<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>353604_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening WMO &amp; Jeugdhulp</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Vlissingen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-13</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening WMO &amp; Jeugdhulp</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop><al><vet></vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Begripsbepalingen en algemene
                    bepalingen</vet>.......................... 4</al><al>Artikel 1
                    Begripsbepalingen...............................................................................
                    4</al><al>Artikel 2 Vormen van
                    Jeugdhulp..........................................................................
                    5</al><al>Artikel 3
                    Kwaliteitseisen....................................................................................
                    5</al><al>Artikel 4 Betrekken van inwoners bij het
                    beleid...................................................... 5</al><al>Artikel 5 Waardering
                    mantelzorgers.....................................................................
                    5</al><al><vet>Hoofdstuk 2 Individuele
                        voorzieningen.......................................................
                    6</vet></al><al>Artikel 6 Aanvraag individuele
                    voorziening............................................................ 6</al><al>Artikel 7 Dialoog gestuurde
                    aanpak.....................................................................
                    6</al><al>Artikel 8 Resultaten van ondersteuning, zorg en
                    jeugdhulp...................................... 6</al><al>Artikel 9
                    Advisering..........................................................................................
                    7</al><al>Artikel 10 Financiële
                    tegemoetkoming..................................................................
                    7</al><al>Artikel 11 Regels voor PGB voor een individuele
                    voorziening..................................... 7</al><al><vet>Hoofdstuk 3 Bijdrage in de kosten en
                        terugvordering................................ 8</vet></al><al>Artikel 12 Regels voor bijdrage in de kosten van individuele
                    Wmo-voorzieningen........... 8</al><al>Artikel 14
                    Terugvordering..................................................................................
                    8</al><al><vet>Hoofdstuk 4 Intrekking en inwerkingtreding
                        verordening......................... 8</vet></al><al>Artikel 15 Intrekking en
                    overgangsbepalingen........................................................
                    8</al><al>Artikel 15 Inwerkingtreding en
                    citeertitel.............................................................. 8</al><al></al><al></al><al></al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Vlissingen;</al><al></al><al>Gelezen het voorstel van het college van 18 december 2014;</al><al></al><al>Gelet op het bepaalde in de Wmo en de Jeugdwet;</al><al></al><al>B e s l u i t :</al><al></al><al>Vast te stellen de volgende Verordening Wmo en Jeugdhulp gemeente Vlissingen
                        2015.</al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>HOOFDSTUK 1 BEGRIPSBEPALINGEN EN ALGEMENE
                                BEPALINGEN</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop rustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><al></al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="colA"></colspec><colspec colname="colB"></colspec><tbody><row><entry><al>Algemene voorziening:</al></entry><entry><al>Aanbod van diensten of activiteiten dat, zonder
                                                voorafgaand onderzoek naar de behoeften,
                                                persoonskenmerken en mogelijkheden van de
                                                gebruikers, toegankelijk is en dat is gericht op
                                                maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp.</al></entry></row><row><entry><al>Collectieve voorzieningen:</al></entry><entry><al>Aanbod van diensten of activiteiten dat bedoeld is
                                                voor een groep mensen met specifieke kenmerken en
                                                hiervoor makkelijk toegankelijk is en dat is gericht
                                                op maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp.
                                                Onder de collectieve voorziening valt ook een
                                                overige voorziening in de zin van art. 2.8 Jeugdwet.
                                            </al></entry></row><row><entry><al>Individuele voorziening:</al><al></al></entry><entry><al>Aanbod van diensten, hulpmiddelen of activiteiten
                                                dat, alleen na zorgvuldig onderzoek naar de
                                                behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden van de
                                                gebruikers, middels een beschikking toegankelijk is
                                                en dat is gericht op maatschappelijke ondersteuning
                                                of jeugdhulp. Onder de individuele voorziening valt
                                                ook de maatwerkvoorziening in de zin van de Wmo.
                                            </al></entry></row><row><entry><al>Financiële tegemoetkoming:</al></entry><entry><al>Een individuele voorziening in de vorm van een
                                                geldbedrag dat wordt ingezet om kosten gedeeltelijk
                                                te vergoeden. </al></entry></row><row><entry><al>Jeugdwet: </al></entry><entry><al>Wet van 1 maart 2014 inzake regels over de
                                                gemeentelijke verantwoordelijkheid voor preventie,
                                                ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en
                                                  ouders<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn1">[1]</extref> bij opgroei- en opvoedingsproblemen,
                                                psychische problemen en stoornissen.</al></entry></row><row><entry><al>Maatwerkarrangement:</al></entry><entry><al>Op de behoeften, persoonskenmerken en mogelijkheden
                                                van de cliënt, het huishouden en het netwerk
                                                afgestemd geheel van diensten of activiteiten. </al></entry></row><row><entry><al>Ondersteuningsplan:</al></entry><entry><al>Het ondersteuningsplan is een document waarin
                                                staat:</al><al>een beschrijving van de situatie van de cliënt, het
                                                huishouden en het netwerk;een beschrijving van de
                                                krachten, de zorgen, de wensen en behoeften van de
                                                cliënt, het huishouden en het netwerk; de te behalen
                                                doelen (resultaten) op alle leefgebieden van de
                                                cliënt en het huishouden; en welke ondersteuning,
                                                zorg en jeugdhulp daarbij nodig is.</al><al>Onder dit begrip valt ook het familiegroepsplan
                                                zoals bedoeld in artikel 4.1.2 van de Jeugdwet.
