<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR353706_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Delft</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-80087.html">Gemeenteblad, 23-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-27</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-04-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele inkomenstoeslag Participatiewet 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Delft, </al><lijst><li nr="-"><al>heeft het voorstel gelezen van het college van burgemeester en
                                wethouders van 4 november 2014;</al></li><li nr="-"><al>houdt rekening met artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en
                                tweede lid, van de Participatiewet.</al></li></lijst><al>Op basis hiervan besluit de Raad van de gemeente Delft,</al><lijst><li nr="-"><al>de Verordening individuele inkomenstoeslag 2015 vast te
                                stellen,</al></li><li nr="-"><al>en tegelijk de Verordening langdurigheidstoeslag in te trekken.</al></li></lijst></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>college: college van burgemeester en wethouders van de
                                        gemeente Delft;</al></li><li nr="b."><al>individuele inkomenstoeslag: toeslag als bedoeld in artikel
                                        36 van de Participatiewet;</al></li><li nr="c."><al>inkomen: het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de
                                        Participatiewet, vermeerderd met de algemene bijstand;</al></li><li nr="d."><al>peildatum: datum waartegen een persoon individuele
                                        inkomenstoeslag aanvraagt;</al></li><li nr="e."><al>referteperiode: een onafgebroken periode van 60 maanden
                                        voorafgaand aan de peildatum</al></li><li nr="f."><al>ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie
                                        aan de alleenstaande ouder of de gehuwde kinderbijslag wordt
                                        betaald (artikel 4, eerste lid onder e van de
                                        Participatiewet).</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening staan en die niet nader
                                omschreven zijn hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet
                                en de Algemene wet bestuursrecht. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>De aanvraag</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Het indienen van een aanvraag</titel></kop><al>Het college stelt vast hoe een verzoek om een individuele
                            inkomenstoeslag ingediend moet worden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Het inkomen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid
                                van de Participatiewet is sprake wanneer het in aanmerking te nemen
                                inkomen gedurende de referteperiode niet hoger is dan 105% van de
                                toepasselijke bijstandsnorm.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In uitzondering op het eerste lid wordt voor alleenstaand ouders de
                                bijstandsnorm gelijk gesteld met die van een echtpaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het vermogen van de aanvrager of de aanvragende gehuwden mag niet
                                meer bedragen dan de voor een alleenstaande, alleenstaande ouder met
                                zijn ten laste komende kinderen, dan wel gehuwden geldende
                                vermogensgrens als bedoeld in artikel 34 lid 3 van de
                                Participatiewet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste tot en met het derde lid is de
                                situatie op de peildatum bepalend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De individuele inkomenstoeslag bedraagt:</al><lijst><li nr="-"><al>voor echtparen met ten laste komende kind(-eren) €
                                        635,-</al></li><li nr="-"><al>voor echtparen zonder kinderen € 500,-</al></li><li nr="-"><al>voor alleenstaand ouders met ten laste komende kind(-eren) €
                                        585,-</al></li><li nr="-"><al>voor alleenstaanden € 360,-</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste lid is de situatie op de peildatum
                                bepalend. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de
                                Participatiewet, wordt ingediend door gehuwden, terwijl één van deze
                                gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag
                                ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet,
                                komt de rechthebbende partner in aanmerking voor een individuele
                                inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als alleenstaande of
                                alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan van de bepalingen in deze verordening ten gunste van de
                            betrokkene afwijken indien en voor zover toepassing daarvan leidt tot
                            onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Intrekking en inwerkingtreding</titel></kop><al>1.Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: ‘Verordening individuele
                            inkomenstoeslag 2015’.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 november
                            2014.</ondertekening><ondertekening>mr. drs. G.A.A. Verkerk,burgemeester.</ondertekening><ondertekening>A.P. Oostdijk,plv.griffier.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>Uitgangspunt van een bijstandsuitkering is dat het normbedrag, wat bedoeld is
                    voor de algemene kosten van bestaan voldoende is. Toch komt de financiële
                    positie van mensen die langdurig op een laag inkomen zijn aangewezen onder druk.
