<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354186_4</dcterms:identifier><dcterms:title>Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Limburg</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Provinciaal Blad, 2016, 4331</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Provinciewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-07-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-27</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>paragraaf 4.4.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Milieu, natuur en landschap, subsidies</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015 e.v.
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> natuur- en landschapsbeleid: de nota’s Natuurbeleid: natuurlijk
                                    eenvoudig, Programma Natuur- en landschapsbeleid 2013 -2020
                                    (inclusief het programma Natuur en Landschap 2013-2015) en
                                    Limburgse Land- en tuinbouw Loont (inclusief het onderliggende
                                    uitvoeringsprogramma);</al></li>
              <li nr="b."><al> steunmodule: een regeling voor de verstrekking van een subsidie
                                    die als steunmaatregel als bedoeld in art. 107, eerste lid van
                                    het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt
                                    beschouwd;</al></li>
              <li nr="c. "><al>Social Return on Investment: het opnemen van sociale
                                    voorwaarden, eisen en wensen in inkoop-, aanbestedings- en
                                    subsidieverleningstrajecten zodat de subsidieontvanger een
                                    bijdrage levert aan het provinciaal beleid ten aanzien van: </al><lijst>
                  <li nr="- "><al> Het bieden van werkgelegenheid aan mensen met een
                                            afstand tot de arbeidsmarkt. De concrete invulling
                                            hiervan gebeurt aan de hand van reguliere banen,
                                            leerwerkplekken, stageplekken en (werk)ervaringsplaatsen
                                            aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt of
                                            jongeren zonder startkwalificatie.</al></li>
                  <li nr="- "><al> Het bevorderen van maatschappelijke participatie. De
                                            concrete invulling hiervan gebeurt in dit verband aan de
                                            hand van een expliciete koppeling van kansarme,
                                            kwetsbare en niet actieve burgers en activiteiten op het
                                            gebied van kunst en cultuur, sport en bewegen,
                                            onderwijs, (informele) zorg, burgerparticipatie, welzijn
                                            en vrijwilligerswerk.</al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 2 Subsidieverstrekking </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Deze verordening is niet van toepassing op subsidies waarop de
                                Subsidieregeling Natuurbeheer Limburg, de Subsidieregeling Agrarisch
                                Natuurbeheer Limburg of de Subsidieverordening Natuur- en
                                Landschapsbeheer Limburg van toepassing is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Deze verordening is niet van toepassing op aanvragers waarvan er
                                een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerder besluit
                                van de Europese Commissie waarbij de steun onrechtmatig en
                                onverenigbaar met de markt is verklaard.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen subsidie verstrekken voor activiteiten
                                die bijdragen aan het bereiken van de doelstellingen van het
                                gebiedsgerichte beleid en die zijn vermeld in de bijlage bij deze
                                verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al> Voor zover de in het derde lid genoemde subsidie een steunmaatregel
                                als bedoeld in art. 107, eerste lid van het Verdrag betreffende de
                                werking van de Europese Unie is en niet bij of krachtens genoemd
                                Verdrag is vrijgesteld van de verplichting tot aanmelding, kan
                                alleen subsidie worden verstrekt overeenkomstig de voorwaarden,
                                neergelegd in een steunmodule.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>5</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen slechts subsidies verstrekken voor zover
                                dit niet in strijd is met Europeesrechtelijke verplichtingen dan wel
                                / Europeesrechtelijke regelgeving.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>6</lidnr>
              <al> Er wordt alleen steun toegekend aan (landbouw)ondernemingen die
                                geen ondernemingen in moeilijkheden zijn.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>7</lidnr>
              <al>De subsidie dient een stimulerend effect te hebben. De subsidie
                                wordt geacht een stimulerend effect te hebben wanneer de begunstigde
                                vóórdat de werkzaamheden aan het project of de activiteiten zijn
                                begonnen, een aanvraag voor subsidie bij Gedeputeerde Staten heeft
                                ingediend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>8</lidnr>
              <al> Subsidie wordt slechts verstrekt: </al>
              <lijst>
                <li nr="a. "><al>voor kosten die rechtstreeks zijn toe te rekenen aan de
                                        totstandkoming van een activiteit;</al></li>
                <li nr="b."><al> als de begroting sluitend is.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>9</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen ter uitvoering van deze verordening
