<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354246_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inhoudsopgave</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels Wmo &amp; Jeugdhulp</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inhoudsopgave</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en algemene bepalingen. 3</al><al>Artikel 1 Begripsbepalingen. 3</al><al>Artikel 2 Vormen van jeugdhulp. 4</al><al>Artikel 3 Kwaliteitseisen. 5</al><al>De kwaliteitseisen worden nader vastgelegd in de contracten met
                            (zorg)aanbieders. 5</al><al>Artikel 4 Betrekken van inwoners bij beleid. 5</al><al>Artikel 5 Waardering mantelzorgers 5</al><al>Hoofdstuk 2 Individuele voorzieningen. 7</al><al>Artikel 6 Aanvraag individuele voorziening. 7</al><al>Artikel 7 Dialooggestuurde aanpak 8</al><al>Artikel 8 Resultaten van ondersteuning, zorg en jeugdhulp.
                        9</al><al>Artikel 9 Advisering. 10</al><al>Artikel 10 Financiële tegemoetkoming. 10</al><al>Artikel 11 Regels voor PGB. 11</al><al>Hoofdstuk 3 Bijdrage in de kosten en terugvordering. 13</al><al>Artikel 12 Bijdrage in de kosten van individuele Wmo-voorzieningen.
                            13</al><al>Hoofdstuk 4 Inwerkingtreding en heronderzoek. 14</al><al>Artikel 13 Terugvordering. 14</al><al>Artikel 14 Intrekking en heronderzoek 14</al><al>Artikel 15 Inwerkingtreding en citeertitel 14</al><al>Bijlage 1 Richtlijn gebruikelijke hulp. 15</al><al>Bijlage 2 Regisserend vermogen. 16</al><al>Bijlage 3 Trekkingsrecht SVB. 17</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN EN ALGEMENE BEPALINGEN</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al><vet>Algemene voorziening</vet></al><al><vet>Onderstaand zijn de begrippen algemene voorziening, collectieve
                            voorziening en individuele voorziening toegelicht. </vet></al><al/><al><vet>Algemene voorziening</vet></al><al><cursief>Definitie: </cursief><cursief>Aanbod van diensten of activiteiten
                            dat, zonder voorafgaand onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken
                            en mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op
                            maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp.</cursief></al><al/><al>Deze diensten en/of producten zijn voor iedereen toegankelijk en/of
                        verkrijgbaar, zonder toets of beschikking. </al><al/><al>Wanneer het niveau van algemene voorzieningen in de gemeente hoog is, is er
                        minder reden voor inwoners om aanspraak te maken op collectieve of
                        individuele voorzieningen. Veel inwoners kunnen dan, ondanks eventuele
                        beperkingen, langer blijven “meedoen”.</al><al>Algemene voorzieningen worden deels door de overheid aangestuurd en
                        gefinancierd. Dit zijn vaak basisvoorzieningen die in iedere gemeente
                        aanwezig moeten zijn. Maar ook initiatieven van particulieren of
                        vrijwilligers leveren een belangrijke bijdrage aan het aanbod van algemene
                        voorzieningen. Met het verder ontwikkelen van de Civil Society en sociale
                        netwerken, zal dit laatste aanbod naar verwachting verder toenemen. </al><al/><al>Een specifieke vorm van een algemene voorziening is een “Algemeen
                        gebruikelijke voorziening”.</al><al>Volgens jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep is een voorziening
                        algemeen gebruikelijk, als het gaat om een voorziening die niet speciaal
                        bedoeld is voor mensen met een beperking, zodat de voorziening ook op grote
                        schaal door niet-gehandicapten wordt gebruikt. Het betreft met name
                        producten die in een normale winkel te koop zijn en niet speciaal in de
                        revalidatie-vakhandel. De prijs is niet (aanzienlijk) duurder dan
                        vergelijkbare producten/diensten. </al><al/><al><vet>Collectieve voorziening</vet></al><al><cursief>Definitie: </cursief><cursief>Aanbod van diensten of activiteiten
                            dat bedoeld is voor een groep mensen met specifieke kenmerken en
                            hiervoor makkelijk toegankelijk is en dat is gericht op maatschappelijke
                            ondersteuning of jeugdhulp.</cursief></al><al/><al>Deze voorzieningen zijn bestemd voor doelgroepen met specifieke kenmerken.
                        Het gebruik van een collectieve voorziening wordt vaak gedeeld met anderen. </al><al>De gemeente stelt richtlijnen op wie voor deze voorzieningen in aanmerking
                        komt. Na een lichte toets kunnen inwoners van deze voorzieningen gebruik
                        maken. Er is geen sprake van een gemeentelijke beschikking. De
                        ontwikkelrichting van de Walcherse gemeenten is dat individuele
                        voorzieningen waar mogelijk worden doorontwikkeld tot collectieve of
                        algemene voorzieningen. </al><al/><al><vet>Individuele voorziening</vet></al><al><cursief>Definitie: </cursief><cursief>Aanbod van diensten of activiteiten
                            dat, alleen na zorgvuldig onderzoek naar de behoeften, persoonskenmerken
                            en mogelijkheden van de gebruikers, middels een beschikking toegankelijk
                            is en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning of
                            jeugdhulp.</cursief></al><al/><al>Deze voorziening wordt speciaal voor de inwoner georganiseerd of gemaakt.
