<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR355339_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-07-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Woerden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Elektronisch Gemeenteblad, 21-12-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening parkeerbelastingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 225 van de Gemeentewet en parkeerverordening 2013</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>intrekking</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>124607/2015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening is vervangen door de Verordening parkeersbelastingen 2016</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen (Verordening
            parkeerbelastingen 2015) </intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Woerden,</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethoudesvan 18
                        november 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 225 van de Gemeentewet en de Parkeerverordening 2013; </al><al/><al><vet>besluit;</vet></al><al/><al>vast te stellen de <vet>"Verordening op de heffing en de invordering van
                            parkeerbelastingen 2015"</vet> (Verordening parkeerbelastingen
                        2015)</al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>a. <vet>Parkeren</vet>: het gedurende een aaneengesloten periode doen of
                        laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is
                        voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen
                        dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente
                        gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten,
                        waarop dit doen of laten staan niet in gevolge een wettelijk voorschrift is
                        verboden.</al><al>b. <vet>Motorvoertuig:</vet> hetgeen onder motorvoertuig wordt verstaan in
                        het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) met inbegrip
                        van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder i.a. van het RVV 1990. </al><al><vet>c. Houder:</vet></al><al>1. Degene op wiens naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten
                        tijde van het parkeren in het kentekenregister zoals bedoeld in de
                        Wegenverkeerswet 1994 was ingeschreven met dien verstande dat indien blijkt
                        dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, die
                        ander wordt aangemerkt als houder van het voertuig;</al><al>2. Degene die krachtens een lease-overeenkomst of een verklaring van de
                        werkgever kan aantonen dat hij, anders dan degene bedoeld onder 1, de
                        feitelijke gebruiker is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren
                        op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het
                        hiervoor bedoelde register was ingeschreven of;</al><al>3. Degene die krachtens een schriftelijke overeenkomst met degene bedoeld
                        onder 1, kan aantonen dat hij, anders dan degene bedoeld onder 1, het voor
                        het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren tot duurzaam
                        gebruik onder zich heeft.</al><al>d. <vet>Parkeerapparatuur</vet>: parkeermeters, parkeerautomaten, met
                        inbegrip van verzamelparkeermeters, het Centraal register en hetgeen naar
                        maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt
                        verstaan.</al><al>e. <vet>Parkeerapparatuurplaats</vet>: Een parkeerplaats behorende bij
                        parkeerapparatuur;</al><al>f.<vet> Centraal register:</vet> Het register van het Servicehuis Parkeer-
                        en Verblijfsrechten bestemd voor de registratie van parkeerrechten.</al><al>g. <vet>Belparkeren</vet>: Het in werking stellen van de parkeerapparatuur
                        met behulp van een mobiele telefoon of op een andere door de serviceprovider
                        geaccepteerde methode, of op een andere in het maatschappelijk en economisch
                        verkeer geaccepteerde methode om achteraf aan de betaalplicht te kunnen
                        voldoen. </al><al><vet>h. Serviceprovider: </vet>Aanbieder van belparkeren welke is
                        aangesloten bij het Centraal register.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel><vet>Belastbaar feit</vet></titel></kop><al>Onder de naam ‘parkeerbelastingen’ worden de volgende belastingen
                        geheven:</al><al>1. Een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan
                        wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het
                        college van burgemeester en wethouders te bepalen plaats, tijdstip en
                        wijze.</al><al>2. Een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor
                        het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en
                        wijze.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel><vet>Belastingplicht</vet></titel></kop><al>1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene
                        die het motorvoertuig heeft geparkeerd.</al><al>2. Als degene die het motorvoertuig heeft geparkeerd wordt mede
                        aangemerkt:</al><al>a. degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven
                        de belasting te willen voldoen;</al><al>b. zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel
                        a, heeft plaatsgevonden: de houder van het motorvoertuig, </al><al>3. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van
                        degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b, als degene die het
                        voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt
                        dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig
                        heeft gebruikgemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen
                        voorkomen.</al><al>4. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven bij
                        het gebruik van een gehandicaptenparkeerkaart op algemene
                        gehandicaptenparkeerplaatsen.</al><al>5. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene
                        die de vergunning heeft aangevraagd. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel><vet> Maatstaf van heffing, belastingtarief en
                            belastingtijdvak</vet></titel></kop><al>De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn
                        vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende
                        tarieventabel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel><vet>Ontstaan van de belastingschuld</vet></titel></kop><al>1. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de
                        aanvang van het parkeren, tenzij bij de aanvang van het parkeren de
                        parkeerapparatuur in werking is gesteld. </al><al>2. De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij
                        de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel><vet> De wijze van heffing en termijnen van betaling</vet></titel></kop><al>1. De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij
                        wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van
                        het parkeren. In afwijking op het hierboven bepaalde moet de belasting
                        overeenkomstig de aangifte worden betaald binnen één maand na het einde van
                        het parkeren, indien het bij de aanvang van het parkeren het in werking
                        stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het inloggen op het centrale
                        register. </al><al>2. De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij
                        wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip
                        waarop de vergunning wordt verleend. </al><al>3. Een naheffingsaanslag moet worden betaald binnen de termijn die op de
                        opgestuurde beschikking en acceptgiro vermeld is. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel><vet>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen</vet></titel></kop><al>De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen
                        betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden
                        geparkeerd, geschiedt in alle gevallen door het college van burgemeester en
                        wethouders bij openbaar te maken besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel><vet>Kosten</vet></titel></kop><al>De kosten van de naheffingsaanslag ter zake van de belasting bedoeld in
                        artikel 2, onderdeel a, bedragen € 59,00.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel><vet>Kwijtschelding</vet></titel></kop><al>Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel><vet>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</vet></titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de parkeerbelasting.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel><vet>Inwerkingtreding en citeertitel</vet></titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De “Verordening parkeerbelasting 2014”, vastgesteld op 18 december
                                2013, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde
                                datum van ingang van heffing, met dien verstande dat zij van
                                toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor de in het
                                derde lid genoemde datum hebben voorgedaan. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening
                                parkeerbelastingen 2015”.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Woerden in zijn</ondertekening><ondertekening>openbare vergadering, gehouden op 17 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier De voorzitter</ondertekening><ondertekening>E.M. Geldorp V.J.H. Molkenboer</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Tarieventabel </vet></al><al>Behorende bij en deel uitmakende van de “Verordening Parkeerbelastingen 2015”,
                    zoals deze is vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2014.</al><al/><al><onderstreept>Onderdeel 1</onderstreept></al><al>Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2,
                    onderdeel a, van de Verordening parkeerbelastingen 2015, bedraagt:</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><vet>In het gebied</vet></al></entry><entry><al><vet>Bij parkeerapparatuur</vet></al><al><vet>geschikt voor een </vet></al><al><vet>parkeertijd van</vet></al></entry><entry><al><vet>Bedrag</vet></al><al><vet>In euro’s</vet></al></entry><entry><al><vet>Per tijdseenheid</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zone A</al></entry><entry><al> 60 minuten</al></entry><entry><al>€ 0,20</al></entry><entry><al> 6 minuten*</al></entry></row><row><entry><al>Zone B</al></entry><entry><al>240 minuten </al></entry><entry><al>€ 0,20</al></entry><entry><al>6 minuten*</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>*Bij belparkeren geschiedt betaling per minuut.</vet></al><al/><al><onderstreept>Onderdeel 2</onderstreept></al><al>De vergunning bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt afgegeven voor het
                    tijdvak zoals die is gesteld in artikel 5, eerste lid, van de geldende
                    parkeerverordening.</al><al/><al><onderstreept>Onderdeel 3</onderstreept></al><al>Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van
