<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354159_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-3220.html">Gemeenteblad, 13-01-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8, eerste lid, onderdeel d van de Participatiewet, artikel 20a van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);artikel 20a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-11-15</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Delft;</al><al>-heeft het voorstel gelezen van het college van burgemeester en wethouders
                        van 14 oktober 2014,</al><al>en houdt rekening met:</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 8, eerste lid, onderdeel d van de Participatiewet, en,</al></li><li nr="-"><al>artikel 20a van de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijke
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW), en</al></li><li nr="-"><al>artikel 20a van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ).</al></li></lijst><al>Op basis hiervan besluit de Raad vast te stellen:</al><lijst><li nr="-"><al>De verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive
                                2015.</al></li><li nr="-"><al>Onder gelijktijdige intrekking van de huidige Verordening
                                verrekening bestuurlijke boete bij recidive.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="-"><al><cursief>beslagvrije voet</cursief>: het bedrag dat na een beslag op
                                uitkering en/of loon tenminste beschikbaar moet blijven voor degene
                                bij wie het beslag is belegd. Dit is terug te vinden in de artikelen
                                475c tot en met 475e van het Wetboek van Burgerlijke
                                Rechtsvordering;</al></li><li nr="-"><al><cursief>recidiveboete</cursief>: de bestuurlijke boete die wordt
                                opgelegd bij het voor een tweede of volgende maal overtreden van de
                                plicht tot het tijdig, juist en volledig verstrekken van informatie
                                die van belang is voor een uitkering. Dit is terug te vinden in
                                artikel 18a, vijfde lid van de Participatiewet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>bezit</cursief>: de waarde van de bezittingen waarover de
                                belanghebbende en/of diens gezin beschikt of redelijkerwijs kan
                                beschikken, met uitzondering van het in de woning met bijhorende
                                grond vastgelegde vermogen, zoals dit staat in artikel 50, eerste
                                lid van de Participatiewet.</al></li><li nr="-"><al><cursief>verrekenen</cursief>: het verrekenen van de uitkering met
                                de openstaande boete. Dit is bedoeld in artikel 60, vierde lid van
                                de Participatiewet.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk </label><nr>2</nr><titel>Bescherming beslagvrije voet bij verrekening wegens recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het bezit van de belanghebbende tenminste meer is dan 3 maal
                                de bijstandsnorm die op hem of zijn gezin van toepassing is, dan
                                wordt door het college de recidiveboete verrekend zonder rekening te
                                houden met de beslagvrije voet. </al></li><li nr="2."><al>De verrekening duurt 3maanden vanaf het moment
                                dat de bestuurlijke recidiveboete is opgelegd. Het college gaat
                                daarbij uit van de datum op het besluit tot het opleggen van de
                                bestuurlijke recidiveboete.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Verrekenen met beslagvrije voet bij geen of onvoldoende bezit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien het bezit van de belanghebbende minder bedraagt dan 3 maal de
                                bijstandsnorm die op hem of zijn gezin van toepassing is, dan
                                verrekent het college de recidiveboete gedurende 1 maand, rekening
                                houdend met 50% van de beslagvrije voet. De verrekening vindt plaats
                                direct vanaf het moment dat de bestuurlijke boete is opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>Direct na de verrekening zoals beschreven in het eerste lid,
                                verrekent het college de bestuurlijke recidiveboete in de
                                daaropvolgende 2 maanden zodanig dat de belanghebbende blijft
                                beschikken over een inkomen van 80% van de bijstandsnorm die op hem
                                en/of diens gezin van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Bij die middelen horen naast de uitkering ook de gedeeltelijke
                                vrijlating van inkomsten uit arbeid zoals bedoeld in artikel 31,
                                tweede lid, onder n en r van de Participatiewet .</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Verrekenen met inachtneming van de beslagvrije voet</titel></kop><al>In afwijking van artikel 2 en 3 kan het college besluiten bij de verrekening
                        wel rekening te houden met de beslagvrije voet indien,</al><lijst><li nr="-"><al>aannemelijk zou zijn als artikel 2 of 3 van de verordening worden
                                toegepast zou leiden tot een uithuiszetting van de belanghebbende en
                                diens gezin; of,</al></li><li nr="-"><al>er gelet op bijzondere omstandigheden andere dringende redenen
                                zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eerder opgelegde bestuurlijke boetes</titel></kop><al>De artikelen 2, 3 en 4 zijn ook van toepassing indien een eerdere
                        nestuurlijke boete nog niet is betaald op het moment dat een recidiveboete
                        wordt opgelegd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015, onder gelijktijdige
                        intrekking van de huidige Verordening verrekening bestuurlijke boete bij
                        recidive.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt genoemd: Verordening verrekening bestuurlijke boete
                        bij recidive 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk ,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>A.P. Oostdijk ,wnd.griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Algemeen</titel></kop><al/><al>Op 1 januari 2013 trad de ‘Wet aanscherping handhaving en sanctiebeleid
                        SZW-wetgeving’ in werking. Daarmee werd het college verplicht tot het tot
                        het opleggen van een bestuurlijke boete bij een schending van de
                        inlichtingenplicht. Het college van burgemeester en wethouders is verplicht
                        de bestuurlijke boete te verrekenen met de lopende uitkering.</al><al/><al>Bij de verrekening moet de gemeente rekening houden met de beslagvrije voet.
