<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354616_1</dcterms:identifier><dcterms:title>verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oisterwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/">GB 2015-2796</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0030280">Wet op het primair onderwijs, Wet op de expertisecentra, Wet op het voortgezet onderwijs</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Oisterwijk;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 4 november 2014, afdeling
                        Samenleving, raadsvoorstel nr. 14/83;</al><al> gezien het gevoerde op overeenstemming gerichte overleg met de
                        vertegenwoordigers van de bevoegde gezagsorganen;</al><al> gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, 102 van de Wet op het primair
                        onderwijs, artikel 100 van de Wet op de expertisecentra, artikel 76m van
                        de Wet op het voortgezet onderwijs;</al><al> overwegende dat het noodzakelijk is de toekenning van voorzieningen in
                        de huisvesting voor het basisonderwijs, het (voortgezet) speciaal
                        onderwijs en het voortgezet onderwijs bij verordening te regelen;</al><al> b e s l u i t </al><al>vast te stellen de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs
                        gemeente Oisterwijk 2015.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al> In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvraag: verzoek om het bekostigen van een voorziening en het
                                    bekostigen van een voorbereidingskrediet;</al></li><li nr="b."><al>aanvrager: het bevoegd gezag dat een aanvraag indient;</al></li><li nr="c."><al>advies Onderwijsraad: advies van de Onderwijsraad als bedoeld in
                                    artikel 95, negende lid, van de Wet op het primair onderwijs,
                                    artikel 93, negende lid, van de Wet op de expertisecentra of
                                    artikel 76f, negende lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="d."><al>bevoegd gezag: bevoegd gezag van een volgens de Wet op het
                                    primair onderwijs, de Wet op de expertisecentra of de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs bekostigde openbare of bijzondere school
                                    die geheel of gedeeltelijk gehuisvest is in een gebouw dat zich
                                    bevindt op het grondgebied van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al>lokaal bewegingsonderwijs: ruimte die geschikt is voor het
                                    bewegingsonderwijs;</al></li><li nr="f."><al>minister: minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap;</al></li><li nr="g."><al>nevenvestiging: deel van een school dat door de minister op
                                    grond van artikel 85 van de Wet op het primair onderwijs, de
                                    artikelen 76a of 76b van de Wet op de expertisecentra of artikel
                                    16, tweede en derde lid, van de Wet op het voortgezet onderwijs
                                    voor bekostiging in aanmerking is gebracht;</al></li><li nr="h."><al>overzicht: overzicht als bedoeld in artikel 96 Wet op het
                                    primair onderwijs, artikel 94 Wet op de expertisecentra en
                                    artikel 76g Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="i."><al>permanent gebouw: ruimte die door de keuze van het ontwerp en de
                                    aard van de constructie en materialen ten minste 60 jaar als
                                    volwaardige huisvesting voor het onderwijs kan
                                    functioneren;</al></li><li nr="j."><al>programma: programma als bedoeld in artikel 95 Wet op het
                                    primair onderwijs, artikel 93 Wet op de expertisecentra, 76f Wet
                                    op het voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="k."><al>school:</al><lijst><li nr="1."><al>school voor basisonderwijs: basisschool of speciale
                                            school voor basisonderwijs als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Wet op het primair onderwijs;</al></li><li nr="2."><al>school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                            onderwijs: school voor speciaal onderwijs, school voor
                                            speciaal en voortgezet speciaal onderwijs, of school
                                            voor voortgezet speciaal onderwijs als bedoeld in
                                            artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, een
                                            instelling voor speciaal en voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in artikel 8 van de Wet op de
                                            expertisecentra en een school voor voortgezet speciaal
                                            onderwijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de
                                            expertisecentra;</al></li><li nr="3."><al>school voor voortgezet onderwijs: school of
                                            scholengemeenschap voor voorbereidend wetenschappelijk
                                            onderwijs, voor hoger en middelbaar algemeen voortgezet
                                            onderwijs, voor voorbereidend beroepsonderwijs en voor
                                            praktijkonderwijs als bedoeld in de artikelen 1, 2 en 5
                                            van de Wet op het voortgezet onderwijs;</al></li></lijst></li><li nr="l."><al>tijdelijk gebouw: al dan niet verplaatsbare ruimte die door de
                                    keuze van het ontwerp en de aard van de constructie en
                                    materialen minstens 15 jaar als volwaardige huisvesting voor het
                                    onderwijs kan functioneren;</al></li><li nr="m."><al>tijdelijke nevenvestiging: een tijdelijke nevenvestiging als
                                    bedoeld in artikel 16, derde lid, van de Wet op het voortgezet
                                    onderwijs;</al></li><li nr="n."><al>verhuur: gebruik van een onderwijsgebouw door derden, niet
                                    zijnde onderwijsgebruik of gebruik voor culturele,
                                    maatschappelijke of recreatieve doeleinden;</al></li><li nr="o."><al>voor blijvend gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    minimaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="p."><al>voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening: voorziening die
                                    volgens de uitkomst van de prognose als bedoeld in bijlage II
                                    maximaal 15 jaar noodzakelijk is;</al></li><li nr="q."><al>voorziening: voorzieningen in de huisvesting als bedoeld in
                                    artikel 2.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Omschrijving voorzieningen in de huisvesting</titel></kop><al>Bij het toepassen van deze verordening worden de volgende voorzieningen
                            onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor blijvend of voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen,
                                    bestaande uit:</al><lijst><li nr="1."><al>nieuwbouw voor een school die voor het eerst door het
                                            rijk voor bekostiging in aanmerking is gebracht, of
                                            nieuwbouw om een gebouw waarin een school is gehuisvest
                                            geheel of gedeeltelijk te vervangen, al dan niet op
                                            dezelfde locatie;</al></li><li nr="2."><al>uitbreiding van een gebouw waarin een school is
                                            gehuisvest;</al></li><li nr="3."><al>het geheel of gedeeltelijk in gebruik nemen van een
                                            bestaand gebouw voor het huisvesten van een school;</al></li><li nr="4."><al>verplaatsing van een of meer bestaande tijdelijke
                                            gebouwen voor het huisvesten van een school;</al></li><li nr="5."><al>terrein voor zover nodig voor het realiseren van een
                                            voorziening als bedoeld in 1 tot en met 4;</al></li><li nr="6."><al>inrichting met onderwijsleerpakket voor zover deze nog
                                            niet eerder door het rijk of de gemeente is
                                            bekostigd;</al></li><li nr="7."><al>inrichting met meubilair voor zover dit nog niet eerder
                                            door het rijk of de gemeente is bekostigd;</al></li><li nr="8."><al>medegebruik van een ruimte voor het onderwijs in een
                                            gebouw dat al bij een andere school in gebruik is of van
                                            een lokaal bewegingsonderwijs;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>herstel van constructiefouten bestaande uit schade aan een
                                    gebouw veroorzaakt door eigen gebrek of eigen bederf, evenals
                                    uit kosten gemoeid met het voorkomen van nog niet zichtbare
                                    materiële schade onmiddellijk voortvloeiend uit ontwerpfouten,
                                    uitvoeringsfouten of wanprestatie;</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade aan gebouw,
                                    onderwijsleerpakket, of meubilair ingeval van bijzondere
                                    omstandigheden;</al></li><li nr="d."><al>huur van een sportterrein, dat niet in eigendom is van een
                                    bevoegd gezag, voor een school voor voortgezet onderwijs voor
                                    het onderwijs in lichamelijke oefening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorbereidingskrediet</titel></kop><al> Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1 tot
                            en met 4, kan een aanvraag voor het bekostigen van de kosten voor het
                            opstellen van een aanbestedingsgereed bouwplan worden ingediend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Vaststellen vergoeding voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor voorzieningen als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1,
                                2, 6 en 7,wordt de vergoeding vastgesteld overeenkomstig
                                de in bijlage IV opgenomen normbedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor andere voorzieningen dan bedoeld in het eerste lid wordt de
                                vergoeding vastgesteld op de feitelijke kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding voor een voorbereidingskrediet als bedoeld in artikel
                                3 wordt vastgesteld op 8 procent van het geraamde
                                investeringsbedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Informatieverstrekking</titel></kop><al>Het bevoegd gezag verstrekt aan het college de gegevens die noodzakelijk
                            zijn voor het uitvoeren van het bepaalde in deze verordening. Hierbij
                            wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                            formulier.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Programma en overzicht</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.1</nr><titel>Aanvragen programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om opname van een voorziening op het programma
                                    wordt door het bevoegd gezag bij het college ingediend en moet
                                    uiterlijk 1 maart van het jaar waarin van het betreffende
                                    programma wordt vastgesteld zijn ontvangen. Hierbij wordt
                                    gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aanvragen die na deze datum worden ontvangen neemt het college
                                    niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inhoud aanvraag; gelegenheid tot aanvullen aanvraag; niet
                                    behandelen onvolledige aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de aanvrager;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de naam van de school en, als dit van toepassing is, het
                                            gebouw waarvoor de voorziening is bestemd;</al></li><li nr="d."><al>de voorziening die wordt aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>de onderbouwing van de noodzaak en de omvang van de
                                            gewenste voorziening, bestaande uit:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>een prognose van het te verwachten aantal leerlingen van de
                                    school voor basisonderwijs, de speciale school voor
                                    basisonderwijs, de school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                                    speciaal onderwijs of de school voor voortgezet onderwijs, als
                                    het betreft een aanvraag voor een voorziening als bedoeld in
                                    artikel 2, onderdeel a, onder 1, 2, 3, 6, 7 of 8, onder de
                                    voorwaarde dat de prognose overeenkomstig bijlage II is
                                    vastgesteld, tenzij door het college, al dan niet in
                                    samenwerking met de bevoegde gezagsorganen van een school voor
                                    basisonderwijs, een actuele prognose is opgesteld, welke door
                                    het bevoegd gezag wordt onderschreven;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>als de aanvraag betrekking heeft op het geheel of gedeeltelijk
                                    bekostigen van vervangende nieuwbouw van een gebouw als bedoeld
                                    in artikel 2, onderdeel a, onder 1, of herstel van een
                                    constructiefout als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, een
                                    bouwkundige rapportage die voldoet aan de eisen NEN 2767, zodat
                                    de noodzaak van de gevraagde voorziening kan worden
                                    vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>als de aanvraag betrekking heeft op het bekostigen van een
                                    voorziening waarvoor de vergoeding wordt vastgesteld op de
                                    feitelijke kosten, een begroting van de noodzakelijke kosten
                                    voor het bekostigen van de voorziening of, als de aanvraag
                                    betrekking heeft op het bekostigen van een voorbereidingskrediet
                                    als bedoeld in artikel 3, een kostenbegroting.</al><lijst><li nr="f."><al>de geplande aanvangsdatum van uitvoering van de
                                            voorziening, en</al></li><li nr="g."><al>als het een voorziening betreft als bedoeld in artikel
                                            2, onderdeel a, onder 1 tot en met 5, de aanduiding van
                                            de gewenste plaats waar de voorziening moet worden
                                            gerealiseerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager voor 15 maart schriftelijk op de
                                    hoogte als gegevens als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De
                                    aanvrager heeft tot 15 april de gelegenheid de ontbrekende
                                    gegevens aan te vullen. Als dit niet gebeurt, neemt het college
                                    de aanvraag niet in behandeling.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een door het college in behandeling genomen aanvraag mede is
                                    gebaseerd op het aantal leerlingen van de betrokken school op 1
                                    oktober van het jaar waarin het programma wordt vastgesteld, is
                                    de aanvrager verplicht dat aantal voor 15 oktober te registeren
                                    in de Basisregistratie Onderwijs bij de Dienst Uitvoering
                                    Onderwijs. Heeft aanvrager de registratie niet binnen de
                                    gestelde termijn gerealiseerd, dan deelt het college dit
                                    schriftelijk mede aan de aanvrager en heeft de aanvrager de
                                    gelegenheid dit alsnog te doen binnen drie dagen na de datum van
                                    ontvangst van de mededeling. Als de registratie niet alsnog
                                    binnen drie dagen is verstrekt, neemt het college de aanvraag
                                    niet in behandeling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Opgave ingediende aanvragen</titel></kop><al> Het college verstrekt aan de bevoegde gezagsorganen een opgave van
                                de aanvragen die overeenkomstig artikel 6 zijn ingediend en geeft
                                daarbij aan welke niet in behandeling worden genomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.2</nr><titel>Overleg voorafgaand aan vaststellen programma en
                                overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Toelichting aanvraag; overleg over ingediende
                                    begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college of een aanvrager kan verzoeken een aanvraag nader
                                    toe te lichten. Dit overleg vindt plaats binnen 2 maanden na de
                                    hersteldatum, bedoeld in artikel 7, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college treedt in overleg met de aanvrager als de aanvraag
                                    betrekking heeft op een voorziening waarvoor de vergoeding wordt
                                    vastgesteld op de feitelijke kosten en het college van oordeel
                                    is dat de door de aanvrager overgelegde kostenbegroting moet
                                    worden aangepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college vermeldt in het voorstel tot het vaststellen van het
                                    bekostigingsplafond, het programma en het overzicht, bedoeld in
                                    paragraaf 2.3:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogte van het geraamde bedrag, waarvan voor de
                                            aangevraagde voorziening wordt uitgegaan, en</al></li><li nr="b."><al>als dit van toepassing is, de redenen waarom in het
                                            overleg geen overeenstemming is bereikt over de hoogte
                                            van het geraamde bedrag.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overleg programma en overzicht: advies Onderwijsraad</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Overleg programma en overzicht: advies Onderwijsraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college het programma en het overzicht vaststelt,
                                    worden de bevoegde gezagsorganen in een overleg in de
                                    gelegenheid gesteld hun zienswijze over de voorgenomen inhoud
                                    van dat voorstel naar voren te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit overleg vindt plaatst uiterlijk 1 oktober van het jaar
                                    voorafgaand aan het jaar waarop het vast te stellen programma
                                    betrekking heeft. De bevoegde gezagsorganen worden ten minste 2
                                    weken voor de door het college vastgestelde datum schriftelijk
                                    in kennis gesteld van het tijdstip van het overleg en de
                                    voorgenomen inhoud van het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen die niet deelnemen aan het overleg
                                    kunnen voor het overleg hun zienswijzen schriftelijk kenbaar
                                    maken aan het college. Het college stelt de deelnemers aan het
                                    overleg van deze zienswijzen in kennis.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt een verslag van de in het overleg door de
                                    bevoegde gezagsorganen naar voren gebrachte zienswijzen. De
                                    overeenkomstig het vorige lid ingediende zienswijzen en de
                                    reactie van het college hierop worden opgenomen in het verslag.
                                    Het verslag wordt binnen een maand na het overleg toegezonden
                                    aan alle bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een bevoegd gezag en het college kunnen de Onderwijsraad
                                    verzoeken een advies uit te brengen over het conceptprogramma.