                        Maatwerk is hierbij belangrijk. De voorziening wordt aangepast aan de
                        persoonlijke omstandigheden. Een individuele voorziening wordt bij
                        beschikking toegekend en de inwoner heeft de mogelijkheid voor bezwaar en
                        beroep.</al><al/><al>Soms is er sprake van een “maatwerkarrangement”. Dan wordt het geheel van
                        diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen afgestemd
                        op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van een persoon. Een
                        onderdeel van dit geheel kan een individuele voorziening zijn. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><al>Het aanbod van jeugdhulp wordt geordend naar 4 hoofdgroepen onderverdeeld in
                        de volgende categorieën (de uitwerking van de 4 hoofdgroepen is niet
                        limitatief):</al><al/><lijst><li nr="1."><al>ambulant (kan ook geleverd worden vanuit daghulp)</al><lijst><li nr="."><al>pedagogische thuisbegeleiding</al></li><li nr="."><al>begeleiding bij zelfstandig wonen (waaronder Foyer de
                                        Jeunesse)</al></li><li nr="."><al>training naar zelfstandig wonen</al></li><li nr="."><al>omgangsbegeleiding nadruk ligt op ernstige gedragsproblemen
                                    </al></li><li nr="."><al>jeugd ggz ambulant</al></li><li nr="."><al>crisis </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>daghulp</al><lijst><li nr="."><al>dagbesteding (behalen van doelen leidt niet tot
                                        uitstroom)</al></li><li nr="."><al>dagbegeleiding (behalen van doelen leidt tot uitstroom)</al><lijst><li nr="."><al> 2-6 jaar</al></li><li nr="."><al> 6-12 jaar</al></li><li nr="."><al> BSO+</al></li><li nr="."><al> daghulp niet schoolgaande jeugd (ook wel
                                                onderwijs/zorg arrangement)</al></li></lijst></li><li nr="."><al>dagbehandeling (is gericht op vermindering of verdwijnen van
                                        de problematiek)</al></li></lijst></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>residentieel</al><lijst><li nr="."><al>gezinshuizen</al></li><li nr="."><al>residentiële groepen</al></li><li nr="."><al>specialistische residentiële groepen </al><lijst><li nr="."><al>jeugd ggz klinisch (bijv. Amares, Ithaka)</al></li><li nr="."><al>met nadruk op ernstige gedragsproblemen (bijv.
                                                jeugdzorg plus, de Vliethoeve, de kering, crisis).
                                            </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>pleegzorg</al><lijst><li nr="."><al>pleegzorg</al></li><li nr="."><al>pleegzorg plus</al></li><li nr="."><al>crisispleegzorg</al></li><li nr="."><al>behandelgezinnen (is pleegzorg met behandeling op
                                                maat)</al></li></lijst></li></lijst></li></lijst><al/><al>De categorieën ambulant en daghulp worden beschouwd als collectieve
                        voorziening. </al><al>De categorieën residentieel en pleegzorg worden beschouwd als individuele
                        voorziening. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kwaliteitseisen</titel></kop><al>De kwaliteitseisen worden nader vastgelegd in de contracten met
                        (zorg)aanbieders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Betrekken van inwoners bij beleid</titel></kop><lijst><li nr="."><al>Het college betrekt inwoners bij het beleid voor Wmo &amp; Jeugdhulp
                                op verschillende manieren (maatwerk). Afhankelijk van het onderwerp
                                en doel wordt op basis van het gemeentelijk communicatiebeleid de
                                best passende manier vastgesteld. Hiervoor kunnen vervolgens
                                verschillende instrumenten worden ingezet (te denken valt aan bijv.
                                klankbordgroepen, Wmo-cafés, burgerpanels, één-op-één gesprekken,
                                etc.). Bestaand beleid inzake communicatie en burgerparticipatie
                                staat in onderstaande nota’s/verordeningen:</al></li></lijst><lijst><li nr="."><al>Inspraakverordeningen van Middelburg, Vlissingen en Veere</al></li><li nr="."><al>Nota Burgerparticipatie en wijkgericht werken (gem. Middelburg)</al></li><li nr="."><al>Nota ‘Op zoek naar de ja (gem. Middelburg)</al></li><li nr="."><al>Communicatienota 2013 (gem. Veere)</al></li><li nr="."><al>Verordening burgerparticipatie Wmo (gem. Veere)</al></li><li nr="."><al>Communicatienota ‘Vlissingen op de kaart’ (gem. Vlissingen)</al></li><li nr="."><al>Samenwerkingsovereenkomst B&amp;W gemeente Vlissingen en
                                Wmo-adviesraad Vlissingen (gem. Vlissingen)</al></li></lijst><lijst><li nr="."><al>De Walcherse gemeenten betrekken de huidige Wmo-(advies)raden (of
                                toekomstig te vormen participatieraden) in een zo vroeg mogelijk
                                stadium van de beleidsvorming of het evalueren van reeds vastgesteld
                                beleid.</al></li><li nr="."><al>De Wmo-raden hanteren een vaste vergaderfrequentie van tenminste 1
                                keer per maand. De gezamenlijke Wmo-raden vergaderen zo vaak als
                                nodig.</al></li><li nr="."><al>Afhankelijk van specifieke onderwerpen gaat het college de dialoog
                                aan met andere groeperingen, die specifieke en waardevolle kennis
                                kunnen delen (te denken valt aan cliëntenraden, jeugdraden, Walchers
                                Platform voor Minima, Werkgroep Gehandicapten Walcheren, etc.).