                    de “Verordening parkeerbelasting 2015”, bedraagt per vergunning:</al><table><tgroup cols="3"><tbody><row><entry><al><vet>In het gebied</vet></al></entry><entry><al><vet>Soort vergunning</vet></al></entry><entry><al><vet>Bedrag per jaar in Euro’s</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zone B, D</al></entry><entry><al>Bedrijfsparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 699,60</al></entry></row><row><entry><al>Zone A, B, D</al></entry><entry><al>Aannemersparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 1.080,00</al></entry></row><row><entry><al>Zone B</al></entry><entry><al>Bewonersparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 156,00</al></entry></row><row><entry><al>Zone B</al></entry><entry><al>2<sup>e</sup> Bewonersparkeervergunning</al><al>Bezoekersparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 312,00</al><al>Kosteloos*</al></entry></row><row><entry><al>Zone B</al></entry><entry><al>Marktparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 36,00</al></entry></row><row><entry><al>Zone B, D</al></entry><entry><al>Zorgparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 156,00</al></entry></row><row><entry><al>Zone D</al></entry><entry><al>Woonwerkparkeervergunning:</al></entry><entry><al/></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Volledig (voor 5 of 6 vaste dagen)</al></entry><entry><al>€ 156,00</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Voor 4 vaste dagen (10% korting)**</al></entry><entry><al>€ 140,40</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Voor 3 vaste dagen (20% korting)**</al></entry><entry><al>€ 124,80</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Voor 1 of 2 vaste dagen (30% korting)**</al></entry><entry><al>€ 109,20</al></entry></row><row><entry><al>Zone D</al></entry><entry><al>Bewonersparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 36,00</al></entry></row><row><entry><al>Zone A, B, D</al></entry><entry><al>Werknemersparkeervergunning</al></entry><entry><al>kosteloos</al></entry></row><row><entry><al>Zone B, D</al></entry><entry><al>Bijzondere vergunning</al></entry><entry><al>€ 156,00</al></entry></row><row><entry><al>Vrachtwagenparkeerterrein</al></entry><entry><al>Vrachtwagenparkeervergunning</al><al>10 meter plaats</al></entry><entry><al>€ 369,30</al></entry></row><row><entry><al>Vrachtwagenparkeerterrein</al></entry><entry><al>Vrachtwagenparkeervergunning</al><al>&gt; 10 meter plaats</al></entry><entry><al>€ 662,40</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>* Zie onderdeel 4, de kosten worden niet jaarlijks in rekening gebracht maar op
                    basis van werkelijke geparkeerde minuten. </al><al>** De hoeveelheid korting wordt bepaald op basis van het in de
                    werkgeversverklaring genoemde aantal vaste dagen. </al><al/><al><onderstreept>Onderdeel 4</onderstreept></al><al>In afwijking van onderdeel 3 bedraagt het tarief voor parkeren met
                    parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de “Verordening
                    parkeerbelasting 2015”, zijnde een bezoekersparkeervergunning, zoals bedoeld in
                    de geldende parkeerverordening, € 0,60 per uur (betaling geschiedt per minuut)
                    met een plafond van € 75,- per kalenderjaar. De aanvraag is kosteloos. </al><al/><al><onderstreept>Onderdeel 5</onderstreept></al><al>Indien de belastingplicht voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2,
                    onderdeel b, van de “Verordening parkeerbelasting 2015” in de loop van het in
                    onderdeel 2 genoemde tijdvak wordt aangegaan, bedraagt het tarief, in afwijking
                    tot hetgeen gesteld in onderdeel 3, een naar rato berekend bedrag over de
                    resterende periode tot het einde van het in onderdeel 2 genoemde tijdvak.</al><al/><al><onderstreept>Onderdeel 6</onderstreept></al><al>Indien de belastingplicht voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2,
                    onderdeel b van de “Verordening parkeerbelasting 2015” wordt beëindigd in de
                    loop van het in onderdeel 2 genoemde tijdvak, bestaat aanspraak op restitutie
                    voor de volle maanden die resteren na het einde van de belastingplicht.</al><al/><al><onderstreept>Onderdeel 7</onderstreept></al><al>Het tarief voor een parkeervergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van
                    de “Verordening parkeerbelastingen 2015”, geldig voor de op de vergunning
                    aangegeven plaats en data bedraagt per vergunning:</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><tbody><row><entry><al><vet>In het gebied</vet></al></entry><entry><al><vet>Soort vergunning</vet></al></entry><entry><al><vet>Bedrag per parkeer-vergunning in
                                        Euro’s</vet></al></entry></row><row><entry><al>Zone A, B, D</al></entry><entry><al>Dagparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 15,00</al></entry></row><row><entry><al>Zone A, B, D</al></entry><entry><al>Weekparkeervergunning</al></entry><entry><al>€ 45,00</al></entry></row><row><entry><al>Vrachtwagenparkeerterrein</al></entry><entry><al>Dagparkeervergunning</al><al>10 meterplaats</al></entry><entry><al>€ 17,50</al></entry></row><row><entry><al>Vrachtwagenparkeerterrein</al></entry><entry><al>Dagparkeervergunning</al><al>&gt; 10 meterplaats</al></entry><entry><al>€ 20,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><onderstreept>Onderdeel 8</onderstreept></al><al>In afwijking van hetgeen in de onderdelen 1 tot en met 7 is gesteld bedraagt het
                    tarief voor het verkrijgen van een vergunning voor het mogen gebruiken van een
                    voor autodate aangewezen parkeerplaats per jaar € 620,00.</al><al><vet>Artikelgewijze toelichting op de parkeerbelastingverordening
                    2015</vet></al><al><vet><cursief>Begripsomschrijvingen (artikel 1 van de
                        verordening)</cursief></vet></al><al>Om duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening
                    voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 1. Zo is
                    betrekkelijk uitvoerig gedefinieerd wat wordt verstaan onder het parkeren van
                    een motorvoertuig. Om eenduidigheid in de wetgeving te houden wordt voor het
                    begrip motorvoertuigen verwezen naar het begrip motorvoertuig uit het RVV 1990.