                                    Het verzoek bevat een schriftelijk gemotiveerde omschrijving van
                                    de onderwerpen waarover advies wordt verwacht. Het advies dient
                                    betrekking te hebben op de relatie tussen de voorgenomen inhoud
                                    van het programma en de vrijheid van richting en inrichting. Het
                                    verzoek en de daarover naar voren gebrachte zienswijzen worden
                                    opgenomen in het verslag, bedoeld in het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college is belast met het indienen van een verzoek om advies
                                    bij de Onderwijsraad. Het college zorgt ervoor dat de
                                    Onderwijsraad alle stukken ontvangt die nodig zijn voor het
                                    beoordelen van het verzoek, waaronder het verslag, bedoeld in
                                    het vierde lid.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een afschrift van het door de Onderwijsraad uitgebrachte advies
                                    wordt zo spoedig mogelijk door het college toegezonden aan de
                                    bevoegde gezagsorganen. Als het advies zou leiden tot één of
                                    meer inhoudelijke bijstellingen van de voorgenomen inhoud van
                                    het programma worden de bevoegde gezagsorganen door het college
                                    bij het toezenden van het afschrift van het advies uitgenodigd
                                    voor een nader overleg. In alle andere gevallen beoordeelt het
                                    college of nader bestuurlijk overleg over het advies van de
                                    Onderwijsraad noodzakelijk is. Het college geeft dit aan bij het
                                    toezenden van het afschrift van het advies.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Nader overleg als bedoeld in het vorige lid vindt plaats binnen
                                    2 weken nadat het advies van de Onderwijsraad aan de bevoegde
                                    gezagsorganen is gezonden. Het college maakt van dit overleg een
                                    verslag en voegt dit toe aan het verslag, bedoeld in het vierde
                                    lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.3</nr><titel>Vaststellen bekostigingsplafond: programma en overzicht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Tijdstip vaststellen bekostigingsplafond, programma en
                                    overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt het bekostigingsplafond vast voor de
                                    vergoeding van de aangevraagde voorzieningen. Hierbij kan
                                    onderscheid gemaakt worden naar onderwijssoort of per
                                    voorziening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het programma en het overzicht worden vastgesteld met
                                    inachtneming van de criteriaals genoemd in bijlage V op
                                    uiterlijk 31 december voorafgaande aan het jaar waarop het
                                    programma betrekking heeft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Bekendmaken besluiten vaststellen bekostigingsplafond,
                                    programma en overzicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De besluiten tot het vaststellen van het bekostigingsplafond,
                                    het programma en het overzicht worden door het college binnen 2
                                    weken na de datum waarop het besluit is genomen bekend gemaakt
                                    door het toezenden of uitreiken van het besluit aan de
                                    aanvragers. Gelijktijdig stelt het college de overige bevoegde
                                    gezagsorganen schriftelijk in kennis van de genomen
                                    besluiten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De besluiten worden gelijktijdig met de bekendmaking ter inzage
                                    gelegd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.4</nr><titel>Uitvoeren programma</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overleg wijze van
                                uitvoering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt
                                        het college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop
                                        de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd.
                                        In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is
                                        voor het uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover
                                        van toepassing, afspraken gemaakt over:</al><lijst><li nr="a."><al>het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet
                                                op het primair onderwijs, artikel 101 van de Wet op
                                                de expertisecentra en artikel 76n van de Wet op het
                                                voortgezet onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting
                                                door de aanvrager worden ingediend; </al></li><li nr="c."><al>als dit van toepassing is, een andere wijze waarop
                                                de toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met
                                                inachtneming van het beschikbaar te stellen
                                                bedrag;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop het college het bouwplan en de
                                                begroting toetst, en of het naar het oordeel van het
                                                college noodzakelijk is bij het toetsen van het
                                                bouwplan en de begroting rekening te houden met
                                                feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten
                                                opzichte van het moment waarop het programma is
                                                vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan
                                                worden herzien;</al></li><li nr="e."><al>de controle op en het afleggen van verantwoording
                                                over het besteden van de beschikbaar te stellen
                                                middelen;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt;</al></li><li nr="g."><al>de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen
                                                van het totale investeringskrediet een bedrag aan te
                                                vragen voor de kosten van voorbereiding van het
                                                bouwplan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De inhoud van de afspraken of het feit dat het overleg niet
                                        tot overeenstemming heeft geleid legt het college
                                        schriftelijk vast in een verslag. De aanvrager ontvangt het
                                        verslag binnen 4 weken na het overleg. Als de aanvrager niet
                                        binnen twee weken nadat het verslag is ontvangen
                                        schriftelijk reageert, wordt, afhankelijk van de inhoud van
                                        het vastgestelde verslag, geacht overeenstemming of geen
                                        overeenstemming te zijn bereikt.</al></li><li nr="3."><al>Bij het toepassen van artikel 14, tweede lid, neemt het
                                        college binnen 4 weken nadat overeenstemming is bereikt een
                                        beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt.
                                        Het bepaalde in artikel 15 is daarbij van overeenkomstige
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt
                                        het college dit binnen 4 wekennadat het verslag is
                                        vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt
                                        gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de
                                        voorziening wordt opgeschort.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Instemmen bouwplannen en begroting: tijdstip aanvang
                                    bekostiging; toetsen wettelijke voorschriften en nieuwe feiten
                                    en omstandigheden: overleggen offertes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Nadat overeenstemming als bedoeld in artikel 13, tweede lid, is
                                    bereikt dient het bevoegd gezag het bouwplan en, als de
                                    voorziening wordt bekostigd op basis van de feitelijke kosten,
                                    de bijbehorende begroting in bij het college. Het bevoegd gezag
                                    houdt daarbij rekening met de hierover gemaakte afspraken,
                                    bedoeld in artikel 13, eerste lid. Gelijktijdig vermeldt het
                                    bevoegd gezag het tijdstip waarop de bekostiging kan starten.
                                    Het college moet instemmen met het bouwplan en de begroting
                                    voordat een bouwopdracht wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist binnen 6 weken nadat de stukken zijn
                                    ontvangen over de bouwplannen, de desbetreffende begroting en
                                    het tijdstip waarop de bekostiging start. Het college kan, onder
                                    mededeling daarvan aan de aanvrager, deze termijn verlengen met
                                    3 weken. Als niet binnen de gestelde termijn is besloten, wordt
                                    geacht instemming te zijn verleend met de bouwplannen en de
                                    begroting en start de bekostiging op het door de aanvrager
                                    aangegeven tijdstip. Het college stelt de aanvrager binnen 2
                                    weken na de datum van de beslissing over het bouwplan, de
                                    desbetreffende begroting en het tijdstip waarop de bekostiging
                                    start respectievelijk na de datum waarop de instemming geacht
                                    wordt te zijn verleend hiervan schriftelijk in kennis.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding op basis van de feitelijke kosten wordt
                                    vastgesteld op basis van de economisch meest voordelige
                                    inschrijving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Aanvang bekostiging</titel></kop><al> Het college kan bij de beslissing over het tijdstip waarop de
                                bekostiging start bepalen dat de gelden in termijnen betaald worden.
                                Het betalen van de gelden vindt telkens plaats op een zodanig
                                tijdstip dat de aanvrager kan voldoen aan de financiële
                                verplichtingen die voortkomen uit het realiseren van de op het
                                programma geplaatste voorziening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Vervallen aanspraak op bekostiging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor 1 oktober van het jaar waarop het programma betrekking
                                    heeft geeft de aanvrager een bouwopdracht of sluit hij een
                                    koop-, huur- of erfpachtovereenkomst af. Hiervan zendt hij voor
                                    15 oktober een afschrift aan het college. De aanspraak op
                                    bekostiging vervalt als niet aan deze verplichtingen wordt
                                    voldaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde:</al><lijst><li nr="a."><al>bouwopdrachten en overeenkomsten zijn
                                            onherroepelijk;</al></li><li nr="b."><al>bouwopdrachten vermelden de aanvangsdatum van het werk
                                            en de termijn, uitgedrukt in het aantal werkbare dagen,
                                            waarbinnen het werk wordt opgeleverd;</al></li><li nr="c."><al>huur- of erfpachtovereenkomsten vermelden de datum van
                                            inwerkingtreding, alsmede de duur van de
                                            overeenkomst;</al></li><li nr="d."><al>koopovereenkomsten vermelden de datum van aankoop.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanspraak op bekostiging vervalt niet als het overschrijden
                                    van de in het eerste lid bedoelde termijn veroorzaakt wordt
                                    door:</al><lijst><li nr="a."><al>bijzondere omstandigheden die niet aan de aanvrager zijn
                                            toe te rekenen, en</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager voor 1 september een schriftelijk
                                            gemotiveerd verzoek tot het verlengen van de termijn
                                            heeft ingediend bij het college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college beslist voor15 september op een verzoek
                                    tot het verlengen van de termijn. Bij inwilliging van het
                                    verzoek wordt in het besluit aangegeven tot welke datum de
                                    termijn wordt verlengd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Aanvragen met spoedeisend karakter</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.1</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><al> Een aanvraag tot het bekostigen van een voorziening die gelet op de
                                voortgang van het onderwijs geen uitstel kan lijden, wordt binnen 2
                                weken na het ontstaan van de calamiteit ingediend bij het college.
                                Hierbij wordt gebruik gemaakt van een door het college vastgesteld
                                formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Inhoud aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag als bedoeld in artikel 17 vermeldt naast de
                                    gegevens genoemd in artikel 7, eerste lid, de omstandigheden
                                    waarom de voorziening spoedeisend wordt geacht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum waarop
                                    de aanvraag is ingediend schriftelijk op de hoogte als gegevens
                                    als bedoeld in het eerste lid ontbreken. De aanvrager heeft
                                    vervolgens 2 weken om de ontbrekende gegevens aan te vullen. Als
                                    dit niet gebeurt, neemt het college de aanvraag niet in
                                    behandeling.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.2</nr><titel>Beoordelen aanvraag; uitvoeren besluit</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Tijdstip beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist binnen 4 weken nadat de aanvraag is
                                    ontvangen of, binnen 4 weken nadat de aanvullende gegevens zijn
                                    verstrekt of hadden moeten zijn verstrekt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als een beschikking niet binnen de gestelde termijn kan worden
                                    gegeven, deelt het college dit aan de aanvrager schriftelijk
                                    mede en noemt daarbij een redelijke termijn waarbinnen de
                                    beschikking wel tegemoet kan worden gezien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager binnen 2 weken na de datum van de
                                    beslissing schriftelijk van de beslissing in kennis.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Uitvoeren beslissing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Na het bekendmaken van een beslissing als bedoeld in artikel 19
                                    eerste lid waarbij een vergoeding is toegewezen, treedt het
                                    college zo spoedig mogelijk in overleg met de aanvrager over de
                                    wijze waarop de voorziening wordt uitgevoerd. Het bepaalde in de
                                    artikelen 13, 14, 15 en 16, tweede tot en met het vierde lid is
                                    daarbij van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
                                    in plaats van de termijn, bedoeld in artikel 14, tweede lid,
                                    eerste volzin, een termijn van 3 weken geldt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen 3 maanden na bekendmaking van een beslissing als bedoeld
                                    in het 1<sup>ste</sup> lid geeft de aanvrager een bouwopdracht
                                    of sluit hij een koop-, huur- of erfpachtsovereenkomst af.
                                    Hiervan zendt hij binnen een termijn van 2 weken een afschrift
                                    aan het college. De aanspraak op bekostiging vervalt als niet
                                    aan deze verplichting wordt voldaan.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Medegebruik en verhuur</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.1</nr><titel>Medegebruik voor onderwijs of educatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aanduiden omstandigheden</titel></kop><al> Het college kan overgaan tot het vorderen van een gedeelte van een
                                voor een school bestemd gebouw of terrein als:</al><lijst><li nr="1."><al>door medegebruik aan de behoefte aan huisvesting kan worden
                                        voorzien van een school waarbij overeenkomstig bijlage III,
                                        deel C, een aanvullende ruimtebehoefte is vastgesteld en het
                                        bevoegd gezag van die school een aanvraag als bedoeld in de
                                        artikelen 6 of 17 heeft ingediend;</al></li><li nr="2."><al>sprake is van een tekort aan huisvestingscapaciteit bij een
                                        andere school of een instelling als bedoeld in de Wet
                                        educatie en beroepsonderwijs, vastgesteld aan de hand van de
                                        voor die school of instelling gangbare
                                        berekeningswijze;</al></li><li nr="3."><al>leegstand is vastgesteld in een lesgebouw van een
                                        school;</al></li><li nr="4."><al>leegstand is vastgesteld in een lokaal bewegingsonderwijs
                                        van een school, of</al></li><li nr="5."><al>een sportveld van een school voor voortgezet onderwijs niet
                                        volledig wordt benut, wat blijkt uit het lesrooster van de
                                        school of scholen die dat sportveld voor het onderwijs
                                        gebruiken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Omschrijving leegstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een schoolgebouw als
                                    overeenkomstig bijlage III, deel C, is vastgesteld dat de
                                    vastgestelde capaciteit van het gebouw groter is dan de
                                    vastgestelde ruimtebehoefte. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er is sprake van leegstand in een lokaal bewegingsonderwijs als: </al><lijst><li nr="a."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal
                                            onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, en de som
                                            van het aantal klokuren gebruik dat door het college is
                                            vastgesteld minder is dan 40 klokuren; </al></li><li nr="b."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            voortgezet onderwijs en uit de overeenkomstig bijlage
                                            III, deel B, vastgestelde ruimtebehoefte blijkt dat het
                                            lokaal minder dan 40 lesuren wordt gebruikt, tenzij het
                                            bevoegd gezag op basis van het lesrooster of de
                                            lesroosters voor het lopende of eerstkomende schooljaar
                                            aantoont dat dit niet het geval is;</al></li><li nr="c."><al>het lokaal wordt gebruikt door een of meer scholen voor
                                            basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal
                                            onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet
                                            onderwijs, en de som van de berekeningswijzen, bedoeld
                                            onder a en b, minder is dan 40 klokuren. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Nalaten vorderen</titel></kop><al>Het college vordert geen medegebruik als het bevoegd gezag de
                                leegstand van het gebouw waarin het beoogde medegebruik moet
                                plaatsvinden, in gebruik heeft gegeven aan een andere school of
                                scholen voor het onderwijs aan die school of scholen, tenzij dat
                                gebruik kan plaatsvinden in de voor die scholen al beschikbare
                                huisvestingscapaciteit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 6 overlegt het daarover met de
                                    betrokken bevoegde gezagsorganen tijdens het overleg als bedoeld
                                    in artikel 10.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voordat het college overgaat tot vorderen in het kader van een
                                    aanvraag als bedoeld in artikel 17, overlegt het daarover zo
                                    spoedig mogelijk met de betrokken bevoegde gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Binnen 4 weken nadat het programma is vastgesteld of binnen 1
                                    week na het overleg, bedoeld in het vorige lid, deelt het
                                    college het bevoegd gezag waarvan gevorderd wordt schriftelijk
                                    mede dat gevorderd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De schriftelijke mededeling van het college bevat in ieder
                                    geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam van de school en het bevoegd gezag waarvoor
                                            wordt gevorderd;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van het aantal leerlingen waarvoor
                                            gevorderd wordt of, als het betreft het
                                            bewegingsonderwijsonderwijs, het aantal klokuren dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="c."><al>het gebouw waarop de vordering betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al>het aantal vierkante meters bruto vloeroppervlakte dat
                                            gevorderd wordt;</al></li><li nr="e."><al>de periode waarvoor gevorderd wordt, en </al></li><li nr="f."><al>de ingangsdatum van het medegebruik.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Vergoeding</titel></kop><al> De betrokken bevoegde gezagsorganen stellen in onderling overleg de
                                vergoeding voor het medegebruik vast. Hierbij wordt als uitgangspunt
                                genomen dat de vergoeding kostendekkend dient te zijn. Als geen
                                overeenstemming wordt bereikt stellen partijen in onderling overleg
                                vast welke handelswijze wordt gevolgd.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.2</nr><titel>Medegebruik voor culturele, maatschappelijke of recreatieve
                                doeleinden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Overleg en mededeling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat het college overgaat tot vorderen, overlegt het
                                        college met het bevoegd gezag.</al></li><li nr="2."><al>In het overleg komt in ieder geval aan de orde:</al><lijst><li nr="a."><al>voor welke activiteit of activiteiten gevorderd
                                                wordt;</al></li><li nr="b."><al>of die activiteit of activiteiten zich verdragen met
                                                het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde
                                                school;</al></li><li nr="c."><al>of maatregelen noodzakelijk zijn om te voorkomen dat
                                                het onderwijs aan de in het gebouw gevestigde school
                                                hinder van het medegebruik ondervindt;</al></li><li nr="d."><al>wat naar oordeel van het college en het bevoegd
                                                gezag een redelijke vergoeding voor het medegebruik
                                                is;</al></li><li nr="e."><al>de datum waarop het medegebruik redelijkerwijs
                                                aanvang kan nemen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Binnen 4 weken na het overleg deelt het college het bevoegd
                                        gezag waarvan medegebruik gevorderd wordt schriftelijk mede
                                        dat gevorderd wordt. Als het overleg heeft geleid tot
                                        afspraken, worden ook deze opgenomen in de schriftelijke
                                        mededeling. Als het overleg niet tot volledige
                                        overeenstemming heeft geleid, dan bevat de mededeling de
                                        beslissing van het college over de punten waarover geen
                                        overeenstemming was bereikt. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.3</nr><titel>Verhuur</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Verzoek toestemming college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegd gezag verzoekt het college schriftelijk om
                                    toestemming als bedoeld in artikel 108, eerste lid, van de Wet
                                    op het primair onderwijs, artikel 106, eerste lid, van de Wet op
                                    de expertisecentra of artikel 76s, eerste lid, van de Wet op het
                                    voortgezet onderwijs voordat een huurovereenkomst wordt
                                    gesloten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verzoek bevat een aanduiding van de huurder en van de
                                    bestemming van de te verhuren ruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan aan de toestemming als bedoeld in het
                                    1<sup>ste</sup> lid de voorwaarde verbinden dat voor de verhuur
                                    een huur is verschuldigd.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Einde gebruik gebouwen en terreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Staat van onderhoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als het bevoegd gezag aan het college schriftelijk meldt dat een
                                gebouw of terrein niet meer nodig is voor het huisvesten van een
                                school stelt het college vast of er mogelijk sprake is van
                                achterstallig onderhoud aan het gebouw of terrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het college vaststelt dat er sprake is van achterstallig
                                onderhoud wordt voordat de eigendomsoverdracht plaatsvindt een staat
                                van onderhoud opgemaakt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De staat van onderhoud wordt na overleg met het bevoegd gezag
                                opgemaakt in opdracht van het college.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Over de staat van onderhoud wordt overleg gevoerd met het bevoegd
                                gezag. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als uit de staat van onderhoud blijkt dat sprake is van
                                achterstallig onderhoud wordt in het overleg vastgesteld welk deel
                                hiervan voor rekening van het bevoegd gezag komt en of het bevoegd
                                gezag opdracht verstrekt voor het uitvoeren van de werkzaamheden, of
                                dat het bevoegd gezag een in overleg vast te stellen bedrag aan het
                                college betaalt. Als geen overeenstemming wordt bereikt, stellen
                                partijen vast welke handelwijze verder gevolgd wordt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het opmaken van een staat van onderhoud blijft achterwege als dit
                                naar het oordeel van het college niet nodig is. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Gebruik lokaal bewegingsonderwijs door speciaal basisonderwijs en
                            (voortgezet) speciaal onderwijs</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Mutaties aantal klokuren binnen beschikbare capaciteit,
                                inroosteren en gebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt jaarlijks voor 31 december voorlopig vast het
                                aantal klokuren bewegingsonderwijs waarop een school voor
                                basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een school
                                voor speciaal onderwijs, een school voor speciaal en voortgezet
                                speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs
                                in het daaropvolgende schooljaar aanspraak maakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Grondslag voor het berekenen van het aantal klokuren is het aantal
                                leerlingen dat op 1 oktober van het lopende schooljaar op de school
                                staat ingeschreven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op basis van het aantal klokuren stelt het college voor 1 maart een
                                rooster op voor het gebruik van de lokalen bewegingsonderwijs,
                                waarbij het college rekening houdt met de volgende
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>de afstanden in relatie tot de omvang van het
                                        onderwijsgebruik van een lokaal bewegingsonderwijs, bedoeld
                                        in bijlage I, deel B;</al></li><li nr="b."><al>een school waarvan het bevoegd gezag eigenaar is van het
                                        lokaal bewegingsonderwijs wordt voor de school als eerste
                                        ingeroosterd voor het lokaal bewegingsonderwijs, en</al></li><li nr="c."><al>het bewegingsonderwijs van een school wordt zoveel mogelijk
                                        ingeroosterd in één lokaal bewegingsonderwijs.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt het bevoegd gezag, nadat het rooster voorlopig is
                                vastgesteld, voor 15 maart in kennis van het rooster. Hierbij worden
                                per school de volgende gegevens vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal klokuren waarvoor de school wordt
                                        ingeroosterd;</al></li><li nr="b."><al>het lokaal bewegingsonderwijs dat voor het
                                        bewegingsonderwijs is toegewezen, en</al></li><li nr="c."><al>de lestijden gedurende welke het onderwijsgebruik
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bevoegde gezagsorganen kunnen tot 1 april reageren op het
                                voorstel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op verzoek van de bevoegde gezagsorganen kan het college een overleg
                                over het voorstel plannen. Dit overleg vindt plaats voor 15 april.