                                Naast groeperingen kunnen ook individuele burgers of
                                belangenbehartigers van individuen gevraagd worden mee te denken
                                over te vormen beleidskaders. Dit gebeurt vooral via <extref doc="http://www.walcherenvoorelkaar.nl/">www.walcherenvoorelkaar.nl</extref>.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Waardering mantelzorgers</titel></kop><al>De gemeente heeft oog voor de inzet van mantelzorgers. Dit wordt erkend en
                        gewaardeerd. De inzet van mantelzorgers verdient steun en waardering. Zij
                        maken de beoogde participatiesamenleving mede tot werkelijkheid. De gemeente
                        wil de waardering vormgeven op twee manieren.</al><al/><al><cursief>1. Waardering in geldelijke bijdrage</cursief></al><al>De mantelzorgwaardering bestaat uit een geldelijke bijdrage. De Stichting
                        Manteling voert de regeling uit.</al><al/><al>Om voor een waardering in aanmerking te komen, meldt een mantelzorger
                        zichzelf en de hulpvrager tussen 1 januari en 1 april aan bij Stichting
                        Manteling. Zij toetsen via een telefonische intake van maximaal 20 minuten
                        of er in het voorgaande jaar voldaan is aan de volgende criteria: </al><lijst><li nr="."><al>Meer dan 8 uur per week mantelzorg</al></li><li nr="."><al>Voor minimaal drie maanden</al></li><li nr="."><al>Geen vrijwillige keus</al></li></lijst><al/><al>Komt een mantelzorger in aanmerking voor een bijdrage dan wordt dit
                        overgemaakt op de rekening van de hulpvrager. De hulpvrager kan zelf een
                        (eventuele) verdeling bepalen. Ten opzichte van de oude regelingen brengen
                        wij voortaan ook de inzet van de mantelzorger in beeld. Op die manier willen
                        we de regeling eerlijker maken. </al><al/><al><cursief>2. Noodfonds</cursief></al><al>Via Porthos (of andere vindplaatsen) kan het noodfonds worden ingezet voor
                        het ontzorgen van (bijna) overbelaste mantelzorgers. Uit het noodfonds kan
                        ingezet worden op tijdelijke extra ondersteuning of respijtzorg, zodat een
                        mantelzorger even tijd voor zichzelf kan maken. Deze ondersteuning is altijd
                        onderdeel van het maatwerkarrangement. </al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK 2 INDIVIDUELE VOORZIENINGEN</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag individuele voorziening</titel></kop><al><cursief>Ondersteuningsplan</cursief></al><al>Met een ondertekend ondersteuningsplan kan een aanvraag worden ingediend
                        (artikel 6.1). Onder het ondersteuningsplan wordt ook verstaan het
                        familiegroepsplan zoals bedoeld in artikel 4.1.2 van de Jeugdwet.</al><al/><al>Het ondersteuningsplan:</al><lijst><li nr="."><al>Is persoonlijk; </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Betrekt, waar dit relevant is, de situatie van alle betrokkenen als
                                er sprake is van een huishouden dat bestaat uit meerdere personen
                                (één huishouden, één plan); </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Is gericht op bevordering van, behoud van of ondersteunen bij de
                                zelfredzaamheid en participatie van het huishouden;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Behandelt de leefgebieden: activiteiten in huis, activiteiten in de
                                samenleving, onderwijs en leren, arbeid en dagbesteding, opvoeden en
                                zorgen voor een kind, gedrag en veiligheid, belangenbehartiging,
                                regelgeving en geldzaken, gezondheid en welzijn, sociale
                                activiteiten;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Is de drager van het proces en is de samenvatting van het onderzoek
                                (wat is er aan de hand, welke zorgen zijn er), beschrijft doelen, de
                                in te zetten ondersteuning en zorg (wat gaan we doen, wie doet wat
                                en wanneer) en de te behalen resultaten;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Wordt ondertekend door de cliënt of het huishouden en (indien van
                                toepassing) de professional, geeft richting aan de ondersteuning in
                                de praktijk (professionele sturing), het is richtinggevend voor
                                ondersteunende en uitvoerende werkers en bindend voor alle
                                betrokkenen;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Beschrijft de benodigde ondersteuning die bijdraagt aan de kwaliteit
                                van bestaan. </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Is gericht op ondersteunen van het huishouden, rekening houdend met
                                zijn mogelijkheden en beperkingen, waarbij het huishouden zo veel
                                mogelijk de regie heeft;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Is het resultaat van de dialoog tussen het huishouden, zijn sociaal
                                netwerk, de sleutelwerker en eventueel andere betrokken
                                professionals via een vorm van een netwerkberaad; </al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Is consistent, de doelen van het plan en de doelen in het plan
                                houden verband met elkaar: er is samenhang;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Is doelgericht en methodisch en heeft een cyclisch karakter;</al></li></lijst><al/><lijst><li nr="."><al>Benoemt de sleutelwerker die overzicht over alle afspraken heeft,
                                deze coördineert en bewaakt (wie/wat/wanneer, één regisseur). Ook
                                draagt deze zorg voor evaluatie van het ondersteuningsplan,
                                eventuele bijstelling en afronding. </al></li></lijst><al/><al/><al><cursief>6.5</cursief></al><al><cursief>Spoedeisende gevallen</cursief></al><al>In geval van spoed, crisis en dwang treft het college direct een tijdelijke
                        voorziening (artikel 6.5). Het college beschikt achteraf. </al><al>Voor spoed: beschikking achteraf is mogelijk mits:</al><lijst><li nr="."><al>Er multidisciplinair overleg met het netwerk is geweest (tenzij de
                                veiligheid dat verhindert, professional moet dit kunnen motiveren).
                            </al></li><li nr="."><al>Gemotiveerd kan worden waarom deze zorg, met spoed, noodzakelijk is.
