<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR355157_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Bomenverordening Geldrop-Mierlo 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-10-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Middenstandsbelangen, 08-10-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening Geldrop-Mierlo 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-09-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-10-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-07-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM2014.0374</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Bomenverordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Geldrop-Mierlo 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening</vet></al><al/><al><vet>Bomenverordening</vet><vet> 201</vet><vet>4</vet></al><al>De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al><al>Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 15 juli
                        2014;</al><al><vet>BESLUIT: </vet></al><al>de Bomenverordening Geldrop-Mierlo 2014 vast te stellen. </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><cursief>bebouwde kom</cursief>: de bebouwde kom van de
                                    gemeente, vastgesteld ingevolge artikel 1, vijfde lid, van de
                                    Boswet.</al></li><li nr="b."><al><cursief>beschermde houtopstand</cursief>: bijzondere
                                    beschermwaardige houtopstand met een bijzondere leeftijd,
                                    schoonheid- of zeldzaamheidswaarde of een bijzondere functie
                                    voor de omgeving die daarom is opgenomen in de lijst als bedoeld
                                    in artikel 11 van deze verordening (thans bekend als: “overzicht
                                    waardevolle particuliere bomen”).</al></li><li nr="c."><al><cursief>bevoegd gezag</cursief>: bevoegd gezag als bedoeld in
                                    artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht.</al></li><li nr="d."><al><cursief>bomen effect analyse</cursief>: een standaard
                                    beoordeling van de gevolgen van voorgenomen bouw of aanleg voor
                                    houtopstand, op basis van landelijke richtlijnen van de
                                    Bomenstichting.</al></li><li nr="e."><al><cursief>boom</cursief>: een levend houtachtig, opgaand gewas
                                    met een dwarsdoorsnede van de stam van minimaal 10 centimeter op
                                    1,3 meter hoogte boven het maaiveld. In geval van
                                    meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. Deze
                                    definitie is niet van toepassing op artikel 12 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="f."><al><cursief>boomstructuur</cursief>: lijnvormige beplanting van
                                    houtopstanden dat een functioneel geheel vormt.</al></li><li nr="g."><al><cursief>boomvlakken</cursief>: begrensd gebied met
                                    houtopstanden die samen een functioneel geheel vormen.</al></li><li nr="h."><al><cursief>boomwaarde</cursief>: de waarde van een boom,
                                    uitgedrukt in geld, zoals getaxeerd volgens de meest recente
                                    richtlijnen van de NVTB (Nederlandse Vereniging van Taxateurs
                                    van Bomen).</al></li><li nr="i."><al><cursief>bouwwerk</cursief>: elke constructie van enige omvang
                                    van hout, steen, metaal of ander materiaal die op plaats van
                                    bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden
                                    is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond,
                                    bedoeld om ter plaatse te functioneren.</al></li><li nr="j."><al><cursief>dunning</cursief>: een selectieve velling die dient als
                                    onderhoudsmaatregel ter bevordering van de overblijvende
                                    houtopstand en/of onderbeplanting waarbij het natuurlijk verloop
                                    van het desbetreffende milieu in stand blijft.</al></li><li nr="k."><al><cursief>gebouw</cursief>: elk bouwwerk dat een voor mensen
                                    toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden
                                    omsloten ruimte vormt.</al></li><li nr="l."><al><cursief>houtopstand</cursief>: één of meer bomen of
                                    boomvormers, of andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel
                                    uitmakend van hakhout, een houtwal, een grotere (lint)begroeiing
                                    van heesters en struiken, een beplanting van bosplantsoen, een
                                    struweel of een heg.</al></li><li nr="m."><al><cursief>kandelaberen</cursief>: het tot op de hoofdtakken
                                    korten van een houtopstand.</al></li><li nr="n."><al><cursief>knotten</cursief>: het regelmatig terugsnoeien van
                                    bomen en struiken tot een vast punt boven de grond.</al></li><li nr="o."><al><cursief>m</cursief><cursief>onument</cursief>: een door de
                                    gemeente, provincie of het Rijk als zodanig aangewezen
                                    onroerende zaak ten aanzien waarvan een beperkingenbesluit, als
                                    bedoeld in artikel 1 aanhef en onder b onder 2° tot en met 5°
                                    Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken
                                    in de openbare registers, is opgenomen.</al></li><li nr="p."><al><cursief>noodkap</cursief>: het direct
                            vellen van een houtopstand in verband met een spoedeisend belang voor de
                            openbare orde en/of direct gevaar voor persoon, dier en/of goed.</al></li><li nr="q."><al><cursief>perceel</cursief>: een stuk grond waarvoor één
                                    rechtsorde geldt en gezien de feitelijke situatie ter plaatse
                                    hoort bij de opstal.</al></li><li nr="r."><al><cursief>vellen</cursief>: rooien; kappen; verplanten; het voor
                                    meer dan 20% snoeien van de kroon of verwijderen van het
                                    wortelgestel, met inbegrip van kandelaberen; het verrichten van
                                    handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood, ernstige
                                    beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten
                                    gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Vergunningsplicht</titel></kop><al>Het is verboden om zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                            een houtopstand te vellen of te doen vellen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Vrijgestelde kap</titel></kop><al>Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 is niet vereist ingeval
                            de activiteit vellen betrekking heeft op: </al><lijst><li nr="1."><al>een houtopstand met een diameter van de stam van maximaal 20
                                    centimeter op 1,3 meter boven maaiveld.</al></li><li nr="2."><al>een houtopstand die op minder dan 2 meter vanaf de gevel van een
                                    gebouw, mits groter dan 2 m², staat.</al></li><li nr="3."><al>een houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                    Plantenziektenwet of krachtens een daartoe strekkend besluit van
                                    het college van burgemeester en wethouders dan wel de
                                    burgemeester, zulks onverminderd het bepaalde in artikel 11 van
                                    deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>het vellen van een houtopstand ter uitvoering van het reguliere
                                    onderhoud, waaronder mede begrepen dunning, het periodiek
                                    knotten, dan wel periodiek kandelaberen als noodzakelijke