                                In het overleg kunnen de vertegenwoordigers van de bevoegde
                                gezagsorganen reageren op het voorstel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college stelt het rooster voor 1 meidefinitief vast en
                                houdt hierbij rekening met de reacties van de bevoegde
                                gezagsorganen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan het college verzoeken meer klokuren in te
                                roosteren dan het aantal klokuren dat door het college is
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college neemt een verzoek als bedoeld in het vorige lid
                                uitsluitend in behandeling als daarvoor nog capaciteit beschikbaar
                                is. Het aantal klokuren dat door het college extra wordt
                                ingeroosterd komt voor rekening van het bevoegd gezag van de school.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Beslissing college in gevallen waarin de verordening niet
                                voorziet</titel></kop><al> In gevallen die de uitvoering van deze verordening betreffen en waarin
                            deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31.</nr><titel>Indexering</titel></kop><al> Het college stelt jaarlijks de in het kader van deze verordening
                            gehanteerde normbedragen voor de vergoeding van voorzieningen bij op
                            basis van de in bijlage IV opgenomen systematiek van
                            prijsbijstelling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32.</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk
                            2009, vastgesteld op 18 december 2008, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening voorzieningen
                                    huisvesting onderwijs gemeente Oisterwijk 2015</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december
                        2014.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Nelleke van Wijk, Hans Janssen</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al>VERORDENING-BIJLAGE I</al><al><vet>Verordening voorzieningen huisvesting gemeente Oisterwijk 2015
                                </vet><vet>– bijlage I</vet></al><al><vet>Beoordelingscriteria noodzaak aangevraagde voorzieningen</vet></al><al><vet>Deel A </vet><vet>–</vet><vet> Lesgebouwen</vet></al><al>De voorzieningen genoemd onder A.2 (vervangende bouw), A.3.1
                            (uitbreiding met één of meer leslokalen) en A.3.2 (uitbreiding met een
                            speellokaal) worden niet noodzakelijk geacht voor dislocaties met een
                            permanente bouwaard. Slechts in bijzondere omstandigheden kan dit, na
                            overleg met het bevoegd gezag en ter beoordeling van het college
                            plaatsvinden.</al><al><vet>A.1 Nieuwbouw</vet></al><al>Noodzaak van nieuwbouw is aanwezig als:</al><lijst><li nr="a."><al>de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                                    bekostiging in aanmerking brengt;</al></li><li nr="b."><al>de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden
                                    verwacht en:</al></li></lijst><al>1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze
                            leerlingen gedurende ten minste 15 jaar kunnen worden verwacht, of</al><al>2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze
                            leerlingen gedurende ten minste 4 jaar kunnen worden verwacht, en</al><lijst><li nr="c."><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt
                                    te maken is als passende huisvesting voor de school, en</al></li><li nr="d."><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting
                                    voor de school te realiseren. </al></li></lijst><al><vet>A.2 Vervangende bouw</vet></al><al>De noodzaak van vervangende bouw is aanwezig als:</al><lijst><li nr="a."><al>op grond van een overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige
                                    rapportage wordt vastgesteld dat onderhoud en aanpassen niet zal
                                    leiden tot de gewenste levensduurverlenging van tenminste 20
                                    jaar;</al></li><li nr="b."><al>dit het gevolg is van een herschikkingsoperatie;</al></li><li nr="c."><al>dit het gevolg is van ontwikkelingen in de ruimtelijke ordening
                                    en:</al></li></lijst><al>1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal
                            leerlingen gedurende ten minste 15 jaar aanwezig zijn of kunnen worden
                            verwacht, of</al><al>2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal
                            leerlingen gedurende ten minste 4 jaar aanwezig zijn of kunnen worden
                            verwacht, en</al><lijst><li nr="d."><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt
                                    te maken is als passende huisvesting voor de school, en</al></li><li nr="e."><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting
                                    voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al><vet>A.3 Uitbreiding</vet></al><al><vet>A.3.1 Uitbreiding schoolgebouw</vet></al><al>De noodzaak van het uitbreiden van een schoolgebouw is aanwezig
                            als:</al><lijst><li nr="a."><al>de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit
                                    van een schoolgebouw van een school voor basisonderwijs, een
                                    speciale school voor basisonderwijs, een school voor speciaal of
                                    voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs kleiner is
                                    dan de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde
                                    ruimtebehoefte en het verschil tussen de capaciteit en de
                                    ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs, een speciale
                                    school voor basisonderwijs, of een school voor speciaal
                                    onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of een voortgezet
                                    onderwijs, gelijk of groter is dan de drempelwaarde, bedoeld in
                                    bijlage III, deel C, en</al></li><li nr="b."><al>daarnaast:</al></li></lijst><al>1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal
                            leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kunnen worden verwacht, </al><al>2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat dit aantal
                            leerlingen gedurende minstens vier jaar aanwezig zijn of kunnen worden
                            verwacht, of</al><al>3°. de prognose op basis van de laatste teldatum voor het indienen van
                            de aanvraag aantoont dat het aantal leerlingen dat aanwezig is niet voor
                            ten hoogste vier jaar binnen het gebouw of de gebouwen kunnen worden
                            gehuisvest, en</al><lijst><li nr="c."><al>geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt
                                    te maken is als passende huisvesting voor de school, en</al></li><li nr="d."><al>het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting
                                    voor de school te realiseren.</al></li></lijst><al><vet>A.3.2 Uitbreiding met een speellokaal</vet><vet> school voor
                                basisonderwijs en school voor speciaal onderwijs</vet></al><al>De noodzaak van het uitbreiden met een speellokaal is aanwezig als:</al><lijst><li nr="a."><al>tot een school voor speciaal basisonderwijs minstens twaalf
                                    kinderen jonger dan zes jaar of tot een school of afdeling van
                                    een school voor speciaal onderwijs kinderen jonger dan zes jaar
                                    worden toegelaten;</al></li><li nr="b."><al>de school volgens een overeenkomstig bijlage II opgestelde
                                    prognose aantoont dat de school minstens vijftien jaar zal
                                    blijven bestaan;</al></li><li nr="c."><al>in het schoolgebouw geen speellokaal aanwezig is;</al></li><li nr="d."><al>medegebruik van een speellokaal of lokaal bewegingsonderwijs
                                    binnen 300 meter hemelsbreed onmogelijk is, en</al></li><li nr="e."><al>het naar oordeel van het college onmogelijk is om tegen
                                    redelijke kosten inpandig een speellokaal te realiseren door
                                    gebruik te maken van een bestaand verschil tussen de
                                    overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en
                                    de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde
                                    ruimtebehoefte.</al></li></lijst><al><vet>A.4 In gebruik nemen van een bestaand gebouw</vet></al><al>De noodzaak van het in gebruik nemen van een gebouw is aanwezig
                            als:</al><lijst><li nr="a."><al> de minister de desbetreffende school voor het eerst voor
                                    bekostiging in aanmerking brengt of als het huidige gebouw moet
                                    worden vervangen of uitgebreid;</al></li><li nr="b."><al> de te huisvesten leerlingen aanwezig zijn of kunnen worden
                                    verwacht en:</al></li></lijst><al>1°. als het een voor blijvend gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze
                            leerlingen gedurende minstens vijftien jaar kunnen worden verwacht,
                            of</al><al>2°. als het een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening betreft een
                            overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat deze
                            leerlingen gedurende minstens vier jaar kunnen worden verwacht, en</al><lijst><li nr="c."><al> geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt
                                    te maken is als passende huisvesting voor de school;</al></li><li nr="d."><al> het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting
                                    voor de school te realiseren, en</al></li><li nr="e."><al> de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen naar oordeel
                                    van het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van
                                    vervangende bouw of uitbreiding.</al></li></lijst><al><vet>A.5 Verplaatsen tijdelijk gebouw</vet></al><al>De noodzaak van het verplaatsen van een tijdelijk gebouw is aanwezig
                            als:</al><lijst><li nr="a."><al> er op basis van een overeenkomstig bijlage II opgestelde
                                    prognose een tijdelijke behoefte aan huisvesting voor minstens
                                    vier jaar is, waarin een beschikbaar leeg of leegkomend
                                    tijdelijk gebouw kan voorzien;</al></li><li nr="b."><al> geen gebouw beschikbaar is of komt dat geschikt is of geschikt
                                    te maken is als passende huisvesting voor de school; </al></li><li nr="c."><al> het onmogelijk is om door medegebruik een passende huisvesting
                                    voor de school te realiseren, en</al></li><li nr="d."><al> de kosten van het verplaatsen naar oordeel van het college in
                                    redelijke verhouding staan tot de kosten van een nieuwe
                                    tijdelijke voorziening voor hetzelfde aantal leerlingen en voor
                                    dezelfde tijdsduur.</al></li></lijst><al><vet>A.6 Terrein</vet></al><al>De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel
                            daarvan is aanwezig als het college heeft ingestemd met een voorziening
                            als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, onder 1° tot en met 4°, en de
                            oppervlakte van het bestaande terrein niet voldoende is om deze
                            voorziening te realiseren. De oppervlakte van het terrein moet voldoen
                            aan de minimumnormen, bedoeld in bijlage III, deel D.</al><al><vet>A.7 Eerste inrichting </vet></al><lijst><li nr="a."><al>De noodzaak van de eerste aanschaf van onderwijsleerpakket en
                                    meubilair ontstaat wanneer een voorziening wordt toegekend die
                                    uitbreiding van de totale huisvestingscapaciteit van de school
                                    tot gevolg heeft en deze niet voor 1 januari 2015 is
                                    bekostigd.</al></li><li nr="b."><al>De noodzaak van eerste inrichting met onderwijsleerpakket en
                                    meubilair van een speellokaal is aanwezig als een speciale
                                    school voor basisonderwijs of een speciale school wordt
                                    uitgebreid met een speellokaal.</al></li><li nr="c."><al>Bij fusie van scholen wordt uitsluitend uitbreiding van eerste
                                    aanschaf van onderwijsleerpakket, meubilair toegekend als het
                                    aantal leerlingen na de fusie groter is dan het totaal aantal
                                    leerlingen van de afzonderlijk aan de fusie deelnemende
                                    scholen.</al></li></lijst><al><vet>A.8 Medegebruik</vet></al><lijst><li nr="a."><al> De noodzaak van medegebruik van een school voor basisonderwijs,
                                    een speciale school voor basisonderwijs of een school voor
                                    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, of een
                                    school voortgezet onderwijs, is aanwezig als het verschil tussen
                                    de overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit
                                    en de overeenkomstig bijlage III, deel B, vastgestelde
                                    ruimtebehoefte:</al><lijst><li nr="1."><al>gelijk of groter is dan de drempelwaarde, bedoeld in
                                            bijlage III, deel C, en</al></li><li nr="2."><al>een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose
                                            aantoont dat de overeenkomstig bijlage III, deel C,
                                            vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte voor minimaal
                                            vier jaar noodzakelijk is.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>Bepalend bij het beoordelen van de beschikbaarheid van een
                                    gebouw of ruimte voor medegebruik is een afstand van ten hoogste
                                    2 kilometer, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende
                                    begaanbare en veilige weg. </al></li><li nr="c."><al>Medegebruik blijft beperkt tot ten hoogste
                                    tweegebouwen.</al></li></lijst><al><vet>A.9 Herstel van constructiefouten</vet></al><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten is aanwezig als een
                            bouwkundige rapportage uitwijst dat het gaat om constructiefouten die
                            hersteld moeten worden. </al><al><vet>A.10 Vervangen of herstel van schade aan gebouw,
                                onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</vet></al><al>De noodzaak van vervangen of herstel van een gebouw, onderwijsleerpakket
                            of meubilair als gevolg van schade daaraan is aanwezig als door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al><al><vet>A.11 B</vet><vet>eperkingen ten aanzien van realiseren van passende
                                huisvesting</vet></al><al>Voor wat betreft het afwezig zijn van een beschikbaar (komend) en
                            geschikt of geschikt te maken gebouw alsmede van mogelijkheden om door
                            medegebruik binnen 2.000 meter hemelsbreed een passende huisvesting voor
                            de school te realiseren, als bedoeld in bijlage I, deel A Lesgebouwen,
                            1, wordt voor een school voor basisonderwijs uitgegaan van:</al><lijst><li nr="a."><al>huisvesting van groepen leerlingen, woonachtig in Oisterwijk ten
                                    noorden van de spoorlijn: in het gebied ten noorden van de
                                    spoorlijn, nader omschreven als Pannenschuur;</al></li><li nr="b."><al>huisvesting van groepen leerlingen, woonachtig in Oisterwijk,
                                    ten zuiden van de spoorlijn: in het gebied ten zuiden van de
                                    spoorlijn, nader omschreven als Westend, Centrum en