                            </al></li></lijst><al>Voor crisis en dwang: beschikking achteraf is mogelijk mits:</al><lijst><li nr="."><al>Protocol met Raad voor de Kinderbescherming toegepast werd.</al></li><li nr="."><al>Gemotiveerd kan worden waarom deze zorg noodzakelijk is. </al></li></lijst><al/><al><cursief>Individuele voorziening op doorverwijzing</cursief></al><al>Vooralsnog kan elke professional verwijzen naar algemene voorzieningen. De
                        professionals werkzaam in het loket van Porthos en de professionals van de
                        gebiedsteams kunnen doorverwijzen naar collectieve voorzieningen. Voor de
                        jeugdhulp spelen nog andere professionals een rol. In de Jeugdwet is
                        vastgelegd dat het doorverwijzen naar alle vormen van jeugdhulp (waaronder
                        collectieve en individuele voorzieningen) mogelijk is voor:</al><al>- AMHK,</al><al>- huisarts, jeugdarts en medisch specialist,</al><al>- gecertificeerde instelling, wanneer er sprake is van dwang.</al><al/><al>Het is de ambitie om professionals de ruimte te geven om door te verwijzen
                        naar door de gemeente gecontracteerde ondersteuning en zorg, waarna het
                        college met een beschikking die doorverwijzing bevestigt. Dat betekent dat
                        de noodzakelijk geachte ondersteuning direct kan starten. </al><al>Hierbij geldt:</al><lijst><li nr="."><al>De doorverwijzing, de noodzaak van de in te zetten ondersteuning en
                                zorg, de te behalen resultaten zijn met de klant en de omgeving
                                besproken;</al></li><li nr="."><al>De klant en zijn omgeving zijn akkoord met de doorverwijzing;</al></li><li nr="."><al>De motivering wordt neergelegd in het ondersteuningsplan;</al></li><li nr="."><al>Het college wordt zo snel mogelijk geïnformeerd.</al></li></lijst><al>Het college kan besluiten dat doorverwijzing niet past bij het wettelijk
                        kader of het gemeentelijke beleid. In dat geval wordt de beschikking niet
                        gegeven en wordt de doorverwijzing teruggedraaid. </al><al>6.6 </al><al><cursief>Te allen tijde een aanvraag indienen</cursief></al><al>Een cliënt heeft op grond van de Algemene wet bestuursrecht het recht een
                        aanvraag in te dienen bij het college. In het geval dat cliënten worden
                        doorverwezen naar algemene of collectieve voorzieningen is hier formeel geen
                        mogelijkheid om bezwaar en beroep in de zin van de Awb in te dienen. Een
                        cliënt kan wel een aanvraag voor een individuele voorziening indienen
                        conform de Awb. Tegen de beschikking die dan afgegeven wordt, staat wel
                        bezwaar en beroep open. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Dialooggestuurde aanpak</titel></kop><al>Conform de pentekening wordt uitvoering gegeven aan de dialooggestuurde
                        aanpak. De professionals die hierin een rol spelen zijn bekend met de
                        algemene en inhoudelijke uitgangspunten, waarden, gedrag en rollen zoals
                        deze beschreven staan in de pentekening. Zij zijn in staat om deze zichtbaar
                        toe te passen in de uitvoering. </al><al/><al>Een dialooggestuurde aanpak vormt de basis voor het ondersteuningsplan (w.o.
                        familiegroepsplan). </al><al/><al>De cliënt, het gezin en het betrokken netwerk krijgt zo de mogelijkheid om
                        hun wensen, mogelijkheden en oplossingen vorm te geven in een (eigen) plan.
                        De professional heeft procesvaardigheden en de juiste attitude om de
                        eigen-kracht-oplossing van de cliënt en zijn netwerk te ondersteunen. </al><al/><al>De professional is in staat hierin te sturen en dit met respect voor en op
                        behoefte van de cliënt af te stemmen. Uitgangspunt hierbij is dat de
                        professional de aansluiting zoekt bij de sterke kanten van de cliënt en zijn
                        betrokken netwerk. De professional signaleert en motiveert aan de cliënt en
                        het betrokken netwerk, de redenen om af te wijken van de eigen wens en eigen
                        oplossingen.</al><al/><al>De professionals zijn opgeleid conform de professionele standaarden van de
                        betreffende beroepsgroep(en). Hiernaast verzorgt Porthos een
                        opleidingsprogramma. Dit is gericht op de werkwijze, functies en rollen
                        zoals deze vastgelegd zijn in de Pentekening. Het opleidingsprogramma is
                        verplicht voor iedere Porthos-medewerker en kent onderdelen als
                        gesprekstechnieken, oplossingsgericht werken, signaleren van kansen (eigen
                        kracht) en dialooggestuurde aanpak. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Resultaten van ondersteuning zorg en jeugdhulp</titel></kop><al>De individuele voorziening die het college biedt, levert een passende
                        bijdrage aan de in de verordening omschreven resultaten. In de beschikking
                        wordt dit gemotiveerd. </al><al/><al><cursief>De resultaten</cursief></al><al>De Wmo 2015 geeft in artikel 1.1.1 begripsbepalingen, de resultaten van de
                        ondersteuning en zorg. Onder het begrip ‘maatwerkvoorziening’ worden deze
                        resultaten als volgt omschreven:</al><lijst><li nr="1."><al>Ten behoeve van zelfredzaamheid, daaronder begrepen kortdurend
                                verblijf in een instelling ter ontlasting van de mantelzorger, het
                                daarvoor noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen,
                                woningaanpassingen en andere maatregelen.</al></li><li nr="2."><al>Ten behoeve van participatie, daaronder begrepen het daarvoor
                                noodzakelijke vervoer, alsmede hulpmiddelen en andere
                                maatregelen.</al></li><li nr="3."><al>Ten behoeve van beschermd wonen en opvang.</al></li></lijst><al>De Jeugdwet bepaalt in artikel 2.3 dat het college voorzieningen treft
                        waardoor de jeugdige in staat wordt gesteld:</al><lijst><li nr="1."><al>gezond en veilig op te groeien;</al></li><li nr="2."><al>te groeien naar zelfstandigheid, en</al></li><li nr="3."><al>voldoende zelfredzaam te zijn en maatschappelijk te
                                participeren,</al></li></lijst><al>Waarbij rekening wordt gehouden met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. </al><al/><al>Het begrip zelfredzaamheid is in de Wmo als volgt gedefinieerd:</al><al>In staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene dagelijkse
