<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR354088_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Loppersum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2014, 83421</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag 2015 voor de gemeenten Delfzijl, Appingedam en Loppersum</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, art. 8, lid 1 onderdeel c</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Loppersum;</al><al>gelezen het voorstel van het college van 2 december 2014;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de
                        Participatiewet;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de </al><al><vet>"</vet><vet>VERORDENING INDIVIDUELE STUDIETOESLAG
                        2015</vet><vet>"</vet><vet>.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMEEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en niet nader
                                worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet en Algemene wet bestuursrecht (Awb).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                                onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Loppersum;</al></li><li nr="b."><al>wet: Participatiewet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>Een persoon behoort tot de doelgroep wanneer aan de volgende voorwaarden
                            wordt voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>is 18 jaar of ouder;</al></li><li nr="b."><al>heeft recht op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering of heeft recht op een tegemoetkoming op grond
                                    van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                    schoolkosten;</al></li><li nr="c."><al>heeft geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in
                                    artikel 34 van de wet;</al></li><li nr="d."><al>is een persoon van wie is vastgesteld dat hij wegens een
                                    arbeidshandicap of langdurige medische beperkingen/belemmeringen
                                    niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                                    minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                                    heeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet, wordt ingediend middels een vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inwinnen advies</titel></kop><al>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon.</al><al>Het UWV adviseert het college met betrekking tot het oordeel of een
                            persoon met voltijdse arbeid niet in staat is tot het verdienen van het
                            wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden heeft tot
                            arbeidsparticipatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Frequentie verlening individuele studietoeslag.</titel></kop><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 6 maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>De individuele studietoeslag bedraagt 10% van het netto wettelijk
                            minimumloon en is afhankelijk van de leeftijd. De leeftijdscategorie is
                            van 18 tot 23 jaar en ouder</al><al>De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro's.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>Een individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald in zes gelijke
                            delen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere omstandigheden die in het individuele
                            geval onredelijk uitwerken afwijken van het bepaalde in deze
                            verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            studietoeslag 2015 voor de gemeenten Delfzijl, Appingedam en Loppersum. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering </ondertekening><ondertekening>van de raad van de gemeente Loppersum </ondertekening><ondertekening>gehouden op 15 december 2014, nr. 9. </ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Rodenboog, voorzitter, </ondertekening><ondertekening>R.S. Bosma, griffier,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al> Algemene toelichting Verordening individuele studietoeslag 2015.</al><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                            Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het
                            college de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in
                            staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag
                            te verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de
                            positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover
                            werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft.</al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra
                            steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de
                            drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later
                            lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten
                            om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een
                            financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak
                            moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK 2013-2014, 33
                            161, nr. 125, p. 2).</al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                            bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                            individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het
                            is een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is
                            vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen.</al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de verplichting op in een
                            verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                            studietoeslag. Deze verordenings opdracht is neergelegd in artikel 8,
                            eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in
                            ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de
                            betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                            Participatiewet).</al><al>Discretionaire bevoegdheid.</al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                            bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen
                            die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar
                            hiertoe niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of
                            bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het
                            college kan in plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b, eerste
                            lid, van de Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer en
                            op grond van welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele
                            studietoeslag.</al><al>Voorwaarden individuele studietoeslag</al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a,
                            van de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                            studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                            overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een
                            dergelijk verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een
                            persoon - een individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist
                            dat deze persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="b."><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht</al></li></lijst><al> heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet
                            tegemoetkoming</al><al> onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al><al>c.geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet</al><al> heeft; en</al><al>d.een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                            niet in staat is tot het</al><al> verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie</al><al> heeft.</al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                            WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                            studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                            studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                            leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in
                            de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van
                            een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het
                            recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een
                            persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De
                            persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken
                            dat hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft,
                            bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een bewijs van
                            inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen.</al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                            toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                            tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend
                            bij het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening
                            worden verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil
                            aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van
                            toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van
                            de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van
                            toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van
                            de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                            worden verstrekt in de vorm van een voorschot.</al><al>Artikelsgewijze toelichting Verordening individuele studietoeslag
                            2015.</al><al>Artikel 1. Begripsbepalingen</al><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt hebben een
                            gelijkluidende betekenis als de omschrijving in de Participatiewet en de