                                    beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                    leibomen.</al></li><li nr="5."><al>houtopstanden op percelen in privaat eigendom, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand zich bevindt op een perceel, gelegen
                                            rondom zich op enige lijst bevindend monument;</al></li><li nr="b."><al>het een beschermde houtopstand betreft;</al></li><li nr="c."><al>de houtopstand is geplaatst op de door de bomenstichting
                                            opgemaakte inventaris van monumentale bomen.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>het vellen op basis van een door het bevoegd gezag vastgesteld
                                    beheer- of onderhoudsplan van het groen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Beperking op vrijgestelde kap</titel></kop><al>Het bepaalde in artikel 3 is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="1."><al>Een houtopstand die is opgenomen in de lijst van beschermde
                                    houtopstand als bedoeld in artikel 11;</al></li><li nr="2."><al>Een houtopstand die is aangelegd op basis van een herplant- en
                                    instandhoudingsplicht op grond van de artikelen 10 en 11 van
                                    deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 moet worden
                                aangevraagd door of namens, dan wel met toestemming van degene die
                                krachtens zakelijk recht of door degene die krachtens
                                publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de houtopstand te
                                beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Naast het bepaalde in artikelen 1.3 en 7.5 van de Regeling
                                omgevingsrecht dient een aanvraag om een omgevingsvergunning als
                                genoemd in artikel 2 vergezeld te zijn van:</al><lijst><li nr="a."><al>een schriftelijke motivering waarom aanvrager de betreffende
                                        houtopstand wil vellen of doen vellen;</al></li><li nr="b."><al>een goed leesbare situatieschets op tenminste schaal
                                        1:1000.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het bepaalde in het tweede lid kan voorts een
                                bomen-effect-analyse worden vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Criteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning om te vellen weigeren
                                dan wel onder voorschriften of beperkingen verlenen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 kan worden
                                geweigerd indien de belangen van verlening niet opwegen tegen de
                                belangen van behoud van de houtopstand op basis van één of meer van
                                de volgende waarden:</al><lijst><li nr="a."><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="b."><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="c."><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="d."><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="e."><al>waarden voor leefbaarheid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Gevaarzetting</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan de burgemeester
                            toestemming geven tot direct vellen (noodkap), indien sprake is van
                            acuut gevaar of een daarmee vergelijkbare situatie van spoedeisend
                            belang van openbare orde of veiligheid. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>De omgevingsvergunning als genoemd in artikel 2 kan worden ingetrokken
                            of gewijzigd: </al><lijst><li nr="1."><al>indien onjuiste of onvolledige gegevens ter verkrijging van de
                                    vergunning of ontheffing zijn verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>indien aan de vergunning verbonden voorschriften en beperkingen
                                    niet zijn of worden nagekomen.</al></li><li nr="3."><al>indien van de vergunning geen gebruik wordt gemaakt binnen één
                                    jaar na onherroepelijkheid van de vergunning, tenzij in de
                                    vergunning een langere termijn is opgenomen vanwege de
                                    voorzienbare langere uitvoeringstermijn van een project.</al></li><li nr="4."><al>indien het een vergunning voor het vellen van meer dan één
                                    houtopstand betreft, geldt dat de vergunning kan worden
                                    ingetrokken indien niet alle houtopstanden, binnen de in lid 3
                                    genoemde termijn, geveld zijn behoudens de in lid 3 gestelde
                                    bevoegdheid tot het in de vergunning voorschrijven van een
                                    langere termijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
                                behoren dat binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door
                                het bevoegd gezag te geven aanwijzingen, moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt ten minste
                                bepaald:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen welke termijn;</al></li><li nr="b."><al>op welke wijze;</al></li><li nr="c."><al>en hoeveel herplantpogingen moeten worden ondernomen om niet
                                        aangeslagen herplant te vervangen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse dan wel binnen redelijk te achten afstand
                                kan worden herplant, dan wel dat herplant naar het oordeel van het
                                bevoegd gezag naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende
                                compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand, kan het
                                bevoegd gezag aan de vergunning het voorschrift verbinden dat de
                                houtopstand niet mag worden geveld alvorens een geldelijke bijdrage
                                is gestort in het gemeentelijk herplantfonds.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stelt nadere regels vast voor het bepalen van de
                                hoogte van de in het vorige lid bedoelde geldelijke bijdrage.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot aan de omgevingsvergunning te verbinden voorschriften kan
                                behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en
                                aanlegwerken of andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie
                                mag worden overgegaan indien andere daarvoor benodigde vergunningen,
                                ontheffingen, toestemmingen of ruimtelijke ordeningsprocedures zijn
                                verleend en de feitelijke en financiële voortgang van de werken
                                voldoende gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien tegen de in het vijfde lid bedoelde besluiten nog de
                                mogelijkheid open staat om hiertegen een bezwaar of beroep in te
                                dienen kan aan de vergunning voorts het voorschrift worden verbonden
                                dat niet tot het vellen van de houtopstand wordt overgegaan indien
                                binnen de daarvoor openstaande termijn bij de bevoegde rechter een
                                verzoek om voorlopige voorziening is ingediend totdat op dat verzoek
                                is beslist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
                                zonder vergunning van het bevoegd gezag is geveld, dan wel op andere
                                wijze teniet is gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk
                                gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand bevond dan wel
                                aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van voorzieningen
                                bevoegd is, de verplichting opleggen te herplanten overeenkomstig de
                                door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen
                                termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien niet ter plaatse dan wel binnen redelijk te achten afstand