                        levensverrichtingen en het voeren van een gestructureerd huishouden. Artikel
                        1.2.1 Wmo geeft een nadere invulling en inkadering van de doelgroep. </al><al/><al><cursief>Afwegingsinstrumenten</cursief></al><al>Artikel 1.2.1 van de Wmo geeft de ‘volgorde’ van ondersteuning helder weer
                        (Wmo-filosofie). Deze volgorde komt tot uitdrukking in onderstaande
                        afbeelding. De eigen kracht staat hierin altijd centraal. Alle beoordelingen
                        van aanvragen voor individuele voorzieningen worden volgens dit kader
                        benaderd. In de beschikking (dan wel met verwijzing naar het
                        ondersteuningsplan) wordt hiervan een beschrijving gegeven. </al><al/><al/><al>1. Mensen zorgen voor zichzelf, eigen sociaal netwerk gebruiken.</al><al/><al>2. Mensen zorgen voor elkaar, mantelzorg, verenigingsleven, algemene
                        voorzieningen.</al><al/><al>3. Collectieve voorzieningen, alleen waar nodig.</al><al/><al>4. Professionele inzet van de overheid als achtervang en sluitstuk. </al><al/><al>Het geheel van activiteiten en diensten op het gebied van maatschappelijke
                        ondersteuning en jeugdhulp zien we als het <vet>maatwerkarrangement</vet>. </al><al/><al/><al><cursief>Handvaten</cursief></al><lijst><li nr="."><al>Richtlijn gebruikelijke hulp (zie bijlage 1)</al></li></lijst><al>Wettelijke definitie: ‘hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen in
                        redelijkheid mag worden verwacht van de echtgenoot, ouder, inwonende
                        kinderen of andere huisgenoten.’</al><al>De gemeenten hanteren een richtlijn, waarin is omschreven wat wordt verstaan
                        onder ‘algemeen aanvaarde opvatting’ op het gebied van huishoudelijke taken. </al><al/><lijst><li nr="."><al>Richtlijn regisserend vermogen (zie bijlage 2)</al></li></lijst><al>De gemeenten hanteren een richtlijn als hulpmiddel om te bepalen wanneer er
                        wel of geen sprake is van regisserend vermogen. Deze wordt met name
                        toegepast bij hulp bij het huishouden.</al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het is mogelijk advies van deskundigen te vragen wanneer dit van belang is
                        om een aanvraag voor een individuele voorziening te beoordelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><al>Een tegemoetkoming op maat behoort tot de mogelijkheden om een gewenst
                        resultaat binnen de Wmo of Jeugdhulp te bereiken. De tegemoetkoming is een
                        geldbedrag dat het mogelijk maakt om de eigen oplossing van de cliënt(en) en
                        zijn betrokken netwerk te realiseren. De eigen oplossing wordt beschreven in
                        een ondersteuningsplan (w.o. familiegroepsplan) en door middel van
                        zorgvuldig onderzoek beoordeeld. Belangrijke afwegingen hierbij zijn of het
                        gaat om de best passende oplossing, de mate of hoogte van het eigen
                        aandeel/inspanning en of het bijdraagt aan het gewenste resultaat. Het </al><al>zorgvuldig onderzoek richt zich zowel op de cliënt zelf als op het betrokken
                        netwerk. </al><al/><al>Er kan dan gekozen worden voor een financiële tegemoetkoming die de cliënt
                        en zijn betrokken netwerk in staat stelt de eigen oplossing uit te voeren.
                        Denk hierbij bijvoorbeeld aan het vervoersoplossing voor een woongroep van
                        mensen met geestelijke beperkingen, die de bestaande vervoersvormen niet de
                        beste passende oplossing vinden. De eigen wens om gebruik te maken van eigen
                        bussen met inzet van vrijwilligers en ouders kan middels de tegemoetkoming
                        gerealiseerd worden. </al><al/><al>De financiële tegemoetkoming wordt niet toepast als financieel vangnet voor
                        mensen met een beperkt inkomen die aangewezen zijn op het gebruik van
                        algemene en collectieve voorzieningen. Dit maakt wel onderdeel uit van het
                        Armoedebeleid. </al><al/><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel/></kop><al>Het college vormt zich een oordeel of de cliënt voldoet aan de wettelijke
                        voorwaarden (artikel 2.3.6 Wmo en artikel 8.1.1. Jeugdwet) om in aanmerking
                        te komen voor een PGB (evt. hulpmiddel: <extref doc="http://www.pgb-test.nl/">www.pgb-test.nl</extref>). </al><al/><al><cursief>Trekkingsrecht SVB</cursief></al><al>Het persoonsgebonden budget wordt op basis van trekkingsrecht via de Sociale
                        verzekeringsbank (SVB) uitgevoerd. Dit is een wettelijke verplichting. De
                        afspraken die het college heeft gemaakt met betrekking tot de uitvoering van
                        het trekkingsrecht met de SVB zijn in bijlage 3 opgenomen. Het betreft
                        afspraken over diverse kosten die al dan niet uit het PGB mogen worden
                        betaald. </al><al/><al><cursief>Plan</cursief></al><al>Het ondersteuningsplan wordt aangevuld met een onderdeel PGB. Hierin
                        concretiseert de aanvrager welke zorg hij zou willen inkopen met het budget,
                        op welke manier deze ondersteuning bijdraagt aan zijn participatie en
                        zelfredzaamheid en hoe de kwaliteit van de ondersteuning is
                        gewaarborgd.</al><al/><al>Betaling van het eigen netwerk is alleen mogelijk als dit leidt tot betere
                        en effectievere ondersteuning.</al><al>Dit wordt bepaald aan de hand van de volgende afwegingscriteria:</al><lijst><li nr="."><al>het type hulp dat wordt geleverd</al></li><li nr="."><al>de frequentie van de hulp</al></li><li nr="."><al>of er sprake is van een tijdelijke hulpvraag of van hulp over een
                                lange periode</al></li><li nr="."><al>de mate van verplichting: kan degene die de hulp levert een keer
                                overslaan als hij/zij ziek is of op vakantie wil, of is dit niet
                                mogelijk?. Dit laatste aspect wordt gezien als zwaarwegend
                                punt.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Hoogte PGB</cursief></al><al>De hoogte van het PGB wordt vastgesteld aan de hand van het onderdeel PGB in
                        het ondersteuningsplan. </al><al>Wanneer het gaat om ondersteuning, zorg of jeugdhulp vergelijkbaar met een
