<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR353990_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bladel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-129486.html">Gemeenteblad 30 december 2015, 129486</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet, art. 8 en 8b</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004044&amp;artikel=35">IOAW, art. 35</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0004163&amp;artikel=35">IOAZ, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-12-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 3</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R2015,124a</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Bladel;</al><al/><al>gelezen het voorstel R2015.124 van burgemeester en wethouders van 20 oktober
                        2015; </al><al>overwegende dat per 1 januari 2015 wijziging van artikel 3 van de
                        Verordening Participatiewet 2015 wenselijk is;</al><al> gelet op artikel 8, lid 1 onder a, b en d, lid 2 en artikel 8b van de
                        Participatiewet, artikel 35 IOAW en artikel 35 IOAZ;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de </al><al><vet>Verordening Participatiewet 2015,</vet></al><al><vet> (onderwerpen: individuele inkomenstoeslag, verlagen van de uitkering,
                            verrekening bestuurlijke boete bij recidive en
                            bestrijding misbruik)</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemeen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Bladel;</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Bladel;</al></li><li nr="c."><al>Bbz 2004: Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004;</al></li><li nr="d."><al>IOAW: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="e."><al>IOAZ: Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                        arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. De wet: de
                                        Participatiewet.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Individuele inkomenstoeslag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomen: totaal van het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de
                                    wet en de algemene bijstand;</al></li><li nr="b."><al>peildatum: datum waarop een persoon individuele inkomenstoeslag
                                    aanvraagt;</al></li><li nr="c."><al>referteperiode: periode van 36 maanden voorafgaand aan de
                                    peildatum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig laag inkomen, komt te luiden als volgt:</titel></kop><al>Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als gedurende de
                            referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 105%
                            van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 375,- voor een alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>€ 500,- voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>€ 550,- voor gehuwden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Verlagen van de bijstand</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze paragraaf wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>belanghebbende: persoon met een uitkering ingevolge de wet, Bbz
                                    2004, IOAW of IOAZ;</al></li><li nr="b."><al>maatregel: verlaging van de bijstand op grond van artikel 18,
                                    tweede lid van de wet, het verlagen van de IOAW-/IOAZ-uitkering
                                    op grond van artikel 20, tweede lid IOAW en artikel 20, eerste
                                    lid IOAZ, het blijvend of tijdelijk (gedeeltelijk) weigeren van
                                    een uitkering op grond van artikel 20, eerste lid IOAW en
                                    artikel 20, tweede lid IOAZ;</al></li><li nr="c."><al>jongere: een meerderjarig persoon jonger dan 27 jaar.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Afzien van het opleggen van een maatregel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college ziet af van het opleggen van een maatregel indien:</al><lijst><li nr="a."><al>elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="b."><al>de gedraging meer dan één jaar voor constatering van die
                                        gedraging door het college heeft plaatsgevonden; of</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende inmiddels geen bijstand of uitkering meer
                                        ontvangt, tenzij de belanghebbende binnen een periode van 6
                                        maanden na de datum van de beëindigingsbeschikking opnieuw
                                        bijstand of uitkering gaat ontvangen. In dat geval wordt een
                                        besluit genomen over het alsnog toepassen dan wel afzien van
                                        een maatregel op dat moment; of</al></li><li nr="d."><al>het college dringende redenen aanwezig acht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college afziet van het opleggen van een maatregel op
                                grond van het bepaalde in het eerste lid onder d, wordt daarvan aan
                                de belanghebbende schriftelijk mededeling gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Hoogte van de maatregel</titel></kop><al>De maatregel wordt afgestemd op de ernst van de gedraging, de mate
                            waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en de
                            omstandigheden waarin hij verkeert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Berekeningsgrondslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatregel wordt toegepast op: </al><lijst><li nr="a."><al>de voor de belanghebbende van toepassing zijnde norm, als
                                        bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de wet of de
                                        grondslag van de uitkering als bedoeld in artikel 5
                                        IOAW/IOAZ; en/of</al></li><li nr="b."><al>de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 12 van de wet;
                                        en/of</al></li><li nr="c."><al>de bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 5 onderdeel d
                                        van de wet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ingangsdatum en tijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover de bijstand of uitkering nog niet is uitbetaald, wordt de