                                nadere regels stellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>10</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen steunmodules vaststellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>11</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen subsidieplafonds vaststellen, al dan
                                niet voor bepaalde categorieën van activiteiten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>12</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen de subsidieontvanger ten aanzien van
                                Social Return on Investment nadere verplichtingen opleggen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 3 Niet subsidiabele kosten</titel>
            </kop>
            <al>Er wordt geen subsidie verstrekt voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="a. "><al>kosten die uit andere hoofde zijn of worden gesubsidieerd;</al></li>
              <li nr="b. "><al>kosten die zijn gemaakt voorafgaand aan de indiening van de
                                    subsidieaanvraag;</al></li>
              <li nr="c."><al> verrekenbare of compensabele belastingen, heffingen of
                                    lasten;</al></li>
              <li nr="d."><al> kosten van bodemsanering voor zover verhaal op de vervuiler of
                                    een beroep op fondsen mogelijk is;</al></li>
              <li nr="e."><al> kosten van rente, bankdiensten, financieringen, gerechtelijke
                                    procedures, boetes of sancties;</al></li>
              <li nr="f."><al> kosten van activiteiten die redelijkerwijs kunnen worden gedekt
                                    uit de inkomsten die met deze activiteiten verband houden;</al></li>
              <li nr="g."><al> kosten om te voldoen aan wettelijke verplichtingen of aan
                                    gangbare minimumkwaliteitseisen;</al></li>
              <li nr="h. "><al>kosten van reguliere werkzaamheden van de aanvrager, onderhoud
                                    of herstelwerkzaamheden;</al></li>
              <li nr="i."><al> exploitatiekosten die niet verband houden met de aanloopfase
                                    van een activiteit.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Aanvraag en subsidieverlening</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 4 Aanvraag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Een aanvraag om subsidie wordt ingediend bij Gedeputeerde Staten of
                                bij een door hen aangewezen instantie op een daartoe vastgesteld
                                formulier.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Gedeputeerde Staten kunnen tijdstippen of periodes vaststellen voor
                                het indienen van een aanvraag, al dan niet voor afzonderlijke
                                categorieën van activiteiten. Gedeputeerde Staten kunnen daarbij
                                selectiecriteria aangeven of prioriteiten naar gebied, gemeente,
                                doelstelling of activiteit.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 5 Gegevens </titel>
            </kop>
            <al>Naast het formulier zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 4 bevat
                            de aanvraag in ieder geval:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> een liquiditeitsprognose gedurende de looptijd van het project
                                    bij een aanvraag vanaf € 125.000,00;</al></li>
              <li nr="b. "><al>de aanvraag moet bevoegdelijk (indien van toepassing conform de
                                    statuten, inschrijving KvK) ondertekend zijn;</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 6 Beslistermijn verlening </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al>Gedeputeerde Staten beslissen op een subsidieaanvraag binnen twaalf
                                weken na ontvangst of, in voorkomend geval, binnen twaalf weken na
                                afloop van een termijn als bedoeld in artikel 4, tweede lid, mits
                                deze aanvraag aan alle vereisten voldoet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Gedeputeerde Staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste
                                twaalf weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de
                                eerste termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Voorschotten</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 7 Bevoorschotting provinciale subsidie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Op subsidies tot € 125.000,00 zal direct bij de
                                subsidieverleningsbeschikking een voorschot worden verleend van
                                90%.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Voor subsidies vanaf € 125.000,00 zal in de
                                subsidieverleningsbeschikking op basis van de ingediende
                                liquiditeitsprognose van de aanvrager, een schema voor een
                                automatische bevoorschotting worden opgenomen tot maximaal 90%.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Verplichtingen van de subsidieontvanger</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 8 Uitvoering activiteiten </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> De activiteiten starten uiterlijk binnen twee maanden na
                                subsidieverlening, tenzij in de subsidieverleningsbeschikking een
                                andere termijn is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> De activiteiten worden afgerond binnen twee jaren na de
                                subsidieverlening, tenzij in de subsidieverleningsbeschikking anders
                                is bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>De activiteiten mogen niet zijn gestart, voordat de aanvraag voor
