<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35519_1</dcterms:identifier><dcterms:title>WMO-raad verordening gemeente Dinkelland</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dinkelland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">DinkellandVisie 31 mei 2007</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>WMO-raad verordening gemeente Dinkelland</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 11 en 12 Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), de Algemene wet bestuursrecht, artikel 150 van de Gemeentewet;</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-05-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-06-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vervallen door vervallen van de Wet maatschappelijke ondersteuning per 1 januari 2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>WMO-raad verordening gemeente Dinkelland</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al/><al>De raad van de gemeente Dinkelland;</al><al/><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 17 april 2007;</al><al/><al>gelet op artikel 11 en 12 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo),
                        de Algemene wet bestuursrecht en artikel 150 van de Gemeentewet;</al><al/><al>overwegende dat de gemeenteraad, op grond van artikel 11 lid 1 van de Wet
                        maatschappelijke ondersteuning, verplicht is bij verordening regels te
                        stellen over de wijze waarop personen als bedoeld in artikel 11 en 12 van
                        voormelde wet of hun vertegenwoordigers, worden betrokken bij de uitvoering
                        van die wet, waarbij in ieder geval wordt geregeld:</al><al/><al>a. de wijze waarop met deze personen of hun vertegenwoordigers periodiek
                        overleg wordt gevoerd;</al><al>b. de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers onderwerpen voor
                        de agenda van dit overleg kunnen aanmelden;</al><al>c. de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers van de voor een
                        adequate deelname aan het overleg benodigde informatie worden voorzien;</al><al/><al>besluit</al><al/><al>vast te stellen</al><al/><al><vet>de Wmo-raad verordening gemeente Dinkelland</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Begripsbepalinge</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder</al><al>a. Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning (Stb. 2006, 351);</al><al>b. de wet: de wetten als bedoeld onder a;</al><al>c. ingezetene: de persoon die woonachtig is in de gemeente Dinkelland en
                            staat ingeschreven in de bevolkingsadministratie</al><al>d. Wmo-raad: een uit afgevaardigden van de onder e bedoelde clusters van
                            belangenorganisaties bestaand gremium, met taken en bevoegdheden zoals
                            in deze verordening omschreven;</al><al>e. belangenorganisaties: organisaties van ingezetenen, alsmede
                            organisaties die mede de belangen van ingezetenen in het grondgebied van
                            de gemeente Dinkelland behartigen;</al><al>f. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                            Dinkelland;</al><al>g. breed overleg: overleg van de Wmo-raad met diverse
                            consumentenorganisatie met als doel informatie en feedback te verkrijgen
                            voor de advisering aan het college;</al><al>h. raadpleging: overleg van de Wmo-raad met ingezetenen en directe
                            gebruikers van maatschappelijke ondersteuning met als doel informatie te
                            verkrijgen voor de advisering aan het college</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben
                            dezelfde betekenis als bedoeld in de wet en de Algemene wet
                            bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt
                            afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Taak en doelstelling Wmo-raad</label></kop><lid><lidnr>1. </lidnr><al>De Wmo-raad heeft tot doel het bevorderen van een integraal en
                            evenwichtig gemeentelijk beleid op het gebied van maatschappelijke
                            ondersteuning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Wmo-raad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit aan het college
                            over beleidsmatige aangelegenheden op het terrein van maatschappelijke
                            ondersteuning, alsmede over aangelegenheden die de gemeentelijke
                            uitvoering en de kwaliteit van de dienstverlening op dit terrein
                            betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met uitzondering van de daarbij gehanteerde gemeentelijke procedures en
                            regelingen is de Wmo-raad niet bevoegd te adviseren over en/of zich
                            bezig te houden met:</al><al>a. klachten, bezwaarschriften en andere aangelegenheden op het gebied
                            van maatschappelijke ondersteuning die individueel van aard zijn, dan
                            wel op individuele personen betrekking hebben;</al><al>b. de verplichte gemeentelijke uitvoering van wettelijke voorschriften