                                    Waterhoef;</al></li><li nr="c."><al>huisvesting van groepen leerlingen, woonachtig in Moergestel: in
                                    het gebied nader te omschreven als Moergestel.</al></li></lijst><al><cursief>(cfm besluit gemeenteraad, 19 december 1996)</cursief></al><al><vet>Deel B - Voorzien</vet><vet>ingen voor lOKALEN
                                BEWEGINGSONDERWIJS</vet></al><al><vet>B.1 Nieuwbouw, vervangende nieuwbouw, uitbreiding en
                                ingebruikneming.</vet></al><al>De noodzaak van:</al><lijst><li nr="a."><al> nieuwbouwis aanwezig als de minister de desbetreffende
                                    school voor het eerst voor bekostiging in aanmerking
                                    brengt;</al></li><li nr="b."><al>vervangende nieuwbouw is aanwezig op grond van een
                                    overeenkomstig NEN 2767 opgestelde bouwkundige rapportage wordt
                                    vastgesteld dat onderhoud en aanpassen niet zal leiden tot de
                                    gewenste levensduurverlenging van tenminste 20 jaar of dit het
                                    gevolg is van een herschikkingsoperatie;</al></li><li nr="c."><al> uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs is aanwezig als
                                    de oppervlakte van de zaal kleiner is dan 140 vierkante meters
                                    en het effectief gebruik van het lokaal daardoor belemmerd
                                    wordt, of</al></li><li nr="d."><al>het in gebruik nemen van een lokaal bewegingsonderwijs is
                                    aanwezig als:</al></li><li nr="1."><al>de minister de school voor het eerst voor bekostiging in
                                    aanmerking brengt;</al></li><li nr="2."><al>het huidige gebouw overeenkomstig onderdeel b voor vervanging in
                                    aanmerking komt; of</al></li><li nr="3."><al>de kosten van het in gebruik nemen en aanpassen naar oordeel van
                                    het college in redelijke verhouding staan tot de kosten van
                                    vervangende bouw, en</al></li><li nr="e."><al> het onmogelijk is gebruik te maken van één of meer lokalen
                                    bewegingsonderwijs of van binnen een redelijke termijn
                                    beschikbaar komende lokalen bewegingsonderwijs voor:</al></li><li nr="1."><al>een school voor basisonderwijs of speciaal basisonderwijs, bij
                                    noodzakelijk gebruik van:</al><lijst><li nr="a."><al>ten minste 20 klokuren binnen 1 km gemeten langs de
                                            kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige
                                            weg of;</al></li><li nr="b."><al>ten minste 15 klokuren binnen 3,5 km gemeten langs de
                                            kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige
                                            weg, of</al></li><li nr="c."><al>ten minste 5 klokuren binnen 7,5 km, gemeten langs de
                                            kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige
                                            weg of</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>een school voor speciaal onderwijs, speciaal en voortgezet
                                    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, bij
                                    noodzakelijk gebruik van:</al></li><li nr="a."><al>ten minste 10 groepen speciaal onderwijs binnen 1 km gemeten
                                    langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en
                                    veilige weg of;</al></li><li nr="b."><al>ten minste 10 groepen voortgezet speciaal onderwijs binnen 2 km
                                    gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare
                                    en veilige weg of;</al></li><li nr="c."><al> ten minste 6 groepen speciaal onderwijs binnen 3,5 km gemeten
                                    langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en
                                    veilige weg, of</al></li><li nr="d."><al>ten minste 3 groepen speciaal onderwijs binnen 7,5 km gemeten
                                    langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en
                                    veilige weg, of</al></li><li nr="3."><al>een school voor voortgezet onderwijs binnen 2 km gemeten langs
                                    de kortste voor de leerling voldoende begaanbare weg en veilige,
                                    en</al></li></lijst><al>een overeenkomstig bijlage II opgestelde prognose aantoont dat gedurende
                            ten minste vijftien jaarde groepen leerlingen waarvoor het
                            door het college vastgestelde aantal klokuren noodzakelijk is, aanwezig
                            zijn of verwacht kunnen worden.</al><al><vet>B.2 Terrein</vet></al><al>De noodzaak van het verwerven of uitbreiden van een terrein of een deel
                            daarvan is aanwezig als voor het realiseren van de nieuwbouw of de
                            uitbreiding geen of onvoldoende terrein aanwezig is.</al><al><vet>B.3 Eerste inrichting </vet></al><al>De noodzaak van eerste inrichting bewegingsonderwijs is aanwezig
                            als:</al><lijst><li nr="a."><al> nieuwbouw, uitbreiding of ingebruikneming bestaand lokaal
                                    bewegingsonderwijs voor de school is goedgekeurd, en </al></li><li nr="b."><al> voor de desbetreffende groepen leerlingen van het
                                    basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of
                                    voortgezet speciaal onderwijs nog niet eerder bekostiging eerste
                                    inrichting bewegingsonderwijs is verstrekt of voor de
                                    desbetreffende leerlingen van het voortgezet onderwijs nog niet
                                    eerder bekostiging eerste inrichting bewegingsonderwijs is
                                    verstrekt.</al></li></lijst><al><vet>B.4 Huur van een sportterrein school voor voortgezet
                                onderwijs</vet></al><al>De noodzaak van huur van een sportveld is aanwezig als het lesrooster
                            buitensport vermeldt, het bevoegd gezag niet beschikt over een eigen
                            sportveld en medegebruik van een sportveld van een ander bevoegd gezag
                            onmogelijk is.</al><al><vet>B.5 Medegebruik</vet></al><al>De noodzaak van medegebruik is aanwezig als het door de gemeente
                            vastgestelde aantal klokuren bewegingsonderwijs zodanig is dat daarvoor
                            binnen de op dat moment in gebruik zijnde lokalen bewegingsonderwijs
                            geen plaats is.</al><al><vet>B.6 Herstel constructiefouten</vet></al><al>De noodzaak van herstel van constructiefouten is aanwezig als een
                            bouwkundige rapportage uitwijst dat het gaat om constructiefouten die
                            hersteld moeten worden. </al><al><vet>B.7 Herstel of vervanging van schade aan gebouw,
                                onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                omstandigheden</vet></al><al>De noodzaak van vervangen of herstel van een gebouw, onderwijsleerpakket
                            of meubilair als gevolg van schade daaraan is aanwezig als door de
                            opgetreden bijzondere omstandigheid het onderwijs in het desbetreffende
                            gebouw wordt gehinderd.</al><al>VERORDENING-BIJLAGE II</al><al><vet>Verordening voorzieningen huisvesting </vet><vet>onderwijs
                                </vet><vet>gemeente Oisterwijk 2015 – bijlage
                            I</vet><vet>I</vet></al><al><vet>Prognosecriteria</vet></al><lijst><li nr="A."><al><vet>Algemeen</vet></al></li><li nr="a."><al> Een prognose van het aantal te verwachten leerlingen van een
                                    school voor basisonderwijs, een speciale school voor
                                    basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                                    speciaal onderwijs of voor voortgezet onderwijs wordt gemaakt
                                    voor een periode van minstens vijftien jaar, met als eerste jaar
                                    het jaar waarin de start van de bekostiging wordt gewenst (de
                                    prognoseperiode).</al></li><li nr="b."><al> De prognose omvat gegevens voor minstens een periode van zes
                                    jaar (de analyseperiode) met als laatste jaar het jaar dat
                                    voorafgaat aan het indienen van de aanvraag. De prognose is niet
                                    meer dan twee jaar oud. Als basis voor de prognose mag gebruik
                                    gemaakt worden van de omvang van de basisgeneratie voor het
                                    basisonderwijs zoals het meest recent berekend door het Centraal
                                    Bureau voor de Statistiek of het ministerie van Onderwijs,
                                    Cultuur en Wetenschap.</al></li><li nr="c."><al> Een prognose wordt schriftelijk aangeleverd en bevat in ieder
                                    geval de relevante gegevens en berekeningen over de analyse- en
                                    prognoseperiode, een beschrijving van de gebruikte programmatuur
                                    en een onderbouwing van de aannames waarop de prognose is
                                    gebaseerd.</al></li><li nr="B."><al><vet>Voedingsgebied</vet></al></li><li nr="1."><al>Het voedingsgebied van een school omvat het gebied waaruit het
                                    overgrote deel van de leerlingen afkomstig is of zal zijn. </al></li><li nr="2."><al> De prognose voor een basisschool bevat in ieder geval een
                                    beschrijving van het voedingsgebied op wijkniveau. Bij een
                                    speciale school voor basisonderwijs en een school voor speciaal
                                    onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet
                                    onderwijs kan, als het voedingsgebied zich over de gemeentegrens
                                    uitstrekt, worden volstaan met een opsomming van de gemeenten
                                    die tot het voedingsgebied worden gerekend.</al></li><li nr="3."><al> Voor zover het voedingsgebied kleiner is dan de hele gemeente
                                    wordt beredeneerd aangegeven welke berekeningen op de
                                    basisgeneratie zijn toegepast.</al></li><li nr="C."><al><vet>Prognose school voor basisonderwijs</vet></al></li></lijst><al>De prognose van een school voor basisonderwijs geeft per jaar inzicht in
                            het te verwachten aantal leerlingen van de school of nevenvestiging
                            waarbij rekening wordt gehouden met:</al><lijst><li nr="a."><al>het voedingsgebied;</al></li><li nr="b."><al>de bevolking in het voedingsgebied, verdeeld in relevante
                                    leeftijdsgroepen;</al></li><li nr="c."><al>de woningvoorraad en wijzigingen daarin, inclusief een eventuele
                                    wijziging van het voedingsgebied;</al></li><li nr="d."><al>veranderingen als gevolg van migratie, sterfte en geboorte in de
                                    leeftijdsgroepen, bedoeld onder b;</al></li><li nr="e."><al>veranderingen in de bevolking als gevolg van wijzigingen in de
                                    woningvoorraad;</al></li><li nr="f."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling
                                    voor de basisschool, en</al></li><li nr="g."><al>het onderwijs dat wordt gegeven.</al></li><li nr="D."><al><vet> Prognose speciale school voor basisonderwijs en school
                                        voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                        onderwijs</vet></al></li></lijst><al>De prognose van een speciale school voor basisonderwijs en een school
                            voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs moet inzicht
                            geven in:</al><lijst><li nr="a."><al>het voedingsgebied;</al></li><li nr="b."><al>de plaats waar het onderwijs moet worden gegeven;</al></li><li nr="c."><al>de voorgestelde datum van ingang van bekostiging, en</al></li><li nr="d."><al>als het een school voor meervoudig gehandicapte kinderen
                                    betreft, de handicaps van de leerlingen waarvoor de school
                                    bestemd is.</al></li><li nr="E."><al><vet>Prognose school voor voortgezet onderwijs</vet></al></li></lijst><al>De prognose van een school voor voortgezet onderwijs moet inzicht geven
                            in:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeente van herkomst van de leerlingen</al></li><li nr="b."><al>het voedingsgebied;</al></li><li nr="c."><al>de verdeling van de leerlingen als gevolg van de belangstelling
                                    voor de basisschool;</al></li><li nr="d."><al>de basisgeneratie 4 tot en met 11 jaar + 30 procent van de 12
                                    jarigen, en</al></li><li nr="e."><al>de plaats waar het onderwijs moet worden gegeven.</al></li></lijst><al>VERORDENING-BIJLAGE III</al><al><vet>Verordening voorzieningen huisvesting </vet><vet>onderwijs
                                </vet><vet>gemeente Oisterwijk 2015 – bijlage III</vet></al><al><vet>Criteria vaststellen capaciteit, ruimtebehoefte en aanvullende
                                ruimtebehoefte</vet></al><al><vet>Deel A – Vaststellen capaciteit </vet></al><al><vet>A.1 Uitgangspunten</vet></al><al>De capaciteit van gebouwen wordt op basis van onderstaande methodiek
                            vastgesteld. Het college kan in overeenstemming met het bevoegd gezag
                            van een school besluiten tot het verminderen van de met onderstaande
                            methodiek vastgestelde capaciteit, als de hiertoe beschikbaar komende
                            ruimten worden ingezet voor onderwijskundige, culturele,
                            maatschappelijke of recreatieve doeleinden. Als een deel van een gebouw
                            is gerealiseerd met andere dan overheidsmiddelen en hiervoor geen
                            vergoeding wordt genoten, wordt dit deel niet tot de capaciteit van het
                            gebouw gerekend. Dit deel wordt wel geregistreerd.</al><al><vet>A</vet><vet>.1.1 School voor basisonderwijs</vet><vet>, speciale
                                school voor basisonderwijs, school voor speciaal onderwijs of
                                voortgezet speciaal onderwijs of voortgezet onderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De capaciteit van een gebouw voor een school voor
                                    basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een
                                    school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs,
                                    of voortgezet onderwijs wordt vastgelegd in de bruto
                                    vloeroppervlakte van het gebouw en bepaald overeenkomstig
                                    bijlage III, deel E. De capaciteit van ieder gebouw wordt
                                    afzonderlijk vastgesteld.</al></li><li nr="2."><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs, een school voor
                                    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs geldt dat
                                    een eventueel aanwezig speellokaal niet in de
                                    capaciteitsbepaling wordt meegenomen. Als een speellokaal
                                    aanwezig is en de noodzaak van het uitbreiden met een
                                    speellokaal, bedoeld in bijlage I, onder A.3.2, aanwezig is,
                                    wordt op de bruto vloeroppervlakte 90 vierkante meter in
                                    mindering gebracht.</al></li><li nr="3."><al>De capaciteit van een schoolgebouw wordt verminderd met 90
                                    vierkante meter als een ruimte in het schoolgebouw is verhuurd
                                    voor het huisvesten van een peuterspeelzaal, buitenschoolse
                                    opvang of kinderopvang en het college voor deze verhuur vooraf
                                    toestemming heeft verleend.</al></li><li nr="4."><al>De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw van het
                                    voortgezet onderwijs wordt vermeerderd met de bruto
                                    vloeroppervlakte van de lokalen bewegingsonderwijs.</al></li><li nr="5."><al>Als sprake is van een schoolgebouw met een
