<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR35294_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:creator><dcterms:modified>2009-12-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Bergen op Zoom</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Weekblad Bergen op Zoomse Bode
                13-06-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2009-12-21</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2009-12-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2011-12-22</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RVB09-0139</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treasurystatuut</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Inleiding</vet></al><al>In 2001 is de Wet financiering lagere overheden (Wet filo) vervangen door de
                        Wet financiering decentrale overheden (Wet fido). In deze wet zijn de kaders
                        gesteld voor een verantwoorde, prudente en professionele inrichting en
                        uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. In december 2001
                        is een treasurystatuut vastgesteld dat in 2005, vanwege een aantal
                        ontwikkelingen, is bijgesteld en nu opnieuw aanpassing behoeft.</al><al>De treasuryfunctie wordt hierbij gedefinieerd als:</al><al><cursief>het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht
                            houden op:</cursief></al><al><cursief>de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de
                            financiële posities en de hieraan verbonden risico’s</cursief></al><al>Conform de Wet fido hanteert de gemeente twee instrumenten op het gebied van
                        treasury: allereerst het onderhavige <cursief>treasurystatuut</cursief>. In
                        dit treasurystatuut is de “beleidsmatige infrastructuur” van de
                        treasuryfunctie vastgelegd in de vorm van uitgangspunten, doelstellingen,
                        richtlijnen en limieten. Het treasurystatuut maakt een objectieve en
                        transparante verantwoording vooraf en achteraf mogelijk. Naast het
                        treasurystatuut wordt jaarlijks een <cursief>treasuryparagraaf
                        </cursief>opgenomen in zowel de begroting als in de jaarrekening. Hierin
                        worden de specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het
                        beleid op het gebied van treasury besproken. </al><al>In het treasurystatuut worden allereerst het begrippenkader en de
                        doelstellingen van de treasuryfunctie van de gemeente geformuleerd. Deze
                        worden vervolgens geconcretiseerd voor de verschillende deelgebieden van
                        treasury: risicobeheer, gemeentefinanciering en kasbeheer. Daarna komen de
                        administratieve organisatie en interne controle van de treasuryfunctie aan
                        de orde. Daarbij ligt het accent op de eenduidigheid omtrent de verdeling
                        van de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden. Tot slot worden de
                        uitgangspunten vastgelegd voor de informatie die noodzakelijk is om het
                        gehele proces beheersbaar en meetbaar te maken en te houden. In de Memorie
                        van Toelichting worden waar nodig de in het treasurystatuut opgenomen
                        artikelen toegelicht. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>Treasurystatuut</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr>I</nr><titel>Begrippenkader</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr></kop><al>In dit statuut wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="2.89*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>- Derivaten</al></entry><entry colname="col2"><al>Financiële instrumenten die hun bestaan ontlenen
                                                  aan een bepaalde onderliggende waarde. De
                                                  onderliggende waarden kunnen financiële producten,
                                                  zoals leningen of obligaties zijn. Derivaten
                                                  worden onder andere gebruikt om renterisico’s te
                                                  sturen en financieringskosten te
                                                  minimaliseren;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Financiering</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantrekken van benodigde financiële middelen
                                                  voor een periode van minimaal één jaar. Deze
                                                  middelen kunnen bestaan uit zowel eigen vermogen
                                                  als vreemd vermogen; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Geldstromenbeheer</al></entry><entry colname="col2"><al>Al die activiteiten die nodig zijn om
                                                  liquiditeiten te transfereren zowel binnen de
                                                  organisatie zelf als tussen de organisatie en
                                                  derden (betalingsverkeer);</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Intern liquiditeitsrisico</al></entry><entry colname="col2"><al>Wanneer er geen goed inzicht bestaat in de
                                                  geldstromen is er sprake van een intern
                                                  liquiditeitsrisico. Dit kan als gevolg hebben dat
                                                  verkeerde beslissingen worden genomen inzake te
                                                  beleggen middelen c.q. aan te trekken
                                                  middelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Kasgeldlimiet</al></entry><entry colname="col2"><al>Een bedrag op basis van de Wet fido ter grootte
                                                  van een percentage van het totaal van de
                                                  jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het
                                                  jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Koersrisico</al></entry><entry colname="col2"><al>Het risico dat de financiële activa van de