                            op het gebied van maatschappelijke ondersteuning, voor zover ten aanzien
                            van de uitvoering daarvan geen ruimte voor eigen gemeentelijk beleid
                            aanwezig is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Samenstelling Wmo-raad</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Wmo-raad bestaat uit minimaal 5 personen en maximaal 10
                            personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevordert de instelling en de instandhouding van een
                            Wmo-raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Wmo-raad streeft naar een vertegenwoordiging van minimaal de
                            navolgende clusters van belangenorganisaties: ouderen, lichamelijk
                            gehandicapten en chronisch zieken, mantelzorgers, jeugd en jongeren,
                            verstandelijk gehandicapten, personen behorende tot de geestelijke
                            gezondheidszorg, vrijwilligers, kernraden e.a. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per cluster van belangenorganisaties kan maximaal één vertegenwoordiger
                            lid van de Wmo-raad zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De door de clusters voorgedragen leden voor de Wmo-raad worden, voor
                            zover geen sprake is van onverenigbaarheid van functies als bedoeld in
                            het achtste lid, door het college voor vier jaar benoemd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De leden van de Wmo-raad zijn herbenoembaar, met dien verstande dat de
                            zittingstermijn per lid maximaal acht jaar bedraagt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Bij tussentijds aftreden van een lid voorziet, voor de resterende
                            zittingstermijn, het afvaardigende cluster in een voordracht van een
                            nieuw lid vanuit deze cluster aan het college. Kan deze organisatie
                            hieraan niet voldoen, dan kan de vacature, met toestemming van de
                            overige leden van de Wmo-raad, worden ingevuld door een ander.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het lidmaatschap van de Wmo-raad is onverenigbaar met:</al><al>a.het lidmaatschap van het college, de gemeenteraad en/of een ander
                            gemeentelijk cliëntenplatform of adviescommissie;</al><al>b. het werknemerschap van de gemeente Dinkelland, of het verrichten van
                            werkzaamheden in welke aard dan ook onder verantwoordelijkheid van het
                            college op het beleidsterrein als bedoeld in artikel 2, derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 4 Werkwijze Wmo-raad</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Wmo-raad heeft een door het college benoemde onafhankelijke
                            voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De leden van de Wmo-raad benoemen uit hun midden een plaatsvervangend
                            voorzitter, een secretaris en/of een penningmeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergaderingen van de Wmo-raad worden voorgezeten door de voorzitter
                            dan wel, bij diens afwezigheid, door de plaatsvervangend
                            voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De leden van de Wmo-raad verrichten hun werkzaamheden in principe zonder
                            last en ruggespraak maar voeren, waar nodig, overleg met de achterban en
                            overige belanghebbenden. Hiertoe houdt zij breed overleg en/of
                            raadplegingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>a. De voorzitter heeft geen stemrecht bij het uitbrengen van een advies
                            aan het college.</al><al>b. Onverminderd het onder a bepaalde beslist de voorzitter, indien en
                            voor zover sprake is van het staken van stemmen bij het uitbrengen van
                            een advies aan het college.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De adviezen van de Wmo-raad worden schriftelijk, door middel van
                            brieven, verslagen en/of rapporten uitgebracht waarbij, indien daartoe
                            wordt verzocht, een minderheidsstandpunt van één of meer leden in het
                            advies dient te worden opgenomen. Het streven is om te komen tot een
                            éénstemmige advisering aan het college.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Indien de besluitvorming van het college en/of een voorstel aan de
                            gemeenteraad afwijkt van de advisering van de Wmo-raad wordt dit
                            vermeld, waarbij tevens wordt aangegeven op welke gronden van de
                            advisering van de raad is afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Ambtelijke ondersteuning/facilitering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een medewerker, of diens plaatsvervanger, van de afdeling Ontwikkeling
                            is contactpersoon van de Wmo-raad voor zover het werkzaamheden betreffen
                            die verband houden met de beleidsadvisering, het aanreiken van de
