<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35413_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening 's-Hertogenbosch 1996</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">'s-Hertogenbosch</dcterms:creator><dcterms:modified>1996-07-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">'s-Hertogenbosch</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Brabants Dagblad,
                06-07-1996</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening 's-Hertogenbosch 1996</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wegenverkeerswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-04-25</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-07-08</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>96.0371</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>meegedeeld aan Arrondissementsparket op 08-07-1996</al><al>gewijzigd op 25-01-2005</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening 's-Hertogenbosch 1996</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van 's-Hertogenbosch in zijn openbare vergadering van 25 april
                        1996;</al><al>gezien het voorstel van het College van 2 april 1996, reg.nr. 96.0371;</al><al>gelet op artikel 149 van de gemeentewet en de Wegenverkeerswet;</al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al>vast te stellen de Verordening op het gebruik van parkeerplaatsen en de
                        verlening van vergunningen voor het parkeren.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Definities en begripsomschrijvingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>RVV 1990 </vet>: het Reglement verkeersregels en
                                    verkeerstekens van 26 juli 1990, Stb. 459;</al></li><li nr="b."><al><vet>voertuig </vet>: hetgeen daaronder wordt verstaan in het
                                    RVV 1990;</al></li><li nr="c."><al><vet>parkeren </vet>: het gedurende een aaneengesloten periode
                                    doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de
                                    tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk
                                    in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of
                                    lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het
                                    openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop
                                    dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift
                                    is verboden;</al></li><li nr="d."><al><vet>houder </vet>: degene die naar de omstandigheden als houder
                                    van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat
                                    voor een motorvoertuig dat is ingeschreven in het krachtens de
                                    Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554) aangehouden register van
                                    opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens
                                    naam het voor het motorvoertuig opgegeven kenteken ten tijde van
                                    het parkeren in het register was ingeschreven.</al></li><li nr="e."><al><vet>parkeerapparatuur </vet>: parkeermeters, parkeerautomaten
                                    met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar
                                    maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur
                                    wordt verstaan;</al></li><li nr="f."><al><vet>parkeerapparatuurplaats</vet>: een parkeerplaats
                                    behorende bij parkeerapparatuur;</al></li><li nr="g."><al><vet>belanghebbendenplaats </vet>: een parkeerplaats die</al><lijst><li nr="1."><al>is aangeduid met bord E9 uit bijlage I van het RVV 1990
                                            of</al></li><li nr="2."><al>gelegen is binnen een zone, aangeduid met bord E9 uit
                                            bijlage I van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor
                                            zover deze plaats niet is uitgezonderd;</al></li></lijst></li><li nr="h."><al><vet>vergunning </vet>: een door het College verleende
                                    vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig
                                    te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en/of
                                    belanghebbendenplaatsen;</al></li><li nr="i."><al><vet>vergunninghouder </vet>: de natuurlijke of rechtspersoon
                                    aan wie een vergunning is verleend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2:</nr><titel>Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en
                            vergunningbewijzen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten
                                aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door
                                vergunninghouders.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan, bij openbaar besluit, de tijdstippen vaststellen
                                waarop het parkeren aan vergunninghouders is toegestaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan op een daartoe strekkend verzoek een vergunning
                                verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning kan worden verleend aan de eigenaar of houder van een
                                voertuig wanneer deze </al><lijst><li nr="a."><al><vet>woont </vet>in een gebied waar belanghebbendenplaatsen
                                        en/of mede door vergunninghouders te gebruiken
                                        parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn, dan wel</al></li><li nr="b."><al>een <vet>beroep of bedrijf uitoefent </vet>in een gebied
                                        waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door
                                        vergunninghouders te gebruiken parkeerappartuurplaatsen
                                        aanwezig zijn en aantoont dat het in het belang van diens
                                        beroeps- of bedrijfsuitoefening noodzakelijk is in dat
                                        gebied een voertuig te parkeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een voertuig die voldoet aan beide in het
                                tweede lid gestelde voorwaarden wordt, voor wat betreft de eerste
                                aangevraagde vergunning, geacht te beantwoorden aan de onder a.