                            Algemene wet bestuursrecht (Awb)</al><al>Artikel 2 Doelgroep</al><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting</al><al>Artikel 3. Indienen verzoek.</al><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                            personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                            Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij
                            arbeidsinschakeling:</al><lijst><li nr="a."><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen
                                    b en c, 35, vierde lid, onderdelen b en c, en 36, derde lid,
                                    onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar
                                    arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                                    dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste
                                    het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die
                                    twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                                    verleend;</al></li><li nr="c."><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                                    Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="e."><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    werkloze werknemers;</al></li><li nr="f."><al>personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte
                                    gewezen zelfstandigen, en</al></li><li nr="g."><al>niet-uitkeringsgerechtigden.</al></li></lijst><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                            individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                            voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een
                            persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een
                            aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1
                            van de Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                            bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                            ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                            worden gedaan middels een vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan
                            gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het
                            gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die
                            wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het adres
                            van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                            beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                            aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing
                            op de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking
                            kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek
                            kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                            studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet.</al><al>Artikel 4. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon.</al><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen
                            het college</al><al>op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                            een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een
                            persoon op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="b."><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li><li nr="c."><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de Participatiewet heeft; en</al></li><li nr="d."><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse
                                    arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                                    minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                                    heeft.</al></li></lijst><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium wint het college advies
                            in bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen. Het gaat om
                            advies met betrekking tot het oordeel of een persoon met voltijdse
                            arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                            doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al><al>Artikel 5. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</al><al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van zes maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele toeslag.</al><al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks starten met een opleiding. Voor
                            de beoordeling of een belanghebbende in aanmerking komt voor een
                            individuele studietoeslag wordt de situatie op de datum van de aanvraag
                            beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Om deze
                            reden is geregeld dat een persoon slechts eenmaal binnen een periode van
                            zes maanden in aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag
                            (artikel 3 van deze verordening). Studeert een persoon na die zes
                            maanden nog steeds en voldoet hij aan de voorwaarden van artikel 36b,
                            eerste lid, van de Participatiewet, dan kan hij opnieuw in aanmerking
                            komen voor een individuele studietoeslag.</al><al>Bij de invulling van de periode waarvoor een persoon in aanmerking kan
                            komen voor individuele studietoeslag is aangesloten bij een periode van
                            zes maanden. In ons geval wordt aangesloten bij de halfjaarlijkse
                            inschrijf- en startmomenten die doorgaans gelden voor opleidingen. Dit
                            kan doeltreffend zijn omdat een persoon enkel op het moment van aanvraag
                            moet voldoen aan de uit artikel 36b van de Participatiewet
                            voortvloeiende voorwaarden voor aanspraak te maken op een individuele
                            studietoeslag. Stel dat een persoon slechts eenmaal per twaalf maanden
                            in aanmerking kan komen voor een individuele studietoeslag, dan
                            wordt</al><al>deze toeslag toegekend voor een periode van twaalf maanden waarbinnen de
                            mogelijkheid bestaat dat deze persoon al lang geen studie meer volgt.
                            Immers, alleen op moment van aanvraag moet een persoon voldoen aan de
                            voorwaarden van artikel 36b van de Participatiewet. Als hij op enig
                            moment na de aanvraag hier niet meer aan voldoet, heeft dat geen
                            gevolgen voor het recht op een individuele studietoeslag.</al><al>Artikel 6. Hoogte individuele studietoeslag</al><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                            studietoeslag geregeld. </al><al>Bij de vaststelling van de hoogte van de individuele toeslag wordt
                            uitgegaan van een percentage van 10 van het wettelijk minimumloon en is
                            afhankelijk van de leeftijd.</al><al>Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                            voorwaarden toegekend. </al><al>Is sprake is van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                            voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij
                            afzonderlijk in aanmerking voor een individuele studietoeslag.</al><al>Artikel 7. Betaling individuele studietoeslag.</al><al>Periodieke uitbetaling</al><al>Een individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald in zes gelijke
                            delen. Artikel 4 van deze verordening bepaalt de hoogte van de
                            individuele studietoeslag. Dit bedrag moet in zes maanden worden
                            uitbetaald. Per maand wordt dus 1/6 van dit bedrag uitbetaald.</al><al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel
                            36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment
                            na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor
                            het recht op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan
                            voorkomen dat een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft,
                            maar wel nog recht heeft op uitbetaling van een eerder toegekende
                            individuele studietoeslag aangezien uitsluitend de situatie op de datum
                            van de aanvraag bepalend is.</al><al>Na zes maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                            individuele studietoeslag. </al><al>Het college moet regels vaststellen over het verlenen van een
                            individuele studietoeslag die in ieder geval betrekking moeten hebben op
                            de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                            studietoeslag (artikel 8, eerste en derde lid, van de Participatiewet).
                            De studietoeslag wordt in gelijke delen uitbetaald. De studietoeslag is
                            immers bedoeld als steun in de rug van studerenden met een
                            arbeidsbeperkingen voor onder meer het niet kunnen combineren van een
                            studie met een bijbaan. Het ligt dan voor de hand maandelijks een bedrag
                            te verstrekken. Bij het vaststellen van de periode van het te betalen
                            bedrag is het aan te bevelen aan te sluiten bij de in artikel 4 van deze
                            verordening vastgelegde periode waarvoor een persoon in aanmerking kan
                            komen voor een individuele studietoeslag. Ervan uitgaande dat een
                            persoon als gevolg van artikel 4 van deze verordening per zes maanden in
                            aanmerking kan komen voor een studietoeslag, ligt het voor de hand te
                            bepalen dat de studietoeslag per maand wordt uitbetaald in zes gelijke
                            delen.</al><al>Artikel 8</al><al>Dit artikel behoeft geen toelichting.</al><al>Artikel 9. Inwerkingtreding</al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf
                            die datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de
                            Participatiewet de verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd
                            om regels in de verordening vast te stellen over het verlenen van een
                            individuele studietoeslag.</al><al>Artikel 10. Citeertitel</al><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>