                                kan worden herplant, dan wel dat herplant naar het oordeel van het
                                bevoegd gezag naar maatstaven van redelijkheid onvoldoende
                                compensatie biedt voor het vellen van de houtopstand dan wel dat de
                                herplant ook niet na het in artikel 9 lid 2 onder c bedoelde aantal
                                pogingen aanslaat, kan het bevoegd gezag bepalen dat door de in het
                                eerste lid genoemde (rechts)personen een geldelijke bijdrage dient
                                te worden gestort in het gemeentelijk herplantfonds. De hoogte van
                                de geldelijke bijdrage wordt bepaald door de boomwaarde van de reeds
                                gevelde houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan
                                kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant
                                en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet worden
                                vervangen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing
                                is in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kan het bevoegd gezag
                                aan de zakelijk gerechtigde tot de grond waarop zich de houtopstand
                                bevindt dan wel aan degene die uit andere hoofde tot het treffen van
                                voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om:</al><lijst><li nr="a."><al>een bomen-effect-analyse op te stellen en aan te bieden aan
                                        het bevoegd gezag overeenkomstig de door hen te geven
                                        aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn
                                        en/of;</al></li><li nr="b."><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een
                                        door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen,
                                        waardoor die bedreiging wordt weggenomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Degene aan wie een verplichting als bedoeld in het eerste tot en met
                                het vierde lid is opgelegd, alsmede zijn rechtsopvolger, is
                                verplicht daaraan te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Beschermde houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag stelt een lijst met beschermde houtopstanden als
                                boomvlakken, boomstructuren, solitaire bomen en/of boomgroepen
                                vast.</al><al> Deze lijst wordt elke vijf jaar herzien. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De lijst bevat minimaal de volgende gegevens, inzake de te
                                beschermen waardevolle boom:</al><lijst><li nr="a."><al>soort boom;</al></li><li nr="b."><al>standplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van
                                waardevolle bomen is verplicht het bevoegd gezag onmiddellijk
                                schriftelijk mededeling te doen van:</al><lijst><li nr="a."><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand,
                                        anders dan door velling op grond van een verleende
                                        vergunning;</al></li><li nr="b."><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet
                                        kan gaan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Omgevingsvergunning voor het vellen van een beschermde houtopstand
                                wordt uitsluitend verleend in het geval dat:</al><lijst><li nr="a."><al>naar het oordeel van het bevoegd gezag een zwaarwegend
                                        algemeen maatschappelijk belang opweegt tegen het duurzaam
                                        behoud van de desbetreffende beschermde houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>naar boomdeskundige maatstaven instandhouding niet langer
                                        verantwoord is ter voorkoming van letsel of schade aan
                                        personen, dieren of goederen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 Burgerlijk Wetboek is vastgesteld
                            op 0,5 meter (gemeten vanaf het midden van de voet van de boom) voor
                            bomen en op nihil voor heesters en heggen in privaat eigendom en op
                            nihil voor bomen, heesters en heggen die staan op openbaar terrein.
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien zich op een terrein één of meer bomen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
                                een boomziekte of voor vermeerdering van de ziekteverspreiders zoals
                                insecten, is de rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd
                                gezag is gelast, verplicht binnen de bij last vast te stellen
                                termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>de houtopstand te vellen;</al></li><li nr="b."><al>conform richtlijnen van de gemeente de gevelde houtopstand
                                        direct zodanig te behandelen dat verspreiding van de
                                        boomziekte wordt voorkomen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het een boomsoort betreft die de desbetreffende boomziekte
                                kan verspreiden, is het verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                gezag gevelde bomen of delen daarvan voorhanden of in voorraad te
                                hebben of te vervoeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Bescherming van gemeentebomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om bomen in eigendom van de gemeente:</al><lijst><li nr="a."><al>te beschadigen, te bekladden of te beplakken;</al></li><li nr="b."><al>daaraan snoeiwerk te verrichten, behoudens door de gemeente
                                        opgedragen of toegestane boomverzorgende taken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag om één of
                                meer voorwerpen in of aan een gemeentelijke boom aan te brengen of
                                daar anderszins aan te bevestigen behoudens door de gemeente
                                opgedragen of toegestane boomverzorgende taken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op het
                                aanbrengen van beschermende maatregelen welke in het kader van bouw-
                                en infrastructurele werken en overeenkomstig de daartoe door het
                                bevoegd gezag gegeven aanwijzingen worden aangebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Uitzicht belemmerende beplanting</titel></kop><al>De rechthebbende op een boom, heg, struik of andere beplanting welke aan
                            het Wegverkeer het vrije uitzicht kan belemmeren of daarvoor op andere
                            wijze hinder of gevaar kan opleveren, is verplicht deze beplanting te
                            snoeien, op te binden of te verwijderen na aanschrijving door het
                            bevoegd gezag, binnen een door hen te stellen termijn en overeenkomstig
                            hun aanwijzingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Het bevoegd gezag beslist op een verzoek om schadevergoeding op grond
                            van artikel 17 van de Boswet ten gevolge van een verbod tot vellen van
                            een houtopstand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een last als bedoeld in artikel 13, eerste lid of
                                artikel 15 is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden
                                dienovereenkomstig te handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met het bij of krachtens artikel 13,
                                tweede lid, artikel 14 bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten
                                hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens
                                kan een rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar
                                gemaakt worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden
                                gehouden met de boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van bevoegd gezag of door de
                            burgemeester aangewezen personen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19:</nr><titel>Betreden van gebouwen en terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zo dikwijls de zorg voor de naleving van enig voorschrift uit deze
                                verordening dit vereist, zijn degenen die belast zijn met het
                                toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                                verordening, bevoegd om gebouwen, niet zijnde woningen, en terreinen
                                te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het betreden van woningen is een door de burgemeester afgegeven
                                machtiging op basis van artikel 2 van de Algemene wet op het
                                binnentreden vereist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Anti-hardheidsbepaling</titel></kop><al>Het bevoegd gezag kan in gevallen waarin de toepassing van deze
                            verordening naar zijn oordeel tot een bijzondere hardheid leidt, ten
                            gunste van de aanvrager afwijken van het bepaalde in of bij deze
                            verordening. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>Inwerkingtreding / overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de zevende dag na bekendmaking
                                daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op het moment bedoeld in het eerste lid vervalt Hoofdstuk 4,
                                afdeling 3 (artikelen 4:7 tot en met 4:15) van de Algemene
                                Plaatselijke Verordening Geldrop-Mierlo 2013 zoals vastgesteld bij
                                besluit van de Gemeenteraad van 21 januari 2013.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanvragen om vergunning die zijn ingediend voor het moment van
                                inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met
                                inachtneming van de in het tweede lid bedoelde verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Houtopstanden die voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze
                                    verordening zijn aangewezen als beschermde houtopstanden, worden
                                    voor de werking van deze verordening geacht te zijn aangewezen
                                    conform het bepaalde in artikel 11, eerste lid, van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Bomenverordening
                                    Geldrop-Mierlo 2014”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 september
                 2014,</ondertekening><ondertekening>G.A.A. van Luijn M.J.D. Donders-de Leest</ondertekening><ondertekening>griffie voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In het eerste artikel van de verordening worden de in de verordening
                            gebezigde begrippen gedefinieerd. Wanneer er verschil mocht zitten
                            tussen de definiëring van een begrip in deze verordening ten opzichte
                            van andere (lagere) regelgeving of notities, prevaleert de definiëring
                            van deze verordening. Hetzelfde is het geval bij verschillen tussen deze
                            definiëring en hetgeen daarover mogelijkerwijs in het algemeen
                            taalgebruik of enig jargon wordt verstaan. </al><al>Niet ieder begrip behoeft toelichting. Daarom komen uitsluitend die
                            begrippen waarbij nadere toelichting op zijn plaats is hieronder aan
                            bod. </al><al><vet>Onder </vet><vet><cursief>a. bebouwde kom </cursief></vet>De
                            afbakening van het begrip is van belang vanwege meerdere redenen. Zo is
                            dit van belang voor de herplantplicht van provincie/waterschappen
                            aangezien zij de herplantplicht buiten de bebouwde kom moeten uitvoeren.
                            Daarnaast is binnen de bebouwde komt de compensatie-eis uit de Boswet
                            niet van toepassing. Ten derde is een kennisgeving aan het bevoegd gezag
                            bij een grote velling niet nodig. Tenslotte geeft het duidelijkheid: er
                            is maar één regeling en één bevoegd gezag waar het gaat om houtopstanden
                            binnen de bebouwde kom. </al><al><vet><cursief>Onder b. beschermde houtopstand- </cursief></vet>Dit zijn
                            bomen die de gemeente als zeer waardevol of als toekomstig zeer
                            waardevol beschouwd. </al><al>De lijst bevat de bomen op de door het college vastgestelde lijst van
                            beschermde bomen. Deze lijst wordt periodiek herzien en kan geleidelijk
                            worden. Op het moment van de inwerkingtreding van de verordening is een
                            lijst, genaamd het “overzicht van waardevolle particuliere bomen”
                            aanwezig. In artikel 22 lid 1 van de verordening wordt expliciet
                            aangegeven dat deze lijst voor wat betreft de werking van deze
                            verordening wordt geacht te zijn aangewezen conform deze
                            verordening.</al><al><vet><cursief>Onder c. bevoegd gezag </cursief></vet>De Wet algemene
                            bepalingen omgevingsrecht (Wabo) geeft de term “bevoegd gezag” weer.
                            Voor de aanvraag tot vergunning of ontheffing tot het vellen van
                            houtopstanden is een aanvraag tot een omgevingsvergunning vereist.
                            Daarom dient de term “bevoegd gezag‟ gehanteerd te worden i.p.v.
                            burgemeester en wethouders. De Wabo schrijft voor dat de
                            omgevingsvergunning wordt verleend door één bevoegd gezag en dat één
                            procedure wordt doorlopen met één procedure van rechtsbescherming. Niet
                            altijd is het college van B&amp;W het bevoegd gezag. Het kan voorkomen
                            dat het college van Gedeputeerde Staten het bevoegd gezag is of de
                            minister. De verantwoordelijkheid voor het besluit en de handhaving op
                            grond van de verordening ligt bij hetzelfde bevoegd gezag. Ook wijziging
                            of intrekking van de omgevingsvergunning ligt dan bij datzelfde bevoegd
                            gezag. </al><al>In enkele gevallen (met name bij noodkap en binnentreden) is de
                            burgemeester te allen tijde het bevoegd bestuursorgaan. Dit komt naar
                            voren doordat, daar waar dit van toepassing is, de burgemeester
                            expliciet in de tekst wordt vermeld.</al><al><vet><cursief>Onder d. bomen effect analyse </cursief></vet>Waardevolle
                            houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigd of vernietigd door
                            bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen.
                            Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken
                            naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of
                            (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de
                            landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en
                            onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of
                            aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en
                            garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke
                            alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig
                            boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze
                            beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming
                            rond bouw of aanleg.</al><al><vet><cursief>e. boom</cursief></vet> Afbakening van het begrip boom is
                            van belang voor het onderscheid tussen bomen en andere houtopstanden.
