<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR353638_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.sintanthonis.nl">Elektronisch gemeenteblad gemeente Sint Anthonis</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/BWBR0005416/TitelIV/HoofdstukXV/3/Artikel228a/geldigheidsdatum_13-01-2015">Artikel 228a van de Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>INT/008878</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belastingen en financiën</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5
                        november 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van rioolheffing 2015.</vet></al><al>(Verordening rioolheffing 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>perceel: </vet>een roerende of onroerende zaak of een
                                        zelfstandig gedeelte daarvan;</al></li><li nr="b."><al><vet>gemeentelijke riolering:</vet> een voorziening of
                                        combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking,
                                        zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of
                                        grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij de
                                        gemeente; alsmede het voor de openbare dienst bestemde
                                        gemeentewater;</al></li><li nr="c."><al><vet>verbruiksperiode</vet>: de periode waarop de afrekening
                                        van het waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="d."><al><vet>water:</vet> huishoudelijk afvalwater,
                                        bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater;</al></li><li nr="e."><al><vet>drukriool:</vet> (onderdeel van de gemeentelijke
                                        riolering) het openbaar riool, voor de afvoer van
                                        afvalwater, exclusief hemelwater, waarbij het transport door
                                        het riool plaatsvindt door middel van door pompinstallaties
                                        veroorzaakte druk;</al></li><li nr="f."><al><vet>ingenomen water:</vet> door een waterbedrijf geleverd
                                        drink- en industriewater, onttrokken grond- en
                                        oppervlaktewater en opgevangen hemelwater;</al></li><li nr="g."><al><vet>Brabant Water: </vet>de naamloze vennootschap Brabant
                                        Water, gevestigd te ‘s-Hertogenbosch;</al></li><li nr="h."><al><vet>debiet:</vet> de hoeveelheid geloosd water gedurende
                                        het etmaal;</al></li><li nr="i."><al><vet>debietmeter:</vet> meter waarmee het debiet gemeten
                                        wordt; (bijvoorbeeld door middel van magnetische inductie)
                                        met een nauwkeurigheid van tenminste 95%;</al></li><li nr="j."><al><vet>agrarisch bedrijf:</vet> een bedrijf dat bestemd is, en
                                        bedrijfsmatig (met het oogmerk om daarmee winst te behalen)
                                        gebruikt wordt, voor het voortbrengen van producten door
                                        middel van het telen van gewassen of het houden of het
                                        fokken van vee;</al></li><li nr="k."><al><vet>doorverbinding:</vet> indien achter één watermeter van
                                        het waterbedrijf twee of meer zelfstandige gedeelten zijn
                                        gelegen.</al><al/></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in
                                hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van
                                huishoudelijkafvalwater; en</al></li><li nr="b."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering dan wel dat belang heeft bij de nakoming van de
                                    gemeentelijke zorgplichten, waaronder de zorg voor grondwater en
                                    het voorkomen van de nadelige gevolgen van de grondwaterstand,
                                    verder te noemen eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen het gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat
                            hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel – niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 – voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li><li nr="c."><al>degene die, niet zijnde de onder a of b genoemde gebruiker, met
                                    waterbedrijf Brabant Water een overeenkomst tot levering is
                                    aangegaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt het: </al><lijst><li nr="a."><al>eigenarendeel geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte,
                                met dien verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen
                                als een geheel worden gebruikt, deze als één perceel worden
                                aangemerkt;</al></li><li nr="b."><al>gebruikersdeel geheven van degene die met waterbedrijf Brabant Water
                                een overeenkomst tot levering is aangegaan, met inbegrip van de
                                zelfstandige gedeelten welke via een doorverbinding van water worden
                                voorzien. Het al dan niet aanwezig zijn van tussenmeters is hierbij
                                niet van belang.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Grondslag en maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het totaal aantal
                                kubieke meters ingenomen water dat in de verbruiksperiode is
                                ingenomen. </al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een:</al><lijst><li nr="a."><al>geijkte watermeter, waarvan de hoeveelheid opgevangen of
                                        opgepompt water kan worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>geijkte bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al></li></lijst></li></lijst><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling van de
                        hoeveelheid opgevangen of opgepompt water geschiedt op grond van enige
                        andere voorschrift of wettelijke bepaling.</al><lijst><li nr="6."><al>Voor zover de gegevens als bedoeld in het derde lid van dit artikel
                                niet bekend zijn, wordt het waterverbruik door de in artikel 231,
                                tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar
                                vastgesteld naar rato van de afgevoerde hoeveelheid water vanuit
                                vergelijkbare percelen.</al></li><li nr="7."><al>Indien door de gebruiker wordt aangetoond dat, op voet van de in het
