<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354490_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Wierden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Wierden</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Driehoek, 17 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Wierden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet artikel 36 lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-09-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Nummer 14-00836</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele inkomenstoeslag gemeente Wierden
            2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Wierden,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [datum en
                        nummer];</al><al>gelet op artikel 8 lid 1 aanhef en onderdeel b en lid 2
                        Participatiewet;</al><al>besluit vast te stellen de<vet>Verordening individuele inkomenstoeslag
                            gemeente Wierden 2015</vet>.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32
                                    Participatiewet, en de algemene bijstand;</al></li><li nr="b."><al>peildatum: datum waartegen individuele inkomenstoeslag wordt
                                    aangevraagd;</al></li><li nr="c."><al>referteperiode: een periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Met een verzoek zoals bedoeld in artikel 36 lid 1 Participatiewet, wordt
                            bedoeld een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 Awb.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Recht op individuele inkomenstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Aan de in artikel 36 lid 1 Participatiewet gestelde voorwaarde van het
                            hebben van een</al><al>langdurig laag inkomen is voldaan als gedurende de referteperiode het in
                            aanmerking te nemen inkomen niet uitkomt boven 100 procent van de
                            toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De individuele inkomenstoeslag bedraagt per jaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 358,- voor een alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>€ 460,- voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>€ 511,- voor een gehuwden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
                                inkomenstoeslag ingevolge artikel 11 of artikel 13 lid 1
                                Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor
                                een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                                alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van lid 1 en lid 2 is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in lid 1 genoemde bedragen worden elk jaar per 1 januari
                                geïndexeerd en aangepast met een percentage dat overeenkomt met het
                                percentage van de verhoging van het wettelijk minimumloon. De
                                bedragen worden afgerond op hele euro’s.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van een persoon
                            afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing van de
                            verordening leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekken oude verordening</titel></kop><al>De Verordening Langdurigheidstoeslag Wet werk en bijstand gemeente
                            Wierden 2012 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            inkomenstoeslag gemeente Wierden 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van [datum].</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>[naam] [naam] </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>TOELICHTING</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>Op grond van artikel 8 lid 1 aanhef en onderdeel b en lid 2 Participatiewet
                    dient de gemeenteraad bij verordening regels vast te stellen met betrekking tot
                    het verlenen van een individuele inkomenstoeslag. Deze regels dienen in ieder
                    geval betrekking te hebben op de hoogte van de individuele inkomenstoeslag en de
                    wijze waarop invulling wordt gegeven aan het begrip langdurig en laag inkomen,
                    zoals die in artikel 36 lid 1 Participatiewet worden gebruikt.</al><tussenkop>Wijzigingen per 1 januari 2015</tussenkop><al>Per 1 januari 2015 treedt de Wet maatregelen WWB en de Invoeringswet
                    Participatiewet in werking. Daarom is het noodzakelijk om deze verordening aan
                    te passen. De wijzigingen zijn enerzijds technisch van aard (verwijzingen naar
                    de WWB) en anderzijds juridisch inhoudelijk van aard. </al><al>Onder de WWB kent het college op aanvraag een langdurigheidstoeslag toe indien
                    een persoon:</al><lijst><li nr="·"><al>een langdurig laag inkomen heeft; en</al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34
                            WWB; en</al></li><li nr="·"><al>geen uitzicht heeft op inkomensverbetering.</al></li></lijst><al>Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                    langdurigheidstoeslag. Het college <onderstreept>kan</onderstreept> op
                        <onderstreept>verzoek</onderstreept> een individuele inkomenstoeslag
                    toekennen als een persoon:</al><lijst><li nr="·"><al>een langdurig laag inkomen heeft; en</al></li><li nr="·"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34
                            Participatiewet; en</al></li><li nr="·"><al><onderstreept>gelet op zijn omstandigheden</onderstreept> geen uitzicht
                            heeft op inkomensverbetering.</al></li></lijst><tussenkop>Doelgroep</tussenkop><al>Op grond van artikel 36 Participatiewet kan het college een individuele
                    inkomenstoeslag verlenen. Het toekennen van een individuele inkomenstoeslag is
                    sinds 1 januari 2015 een bevoegdheid en geen verplichting. Dit betekent dat in
                    beleidsregels de doelgroep die in aanmerking kan komen voor individuele
                    inkomenstoeslag kan worden beperkt. Wordt de doelgroep niet beperkt dan moet het
                    college aan de hand van persoonlijke omstandigheden toetsen of iemand recht
                    heeft op individuele inkomenstoeslag. </al><tussenkop>Op verzoek</tussenkop><al>In artikel 36 lid 1 Participatiewet is bepaald dat een belanghebbende een
                    verzoek tot verlening van individuele inkomenstoeslag kan indienen.
