<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR353780_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Westerveld 2015.</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westerveld</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-82163.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150113%26epd%3d20150113%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dWesterveld%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=9&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad Jaargang 2014, Nr. 82163 </dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Westerveld 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet artikel 8, lid 1 sub c</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=36b">Participatiewet artikel 36b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>14/20658</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag Westerveld 2015.</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Westerveld;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 11 november
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c van de Participatiewet;</al><al/><al>overwegende dat het college op grond van artikel 36b van de Participatiewet
                        ten behoeve van de personen uit de doelgroep een individuele studietoeslag
                        kan verstrekken;</al><al/><al>besluit vast te stellen de</al><al/><al><vet>Verordening individuele studietoeslag </vet><vet>Westerveld</vet><vet>
                            2015.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                            worden omschreven, hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet
                            (PW), de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>de wet: de Participatiewet</al></li><li nr="b."><al>het college: het college van burgemeester en wethouders van de
                                    gemeente Westerveld </al></li><li nr="c."><al>de raad: de gemeenteraad van de gemeente Westerveld </al></li><li nr="d."><al>doelgroep: personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onder
                                    a, van de wet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>1.Een verzoek om een individuele studietoelage op grond van artikel 36b van
                        de Participatiewet wordt ingediend middels een door het college vastgesteld
                        formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>De doelgroep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De verzoeker dient op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon te zijn zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                    onderdeel a van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>18 jaar of ouder te zijn en;</al></li><li nr="c."><al>recht te hebben op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten en;</al></li><li nr="d."><al>het bescheiden vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                                    Participatiewet niet te overschrijden en;</al></li><li nr="e."><al>met voltijdse arbeid niet in staat te zijn tot het verdienen van
                                    het wettelijk minimumloon, doch wel mogelijkheden tot
                                    arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beoordeelt of een persoon met voltijdse arbeid in staat is
                            tot het verdienen van het wettelijk minimumloon. Indien het college hier
                            onvoldoende zicht op heeft, kan zij advies inwinnen voor haar
                            oordeel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Toekenning en verstrekking individuele studietoeslag</titel></kop><al>1.Een individuele studietoeslag wordt toegekend voor 12 maanden en in
                        twee/twaalf gelijke delen betaalbaar gesteld, voor zolang de betreffende
                        persoon voldoet aan de voorwaarden voor de individuele studietoeslag zoals
                        bepaald in de Participatiewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele studietoeslag bedraagt € 100,- per maand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd conform
                            de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens het Centraal
                            Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar boven afgerond op
                            hele euro’s. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als de Verordening individuele
                            studietoeslag Westerveld2015.</al><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 16 december 2014. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De griffier, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>ALGEMENE TOELICHTING </label></kop><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                    Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                    mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                    minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als ze
                    studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt.
                    Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel
                    in zijn mars heeft. </al><al/><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje in
                    de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen een
                    stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                    stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een studie
                    te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het feit dat het
                    voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK
                    2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al/><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van bijzondere
                    bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De individuele
                    studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is een
                    inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat ze niet
                    in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al/><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in een
                    verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                    studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste lid,
                    onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval betrekking
                    hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de individuele
                    studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al/><al><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag </cursief></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                    arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                    Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele studietoeslag.
                    Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel over
                    verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek – gelet op de
                    individuele omstandigheden van een persoon - een individuele studietoeslag
                    verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid niet
                            in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li></lijst><al/><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                    WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                    studiefinanciering of een tegemoet-koming moet ontvangen. Het recht op
                    studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding, leeftijd
                    en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de Participatiewet
                    geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een individuele
                    studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op een individuele
                    studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht heeft op
                    studiefinanciering of een tegemoetkoming. </al><al>De persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij
                    recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                    beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                    opleiding te overleggen. </al><al/><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van toepassing
                    bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de
                    Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij het college. Een
                    individuele studietoeslag kan niet als lening worden verstrekt als een persoon
                    met de studietoeslag schulden wil aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is
                    namelijk niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                    tweede lid, van de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is
                    niet van toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid,
                    van de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                    worden verstrekt in de vorm van een voorschot. </al><al/><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet></al><al/><al><vet>Artikel 1. Begrippen</vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in deze
                    verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze verordening. </al><al/><al><vet>Artikel 2. Indienen verzoek </vet></al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                    individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                    Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden
                    te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet.
