<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR3548_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen en ontheffingen voor het parkeren van voertuigen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 08-12-2005</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Waalwijk 2006</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet 1994, art. 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2005-11-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2006-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2010-02-18</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2005/064</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Vergunningen en ontheffingen welke zijn verleend krachtens de "Parkeerverordening Waalwijk 2001" worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de verlening van vergunningen en ontheffingen voor het parkeren van voertuigen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Parkeerverordening Waalwijk 2006</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>AFDELING</label><nr>I</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>RVV 1966:het Reglement verkeerstekens en verkeersregels van 4
                                    mei 1966, Stb. 181;</al></li><li nr="b."><al>RVV 1990:het Reglement verkeerstekens en verkeersregels van 26
                                    juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="c."><al>(motor)voertuig:hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1966
                                    of in het RVV 1990;</al></li><li nr="e."><al>parkeren:het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig
                                    is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen
                                    van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                    goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="e."><al>houder:degene die naar de omstandigheden als houder van een
                                    voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een
                                    motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (1994) aangehouden register van opgegeven
                                    kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het
                                    voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van het
                                    parkeren in het register was ingeschreven;</al></li><li nr="f."><al>parkeerapparatuur:parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip
                                    van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke
                                    opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan;</al></li><li nr="g."><al>parkeerapparatuurplaats:een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>belanghebbendenplaats:een parkeerplaats die:</al><al>1. is aangeduid met bord 99a uit bijlage II van het RVV 1966,
                                    dan wel met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 of</al><al>2. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord 99aa uit
                                    bijlage II van het RVV 1966, dan wel gelegen is binnen een zone
                                    aangeduid met het bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990 met het
                                    opschrift zone, voor zover deze plaats niet is
                                    uitgezonderd;</al></li><li nr="i."><al>vergunning:een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="j."><al>vergunninghouder: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een
                                    vergunning is verleend;</al></li><li nr="k."><al>ontheffing:een door het college verleende ontheffing, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuurplaatsen;</al></li><li nr="l."><al>ontheffinghouder:de natuurlijke- of rechtspersoon aan wie een
                                    ontheffing is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, ontheffinghouders, vergunningen,
                            ontheffingen, vergunningenbewijzen en ontheffingsbewijzen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders
                                en/of ontheffinghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kanbij openbaar te maken besluit, de
                                tijdstippen vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders
                                en/of ontheffinghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op daartoe strekkende aanvraag een vergunning of
                                ontheffing verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing kan worden verleend aan de eigenaar of
                                houder van een voertuig.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aan de vergunning of ontheffing kunnen zowel beperkingen worden
                                verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                                betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht
                                is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aan een vergunning of ontheffing ook andere
                                voorschriften en beperkingen verbinden. Deze voorschriften en
                                beperkingen mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van
                                een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel/></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende
                                leden van dit artikel, regels vaststellen voor het aanvragen en
                                verlenen van een vergunning of ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van een aanvraag
                                voor een vergunning of ontheffing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste acht weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning of ontheffing wordt voor een bepaalde termijn
                                    verleend.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning of ontheffing bevat in ieder geval de volgende
                                    gegevens:</al></li><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de vergunning- of ontheffinghouder of het kenteken
                                    van het motorvoertuig waarvoor de vergunning of ontheffing is
                                    verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een vergunning of ontheffing intrekken en
                                    wijzigen:</al></li><li nr="a."><al>op verzoek van vergunning- of ontheffinghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunning- of ontheffinghouder het gebied, waarvoor
                                    de vergunning of ontheffing is verleend, metterwoon verlaat of
                                    het daar uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt; de
                                    vergunning- of ontheffinghouder dient hiervan meteen mededeling
                                    te doen aan het college;</al></li><li nr="c."><al>wanneer zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden
                                    die relevant waren voor het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen
                                    of ontheffingen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer een vergunning- of ontheffinghouder handelt in strijd
                                    met de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning of
                                    ontheffing onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang</al></li><li nr="2."><al>Met uitzondering van lid 1 sub a trekt het college de vergunning
                                    of ontheffing niet eerder in dan nadat de vergunning- of
                                    ontheffinghouder is gehoord.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel/></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig te
                                    plaatsen of te laten staan:</al></li><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp
                                    op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of
                                    te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                    belemmerd of verhinderd.</al></li><li nr="3."><al>Het college kanontheffing verlenen van het bepaalde in het
                                    eerste lid van dit artikel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel/></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur in werking te stellen op andere wijze
                            of met andere middelen danwel met andere munten dan die welke in de
                            kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel/></kop><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                            belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar
                            een voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><al>zonder vergunning;</al><al>zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de
                            vergunning;</al><al>in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid
                            van dit artikel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel/></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel/></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde
                            opsporingsambtenaren, de door het college aangewezen ambtenaren
                            belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                    2006.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>De Parkeerverordening 2001 van 26 april 2001 wordt
                                    ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de
                                    “Parkeerverordening Waalwijk 2006”.</al></li><li nr="4."><al>Vergunningen en ontheffingen welke zijn verleend krachtens de
                                    “Parkeerverordening Waalwijk 2001” worden geacht te zijn
                                    verleend krachtens deze verordening.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 24 november 2005 </al><al>DE RAAD VAN WAALWIJK</al></slotformulering><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>G.H. Kocken drs. J. de Geus</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>