                    Langdurigheidstoeslag was eerst alleen op aanvraag verkrijgbaar. Zie verder de
                    artikelsgewijze toelichting bij artikel 2 van deze verordening.</al><al>Er zijn echter wel mogelijkheden om de aanvraag te vereenvoudigen. Als uit de
                    gemeentelijke administratie blijkt dat in de situatie van betrokkene het
                    afgelopen jaar geen wijzigingen zijn opgetreden, dan kan een volledig ingevuld
                    aanvraagformulier toegezonden worden, waarna de betrokkene door het zetten van
                    de handtekening de aanvraag officieel maakt.</al><al><cursief>Overgangsrecht</cursief>Per 1 januari 2015 vervangt de
                    individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om in
                    deze verordening overgangsrecht op te nemen met betrekking tot eerder verstrekte
                    langdurigheidstoeslagen omdat artikel 78z Participatiewet voorziet in algemeen
                    overgangsrecht met betrekking tot de wijzigingen in de Participatiewet als
                    gevolg van de inwerkingtreding van de Invoeringswet Participatiewet en de Wet
                    maatregelen WWB op 1 januari 2015. De individuele inkomenstoeslag en voorheen de
                    langdurigheidstoeslag worden immers toegekend tegen een peildatum. Zaken die na
                    de peildatum gebeuren hebben geen betekenis voor het recht op een dergelijke
                    toeslag. Wie op een datum gelegen vóór 1 januari 2015 op basis van de
                    toepasselijke verordening recht had op langdurigheidstoeslag, behoudt dat
                    onverkort, ongeacht of hij voldoet aan de voorwaarden die per 1 januari 2015
                    zijn gesteld in artikel 36 Participatiewet en deze verordening. Toekenning van
                    het recht op individuele inkomenstoeslag tegen een datum gelegen op of ná 1
                    januari 2015 is uitsluitend mogelijk als wordt voldaan aan de in artikel 36
                    Participatiewet en deze verordening opgenomen voorwaarden. </al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Alleen bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1 Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die in de Participatiewet, Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of
                    de Gemeentewet voorkomen hebben in deze verordening dezelfde betekenis als in de
                    genoemde wetten. Ten aanzien van een aantal begrippen, die als zodanig niet in
                    de genoemde wetten zelf staan is een definitie gegeven in deze verordening.</al><tussenkop>Inkomen</tussenkop><al>Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32
                    Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de
                    beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in aanmerking
                    genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen in aanmerking
                    worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een vorm van bijzondere
                    bijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen dat een eerder verstrekte
                    individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing moet worden gelaten bij de
                    vaststelling van het inkomen. Het wordt niet wenselijk geacht een eerder
                    verstrekte individuele inkomenstoeslag in aanmerking te nemen als inkomen, omdat
                    dit het ongewenst effect kan hebben dat een persoon geen recht op een
                    individuele inkomenstoeslag heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in
                    de referteperiode vanwege een eerder verstrekte toeslag. Wat voor een eerder
                    verstrekte individuele inkomenstoeslag geldt, dat geldt ook voor een eerder
                    verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de WWB zoals die luidde vóór 1
                    januari 2015.</al><tussenkop>Peildatum</tussenkop><al>De peildatum is de datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag
                    aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om de datum waarop een
                    persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in aanmerking te nemen vermogen
                    heeft als bedoeld in artikel 34 Participatiewet en, gelet op de omstandigheden
                    van die persoon, geen uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt
                    meestal overeen met de meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen
                    vóór de dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag
                    aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt uit
                    artikel 44 lid 1 Participatiewet en de jurisprudentie rondom artikel 44
                    Participatiewet.</al><tussenkop>Referteperiode</tussenkop><al>Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een periode
                    van 36 maanden voorafgaande aan de peildatum. Nadat belanghebbenden 3 jaar op
                    een minimuminkomen zijn</al><al>aangewezen is er over het algemeen niet veel reserveringsruimte over. Deze