                        product waarvoor de gemeente een contract heeft met een (zorg)aanbieder,
                        wordt het tarief afgeleid van het tarief voor Zorg in Natura. </al><al/><al>Wanneer geen afspraken gemaakt zijn in contracten, ligt het PGB tarief 25%
                        lager dan het tarief voor vergelijkbare Zorg in Natura. </al><al/><al>In alle andere gevallen (waarbij geen contracten zijn voor vergelijkbare
                        Zorg in Natura) vraagt de zorgvrager minimaal 2 offertes op en de best
                        passende goedkoopste oplossing bepaalt de hoogte van de bijdrage. </al><al/><al>Voor 2015 gelden de volgende tarieven (zorg in natura en PGB):</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="colA"/><colspec colname="colB"/><colspec colname="colC"/><colspec colname="colD"/><tbody><row><entry><al><vet>Code</vet></al></entry><entry><al><vet>omschrijving</vet></al></entry><entry><al><vet>eenheid</vet></al></entry><entry><al><vet>prijs 2015</vet></al></entry></row><row><entry><al>HH1</al></entry><entry><al>Huishoudelijke hulp</al></entry><entry><al>Uur</al></entry><entry><al>€ 22.80</al></entry></row><row><entry><al>HH2</al></entry><entry><al>Huishoudelijke zorg</al></entry><entry><al>Uur</al></entry><entry><al>€ 27,40</al></entry></row><row><entry><al>HH50</al></entry><entry><al>PGB - alfahulp</al></entry><entry><al>Uur</al></entry><entry><al>€ 17,17</al></entry></row><row><entry><al>HH1</al></entry><entry><al>PGB – huishoudelijke hulp</al></entry><entry><al>Uur </al></entry><entry><al>€ 15,89</al></entry></row><row><entry><al>HH2</al></entry><entry><al>PGB – huishoudelijke zorg</al></entry><entry><al>Uur </al></entry><entry><al>€ 19,16</al></entry></row><row><entry><al>H300</al></entry><entry><al>begeleiding</al></entry><entry><al>uur</al></entry><entry><al>€ 44,10</al></entry></row><row><entry><al>H150</al></entry><entry><al>begeleiding extra</al></entry><entry><al>uur</al></entry><entry><al>€ 46,69</al></entry></row><row><entry><al>H152</al></entry><entry><al>begeleiding speciaal 1 (nah)</al></entry><entry><al>uur</al></entry><entry><al>€ 71,36</al></entry></row><row><entry><al>H153</al></entry><entry><al>gespecialiseerde begeleiding (psy)</al></entry><entry><al>uur</al></entry><entry><al>€ 75,67</al></entry></row><row><entry><al>H531</al></entry><entry><al>dagactiviteit basis</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 28,87</al></entry></row><row><entry><al>H800</al></entry><entry><al>dagactiviteit som. Ondersteunend</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 51,81</al></entry></row><row><entry><al>H533</al></entry><entry><al>dagactiviteit PG</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 52,56</al></entry></row><row><entry><al>H811</al></entry><entry><al>dagactiviteit (begeleiding) VG licht</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 30,55</al></entry></row><row><entry><al>H812</al></entry><entry><al>dagactiviteit (begeleiding) VG midden</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 38,44</al></entry></row><row><entry><al>H813</al></entry><entry><al>dagactiviteit (begeleiding) VG zwaar</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 59,54</al></entry></row><row><entry><al>H831</al></entry><entry><al>dagactiviteit (begeleiding) LG licht</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 38,94</al></entry></row><row><entry><al>H832</al></entry><entry><al>dagactiviteit (begeleiding) LG midden</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 44,02</al></entry></row><row><entry><al>H833</al></entry><entry><al>dagactiviteit (begeleiding) LG zwaar</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 47,18</al></entry></row><row><entry><al>F125</al></entry><entry><al>dagactiviteit (begeleiding) LZA</al></entry><entry><al>dagdeel</al></entry><entry><al>€ 34,80</al></entry></row><row><entry><al>H803</al></entry><entry><al>vervoer dagbesteding/dagbehandeling V&amp;V</al></entry><entry><al>aanw. Dag</al></entry><entry><al>€ 5,58</al></entry></row><row><entry><al>H990</al></entry><entry><al>vervoer dagbesteding/dagbehandeling GGZ</al></entry><entry><al>aanw. Dag</al></entry><entry><al>€ 5,59</al></entry></row><row><entry><al>H894</al></entry><entry><al>vervoer dagbesteding/dagbehandeling GHZ extramuraal</al></entry><entry><al>aanw. Dag</al></entry><entry><al>€ 6,77</al></entry></row><row><entry><al>H895</al></entry><entry><al>vervoer dagbesteding/dagbehandeling GHZ rolstoel
                                            extramuraal</al></entry><entry><al>aanw. dag</al></entry><entry><al>€ 16,15</al></entry></row><row><entry><al>Z996</al></entry><entry><al>verblijfscomponent kortdurend verblijf V&amp;V</al></entry><entry><al>dag </al></entry><entry><al>€ 60,49</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Ambulante jeugdhulp</al></entry><entry><al>Tarieven vastgesteld in (raam)overeenkomsten tussen
                                            Zeeuwse gemeenten en zorgaanbieders</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Daghulp jeugd</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Behandeling met verblijf/residentieel</al></entry></row><row><entry><al/></entry><entry><al>Pleegzorg</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al><cursief>Controle</cursief></al><al>De controle vindt minimaal 1 keer per jaar plaats. Per individuele
                        beschikking wordt de frequentie van de controle vastgelegd. De controle
                        richt zich op de afspraken in het ondersteuningsplan.</al><al/><al><vet>Hoofdstuk 3 Bijdrage in de kosten en terugvordering </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Bijdrage in de kosten van individuele Wmo-voorzieningen</titel></kop><al><cursief>Eigen bijdrage <onderstreept>individuele
                                Wmo-voorziening</onderstreept></cursief></al><al>Er geldt een eigen bijdrage voor individuele voorzieningen op grond van de
                        Wmo. De gemeente houdt zich hierbij aan de kaders en de grenzen van het
                        Uitvoeringsbesluit Wmo 2015. De eigen bijdrage wordt berekend en geïnd door
                        het Centraal Administratiekantoor (CAK). Deze instantie is hiervoor
                        wettelijk aangewezen. </al><al/><al><cursief>Basis eigen bijdrage</cursief></al><lijst><li nr="1."><al>De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages
                                die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage zijn gelijk aan
                                die genoemd in artikel 3.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit
                                Wmo 2015. </al></li><li nr="2."><al>De kostprijs van een individuele voorziening is maximaal gelijk aan
                                de prijs waarvoor de gemeente de individuele voorziening afneemt.