                                genoemde voorwaarde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het College kan <vet>in bijzondere gevallen </vet>een vergunning ook
                                verlenen aan eigenaren of houders van voertuigen die niet voldoen
                                aan één van de in het tweede lid genoemde voorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het College kan <vet>nadere eisen </vet>stellen, waaraan voldaan
                                moet worden om voor een vergunning inaanmerking te komen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Aan de vergunning kunnen zowel <vet>beperkingen </vet>worden
                                verbonden met betrekking tot de te gebruiken parkeerplaatsen als met
                                betrekking tot de tijdstippen waarop de vergunning van kracht
                                is.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het College kan aan een vergunning ook <vet>andere voorschriften en
                                    beperkingen </vet>verbinden. Deze voorschriften en beperkingen
                                mogen alleen strekken tot bescherming van het belang van een goed
                                verdeling van de beschikbare parkeerruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan, met inachtneming van het bepaalde in de volgende
                                leden van dit artikel, regels geven voor het aanvragen en verlenen
                                van een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College beslist binnen twee maanden na ontvangst van een
                                aanvraag voor en vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College kan de in het tweede lid genoemde termijn met ten
                                hoogste twee maanden verlengen. Van een verlenging van deze termijn
                                wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een besluit tot afwijzing van een aanvraag is met redenen omkleed.
                                De aanvrager wordt van deze afwijzing in kennis gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt voor <vet>ten hoogste drie maanden
                                </vet>verleend. Het College kunnen gebieden aanwijzen, waarvoor een
                                vergunning voor ten hoogste één jaar wordt verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>het gebied </vet>waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al><vet>de naam </vet>van de vergunninghouder <vet>of het
                                            kenteken </vet>dan wel een ander kenmerk van het
                                        voertuig of de voertuigen waarvoor de vergunning is
                                        verleend;</al></li><li nr="c."><al><vet>de periode </vet>waarvoor de vergunning geldt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het College kan een vergunning <vet>intrekken of
                                wijzigen</vet>:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>wanneer de vergunninghouder het gebied, waarvoor de
                                        vergunning is verleend, metterwoon verlaat of het daar
                                        uitgeoefende beroep of bedrijf beëindigt;</al></li><li nr="c."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                        omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                        vergunning;</al></li><li nr="d."><al>wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van
                                        vergunningen komt te vervallen;</al></li><li nr="e."><al>wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de
                                        vergunning verbonden voorschriften;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning
                                        onjuiste gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>om redenen van openbaar belang.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een besluit tot het intrekken of wijzigen van een vergunning is met
                                redenen omkleed. De betrokkene wordt van het intrekken of wijzigen
                                van de vergunning schriftelijk in kennis gesteld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3:</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een voertuig te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a."><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b."><al>op een belanghebbendenplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het College kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere
                            middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op
                            de parkeerapparatuur staan aangegeven, in werking te stellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                aldaar een voertuig te plaatsen of geparkeerd te houden;</al><lijst><li nr="a."><al>zonder vergunning;</al></li><li nr="b."><al>zonder dat het voertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van
                                        de vergunning;</al></li><li nr="c."><al>in strijd is met de aan de vergunning verbonden
                                        voorwaarden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het College kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste
                                lid van dit artikel.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Overtreding van het bepaalde in hoofdstuk 3 van de verordening wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de
                            eerste categorie.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5:</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening zijn, behalve de
                            in artikel 142 van het Wetboek van strafvordering genoemde
                            opsporings-ambtenaren, de door het College aangewezen ambtenaren
                            belast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: <vet>"Parkeerverordening
                                's-Hertogenbosch 1996"</vet>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op een door het College bij
                                openbaar besluit bekend te maken datum. Op dat tijdstip wordt
                                ingetrokken de Parkeerverordening 's-Hertogenbosch 1996.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Vergunningen welke zijn verleend krachtens de Parkeerverordening
                                's-Hertogenbosch 1996, worden geacht te zijn verleend krachtens deze
                                verordening.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>