                    termijn van 3</al><al>jaar sluit ook aan bij de beleidsregels zoals deze in onze gemeente zijn
                    vastgesteld m.b.t.</al><al>aflossing van leningen. Zie ook de toelichting bij artikel 3 onder
                    'Langdurig'.</al><tussenkop>Artikel 2 Indienen verzoek</tussenkop><al>De Wet maatregelen WWB wijzigt artikel 36 lid 1 Participatiewet dusdanig dat een
                    belanghebbende een verzoek tot verlening van individuele inkomenstoeslag kan
                    indienen. Voorheen was de langdurigheidstoeslag alleen op aanvraag verkrijgbaar.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3 lid 3 Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden
                    ingediend (artikel 4:1 Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet worden
                    ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat met verzoek wordt bedoeld
                    een schriftelijke aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 Awb. Het gaat dan om
                    een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 Awb) die wordt ondertekend door de
                    aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2
                    lid 1 Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de
                    beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de
                    beschikking kan krijgen (artikel 4:2 lid 2 Awb). Een mondeling verzoek kan
                    hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                    inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel 36 Participatiewet. </al><tussenkop>Artikel 3 Langdurig laag inkomen</tussenkop><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat onder
                    'langdurig en onder 'laag' wordt verstaan. </al><tussenkop>Langdurig</tussenkop><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan de
                    peildatum wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is vastgesteld
                    in artikel 1 van deze verordening. </al><tussenkop>Laag inkomen</tussenkop><al>Een inkomen is laag als het niet hoger is dan 100% van de toepasselijke
                    bijstandsnorm. Dit gemiddelde moet, in geval van personen die tijdelijk een
                    inkomen hebben ontvangen boven de bijstandsnorm, berekend worden over de gehele
                    referteperiode. Marginale overschrijdingen van deze 100%-grens dienen genegeerd
                    te worden (zie CRvB 19-08-2008, nrs. 06/1163 WWB e.a., ECLI:NL:CRVB:2008:BE8918
                    en CRvB 15-02-2011, nr. 08/5141 WWB, ECLI:NL:CRVB:2011:BP5532). Gaat het inkomen
                    van een persoon gedurende (een deel van) de referteperiode de toepasselijke
                    bijstandsnorm maandelijks met ongeveer € 5 of meer te boven, dan is geen sprake
                    meer van een marginale overschrijding van de bijstandsnorm die niet aan
                    toekenning van een individuele inkomenstoeslag in de weg staat. Er is immers
                    geen sprake van een incidentele geringe overschrijding van de bijstandsnorm of
                    van te verwaarlozen bedragen van enkele eurocenten (zie CRvB 27-03-2012, nr.
                    10/2488 WWB, ECLI:NL:CRVB:2012:BW0068 en CRvB 31-07-2012, nr. 12/1825 WWB,
                    ECLI:NL:CRVB:2012:BX7178).</al><tussenkop>Artikel 4 Hoogte individuele inkomenstoeslag</tussenkop><al>Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid gemaakt
                    tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden.</al><tussenkop>Gehuwden </tussenkop><al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op individuele
                    inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden personen op de peildatum
                    als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide gehuwden voldoen aan de voorwaarden
                    van artikel 36 lid 1 Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze
                    voorwaarden, dan bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag
                    (zie CRvB 13-07-2010, nr. 08/2345 WWB¸ECLI:NL:CRVB:2010:BN2529).</al><al>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele
                    inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden van
                    artikel 36 lid 1 Participatiewet, dan komt de rechthebbende partner wel in
                    aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner
                    die op een van de in artikelen 11 of 13 lid 1 Participatiewet genoemde gronden
                    geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op individuele
                    inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in aanmerking voor een
                    individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                    alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld in het lid 2.</al><tussenkop>Indexering </tussenkop><al>In lid 4 is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de
                    verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de
                    bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) duidelijk te
                    communiceren.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>