                                            </al></entry></row><row><entry><al>PGB:</al></entry><entry><al>Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1
                                                van de Jeugdwet en artikel 1.1.1 van de Wmo, zijnde
                                                een door het college verstrekt budget aan een
                                                  cliënt<extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftn2">[2]</extref>, dat de cliënt in staat stelt de
                                                maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp die tot
                                                de individuele voorziening behoort, van derden te
                                                betrekken. </al></entry></row><row><entry><al>(Wettelijk) voorliggende voorziening:</al></entry><entry><al>Een voorziening anders dan in het kader van de
                                                Jeugdwet of Wmo, op het gebied van zorg, onderwijs
                                                of werk en inkomen.</al></entry></row><row><entry><al>Wmo:</al></entry><entry><al>Wet van 8 juli 2014 inzake regels over de
                                                gemeentelijke ondersteuning op het gebied van
                                                zelfredzaamheid, participatie, beschermd wonen en
                                                opvang (Wet maatschappelijke ondersteuning
                                                2015).</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al></al><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref1">[1]</extref> Daar waar “ouders” staat, mag verzorger(s) worden
                            gelezen. </al><al><extref doc="https://cvdr.overheid.nl/cvdr/Algemeen/Xopus/xopus/xopus.html#_ftnref2">[2]</extref> In de verordening wordt onder cliënt ook verstaan: de
                            jeugdige of zijn ouders. </al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vormen van jeugdhulp</titel></kop><al>De volgende vormen van collectieve voorzieningen zijn beschikbaar:</al><lijst><li nr="-"><al>Ambulante jeugdhulp</al></li><li nr="-"><al>Daghulp </al></li></lijst><al>De volgende hoofdvormen van individuele voorzieningen zijn
                            beschikbaar:</al><lijst><li nr="-"><al>residentiële jeugdhulp</al></li><li nr="-"><al>pleegzorg </al></li></lijst><al>Het college bepaalt bij nadere regeling de beschikbare vormen van
                            jeugdhulp binnen deze hoofdvormen. </al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Kwaliteitseisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen,
                                    eisen met betrekking tot de deskundigheid van professionals
                                    daaronder begrepen, door: </al></li><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van
                                    de cliënt en zijn huishouden; </al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg
                                    waaronder informele zorg; </al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat professionals tijdens hun werkzaamheden in
                                    het kader van het leveren van voorzieningen handelen in
                                    overeenstemming met de professionele standaard; </al></li><li nr="2."><al>Aanbieders stellen een regeling vast voor de medezeggenschap van
                                    cliënten over voorgenomen besluiten van de aanbieder welke voor
                                    de gebruikers van belang zijn.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan bij nadere regeling, in overeenkomsten en bij
                                    subsidieverlening aanvullende eisen stellen aan de kwaliteit van
                                    voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van
                                    beroepskrachten, goed werkgeverschap, de klachtregeling en
                                    medezeggenschapseisen daaronder begrepen. </al></li><li nr="4."><al>Het college ziet toe op de naleving van de eisen die
                                    voortvloeien uit lid 1 tot en met 3, in ieder geval door overleg
                                    met aanbieders, cliëntervaringsonderzoek, en het zo nodig in
                                    overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde
                                    voorzieningen.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Betrekken van inwoners bij het beleid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college betrekt inwoners van de gemeente, waaronder in ieder
                                    geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding
                                    van het beleid betreffende ondersteuning, zorg en jeugdhulp,
                                    overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet
                                    gestelde regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak
                                    wordt verleend.</al></li><li nr="2."><al>Het college stelt inwoners van de gemeente vroegtijdig in de
                                    gelegenheid voorstellen voor het beleid betreffende
                                    ondersteuning, zorg en jeugdhulp te doen, advies uit te brengen
                                    bij de besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen
                                    betreffende maatschappelijke ondersteuning, en voorziet hen van
                                    ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.</al></li><li nr="3."><al>Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het
                                    tweede lid.</al></li></lijst><al><vet></vet></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Waardering mantelzorgers</titel></kop><al>Het college bepaalt bij nadere regeling waaruit het blijk van waardering
                            voor mantelzorgers van cliënten in de gemeente bestaat.</al><al><vet></vet></al><al><vet></vet></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>HOOFDSTUK 2 INDIVIDUELE
                            VOORZIENINGEN</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag individuele voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door of namens een cliënt kan met een ondertekend
