<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354492_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en loonwaarde Maastricht-Heuvelland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Maastricht</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-09-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maastricht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">de Ster d.d. 19 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en loonwaarde Maastricht-Heuvelland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet; verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet Maastricht-Heuvelland 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-42709</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Het stellen van nadere regels rondom loonkostensubsidie en het bepalen van de loonwaarde in het kader van de Participatiewet</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>N.v.t.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en loonwaarde Maastricht-Heuvelland 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en loonwaarde Maastricht-Heuvelland 2015</label>
          </kop>
          <al/>
          <table>
            <tgroup cols="3">
              <colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="10*"/>
              <colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="6*"/>
              <colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="84*"/>
              <tbody>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>1.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Inleiding</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Uitgangspunt van de Participatiewet is dat iedereen, ook iemand met een arbeidsbeperking, in staat is als volwaardig burger te participeren in de samenleving, bij voorkeur via (regulier) werk. Het doel is dat iedereen economisch onafhankelijk is. Wanneer dat niet lukt of regulier werk (nog) niet mogelijk is, werken mensen op andere manieren naar vermogen. Het college heeft de taak en de ruimte haar inwoners, indien nodig, bij deze inspanningen te ondersteunen. Werk gaat daarbij boven inkomen, zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid staan centraal. Eventuele productiviteitsderving bij de werkgever kan worden gecompenseerd met een loonkostensubsidie.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>2.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Loonkostensubsidie</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Vanuit de Participatiewet hebben gemeenten de beschikking over het instrument loonkostensubsidie, inzetbaar voor mensen die niet in staat zijn 100% van het wettelijk minimumloon (WML) te verdienen. Financiering van dit instrument vindt plaats uit het Inkomensdeel. De duur van de inzet hoeft niet perse tijdelijk te zijn.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>In dit uitvoeringsbesluit gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in het Uitvoeringsbesluit gesubsidieerde arbeid Maastricht-Heuvelland 2015 paragraaf 3.2.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>2.1.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Doelgroep loonkostensubsidie</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>In de Verordening re-integratie en tegenprestatie Maastricht-Heuvelland 2015 wordt een duidelijke keuze gemaakt voor het hanteren van enkel de wettelijk bepaalde doelgroepen.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De doelgroep waarvoor loonkostensubsidie kan worden verkregen, bestaat uit mensen die een Pw-uitkering van de gemeente genieten en die behoren tot de categorie 50-80% arbeidsvermogen.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Alle groepen waarvoor het college re-integratieverantwoordelijkheid heeft, op grond van artikel 7 lid 1 onder a Participatiewet, kunnen een aanvraag indienen om vast te stellen of zij tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren. Dit blijkt uit de diagnose van het arbeidsvermogen. Een dergelijke aanvraag kan eenmaal per 12 maanden worden ingediend. Indien bij een nieuwe aanvraag geen sprake is van nieuwe feiten of veranderde omstandigheden, kan de aanvraag door het college worden afgewezen onder verwijzing naar de eerdere afwijzende beschikking.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college kan ook ambtshalve vaststellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Deze ambtshalve vaststelling kan alleen plaatsvinden ten aanzien van mensen die een plicht tot arbeidsinschakeling hebben. Voor personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de Anw en voor niet-uitkeringsgerechtigden kan geen ambtshalve vaststelling plaatsvinden.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>2.2.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Voorwaarden loonkostensubsidie</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college stelt ambtshalve danwel op aanvraag, conform het gestelde in artikel 10c Participatiewet, vast of een persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie. Hierbij worden de volgende criteria in acht genomen:</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in artikel 7 eerste lid onder a Participatiewet;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het WML te verdienen, is dus verminderd productief, waarbij het arbeidsvermogen 50-80% bedraagt, en </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Loonkostensubsidie kan ook worden betaald aan een werkgever die in een andere lidstaat van de Europese Unie is gevestigd, wanneer de werknemer in Nederland woont alsook aan een in Nederland gevestigde werkgever, wanneer zijn werknemer in een andere EU-lidstaat woont.