                                maatregel toegepast op de betaling van de betreffende bijstand of
                                uitkering over die maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien toepassing van het eerste lid niet mogelijk is, wordt de
                                maatregel opgelegd met ingang van de eerst volgende kalendermaand
                                volgend op de datum waarop het besluit tot het opleggen van de
                                maatregel aan de belanghebbende is bekendgemaakt. Daarbij wordt
                                uitgegaan van de voor die maand geldende norm. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een maatregel wordt over één maand uitgevoerd. Het college kan het
                                noodzakelijk achten om uitvoering van de maatregel te spreiden over
                                meerdere maanden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid wordt, voor zover het een
                                zelfstandige betreft, die een uitkering voor het levensonderhoud in
                                de vorm van een geldlening op grond van het Bbz 2004 heeft
                                ontvangen, de maatregel met terugwerkende kracht betrokken bij de
                                definitieve vaststelling van die bijstand. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenloop van gedragingen en recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien sprake is van één gedraging die schending oplevert van
                                meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt één maatregel
                                opgelegd. Indien voor schendingen van de verplichtingen maatregelen
                                van verschillende hoogten gelden, wordt de hoogste maatregel
                                opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien sprake is van meerdere gedragingen die schending opleveren
                                van één of meerdere in de wet genoemde verplichtingen, wordt voor
                                iedere gedraging gelijktijdig een afzonderlijke maatregel
                                opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van de maatregel wordt verdubbeld indien belanghebbende
                                zich binnen 12 maanden, na de datum van de beschikking waarin de
                                vorig verwijtbaar aangemerkte gedraging is vastgesteld, opnieuw
                                schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging als bedoeld in artikel
                                11 tot en met 19 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de verdubbeling van de hoogte van de maatregel en/ of het
                                bepaalde in het tweede lid van dit artikel niet uitvoerbaar/
                                mogelijk is, wordt de duur van de maatregel verdubbeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Wanneer dezelfde gedraging binnen de gestelde periode zich meer dan
                                twee keer voordoet, vindt geen verdubbeling van de hoogte of duur
                                meer plaats, maar wordt de maatregel afgestemd op basis van
                                individualisering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Niet verschijnen op uitnodiging gesprek</titel></kop><al>Indien belanghebbende, zonder tegenbericht, niet verschijnt op een
                            schriftelijke uitnodiging in verband met re-integratie om op gesprek te
                            komen wordt een maatregel opgelegd van 10%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Jongeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een jongere in de 4 weken na melding geen of onvoldoende
                                inspanningen heeft gedaan om geaccepteerde arbeid en/of
                                mogelijkheden in regulier bekostigd onderwijs te verkrijgen, wordt
                                een maatregel opgelegd van 40%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een jongere onvoldoende meewerkt aan het opstellen of
                                uitvoeren of evalueren van een plan van aanpak, wordt een maatregel
                                opgelegd van 40%.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Algemeen geaccepteerde arbeid trachten te verkrijgen</titel></kop><al>Indien belanghebbende niet naar vermogen tracht algemeen geaccepteerde
                            arbeid te verkrijgen, wordt een maatregel opgelegd van 40%. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Zelfstandige</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een zelfstandige niet of onvoldoende meewerkt aan begeleiding
                                door een door het college aangewezen derde, wordt een maatregel
                                opgelegd van 40%.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een zelfstandige de administratie, als bedoeld in artikel 38
                                lid 2 Bbz 2004 niet naar behoren heeft gevoerd, wordt een maatregel
                                opgelegd van 20%.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Tegenprestatie</titel></kop><al>Indien belanghebbende niet of onvoldoende uitvoering geeft aan een door
                            het college opgedragen tegenprestatie naar vermogen als bedoeld in
                            artikel 9 eerste lid onderdeel c van de wet, wordt een maatregel
                            opgelegd van 40%. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Tekortschietend besef van verantwoordelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien belanghebbende een tekortschietend besef van
                            verantwoordelijkheid voor de voorziening in het bestaan, als bedoeld in
                            artikel 18, tweede lid van de wet, heeft betoond, wordt een maatregel
                            van 20% opgelegd gedurende een periode overeenkomstig onderstaande
                            tabel: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="62*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="38*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>onverantwoord besteed/</vet><vet>periode