                                    ondersteuningsplan een aanvraag voor een individuele voorziening
                                    worden ingediend.</al></li><li nr="2."><al>Het college bevestigt per omgaande schriftelijk de aanvraag voor
                                    een individuele voorziening.</al></li><li nr="3."><al>Het college verzamelt alle informatie die van belang is voor de
                                    aanvraag.</al></li><li nr="4."><al>De cliënt levert de informatie aan die van belang is voor de
                                    aanvraag.</al></li><li nr="5."><al>In spoedeisende gevallen kan het college na de aanvraag direct
                                    een tijdelijke individuele voorziening treffen, voordat een
                                    beschikking wordt afgegeven.</al></li><li nr="6."><al>Door of namens een cliënt kan op grond van de Algemene wet
                                    bestuursrecht te allen tijde schriftelijk een aanvraag voor een
                                    individuele voorziening worden ingediend, wanneer de cliënt van
                                    mening is dat de verwijzing naar voorliggende mogelijkheden niet
                                    tot een oplossing van de hulpvraag leidt en hij aangewezen is op
                                    een individuele voorziening.</al></li></lijst><al><vet></vet></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Dialooggestuurde aanpak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college bepaalt in samenspraak met de cliënt de benodigde
                                    individuele voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het is de verantwoordelijkheid van de professionals en de cliënt
                                    om gemotiveerd aan te geven welk tempo in besluitvorming er
                                    gekozen moet worden en leggen dit vast in een collegebesluit als
                                    de wettelijke termijnen hierdoor overschreden worden. </al></li><li nr="3."><al>De cliënt, het huishouden, netwerk en de professionals bepalen
                                    samen de rollen, functies en de daarbij behorende
                                    verantwoordelijkheden rondom de cliënt en zijn hulpvraag. Dit
                                    wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan.</al></li><li nr="4."><al>Het op- en afschalen van de benodigde hulp, de individuele
                                    voorziening en het arrangement van voorzieningen wordt door de
                                    cliënt, het huishouden, netwerk en de professionals aan elkaar
                                    gemotiveerd en vastgelegd in het ondersteuningsplan.</al></li><li nr="5."><al>De cliënt, het huishouden, netwerk en de professionals
                                    verplichten elkaar tot het delen van relevante informatie
                                    gedurende de periode dat de dialooggestuurde aanpak van kracht
                                    is.</al></li><li nr="6."><al>Het college ziet er op toe dat de cliënt, het huishouden,
                                    netwerk en de professionals alert zijn op groei en terugval
                                    tijdens de uitvoering van het ondersteuningsplan. Dit is
                                    zwaarwegend indien er sprake is van een midden of hoog risico en
                                    er twijfels zijn over de veiligheid. </al></li><li nr="7."><al>Het college bepaalt in samenspraak met de cliënt, het
                                    huishouden, netwerk en de professionals, de termijnen voor
                                    opvolging en monitoring. </al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Resultaten van ondersteuning, zorg en jeugdhulp</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De individuele voorziening wordt verstrekt wanneer deze een
                                    passende bijdrage levert aan het verminderen, wegnemen of
                                    voorkomen van verergering van de beperkingen of problemen op het
                                    gebied van:</al><lijst><li nr="a."><al>De zelfredzaamheid van de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>De participatie van de cliënt;</al></li><li nr="c."><al>De behoefte aan beschermd wonen of opvang; of </al></li><li nr="d."><al>Het gezond en veilig opgroeien en het groeien naar
                                            zelfstandigheid. </al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De individuele voorziening wordt alleen dan verstrekt, wanneer
                                    de cliënt naar het oordeel van het college de beperkingen of
                                    problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp, met
                                    mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale
                                    netwerk dan wel met gebruikmaking van voorliggende, algemene of
                                    collectieve voorzieningen kan verminderen, wegnemen of
                                    verergering kan voorkomen. </al></li><li nr="3."><al>Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het
                                    college de best passende goedkoopste voorziening.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Advisering</titel></kop><al>Het college kan extern advies vragen als het dit van belang acht voor de
                            beoordeling van de aanvraag voor een individuele voorziening.</al><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Financiële tegemoetkoming</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan ter ondersteuning van de zelfredzaamheid en
                                    participatie een financiële tegemoetkoming verstrekken, als een
                                    cliënt aantoonbare en aannemelijke meerkosten heeft die direct
                                    het gevolg zijn van beperkingen of chronisch psychisch of
                                    psychosociale problemen. </al></li><li nr="2."><al>De tegemoetkoming kan in ieder geval worden verstrekt voor
                                    meerkosten in verband met:</al></li><li nr="."><al>vervoer; </al></li><li nr="."><al>wonen;</al></li><li nr="."><al>zich verplaatsen in en om de woning.</al></li><li nr="3."><al>Bij het vaststellen van de tegemoetkoming weegt het eigen