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Wanneer UWV mensen met een (volledige of combi) UWV-uitkering met een loonkostensubsidie aan het werk wenst te zetten, dan kan zij deze plekken inkopen via de uitvoeringsorganisatie. Het UWV dient dan de volledige kosten voor haar rekening te nemen. Deze hoofdregel is ook zo bepaald in artikel 7 lid 3 Participatiewet. Mocht UWV besluiten om de kosten niet voor haar rekening te nemen, dan kan de gemeente besluiten de kosten toch voor haar rekening te nemen. Dit is evenwel afhankelijk van de individuele situatie en zal van geval tot geval worden beoordeeld.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>2.3.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Verstrekking loonkostensubsidie</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college legt het besluit of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort vast in een beschikking, waartegen de betrokken persoon bezwaar en beroep kan instellen.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Personen die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en in dienst treden bij een werkgever, ontvangen van de werkgever tenminste het WML of het Cao-loon. De werkgever ontvangt van de gemeente loonkostensubsidie voor het verschil tussen de loonwaarde van de werknemer en het WML. Als de werkgever Cao-loon betaalt dat hoger is dan het WML, dan komt het verschil voor rekening van de werkgever.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De hoogte van de loonkostensubsidie bedraagt maximaal 70% van het WML, vermeerderd met een vergoeding voor werkgeverslasten, nader te bepalen bij ministeriële regeling. De loonkostensubsidie wordt naar evenredigheid verminderd, indien iemand in deeltijd werkt.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De definitie van het WML is neergelegd in artikel 2 onder c Participatiewet.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college verleent geen andere subsidie voor de loonkosten voor dezelfde dienstbetrekking als waarvoor een loonkostensubsidie verstrekt wordt.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Geen loonkostensubsidie wordt verstrekt indien:</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>arbeid wordt verricht in een dienstbetrekking zoals bedoeld in artikelen 2 en 7 Wsw, of</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>met betrekking tot de dienstbetrekking een proeftijd geldt en artikel 10d lid 3 Participatiewet is toegepast, te weten het verrichten van onbeloonde werkzaamheden gedurende maximaal 3 maanden, met het oog op een reële vaststelling van de loonwaarde.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>2.4.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Duur loonkostensubsidie</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Deze vorm van loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk. Het instrument kan, indien nodig, voor een langere periode (tot aan de pensioengerechtigde leeftijd) worden ingezet ter compensatie van de werkgever voor de verminderde productiviteit van de werknemer.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college stelt na aanvang van de dienstbetrekking jaarlijks ambtshalve vast of een persoon nog steeds tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Ook wordt jaarlijks de hoogte van de loonkostensubsidie opnieuw vastgesteld. Zo wordt de ontwikkeling van (de loonwaarde van) de medewerker gemonitord. In het ideale geval groeien de werknemers immers door totdat zij het WML kunnen verdienen. Voor diegenen met een loonwaarde blijvend minder dan het WML is loonkostensubsidie een structureel instrument gericht op duurzame arbeidsparticipatie.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Indien een persoon in een dienstbetrekking waarvoor loonkostensubsidie wordt verstrekt verhuist naar een andere gemeente, blijft de gemeente die oorspronkelijk de loonkostensubsidie heeft verstrekt gedurende die dienstbetrekking verantwoordelijk voor de verlening van de loonkostensubsidie en dus ook voor de jaarlijkse herindicatie.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Als bij herindicatie blijkt dat een persoon niet meer tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, wordt de beschikking loonkostensubsidie ingetrokken. De werkgever kan de dienstbetrekking opzeggen indien na herindicatie de loonkostensubsidie niet meer wordt verleend.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Als bij herindicatie blijkt dat de loonwaarde van de persoon behorende tot de doelgroep loonkostensubsidie is gewijzigd, wordt de hoogte van de loonkostensubsidie aangepast.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>2.5.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Financiering en budgetplafond loonkostensubsidie</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De inzet van het instrument loonkostensubsidie wordt gefinancierd vanuit het Inkomensdeel, gelet op het meer structurele karakter van deze specifieke vorm van loonkostensubsidie.