                                                  organisatie in waarde verminderen door negatieve
                                                  koersontwikkelingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Kredietrisico</al></entry><entry colname="col2"><al>De risico’s op een waardedaling van een
                                                  vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na
                                                  kunnen komen van de verplichtingen door de
                                                  tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit;
                                                </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Liquiditeitenbeheer</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantrekken en uitzetten van middelen voor
                                                  een periode tot één jaar;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Een gestructureerd overzicht van de toekomstige
                                                  inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en
                                                  tijdseenheid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Rating</al></entry><entry colname="col2"><al>De inschatting van de kans op eventuele
                                                  wanbetalingen bij toekomstige rente- en
                                                  aflossingsbetalingen op schuldpapier; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Renterisico</al></entry><entry colname="col2"><al>Het gevaar van onvoorziene veranderingen van de
                                                  (financiële) resultaten van de gemeente door
                                                  rentewijzigingen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Renterisiconorm</al></entry><entry colname="col2"><al>Het bedrag ter groote van een percentage van het
                                                  begrotingstotaal van de gemeente bij aanvang van
                                                  het jaar dat niet mag worden overschreden; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Rentetypische looptijd</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een
                                                  geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van
                                                  de geldlening sprake is van een door de
                                                  verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare,
                                                  constante rentevergoeding;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Saldobeheer</al></entry><entry colname="col2"><al>Het beheer van de dagelijkse saldi op de
                                                  rekeningen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Rentevisie</al></entry><entry colname="col2"><al>Toekomstverwachting over de rente-ontwikkeling;
                                                </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Solvabiliteitsratio van 0%</al></entry><entry colname="col2"><al>Status die door een bancaire toezichthouder in
                                                  een lidstaat van de Europese Economische Ruimte
                                                  (lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met
                                                  Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) aan het
                                                  schuldpapier van een instelling kan worden
                                                  toegekend;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Treasuryfunctie</al></entry><entry colname="col2"><al>De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die
                                                  zich richten op het besturen en beheersen van, het
                                                  verantwoorden over en het toezicht houden op de
                                                  financiële vermogenswaarden, de financiële
                                                  stromen, de financiële posities en de hieraan
                                                  verbonden risico’s;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- Uitzetting</al></entry><entry colname="col2"><al>Het tijdelijk toevertrouwen van liquiditeiten
                                                  aan derden tegen vooraf overeengekomen condities
                                                  en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben
                                                  betrekking op een periode tot één jaar en
                                                  langlopende uitzettingen hebben betrekking op een
                                                  periode van één jaar of langer.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>II</nr><titel>Doelstellingen van de treasuryfunctie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr></kop><al>De treasury van de gemeente is gecentraliseerd en fungeert als een
                                interne bank. Haar doelstellingen zijn de volgende:</al><lijst><li nr="1."><al>Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten
                                        tegen acceptabele condities;</al></li><li nr="2."><al>Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en
                                        (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s
                                        zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en
                                        liquiditeitsrisico’s;</al></li><li nr="3."><al>Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en
                                        externe kosten bij het beheren van de geldstromen en
                                        financiële posities;</al></li><li nr="4."><al>Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders
                                        van de Wet fido respectievelijk de limieten en richtlijnen
                                        van het treasurystatuut.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Risicobeheer</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr>III</nr><titel>Uitgangspunten risicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al/><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de
