<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354150_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-03</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-3221.html">Gemeenteblad, 13-01-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8a, eerste lid, onderdeel b van de Participatiewet; artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW);artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ),</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening tegenprestatie participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Delft,</al><al/><al>heeft het voorstel gelezen van het college van burgemeester en wethouders
                        van 14 -10-2014, en</al><al/><al>houdt rekening met;</al><lijst><li nr="-"><al>artikel 8a, eerste lid, onderdeel b van de Participatiewet, en</al></li><li nr="-"><al>artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
                                (IOAW), en</al></li><li nr="-"><al>artikel 35, eerste lid, onderdeel e van de Wet inkomensvoorziening
                                oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                                (IOAZ),</al></li></lijst><al/><al>houdt ook rekening met:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>het door haar vastgestelde beleid in de nota “Wederkerigheid en
                                Tegenprestatie, een win-win-win situatie (stuknr. 1346496)</al></li></lijst><al/><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015</al></li></lijst><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel/></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>college</cursief>: het college van burgemeester en
                                wethouders van de gemeente Delft;</al></li><li nr="b."><al><cursief>IOAW</cursief>: de Wet
                                inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                werkloze werknemers;</al></li><li nr="c."><al><cursief>IOAZ</cursief>: de Wet inkomensvoorziening oudere en
                                gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li><li nr="d."><al><cursief>Tegenprestatie</cursief>: het in opdracht van het college
                                doen van onbeloonde maatschappelijk zinvolle activiteiten die niet
                                gericht zijn op deelname op de arbeidsmarkt, zoals bedoeld in
                                artikel 9, eerste lid onder c van de Participatiewet of artikel 37,
                                eerste lid onder f van de IOAW en de IOAZ..</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Opdragen en inhoud van een tegenprestatie naar vermogen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een belanghebbende op grond van de artikelen 9,
                                eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet, 37, eerste lid,
                                onderdeel f van de IOAW en artikel 37, eerste lid, onderdeel f van
                                de IOAZ een tegenprestatie naar vermogen opdragen.</al></li><li nr="2."><al>De tegenprestatie naar vermogen bestaat uit onbeloonde
                                maatschappelijk nuttige werkzaamheden met een additioneel karakter,
                                die:</al></li><li nr="a."><al>niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt;</al></li><li nr="b."><al>niet zijn bedoeld om participatie te bewerkstelligen;</al></li><li nr="c."><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid;</al></li><li nr="d."><al>niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt.</al></li><li nr="3."><al>Bij het bepalen van de aard, de duur en de omvang van de
                                tegenprestatie houdt het college rekening met de individuele
                                omstandigheden van de belanghebbende.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel></kop><al>Bij het ontbreken van werkzaamheden die als tegenprestatie naar vermogen
                        kunnen worden gekwalificeerd, ziet het college af van het opdragen van een
                        tegenprestatie naar vermogen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Het college kan ter nadere uitvoering van deze verordening beleidsregels
                        vaststellen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan, indien de toepassing van bepalingen in deze verordening in
                        de individuele situatie tot onbillijkheden van overwegende aard elidt, ten
                        gunste van de betrokkene afwijken van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening tegenprestatie
                        participatiewet, IOAW en IOAZ 2015".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk,</ondertekening><ondertekening>burgemeester.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>A.P. Oostdijk,</ondertekening><ondertekening>wnd.griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al/><al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten een tegenprestatie
                        te verrichten. Dit is vastgelegd in artikel 9, eerste lid onderdeel c van de
                        Participatiewet en artikel 35, eerste lid onder f van de IOAW en artikel 35,
                        eerste lid onder f van de IOAZ. De tegenprestatie bestaat uit onbeloonde
                        maatschappelijke en nuttige werkzaamheden. Deze activiteiten mogen niet
                        leiden tot een verdringing op de arbeidsmarkt.</al><al/><al>De mogelijkheid tot het opleggen van een tegenprestatie moet worden