                    Het begrip houder is uitvoering gedefinieerd om duidelijkheid te verschaffen in
                    welke opties toegestaan worden. Voor de houder van motorvoertuigen wordt gekeken
                    naar degene die naar de omstandigheden beoordeeld als houder van het
                    motorvoertuig moet worden beschouwd. Voor de houders van motorvoertuigen die
                    zijn ingeschreven in het kentekenregister wordt gekeken naar degene op wiens
                    naam het voor dat motorrijtuig afgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was
                    ingeschreven. Mocht er een leaseovereenkomst voor het betreffende kenteken
                    kunnen worden overlegd of een overeenkomst met de in het kentekenregister
                    geregistreerde houder van het voertuig waaruit blijkt dat de gebruiker van het
                    voertuig als houder kan worden aangemerkt, dan worden deze ook als houder
                    beschouwd. Voor het parkeren van andere voorwerpen dan motorvoertuigen komt de
                    heffing van parkeerbelastingen niet aan de orde. Voorts is nog een definitie
                    opgenomen van het begrip parkeerapparatuur en parkeerapparatuurplaats. De
                    begrippen ‘Belparkeren’, ‘Centraal register’ en ‘Serviceprovider’ zijn opgenomen
                    in het kader van digitalisering van betalingsmogelijkheden. </al><al/><al><vet><cursief>Belastbaar feit (artikel 2 van de
                    verordening)</cursief></vet></al><al>In artikel 2 is omschreven welke parkeerbelastingen geheven kunnen worden. Het
                    gaat dan om de belasting ter zake van het parkeren van een motorvoertuig op een
                    bepaalde aangewezen plaats en om een belasting ter zake van het
                    vergunningparkeren.</al><al><vet>Belastingplicht (artikel 3 van de verordening)</vet></al><al>In artikel 3 is voor de belastingplicht een uitzondering gemaakt voor
                    gehandicapten met een gehandicaptenparkeerkaart. Met het duidelijk zichtbaar
                    plaatsen van een gehandicaptenparkeerkaart in combinatie met zichtbaar plaatsen
                    van een parkeerkaart (blauwe kaart) waarop de aanvangstijd van het parkeren is
                    ingesteld, worden gehandicapten die parkeren op een algemene
                    gehandicaptenparkeerplaats (gehandicaptenparkeerplaatsen waaraan geen kenteken
                    gekoppeld is) uitgezonderd van de belastingplicht. </al><al><vet><cursief>Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak (artikel
                            4 van de verordening)</cursief></vet></al><al>In artikel 4 wordt voor het tarief, het tijdvak en de maatstaf van heffing
                    verwezen naar de tarieventabel. </al><al><vet><cursief>Ontstaan van de belastingschuld (artikel 5 van de
                            verordening)</cursief></vet></al><al>In artikel 5 is geregeld op welk tijdstip de belastingschuld ontstaat. Voor de
                    belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, is geregeld dat deze is
                    verschuldigd bij de aanvang van het parkeren tenzij bij de aanvang van het
                    parkeren de parkeerapparatuur in werking is gesteld. Deze toevoeging heeft
                    betrekking op bijvoorbeeld belparkeren waarbij achteraf de belastingschuld
                    ontstaat op basis van de daadwerkelijk geparkeerde minuten. De belasting genoemd
                    in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het
                    heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven. Dit is gedaan om ook in het
                    geval van een doorlopende vergunning steeds de belastingschuld te laten ontstaan
                    bij de aanvang van een nieuw tijdvak. </al><al><vet><cursief>Wijze van heffing en termijnen van betaling (artikel 6 van de
                            verordening)</cursief></vet></al><al>In artikel 6 hebben de wijze van heffing en de betalingstermijn een plaats
                    gevonden. Op grond van de wettelijke regeling wordt de belasting genoemd in
                    artikel 2, onderdeel a, aangemerkt als geheven bij wege van voldoening op