                        Dit betekent dat de belanghebbende 90% van de bijstandsuitkering overhoudt
                        voor zijn kosten van levensonderhoud. Is er echter sprake van een herhaalde
                        schending van deze inlichtingenplicht, en wordt daarvoor weer een boete
                        opgelegd, een zgn. recidiveboete, dan kan het college besluiten gedurende
                        zes maanden de recidiveboete te verrekenen met de volledige uitkering.</al><al/><al>De Wet werk en bijstand kende reeds de verplichting om in een verordening
                        regels vast te stellen over de bevoegdheid van het verrekenen van de zgn.
                        recidieveboete met de uitkering. Ook de Participatiewet verplicht de
                        gemeenteraad om met een verordening regels vast te stellen over deze
                        bevoegdheid. </al><al/><al>De gemeente Delft heeft al eerder een beleid hierover vastgesteld en op
                        basis hiervan een verordening vastgesteld. Deze nieuwe verordening bevat
                        uitsluitend enkele technische wijzigingen in verband met van kracht worden
                        van de Participatiewet en het intrekken van de Wet werk en bijstand.</al><al/><al>De gemeenteraad heeft alleen bij het afzien van de beslagvrije voet de
                        bevoegdheid regels op te stellen. In alle overige gevallen van invordering
                        en terugvordering (niet wettelijk verplicht) is er sprake van een
                        bevoegdheid van het college. Het college kan in deze gevallen beleidsregels
                        opstellen.</al></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al/><al>Artikel 1 Begrippen </al><al/><al>In deze verordening zijn een aantal begrippen nader omschreven. De meeste
                        begrippen hoeven niet verder te worden toegelicht.</al><al/><al><cursief>Bezit</cursief></al><al>De verordening kent een omschrijving van het begrip bezit. Bezit is de
                        waarde van alle bezittingen waarover een belanghebbende en/of diens
                        gezinsleden beschikken of redelijkerwijs kan beschikken. Bezittingen kunnen
                        bestaan uit geld of uit goederen.</al><al/><al>Binnen de Participatiewet wordt het begrip vrij te laten vermogen gehanteerd
                        (artikel 34 Participatiewet). Bij het begrip bezit zoals dat wordt gebruikt
                        in deze verordening gaat het om iets anders. Met schulden wordt in deze
                        verordening geen rekening gehouden. Ook met de vrijlating van een deel van
                        het vermogen wordt geen rekening gehouden.</al><al/><al>Als het college besluit dat de recidiveboete wordt verrekend met de
                        volledige uitkering zal de belanghebbende de bezittingen waarover hij
                        beschikt (of kan beschikken) moeten aanwenden om in zijn kosten van bestaan
                        te voorzien. Een uitzondering is gemaakt voor de door de belanghebbende (en
                        zijn gezin) bewoonde eigen woning.</al><al/><al><cursief>Verrekenen</cursief></al><al>In het Wetboek van Rechtsvordering is het begrip verrekenen omschreven. De
                        wijze van verrekenen zoals deze omschreven is in de Participatiewet gaat
                        verder.</al><al/><al>Artikel 2 Verrekenen met beslagvrije voet bij voldoende bezit. </al><al/><al>Het uitgangspunt van deze verordening is dat de recidiveboete volledig wordt
                        verrekend met de uitkering (dus zonder rekening te houden met de beslagvrije
                        voet) gedurende de maximale termijn van zes maanden als de belanghebbende
                        over voldoende bezit beschikt om dit zelf op te vangen. Dit uitgangspunt is
                        vastgelegd in artikel 2 van deze verordening.</al><al/><al>Van voldoende bezit is sprake als de waarde van de bezittingen waarover de
                        belanghebbende beschikt (of kan beschikken) tenminste 3 maal de
                        toepasselijke bijstandsnorm bedraagt. Immers, bij het gebruik van het
                        aanwezige geld en het verkopen van bezittingen, zou een periode van 3