                                        treasuryfunctie indien deze uitzettingen een prudent
                                        karakter hebben en niet zijn gericht op het genereren van
                                        inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente
                                        karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd middels de
                                        richtlijnen en limieten van dit treasurystatuut;</al></li><li nr="2."><al>De gemeente mag garanties en leningen uit hoofde van de
                                        “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan door de
                                        Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf
                                        advies van de afdeling Financien wordt ingewonnen over de
                                        financiële positie en de kredietwaardigheid van de
                                        betreffende partij. Uitzondering hierop vormen garanties aan
                                        het Nationaal Restauratiefonds (NRF).</al></li><li nr="3."><al>Het gebruik van derivaten dient een prudent karakter te
                                        hebben en dient slechts gericht te zijn op het afdekken van
                                        renterisisco’s.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>IV</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beleid inzake kasgeldlimiet en renterisiconorm is gebaseerd op
                                    de wet FIDO;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                    financiële positie en de liquiditeitenplanning. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                                    lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele
                                    rentestand en een rentevisie<sup/>;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Binnen de kaders gesteld onder artikel 2 en 3, streeft de
                                    gemeente tevens naar spreiding in de rentetypische looptijden
                                    van uitzettingen. </al><al>De waarde van de rentevisie moet niet overschat worden. Gebleken
                                    is dat het voorspellen van de rente bijzonder moeilijk is, ook
                                    voor professionele partijen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>V</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente beperkt de koersrisico’s op uitzettingen uit hoofde
                                    van treasury, door daarbij uitsluitend de volgende producten te
                                    hanteren: rekening courant, spaarrekening, daggeld, deposito’s,
                                    obligaties, medium term notes (MTN) en garantieproducten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tevens beperkt de gemeente de koersrisico’s door conform artikel
                                    7 de looptijd van de uitzettingen af te stemmen op de
                                    liquiditeitenplanning.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>VI</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen uithoofde van treasury gelden de
                                    volgende uitgangspunten;</al><lijst><li nr="a."><al>Het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                            uitsluitend bij financiële instellingen met minimaal een
                                            A rating afgegeven door tenminste één gezaghebbende
                                            rating agency, of bij instellingen voor wiens
                                            waardepapieren een solvabiliteitseis geldt van 0%;</al></li><li nr="b."><al>Overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                            tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij
                                            de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog
                                            in tact is en de looptijd gemaximeerd is tot 2
                                            jaar;</al></li><li nr="c."><al>Derivaten worden uitsluitend gebruikt voor het beperken
                                            van financiële risico’s;</al></li><li nr="d."><al>Voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                            langer dan 1 jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij
                                            verschillende financiële instellingen opgevraagd en
                                            vastgelegd;</al></li><li nr="e."><al>Overeenkomsten voor het aangaan van leningen het
                                            uitzetten van geldmiddelen of het verlenen van garanties
                                            luiden in Euro’s.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen uit hoofde van de publieke taak
                                    worden zoveel mogelijk zekerheden of garanties geëist.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>VII</nr><titel> Intern liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr></kop><al>De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico’s door haar
                                treasuryactiviteiten te baseren op een korte termijn
                                liquiditeitenplanning (looptijd tot één jaar) in combinatie met een
                                financieringsplan met een looptijd van minimaal vier jaar.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>VIII</nr><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al>Valutarisico’s worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend
                                leningen te verstrekken, aan te gaan of te garanderen in
                                Euro’s.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Gemeentefinanciering</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr>IX</nr><titel>Financiering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr></kop><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar
                                en langer gelden de volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de
                                        uitoefening van de publieke taak;</al></li><li nr="2."><al>Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel
                                        mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne
                                        financieringsmiddelen te gebruiken teneinde de renterisico’s
                                        te minimaliseren en het renteresultaat te
                                        optimaliseren;</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van
                                        financieringen zijn: onderhandse leningen (eventueel in
                                        combinatie met derivaten die als ondergrens of bovengrens
                                        fungeren, de zogenaamde Floors en Caps) en medium term notes
                                        (MTN);</al></li><li nr="4."><al>De gemeente vraagt offertes op bij minimaal twee
                                        instellingen alvorens een financiering wordt
                                        aangetrokken.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>X</nr><titel>Langlopende uitzettingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr></kop><al>Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie
                                voor een periode van één jaar en langer gelden de volgende
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de in artikel
                                        3, 4, 5, 6 en 8 genoemde voorwaarden;</al></li><li nr="2."><al>De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes
                                        op alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>XI</nr><titel>Relatiebeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr></kop><al>De gemeente beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme
                                condities voor af te nemen financiële diensten. Hiervoor gelden de
                                volgende uitgangspunten:</al><lijst><li nr="1."><al>Bankrelaties en hun bancaire condities worden ten minste
                                        ééns in de vijf jaar beoordeeld;</al></li><li nr="2."><al>Bankrelaties dienen wat betreft hun kredietwaardigheid
                                        minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in artikel
                                        6;</al></li><li nr="3."><al>Financiële instellingen (kredietinstellingen,
                                        beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars
                                        en pensioenfondsen) dienen onder Nederlands of anderszins
                                        EER-toezicht te vallen, zoals De Nederlandsche Bank en de
                                        Verzekeringskamer.</al></li><li nr="4."><al>Tussenpersonen dienen geregistreerd te staan bij de
                                        Stichting Toezicht Effectenverkeer (STE) en daarvan een
                                        vergunning als makelaar te hebben ontvangen.</al></li></lijst><al> Onder de Europese Economische Ruimte (EER) vallen naast de
                                lidstaten van de Europese Unie ook Noorwegen, IJsland en
                                Liechtenstein.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Kasbeheer</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr>XII</nr><titel>Geldstromenbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr></kop><al>Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt: </al><lijst><li nr="1."><al>Het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op
                                        gemeenteniveau op elkaar en de liquiditeitenplanning af te
                                        stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de
                                        liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de
                                        verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.</al></li><li nr="2."><al>Het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd
                                        door één bank;</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>XIII</nr><titel>Saldo- en liquiditeitenbeheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr></kop><al>Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende
                                specifieke richtlijnen:</al><lijst><li nr="1."><al>De gemeente streeft naar concentratie van de liquiditeiten
                                        binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de
                                        gunstigste condities;</al></li><li nr="2."><al>Indien er een liquiditeitsbehoefte ontstaat kan de gemeente
                                        kortlopende middelen aantrekken.</al></li><li nr="3."><al>Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende
                                        middelen zijn daggeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op
                                        rekening courant;</al></li><li nr="4."><al>Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor
                                        een periode korter dan één jaar zijn rekening-courant,
                                        daggeld, spaarrekeningen en deposito’s;</al></li><li nr="5."><al>Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn
                                        slechts de in artikel 6 genoemde tegenpartijen
                                        toegestaan;</al></li><li nr="6."><al>De gemeente vraagt bij minimaal twee instellingen offertes
                                        op alvorens middelen worden aangetrokken of uitgezet met een
                                        looptijd korter dan één jaar.</al></li></lijst></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Administratieve organisatie en interne controle</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr>XIV</nr><titel>Uitgangspunten administratieve organisatie en interne
                                controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr></kop><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en
                                interne controle.</al><lijst><li nr="1."><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van
                                        treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk
                                        vastgelegd;</al></li><li nr="2."><al>Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is