                                    bruto-netto-verhouding in de oppervlakte die sterk afwijkt van
                                    de sinds 1 januari 1997 gerealiseerde schoolgebouwen, kan het
                                    schoolbestuur een verzoek indienen tot vaststelling van een
                                    fictieve bruto vloeroppervlakte als grondslag voor de
                                    capaciteitsbepaling.</al></li></lijst><al><vet>A.1.2 Dislocaties, gebouwen met een permanente of tijdelijke
                                bouwaard</vet></al><al>De capaciteit van dislocaties wordt overeenkomstig bijlage III, deel E,
                            vastgesteld.</al><al><vet>A.1.3 Rangorde hoofdgebouwen en dislocaties</vet></al><al>Als een schoolbestuur voornemens is een hoofdvestiging, nevenvestiging
                            of dislocatie af te stoten, wordt in overleg met het college vastgesteld
                            welk gebouw wordt afgestoten.</al><al><vet>A.1.4 Terrein</vet></al><al>Het terrein omvat het kadastraal perceel of de kadastrale percelen
                            waarop het schoolgebouw met toebehoren zich bevindt. De
                            terreinoppervlakte is gelijk aan de grootte in de kadastrale registratie
                            van het Kadaster. Als de kadastrale perceelgrenzen niet overeenkomen met
                            de grenzen van het schoolterrein wordt het met overheidsmiddelen
                            bekostigde deel van de terreinoppervlakte vastgelegd.</al><al><vet>A.1.5 Inventaris</vet></al><al>Voor de inventaris geldt als uitgangspunt dat op 1 januari 2015 alle
                            scholen voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs
                            of voortgezet speciaal onderwijs en voortgezet onderwijs in de gemeente
                            zijn voorzien van voldoende onderwijsleerpakket en meubilair. De bruto
                            vloeroppervlakte van de school is de basis voor het vaststellen van de
                            omvang van de aanwezige inventaris.</al><al><vet>A.1.6 Lokalen bewegingsonderwijs</vet></al><al><vet>A.1.6.1 Lokalen bewegingsonderwijs.</vet></al><al>De capaciteit van een lokaal bewegingsonderwijs bedraagt 40
                            klokuren.</al><al><vet>A.1.6.2 Terrein</vet></al><al>De terreinoppervlakte is de oppervlakte zoals vastgelegd bij het
                            Kadaster. Slechts de terreinoppervlakte van de vrijstaande lokalen
                            bewegingsonderwijs gelegen op eigen terrein, los van het terrein van het
                            lesgebouw, wordt geregistreerd.</al><al><vet>A.1.6.3 Inventaris</vet></al><al>De inventaris aanwezig op 1 januari 2015wordt geacht voldoende
                            te zijn.</al><al><vet>Deel B – Vaststellen ruimtebehoefte</vet></al><al><vet>B.1 Lesgebouwen</vet></al><al><vet>B.1.1 School voor basisonderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ruimtebehoefte voor een school voor basisonderwijs wordt
                                    bepaald aan de hand van het aantal leerlingen en is inclusief
                                    een speellokaal. De ruimtebehoefte wordt berekend voor elke
                                    school met een eigen BRIN-nummer en voor elke nevenvestiging met
                                    een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt voor het
                                    berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke
                                    school. De ruimtebehoefte is opgebouwd uit een
                                    basisruimtebehoefte en een toeslag in verband met de
                                    gewichtensom.</al></li><li nr="2."><al>De basisruimtebehoefte wordt berekend met de formule:</al></li></lijst><al>B = 200 + 5,03 * L, waarbij:</al><al>B = Basisruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte,
                            afgerond op hele vierkante meter.</al><al>L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop
                            de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.</al><al>3.De toeslag wordt berekend met de formule:</al><al>T = 1,40 * G, waarbij:</al><al>T = Toeslag in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond op hele
                            vierkante meter.</al><al>G = Gecorrigeerde gewichtensom, welke als volgt wordt bepaald:</al><lijst><li nr="1."><al>bepaal de (ongecorrigeerde) gewichtensom (= het totaal van alle
                                    gewichten van alle ingeschreven leerlingen);</al></li><li nr="2."><al>verminder de ongecorrigeerde gewichtensom met een getal ter
                                    grootte van 6 procent van het aantal ingeschreven leerlingen,
                                    waarbij de gewichtensom niet kleiner dan 0 mag worden. De
                                    uitkomst wordt afgerond op een geheel getal;</al></li><li nr="3."><al>als de dan verkregen gewichtensom meer bedraagt dan 80 procent
                                    van het aantal ingeschreven leerlingen wordt de gewichtensom
                                    vastgesteld op 80 procent van het aantal ingeschreven
                                    leerlingen.</al></li></lijst><al><vet>B.1.2 Speciale school voor basisonderwijs</vet></al><al>1.De ruimtebehoefte voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                            bepaald aan de hand van het aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt
                            berekend voor elke school met een eigen BRIN-nummer en voor elke
                            nevenvestiging met een eigen vestigingsnummer. Een nevenvestiging wordt
                            voor het berekenen van de ruimtebehoefte beschouwd als een afzonderlijke
                            school. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule:</al><al>R = 250 + 7,35 * L, waarbij</al><al>R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond
                            op hele vierkante meter.</al><al>L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop
                            de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.</al><al>2.Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van
                            90 vierkante meter.</al><al><vet>B.1.3 School voor (voortgezet) speciaal onderwijs</vet></al><al>1.De ruimtebehoefte voor een school voor speciaal onderwijs of
                            voortgezet onderwijs wordt bepaald aan de hand van de onderwijssoort, de
                            categorie (speciaal of voortgezet speciaal), het type vestiging en het
                            aantal leerlingen. De ruimtebehoefte wordt berekend met de formule:</al><al>R = V + f * L, waarbij</al><al>R = Ruimtebehoefte in vierkante meter bruto vloeroppervlakte, afgerond
                            op hele vierkante meter.</al><al>V = Vaste voet in vierkante meter bruto vloeroppervlakte welke is
                            voor:</al><lijst><li nr="-"><al>de hoofdvestigingen voor alle onderwijssoorten, uitgezonderd
                                    VSO-ZMLK, 370 vierkante meter, en</al></li><li nr="-"><al>de hoofdvestiging VSO-ZMLK, 250 vierkante meter.</al><al> Voor nevenvestigingen geldt geen vaste voet.</al></li></lijst><al>F = Factor (vierkante meter bruto vloeroppervlakte per leerling)
                            overeenkomstig tabel 1, waarin is opgenomen een overzicht van f
                            (vierkante meter bruto vloeroppervlakte per leerling), per
                            onderwijssoort.</al><al>L = Aantal leerlingen dat op 1 oktober voorafgaande aan elk jaar waarop
                            de prognose betrekking heeft op de school zijn ingeschreven.</al><al>2.Een eventueel speellokaal leidt tot een additionele ruimtebehoefte van
                            90 vierkante meter.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="69*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Tabel 1 – Ruimtebehoefte bvo per leerling naar
                                                  onderwijssoort</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>SO</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>VSO</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Slechthorende kinderen (SH)</al><al>Kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden die niet
                                                tevens behoren tot dove of slechthorende kinderen
                                                (ES)</al><al>Visueel gehandicapten (VISG)</al><al>Langdurig zieke kinderen (LZ)</al><al>Zeer moeilijk opvoedbare kinderen (ZMOK)</al><al>Kinderen in scholen verbonden aan pedologische
                                                instituten (PI)</al></entry><entry colname="col2"><al>8,8</al></entry><entry colname="col3"><al>12,2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dove kinderen (DO)</al><al>Lichamelijk gehandicapte kinderen (LG)</al><al>Meervoudig gehandicapte kinderen (MG)</al></entry><entry colname="col2"><al>13,8</al></entry><entry colname="col3"><al>15,5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zeer moeilijk lerende kinderen (ZMLK)</al></entry><entry colname="col2"><al>8,8</al></entry><entry colname="col3"><al>9,2</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>B.1.4 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ruimtebehoefte voor een school voor voortgezet onderwijs
                                    wordt bepaald aan de hand van het ruimtebehoeftemodel. De totale
                                    ruimtebehoefte van een instelling voor voortgezet onderwijs is
                                    het totaal van twee componenten, te weten:</al></li><li nr="a."><al>een leerlinggebonden component, en</al></li><li nr="b."><al>een vaste voet.</al></li><li nr="2."><al>De leerlinggebonden component wordt berekend door de in tabel
                                    2.a opgenomen bruto vloeroppervlakten per leerling te
                                    vermenigvuldigen met het aantal leerlingen dat op de school voor
                                    voortgezet onderwijs staat ingeschreven. De leerlinggebonden
                                    component is afhankelijk van de soort onderwijs, de leerweg of
                                    de sector die de leerling volgt.</al></li><li nr="3."><al>De vaste voet is opgenomen in tabel 2.b. De vaste voet voor de
                                    hoofdvestiging van de instelling is 980 vierkante meter bruto
                                    vloeroppervlakte. Voor een nevenvestiging die op grond van een
                                    ministeriële beschikking in aanmerking komt voor aanvullende
                                    bekostiging in verband met spreidingsnoodzaak geldt een
                                    afzonderlijke vaste voet van 550 vierkante meter bruto
                                    vloeroppervlakte. Een tijdelijke nevenvestiging komt niet in
                                    aanmerking voor een vaste voet. Naast de vaste voet per
                                    instelling wordt per instelling een vaste voet toegekend op de
                                    vestiging voor die sectoren waar de beroepsgerichte leerweg(en)
                                    wordt aangeboden. Tevens geldt een vaste voet voor die vestiging
                                    waar praktijkonderwijs aanwezig is.</al></li><li nr="4."><al>De ruimtebehoefte is de som van:</al></li><li nr="a."><al>de uitkomst van de vermenigvuldiging van het aantal leerlingen
                                    per onderwijssoort met de bijbehorende normoppervlakten;</al></li><li nr="b."><al>de vaste voet per instelling, en</al></li><li nr="c."><al>als dit van toepassing is, een vaste voet per sector, uitgedrukt
                                    in bruto vierkante meter.</al></li><li nr="5."><al>Als dit noodzakelijk is voor het bepalen van de omvang van de
                                    toekenning, kan op basis van deze normering de leegstand in
                                    onderwijsruimten binnen een gebouw voor voortgezet onderwijs
                                    worden bepaald. Het ruimtebehoeftemodel kent een afzonderlijke
                                    normering voor het praktijkonderwijs. Het ruimtebehoeftemodel
                                    kent geen afzonderlijke normering voor een orthopedagogisch
                                    didactisch centrum. </al></li></lijst><al><vet>Tabel 2.a – Berekening leerlingafhankelijke ruimtebehoefte
                                voortgezet onderwijs</vet></al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="44*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="22*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg<sup/></al></entry><entry colname="col3"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col4"><al>BVO/leerling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2)</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>6,18</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw AVO/VWO</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw theoretische leerweg</al></entry><entry colname="col2"><al>TLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>6,41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>7,07</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,98</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>5,47</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>8,99</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,44</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>12,72</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw economie</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,95</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>0,89</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,56</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>2,25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>3,06</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw zorg/welzijn</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>2,10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,71</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>4,22</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,85</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>5,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw landbouw</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,94</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>0,78</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>2,34</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>5,03</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>4,69</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col4"><al>4,41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col4"><al>7,72</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Tabel 2.b – Vaste voet per instelling voor het berekenen van de
                                ruimtebehoefte</vet></al><al><vet>voortgezet onderwijs</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="61*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Ruimtetype</al></entry><entry colname="col3"><al>Vaste voet</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofdvestiging</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>980</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Nevenvestiging met spreidingsnoodzaak</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>550</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tijdelijke nevenvestiging </al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>0</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-techniek BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>299</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-economie BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>196</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-zorg/welzijn BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>168</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VMBO-landbouw BLW</al></entry><entry colname="col2"><al>Specifiek</al></entry><entry colname="col3"><al>117</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al>Algemeen</al></entry><entry colname="col3"><al>306</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>B.2 Lokalen bewegingsonderwijs </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De ruimtebehoefte van een lokaal bewegingsonderwijs wordt
                                    vastgesteld:</al></li><li nr="a."><al>voor een school voor basisonderwijs, op 1,5 klokuur per week per
                                    groep leerlingen 6 jaar en ouder;</al></li><li nr="b."><al>voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor
                                    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs, op 2,25
                                    klokuur per week per groep leerlingen 6 jaar en ouder, en</al></li><li nr="c."><al>als het schoolgebouw niet beschikt over een speellokaal, op 3,75
                                    klokuur per week voor de leerlingen 4 en 5 jaar.</al></li><li nr="2."><al>Bij een school voor voortgezet onderwijs wordt de ruimtebehoefte
                                    bepaald op basis van het aantal lestijden bewegingsonderwijs.