                            benodigde stukken voor de agenda, het verwerken van de adviezen alsmede
                            het in voorkomende gevallen deelnemen aan de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De secretaris van de Wmo-raad voorziet in het voorbereiden van de
                            vergaderingen van de raad, waaronder de reservering van de
                            vergaderruimte, het in overleg met de voorzitter opstellen en versturen
                            van de agenda met bijlagen en de verslaglegging van het besprokene
                            tijdens de vergadering.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de overige secretariaatswerkzaamheden van de Wmo-raad voorzien de
                            leden van de raad zelf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 De vergadering</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Wmo-raad vergadert tenminste vier maal per kalenderjaar, of zoveel
                            vaker als de voorzitter dan wel een meerderheid van de leden van de raad
                            dat nodig achten, doch ten hoogste twaalf maal per kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergaderingen van de Wmo-raad worden zoveel mogelijk in het
                            gemeentehuis te Denekamp gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de Wmo-raad melden onderwerpen voor de agenda van de
                            vergadering zoveel mogelijk voorafgaande aan de vergadering bij de
                            secretaris, of diens plaatsvervanger, als bedoeld in artikel 5, tweede
                            lid aan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in artikel 5, tweede lid wordt per
                            vergadering een verslag, in-clusief een besluiten- en/of actielijst,
                            opgemaakt. Dit verslag wordt uiterlijk 2 weken na de dag van de
                            vergadering opgesteld en uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Wmo-raad heeft de mogelijkheid derden, waaronder medewerkers en/of
                            vertegenwoordigers van de gemeente Dinkelland, voor een toelichting of
                            een uiteenzetting tijdens de vergadering uit te nodigen, indien een
                            agendapunt daartoe aanleiding geeft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De portefeuillehouder Maatschappelijke ondersteuning bezoekt op verzoek
                            van de Wmo-raad de vergadering, met een minimum van één keer per
                            kalenderjaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>a. De Wmo-raad kan geen besluiten nemen of advies uitbrengen, indien
                            niet tenminste de helft van het aantal stemgerechtigde leden bij de
                            vergadering aanwezig is.</al><al>b. Onverminderd het bepaalde in artikel 4, zesde lid worden alle
                            besluiten en adviezen van de Wmo-raad met meerderheid van stemmen
                            genomen en uitgebracht.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De vergaderingen van de Wmo-raad zijn openbaar en voor iedereen
                            toegankelijk, tenzij het onderwerp op de agenda zich daarvoor niet
                            leent.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De ter behandeling in de vergadering ingebrachte stukken zijn, voor
                            aanvang van de vergadering, voor het publiek ter inzage beschikbaar,
                            tenzij het tiende lid van dit artikel in werking treedt.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het achtste lid kan de gemeente en de
                            Wmo-raad besluiten tot het houden van een besloten vergadering. In dat
                            geval zijn, in afwijking van het bepaalde in het achtste en negende lid,
                            de ter behandeling in die vergadering ingebrachte stukken en de
                            verslaglegging daarvan niet voor het publiek ter inzage
                            beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in deze verordening stelt de Wmo-raad
                            een huishoudelijk reglement vast welk reglement, ter goedkeuring, aan
                            het college wordt voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 De informatievoorziening</label></kop><al>In het belang van een juiste en adequate besluitvorming en advisering door
                        de Wmo-raad draagt de medewerker, of diens plaatsvervanger, als bedoeld in
                        artikel 5, eerste lid, zorg voor een tijdige en zo volledig mogelijke
                        informatievoorziening aan de leden van de Wmo-raad, voor zover het
                        aangelegenheden betreft die tot de taak- en doelstelling van de Wmo-raad
                        behoren als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8 Facilitering Wmo-raad</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan de Wmo-raad wordt jaarlijks, in overeenstemming met de terzake
                            geldende gemeentelijke bepalingen, een subsidie toegekend voor de door
                            de Wmo-raad en/of de leden van de Wmo-raad te maken onkosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onkosten, door de voorzitter en/of de leden van de Wmo-raad gemaakt ten