                    Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                    (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                    schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als bedoeld
                    in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden ingediend,
                    bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet worden gedaan
                    middels een door het college vastgesteld formulier. Een verzoek wordt dan gezien
                    als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een
                    schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de
                    aanvrager en ten minste de naam en het adres van de aanvrager bevat, de
                    dagtekening en een aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel
                    4:2, eerste lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en
                    bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                    redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb).
                    Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om
                    individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de
                    Participatiewet.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon
                        (doelgroep)</vet></al><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                    college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele omstandigheden,
                    een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval indien een persoon
                    op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is; </al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering
                            2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van
                            de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li><li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet heeft; en </al></li><li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is tot het
                            verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                            arbeidsparticipatie heeftt. </al></li></lijst><al/><al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt het college aan de
                    hand van beschikbare gegevens, eventuele eerdere medische keuringen en
                    informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon hieraan
                    voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, kan het college advies
                    inwinnen voor haar oordeel. In de werkwijze zal aansluiting worden gezocht met
                    de adviesdienst die ook adviseert rondom de loonkostensubsidie. </al><al/><al><vet>Artikel 4. Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen
                    </vet></al><al>Een studietoeslag wordt toegekend voor een periode van 12 maanden. Om recht te
                    doen aan de functie van inkomensondersteuning, heeft het de voorkeur de
                    uitbetaling te laten aansluiten op de frequentie van overige
                    inkomstenafhankelijke bijdragen. </al><al>Aangezien het ongewenst is dat de toeslag blijft doorlopen na het beëindigen van
                    de studie, is tevens bepaald dat de toeslag stopt zodra betrokkene niet meer
                    voldoet aan de voorwaarden, bijvoorbeeld doordat de studie wordt beëindigd. </al><al/><al><vet>Artikel 5. Hoogte individuele studietoeslag </vet></al><al>In artikel 5 van deze verordening is de hoogte van de individuele studietoeslag
                    geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de
                    voorwaarden toegekend. Een individuele studietoeslag wordt gerelateerd aan die
                    component van de studietoeslag die de student geacht wordt zelf bij te verdienen
                    of te lenen bij DUO, zoals uiteengezet in paragraaf 3.1 van de Wet
                    Studiefinanciering 2000. Dit is immers dat deel van de studiefinanciering dat de
                    student zelf dient in te brengen door te werken of te lenen en vormt dat deel
                    van de studiefinanciering dat een drempel kan vormen voor arbeidsgehandicapten
                    om te gaan studeren. Om studenten met een arbeidshandicap niet te bevoordelen
                    ten opzichte van studenten zonder arbeidshandicap, wordt er voor gekozen de
                    individuele studietoeslag te stellen op een lager bedrag. Het is immers ook voor
                    studenten zonder arbeidshandicap niet altijd mogelijk om zelf bij te verdienen,
                    omdat zij al hun tijd en aandacht nodig hebben om de studie succesvol te
                    doorlopen. Deze studenten dienen ook te lenen. </al><al>De Rijksbijdrage staat toe om alle studenten, die naar verwachting aanspraak
                    zullen maken op individuele studietoeslag, een toeslag ter hoogte van € 100,- te
                    vergoeden. Met de verlening van een studietoeslag van € 100,- per maand meent de
                    gemeente de drempel om te studeren voor arbeidsgehandicapten aanzienlijk te
                    verlagen. </al><al/><al><vet>Artikel 6 en 7. Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                    datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                    verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de verordening
                    vast te stellen over het verlenen van een individuele studietoeslag.</al><al/><al/><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>