                                        functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste
                                        voorwaarden:</al><lijst><li nr="a."><al>iedere transactie wordt door minimaal twee
                                                functionarissen geautoriseerd (het
                                                vier-ogen-principe);</al></li><li nr="b."><al>de uitvoering en de controle geschiedt door
                                                afzonderlijke functionarissen;</al></li><li nr="c."><al>de uitvoering en de registratie in de financiële
                                                administratie geschiedt door afzonderlijke
                                                functionarissen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van
                                        iedere transactie m.b.t. geldleningen te versturen naar de
                                        Administratie zonder tussenkomst van de personen die bevoegd
                                        zijn tot het sluiten van de transacties;</al></li><li nr="4."><al>Van de afgesloten transactie wordt onmiddellijk een
                                        boekingsopdracht gemaakt door de functionaris die de
                                        transactie heeft afgesloten;</al></li><li nr="5."><al>Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de
                                        transactie gecontroleerd door de Administratie. </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>XV</nr><titel>Verantwoordelijkheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr></kop><al>De verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van
                                de gemeente staan in onderstaande tabel gedefinieerd.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="258.75pt"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1.00*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Functie</al></entry><entry colname="col2"><al>Verantwoordelijkheden</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>De Gemeenteraad</al></entry><entry colname="col2"><al>1 Het vaststellen van treasurydoelstellingen,
                                                  het treasurybeleid, beleidskaders en
                                                  limieten;</al><al>2 Het houden van toezicht op het treasurybeleid
                                                  en de uitvoering hiervan aan de hand van de
                                                  treasuryparagraaf in de begroting en de
                                                  jaarrekening als onderdeel van de Planning &amp;
                                                  Control cyclus;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Het college van B&amp;W</al></entry><entry colname="col2"><al>3 Het uitvoeren van het treasurybeleid (formele
                                                  verantwoordelijkheid);</al><al>4 Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten
                                                  transacties (bij een looptijd &gt; 1 jaar);</al><al>5 Het rapporteren aan de Gemeenteraad over de
                                                  uitvoering van het treasurybeleid.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De portefeuillehouder Financiën</al></entry><entry colname="col2"><al>6 Het uitvoeren van het treasurybeleid
                                                  (politieke verantwoordelijkheid).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De Directeur </al></entry><entry colname="col2"><al>7 Het uitvoeren van de aan haar/hem
                                                  gemandateerde treasuryactiviteiten conform het
                                                  treasurystatuut en de treasuryparagraaf;</al><al>8 Het zorgdragen voor juiste verantwoording van
                                                  de uitvoering van de door hem/haar gemandateerde
                                                  treasuryactiviteiten;</al><al>9 Het rapporteren aan B&amp;W over de uitvoering
                                                  van het treasurybeleid;</al><al>10 Het afleggen van verantwoording aan het
                                                  college van B&amp;W. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Hoofd Financien</al></entry><entry colname="col2"><al>11 Het opzetten van richtlijnen op het gebied
                                                  van treasury;</al><al>12 Het bewaken van de kwaliteit van de
                                                  treasuryprocessen;</al><al>13 Het controleren van de volledigheid en
                                                  betrouwbaarheid van de informatievoorziening van
                                                  de treasuryfunctie en hierover rapporteren aan het
                                                  college van B&amp;W.</al><al>14 Het houden van toezicht op de activiteiten
                                                  van de cashmanager met betrekking tot de bewaring
                                                  van de financiële middelen, de inning van
                                                  inkomsten en de belegging van overtollige
                                                  financiële middelen;</al><al>15 Het houden van toezicht op de activiteiten
                                                  van de kashouder(s) met betrekking tot de bewaring
                                                  van chartale gelden.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Coordinator Administratie</al></entry><entry colname="col2"><al>16 Het houden van toezicht op de activiteiten
                                                  van de cashmanager en de administratie met
                                                  betrekking tot het registreren, bewaren en
                                                  uitvoeren van middelen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De afdelingshoofden</al><al>(budgethouders)</al></entry><entry colname="col2"><al>17 Het zorgdragen voor het tijdig aanleveren van
                                                  betrouwbare operationele informatie over
                                                  toekomstige geldstromen aan de Treasurer;.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col2"><al>18 Het uitvoeren van de activiteiten met