                            behoeve van de uitoefening van het lidmaatschap van de Wmo-raad, komen
                            ten laste van de subsidie als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien en voor zover sprake is van onkosten door de Wmo-raad en/of de
                            leden van deze raad, waarin de subsidie als bedoeld in het eerste lid
                            niet voorziet, worden deze slechts vergoed na voorafgaande goedkeuring
                            of toestemming door het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Beëindiging lidmaatschap Wmo-raad en invulling vacature</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3, derde tot en met zevende lid,
                            eindigt het lidmaatschap van de Wmo-raad in ieder geval indien een lid:
                            a. geen belanghebbende of afgevaardigde meer is van het cluster van de
                            belangenorganisatie, waarvoor dat lid zitting in de Wmo-raad heeft;</al><al>b. op persoonlijke titel of om persoonlijke redenen aftreedt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij beëindiging van het lidmaatschap van de Wmo-raad als bedoeld in het
                            eerste lid blijft het lid voor zover mogelijk de functie namens het
                            afvaardigende cluster vervullen, totdat in de vacature is voorzien, met
                            een maximale termijn van 3 maanden na de dag van opzegging of
                            beëindiging van het lidmaatschap.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met inachtneming van het bepaalde in het tweede lid en onverminderd het
                            bepaalde in artikel 3 voorziet het afvaardigende cluster op zo kort
                            mogelijke termijn na kennisname van de beëindiging van het lidmaatschap
                            van het lid in een voordracht van een nieuw lid namens deze cluster aan
                            het college.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Verslaglegging en verantwoording</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks vóór 1 april brengt de Wmo-raad verslag uit aan het college
                            over de door de raad in het daaraan voorafgaande kalenderjaar verrichte
                            activiteiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in het eerste lid wordt, voor zover daartoe
                            aanleiding bestaat, vergezeld van voorstellen in het belang van een
                            integraal en evenwichtig gemeentelijk beleid op het terrein van
                            maatschappelijke ondersteuning dan wel ter verbetering van beleidsmatige
                            aangelegenheden die de gemeentelijke uitvoering en de kwaliteit van de
                            dienstverlening op dit terrein betreffen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verslag als bedoeld in het eerste lid wordt voorts een
                            financieel verslag gevoegd waarin, door de voorzitter en/of de
                            penningmeester, namens de Wmo-raad verantwoording wordt afgelegd over
                            het door de raad gevoerde financiële beleid over het jaar waarvan
                            verslag wordt gedaan ten aanzien van de wijze van besteding van de aan
                            de raad beschikbaar gestelde subsidie als bedoeld in artikel 8, eerste
                            lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>a. Het college brengt jaarlijks verslag uit aan de gemeenteraad inzake
                            de uitvoering van deze verordening.</al><al>b. Bij dit verslag worden de bevindingen, de aanbevelingen en de
                            financiële verantwoording van de Wmo-raad op basis van het verslag als
                            bedoeld in het eerste lid betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Evaluatie</label></kop><al>Het college evalueert, in samenspraak met in ieder geval de voorzitter van
                        de Wmo-raad, eens per jaar het functioneren van de raad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Uitvoering verordening</label></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is belast met de uitvoering van het bepaalde in deze
                            verordening</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college is, gehoord de Wmo-raad, bevoegd om nadere regels te stellen
                            met betrekking tot de uitvoering van deze verordening, in gevallen
                            waarin deze verordening niet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Citeertitel</label></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Wmo-raad verordening gemeente
                        Dinkelland.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Inwerkingtreding</label></kop><al/><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2007.</al><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van 22 mei
                        2007.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>G.H.M. Flinkers Mr. F.P.M. Willeme</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Toelichting Wmo-raad verordening gemeente Dinkelland </label></kop><al>A. Algemene toelichting</al><al/><al><vet>1. Inleiding</vet></al><al>Op grond van artikel 11 van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) dienen