                                    Hiervoor geldt als maximum het aantal lesuren dat overeenkomstig
                                    tabel 3 van het ruimtebehoeftemodel is berekend. Deze berekening
                                    is als volgt: (aantal leerlingen * 32 * vierkante meter bruto
                                    vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per leerling) ÷ 460. Voor
                                    het leerwegondersteunend onderwijs en praktijkonderwijs wordt
                                    een aangepaste formule gehanteerd: (aantal leerlingen * 32 *
                                    vierkante meter bruto vloeroppervlakte bewegingsonderwijs per
                                    leerling) ÷ 322.</al></li></lijst><al><vet>Tabel 3 – Uitgangspunten vaststellen ruimtebehoefte lokaal
                                bewegingsonderwijs voortgezet onderwijs</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="56*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="21*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Onderwijssoort</al></entry><entry colname="col2"><al>Leerweg</al></entry><entry colname="col3"><al>BVO per leerling</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onderbouw (leerjaar 1 en 2)</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>1,66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw AVO/VWO</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>0,78</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw theoretische leerweg</al></entry><entry colname="col2"><al>TLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw techniek</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw economie</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw zorg/welzijn</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Bovenbouw landbouw</al></entry><entry colname="col2"><al>GLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>BLW</al></entry><entry colname="col3"><al>1,38</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>-</al></entry><entry colname="col2"><al>LWOO</al></entry><entry colname="col3"><al>1,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>1,99</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Deel C – Vaststellen aanvullende ruimtebehoefte </vet></al><al><vet>C.1 Voor blijvend gebruik bestemde voorzieningen</vet></al><al>Er is sprake van een voorziening voor blijvend gebruik als de
                            overeenkomstig deel C vastgestelde ruimtebehoefte gedurende minstens
                            vijftien jaar blijft bestaan.</al><al><vet>C.1.1 Nieuwbouw, of vervangende nieuwbouw</vet></al><al>De omvang van de goedgekeurde voor blijvend gebruik bestemde voorziening
                            nieuwbouw of vervangende nieuwbouw wordt overeenkomstig deel B
                            vastgesteld.</al><al><vet>C.1.2 Overige voor blijvend gebruik bestemde
                            voorzieningen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Uitbreiding, uitbreiding ter vervanging van een bestaand gebouw,
                                    ingebruikneming of medegebruik wordt voor een:</al></li><li nr="a."><al>school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs, speciaal
                                    onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs vastgesteld als het
                                    verschil tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit
                                    en de overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk
                                    of groter is dan de drempelwaarde van:</al></li><li nr="1."><al>55 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening
                                    basisonderwijs;</al></li><li nr="2."><al>50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening
                                    speciaal basisonderwijs;</al></li><li nr="3."><al>50 vierkante meter bruto vloeroppervlakte voor een voorziening
                                    voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                    onderwijs;</al></li><li nr="b."><al>school voor voortgezet onderwijs vastgesteld als het verschil
                                    tussen de overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit en de
                                    overeenkomstig deel B vastgestelde ruimtebehoefte gelijk of
                                    groter is dan tien procent van de bestaande capaciteit met een
                                    minimum van 100 vierkante meter. Medegebruik wordt vastgesteld
                                    op het verschil tussen de overeenkomstig deel B vastgestelde
                                    ruimtebehoefte en de overeenkomstig deel A vastgestelde
                                    capaciteit verhoogd met 10%.</al></li><li nr="2."><al>Voor een speciale school voor basisonderwijs en een school voor
                                    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs bedraagt de
                                    bruto vloeroppervlakte van een speellokaal, in aanvulling op het
                                    aantal meters bruto vloeroppervlakte bedoelt in het eerste lid,
                                    90 vierkante meter.</al></li></lijst><al><vet>C.2 Voor tijdelijk gebruik bestemde voorzieningen </vet></al><al>De ruimtebehoefte van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening
                            wordt op dezelfde wijze vastgesteld als de ruimtebehoefte voor een voor
                            blijvend gebruik bestemde voorzieningen. Een voor tijdelijk gebruik
                            bestemde voorziening is voor minstens vier jaar en maximaal vijftien
                            jaar noodzakelijk. Voor het vaststellen van de omvang van een voor
                            tijdelijk gebruik bestemde voorziening moet het verschil:</al><lijst><li nr="a."><al>bij een school voor basisonderwijs, speciaal basisonderwijs,
                                    speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs ten minste
                                    40 vierkante meter bruto vloeroppervlakte bedragen, en</al></li><li nr="b."><al>bij een school voor voortgezet onderwijs voldoen aan het
                                    gestelde onder C.1.2, eerste lid, onder b.</al></li></lijst><al><vet>C.3 Overige voor blijvend gebruik of voor tijdelijk gebruik
                                bestemde voorzieningen</vet></al><al>De omvang van een goedgekeurde voorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>voor blijvend of tijdelijk gebruik bestemde voorziening terrein,
                                    dan wel uitbreiding van het terrein, wordt bepaald door de
                                    minimaal noodzakelijke terreinoppervlakte om het schoolgebouw te
                                    realiseren met inachtneming van de bij of krachtens de wet
                                    gestelde eisen ten aanzien van de terreinoppervlakte en de
                                    minimumnormen, bedoeld in deel D.</al></li><li nr="b."><al>eerste aanschaf van:</al></li><li nr="1."><al>onderwijsleerpakket en meubilair, of uitbreiding van de eerste
                                    aanschaf van het onderwijsleerpakket en meubilair voor een
                                    school basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs
                                    en een school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal
                                    onderwijs, en</al></li><li nr="2."><al>leer- en hulpmiddelen en meubilair, of uitbreiding van de eerste
                                    aanschaf van leer- en hulpmiddelen en meubilair voor een school
                                    voor voortgezet onderwijs,</al></li></lijst><al>is gekoppeld aan de omvang van de toegekende voorziening.</al><lijst><li nr="c."><al>tegemoetkoming in eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                                    meubilair voor een school voor voortgezet onderwijs als gevolg
                                    van een inpandige aanpassing waarbij algemene of specifieke
                                    ruimte wordt omgezet in specifieke of werkplaatsruimte bedraagt
                                    het verschil tussen de vergoeding voor eerste inrichting van de
                                    bestaande ruimte en de vergoeding voor eerste inrichting van de
                                    te creëren ruimte.</al></li><li nr="d."><al>herstel van constructiefouten en herstel van schade aan het
                                    gebouw, onderwijsleerpakket, leer- en hulpmiddelen en meubilair
                                    in geval van bijzondere omstandigheden wordt bepaald door de
                                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang
                                    van het onderwijs.</al></li></lijst><al><vet>C.4 Lokalen bewegingsonderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening nieuwbouw, vervangende
                                    nieuwbouw en uitbreiding van een lokaal bewegingsonderwijs
                                    wordt:</al></li><li nr="a."><al>voor een school voor basisonderwijs[, een speciale school voor
                                    basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                                    speciaal onderwijs vastgesteld op het verschil tussen de
                                    overeenkomstig bijlage III, deel A, vastgestelde capaciteit en
                                    het overeenkomstig B.2, eerste lid, vastgestelde ruimtebehoefte,
                                    en </al></li><li nr="b."><al>voor een school voor voortgezet onderwijs vastgesteld op de
                                    overeenkomstig B.2, tweede lid, vastgestelde ruimtebehoefte als
                                    de uitbreiding groter of gelijk is dan tien procent van de
                                    overeenkomstig deel A vastgestelde capaciteit.</al></li><li nr="2."><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening aanpassen van een
                                    lokaal bewegingsonderwijs van een school voor basisonderwijs,
                                    speciaal basisonderwijs, speciaal onderwijs of voortgezet
                                    speciaal onderwijs wordt vastgesteld op de minimaal
                                    noodzakelijke aanvullende vloeroppervlakte om te kunnen voldoen
                                    aan de minimumnormen, bedoeld in deel D, onder D.3. </al></li><li nr="3."><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening terrein, of
                                    uitbreiding van het terrein, voor een lokaal bewegingsonderwijs
                                    wordt vastgesteld op de minimaal noodzakelijke
                                    terreinoppervlakte om het lokaal, of de uitbreiding van het
                                    lokaal te realiseren. </al></li><li nr="4."><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening aanvulling op de
                                    eerste aanschaf van het meubilair wordt overeenkomstig bijlage
                                    IV bepaald als een lokaal bewegingsonderwijs in gebruik wordt
                                    genomen door andere leerlingen dan waarvoor het lokaal
                                    oorspronkelijk is bedoeld of wordt uitgebreid.</al></li><li nr="5."><al>De omvang van de goedgekeurde voorziening herstel van
                                    constructiefouten en het herstel van schade aan gebouw,
                                    onderwijsleerpakket en meubilair in geval van bijzondere
                                    omstandigheden, wordt bepaald door de feitelijke kosten voor de
                                    activiteiten die minimaal noodzakelijk zijn voor de voortgang
                                    van het onderwijs.</al></li></lijst><al><vet>Deel D – Minimumnormen bij het realiseren van nieuwe voorzieningen
                            </vet></al><al><vet>D.1 Terreinoppervlakte </vet></al><al>Voor een school voor basisonderwijs, een speciale school voor
                            basisonderwijs, een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                            speciaal onderwijs of een school voor voortgezet speciaal onderwijs
                            geldt voor het verharde gedeelte (speelplaats) een minimum
                            terreinoppervlakte van 3 vierkante meter per leerling, met een minimum
                            van 300 vierkant meter netto. Vanaf 200 leerlingen kan worden volstaan
                            met 600 vierkante meter netto.</al><al><vet>D.2 Speellokaal </vet></al><al>Een speellokaal heeft een minimum van 90 vierkante meter netto.</al><al><vet>D.3 Lokaal bewegingsonderwijs </vet></al><lijst><li nr="1."><al>De netto vloeroppervlakte van een lokaal bewegingsonderwijs is
                                    minstens 252 vierkante meter netto en de hoogte minstens 5
                                    meter.</al></li><li nr="2."><al>Een lokaal bewegingsonderwijs bevat minstens twee kleedruimten
                                    met een was- of douchegelegenheid.</al></li></lijst><al><vet>Deel E – Meetinstructie voor het vaststellen van de bruto
                                vloeroppervlakte van schoolgebouwen</vet></al><al><vet>E.1 Meetinstructie voor schoolgebouwen</vet></al><al>De bruto vloeroppervlakte van een schoolgebouw wordt vastgesteld volgens
                            NEN 2580.</al><al><vet>E.2 Aanvulling op de meetinstructie voor de
                            schoolgebouwen</vet></al><al><vet>E.2.1 (Speciaal) basisonderwijs en speciaal onderwijs of voortgezet
                                speciaal onderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De in- en aangebouwde fietsenstallingen en bergingen die
                                    uitsluitend van buitenaf bereikbaar zijn, worden niet tot de
                                    bruto vloeroppervlakte gerekend.</al></li><li nr="2."><al>De oppervlakte van verbindende ruimten tussen in- of aanpandige
                                    lokalen bewegingsonderwijs wordt toegekend aan het
                                    lesgebouw.</al></li><li nr="3."><al>Bij scheidingswanden tussen lesgebouwen en in- of aanpandige
                                    lokalen bewegingsonderwijs wordt de bruto vloeroppervlakte
                                    gerekend tot het hart van de scheidingsconstructie.</al></li></lijst><al><vet>E.2.2 Voortgezet onderwijs </vet></al><al>De bruto oppervlakte van een gebouw is de som van de bruto
                            vloeroppervlakte van alle tot het gebouw behorende beloopbare
                            binnenruimten. De bruto vloeroppervlakte wordt gemeten op vloerniveau
                            langs de buitenomtrek van de opgaande buitenconstructies die de ruimten
                            omhullen. Tot de bruto oppervlakte behoren eveneens: </al><lijst><li nr="a."><al>de oppervlakte van trapgaten, liftschachten, en leidingschachten
                                    op elk vloerniveau, en</al></li><li nr="b."><al>de oppervlakte van vrijstaande uitwendige kolommen, voor zover
                                    groter dan 0,5 vierkante meter.</al></li></lijst><al><vet>E.2.3 Uitzonderingen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De oppervlakten van overdekte niet door vaste buitenbegrenzingen
                                    omsloten ruimten worden niet tot de bruto vloeroppervlakte
                                    gerekend, ongeacht de vloerconstructie of wijze van verharding.
                                    Dit betreft in ieder geval luifels, dakoverstekken, de ruimte
                                    onder op kolommen staande verdiepingen, fietsenstallingen.</al></li><li nr="2."><al>Open brand-of vluchttrappen aan de buitenzijde van een gebouw
                                    worden bij de bepaling van de bruto oppervlakte niet
                                    meegerekend.</al></li><li nr="3."><al>Niet beloopbare kelders en zolders worden niet meegerekend.</al></li></lijst><al>VERORDENING-BIJLAGE IV</al><al><vet>Verordening voorzieningen huisvesting </vet><vet>onderwijs
                                </vet><vet>gemeente Oisterwijk 2015 – bijlage
                            I</vet><vet>V</vet></al><al><vet>Normbedragen voor vergoeding en indexering</vet></al><al><vet>Deel A – Indexering </vet></al><al>De normbedragen in deel B worden jaarlijks aangepast in overeenstemming
                            met de onderstaande systematiek van prijsbijstelling:</al><al><vet>A.1 Nieuwbouw en uitbreiding</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="30*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="5*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Prijsindexcijfer van de bouwkosten van nieuwe
                                                woningen, jaar t,</al><al>tweede kwartaal (bron: CBS, kerncijfers,
                                                bouwnijverheid, inclusief btw)</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>MEV, jaar t+1, bruto investeringen door bedrijven in
                                                woningen (bron: CPB, Middelen en bestedingen)</al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al>MEV, jaar t, bruto investeringen door bedrijven in
                                                woningen (bron: CPB, Middelen en bestedingen)</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3" morerows="1"><al>Prijsindexcijfer van de bouwkosten van nieuwe
                                                woningen, jaar t-1, tweede kwartaal (bron: CBS,
                                                kerncijfers, bouwnijverheid, inclusief btw)</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5" morerows="1"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>A.2 Eerste inrichting onderwijsleerpakket en meubilair</vet></al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="5*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="30*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="5*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Consumentenprijsindex, alle huishoudens, jaar t, per
                                                1 juli (bron: CBS, Kerncijfers, cijfer van de maand
                                                juni jaar t)</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al>MEV, jaar t+1 prijsmutatie netto materiële
                                                overheidsconsumptie (bron: CPB, Kerngegevens
                                                collectieve sector)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>MEV, jaar t, prijsmutatie netto materiële
                                                overheidsconsumptie (bron: CPB, Kerngegevens
                                                collectieve sector</al></entry><entry colname="col2"><al>*</al></entry><entry colname="col3"><al>Consumentenprijsindex, alle huishoudens, jaar t-1,
                                                per 1 juli (bron: CBS, Kerncijfers, cijfer van de
                                                maand juni jaar t-1)</al></entry><entry colname="col4"><al>*</al></entry><entry colname="col5"><al>1</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Deel B – Normbedragen</vet></al><al>Alle in dit deel genoemde bedragen zijn inclusief BTW.</al><al><vet>A. Nieuwbouw met permanente bouwaard</vet></al><al><vet>A.1 Kostencomponenten nieuwbouw</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De financiële normering voor nieuwbouw valt uiteen in de
                                    volgende kostencomponenten:</al></li><li nr="a."><al>kosten voor terrein;</al></li><li nr="b."><al>bouwkosten;</al></li><li nr="c."><al>toeslag voor het herstel van terrein en verhuiskosten bij
                                    vervangende bouw;</al></li><li nr="d."><al>als het een school voor voortgezet onderwijs betreft, toeslag
                                    paalfundering;</al></li><li nr="e."><al>als het een speciale school voor basisonderwijs of een school
                                    voor speciaal onderwijs betreft een toeslag voor het realiseren
                                    van een afzonderlijk speellokaal, en</al></li><li nr="f."><al>als het een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                                    speciaal onderwijs betreft, toeslag voor het aanbrengen van een
                                    liftinstallatie.</al></li><li nr="2."><al>Als vervangende nieuwbouw wordt gecombineerd met het uitbreiden
                                    van een gebouw ter vervanging van een ander gebouw, gelden de
                                    bedragen bedoeld in paragraaf B.</al></li></lijst><al><vet>A.2 Kosten voor terreinen</vet></al><al>Het benodigde bouwrijpe terrein wordt door de gemeente, eventueel na
                            aankoop, om niet aan het schoolbestuur beschikbaar gesteld en het
                            juridisch eigendom wordt aan hen overgedragen. De kosten van een terrein
                            worden opgenomen op het programma, zowel bij aankoop van een terrein als
                            in de situatie dat de gemeente een terrein beschikbaar stelt. De kosten
                            voor het terrein worden bepaald op de in de gemeente gangbare wijze van
                            waardevaststelling van terreinen. Bij vervangende nieuwbouw op dezelfde
                            plaats als het oude gebouw behoren de kosten voor het slopen van het
                            oude gebouw tot de kosten voor terreinen.</al><al><vet>A.3.1 Bouwkosten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tot de bouwkosten behoren:</al></li><li nr="a."><al>de bouwkosten van het gebouw, inclusief fundering, en</al></li><li nr="b."><al>de kosten van de aanleg en inrichting van het
                                    schoolterrein.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal
                                    vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter bruto
                                    vloeroppervlakte. Met deze vergoedingsbedragen moet de in
                                    overeenkomstig bijlage III, deel C, vastgestelde aanvullende
                                    ruimtebehoefte worden gerealiseerd.</al></li></lijst><al><vet>A.3.2 Bouwkosten school voor basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de
                            volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="78*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag voor de realisatie van de eerste 350