                                subsidieverlening bij de Provincie Limburg is ingediend.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 9 Opdrachten aan derden </titel>
            </kop>
            <al>Indien de subsidieontvanger geen aanbestedende dienst of anderszins
                            aanbestedingsplichtig is, dient deze voor het verstrekken van opdrachten
                            aan derden de Regels aanbesteding provincie Limburg bij subsidiëring toe
                            te passen.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 10 Boekhouding </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> De subsidieontvanger is verplicht een administratie te voeren die
                                te allen tijde de informatie bevat die nodig is voor een juist
                                inzicht in de realisatie van de te subsidiëren activiteiten en voor
                                een juiste subsidieverstrekking, hetgeen inhoudt dat: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> alle ontvangsten en uitgaven in de administratie zijn
                                        vastgelegd met onderliggende bewijsstukken;</al></li>
                <li nr="b."><al> bewijsstukken, als onderdeel van de administratie, aanwezig
                                        zijn ten name van de gesubsidieerde en dat daaruit de aard
                                        van de geleverde goederen en diensten duidelijk blijkt.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> De administratie wordt bewaard tot 5 jaar na vaststelling van de
                                subsidie, tenzij in de beschikking tot subsidieverlening anders is
                                bepaald.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> De subsidieontvanger is verplicht aan Gedeputeerde Staten te allen
                                tijde inzage te verlenen in de administratie en alle inlichtingen te
                                verstrekken.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 11 Voortgang uitvoering </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> De subsidieontvanger brengt eenmaal per jaar, of zo vaak als in de
                                subsidieverleningsbeschikking is bepaald, aan de hand van het
                                daarvoor bestemd formulier, schriftelijk verslag uit aan
                                Gedeputeerde Staten over de inhoudelijke en financiële voortgang van
                                de activiteiten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen in de beschikking als bedoeld in het
                                eerste lid bepalen dat rapportage over de voortgang geheel
                                achterwege kan blijven.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 12 Publiciteit </titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger vermeldt in iedere externe communicatie, dat de
                            activiteit geheel of gedeeltelijk is gerealiseerd met financiële steun
                            van de Provincie Limburg.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 13 Informatieverstrekking </titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger doet onmiddellijk mededeling aan Gedeputeerde
                            Staten over alle feiten en omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld
                            verzoeken tot zijn faillissement of tot surseance van betaling, waarvan
                            hij weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat zij invloed kunnen hebben
                            op de aanspraak op subsidie.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Vaststelling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 14 Aanvraag subsidievaststelling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> De subsidieontvanger dient de aanvraag tot subsidievaststelling in
                                na afloop van de activiteiten. In de subsidieverleningsbeschikking
                                wordt daarvoor een termijn opgenomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> De subsidieontvanger verstrekt bij de aanvraag tot
                                subsidievaststelling de volgende gegevens als het gaat om: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de vaststelling van een verleend subsidiebedrag dat €
                                        125.000,00 of meer bedraagt: het financieel overzicht van de
                                        gerealiseerde subsidiabele projectkosten en de gerealiseerde
                                        inkomsten, gespecificeerd overeenkomstig de definitieve
                                        begroting, moet zijn voorzien van een (goedkeurende)
                                        controleverklaring van een onafhankelijke accountant;</al></li>
                <li nr="b."><al> de vaststelling van een verleend subsidiebedrag dat minder
                                        dan € 125.000,00 bedraagt: facturen en bewijsstukken van de
                                        betaling aan de hand van de daarvoor bestemde formulieren.
                                        Waar dit niet mogelijk is, worden de betalingen gestaafd
                                        door stukken met vergelijkbare bewijskracht;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> De subsidieontvanger verstrekt naast de gegevens in het tweede lid,
                                van dit artikel bij de aanvraag tot subsidievaststelling een
                                inhoudelijke eindrapportage.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al> De aanvraag tot subsidievaststelling dient te worden ingediend bij
                                Gedeputeerde Staten of bij een door hen aangewezen instantie op een
                                daartoe vastgesteld formulier.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 15 Beslistermijn vaststelling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten stellen de subsidie vast binnen twaalf weken na
                                ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling, mits deze
                                aanvraag aan alle vereisten voldoet.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Gedeputeerde Staten kunnen de beslissing eenmaal voor ten hoogste