                    door de raad bij verordening regels gesteld te worden over de wijze waarop
                    personen als bedoeld in artikel 11 en 12, van de Wmo of hun vertegenwoordigers,
                    worden betrokken bij de uitvoering van die wet.</al><al>Met de voormelde personen worden bedoeld:</al><al>ingezetenen van de gemeente;</al><al>In de verordening dient in ieder geval te worden geregeld:</al><al>a. de wijze waarop met deze personen of hun vertegenwoordigers periodiek overleg
                    wordt gevoerd;</al><al>b. de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers onderwerpen voor de
                    agenda van dit overleg kunnen aanmelden;</al><al>c. de wijze waarop deze personen of hun vertegenwoordigers van de voor een
                    adequate deelname aan het overleg benodigde informatie worden voorzien;</al><al/><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 1 Begripsbepalingen</vet></al><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt, sluiten zoveel mogelijk aan
                    en hebben zoveel mogelijk een gelijkluidende betekenis als de omschrijving
                    hiervan in de relevante wetgeving. Dit is mede vastgelegd in het tweede lid van
                    dit artikel. De in het eerste lid vermelde omschrijvingen spreken verder voor
                    zich.</al><al/><al><vet>Artikel 2 Taak en doelstelling Wmo-raad</vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat het college de instelling en instandhouding van
                    een Wmo-raad bevordert.</al><al>In het tweede lid wordt de doelstelling van de Wmo-raad beschreven.</al><al>In het derde lid is verankerd dat de Wmo-raad gevraagd en ongevraagd advies aan
                    het college kan uitbrengen over beleidsmatige aangelegenheden op het terrein van
                    maatschappelijke ondersteuning, alsmede over aangelegenheden die de
                    gemeentelijke uitvoering en de kwaliteit van de dienstverlening op dit terrein
                    betreffen.</al><al>Het vierde lid geeft aan omtrent welke aangelegenheden de Wmo-raad niet bevoegd
                    is te adviseren dan wel zich daarmee bezig te houden.</al><al/><al><vet>Artikel 3 Samenstelling Wmo-raad</vet></al><al>In dit artikel is geregeld, dat de belanghebbenden bij maatschappelijke
                    ondersteuning in de gemeente Dinkelland zich door middel van
                    belangenorganisaties kunnen laten vertegenwoordigen in de Wmo-raad. Ten aanzien
                    van doelgroepen bestaan soms meerdere belangenorganisaties. Gekozen wordt om
                    deze te clusteren en dat per cluster van belangenorganisaties één
                    vertegenwoordiger lid van de raad kan zijn.</al><al>In dit artikel is voorts geregeld:</al><lijst><li nr="·"><al>het feit dat de leden van de raad door het college worden benoemd;</al></li><li nr="·"><al>er een onafhankelijke voorzitter is;</al></li><li nr="·"><al>de zittingsperiode van de leden, waarbij wordt aangesloten bij de
                            zittingstermijn van de raad;</al></li><li nr="·"><al>de maximale zittingsperiode van de leden (acht jaar);</al></li><li nr="·"><al>het voorzien in een voordracht bij een tussentijds aftreden van een
                            lid;</al></li><li nr="·"><al>de onverenigbaarheid van functies van de leden.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 4 Werkwijze Wmo-raad</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 5 Ambtelijke ondersteuning</vet></al><al>In dit artikel is vastgelegd dat de leden van de Wmo-raad zelf in de
                    secretariaatswerkzaamheden dienen te voorzien, voor zover het geen werkzaamheden
                    betreffen die verband houden met de taken van de medewerker van de gemeente, die
                    als contactpersoon optreedt tussen de Wmo-raad en de gemeente. Deze
                    werkzaamheden worden door een medewerker, of diens plaatsvervanger, van de
                    afdeling Ontwikkeling verzorgd. Dit met het oog op het vervaardigen van het 4
                    jaren activiteitenplan, als bedoeld in artikel 3 van de Wmo en de coördinatie
                    van de daaruit voortvloeiende activiteiten.</al><al/><al><vet>Artikel 6 De vergadering</vet></al><al>De plaats en de frequentie op jaarbasis van de vergaderingen van de Wmo-raad is
                    in dit artikel geregeld, evenals de wijze waarop:</al><lijst><li nr="·"><al>met de leden van de Wmo-raad periodiek overleg wordt gevoerd;</al></li><li nr="·"><al>de wijze waarop de leden van de Wmo-raad onderwerpen voor de agenda van
                            dit overleg kunnen aanmelden.</al></li></lijst><al>Voorts is in dit artikel geregeld:</al><lijst><li nr="·"><al>binnen welke termijn de verslagen van de vergaderingen moeten zijn
                            opgesteld en uitgebracht;</al></li><li nr="·"><al>de mogelijkheid van de Wmo-raad om derden voor een toelichting of een
                            uiteenzetting tijdens de vergadering uit te nodigen;</al></li><li nr="·"><al>de wijze van besluitvorming i.c. advisering door de Wmo-raad;</al></li><li nr="·"><al>de openbaarheid van de vergaderingen;</al></li><li nr="·"><al>de mogelijkheid tot het houden van een besloten vergadering;</al></li><li nr="·"><al>het feit dat de Wmo-raad met inachtneming van deze verordening een