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Aan de inzet van de voorziening is een budgetplafond gekoppeld. Dit budgetplafond wordt jaarlijks door het college vastgesteld.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>3.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Loonwaarde</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Indien een werkgever voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met een persoon behorende tot de doelgroep loonkostensubsidie, stelt het college de loonwaarde van die persoon vast. Indien de dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie aan de werkgever, met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>3.1.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Vaststelling loonwaarde</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een persoon, die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De methode ter bepaling van de loonwaarde moet objectief zijn en daarom aan bepaalde eisen voldoen. De kwaliteit van de loonwaarde dient volgens de regering op de volgende wijze te worden gewaarborgd:</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>de loonwaarde moet de prestatie van de werknemer bepalen;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>de loonwaarde mag niet afhangen van degene die de loonwaarde bepaalt</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>het moet transparant zijn hoe tot de loonwaarde is gekomen;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>de methode moet inzichtelijk beschreven en betrouwbaar zijn;</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2">
                    <al>-</al>
                  </entry>
                  <entry colname="col3">
                    <al>de methode moet richtlijnen bevatten om te komen tot de loonwaarde van een werknemer op een werkplek, die de prestatie van de werknemer weergeeft.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>In de Werkkamer wordt gesproken over de eisen waaraan de loonwaardebepaling zou moeten voldoen. In de 35 regionale Werkbedrijven moeten gemeenten, sociale partners en UWV een keuze maken voor één regionale methodiek en één regionaal instrument waarmee de loonwaarde op de werkplek kan worden vastgesteld. Voor het geval de afspraken over minimumeisen binnen de Werkbedrijven niet of niet tijdig voor de inwerkingtreding van de Participatiewet tot stand zijn gekomen, legt de regering minimumeisen vast in lagere regelgeving.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>De loonwaarde wordt vastgesteld door het college. Hiervoor is geen aanvraag vereist. Voor de vaststelling maakt het college gebruik van de regionale methodiek en het regionale instrument. Deze ambtshalve vaststelling vindt jaarlijks plaats, behalve bij werknemers in nieuw beschut werk <cursief>(Indien voor de inzet daarvan wordt gekozen.).</cursief> Voor hen wordt de loonwaarde eens in de drie jaar vastgesteld.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college legt de vastgestelde loonwaarde vast in een beschikking, waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kan instellen.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>3.2.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Werken met behoud van uitkering</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college kan een persoon die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie maximaal drie maanden onbeloonde werkzaamheden bij een werkgever laten verrichten, met het oog op een reële vaststelling van de loonwaarde.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>4.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Slotbepalingen</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>4.1.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Onvoorziene omstandigheden</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>In gevallen, de uitvoering van dit uitvoeringsbesluit betreffende, waarin dit uitvoeringsbesluit niet voorziet, beslist het college.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>4.2.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Hardheidsclausule</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Het college kan in geval van onbillijkheid of klaarblijkelijke hardheid afwijken van de in dit uitvoeringsbesluit opgenomen bepalingen.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>4.3.</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Inwerkingtreding</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al>
                      <vet>4.4</vet>
                    </al>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>
                      <vet>Citeertitel</vet>
                    </al>
                  </entry>
                </row>
                <row>
                  <entry colname="col1">
                    <al/>
                  </entry>
                  <entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2">
                    <al>Dit uitvoeringsbesluit kan worden aangehaald als: Uitvoeringsbesluit loonkostensubsidie en loonwaarde Maastricht-Heuvelland 2015.</al>
                  </entry>
                </row>
              </tbody>
            </tgroup>
          </table>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>