                                twaalf weken verdagen. Van de verdaging wordt voor de afloop van de
                                eerste termijn schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is
                                ontvangen, kunnen Gedeputeerde Staten na een eenmalig rappel
                                overgaan tot ambtshalve vaststelling. </al>
              <al/>
              <al/>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Verplichtingen subsidieontvanger na subsidievaststelling</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 16 Instandhouding</titel>
            </kop>
            <al>De subsidieontvanger houdt minstens vijf jaar na subsidievaststelling,
                            of zo lang als in de desbetreffende paragraaf in de bijlage bij deze
                            verordening of in de beschikking staat vermeld, de activiteiten of de
                            resultaten van de activiteiten in stand.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 17 Terugbetaling vergoeding </titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> In de gevallen als bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de
                                Algemene wet bestuursrecht is de subsidieontvanger een vergoeding
                                verschuldigd die door Gedeputeerde Staten wordt vastgesteld.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee de subsidie
                                heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de
                                andere middelen die daaraan hebben bijgedragen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van
                                de economische waarde van eigendommen en andere
                                vermogensbestanddelen op het moment waarop de vergoeding
                                verschuldigd wordt.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4</lidnr>
              <al> In afwijking van het eerste lid kunnen Gedeputeerde Staten op
                                verzoek beslissen dat een vergoeding niet verschuldigd is, als aan
                                elk van de volgende voorwaarden is voldaan: </al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al> de activiteiten worden door een ander overgenomen;</al></li>
                <li nr="b."><al> de realisatie van de doelstelling komt niet in gevaar;</al></li>
                <li nr="c. "><al>de activa en passiva worden tegen boekwaarde
                                        overgenomen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <titel>Bijzondere en slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 18 Intrekking en terugvordering</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> De subsidieverlening of subsidievaststelling kan worden gewijzigd
                                of worden ingetrokken als subsidieverstrekking in strijd is met
                                ingevolge een verdrag voor de Provincie geldende
                                verplichtingen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al>Bij de vaststelling, intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat
                                over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding
                                verschuldigd is.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al> De wijziging of intrekking werkt terug tot en met het tijdstip
                                waarop de subsidie is verleend, tenzij bij de wijziging of
                                intrekking anders is bepaald.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 19 Afwijkingsbevoegdheid</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1</lidnr>
              <al> Gedeputeerde Staten kunnen de bepalingen gesteld bij of krachtens
                                deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor
                                zover van toepassing, gelet op het belang van een doelgerichte of
                                evenwichtige subsidieverstrekking, leidt tot onbillijkheid van
                                overwegende aard.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2</lidnr>
              <al> Het eerste lid is niet van toepassing op de artikelen 2, vierde
                                lid, en 3, onderdelen a, c en g.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3</lidnr>
              <al>. De afwijkingsbevoegdheid bedoeld in het eerste lid geldt niet als
                                de toepassing ervan in strijd met Europeesrechtelijke verplichtingen
                                is.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 20 Toezicht </titel>
            </kop>
            <al>Gedeputeerde Staten kunnen ambtenaren aanwijzen die zijn belast met het
                            toezicht op de naleving van hetgeen bij of krachtens deze verordening is
                            bepaald.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 21 Overgangsbepaling in verband met intrekking bestaande
                                subsidieverordening</titel>
            </kop>
            <al/>
            <lijst>
              <li nr="1."><al> De Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg d.d.
                                    18 februari 2014 (Prov. Blad 2014/13) wordt ingetrokken.</al></li>
              <li nr="2."><al> Voor subsidiebesluiten die zijn genomen voor de
                                    inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van
                                    de verordening genoemd in het eerste lid van dit artikel van
                                    toepassing, ook voor de volgende stappen in het
                                    subsidietraject</al></li>
              <li nr="3."><al> Aanvragen die op basis van de Subsidieverordening inrichting
                                    landelijk gebied Limburg d.d. 18 februari 2014 (Prov. Blad
                                    2014/13) zijn ingediend en waarover bij inwerkingtreding van
                                    deze Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg
                                    2015 e.v. nog niet is beslist, worden geacht op basis van deze
                                    Subsidieverordening inrichting landelijk gebied Limburg 2015
                                    e.v. te zijn ingediend, tenzij Gedeputeerde Staten van oordeel
                                    zijn dat de aanvrager in zijn belangen wordt geschaad. In dat
                                    laatste geval handelen Gedeputeerde Staten overeenkomstig de
                                    ingetrokken verordening.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 22 Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <titel>Artikel 23 Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Subsidieverordening inrichting
                            landelijk gebied Limburg 2015 e.v..<extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-4331.html" struct="INTERNET"> Voor de bijlagen kunt u klikken op onderstaande
                                link</extref></al>
            <al>
              <extref doc="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-4330.html" struct="INTERNET">Bijlage bij Subsidieverordening inrichting
                                landelijk gebied 2015</extref>
            </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Gedeputeerde Staten voornoemd, drs. Th.J.F.M. Bovens, voorzitter</ondertekening>
        <ondertekening>mr. A.C.J.M. de Kroon, secretaris </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>Toelichting algemeen</titel>
        </kop>
        <al>Het plattelandsbeleid en de daarop gerichte provinciale subsidies</al>
        <al/>
        <al>De Wet inrichting landelijk gebied (hierna: Wilg) beoogt een vereenvoudiging van
                    het wettelijk landinrichtingsinstrumentarium en decentralisatie van taken van
                    het Rijk naar de provincies en deregulering. Op 20 september 2011 sloten het
                    Rijk en het IPO het zogenoemde “onderhandelingsakkoord decentralisatie natuur”
                    waarin afspraken zijn opgenomen over decentralisatie van de middelen voor
                    gebiedsgericht beleid en afronding van het stelsel van het investeringsbudget
                    landelijk gebied. De decentralisatie van het natuurbeleid is per 1 januari 2014
                    verankerd via de wijziging van de Wet inrichting landelijk gebied
                    (decentralisatie investeringsbudget Wilg). De wijziging van de Wilg is het
                    sluitstuk van bestuurlijke afspraken tussen rijk en provincies over de afronding
                    van het ILG (Investeringsbudget Landelijk Gebied). De middelen voor het
                    gebiedsgerichte beleid zullen volgens de wetswijziging door het Rijk niet meer
                    beschikbaar worden gesteld in de vorm van een specifieke uitkering, maar als
                    onderdeel van de algemene uitkering die de provincies uit het provinciefonds
                    ontvangen. De wetswijziging bevat daarnaast enkele verbeteringen met betrekking
                    tot de landinrichting. Met de wijziging van de Wilg is het ILG afgesloten. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>De provincie heeft in de beleidsnota Limburgse Land- en tuinbouw Loont (LLtL) en
                    de beleidsnota’s inzake natuur, landschap en water haar doelen geformuleerd voor
                    deze beleidsvelden. Deze verordening geeft de juridische basis voor het
                    verstrekken van subsidies. Zij regelt alle subsidies die de provincie verleent
                    voor de inrichting van het landelijk gebied conform PS-nota Natuurbeleid:
                    Natuurlijk Eenvoudig, het provinciaal waterbeleid, de beleidsnota Limburgse
                    Land- en tuinbouw Loont, maar niet de subsidies voor agrarisch en particulier
                    natuurbeheer aangezien daarvoor twee aparte provinciale verordeningen gelden
                    (zie artikel 2, eerste lid).</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Beleidskaders</al>
        <al/>
        <al>De verordening bevat de juridische grondslag voor subsidieverstrekking en
                    daarnaast in hoofdzaak procedurele aspecten (in ruime zin), evenals subsidiabele
                    kosten, algemene subsidievoorwaarden, rapportageplicht, evaluatie en toezicht.
                    In de PS-nota Natuurbeleid: Natuurlijk Eenvoudig, het provinciaal waterbeleid en
                    de beleidsnota Limburgse Land- en tuinbouw Loont (LLtL) is aangegeven voor welke
                    doelen subsidies kunnen worden verstrekt. In de bijlage bij deze verordening
                    wordt een subsidiekader gegeven: hoe en aan wie subsidie kan worden verstrekt,
                    waarvoor en onder welke voorwaarden. Tevens is in de bijlage er rekening mee
                    gehouden hoe in voorkomende gevallen subsidie zal worden verstrekt met
                    inachtneming van de Europese vrijstellingsverordeningen of overeenkomstig door
                    de Europese Commissie goedgekeurde steunmodules. Dit biedt niet alleen
                    flexibiliteit in de uitvoering maar ook transparantie en werkbaarheid van de
                    verordening.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Deze subsidieverordening is gebaseerd op de mogelijkheden voor subsidie op basis
                    van Europese en nationale kaders (o.a. de Vrijstellingsverordening Landbouw).
                    Het is bekend dat het Europese POP3-programma in 2015 in werking treedt. Dit kan
                    aanleiding geven tot het aanpassen van de onderhavige subsidieverordening. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Staatssteun en steunmodules</al>
        <al/>
        <al>Hoewel een groot deel van de subsidies geen staatssteun zullen betreffen,
                    bijvoorbeeld die aan overheden, moet het anderzijds van tevoren toch wél
                    voldoende duidelijk zijn hoe aan belangrijke vereisten, zoals die van de EU voor
                    staatssteun, wordt voldaan. Op grond van de- minimisverordening (EU) nr.