                                                  betrekking tot de volgende deelfuncties: het
                                                  risicobeheer en de gemeentefinanciering
                                                  (financiering, uitzetting en relatiebeheer). Deze
                                                  activiteiten moeten conform dit treasurystatuut en
                                                  de treasuryparagraaf worden uitgevoerd en de
                                                  transacties dienen geautoriseerd te zijn door het
                                                  hoofd Financien;</al><al>19 Het opstellen van de rentevisie;</al><al>20 Beleid met betrekking tot het aantrekken en
                                                  uitzetten van gelden in het kader van het saldo-
                                                  en liquiditeitenbeheer;</al><al>21 Het beheren van de geldstromen;</al><al>22 Het onderhouden van contacten met banken,
                                                  geldmakelaars en overige financiële
                                                  instellingen;</al><al>23 Het schriftelijk vastleggen van de
                                                  treasurytransacties en het doorgeven hiervan aan
                                                  de administratie;</al><al>24 Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op
                                                  treasurygebied;</al><al>25 Het adviseren van de afdelingen over hun
                                                  activiteiten en projecten;</al><al>26 Het afleggen van verantwoording aan het hoofd
                                                  Financien over de uitvoering van de aan hem/haar
                                                  gemandateerde activiteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Cashmanager</al></entry><entry colname="col2"><al>27 Het beheer van de girale gelden, onder
                                                  toezicht van de coordinator administratie;</al><al>28 Het overboeken van saldi tussen
                                                  bankrekeningen;</al><al>29 Het geldverkeer wordt uitsluitend geleid via
                                                  door het college van burgemeester en wethouders
                                                  aangewezen banken;</al><al>30 Alvorens medewerking te verlenen bij het doen
                                                  van betalingen dienen de opdrachten door de
                                                  bevoegde functionarissen te zijn goedgekeurd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Administratie</al></entry><entry colname="col2"><al>31 Het administratief verwerken van het contante
                                                  en girale betalingsverkeer;</al><al>32 et juist en volledig administreren van de
                                                  bezittingen, schulden, rechten, verplichtingen,
                                                  inkomsten, uitgaven, ontvangsten en betalingen in
                                                  de verplichtingen- en financiële
                                                  administratie;</al><al>● Het ontvangen van de orderbevestiging van
                                                  derden en het controleren of deze overeenkomt met
                                                  de transactie-informatie zoals verstrekt door de
                                                  treasurer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>De externe accountant</al></entry><entry colname="col2"><al>● Het in het kader van haar reguliere
                                                  controletaak adviseren en controleren omtrent de
                                                  feitelijke naleving van het treasurystatuut. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>XVI</nr><titel>Bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr></kop><al>In onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot
                                treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde
                                fiattering.</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="4.68*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="178.50pt"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="3.43*"/><thead><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bevoegde functionaris</al></entry><entry colname="col4"><al>Autorisatie door</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet><cursief>Saldo-, liquiditeiten- en
                                                  geldstromenbeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>1. Het uitzetten van middelen via callgeld,
                                                  deposito en spaarrekening</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer en Cashmanager</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd Financien</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>2. Het aantrekken van middelen via callgeld of
                                                  kasgeld</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer en Cashmanager</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd Financien</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>3. Betalingsopdrachten voorbereiden en
                                                  versturen</al></entry><entry colname="col3"><al>Cashmanager / 1<sup>ste</sup>
                                                  betalingsfiatteur</al></entry><entry colname="col4"><al>2<sup>e</sup> Betalingsfiatteur</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet><cursief>Bankrelatiebeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>4. Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen</al></entry><entry colname="col3"><al>Cashmanager</al></entry><entry colname="col4"><al>Directeur</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>5. Bankcondities en tarieven afspreken</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>B &amp; W</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet><cursief>Risicobeheer</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Het afsluiten van derivatentransacties</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>B &amp; W</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al>Bevoegd functionaris</al></entry><entry colname="col4"><al>Autorisatie door</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col4" namest="col1"><al><vet><cursief>Financiering en uitzetting</cursief></vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>7. Het vaststellen van kredietfaciliteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>B &amp; W</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>8. Het aantrekken van middelen via onderhandse