                            Beplanting wordt als boom aangemerkt bij een dwarsdoorsnede van de stam
                            vanaf 10 cm. Zouden we deze definitie ook van toepassing verklaren op
                            artikel 12, dan zou, tot deze doorsnede is bereikt, beplanting als heg
                            worden gezien. Pas vanaf een dwarsdoorsnede van 10 cm zou verwijdering
                            uit de verboden zone kunnen worden geëist. Er bestaat beplanting
                            (bijvoorbeeld coniferen) die vaak als heg wordt toegepast maar die al
                            metershoog kan worden, voordat de doorsnede van 10 cm is bereikt. </al><al>Er is daarom voor gekozen deze definitie niet van toepassing te laten
                            zijn op artikel 12. </al><al><vet><cursief>h. boomwaarde </cursief></vet>De richtlijnen van de
                            Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen
                            (NVTB) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de
                            hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en
                            andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige
                            methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en
                            worden in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat
                            bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen
                            vertegenwoordigen. </al><al><vet>i. gebouw en k. bouwwerk </vet> De definities „gebouw‟ en
                            „bouwwerk‟ zijn toegevoegd om de vrijstelling van het kapverbod voor
                            houtopstand die op minder dan 2 meter uit een gevel staan te beperken
                            tot gevels van gebouwen. Voor de definitie van deze begrippen is
                            aangesloten bij de definities in de bestemmingsplannen en
                            bouwverordening. </al><al><vet>j. dunning </vet>Het begrip „dunning‟ beperkt tot een selectieve
                            velling die dient als periodieke onderhoudsmaatregel ter bevordering van
                            de ontwikkeling van de overblijvende houtopstand en/of onderbegroeiing. </al><al><vet><cursief>l. houtopstand </cursief></vet>De kernbegrippen “boom” en
                            “houtopstand” zijn zodanig gedefinieerd dat duidelijk is dat de
                            bescherming van de bomenverordening betrekking kan hebben op meer dan
                            bomen alleen. Er is geen ondergrens voor de diameter gedefinieerd. Dit
                            biedt de mogelijkheid om beschermwaardige houtopstanden met een beperkte
                            diameter toch als “beschermde houtopstand” aan te merken. </al><al><vet><cursief>q</cursief></vet><vet><cursief>. perceel</cursief></vet>
                            De definiëring is van belang aangezien dit begrip in het ruimtelijk
                            bestuursrecht met enige regelmaat tot discussie leidt. Kern is dat niet
                            gekeken moet worden naar de kadastrale situatie, maar naar de feitelijke
                            situatie. De beperking dat er sprake moet zijn van één rechtsorde leidt
                            ertoe dat er wel een duidelijke samenhang moet bestaan. </al><al><vet><cursief>r</cursief></vet><vet><cursief>. vellen -
                            </cursief></vet>Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand
                            ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig,
                            zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een
                            ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen of het voor meer dan
                            20% snoeien van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig
                            beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. De
                            eerste keer kandelaberen of knotten is vergunningsplichtig. Het in stand
                            houden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten
                            ontstane kroonvorm is vergunningsvrij. Het verwijderen van hoofdwortels,
                            waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige
                            schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de
                            verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen
                            of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige
                            ingrepen in houtopstand eveneens vergunningsplichtig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Kapverbod houtopstanden</titel></kop><al>In de bomenverordening wordt ten principale geen onderscheid gemaakt
                            tussen houtopstand in privaat en publiek eigendom. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>Vrijgestelde kap</titel></kop><al>Vanuit het beleid om de onnodige regeldruk en werklast te verminderen is
                            in de verordening een zestal benoemde situaties aangewezen waarvoor het
                            niet nodig is een omgevingsvergunning aan te vragen. </al><al>Ad. 1. Het kapverbod is alleen van toepassing op bomen die al enige
                            grootte hebben bereikt. De hypothese is dat jonge en kleine bomen in
                            zijn algemeenheid geen grote natuur- of milieu, landschappelijke,
                            beeldbepalende of cultuurhistorische waarde heeft. </al><al>Ad. 2. Er is sprake van een verruiming ten opzichte van het bestaande
                            beleid in die zin dat bomen die minder dan 2 meter van de gevel van
                            gebouwen staan zonder vergunning kunnen worden verwijderd. Hierbij moet
                            worden gedacht aan bomen die dicht bij woningen en voor andere mensen
                            toegankelijke gebouwen, zoals kantoren, scholen, kinderdagverblijven en
                            winkels staan. In de regel is voor zowel boom als gebouw een dergelijke
                            plaatsing dicht bij een gebouw niet optimaal en leidt te vaak tot erg
                            grote investeringen in het onderhoud die niet in verband staan met het
                            te bereiken doel, namelijk in stand houding van het groen.</al><al>Ad. 4. Hier is sprake van een verruiming nu voor beheersmaatregelen geen
                            vergunningplicht meer van toepassing is. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Beperkingen aan vrijgestelde kap</titel></kop><al>Voor bomen welke een bijzonder waarde vertegenwoordigen en voor bomen
                            die verplicht zijn geplant om te voldoen aan de herplantingsplicht geldt
                            de vrijstellingsregeling van artikel 3 niet. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><al>De indieningsvereisten voor een omgevingsvergunning zijn in de
                            Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) verplicht voorgeschreven.