                    1407/2013 en de-minimisverordening landbouw (EU) nr. 1408/2013 mag in een
                    periode van drie belastingjaren per ondernemer niet meer dan € 200.000,00
                    respectievelijk € 15.000,00 steun worden verleend. Het gaat hier om steun in
                    welke vorm dan ook en van welke overheid dan ook. Deze de-minimis steun is
                    vrijgesteld van de goedkeuringsprocedure zoals bedoeld in artikel 108 van VWEU. </al>
        <al/>
        <al>Vervolgens zijn er Europese vrijstellingsverordeningen (EU) nr. 651/2014 en (EU)
                    nr. 702/2014 voor de landbouw. Als subsidie wordt verstrekt met toepassing van
                    deze verordeningen kan worden volstaan met een kennisgeving aan de Europese
                    Commissie. De provincie maakt van deze vrijstellingsverordeningen gebruik door
                    de toepassing ervan op te nemen in het subsidiekader In de derde plaats kan de
                    Nederlandse Catalogus Groenblauwe Diensten 2007, waarmee de Europese Commissie
                    heeft ingestemd, een basis voor subsidies vormen. Tenslotte kan subsidie worden
                    verstrekt overeenkomstig de daarvoor geldende steunmodule, die eveneens door de
                    Europese Commissie is goedgekeurd. Deze worden in samenwerking tussen alle
                    provincies, dan wel de provincies die het aangaat, en het Rijk ontwikkeld en
                    door Gedeputeerde Staten vastgesteld en gepubliceerd.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Versterking van de voortgang in de uitvoering </al>
        <al/>
        <al>Een aantal bepalingen zijn gericht op een versterking van de voortgang in de
                    uitvoering. De Provincie wil hier, met als uitgangspunt dat projecten
                    uitvoeringsgereed zijn en na de subsidieverlening onmiddellijk kunnen starten,
                    bevorderen dat de projecten ook professioneel en snel worden uitgevoerd en
                    afgerekend. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de bevoorschotting (artikel 7) de
                    uitvoering (artikel 8) en uit de manier waarop de voortgangsrapportages worden
                    geregeld (artikel 10). </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Aanvraagformulieren</al>
        <al/>
        <al>Er zijn formulieren beschikbaar voor de aanvraag tot verlening van een subsidie,
                    de aanvraag van een voorschot en de aanvraag tot vaststelling van de subsidie.
                    Ook is er een formulier voor voortgang- en eindrapportages.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikelsgewijze toelichting</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 2</al>
        <al/>
        <al>Dit artikel geeft de grondslag voor het verstrekken van subsidie. </al>
        <al/>
        <al>In het eerste lid is aangegeven dat voor subsidies voor agrarisch en particulier
                    natuurbeheer twee aparte regelingen gelden, waardoor de verordening op deze
                    subsidies van toepassing is. Een subsidie op grond van deze verordening kan niet
                    worden verstrekt aan aanvragers waarvan er een bevel tot terugvordering uitstaat
                    naar aanleiding van onrechtmatig verleende steun. Daarnaast dient een subsidie
                    in overeenstemming te zijn met Europese regelgeving. In een programma natuur en
                    landschap (als uitwerking van de PS-Nota Natuurbeleid: natuurlijk eenvoudig) of
                    LLtL of bij gelegenheid van het uitschrijven van tenders of het vaststellen van
                    subsidieplafonds kan de mogelijkheid van subsidiëring worden gepreciseerd. In de
                    bijlage is aangegeven hoe subsidie zal worden verstrekt in concrete gevallen. </al>
        <al/>
        <al>Het zevende lid vereist dat de begroting van een project, met inbegrip van de
                    gevraagde subsidie, sluitend is. </al>
        <al/>
        <al>In het achtste lid is geregeld dat Gedeputeerde Staten voor een goede uitvoering
                    van deze verordening nadere regels kunnen stellen. Het betreft dus onderwerpen
                    die op de uitvoering betrekking hebben, zoals bij de aanvraag te verstrekken
                    gegevens, precisering van subsidiabele kosten, de bekendmaking van resultaten
                    van activiteiten of het geven van informatie over gesubsidieerde activiteiten
                    door de subsidieontvanger, of andere nadere technische uitwerkingen.</al>
        <al/>
        <al>Op grond van het tiende lid kunnen Gedeputeerde Staten een algemeen
                    subsidieplafond instellen dan wel voor afzonderlijke categorieën activiteiten of
                    in verband met uit te schrijven tenders. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 3</al>
        <al/>
        <al>In dit artikel worden beperkingen gesteld aan de subsidiabele kosten. </al>
        <al/>
        <al>Kosten die op grond van een andere regeling of ander besluit al zijn of worden
                    gesubsidieerd kunnen niet ook nog eens op grond van deze verordening worden
                    gesubsidieerd. Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat door stapeling in
                    totaal meer subsidie wordt verkregen dan de werkelijke kosten. Dit betekent dus