                            </al></li><li nr="3."><al>De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het
                                bedrag van het persoonsgebonden budget. </al></li></lijst><al/><al/><al><cursief>Eigen bijdrage <onderstreept>opvang</onderstreept> (Artikel 12.6
                            Verordening)</cursief></al><al>De Wmo geeft in artikel 2.1.4 lid 7 gemeenten de ruimte om een instantie aan
                        te wijzen anders dan het CAK die de eigen bijdrage vaststelt en int. </al><al/><al>Het college wijst de centrumgemeente aan om de eigen bijdrage voor opvang
                        vast te stellen en te innen. Het college van de centrumgemeente draagt er
                        zorg voor dat de eigen bijdrage die de cliënt moet betalen, wordt
                        doorgegeven aan het CAK. </al><al/><al><cursief>Eigen bijdrage voor <onderstreept>jeugdhulp</onderstreept>
                            (ouderbijdrage art. 8 Jeugdwet)</cursief></al><al>Voor jeugdhulp is alleen sprake van een eigen bijdrage voor zover een
                        jeugdige verblijft buiten het gezin (zie artikel 8 Jeugdwet). Wanneer een
                        individuele voorziening met verblijf wordt verleend, dan geeft het college
                        dit door aan het CAK. Het CAK berekent en int de eigen bijdrage. </al><al/><al><cursief>Korting algemene voorziening</cursief></al><al>De gemeente Middelburg kent een regeling voor Persoonsvolgend budget (PVB).
                        Dit is een korting op de kosten voor het gebruik van een algemene
                        voorziening voor hulp bij het huishouden. </al><al>Er ligt een sterke relatie met het Armoedebeleid. Het Armoedebeleid,
                        voorziet in regelingen die het gebruik van algemene voorzieningen/
                        collectieve voorzieningen mogelijk maakt voor minima. </al><al/><al><vet>HOOFDSTUK 4 INWERKINGTREDING EN HERONDERZOEK</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Dit artikel heeft geen nadere toelichting of nadere regelgeving nodig. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Intrekking en heronderzoek</titel></kop><al>Dit artikel heeft geen nadere toelichting of nadere regelgeving nodig. </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Dit artikel heeft geen nadere toelichting of nadere regelgeving nodig. </al><al/><al/><al/><al><vet>Bijlage 1 Richtlijn gebruikelijke hulp </vet></al><al>Van gebruikelijke zorg is sprake indien er een huisgenoot aanwezig is, die
                        in staat kan</al><al>worden geacht het huishoudelijk werk over te nemen. Onder huisgenoot wordt
                        verstaan: </al><al>een persoon die - ofwel op basis van een familieband, ofwel op basis van een
                        bewuste</al><al>keuze - één huishouden vormt met de persoon die beperkingen ondervindt. </al><al>Een huisgenoot is bijvoorbeeld een inwonend kind, maar zijn ook inwonende
                        ouders. Of </al><al>er sprake is van inwonendheid wordt naar de concrete feitelijke situatie
                        beoordeeld. </al><al>Daarbij staat inwonend tegenover het hebben van een volledig eigen en
                        zelfstandige </al><al>huishouding, waarbij er geen zaken zoals huisnummer, kosten
                        nutsvoorzieningen, </al><al>voordeur e.d. door elkaar lopen. </al><al/><al>Bij gebruikelijke zorg wordt rekening gehouden met de leeftijd van de
                        huisgenoot. Tot 18 </al><al>jaar wordt van huisgenoten verwacht dat zij hun bijdragen leveren,
                        bijvoorbeeld door hun </al><al>eigen kamer schoon te houden en/of door hand- en spandiensten te verrichten,
                        zoals het </al><al>doen van (kleine) boodschappen, het helpen bij de afwas, enz. </al><al/><al>Bij gebruikelijke zorg wordt (vanaf 18 jaar) uitgegaan van de mogelijkheid
                        om naast een </al><al>volledige baan een huishouden te kunnen runnen. Alleen bij daadwerkelijke
                        afwezigheid </al><al>van de huisgenoot gedurende een aantal dagen en nachten zullen de
                        niet-uitstelbare </al><al>taken overgenomen kunnen worden. Bij het zwaar en licht huishoudelijk werk
                        gaat het </al><al>veelal om uitstelbare taken. Alleen als schoonmaken niet kan blijven liggen
                        (regelmatig </al><al>geknoeide vloeistoffen en eten) zal dat direct moeten gebeuren. Hier zal dan
                        ondanks de </al><al>gedeeltelijk gebruikelijke zorg wel voor geïndiceerd worden.</al><al>Bijlage 2 Regisserend vermogen </al><al/><al>Gezien de filosofie van de Wmo is het van belang om éérst in kaart te
                        brengen wat de ondersteuningsbehoefte en de specifieke situatie van de
                        burger is, voordat er wordt gesproken over oplossingen. Een onderdeel van de
                        specifieke situatie van de burger is of de burger zelfredzaam is of kan
                        zijn. Om dit (weer) te kunnen zal er sprake moeten zijn van een bepaalde
                        mate van regisserend vermogen. Als er sprake is van regisserend vermogen,
                        wat moet de cliënt en/of zijn omgeving dan kunnen? </al><al>Uitgangspunten hierbij zijn:</al><lijst><li nr="."><al>Als gesproken wordt over cliënt, dan wordt bedoeld het