                                                  eerder of langer in de uitkering</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Duur maatregel</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tot € 1.500 0 - 2 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>1 maand</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Van € 1.500,-- tot € 5.000,-- 2- 4 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>3 maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Van € 5.000,-- tot € 10.000,-- 4-8 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>6 maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Van € 10.000,-- tot € 20.000,-- 8-16 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>9 maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Van € 20.000,-- tot € 40.000,-- 16-32 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>12 maanden</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Vanaf € 40.000,-- vanaf 32 maanden</al></entry><entry colname="col2"><al>18 maanden</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder tekortschietend besef wordt in ieder geval begrepen het op
                            onverantwoorde wijze besteden van vermogen, waarbij inbegrepen het doen
                            van een schenking of het geen aanspraak maken op of het niet te gelde
                            maken van voorliggende voorzieningen voorafgaand aan of tijdens de
                            bijstandsverlening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Zeer ernstige misdragingen</titel></kop><al>Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover personen
                            en instanties die zijn belast met de uitvoering van de wet, de IOAW,
                            IOAZ en Bbz 2004, wordt een maatregel opgelegd van 100% gedurende een
                            periode van 1 maand.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere verplichtingen</titel></kop><al>Indien aan belanghebbende één of meerdere verplichtingen zoals bedoeld
                            in de artikelen 55 van de wet en 38, eerste lid Bbz 2004 zijn opgelegd
                            en deze niet in voldoende mate worden nagekomen, wordt een maatregel
                            opgelegd van 20%.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Geüniformeerde verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een belanghebbende een verplichting als bedoeld in artikel
                                18, vierde lid, onderdeel a tot en met h van de wet niet of
                                onvoldoende nakomt wordt een maatregel opgelegd van 100% gedurende
                                een periode van een maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag van de verlaging zoals bedoeld in het eerste lid kan
                                worden toegepast over de maand van oplegging van de maatregel en de
                                volgende twee maanden indien bijzondere omstandigheden dit
                                rechtvaardigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien toepassing wordt gegeven aan het tweede lid, wordt aan de
                                eerste maand in ieder geval 1/3 van de verlaging toebedeeld.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Verrekening bestuurlijke boete bij recidive</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Verrekenen bestuurlijke boete bij recidive</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 60b, eerste en tweede lid van de wet kan
                                het college de recidiveboete, met inachtneming van de beslagvrije
                                voet als bedoeld in de artikelen 475c tot en met 475e van het
                                Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, verrekenen indien er sprake
                                is van dringende redenen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de verrekening
                                van de bestuurlijke boete, bedoeld in artikel 18a, eerste lid, van
                                de wet, indien en voor zover deze boete nog niet is betaald op het
                                moment van verrekening van de recidiveboete.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Bestrijding misbruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Handhaving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt in het kader van de bestrijding van het ten
                                    onrechte ontvangen van bijstand, alsmede van misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de wet, zorg voor handhaving.</al></li><li nr="2."><al>In het in het eerste lid genoemde handhaving komt op zijn minst
                                    tot uitdrukking in een visie op handhaving en de aanpak van
                                    fraudepreventie en frauderepressie.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Beleidsregels</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.2 van deze verordening kan het
                            college ten behoeve van de uitvoering van deze verordening beleidsregels
                            vaststellen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                            deze verordening, met uitzondering van hoofdstuk 3, indien toepassing
                            ervan leidt tot onbillijkheden van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015, onder
                            intrekking van:</al><lijst><li nr="a."><al>Verordening Langdurigheidstoeslag 2009, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 7 juli 2009, nummer R2009.118;</al></li><li nr="b."><al>Verordening afstemming en handhaving WWB 2007, vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 24 oktober 2006, nummer R2006.100;</al></li><li nr="c."><al>Verordening maatregelen en handhaving IOAW en IOAZ 2010,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van 26 oktober 2010, nummer
                                    R2010.132;</al></li><li nr="d."><al>Verordening verrekening bestuurlijke boete bij recidive 2013,
                                    vastgesteld bij raadsbesluit van (4 december 2012), nummer
                                    R2012.147.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als ‘Verordening Participatiewet
                            2015”. </al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in zijn openbare vergadering van 18 december
                            2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, </ondertekening><ondertekening>L.A.J. Dirks.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. A.H.J.M. Swachten.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>