                                derde lid berekende totale hoeveelheid ingenomen water, méér dan 200
                                m<sup>3</sup> niet via de gemeentelijke riolering is afgevoerd,
                                wordt het waterverbruik verminderd met de op andere wijze afgevoerde
                                hoeveelheid, voorzover die hoeveelheid de 200 m<sup>3</sup>
                                overschrijdt.</al></li><li nr="8."><al>Ten aanzien van objecten welke bij gemeente Sint Anthonis
                                geregistreerd staan als “agrarische bedrijven” wordt bepaald, dat
                                bij de heffing wordt uitgegaan van maximaal 250 m<sup>3</sup>
                                geloosd water per jaar, met uitzondering van die objecten waarbij op
                                grond van enige andere wettelijke bepaling of voorschrift het debiet
                                op een andere wijze wordt vastgesteld.</al></li><li nr="9."><al>Indien de registratie van het water, dat op de gemeentelijke
                                riolering wordt geloosd, plaatsvindt met behulp van een debietmeter,
                                vindt in afwijking van de in dit artikel eerder genoemde wijzen,
                                altijd verrekening plaats naar het aantal kubieke meters die op de
                                debietmeter worden afgelezen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel bedraagt <vet>€ 104</vet><vet>,00</vet> per
                                perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke volle kubieke meter
                                water:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>€ 1,1</vet><vet>3</vet> per kubieke meter water van 0
                                        m3 tot en met 1000 m<sup>3</sup>;</al></li><li nr="b."><al><vet>€</vet><vet>0,88</vet> per kubieke meter water vanaf
                                        1.001 m<sup>3</sup> tot en met 5.000 m<sup>3</sup>;</al></li><li nr="c."><al><vet>€</vet><vet>0,59</vet> per kubieke meter water vanaf
                                        5.001 m<sup>3</sup> tot en met 10.000 m<sup>3</sup>;</al></li><li nr="d."><al><vet>€</vet><vet>0,39</vet> per kubieke meter water vanaf
                                        10.001 m<sup>3</sup>.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingjaar is voor wat betreft het eigenarendeel gelijk aan het
                            kalenderjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor het gebruikersdeel is het belastingjaar gelijk aan de
                            verbruiksperiode zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het
                            desbetreffende perceel geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel wordt geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in het belastingjaar vanuit een perceel minder dan 1.000 kubieke
                            meter water is of wordt afgevoerd wordt het gebruikersdeel geheven bij
                            wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden
                            afgedrukt op de (jaar)afrekening van waterbedrijf Brabant Water. Als
                            dagtekening van de kennisgeving geldt in dat geval de dagtekening van de
                            (jaar)afrekening van Brabant Water. Als kennisgeving van voorlopig
                            gevorderde bedragen wordt aangemerkt de voorschotnota van Brabant
                            Water.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopig gevorderde bedragen worden met het definitief gevorderde
                            bedrag verrekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het gebruikersdeel, niet kan worden geheven door middel van de
                            kennisgeving als bedoeld in het tweede lid wordt het recht geheven door
                            middel van een aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of
                                voor het gebruikersdeel, zo dit later is, bij de aanvang van de
                                belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het
                                perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar
                                aanvangt, is het recht verschuldigd met ingang van de dag nadat het
                                perceel in gebruik is genomen.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het
                                perceel voor het gebruikersdeel in de loop van het belastingjaar
                                eindigt, is het recht verschuldigd tot en met de dag waarop het
                                gebruik van dat perceel wordt beëindigd.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in gebruik neemt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan
                                de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand
                                volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is
                                vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                later.</al></li><li nr="2."><al>Voor heffingen als bedoeld in artikel 8, eerste lid, geldt in
                                afwijking van artikel 10, eerste lid: in zoverre de verschuldigde
                                bedragen door middel van automatische incasso van het International
                                Bank Account Number (IBAN) van de belastingplichtige kunnen worden
                                afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke
                                termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de
                                maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens
                                een maand later.</al></li><li nr="3."><al>Daar waar artikel 8, tweede lid, van toepassing is, moet het
                                voorlopig gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde
                                bedrag worden betaald tegelijk met en op dezelfde wijze als die
                                waarop het voorschotbedrag, onderscheidenlijk het definitieve bedrag
                                van de afrekening van waterbedrijf Brabant Water moet worden
                                betaald.</al></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste
                                lid gestelde termijnen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De ‘Verordening rioolrechten 2014’ van 9 december 2013 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening rioolheffing
                                2015”.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad van de gemeente
                        Sint Anthonis van 11 december 2014. </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers, M.L.P. Sijbers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>