellen van de loonwaarde van een persoon gelden drie
                                minimum criteria: </al><lijst><li nr="a."><al>de loonwaardebepaling wordt vastgesteld door of onder
                                        verantwoordelijkheid van een deskundige, en;</al></li><li nr="b."><al>de loonwaarde wordt bepaald op de werkplek van de
                                        belanghebbende met inbreng van de werkgever, en;</al></li><li nr="c."><al>de loonwaarde wordt bepaald op basis van een beschreven
                                        objectieve methode.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bepaalt in nadere regels de wijze waarop de loonwaarde
                                moet worden vastgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    loonkostensubsidie Participatiewet West Maas en Waal 2015.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>Mr. G.E.M. Gieling Th.A.M. Steenkamp</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening loonkostensubsidie Participatiewet 2015</titel></kop><tussenkop>Algemene Toelichting</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="a."><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. Voordat bezwaar wordt ingediend,
                    kan de werkgever en/of de werknemer een ´second opinion´ aanvragen. Register
                    arbeidsdeskundigen die de beroepscode SRA hanteren én kennis hebben van de
                    Dariuz loonwaarde meting kunnen het second opinion onderzoek uitvoeren. Zo kan
                    het gebruik van bezwaar en beroep worden ingeperkt. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon – die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie –
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer.</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="a."><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                            Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in
                            staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="b."><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                            vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een
                            persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte
                            arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                            functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                            ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="c."><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet):
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking. </al></li></lijst><tussenkop>Artikelsgewijs</tussenkop><tussenkop>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort</tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Volgens de wet is ambtshalve vaststelling alleen
                    mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35,
                            vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk
                            en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) tot het moment dat het
                            inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
                            jaren tenminste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon
                            in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van
                            de Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>De loonkostensubsidie geldt voor een persoon van wie is vastgesteld dat hij met
                    voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium kan het college advies inwinnen
                    bij externe partijen. Het gaat om advies met betrekking tot het oordeel of een
                    persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                    wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.
                    Hierbij kan gebruik worden gemaakt van de informatie van het UWV voor zover deze
                    organisatie al het bedoelde oordeel moet bepalen in het kader van de Wajong,
                    beschut werk en dergelijke.</al><al>Is het UWV nog geen oordeel gevraagd dan kan het college ook zelf vaststellen of
                    een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                    wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Het
                    college kan ook advies inwinnen bij een andere externe partij.</al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet. In artikel 1, tweede lid, is
                    vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve
                    criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie
                    vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde</tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                    loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                    persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>In de nadere regels legt het college vast met welke methode de loonwaarde wordt
                    bepaald en vastgesteld. Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het
                    college loonkostensubsidie aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van
                    de Participatiewet en met inachtneming van nadere en/of uitvoeringsregels welke
                    het college kan stellen betreffende de loonkosten subsidie. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>