                    Zeker als er geen perspectief is dit inkomen in de toekomst te verhogen door een
                    dienstbetrekking.</al><al>Om die reden bestond binnen de WWB sinds 2004 de langdurigheidstoeslag. Deze
                    toeslag werd in 2009 gedecentraliseerd en is sindsdien een vorm van bijzondere
                    bijstand.</al><al>Per 1-1-2015 komt de langdurigheidstoeslag te vervallen. Deze wordt vervangen
                    door de individuele inkomenstoeslag. Dit is een discretionaire bevoegdheid. Dat
                    betekent dat het college de inkomenstoeslag kan verstrekken als iemand voldoet
                    aan de voorwaarden die het college hieraan stelt. Dit betekent dat het college
                    in nadere beleidsregels kan aangeven welke groepen wel of niet in aanmerking
                    komen voor de toeslag. Het college kan hierbij aangeven in welke situaties zij
                    van mening is dat de cliënt zich onvoldoende heeft ingespannen voor een
                    inkomensverbetering. </al><al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                    een inkomensondersteunende maatregel voor mensen die langdurig een laag inkomen
                    hebben en daarbij, gelet op de individuele omstandigheden geen zicht hebben op
                    een inkomensverbetering (art 36, eerste lid van de Participatiewet).</al><al>In een verordening moet de gemeente regels opstellen waarin wordt vastgelegd wat
                    door de gemeente wordt verstaan onder langdurig en onder een laag inkomen. Ook
                    moet in de verordening worden vastgelegd wat het bedrag is dat aan toeslag wordt
                    verstrekt. Het college kan in een beleidsregel verder uitwerken wat zij verstaat
                    onder ‘geen zicht hebben op inkomensverbetering’. Dit hoeft de gemeente niet te
                    regelen in de verordening(artikel 8, tweede lid van de Participatiewet). Bij het
                    bepalen van zicht op inkomensverbetering moet zij in ieder geval rekening houden
                    met:</al><lijst><li nr="-"><al>De krachten en bekwaamheden van de betrokkene;</al></li><li nr="-"><al>De inspanningen die zijn verricht om tot een inkomensverbetering te
                            komen.</al><al/></li></lijst><al>Op grond van deze verordening wordt verstaan onder langdurig een periode van 60
                    maanden ( 5 jaar). Onder een laag inkomen wordt verstaan een inkomen dat
                    maximaal 105% bedraagt van de bijstandsnorm die van toepassing is op de situatie
                    van de betrokkene. Deze bepalingen zijn gelijk aan de wijze waarop de gemeente
                    Delft nu de langdurigheidstoeslag vorm geeft.</al><al/><tussenkop>Alleenstaand ouders</tussenkop><al>Per 1 januari 2015 vervalt de norm alleenstaand ouder in de Participatiewet. De
                    alleenstaand ouder ontvangt nadien een uitkering op grond van de norm voor een
                    alleenstaande. Deze norm ligt lager. Dit zou betekenen dat minder alleenstaand
                    ouders (met name zij die door een inkomen, zoals alimentatie en/of werk)
                    aanspraak kunnen maken op de inkomenstoeslag. Om die reden is besloten om de
                    inkomensgrens voor de alleenstaand ouder gelijk te stellen aan die van een
                    echtpaar. Dit sluit aan bij de definitie van het begrip gezin in de
                    Participatiewet.</al><al/><tussenkop>Overgangsrecht</tussenkop><al>Een overgangsrecht is niet aan de orde. In artikel 78z van de Participatiewet
                    wordt een algemeen overgangsrecht geregeld. Dat is voor de individuele
                    inkomenstoeslag niet aan de orde. De langdurigheidstoeslag en de individuele
                    inkomenstoeslag worden toegekend op basis van een peildatum. Wie voor 1-1-2015
                    recht had op een langdurigheidstoeslag heeft hier recht op op basis van de
                    huidige verordening. </al><al/><tussenkop>Wijzigingen leefvorm</tussenkop><al>De leefvorm van een persoon kan wijzigen tijdens de referteperiode. Een
                    voorbeeld hiervan is een echtpaar, dat gedurende een deel van de referteperiode
                    nog als twee alleenstaanden moeten worden aangemerkt. In een dergelijke situatie
                    moeten beide personen, zowel gezamenlijk als afzonderlijk aan de voorwaarden
                    voldoen.</al><al>De inkomenstoeslag is individueel. Als er sprake is van een
                    meerpersoonshuishouden, en dus de zgn. kostendelersnorm, dan is het voor elke
                    persoon afzonderlijk mogelijk een inkomenstoeslag te ontvangen. Uiteraard moet
                    dan wel aan de voorwaarden zijn voldaan.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>In deze toelichting worden alleen die bepalingen behandeld die een nadere
                    toelichting behoeven.</al><al/><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                    bestuursrecht (de Awb) of de Gemeentewet worden niet apart gedefinieerd in deze
                    verordening.</al><al><onderstreept>Inkomen</onderstreept>Onder inkomen wordt verstaan
                    het inkomen zoals dat is bedoeld in artikel 32 van de Participatiewet. In
                    afwijking hiervan wordt algemene bijstand als inkomen in aanmerking genomen.