                            Buiten deze verplichte indieningsvereisten zijn in lid 2 aanvullende
                            indieningsvereisten gesteld. De indieningsvereisten tezamen maken dat
                            alle informatie aanwezig is om een goede inschatting te maken ten
                            aanzien van de omgevingsvergunningverlening. </al><al>Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden
                            tot een houtopstand. Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die
                            een notariële akte kunnen overleggen inzake een recht van erfpacht,
                            pacht, opstal, erfdienstbaarheid, vruchtgebruik of pootrecht betreffende
                            de houtopstand. </al><al>Huurders hebben een persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus
                            de schriftelijke </al><al>toestemming voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van de
                            houtopstand is, </al><al>overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst
                            of bij machtiging zijn huurders het recht tot
                            omgevingsvergunningaanvraag verlenen. Na ontbinding van de
                            huurovereenkomst is de zaaksgebonden omgevingsvergunning nog van
                            toepassing op het project. Voorschriften van de omgevingsvergunning
                            dienen dan door de eigenaar van het perceel nagekomen te worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Criteria</titel></kop><al>Bij de toetsing van een aanvraag voor het vellen van een houtopstand
                            wordt op grond van de weigeringsgronden in het tweede lid bepaald of een
                            vergunning wordt verleend of geweigerd.</al><al>Voor de motivering zal verwezen moeten worden naar wet- en regelgeving
                            en gemeentelijke beleidskaders zoals structuur-, bestemmings-, groen-,
                            bomen- en landschapsplannen en eventueel daarbij behorende
                            (beschermings)categorieën en beleidskaarten. </al><al>Bij de afweging van alle belangen kan gebruik worden gemaakt van
                            beleidsregels voor de beoordeling van kapaanvragen. Op grond van de
                            Algemene wet bestuursrecht (artikelen 3:46- 3:50 en 4:82 – 4:84) mag ter
                            motivering van de vergunning worden verwezen naar gemeentelijk beleid
                            zoals bestemmings-, groen-, bomen-, of landschapsplannen en bijbehorende
                            (beschermings)categorieën en beleidskaarten. </al><al><cursief>Ad. a. De natuur- en milieuwaarde van de
                            houtopstand</cursief></al><al>Iedere houtopstand heeft natuurwaarde. Deze weigeringsgrond wordt
                            uitsluitend toegepast als de houtopstand levensruimte biedt aan
                            beschermde plant en/of diersoorten, die aangewezen zijn door het
                            Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, waaronder
                            vleermuizen, maretak en alle vogels. Zie op de internetsite:
                            www.minlnv.nl. </al><al><cursief>Ad. b De landschappelijke waarde van de
                            houtopstand</cursief></al><al>Een houtopstand kan kenmerkend zijn voor de aanwezige landschapstypen in
                            onze gemeente. Hier is een verwijzing naar een groen- bomen- of
                            landschapsplan op zijn plaats. </al><al><cursief>Ad. c. </cursief><cursief> De cultuurhistorische waarde van de
                                houtopstand</cursief></al><al>Deze houtopstanden vertellen iets over de geschiedenis van de gemeente
                            of zijn omgeving. Ook bomen die geplant zijn bij een bijzondere
                            gebeurtenis vertegenwoordigen een cultuurhistorische waarde
                            (herdenkings- of herinneringsbomen).</al><al><cursief>Ad. d. De waarde van de houtopstand voor stads- en
                                dorpsschoon</cursief></al><al>Een houtopstand met een waarde voor het stads- en dorpsschoon heeft een
                            uitstraling die verder reikt dan alleen de locatie en haar directe
                            omgeving. De aanwezigheid van de houtopstand is met het oog op de
                            schoonheidsbeleving van grote waarde voor de gemeente.</al><al><cursief>Ad. e. waarde voor leefbaarheid</cursief></al><al>Bij het bepalen van de bijdrage aan de leefbaarheid in de straat wordt,
                            net als bij het beoordelen of een beeldbepalende waarde aanwezig is,
                            gekeken of er binnen zichtsafstand een vergelijkbare houtopstand
                            aanwezig blijft. Het uitgangspunt bij dit weigeringspunt is, dat bomen
                            een positieve bijdrage leveren aan de leefbaarheid voor de bewoners in
                            de straat. Na het kappen van de betreffende houtopstand moet er nog
                            genoeg houtopstand aanwezig zijn om de straat “aan te kleden”. De
                            aankleding van de straat kan ook gerealiseerd worden met gemeentelijke
                            bomen. In een straat waar binnen zichtsafstand meerdere gemeentelijke
                            en/of particuliere bomen staan, zal de weigeringsgrond met</al><al>betrekking tot leefbaarheid niet voorkomen. Bij de leefbaarheid gaat het
                            in feite om minder opvallende of aansprekende bomen dan in geval van
                            beeldbepalendheid. Het is dan ook niet vanzelfsprekend dat bomen die een
                            bijdrage leveren aan de leefbaarheid, op den duur de status
                            ‘beeldbepalend’ krijgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Gevaarzetting</titel></kop><al>Indien sprake is van gevaarzetting kan direct tot velling worden
                            overgegaan. Het argument gevaarzetting is voorbehouden aan houtopstanden
                            die als gevolg van schade (bijv. storm- bliksem of aanrijschade) of
                            aantasting een acuut gevaar vormen voor personen of de omgeving. Voor
                            het vellen van houtopstand die symptomen van verval vertoont maar geen
                            acuut gevaar vormt dient een kapvergunning te worden aangevraagd. De
                            bevoegdheid om op grond van gevaarzetting direct tot het vellen van
                            houtopstand te besluiten behoort toe aan de burgemeester. De
                            burgemeester kan deze bevoegdheid mandateren. </al><al>Op het besluit van de burgemeester zijn de normale bepalingen van de
                            Algemene wet bestuursrecht, en meer in het bijzonder de bepalingen over
                            beschikkingen, van toepassing. Dit betekent dat het besluit van de
                            burgemeester op papier moet worden gezet en daartegen bezwaar kan worden
                            gemaakt. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Intrekking of wijziging</titel></kop><al>In dit artikel zijn de gronden aangeven voor intrekking, wijziging van
                            de vergunning die </al><al>gelden voor vergunning van deze verordening ( art. 2.31 lid 2 Wabo). </al><al>De intrekking van de omgevingsvergunning voor het vellen van een