                    dat binnen een project of projectonderdeel stapeling met subsidies die uit
                    andere regelingen worden ontvangen in principe wel mogelijk is. Dit kent echter
                    wel zijn grenzen: stapeling van subsidies aan ondernemers kan aanlopen tegen
                    plafondbedragen of -percentages die voortvloeien uit Europese
                    staatssteunkaders.</al>
        <al/>
        <al>Onder voorbereidingskosten als bedoeld onder b wordt mede verstaan de kosten van
                    gronden die in het verleden werden aangekocht en voor het gesubsidieerde project
                    worden ingezet. Op die manier kan, afhankelijk van de mate van subsidie, een
                    deel van de verwervingskosten worden vergoed. </al>
        <al/>
        <al>Investeringen in milieumaatregelen, waarmee slechts wordt voldaan aan bestaande
                    wettelijke eisen, of investeringen of activiteiten die behoren tot de goede
                    landbouwpraktijk of andere kwaliteitseisen zijn nooit subsidiabel. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Ook kosten van maatregelen waartoe men zich reeds verplicht heeft op grond van
                    een overeenkomst bijvoorbeeld gesloten in het kader van de toepassing van de
                    bouwkavel op maat plus (BOM+) systematiek, de regeling Ruimte voor Ruimte, Rood
                    voor Groen of het Contourenbeleid en de daaraan gekoppelde verhandelbare
                    ontwikkelingsrechtenmethode (VORm) komen niet voor subsidie in aanmerking.</al>
        <al/>
        <al>Exploitatiekosten met betrekking tot een activiteit die gesubsidieerd wordt,
                    komen alleen in de aanloopfase voor subsidie in aanmerking. Hiermee wordt niet
                    gedoeld op de andersoortige exploitatiekosten van organisaties die hun
                    activiteiten richten op de bevordering van provinciale doelen. Bijdragen voor
                    laatstgenoemde activiteiten van dergelijke organisaties zijn mogelijk. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 8</al>
        <al/>
        <al>Gesubsidieerde activiteiten dienen binnen twee maanden na de
                    subsidieverleningsbeschikking te worden gestart. Gedeputeerde Staten kunnen een
                    andere termijn stellen. Datzelfde geldt voor de termijn waarbinnen de
                    activiteiten moeten worden afgerond. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 10</al>
        <al/>
        <al>De administratie moet 5 jaar na vaststelling van de subsidie bewaard worden. De
                    subsidieontvanger dient een administratie te voeren die de informatie bevat die
                    nodig is voor een juist inzicht van de activiteiten. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 11</al>
        <al/>
        <al>Het uitgangspunt is dat ten minste eenmaal per jaar een voortgangsrapportage
                    moet worden gedaan. In de gevallen dat een hogere frequentie nodig is of als
                    gelet op de aard of omstandigheden van een project een lagere frequentie of
                    helemaal geen rapportage mogelijk wordt gevonden zal in de beschikking terzake
                    een voorschrift worden gegeven.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 14</al>
        <al/>
        <al>Artikel 14, tweede lid, sub a: een (goedkeurende)controleverklaring van de
                    onafhankelijke accountant moet voldoen aan het “Controleprotocol
                    eindverantwoording verleende subsidies Provincie Limburg” (te vinden op website
                    www.limburg.nl/subsidies &gt; subsidiestelsel 2012). Voor de opmaak van de
                    controleverklaring kan gebruik worden gemaakt van het bij het controleprotocol
                    gevoegde format.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 17</al>
        <al/>
        <al>De Provincie zal een vergoeding eisen bij overdracht van activiteiten aan een
                    ander, tenzij aan alle drie de genoemde vereisten wordt voldaan.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 18</al>
        <al/>
        <al>Intrekking en wijziging van verleende subsidies, tussentijds of bij gelegenheid
                    van de vaststelling, is in meerdere situaties en om meerdere redenen mogelijk,
                    zoals aangegeven in afdeling 4.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht.</al>
        <al/>
        <al>In ieder geval, zo is de strekking van het eerste lid, is dat ook mogelijk bij
                    strijd met de Europese bepalingen. Op grond van artikel 14 van Verordening (EG)
                    nr. 659/1999 (Pb 1999 L83) kan de Europese Commissie immers beschikken dat de
                    betrokken lidstaat alle nodige maatregelen moet nemen om onrechtmatige steun van
                    de begunstigde terug te vorderen. </al>
        <al/>
        <al>De Commissie geeft daarbij aan welk wettelijk rentepercentage passend is. Deze
                    is dan verschuldigd vanaf de datum waarop de onrechtmatige steun voor de
                    begunstigde beschikbaar was tot aan de daadwerkelijke terugbetaling.</al>
        <al/>
        <al>Het tweede lid biedt de publiekrechtelijke grondslag die ingevolge
                    jurisprudentie (bijvoorbeeld Afdeling bestuursrechtspraak, 11 januari 2006,
                    zaaknummer 200503463/1) voor de terugvordering van wettelijke rente vereist is.