                    Bijzondere bijstand wordt niet als inkomen in aanmerking genomen. De individuele
                    inkomenstoeslag is een vorm van bijzondere bijstand. Een eerder verstrekte
                    individuele inkomenstoeslag wordt dan ook buiten beschouwing gelaten. Dat zelfde
                    geldt voor een langdurigheidstoeslag die onder de huidige regelgeving is
                    verstrekt.</al><al><onderstreept>Peildatum</onderstreept> De peildatum is de datum waarop iemand
                    een individuele inkomenstoeslag aanvraagt. Op dat moment moet de betrokkene
                    voldoen aan de voorwaarden, zoals een langdurig en laag inkomen, en geen
                    uitzicht op inkomensverbetering. De peildatum kan in beginsel niet liggen voor
                    de dag dat de betrokkene zich heeft gemeld om de individuele inkomenstoeslag aan
                    te vragen (art. 44, eerste lid van de Participatiewet).</al><al><onderstreept>Referteperiode</onderstreept>Verder is bepaald wat
                    onder de referteperiode moet worden verstaan: een periode van 60 maanden (5
                    jaar) voorafgaand aan de peildatum.</al><al/><tussenkop>Artikel 2. Het indienen van een aanvraag</tussenkop><al>Met de wetswijzigingen per 1-1-2015 is de wetgeving zodanig veranderd dat een
                    persoon een verzoek kan indienen om een individuele inkomenstoeslag te verlenen.
                    Voorheen was er sprake van een aanvraag. Een aanvraag is (volgens de Awb) een
                    verzoek om een besluit te nemen. Een aanvraag is in beginsel schriftelijk.</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen bepaalt artikel 2 van deze verordening hoe een
                    verzoek moet worden ingediend. Dit gebeurt op een door het college vastgestelde
                    wijze. Een verzoek wordt daarna, mits ondertekend door de aanvrager gezien als
                    een aanvraag waarop het college een besluit moet nemen. De aanvrager moet
                    daarbij de nodige bewijsstukken voegen. </al><al/><tussenkop>Artikel 3. Langdurig laag inkomen</tussenkop><al>Voor het bepalen van het recht op een individuele inkomenstoeslag is het
                    noodzakelijk dat de begrippen ‘langdurig’ en ’laag inkomen’ nauwkeurig worden
                    beschreven.</al><al><onderstreept>Langdurig</onderstreept>De door de gemeenteraad
                    vastgestelde langdurige periode wordt aangeduid als de referteperiode. De
                    referteperiode is in artikel 1 van deze verordening vastgesteld op een periode
                    van 60 maanden (5 jaar).</al><al><onderstreept>Laag inkomen</onderstreept>Een inkomen wordt
                    aangemerkt als een laag inkomen als dit inkomen niet hoger is dan 105% van de
                    bijstandsnorm die op de aanvrager van toepassing is.</al><al/><tussenkop>Artikel 4. De hoogte van de individuele inkomenstoeslag </tussenkop><al>De langdurigheidstoeslag werd toegekend op basis van het huishoudtype. Er waren
                    er drie. Bij de individuele inkomenstoeslag is er voor gekozen om een nieuw
                    huishoudtype op te nemen, namelijk echtparen met kinderen. </al><al>De inkomenstoeslag voor gezinnen met kinderen is hoger. Hiermee wordt een
                    bijdrage geleverd in de bestrijding van armoede bij deze gezinnen met
                    kinderen</al><al/><tussenkop>Artikel 5, 6 en 7</tussenkop><al>Deze artikelen behoeven geen verdere toelichting.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>