                                    aandeel, evenals het inkomen van de cliënt, mee in het
                                    vaststellen van de hoogte van het bedrag en de wijze van
                                    verstrekken.</al></li></lijst><al><vet></vet></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Regels voor PGB voor een individuele voorziening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het PGB wordt alleen verstrekt op grond van een plan, opgesteld
                                    door of namens een cliënt. Het college bepaalt bij nadere
                                    regeling hoe het plan er uit kan zien.</al></li><li nr="2."><al>Het PGB mag enkel gebruikt worden om het eigen netwerk te
                                    betalen als dit tot een betere en effectievere ondersteuning
                                    leidt. Het college bepaalt bij nadere regeling de
                                    afwegingscriteria hiervoor.</al></li><li nr="3."><al>Het PGB mag niet gebruikt worden om bemiddeling naar
                                    ondersteuning en zorg te betalen.</al></li><li nr="4."><al>Het college bepaalt bij nadere regeling op welke wijze de hoogte
                                    van een PGB wordt vastgesteld.</al></li><li nr="5."><al>Het college bepaalt bij nadere regeling op welke wijze de
                                    controle plaatsvindt.</al></li></lijst><al></al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>HOOFDSTUK 3 BIJDRAGE IN DE KOSTEN EN
                                TERUGVORDERING</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Regels voor bijdrage in de kosten van individuele
                                WMO-voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan een cliënt een bijdrage in de kosten voor een
                                    individuele voorziening opleggen.</al></li><li nr="2."><al>De kostprijs van een individuele voorziening is maximaal gelijk
                                    aan de prijs waarvoor de gemeente de individuele voorziening
                                    afneemt van een (gecontracteerde) aanbieder, inclusief de
                                    bijkomende kosten.</al></li><li nr="3."><al>De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het
                                    bedrag van het persoonsgebonden budget. </al></li><li nr="4."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen dat voor algemene en
                                    collectieve voorzieningen een korting mogelijk is. </al></li><li nr="5."><al>Indien een individuele voorziening wordt verstrekt ten behoeve
                                    van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt en er een
                                    eigen bijdrage wordt opgelegd, dan is deze verschuldigd door de
                                    onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie
                                    een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond
                                    verzoek is toegewezen en degene die anders dan als ouder samen
                                    met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt. </al></li><li nr="6."><al>Het college bepaalt bij nadere regeling door welke instantie een
                                    bijdrage voor opvang zoals bedoeld in artikel 2.1.4 lid 7 Wmo
                                    wordt vastgesteld en geïnd.</al></li></lijst><al></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Intrekking en herziening beslissing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op grond van artikel 2.3.10 lid 1 a Wmo of
                                    artikel 8.1.4 lid 1 a Jeugdwet een beslissing intrekken of
                                    herzien.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Een beslissing tot verlening van een PGB kan worden ingetrokken
                                    als blijkt dat het PGB binnen 6 maanden na toekenning niet is
                                    aangewend voor de bekostiging van ondersteuning, zorg en
                                    jeugdhulp waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>In geval het recht op een verstrekte voorziening is ingetrokken of
                            herzien, kan deze voorziening worden teruggevorderd. </al><al></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel><onderstreept>HOOFDSTUK 4 INTREKKING EN INWERKINGTREDING
                                VERORDENING</onderstreept></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Intrekking en overgangsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                    gemeente Vlissingen 2012 wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op
                                    grond van de verordening voorzieningen maatschappelijke
                                    ondersteuning gemeente Vlissingen 2012, onverminderd de rechten
                                    en verplichtingen die daaraan zijn verbonden, totdat het college
                                    een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze
                                    voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken.</al></li><li nr="3."><al>Aanvragen die zijn ingediend vóór 1 januari 2015 en waarop nog
                                    niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening,
                                    worden afgehandeld krachtens de Verordening Wmo en Jeugdhulp
                                    gemeente Vlissingen 2015.</al></li><li nr="4."><al>Op bezwaarschriften tegen een besluit op grond van de
                                    verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning
                                    gemeente Vlissingen 2012, wordt beslist met inachtneming van die
                                    verordening.</al></li></lijst><al><vet></vet></al><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening Wmo en
                                    Jeugdhulp gemeente Vlissingen 2015.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vlissingen, 18 december 2014</al><al>De raad van de gemeente Vlissingen</al><al>De griffier, De voorzitter,</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>