                        maanden overbrugd kunnen worden.</al><al/><al>Artikel 3 Verrekenen bij geen of onvoldoende bezit </al><al/><al>Heeft een belanghebbende onvoldoende bezit om een periode van 3 maanden te
                        overbruggen, dan verrekent het college slechts 1 maand zonder rekening te
                        houden met de beslagvrije voet. Voor de overige 2 maanden houdt het college
                        wel rekening met de beslagvrije voet, maar niet volledig. Deze 2 maanden
                        blijft de belanghebbende beschikken over 80% van de bijstandsnorm.</al><al/><al>Met deze 80%-norm sluit de gemeente aan bij de belastingdienst. De
                        belastingdienst hanteert dit percentage bij notoire wanbetalers. De
                        belastingdienst heeft deze bevoegdheid op grond van artikel 19, eerste lid,
                        van de Invorderingswet 1990.</al><al/><al>Met deze opzet laat de gemeente zien dat fraude niet mag lonen. Het gaat
                        hierbij immers om belanghebbenden die herhaaldelijk hun inlichtingenplicht
                        hebben geschonden. Met deze vorm van verrekenen geeft de gemeente een
                        duidelijk signaal.</al><al>Toch houdt de gemeente ook rekening met haar zorgplicht. Bij belanghebbenden
                        die geen of onvoldoende bezit hebben kan het volledig verrekenen gedurende 3
                        maanden onaanvaardbare gevolgen hebben. Dat is iets wat de gemeente wil
                        voorkomen.</al><al/><al>Een belanghebbende kan inkomsten hebben uit arbeid die op grond van artikel
                        31, tweede lid, onderdelen n of r gedeeltelijk worden vrijgelaten. Bij de
                        verrekening van de recidiveboete tot 80% van de bijstandsnorm, tellen deze
                        inkomsten gewoon mee. Deze inkomsten worden in dit geval dus niet buiten
                        beschouwing gelaten.</al><al/><al>Artikel 4 Verrekenen met inachtneming van de beslagvrije voet. </al><al/><al>Hoewel er sprake is van een herhaalde schending van de inlichtingenplicht
                        zijn er situaties denkbaar waarin een volledige verrekening onaanvaardbare
                        gevolgen heeft. Dit komt aan de orde in artikel 4 van deze verordening. Dit
                        zijn individuele situaties waar het college rekening mee moet houden.</al><al/><al>In artikel 4 is geregeld dat besloten kan worden de beslagvrije voet toch te
                        hanteren als de volledige verrekening waarschijnlijk leidt tot een
                        uithuiszetting van de belanghebbende en diens gezin. Als belanghebbende op
                        straat komt te staan verergert de problematiek met alle maatschappelijke
                        kosten van dien. Een dreigende huisuitzetting wordt in deze verordening
                        gezien als een dringende reden om af te zien van een volledige
                        verrekening.</al><al/><al>Ook als er sprake is van andere dringende redenen kan besloten worden om
                        toch de beslagvrije voet te hanteren. Het gaat om uitzonderlijke,
                        incidentele gevallen waarbij de belanghebbende en diens gezin in behoeftige
                        omstandigheden verkeren die op geen andere manier te verhelpen zijn.</al><al/><al>Het enkele feit dat de belanghebbende door de verrekening over onvoldoende
                        middelen beschikt om in het bestaan te voorzien is geen dringende
                        reden.</al><al/><al>Artikel 5. Eerder opgelegde bestuurlijke boetes </al><al/><al>In artikel 60b, derde lid van de Participatiewet is bepaald dat de
                        bevoegdheid om te verrekenen ook van toepassing is op eerder opgelegde
                        bestuurlijke boetes, die nog niet zijn betaald. Mocht het college besluiten
                        tot het verrekenen van deze nog openstaande boetes, dan is het mogelijk op
                        grond van artikel 5 van deze verordening.</al><al/><al>Artikel 6 Inwerkingtreding </al><al/><al>Een toelichting op dit artikel is niet nodig.</al><al/><al>Artikel 7 Citeertitel </al><al/><al>Een toelichting op dit artikel is niet nodig.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>