                            houtopstand - indien </al><al>sprake van sanctie- is geregeld in hoofdstuk 5 Wabo en daarom niet in de
                            verordening opgenomen. Het bevoegd gezag kan – bij wijze van sanctie –
                            een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken indien: </al><lijst><li nr="-"><al>de omgevingsvergunning is verleend op grond van onjuiste of
                                    onvolledige opgave;</al></li><li nr="-"><al>niet overeenkomstig de omgevingsvergunning is of wordt
                                    gehandeld;</al></li><li nr="-"><al>de aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften of
                                    beperkingen niet zijn of worden nageleefd;</al></li><li nr="-"><al>de houder van de omgevingsvergunning de voor hem geldende regels
                                    niet naleeft (art. 5.19 lid 1 Wabo).</al></li></lijst><al>Tevens is het mogelijk op grond van artikel 2.33, eerste lid onder e
                            Wabo de vergunning die van <vet>rechtswege </vet>is verleend in te
                            trekken indien deze betrekking heeft op een activiteit die ontoelaatbaar
                            ernstige nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving heeft of dreigt
                            te hebben en het opleggen van voorschriften daar geen oplossing voor
                            biedt (art. 2.31, eerste lid, aanhef en onder c, Wabo). </al><al>Procedureel volgt de wijziging of intrekking van een omgevingsvergunning
                            deze zelfde procedure als die bij de totstandkoming van de vergunning is
                            gevolgd. Is dus bij de totstandkoming de reguliere procedure gevolgd,
                            dan moet die ook gevolgd worden voor de wijziging of intrekking van die
                            vergunning. Hetzelfde is het geval bij de uitgebreide procedure. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><al>De voorschriften moeten concreet en precies worden uitgewerkt,
                            bijvoorbeeld naar locatie, boomsoort of grootte. Uit de rechtspraak naar
                            aanleiding van de herplantplicht blijkt dat beleidsmatige uitwerking van
                            aard en omvang van de herplantplicht noodzakelijk is. </al><al>De omgevingsvergunning heeft een zaaksgebonden karakter (art. 2.25
                            Wabo). Om die </al><al>reden is de vergunninghouder niet degene aan wie de vergunning is
                            verleend, maar degene die verantwoordelijk is voor uitvoering. De
                            naleving van de voorschriften m.b.t. herplant, valt daarom tevens onder
                            zijn verantwoording. Wanneer de vergunning gelding krijgt voor een ander
                            dan de aanvrager of houder van de vergunning moet tenminste een maand
                            tevoren dit aan het bevoegd gezag worden meegedeeld (zie hiervoor het
                            Besluit omgevingsrecht artikel 4.8 (Bor)). Dit onder vermelding van: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres vergunninghouder- of aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen krachtens welke
                                    de activiteiten worden verricht;</al></li><li nr="c."><al>de naam, het adres en het telefoonnummer van degene voor wie de
                                    omgevingsvergunning zal gaan gelden;</al></li><li nr="d."><al>de contactpersoon van degene voor wie de omgevingsvergunning zal
                                    gaan gelden;</al></li><li nr="e."><al>het beoogde tijdstip dat de omgevingsvergunning zal gaan gelden
                                    voor de onder c bedoelde persoon.</al></li></lijst><al>Herplantvoorschriften zijn concreet en eenduidig en mogen zeer
                            gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven mits dit in het
                            gangbare beleid past. De wijze waarop de zelfstandige herplant- en
                            instandhoudingsplicht wordt uitgevoerd, gebeurt op beleidsmatige wijze.
                            De uitwerking kan deel uitmaken van een breder opgezet
                            handhavingsbeleid. Factoren die daarbij een </al><al>rol spelen, zijn de ernst van de overtreding, de mate van
                            (on)verantwoordelijkheid die aan de overtreder kan worden toegekend en
                            de feitelijke mogelijkheden tot uitvoering van een herplant. </al><al>Burgemeester en wethouders bepalen de hoogte van de financiële bijdrage.
                            Herplant zal zo nabij mogelijk worden uitgevoerd. </al><al>Artikel 5:18 Wabo biedt de mogelijkheid- indien sprake is van een
                            herstel,- of </al><al>instandhoudingsactie van het velverbod, onder oplegging van last onder
                            bestuursdwang of onder oplegging dwangsom, bij het besluit tot
                            herplantverplichting tevens te bepalen dat de uitvoering van het besluit
                            tevens geldt voor de rechtsopvolger. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Herplant- / instandhoudingsplicht</titel></kop><al>Dit artikel bevat een regeling voor gevallen waarbij een boom zonder
                            voorafgaande toestemming is geveld. Daarnaast bevat dit artikel in leden
                            4 en 5 de mogelijkheid om maatregelen te vorderen teneinde een
                            houtopstand die ernstig in het voortbestaan wordt bedreigd te
                            beschermen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Beschermde houtopstand</titel></kop><al>Gekozen is om het begrip “houtopstand” te hanteren, doch dit nader te
                            specificeren in die zin dat bijvoorbeeld hagen en heesters (die volgens
                            de definitie ook onder het begrip ‘houtopstand’ worden verstaan) geen
                            beschermde status kunnen krijgen. De nadruk ligt op bomen en diverse
                            verschijningsvormen. </al><al>Duurzaam behoud van beschermde houtopstanden heeft een hoge prioriteit.
                            Dergelijke houtopstanden worden door dit artikel extra beschermd doordat
                            alleen bij hoge uitzondering een vergunning voor vellen wordt verleend.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Afstand van de erfgrenslijn</titel></kop><al>Artikel 5:42 van het Burgerlijk Wetboek geeft het verwijderingrecht voor
                            bomen binnen twee meter en heesters en hagen binnen een halve meter van
                            de erfgrenslijn. Maar in artikel 5:42 lid 2 is toegevoegd: "tenzij
                            ingevolge een verordening of een plaatselijke gewoonte een kleinere
                            afstand is toegelaten". </al><al>Door de afstand te verkleinen zullen veel bomen, heesters en hagen beter
                            beschermd worden aangezien – privaatrechtelijk – niet verwijdering
                            gevorderd kan worden wanneer die boom, heester of haag dichter dan 2
                            meter van de erfgrens is gelegen. </al><al>Bovendien sluit het terugbrengen van de afstand tot de erfgrens aan bij
                            de trend van de steeds kleiner worden achtertuinen en draagt er uit dit
                            oogpunt aan bij dat een burger in een achtertuin een boom kan planten.