                            reglement van orde dient op te stellen, dat ter goedkeuring aan het
                            college dient te worden voorgelegd.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 7 De informatievoorziening</vet></al><al>De wijze waarop de leden van de Wmo-raad van de voor een adequate deelname aan
                    het overleg benodigde algemene informatie op het terrein van maatschappelijke
                    ondersteuning worden voorzien is in het eerste lid bepaald.</al><al/><al><vet>Artikel 8 Facilitering Wmo-raad</vet></al><al>Aan de uitoefening van de taak van de Wmo-raad zijn kosten verbonden, o.a. voor
                    het raadplegen van achterban en gebruikers van voorzieningen. Ter bestrijding
                    van de door de raad en/of de leden van deze raad te maken onkosten is in dit
                    artikel vastgelegd dat:</al><lijst><li nr="·"><al>aan de Wmo-raad, in overeenstemming met de terzake geldende
                            gemeentelijke bepalingen, jaarlijks een subsidie wordt toegekend;</al></li><li nr="·"><al>dat onkosten, door de leden van de Wmo-raad gemaakt ten behoeve van de
                            uitoefening van het lidmaatschap van deze raad, ten laste van die
                            subsidie komen;</al></li><li nr="·"><al>indien en voor zover sprake is van onkosten door de Wmo-raad en/of de
                            leden daarvan, waarin de toegekende subsidie niet voorziet, deze slechts
                            worden vergoed na voorafgaande goedkeuring of toestemming door het
                            college.</al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 9 Beëindiging lidmaatschap Wmo-raad en invulling
                    vacature</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 10 Verslaglegging en verantwoording</vet></al><al>In de eerste drie leden is geregeld dat:</al><lijst><li nr="·"><al>de Wmo-raad jaarlijks, vóór 1 april, verslag aan het college dient uit
                            te brengen over de door haar in het daaraan voorafgaande kalenderjaar
                            verrichte activiteiten;</al></li><li nr="·"><al>het verslag zoveel mogelijk wordt vergezeld van voorstellen door de
                            Wmo-raad in het belang van het realiseren van een integraal en
                            evenwichtig gemeentelijk beleid op het terrein van maatschappelijke
                            ondersteuning, alsmede van een kwalitatief zo hoog mogelijke
                            dienstverlening op dit terrein in de gemeente Dinkelland;</al></li><li nr="·"><al>de Wmo-raad zich, door middel van de voorzitter en de penningmeester,
                            met dat verslag tevens financieel moet verantwoorden over het door de
                            Wmo-raad gevoerde financiële beleid over het jaar waarvan verslag wordt
                            gedaan ten aanzien van de wijze van besteding van de aan de raad
                            beschikbaar gestelde subsidie.</al></li></lijst><al>Op grond van het vierde lid wordt minimaal één keer per jaar verantwoording door
                    het college aan de gemeenteraad afgelegd inzake de uitvoering van deze
                    verordening. Deze verantwoording vindt schriftelijk plaats in het tweede
                    kwartaal, volgend op een vol kalenderjaar. Gelet op de datum van
                    inwerkingtreding zoals vastgelegd in artikel 14 van deze verordening vindt deze
                    verantwoording voor het eerst plaats in het tweede kwartaal van 2008.</al><al>Bij de verantwoording op grond van deze verordening worden door het college de
                    bevindingen, de aanbevelingen en de financiële verantwoording van de Wmo-raad op
                    basis van het verslag als bedoeld in het eerste lid van dit artikel,
                    betrokken.</al><al/><al><vet>Artikel 11 Evaluatie</vet></al><al>Het wordt van belang geacht het functioneren van de Wmo-raad periodiek te
                    evalueren. De wijze en frequentie waarop deze evaluatie plaatsvindt is in dit
                    artikel geregeld.</al><al/><al><vet>Artikel 12 Uitvoering verordening</vet></al><al>Dat het college is belast met de uitvoering van de verordening zoals dat in het
                    eerste lid is vastgelegd, is wettelijk bepaald. Overeenkomstig hetgeen hierover
                    wettelijk is geregeld en met inachtneming van het gemeentelijke mandaatbesluit,
                    kan het college deze bevoegdheid mandateren aan gemeenteambtenaren, zulks onder
                    eventueel nader door het college te stellen regels en onder behoud van de
                    verantwoordelijkheid van het college van de door de gemeenteambtenaren terzake
                    namens het college genomen besluiten. </al><al>Voor een juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat
                    nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Op grond van het bepaalde in het
                    tweede lid heeft het college de bevoegdheid om, nadat de Wmo-raad terzake
                    gehoord is, dergelijke regels vast te stellen.</al><al/><al><vet>Artikel 13 Citeertitel</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 14 Inwerkingtreding</vet></al><al>Behoeft geen nadere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>