                    Zo wordt voorkomen dat ingevolge de genoemde jurisprudentie óók een
                    civielrechtelijke procedure zou moeten worden gevoerd.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Artikel 22</al>
        <al/>
        <al>De verordening treedt in werking op de dag na die van publicatie in het
                    Provinciaal Blad.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al/>
        <al>Toelichting bij de bijlage</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Deze bijlage bevat het subsidiekader dat hoort bij de doelen opgenomen in de
                    nota Natuurbeleid: natuurlijk eenvoudig (ondertitel: programma Natuur- en
                    landschapsbeleid 2013 -2020) en het ambitiedocument Limburgse Land- en tuinbouw
                    Loont (LLtL). De inhoud van LLtL is vertaald in maatregelen en hebben betrekking
                    op de periode 2012 - 2015. </al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Op grond van het in deze bijlage opgenomen subsidiekader wordt beoordeeld of
                    projecten en activiteiten die worden ondernomen ter uitvoering van een bepaald
                    doel voor subsidie in aanmerking komen. De operationele doelen en maatregelen
                    zijn ingedeeld in een aantal thema’s. </al>
        <al/>
        <al>Het betreft:</al>
        <al/>
        <al>Hoofdstuk 1 Landbouw </al>
        <al/>
        <al>Hoofdstuk 2 Natuur</al>
        <al/>
        <al>Hoofdstuk 3 Landschap en cultuurhistorie</al>
        <al/>
        <al>Hoofdstuk 4 Water en bodem</al>
        <al/>
        <al>Hoofdstuk 5 Platteland algemeen – internationale samenwerking / stad en
                    land</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>Elk hoofdstuk is ingedeeld in paragrafen. Een paragraaf bevat het subsidiekader
                    voor een operationeel doel/ maatregel. In sommige gevallen is uit het oogpunt
                    van doelmatigheid het subsidiekader voor meerdere doelen in één paragraaf
                    opgenomen. Elke paragraaf heeft de volgende indeling:</al>
        <al/>
        <al/>
        <table>
          <tgroup cols="2">
            <colspec colname="col1"/>
            <colspec colname="col2"/>
            <tbody>
              <row>
                <entry nameend="col2" namest="col1">
                  <al>
                    <vet>Nummer paragraaf en naam van het doel</vet>
                  </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>
                    <vet>Doel</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Hier wordt het provinciaal beleid(sdoel) vermeld waar de
                                        subsidieverlening op is gericht.</al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>
                    <vet>Beoogde activiteiten</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Voor zover nodig is het doel/ maatregel hier verder
                                        omschreven. Dit is zo beperkt mogelijk gehouden. Bij de
                                        beoordeling van de subsidieaanvraag zal altijd getoetst
                                        worden of het project past binnen de inhoud van de
                                        beleidskaders. </al>
                  <al>Hier staat in sommige paragrafen ook het aantal projecten
                                        vermeld dat kan worden gesubsidieerd. Als het hier genoemde
                                        aantal projecten is gesubsidieerd en de maximum subsidie die
                                        voor dit doel beschikbaar is, bereikt. Dat betekent dat
                                        eventuele nieuwe subsidieaanvragen zullen worden afgewezen.
                                    </al>
                </entry>
              </row>
              <row>
                <entry>
                  <al>
                    <vet>Aanvrager</vet>
                  </al>
                </entry>
                <entry>
                  <al>Hier staat wie subsidie kunnen aanvragen. Met aanvrager
                                        wordt tevens bedoeld degene aan wie de subsidie uiteindelijk
                                        ten goede komt, de eindbegunstigde. </al>
                </entry>
              </row>
            </tbody>
          </tgroup>
        </table>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>