<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354499_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag gemeente Wierden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Driehoek, 17 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag gemeente Wierden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nummer 14-00836</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag gemeenteWierden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wierden,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en
                        nummer];</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 aanhef en onderdeel c en lid 3
                        Participatiewet;</al><al>besluit vast te stellen de<vet>Verordening individuele studietoeslag
                            gemeente Wierden 2015</vet>.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Met een verzoek zoals bedoeld in artikel 36b lid 1 Participatiewet,
                            wordt bedoeld een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 Awb.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op individuele studietoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel></kop><al>Het college stelt - indien nodig na het advies van een derde - vast of
                            een persoon niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                            minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 179,-.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd
                                conform de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het
                                Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven
                                afgerond op hele euro's.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig als één bedrag uitbetaald.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            studietoeslag gemeente Wierden 2015. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>[naam] [naam]</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (zie
                    TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5 onderdeel d Participatiewet). De individuele studietoeslag
                    is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een inkomensondersteunende
                    maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen. </al><tussenkop>Verordeningsplicht</tussenkop><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8 lid 1
                    onderdeel c Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking hebben
                    op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele studietoeslag
                    (artikel 8 lid 3 Participatiewet). </al><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid</cursief>Het verlenen van een
                    individuele studietoeslag is een discretionaire bevoegdheid van het college. Dit
                    betekent dat het college aan personen die voldoen aan de voorwaarden van artikel
                    36b lid 1 Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar
                    hiertoe niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde
                    groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in
                    plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b lid 1 Participatiewet - in
                    beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden
                    recht heeft op een individuele studietoeslag.</al><tussenkop>Voorwaarden individuele studietoeslag</tussenkop><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Participatiewet
                    kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag. Artikel 36b lid 1
                    Participatiewet spreekt overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college
                    kan op een dergelijk verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een
                    persoon - een individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze
                    persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (Wtos);</al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                            Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    Wtos-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als aanvrager van de
                    toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op studiefinanciering of een
                    tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een
                    bewijs van inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen.</al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 Participatiewet zijn niet van toepassing bij
                    verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b lid 2 Participatiewet).
                    De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een individuele studietoeslag
                    kan niet als lening worden verstrekt als een persoon met de studietoeslag
                    schulden wil aflossen. Artikel 49 Participatiewet is namelijk niet van
                    toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b lid 2 Participatiewet).
                    Ook artikel 52 Participatiewet is niet van toepassing op de individuele
                    studietoeslag (artikel 36b lid 2 Participatiewet). Dit maakt dat de individuele
                    studietoeslag niet kan worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Alleen bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1 Indienen verzoek</tussenkop><al> Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door personen
                    als bedoeld in artikel 7 lid 1 onderdeel a Participatiewet. Dit betreft personen
                    die het college ondersteunt bij arbeidsinschakeling:</al><lijst><li nr="·"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a lid 5 onderdeel b, 35 lid 4
                            onderdeel b, en 36 lid 3 onderdeel b van de Wet werk en inkomen naar
                            arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                            dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d Participatiewet is
                            verleend;</al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in artikel 10 lid 2 Participatiewet;</al></li><li nr="·"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers,</al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen, en</al></li><li nr="·"><al>niet-uitkeringsgerechtigden. </al></li></lijst><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                    individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b lid 1 Participatiewet). Een
                    persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals
                    genoemd in artikel 36b lid 1 Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een
                    verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3 lid 3 Awb). Een
                    aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                    in artikel 36b lid 1 Participatiewet moet worden ingediend, bepaalt artikel 1
                    van deze verordening dat met verzoek wordt bedoeld een schriftelijke aanvraag
                    zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag
                    (artikel 4:1 Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam
                    en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                    beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2 lid 1 Awb). De aanvrager verschaft
                    ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn
                    en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2 lid 2
                    Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een
                    verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b
                    Participatiewet.</al><tussenkop>Artikel 2 Oordeel verdienen wettelijk minimumloon</tussenkop><al> Artikel 36b lid 1 Participatiewet regelt in welke gevallen het college op
                    verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden, een
                    individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon op
                    de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="·"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="·"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                            Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="·"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst><al> Met betrekking tot het laatst genoemde criterium wint het college - indien
                    nodig - advies in bij een derde. Het gaat om advies met betrekking tot het
                    oordeel of een persoon niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al><tussenkop>Artikel 3 Eenmaal per periode individuele studietoeslag
                    verlenen</tussenkop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in aanmerking
                    komen voor een individuele studietoeslag. </al><al> Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor de
                    beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een individuele
                    studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel
                    36b lid 1 Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een persoon slechts
                    eenmaal binnen een periode van 6 maanden in aanmerking kan komen voor een
                    individuele studietoeslag (artikel 3 van deze verordening). Studeert een persoon
                    na die 6 maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b
                    lid 1 Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een
                    individuele studietoeslag. </al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte individuele studietoeslag</tussenkop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag bedraagt € 179,-. Voor de
                    hoogte van de individuele studietoeslag is aansluiting gezocht bij het bedrag
                    van de individuele inkomenstoeslag voor een alleenstaande. De individuele
                    studietoeslag is een inkomensondersteunende maatregel voor personen die tot de
                    doelgroep behoren en is niet gerelateerd aan daadwerkelijk gemaakte kosten.
                    Omdat de aard van deze regeling gelijkenissen vertoont met de individuele
                    inkomenstoeslag, is voor de hoogte van het bedrag daarbij aansluiting gezocht.
                    Dit laat onverlet dat studenten in de praktijk vaak geen recht op individuele
                    inkomenstoeslag hebben vanwege het aanwezige arbeidsmarktperspectief.</al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden voor
                    een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking voor een
                    individuele studietoeslag.</al><al>In artikel 4 lid 2 van deze verordening is een indexeringsbepaling opgenomen.
                    Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden
                    vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe
                    bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren.</al><tussenkop>Artikel 5 Betaling individuele studietoeslag</tussenkop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag geregeld. </al><al>Een individuele studietoeslag wordt eenmalig in één bedrag uitbetaald. Dit is
                    het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na 6 maanden kan
                    een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een individuele studietoeslag. Dit
                    volgt uit artikel 3 van deze verordening.</al><al>Er is bewust gekozen voor een eenmalige uitbetaling omdat eenmalige bijzondere
                    bijstand een onbelaste verstrekking is. Zou daarentegen zijn gekozen voor een
                    periodieke uitbetaling van de individuele studietoeslag, dan is er sprake van
                    een periodieke verstrekking van bijzondere bijstand. Bij periodieke betaling van
                    de studietoeslag dient de gemeente rekening te houden met de fiscale gevolgen.
                    Volgens de Rekenregels en handleiding loonheffingen over bijstandsuitkeringen
                    2014 is periodieke bijzondere bijstand die niet bestedingsgebonden is maar
                    inkomensaanvullend namelijk een belaste verstrekking.</al><tussenkop>Artikel 6 Inwerkingtreding </tussenkop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                    datum is in artikel 8 lid 1 onderdeel c Participatiewet de verordeningsopdracht
                    voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening vast te stellen over
                    het verlenen van een individuele studietoeslag.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>