<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352968_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Assen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Assen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/zoeken/gemeenteblad">Gemeenteblad, 12 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Assen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">Gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening in verband met de invoering van de Participatiewet en Wet maatregelen werk en bijstand</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R 00700</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>werk en inkomen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>NVT</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening individuele studietoeslag Participatiewet Gemeente Assen 2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Indienen verzoek</titel>
          </kop>
          <al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Doelgroep</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Tot de doelgroep van de individuele toeslag behoort de persoon die:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>18 jaar of ouder is;</al></li>
              <li nr="b."><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li>
              <li nr="c."><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de Participatiewet heeft; en</al></li>
              <li nr="d."><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse
                                    arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk
                                    minimumloon, maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie
                                    heeft.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het college beoordeelt of een persoon met voltijdse arbeid in staat is
                            tot het verdienen van het wettelijk minimumloon. Indien het college hier
                            onvoldoende zicht op heeft, wordt onafhankelijk advies gevraagd.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Toekenning en verstrekking individuele studietoeslag</titel>
          </kop>
          <al>Een individuele studietoeslag wordt toegekend voor 12 maanden en in 12
                        gelijke, maandelijkse delen, betaalbaar gesteld voor zolang de betreffende
                        persoon voldoet aan de voorwaarden voor de Individuele Studietoeslag zoals
                        bepaald in de Participatiewet.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel>
          </kop>
          <al>Een individuele studietoeslag bedraagt per maand 25% van de van toepassing
                        zijnde bijstandsnorm.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele studietoeslag
                        gemeente Assen 2015.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Ondertekening</ondertekening>
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 18 december 2014.</ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>M. Out, voorzitter.</ondertekening>
        <ondertekening>Mw. I. Rozema, griffier.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <titel>ALGEMENE TOELICHTING</titel>
        </kop>
        <al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag te verstrekken als
                        ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de positie op de
                        arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover werkgevers dat iemand
                        gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft.</al>
        <al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan. </al>
        <al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                        individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                        een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat
                        ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen.</al>
        <al>
          <cursief>Verordeningsplicht</cursief>
        </al>
        <al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de
                        Participatiewet).</al>
        <al>
          <cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag</cursief>
        </al>
        <al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                        verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een
                        individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op
                        de datum van de aanvraag:</al>
        <lijst>
          <li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li>
          <li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li>
          <li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en</al></li>
          <li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                                niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li>
        </lijst>
        <al>Dat een persoon recht heeft op studiefinanciering of een
                        WTOS-tegemoetkoming, betekent dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming ontvangt . De persoon zal - als
                        aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                        beschikking van DUO te overleggen.</al>
        <al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                        toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                        tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij
                        het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden
                        verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen.
                        Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de
                        vorm van een voorschot.</al>
        <al>
          <vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING </vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 1. indienen verzoek</vet>
        </al>
        <al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                        individuele studietoeslag</al>
        <al>verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet). Een persoon
                        dient op datum van de aanvraag aan de voorwaarden te voldoen zoals genoemd
                        in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet. Onder aanvraag wordt
                        verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3,
                        derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel schriftelijk te
                        worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb).</al>
        <al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                        bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een
                        verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1
                        van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de
                        Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het
                        adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de</al>
        <al>beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                        aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op
                        de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
                        krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan
                        hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                        studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. </al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon op de datum van de aanvraag:</al>
          <lijst>
            <li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li>
            <li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en
                                schoolkosten;</al></li>
            <li nr="-"><al>geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van
                                de Participatiewet heeft; en</al></li>
            <li nr="-"><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                                niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li>
          </lijst>
          <al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium beoordeelt het college aan
                        de hand van beschikbare gegevens van het Uitvoeringsinstituut
                        Werkgeversverzekeringen (UWV), eventuele eerdere medische keuringen en
                        informatie vanuit het netwerk, zoals bijvoorbeeld school, of een persoon
                        hieraan</al>
          <al>voldoet. Indien dit onvoldoende uitsluitsel geeft, wordt advies van een
                        arbeidsdeskundige ingewonnen.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel>
          </kop>
          <al>Een studietoeslag wordt toegekend voor een periode van 12 maanden. Om recht
                        te doen aan de functie van inkomensondersteuning, wordt deze toeslag in
                        gelijke maandelijkse delen uitbetaald. Aangezien het ongewenst is dat de
                        toeslag blijft doorlopen na het beëindigen van de studie, is tevens bepaald
                        dat de toeslag stopt zodra betrokkene niet meer voldoet aan de voorwaarden,
                        bijvoorbeeld doordat de studie wordt beëindigd.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die
                        voldoet aan de voorwaarden toegekend.</al>
          <al>De hoogte van de individuele studietoeslag wordt bepaald op 25% van de van
                        toepassing zijnde bijstandsnorm. Hiermee wordt aangesloten op de bepalingen
                        zoals die zijn opgenomen in de WAJONG. </al>
          <al>Voor de studerende jongere geld hij door de zijn of haar beperking niet of
                        minder kan verdienen naast zijn studie. Op grond van de WAJONG kan, in een
                        vergelijkbare situatie, een aanvraag tot een zogeheten studietoelage worden
                        ingediend. De hoogte van de toelage op grond van de WAJONG bedraag 25% van
                        het wettelijk minimumloon. </al>
          <al>In principe wordt op deze bepaling aangesloten behoudens het feit dat op
                        grond van de participatiewet andere normbedragen gelden voor de hoogte van
                        de uitkering. De hoogte van de individuele studietoeslag wordt dan ook
                        vastgesteld op 25% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf die
                        datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet de
                        verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd om regels in de
                        verordening vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>