                                cliëntsysteem. Dit is cliënt en zijn omgeving; hiertoe behoren het
                                (sociale) netwerk: partner, kinderen (in- of uitwonend), vrienden,
                                buren, maar bijv. ook hulpverleners vanuit andere sectoren.</al></li><li nr="."><al>De te bereiken resultaten van de cliënt zijn: een schoon en leefbaar
                                huis en/of beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften
                                en/of beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding en/of
                                het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin
                                behoren.</al></li><li nr="."><al>Het gaat uitsluitend om de activiteiten die de cliënt in zijn eigen
                                omgeving niet geregeld krijgt (of die niet voor hem geregeld kunnen
                                worden) om bovenstaande resultaten te bereiken.</al></li><li nr="."><al>De hulpvraag kan zowel kortdurend als langdurend zijn</al></li><li nr="."><al>Ten aanzien van de vraag of een cliënt onder de Wmo of Jeugdwet
                                valt, zijn de beperkingen en participatieproblemen van de cliënt
                                leidend en niet het feit of er sprake is van regisserend
                                vermogen</al></li><li nr="."><al>Bij de inschatting of er sprake is van (voldoende) regisserend
                                vermogen, hoeft de cliënt niet over alle vaardigheden (evenveel) te
                                kunnen beschikken.</al></li></lijst><al>Bijlage 3 Trekkingsrecht SVB </al><al/><al>1. Verantwoordingsvrij bedrag</al><al>Hanteert de gemeente een verantwoordingsvrij bedrag? X Ja ☐ Nee</al><al/><al>Toelichting (o.a. hoogte van verantwoordingsvrij bedrag): </al><al>…€ 250,--……………………………………………………………………………………………………………</al><al>………………………………………………………………………………………………………………………</al><al>………………………………………………………………………………………………………………………</al><al/><al/><al>2. Reiskosten</al><al>Mogen deze reiskosten uit het PGB betaald worden? ☐ Ja X Nee</al><al>Toelichting:</al><al>Een werkgever mag aan zijn/haar werknemer een reiskostenvergoeding
                        uitbetalen. Wanneer deze vergoeding voldoet aan de door de Belastingdienst
                        gestelde regels dan hoeft de werknemer hier geen belasting over te
                        betalen.</al><al/><al/><al>3. Eenmalige uitkering bij einde PGB</al><al>Is de betaling van een eenmalige uitkering uit het PGB toegestaan? </al><al> ☐ Ja X Nee</al><al>Toelichting:</al><al>De zorgovereenkomst eindigt direct als de budgethouder overlijdt of als de
                        gemeente beslist dat er het recht op PGB eindigt. In deze situaties is het
                        niet altijd mogelijk om de overeenkomst van te voren op te zeggen. Er geldt
                        dan geen opzegtermijn.</al><al>In deze situatie kan de budgethouder (of zijn/haar erven) ons vragen om de
                        zorgverlener een éénmalige uitkering van maximaal één maandloon te betalen.
                        Voorwaarde is dat er voldoende budget beschikbaar is.</al><al/><al/><al>4. Feestdagenuitkering</al><al>Mag het PGB worden gebruikt om deze feestdagenuitkering te betalen?</al><al> ☐ Ja X Nee</al><al>Toelichting:</al><al>Budgethouders kunnen eenmaal per kalenderjaar een feestdagenuitkering (van
                        maximaal € 272,-) aan de zorgverlener uitbetalen.</al><al/><al/><al>5. Bemiddelingskosten</al><al>Mogen bemiddelingskosten uit het PGB betaald worden? ☐ Ja X Nee</al><al>Toelichting:</al><al>Budgethouders maken soms gebruik van de diensten van een
                        bemiddelingskantoor. Voor de diensten van deze bemiddelaar worden kosten
                        berekend: bemiddelingskosten.</al><al/><al/><al>6. Salarisadministratie bij opting-in</al><al>Mogen budgethouders kiezen voor opting in in combinatie met Trekkingsrecht?
                        X Ja ☐ Nee</al><al/><al>Toelichting:</al><al>Heeft een budgethouder een arbeidsovereenkomst met zijn zorgverlener voor
                        maximaal drie dagen per week? Of is er een overeenkomst met een freelancer,
                        partner of familielid? Dan is de budgethouder niet verplicht om belasting en
                        premies op het loon in te houden.</al><al>Budgethouder en zorgverlener kunnen samen kiezen voor opting in: wij houden
                        elke maand de loonheffingen in op het loon. Hiermee wordt voorkomen dat de
                        zorgverlener deze bedragen na afloop van het jaar zelf moet afdragen.</al><al>De kosten voor het gebruik van de salarisadministratie (€ 27,50 per
                        loonstrook) brengen wij in rekening bij uw gemeente.</al><al/><al/><al>7. Administratiekosten</al><al>Mogen de administratiekosten uit het PGB betaald worden? X Ja ☐ Nee</al><al/><al>Toelichting:</al><al>Zorgaanbieders kunnen administratiekosten rekenen, bijvoorbeeld wanneer er
                        niet via automatische incasso wordt betaald.</al><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/><al/></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>