                        vastgelegd in een verordening. Met deze verordening wordt aan deze formele
                        voldaan. Het college voert de mogelijkheid tot het opleggen van een
                        tegenprestatie uit overeenkomstig het beleid dat is vastgelegd in de nota
                        ‘Wederkerigheid en Tegenprestatie, een win-win-win situatie.</al><al/><al><onderstreept>Individuele omstandigheden</onderstreept></al><al>Het college bepaalt, </al><lijst><li nr="1."><al>rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden,</al></li><li nr="2."><al>en rekening houdend met de voorhanden zijnde maatschappelijk nuttige
                                werkzaamheden,</al></li></lijst><al>de aard, de omvang en de duur van een aan een persoon op te leggen
                        tegenprestatie. Het college houdt daarbij rekening met de criteria genoemd
                        in de nota wederkerigheid. </al><al/><al><onderstreept>Geen tegenprestatie</onderstreept></al><al>Indien daarvoor dringende redenen zijn kan het college in individuele
                        gevallen besluiten een tijdelijke ontheffing te verlenen van de plicht tot
                        tegenprestatie (art. 9, tweede lid van de Participatiewet). Geen
                        tegenprestatie zal worden gevraagd van iemand die volledig en duurzaam
                        arbeidsongeschikt is (art. 9, vijfde lid van de Participatiewet).</al><al>Voor alleenstaand ouders geldt dat zij niet verplicht worden tot een
                        tegenprestatie indien zij een ontheffing hebben van de arbeidsplicht zoals
                        bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de Participatiewet. Dit is geregeld in
                        artikel 9, zevende lid van de Participatiewet.</al><al/><al><onderstreept>Maatregel </onderstreept></al><al>Net als bij het niet nakomen van de
                        arbeids- en re-integratieverplichtingen geldt voor het niet, of niet
                        voldoende nakomen van de plicht tot tegenprestatie dat een maatregel kan
                        worden opgelegd, overeenkomstig de maatregelverordening.</al><al><onderstreept>Bevoegdheid </onderstreept></al><al>Het college heeft al sinds 2012 de
                        bevoegdheid een belanghebbende te verplichten naar vermogen een
                        tegenprestatie te verrichten. De regering vindt het verrichten van een
                        tegenprestatie belangrijk omdat het een manier is om actief te blijven in de
                        samenleving, en zo een sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te
                        behouden. Op termijn zou dit de kansen op de arbeidsmarkt helpen
                        vergroten.</al><al><onderstreept>Geen re-integratie instrument </onderstreept></al><al>Het opdragen van
                        een tegenprestatie heeft niet als primair doel de re-integratie van de
                        betrokkene te bevorderen. De tegenprestatie moet gezien worden als een
                        nuttige bijdrage aan de samenleving; iets terugdoen voor de uitkering die
                        men ontvangt.</al><al>De tegenprestatie mag geen belemmering zijn voor het accepteren, behouden of
                        verkrijgen van algemeen geaccepteerde arbeid. Het uitgangspunt dat werk voor
                        gaat, geldt ook hier.</al><al/><al>Artikelsgewijze toelichting</al><al/><al>Artikel 1. Begripsbepaling </al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al><al/><al>Artikel 2. Opdragen en inhoud van een tegenprestatie naar vermogen </al><al>Het college kan iedereen die een uitkering ontvangt van de gemeente opdragen
                        een tegenprestatie te verrichten tenzij; </al><lijst><li nr="1."><al>de betreffende persoon volledig en duurzaam arbeidsongeschikt is
                                (art. 9, vijfde lid van de Participatiewet);</al></li><li nr="2."><al>de alleenstaande ouder die ontheven is van de arbeidsplicht zoals
                                bedoeld in artikel 9a, eerste lid van de Participatiewet (artikel 9,
                                zevende lid van de Participatiewet).</al></li></lijst><al>Daarnaast kan het college in individuele gevallen als zij meent dat daar
                        redenen voor zijn een tijdelijke ontheffing geven van de plicht tot
                        tegenprestatie.</al><al>Het tweede lid van dit artikel geeft enkele voorwaarden aan om duidelijk te
                        maken welke werkzaamheden als tegenprestatie kunnen worden aangemerkt. Deze
                        voorwaarden zijn afkomstig uit de kamerstukken.</al><al>Bij het opleggen van een tegenprestatie houdt het college rekening met de
                        mogelijkheden en onmogelijkheden van het individu. Dit staat in het derde
                        lid.</al><al/><al>Artikel 3. Geen werkzaamheden voorhanden </al><al>De werkzaamheden die als tegenprestatie kunnen worden verricht moeten aan
                        bepaalde voorwaarden voldoen. Niet altijd zullen deze werkzaamheden
                        voorhanden zijn. Zijn deze er niet, dan zal het college geen tegenprestatie
                        opleggen.</al><al/><al>Artikel 4. Beleidsregels </al><al>Het college kan besluiten voor de uitvoering om deze verordening nader uit
                        te werken in beleidsregels.</al><al/><al>Artikel 5 tot en met 7 </al><al>Deze artikelen behoeven geen verdere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>