                    aangifte en zij moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Het
                    achteraf voldoen van de parkeerbelasting kan middels belparkeren zoals als
                    tweede bepaling weergegeven in het eerste lid van artikel 6. Als geen betaling
                    heeft plaatsgevonden kan een naheffingsaanslag worden opgelegd. Voor de
                    belasting genoemd in artikel 2, onderdeel b, is bepaald dat deze wordt geheven
                    bij wege van voldoening op aangifte. </al><al><vet><cursief>Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen (artikel 7 van de
                            verordening)</cursief></vet></al><al>In artikel 7 is opgenomen dat het college van burgemeester en wethouders de
                    bevoegdheid heeft om aan te wijzen de plaats waar en het tijdstip en de wijze
                    waarop tegen betaling van belasting mag worden geparkeerd. Op grond van artikel
                    225 van de Gemeentewet moet de verordening namelijk een regeling bevatten in
                    welke gevallen het college van burgemeester en wethouders die aanwijzing kan
                    doen. In het verleden is discussie geweest over de vraag of bezwaar en beroep
                    mogelijk is tegen een dergelijke aanwijzing indien deze is vervat in een
                    afzonderlijk besluit, dat gebaseerd is op de verordening, maar er geen deel van
                    uitmaakt. In een uitspraak van 12 april 1999 (nr. H01.98.1361) heeft de afdeling
                    Bestuursrechtspraak van de Raad van State beslist dat zulks niet mogelijk is.
                    Een op grond van de verordening parkeerbelastingen genomen aanwijzingsbesluit
                    berust namelijk op een wettelijk voorschrift inzake belastingen (artikel 225
                    Gemeentewet). Op grond van artikel 8:4, aanhef en onder g, van de Awb staat
                    daartegen geen voorziening open.</al><al><vet><cursief>Kosten (artikel 8 van de verordening)</cursief></vet></al><al>In dit artikel worden alle in rekening te brengen kosten, indien niet op
                    reguliere wijze wordt betaald, geregeld. Het in rekening brengen van de kosten
                    van een naheffingsaanslag is niet in strijd met artikel 6 van het Europees
                    verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden
                    (EVRM). De kosten van de naheffingsaanslag zijn niet aan te merken als een boete
                    (Hof ’s-Gravenhage, 1 februari 1994, nr. 931235-E-3). Per 1 januari 2015
                    bedraagt het maximumbedrag dat voor een naheffingsaanslag aan kosten in rekening
                    mag worden gebracht € 59,00.</al><al><vet><cursief>Kwijtschelding (artikel 9 van de verordening)
                    </cursief></vet></al><al>Voor parkeerbelastingen wordt geen kwijtschelding verleend.</al><al><vet><cursief>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders
                            (artikel 10 van de verordening)</cursief></vet></al><al>Deze nadere regelgeving heeft betrekking op de regelgeving inzake zaken als
                    aangifte, voorlopige aanslagen en invorderingsrente</al><al><vet>Jurisprudentie</vet></al><al>Van parkeren is geen sprake gedurende de tijd dat het motorvoertuig nodig is
                    voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk laden of lossen van zaken (Hof
                    ’s-Gravenhage 28 april 1993, nr. 921 361-E-3 en nr. 921 700-E-3, Belastingblad
                    1993, blz. 585 en 586, Hof Arnhem 16 september 1993, nr. 920 866, Belastingblad
                    1994, blz. 207 en Hof Amsterdam 12 november 1993, nr. 2108/92, M IV,
                    Belastingblad 1994, blz. 208). De Hoge Raad heeft in zijn arrest van 12 mei
                    1999, nr. 33 286, Belastingblad 1999, blz. 566 een definitie gegeven van het
                    begrip onmiddellijk laden en lossen: ‘Onder het onmiddellijk laden en lossen
                    (...) dient te worden verstaan het onmiddellijk nadat het motorvoertuig tot
                    stilstand is gebracht bij voortduring inladen of uitladen van goederen van enige
                    omvang of enig gewicht, gedurende de tijd die daarvoor nodig is.’ </al><al/></bijlage></regeling></body></cvdr>