                                                m<sup>2 </sup>bvo<sup/></al></entry><entry colname="col2"><al>666.689,57</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>1.140,89</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>A.3.3 Bouwkosten speciale school voor basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                            vastgesteld op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="78*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag voor de realisatie van de eerste 670
                                                m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet</al></entry><entry colname="col2"><al>1.080.237,73</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet
                                                begrepen een eventueel speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.194,66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor elk speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>102.495,11</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>A.3.4 Bouwkosten school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                                speciaal onderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                            speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende
                            bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="78*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="22*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag, voor de realisatie van de eerste 677
                                                m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet begrepen een
                                                eventueel speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.039.554,13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet
                                                begrepen een eventueel speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.187,58</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor elk speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>102.495,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag liftinstallatie als bij nieuwbouw een
                                                liftinstallatie inclusief een schacht wordt
                                                aangebracht</al></entry><entry colname="col2"><al>100.742,02</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>A.3.5 Bouwkosten school voor voortgezet onderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Er is geen onderscheid in de normbedragen tussen nieuwbouw en
                                    uitbreiding. </al></li><li nr="2."><al>De sectieafhankelijke kosten bestaan voor projecten vanaf 460
                                    vierkante meter bruto vloeroppervlak uit een vast bedrag per
                                    voorziening en een vast bedrag per sectie.</al></li><li nr="3."><al>Voor projecten kleiner dan 460 vierkante meter bruto
                                    vloeroppervlakte worden geen sectieafhankelijke kosten per
                                    project toegekend. Deze kosten zijn namelijk opgenomen in de
                                    bedragen voor de ruimteafhankelijke kosten per vierkante meter
                                    bruto vloeroppervlakte.</al></li><li nr="4."><al>De bedragen zijn opgenomen in de tabel met vaste bedragen per
                                    vierkante meter bruto vloeroppervlakte en vaste bedragen per
                                    voorziening.</al></li><li nr="5."><al>Voor het berekenen van de vergoeding voor de:</al></li><li nr="a."><al>ruimteafhankelijke kosten wordt het overeenkomstig bijlage III,
                                    deel C, vastgestelde aantal vierkante meter per type ruimte van
                                    de voorziening, vermenigvuldigd met onderstaande bedragen per
                                    ruimtesoort:</al></li></lijst><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="1*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Bedragen in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>&lt; 460 m</vet><vet><sup>2</sup></vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>&gt; 460 &lt;2.500
                                                  m</vet><vet><sup>2</sup></vet></al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al><vet><onderstreept>&gt;</onderstreept></vet><vet>
                                                  2.500 m</vet><vet><sup>2</sup></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Algemene en specifieke ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>1.784,94</al></entry><entry colname="col3"><al>1.059,30</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>1.033,93</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Werkplaatsen</al></entry><entry colname="col2"><al>1.743,37</al></entry><entry colname="col3"><al>1.410,24</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>1.410,24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> Werkplaatsen consumptief</al></entry><entry colname="col2"><al>2.116,98</al></entry><entry colname="col3"><al>1.783,86</al></entry><entry colname="col4" nameend="col5" namest="col4"><al>1.783,86</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>b.sectieafhankelijke kosten wordt de vergoeding voor de algemene vaste
                            voet of de vaste voet voor de algemene sectie of de werkplaatssectie,
                            afhankelijk van de secties waaruit de overeenkomstig bijlage III, deel
                            C, toegekende voorziening bestaat, verhoogd met de onderstaande
                            bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="40*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="23*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Bedragen in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>&lt;460m2</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>&gt; 460 &lt;2.500
                                                  m</vet><vet><sup>2</sup></vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet><onderstreept>&gt;</onderstreept></vet><vet>
                                                  2.500 m</vet><vet><sup>2</sup></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Algemene en specifieke ruimte</al></entry><entry colname="col2"><al>0,00</al></entry><entry colname="col3"><al>112.625,40</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkplaatsen, exclusief consumptief</al></entry><entry colname="col2"><al>0,00</al></entry><entry colname="col3"><al>221.075,15</al></entry><entry colname="col4"><al>308.617,49</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Werkplaatsen consumptief</al></entry><entry colname="col2"><al>0,00</al></entry><entry colname="col3"><al>40.877,53</al></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="6."><al>Tot de algemene en specifieke ruimte behoren:</al></li><li nr="a."><al>(uiterlijke) verzorging/mode en commercie: huishoudkunde,
                                    gezondheidskunde, uiterlijke verzorging, mode en commercie,
                                    en</al></li><li nr="b."><al>handel/verkoop/administratie: verkooppraktijk, kantoorpraktijk,
                                    etaleren.</al></li><li nr="7."><al>Tot de werkplaatsen behoren:</al></li><li nr="a."><al>techniek algemeen:</al></li></lijst><al>1°. Bouwtechniek;</al><al>2°. Machinale houtbewerking;</al><al>3°. Meten;</al><al>4°. Elektrotechniek;</al><al>5°. installatietechniek;</al><al>6°. lasserij;</al><al>7°. Metaal;</al><al>8°. Motorvoertuigentechniek, en</al><al>9°. Mechanische techniek;</al><lijst><li nr="b."><al>consumptief: werkplaats consumptieve techniek;</al></li><li nr="c."><al>grafische techniek: werkplaats grafische techniek, en</al></li><li nr="d."><al>landbouw: groen-praktijk.</al></li><li nr="8."><al>De overige ruimten behoren tot de categorie algemene
                                    ruimte.</al></li></lijst><al><vet>A.3.6 Toeslag paalfundering school voor voortgezet
                            onderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Voor de school voor voortgezet onderwijs is het bedrag van de
                                    normkosten gebaseerd op een standaardlocatie. Voor de volgende
                                    aanvullende investeringskosten wordt, indien noodzakelijk, een
                                    aanvullend bedrag beschikbaar gesteld:</al></li><li nr="a."><al>paalfundering, en</al></li><li nr="b."><al>bemaling.</al></li><li nr="2."><al>De aanvullende vergoeding is afhankelijk van de benodigde
                                    paallengte in relatie met de omvang van de bouw in bruto
                                    vloeroppervlakte en wordt bepaald op basis van de volgende
                                    formules:</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="26*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="26*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vast bedrag in €</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Variabel bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Nieuwbouw en uitbreiding &lt; 1.000 bvo
                                                  m2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 1 tot 15 meter</al></entry><entry colname="col2"><al>3.283,18</al></entry><entry colname="col3"><al>17,23 * A</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 15 tot 20 meter</al></entry><entry colname="col2"><al>3.495,36</al></entry><entry colname="col3"><al>29,24 * A</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte &gt; 20 meter </al></entry><entry colname="col2"><al>3.902,46</al></entry><entry colname="col3"><al>52,14 * A</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Nieuwbouw en uitbreiding ≥ 1.000 bvo
                                                m2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 1 tot 15 meter</al></entry><entry colname="col2"><al>4.009,36</al></entry><entry colname="col3"><al>6,03 * A</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte 15 tot 20 meter</al></entry><entry colname="col2"><al>5.229,55</al></entry><entry colname="col3"><al>15,66 * A</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Paallengte &gt; 20 meter </al></entry><entry colname="col2"><al>7.941,51</al></entry><entry colname="col3"><al>31,66 * A</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3.Als de grondwaterstand minder dan 1 meter onder het maaiveld ligt, is
                            bemaling noodzakelijk en wordt een aanvullend bedrag per vierkante meter
                            goedgekeurde terreinoppervlakte toegekend. De vergoeding bedraagt €
                            11,18 per vierkante meter terrein.</al><al><vet>A.3.7 Toeslag voor herstel van terrein en verhuiskosten bij
                                vervangende bouw school voor primair en speciaal of voortgezet
                                speciaal onderwijs.</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Als de vervangende nieuwbouw voor een school voor
                                    basisonderwijs, een speciale school voor basisonderwijs, een
                                    school voor speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs
                                    plaatsvindt op dezelfde plaats, moet het desbetreffende terrein,
                                    nadat de bouw is afgerond, worden hersteld en moeten de
                                    leerlingen verhuizen naar een tijdelijke, vervangende locatie.
                                    De genormeerde vergoeding voor deze kosten is gebaseerd op een
                                    vast bedrag per vierkante meter bruto vloeroppervlakte.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor
                                    basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende
                                    bedragen: </al></li></lijst><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Permanente bouw per m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>46,25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tijdelijke bouw per m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>31,74</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>3.De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                            speciaal onderwijswordt vastgesteld op basis van de volgende
                            bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="70*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Permanente bouw per m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>53,05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tijdelijke bouw per m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>26,54</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>B. Uitbreiding met permanente bouwaard</vet></al><al><vet>B.1 Reikwijdte</vet></al><al>Deze paragraaf is van toepassing op de uitbreiding van de huisvesting in
                            permanente bouwaard van een school voor basisonderwijs of een speciale
                            school voor basisonderwijs tot 1.035 vierkante meter bruto
                            vloeroppervlakte en van een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                            speciaal onderwijs tot 1000 vierkante meter bruto vloeroppervlakte. Op
                            overige uitbreidingen is paragraaf A overeenkomstig van toepassing.</al><al><vet>B.2 Kosten terrein</vet></al><al>Als uitbreiding van het terrein noodzakelijk is, is het bepaalde in A.2
                            overeenkomstig van toepassing op het vaststellen van de kosten voor het
                            voor uitbreiding benodigde terrein.</al><al><vet>B.3.1 Bouwkosten</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Tot de bouwkosten behoren:</al></li><li nr="a."><al>de bouwkosten van het gebouw, en</al></li><li nr="b."><al>kosten voor extra aanleg en inrichting van een deel van het
                                    schoolterrein.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding bestaat uit een startbedrag, inclusief een aantal
                                    vierkante meters, en een bedrag per vierkante meter. Met deze
                                    vergoedingsbedragen moet de overeenkomstig bijlage III, deel C,
                                    vastgestelde aanvullende ruimtebehoefte worden
                                    gerealiseerd.</al></li></lijst><al><vet>B.3.2 Bouwkosten school voor basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt bepaald op basis van de
                            volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 115 m<sup>2</sup>
                                                bvo of groter</al></entry><entry colname="col2"><al>97.630,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 55 tot 115
                                                m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>65.086,70</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>1.300,53</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>B.3.3 Bouwkosten</vet><vet>speciale school voor
                                basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt bepaald
                            op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 105 m<sup>2</sup>
                                                bvo of groter</al></entry><entry colname="col2"><al>100.399,24</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 105
                                                m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>66.932,83</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo, waarin niet
                                                begrepen een eventueel speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.326,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90
                                                m<sup>2</sup> bvo) in combinatie met uitbreiding van
                                                de school</al></entry><entry colname="col2"><al>117.048,33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal, zonder
                                                gelijktijdige uitbreiding van de school</al></entry><entry colname="col2"><al>215.200,42</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>B.3.4 Bouwkosten</vet><vet> school voor speciaal of voortgezet
                                speciaal onderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of speciaal of
                            voortgezet speciaal onderwijswordt bepaald op basis van de
                            volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 96 m<sup>2</sup>
                                                bvo of groter</al></entry><entry colname="col2"><al>90.931,93</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreidingen van 50 tot 96
                                                m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>60.621,29</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo, waarin niet
                                                begrepen een eventueel speellokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.329,08</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag voor elk afzonderlijk speellokaal (90
                                                m<sup>2</sup> bvo) in combinatie met uitbreiding van
                                                de school</al></entry><entry colname="col2"><al>102.495,11</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vergoeding voor elk afzonderlijk speellokaal (90
                                                m<sup>2</sup> bvo), zonder gelijktijdige uitbreiding
                                                van de school</al></entry><entry colname="col2"><al>215.200,42</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toeslag liftinstallatie als bij uitbreiding een
                                                liftinstallatie inclusief een schacht wordt
                                                aangebracht</al></entry><entry colname="col2"><al>121.090,08</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>B.3.5 </vet><vet>Toeslag paalfundering school voor voortgezet
                                onderwijs</vet></al><al>Het bepaalde in A.3.6 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen
                            van de omvang van de vergoeding voor paalfundering en bemaling bij
                            uitbreiding.</al><al><vet>B.3.6 Toeslag voor het herstel van het terrein en verhuiskosten bij
                                vervangende bouw op dezelfde plaats</vet></al><al>Het bepaalde in A.3.7 is overeenkomstig van toepassing op het bepalen
                            van de omvang van de vergoeding voor het herstel van terrein en
                            verhuizing bij uitbreiding.</al><al><vet>C. Tijdelijke voorziening</vet></al><al><vet>C.1 Vergoedingsbedragen tijdelijke voorzieningen</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergoedingsbedragen voor tijdelijke voorzieningen zijn
                                    afgestemd op de investeringslasten van voor tijdelijk gebruik
                                    bestemde voorzieningen. Hierbij is onderscheid gemaakt
                                    tussen:</al></li><li nr="a."><al>nieuwbouw van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw als
                                    hoofdlocatie;</al></li><li nr="b."><al>uitbreiding van een permanente hoofdlocatie met een voor
                                    tijdelijk gebruik bestemd gebouw, en</al></li><li nr="c."><al>uitbreiding van bestaande voor tijdelijk gebruik bestemde
                                    gebouwen.</al></li><li nr="2."><al>In aanvulling op het eerste lid wordt rekening gehouden met het
                                    bekostigen van een tijdelijke voorziening door middel van huur
                                    van een voor tijdelijk gebruik bestemd gebouw. </al></li></lijst><al><vet>C.2 Kosten voor terreinen</vet></al><al>Als een tijdelijke voorziening niet gerealiseerd kan worden op het
                            aanwezige terrein, worden de kosten voor het benodigde terrein bepaald
                            overeenkomstig A.2.</al><al><vet>C.3.1 Nieuwbouw als hoofdlocatie/uitbreiding van permanente
                                hoofdlocatie</vet></al><al>De vergoeding voor een tijdelijke voorziening bestaat uit een
                            startbedrag en een bedrag per vierkante meter. In deze bedragen zijn
                            begrepen de bouwkosten, de kosten van herstel en inrichting van
                            terreinen, de kosten van paalfundering en de eenmalige aansluitkosten op
                            nutsvoorzieningen. </al><al><vet>C.3.2 Vergoeding basisschool en</vet><vet>speciale school voor
                                basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor
                            basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m<sup>2 </sup>bvo
                                                of groter</al></entry><entry colname="col2"><al>37.966,88</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80
                                                m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>25.311,26</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>933,03</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>C.3.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal
                                onderwijs</vet></al><al>1.De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                            speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende
                            bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 80 m<sup>2 </sup>bvo
                                                of groter</al></entry><entry colname="col2"><al>39.793,33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij nieuwbouw van 40 tot 80
                                                m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>26.890,74</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>914,15</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>2.Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van de
                            hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude gebouw, herstel
                            en inrichting van terreinen en voor tijdelijke verhuizing van de
                            leerlingen.</al><al><vet>C.3.4 Vergoeding school voor voortgezet onderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een school voor voortgezet onderwijs wordt bepaald op
                            basis van de vergoedingsformule € 567,99 * A + € 39.049,94, waarbij A
                            het overeenkomstig bijlage III, deel C, bepaalde aantal vierkante meter
                            bruto vloeroppervlakte aan tijdelijke huisvesting is.</al><al><vet>C.4.1 Uitbreiding van bestaande tijdelijke voorzieningen primair en
                                speciaal of voortgezet speciaal onderwijs</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding voor uitbreiding bestaande tijdelijke voorziening
                                    bestaat uit een startbedrag en een bedrag per vierkante meter.
