<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35517_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Brandbeveiligingsverordening 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-27</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147. Brandweerwet, art. 12.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-06-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Brandbeveiligingsverordening 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/><al>In de openbare vergadering van 28 juni 2010 heeft de gemeenteraad
                        besloten:</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Montfoort;</al><al>Gelet op artikel 147, eerste lid, Gemeentewet, en artikel 12 Brandweerwet
                        1985:</al><al>Overwegende dat:</al><lijst><li nr="-"><al>het verplicht is een verordening vast te stellen omtrent het
                                voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van
                                brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en
                                al hetgeen daarmee verband houdt, voor zover daarin niet bij of
                                krachtens de Woningwet of enige andere wet is voorzien</al></li><li nr="-"><al>het wenselijk is de gebruiksvergunning tijdelijke bouwsels in
                                bepaalde gevallen te verlenen voor meerdere jaren</al></li></lijst><al>besluit;</al><al>vast te stellen de “Brandbeveiligingsverordening 2010”:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>een inrichting: een voor mensen toegankelijke ruimtelijk
                                    begrensde plaats voor zover die geen bouwwerk is;</al></li><li nr="b."><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter
                                    plaatse te functioneren.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2</nr><titel>Gebruiksvergunning</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verbodsbepaling</titel></kop><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een door het college
                            verleende gebruiksvergunning een inrichting in gebruik te hebben of te
                            houden, voor zover daarin:</al><lijst><li nr="a."><al>meer dan 50 personen tegelijk aanwezig zullen zijn;</al></li><li nr="b."><al>aan meer dan 10 personen bedrijfsmatig of in het kader van
                                    verzorging nachtverblijf zal worden verschaft;</al></li><li nr="c."><al>aan meer dan 10 personen jonger dan 12 jaar, of aan meer dan 10
                                    lichamelijk of geestelijk gehandicapte personen dagverblijf zal
                                    worden verschaft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de gebruiksvergunning voorwaarden verbinden in
                                het belang van het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het
                                beperken van brandgevaar en het voorkomen en beperken van ongevallen
                                bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan de gebruiksvergunning nieuwe voorwaarden
                                verbinden en gestelde voorwaarden wijzigen of intrekken, indien het
                                belang waarvoor de gebruiksvergunning is verleend dit vereist op
                                grond van een verandering van inzichten of verandering van de
                                omstandigheden gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het
                                verlenen van de gebruiksvergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de vergunning voor meerdere jaren afgeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college is bevoegd nadere regels te stellen betreffende het
                                bepaalde in deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Het college weigert een gebruiksvergunning, indien de in de aanvraag
                            vermelde wijze van gebruik van de inrichting niet brandveilig is en door
                            het stellen van voorschriften ook niet kan worden bereikt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Intrekken vergunning</titel></kop><al> 1. Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning intrekken, indien:
                            a. blijkt dat zij de vergunning ten gevolge van onjuiste of onvolledige
                            gegevens hebben verleend; b. blijkt dat de houder van de vergunning niet
                            heeft voldaan aan een voorschrift van de vergunning; c. de datum of
                            periode waarop de vergunning betrekking heeft is verstreken zonder dat
                            de activiteit waarvoor de vergunning is verleend heeft plaatsgevonden;
                            d. het belang waarvoor de vergunning is verleend dit vereist op grond
                            van een verandering van de inzichten en/of verandering van de
                            omstandigheden, gelegen buiten de inrichting, opgetreden na het verlenen
                            van de vergunning en het niet mogelijk blijkt door het stellen of
                            wijzigen van voorschriften dat belang voldoende te beschermen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verplicht aanwezige bescheiden</titel></kop><al> In de inrichting waar de activiteiten plaatsvinden waarop de vergunning
                            betrekking heeft, moet de vergunning aanwezig zijn en moet deze op
                            verzoek van degene die is belast met de zorg voor de naleving van deze
                            verordening ter inzage worden gegeven.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3</nr><titel>Het voorkomen van brand en het beperken van brand en
                            brandgevaar</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Gebruikseisen</titel></kop><al>De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de
                            paragrafen 2.1, 2.2 en 2.3 van het Besluit brandveilig gebruik
                            bouwwerken (Stb. 2008, 327) zijn analoog van toepassing.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4</nr><titel>Het bestrijden van brand en het voorkomen en beperken van ongevallen
                            bij brand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Brandveiligheidsvoorzieningen</titel></kop><al>De eisen gesteld aan het brandveilig gebruik van bouwwerken in de
                            paragrafen 2.4, 2.5 2.6, 2.7 2.8 en 2.9 van het Besluit brandveilig
                            gebruik bouwwerken (Stb. 2008, 327) zijn analoog van toepassing</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Melden van brand en broei</titel></kop><al>Ieder die brand of broei ontdekt of deze vermoedt, is verplicht dit
                            onmiddellijk aan de brandweer te melden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Bossen, heidevelden, venen</titel></kop><al>De eigenaar van een aaneengesloten of vrijwel aaneengesloten opstand die
                            voor meer dan de helft bestaat uit naaldhout, een heideveld, een veen of
                            een ander terrein, dat met brandbare gewassen is begroeid, is verplicht
                            de voorschriften op te volgen, die het college geeft tot het voorkomen
                            van brand en het beperken van de gevolgen van brand.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Toezicht op de naleving</titel></kop><al>Het toezicht op de naleving van de bepalingen van deze verordening wordt
                            opgedragen aan ambtenaren van de brandweer en daartoe door het college
                            aangewezen ambtenaren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De brandbeveiligingsverordening van 20 december 1999 wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen die zijn verleend onder werking van de
                                brandbeveiligingsverordening van 20 december 1999 en die van kracht
                                zijn op het moment van inwerkingtreding van deze verordening worden
                                aangemerkt als vergunning krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om vergunning op grond van de
                                brandbeveiligingsverordening van 20 december 1999 is ingediend
                                waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om
                                vergunning krachtens de brandbeveiligingsverordening van 20 december
                                1999 wordt beslist met toepassing van deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de dag van
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als brandbeveiligingsverordening
                            Montfoort 2010. </al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mevrouw drs. D.E. van der Kamp de heer E.L. Jansen BA</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>