                            Hetzelfde geldt overigens voor het van gemeentewege beplanten van
                            groenstroken van beperkte omvang. </al><al>Voorts kan het ontstaan van burenruzies worden voorkomen omdat door het
                            vergaand verkleinen van de maatvoering een modus om een conflict te
                            beslechten wordt ontnomen. </al><al>Tenslotte kan door het op nihil stellen van de grens voor heesters en
                            hagen bevorderd worden dat dit de natuurlijke begrenzing van het erf
                            wordt c.q. deze aldus in stand blijven kan. </al><al>Voor de goede orde wordt opgemerkt dat de in dit artikel bedoelde
                            afstand niet van toepassing is wanneer de boom in een perceelsgrens
                            staat die is gericht naar de openbare weg of een openbaar water. Hier is
                            plaatsing op de perceelsgrens toegestaan. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Bestrijding van boomziekten</titel></kop><al>Dit artikel is bedoeld om besmettelijke boomziekten zoals de iepziekte
                            adequaat te kunnen bestrijden. Belangrijk is dat verspreiding van
                            potentieel broedhout en de besmetting wordt voorkomen. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Bescherming van gemeentebomen</titel></kop><al>In de praktijk werd een bepaling gemist om te kunnen reguleren wat op
                            welke wijze aan gemeentelijke bomen wordt bevestigd. Ter zake is een
                            algemeen verbod opgenomen om de bomen te beschermen en vervolgens daarop
                            een uitzondering aangebracht om een reëel juridisch kader te scheppen.
                            Van deze uitzondering dient zorgvuldig en terughoudend gebruik worden
                            gemaakt en alleen toegepast in die gevallen dat de houtopstand niet
                            beschadigd raakt. Overtreding van het verbod is aangemerkt als een
                            strafbaar feit en kan uit dien hoofde gehandhaafd worden. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>15:</nr><titel>Uitzicht belemmerende beplanting</titel></kop><al>De regeling in dit artikel is ingegeven door de dagelijkse praktijk. De
                            oude regeling in de APV kende niet expliciet de mogelijkheid om in te
                            grijpen op gevaarzettende situaties als gevolg van beplanting die het
                            uitzicht belemmert. Dit was een gemis dat hierbij is gerepareerd. De
                            aanschrijvingsbevoegdheid is neergelegd bij het bevoegd gezag. Veelal
                            zal dit het college zijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>16:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Dit artikel is opgenomen vanwege de verplichting dit te doen in artikel
                            17 van de Boswet. Het gaat hierbij om vergoeding voor schade die iemand
                            lijdt doordat een omgevingsvergunning voor het vellen van een
                            houtopstand wordt geweigerd. In de praktijk is geen enkel geval van
                            schadeuitkering op basis van dit artikel bekend. In de rechtspraak wordt
                            niet snel onredelijk nadeel geacht te bestaan wanneer een
                            omgevingsvergunning voor het vellen van een houtopstand geweigerd wordt.
                        </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>17:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>De Wabo verbiedt in artikel 2.3 het handelen in strijd met een
                            voorschrift uit een omgevingsvergunning. Door artikel 5.4 Invoeringswet
                            Wabo is het handelen zonder omgevingsvergunning of het handelen in
                            strijd met een omgevingsvergunning strafbaar gesteld in de Wet
                            economische delicten. Om die reden zijn deze strafbepalingen niet van
                            toepassing op dergelijk handelen. Dit betekent dat overtreding van
                            artikel 2 en overtreding van voorschriften op grond van artikel 9 van de
                            verordening als strafmaat een hechtenis van maximaal 6 maanden,
                            taakstraf en/of een geldboete tot maximaal € 18.500 (artikel 6 Wed)
                            heeft. De </al><al>boomwaarde kan verhogend op de geldboete werken. Indien de boomwaarde
                            hoger is dan een vierde gedeelte van € 18.500, kan een geldboete worden
                            opgelegd van maximaal € 74.000. </al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                            mogelijkheid van het instellen door Burgemeester en wethouders van een
                            privaatrechtelijke vordering tot schadevergoeding wegens schade aan
                            publieke bomen of houtopstanden.</al><al>In beginsel staat het instellen van strafvervolging niet aan het
                            instellen van een civiele procedure vanwege waardevermindering of
                            verlies van de boom in de weg. Echter, in zulk geval zullen rechters en
                            officieren terughoudend zijn omdat een persoon dan tweemaal kan worden
                            aangepakt voor hetzelfde feit. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>18:</nr><titel>Toezichthouders / artikel 19: Betreden gebouwen en
                                terreinen</titel></kop><al>Ter toezicht op de naleving en het toezicht op de uitvoering en
                            handhaving van het verbod een houtopstand te vellen of te doen vellen
                            zonder omgevingsvergunning (art. 5.13 Wabo) zijn de aangewezen
                            toezichthouders bevoegd, met medeneming van de benodigde apparatuur, een
                            woning te betreden zonder toestemming van de bewoner. Hierbij dienen
                            toezichthouders tevens te beschikken over een machtiging met toestemming
                            tot betreden verstrekt door Burgemeester en wethouders. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>20:</nr><titel>Anti-hardheidsbepaling</titel></kop><al>Niets is zo weerbarstig als de dagelijkse praktijk. Het kan niet op
                            voorhand uitgesloten worden dat er gedurende de periode dat deze
                            verordening in werking is, zich situaties voordoen waarin het
                            (onverkort) volgen van de bepalingen uit deze verordening leidt tot
                            onevenredig nadeel ten opzichte van één op een zeer beperkte groep
                            belanghebbenden. Het is niet mogelijk om bij het opstellen van deze
                            verordening de toekomstige dagelijkse praktijk vast te leggen. Om die
                            reden is nadrukkelijk een anti-hardheidsbepaling opgenomen die het
                            college de bevoegdheid geeft in concrete gevallen af te wijken van de
                            bepalingen uit deze verordening. Van deze bevoegdheid moet zéér prudent
                            en terughoudend gebruik worden gemaakt. Te allen tijde moet een
                            afwijking worden voorzien van een adequate motivering die het ontstaan
                            van negatieve precedentwerking tegengaat. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>21:</nr><titel>inwerkingtreding en overgangsrecht / artikel 22:
                                slotbepaling</titel></kop><al>Deze artikelen spreken voor zichzelf. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>