                                    In deze bedragen zijn begrepen de bouwkosten, de toeslag voor
                                    paalfundering en de toeslag voor herstel en inrichting van
                                    terreinen.</al></li><li nr="2."><al>Paragraaf A is overeenkomstig van toepassing op het bepalen van
                                    de hoogte van de vergoeding voor sloopkosten van het oude
                                    gebouw, herstel en inrichting van terreinen en voor tijdelijke
                                    verhuizing van de leerlingen.</al></li></lijst><al><vet>C.4.2 Vergoeding basisschool en</vet><vet>speciale school voor
                                basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een basisschool en een speciale school voor
                            basisonderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m<sup>2 </sup>bvo
                                                of groter</al></entry><entry colname="col2"><al>21.341,49</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80
                                                m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>14.227,66</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>977,65</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>C.4.3 Vergoeding school voor speciaal of voortgezet speciaal
                                onderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                            speciaal onderwijs wordt vastgesteld op basis van de volgende
                            bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreiding van 80 m<sup>2 </sup>bvo
                                                of groter</al></entry><entry colname="col2"><al>21.639,41</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag bij uitbreiding van 40 tot 80
                                                m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>14.426,27</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>966,51</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>C.5 Huur van voor tijdelijk gebruik bestemde gebouwen</vet></al><al>Huur van een voor tijdelijk gebruik bestemde voorziening en huur van een
                            bestaand gebouw worden vergoed op basis van de werkelijke kosten.</al><al><vet>D. Eerste inrichting</vet></al><al><vet>D.1.1</vet><vet> Uitbreiding onderwijsleerpakket en
                            meubilair</vet></al><al>Bij uitbreiding met onderwijsleerpakket en meubilair wordt het uit te
                            keren bedrag van de vergoeding bepaald aan de hand van het verschil
                            tussen de al toegekende investeringsbedragen en de nieuw berekende
                            vergoeding.</al><al><vet>D.1.2 Vergoeding basisschool </vet></al><al>De vergoeding voor een basisschool wordt vastgesteld op basis van de
                            volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>38.300,32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Voor elke volgende m<sup>2 </sup>bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>133,98</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>D.1.3 Vergoeding speciale school voor basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een speciale school voor basisonderwijs wordt
                            vastgesteld op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="75*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Startbedrag</al></entry><entry colname="col2"><al>81.259,53</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Naast het startbedrag voor elke volgende
                                                m<sup>2</sup> bvo</al></entry><entry colname="col2"><al>138,61</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>D.1.4 Vergoeding school voor speciaal en voortgezet speciaal
                                onderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor een school voor speciaal onderwijs of voortgezet
                            speciaal onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende bedragen: </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="30*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="30*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="40*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al><vet>Bedrag</vet><vet>en</vet><vet> in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Startbedrag</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Voor elke volgende
                                                  m</vet><vet><sup>2</sup></vet><vet> bvo</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-doven</al></entry><entry colname="col2"><al>136.914,55</al></entry><entry colname="col3"><al>238,99</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-sh</al></entry><entry colname="col2"><al>124.375,97</al></entry><entry colname="col3"><al>309,74</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-esm</al></entry><entry colname="col2"><al>115.897,11</al></entry><entry colname="col3"><al>154,02</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-visg</al></entry><entry colname="col2"><al>164.481,07</al></entry><entry colname="col3"><al>293,96</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-lz</al></entry><entry colname="col2"><al>104.887,65</al></entry><entry colname="col3"><al>144,84</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-lg</al></entry><entry colname="col2"><al>123.482,28</al></entry><entry colname="col3"><al>282,37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>103.258,59</al></entry><entry colname="col3"><al>122,87</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>100.790,31</al></entry><entry colname="col3"><al>141,25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-pi</al></entry><entry colname="col2"><al>101.681,28</al></entry><entry colname="col3"><al>153,39</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO/VSO-mg</al></entry><entry colname="col2"><al>125.025,87</al></entry><entry colname="col3"><al>125,29</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>D.1.5 Vergoeding speellokaal speciale school voor
                                basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor onderwijsleerpakket en meubilair voor de inrichting
                            van een speellokaal voor een speciale school voor basisonderwijs en een
                            school voor speciaal onderwijs bedraagt € 7.415,30.</al><al><vet>D.2 School voor voortgezet onderwijs</vet></al><al>1.De vergoeding voor eerste inrichting leer- en hulpmiddelen en
                            meubilair is gekoppeld aan de toe te kennen voorziening nieuwbouw, niet
                            zijnde vervangende nieuwbouw, uitbreiding en ingebruikneming, niet
                            zijnde ingebruikneming ter vervanging van een bestaand gebouw. Aanspraak
                            op deze vergoeding bestaat als de eerste inrichting nog niet eerder door
                            het rijk of de gemeente is bekostigd. De hoogte van de vergoeding wordt
                            berekend door vast te stellen het verschil tussen de al toegekende
                            vergoeding en de vergoeding die is vastgesteld op basis van de te
                            realiseren bruto vloeroppervlakte per ruimtetype. De hoogte van de
                            vergoeding per ruimtetype wordt bepaald op basis van de volgende
                            bedragen:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="22*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="49*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="29*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Bedrag in € per bvo m2</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Ruimtetype</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet> Functie</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet> Algemeen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al> 158,06</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet> Specifiek</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>(Uiterlijke) verzorging/mode en commercie</al><al>Handel/verkoop/administratie</al><al>Praktijkonderwijs</al></entry><entry colname="col3"><al> 369,42</al><al> 225,99</al><al> 303,42</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet> Werkplaatsen</vet></al></entry><entry colname="col2"><al>Techniek algemeen</al><al>Consumptief</al><al>Grafische techniek</al><al>Landbouw</al></entry><entry colname="col3"><al> 387,57</al><al> 750,55</al><al>1.434,94</al><al> 0,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>2.Als in plaats van uitbreiding van het schoolgebouw medegebruik van een
                            voor een school bestemd gebouw wordt gevorderd, wordt inventaris slechts
                            toegekend als de inventaris in de voor medegebruik aangewezen ruimte
                            ontbreekt of niet geschikt is.</al><al><vet>E. </vet><vet>Lokalen bewegingsonderwijs</vet></al><al><vet>E.1 Bouwkosten nieuwbouw</vet></al><lijst><li nr="1."><al>De vergoeding van de bouwkosten voor nieuwbouw van een lokaal
                                    bewegingsonderwijs met een netto speeloppervlakte van 252
                                    vierkante meters bvo bedraagt € 700.859,23 als deze op het
                                    schoolterrein gerealiseerd kan worden, of € 715.034,52 als deze
                                    op een afzonderlijk terrein gerealiseerd wordt. In deze
                                    vergoeding zijn opgenomen de kosten van fundering op staal en
                                    inrichting van het terrein.</al></li><li nr="2."><al>Scholen met lichamelijk gehandicapte leerlingen, meervoudig
                                    gehandicapte leerlingen of zeer moeilijk lerende leerlingen
                                    wordt een toeslag toegekend van 50 vierkante meter bvo. Het
                                    normbedrag van deze toeslag is € 70.306,32.</al></li><li nr="3."><al>Als paalfundering noodzakelijk is wordt een toeslag gegeven op
                                    basis van de volgende bedragen:</al></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="20*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="25*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="54*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Paallengte</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Vergoeding</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Vergoeding bij ruimten LG en MG</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1&lt;15m</al></entry><entry colname="col2"><al>14.097,01</al></entry><entry colname="col3"><al>17.774,32</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>15&lt;20m</al></entry><entry colname="col2"><al>19.433,46</al></entry><entry colname="col3"><al>24.616,04</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><onderstreept>&gt;</onderstreept>20m</al></entry><entry colname="col2"><al>27.293,44</al></entry><entry colname="col3"><al>35.426,62</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>E.2 Uitbreiding</vet></al><al>Het bepaalde in E.1, eerste lid, is overeenkomstig van toepassing op het
                            bepalen van de hoogte van de vergoeding voor uitbreiding van een lokaal
                            bewegingsonderwijs. Bij lokalen bewegingsonderwijs met een oefenvloer
                            van 140 vierkante meter netto speeloppervlakte of minder, kan de
                            oefenvloer worden uitgebreid tot een oppervlakte van 252 vierkante
                            meter. De hoogte van de vergoeding wordt bepaald op basis van de
                            volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="24*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="19*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col5" namest="col2"><al><vet>Bedragen in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="1"><al><vet>Uitbreiding</vet></al></entry><entry colname="col2" morerows="1"><al><vet>Normbedrag</vet></al></entry><entry colname="col3" nameend="col5" namest="col3"><al><vet>Paallengte</vet></al></entry></row><row><entry colname="col3"><al><vet>1 &lt; 15 meter</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>15 &lt; 20 meter</vet></al></entry><entry colname="col5"><al><vet><onderstreept>&gt;</onderstreept></vet><vet> 20
                                                  meter</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>112 t/m 120 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>162.835,79</al></entry><entry colname="col3"><al>6.310,99</al></entry><entry colname="col4"><al>10.930,99</al></entry><entry colname="col5"><al>17.870,96</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>121 t/m 150 m<sup>2</sup></al></entry><entry colname="col2"><al>197.949,27</al></entry><entry colname="col3"><al>7.891,30</al></entry><entry colname="col4"><al>13.660,22</al></entry><entry colname="col5"><al>22.338,70</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>E.3.2 OLP/meubilair school voor basisonderwijs en speciaal
                                basisonderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of
                            meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een basisschool of een
                            speciale school voor basisonderwijs bedraagt € 51.310,54.</al><al><vet>E.3.3 OLP/meubilair school voor speciaal of voortgezet speciaal
                                onderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor de eerste inrichting met onderwijsleerpakket of
                            meubilair voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor
                            speciaal onderwijs of voor voortgezet speciaal onderwijs wordt bepaald
                            op basis van de volgende bedragen:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="48*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="52*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Bedrag in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Schoolsoort</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-doven</al></entry><entry colname="col2"><al>40.917,05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>40.677,02</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-visg</al></entry><entry colname="col2"><al>49.245,65</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-lg/mg</al></entry><entry colname="col2"><al>53.943,88</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-lz/pi</al></entry><entry colname="col2"><al>38.691,75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>38.691,75</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SO-zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>38.612,13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-doven</al></entry><entry colname="col2"><al>47.970,54</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>49.222,23</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-visg</al></entry><entry colname="col2"><al>58.558,40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-lg/mg</al></entry><entry colname="col2"><al>60.075,30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-lz/pi</al></entry><entry colname="col2"><al>47.277,37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>47.277,37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>VSO-zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>42.203,87</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO-doven</al></entry><entry colname="col2"><al>49.677,13</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO-sh/esm</al></entry><entry colname="col2"><al>53.253,05</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO-visg</al></entry><entry colname="col2"><al>60.768,46</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO-lg/mg</al></entry><entry colname="col2"><al>61.710,46</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO-lz/pi</al></entry><entry colname="col2"><al>51.307,01</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO-zmlk</al></entry><entry colname="col2"><al>51.307,01</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>SOVSO-zmok</al></entry><entry colname="col2"><al>42.682,77</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>E.3.4 Meubilair/leer- en hulpmiddelen school voor voortgezet
                                onderwijs</vet></al><al>De vergoeding voor de eerste inrichting meubilair of leer- en
                            hulpmiddelen voor een lokaal bewegingsonderwijs voor een school voor
                            voortgezet onderwijs wordt bepaald op basis van de volgende
                            bedragen:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="20*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="35*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col4" namest="col2"><al><vet>Bedragen in €</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Meubilair</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Leer- en hulpmiddelen</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>Totaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eerste lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.083,67</al></entry><entry colname="col3"><al>64.621,30</al></entry><entry colname="col4"><al>65.704,97</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tweede lokaal</al></entry><entry colname="col2"><al>1.083,67</al></entry><entry colname="col3"><al>50.409,52</al></entry><entry colname="col4"><al>51.393,19</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Derde lokaal </al></entry><entry colname="col2"><al>1.083,67</al></entry><entry colname="col3"><al>21.915,70</al></entry><entry colname="col4"><al>22.999,37</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oefenplaats 1</al></entry><entry colname="col2"><al>0,00</al></entry><entry colname="col3"><al>14.271,50</al></entry><entry colname="col4"><al>14.271,50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Oefenplaats 2</al></entry><entry colname="col2"><al>0,00</al></entry><entry colname="col3"><al>1.647,45</al></entry><entry colname="col4"><al>1.647,45</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>E.4 Medegebruik/huur van een niet-eigen voorziening</vet></al><al>Naast bewegingsonderwijs in een eigen lokaal van de school is ook
                            bewegingsonderwijs mogelijk in een bestaand lokaal bewegingsonderwijs
                            door middel van:</al><lijst><li nr="a."><al>medegebruik van een gebouw van een andere school of de gemeente,
                                    of</al></li><li nr="b."><al>huur van een gebouw van een commerciële exploitant.</al></li></lijst><al><vet>F. Vergoeding feitelijke kosten</vet></al><al>De vergoeding van de feitelijke kosten als bedoeld in artikel 4, tweede
                            lid, wordt gebaseerd op de door het college goedgekeurde offerte en
                            verhoogd met de kosten van technische advisering, voor zover het een
                            voorziening betreft als bedoeld in artikel 2, onder b en c.</al><al><vet>G. Huur sportvelden</vet></al><lijst><li nr="1."><al>Een school voor voortgezet onderwijs maakt aanspraak op een
                                    vergoeding van de huur van een sportveld voor maximaal 8 weken
                                    per jaar. De vergoeding voor deze kosten bedraagt voor de
                                    periode van 8 weken € 20,94 per klokuur.</al></li><li nr="2."><al>Aanspraak op vergoeding als bedoeld in het eerste lid bestaat
                                    uitsluitend als de school voor voortgezet onderwijs niet
                                    beschikt over een eigen sportveld en geen gebruik maakt van een
                                    sportveld dat door de gemeente is gefinancierd.</al></li></lijst><al>VERORDENING-BIJLAGE V</al><al><vet>Verordening voorzieningen huisvesting </vet><vet>onderwijs
                                </vet><vet>gemeente Oisterwijk 2015 </vet><vet>– bijlage
                            V</vet></al><al><vet>Criteria voor het vaststellen van de prioriteit van de aangevraagde
                                voorziening</vet></al><al>1.<vet>Algemeen</vet></al><al>Prioriteiten worden vastgesteld als het overeenkomstig artikel 11
                            vastgestelde bekostigingsplafond onvoldoende is om alle aangevraagde
                            voorzieningen die in aanmerking komen om te worden opgenomen op het
                            programma te honoreren. Op basis van de gestelde prioriteiten wordt een
                            rangorde vastgesteld van de voorzieningen waarvan is vastgesteld dat die
                            voor bekostiging in aanmerking komen. Daarna wordt vastgesteld voor
                            welke voorzieningen het bekostigingsplafond voldoende is en deze
                            voorzieningen worden opgenomen op het programma. De voorzieningen die
                            niet worden opgenomen op het programma worden op het overzicht
                            geplaatst.</al><lijst><li nr="2."><al><vet>Onderscheid voorzieningen</vet></al></li><li nr="1."><al>Bij het stellen van de prioriteiten wordt onderscheid gemaakt in
                                    voorzieningen die noodzakelijk zijn:</al></li><li nr="a."><al>om capaciteitstekorten op te heffen, en</al></li><li nr="b."><al>om een adequaat niveau te handhaven.</al></li><li nr="2."><al>Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder a, vallen
                                    onder hoofdprioriteit 1. Het betreft de volgende
                                    voorzieningen:</al></li><li nr="a."><al>nieuwbouw, inclusief terrein;</al></li><li nr="b."><al>uitbreiding, indien van toepassing, inclusief terrein;</al></li><li nr="c."><al>in gebruik nemen bestaand gebouw, indien van toepassing,
                                    inclusief terrein;</al></li><li nr="d."><al>verplaatsen tijdelijke gebouwen;</al></li><li nr="e."><al>eerste inrichting met onderwijsleerpakket of meubilair;</al></li><li nr="f."><al>uitbreiding eerste inrichting met onderwijsleerpakket en
                                    meubilair, en</al></li><li nr="g."><al>medegebruik.</al></li><li nr="3."><al>Voorzieningen als bedoeld in het eerste lid, onder b, vallen
                                    onder hoofdprioriteit 2. Het betreft de volgende
                                    voorzieningen:</al></li><li nr="a."><al>vervangende nieuwbouw, indien van toepassing, inclusief
                                    terrein;</al></li><li nr="b."><al>herstel van een constructiefout, en</al></li><li nr="c."><al>herstel en vervanging in verband met schade.</al></li><li nr="4."><al>De onder hoofdprioriteit 2 opgenomen voorziening vervangende
                                    nieuwbouw valt onder hoofdprioriteit 1 op het moment dat deze
                                    voorziening gecombineerd wordt met een uitbreiding van de
                                    capaciteit en de vervangende nieuwbouw noodzakelijk is omdat
                                    wordt voldaan aan het criterium genoemd onder in bijlage I, deel
                                    A, onder A.2.</al></li><li nr="3."><al><vet>Hoofd- en subprioriteit</vet></al></li><li nr="1."><al>Om te komen tot het vaststellen van de prioriteit wordt een
                                    onderverdeling gemaakt in hoofdprioriteit en
                                    sub-prioriteit.</al></li><li nr="2."><al>Voor het vaststellen van de prioriteiten wordt voor de onder 2,
                                    eerste lid, onder a, genoemde voorzieningen de ruimtebehoefte
                                    vastgesteld overeenkomstig bijlage III, deel C. Deze
                                    voorzieningen omvatten zowel de schoolgebouwen als de lokalen
                                    bewegingsonderwijs.</al></li><li nr="3."><al>Nadat de onderverdeling naar hoofdprioriteiten heeft
                                    plaatsgevonden moet worden vastgesteld welke voorzieningen in
                                    aanmerking komen om op het programma te worden geplaatst. Dit
                                    vindt plaats op basis van het vaststellen van de sub-prioriteit.
                                    Bij hoofdprioriteit 1 worden de volgende uitgangspunten
                                    gehanteerd om vast te stellen welke voorzieningen voor het
                                    plaatsen op het programma in aanmerking komen:</al></li><li nr="a."><al>als eerste die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                    mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie met
                                    herschikking van schoolgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                    mogelijk kwantitatief tekort opheft in een situatie zonder
                                    herschikking van schoolgebouwen, en</al></li><li nr="c."><al>vervolgens die voorziening die relatief gezien een zo groot
                                    mogelijk kwantitatief tekort aan lokalen bewegingsonderwijs en
                                    sportterreinen opheft.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>