                                                  leningen en MTN’s zoals vastgelegd in de
                                                  treasuryparagraaf</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd Financien</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>9. Het uitzetten van middelen via
                                                  (staats)obligaties, MTN’s, onderhandse
                                                  geldleningen zoals vastgelegd in de
                                                  treasuryparagraaf</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Hoofd Financien</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>10. Het beleggen van middelen in
                                                  garantieproducten</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>B&amp;W</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>11. Het garanderen van middelen uit hoofd van de
                                                  publieke taak</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeenteraad</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>XVII</nr><titel>Informatievoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr></kop><al>Met betrekking tot de treasuryactiviteiten dient tenminste de in de
                                onderstaande tabel opgenomen informatie te worden verstrekt door de
                                desbetreffende functionarissen: </al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="409.50pt"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="1.10*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="1.00*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="1.13*"/><thead><row><entry colname="col1"><al>Informatie</al></entry><entry colname="col2"><al>Frequentie</al></entry><entry colname="col3"><al>Informatie-verstrekker</al></entry><entry colname="col4"><al>Informatie-ontvanger</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al>1. Gegevens m.b.t. toekomstige uitgaven en
                                                  ontvangsten voor de liquiditeitenplanning</al></entry><entry colname="col2"><al>Doorlopend</al></entry><entry colname="col3"><al>Budgethouders</al></entry><entry colname="col4"><al>Treasurer</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2. Beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf
                                                  van begroting</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3. Evaluatie treasuryactiviteiten in
                                                  treasuryparagraaf van de jaarrekening</al></entry><entry colname="col2"><al>Jaarlijks</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4. Voortgang onderdelen treasuryparagraaf via
                                                  concernberichten</al></entry><entry colname="col2"><al>2 keer per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>Treasurer</al></entry><entry colname="col4"><al>Gemeenteraad</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5. Informatie aan derden (toezichthouder en CBS)
                                                  zoals genoemd in art. 8 Wet fido</al></entry><entry colname="col2"><al>Kwartaal</al></entry><entry colname="col3"><al>Cashmanager</al></entry><entry colname="col4"><al>GS en CBS</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6. Lenings- / uitzettings-/
                                                  garantiebesluiten</al></entry><entry colname="col2"><al>Binnen 14 dagen na besluit</al></entry><entry colname="col3"><al>College van B&amp;W</al></entry><entry colname="col4"><al>Provincie</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></afdeling><afdeling><kop><label/><nr>XVIII</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr></kop><al>Dit treasurystatuut treedt in werking met ingang van 1 december
                                2009</al></artikel></afdeling></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Memorie van toelichting</titel></kop><al>In dit treasurystatuut is het treasurybeleid van de gemeente op hoofdlijnen
                    vastgelegd. Dat gebeurt in de eerste plaats door het aangeven van de
                    doelstellingen van de treasuryfunctie (in artikel 2). Vervolgens geeft het
                    bestuur in het treasurystatuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de
                    doelstellingen dienen te worden gerealiseerd. Een richtlijn is een bindend
                    voorschrift voor een handelswijze die gevolgd moet worden en een limiet is een
                    type richtlijn die een uiterste grens aangeeft. Een belangrijk deel van de
                    limieten en richtlijnen is bepaald door de Wet fido. Middels de limieten en
                    richtlijnen wordt het “risicoprofiel” van de gemeente bepaald, waarbinnen de
                    treasuryactiviteiten dienen te worden uitgevoerd. </al><al>De treasury<cursief>paragraaf bij</cursief> de begroting geeft de beleidsplannen
                    voor de treasuryfunctie voor de komende jaren en in het bijzonder voor het
                    eerstkomende jaar weer. Het bevat onder meer gegevens over de algemene
                    ontwikkelingen en de concrete beleidsplannen binnen de kaders van het
                    treasurystatuut. Het gaat hierbij vooral om de plannen voor het risicobeheer, de
                    gemeentefinanciering (analyse financieringspositie, leningen- en
                    garantieportefeuille en uitzettingsportefeuille) en het kasbeheer. Uit de
                    toelichting zal moeten blijken dat de plannen binnen de kaders van de Wet fido
                    en het treasurystatuut blijven. De treasuryparagraaf in het jaarverslag geeft in
                    het bijzonder een verschillenanalyse tussen de plannen zoals deze zijn opgenomen
                    in de begroting en de realisatie in het verslagjaar.</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2</al></entry><entry colname="col2"><al>In artikel 2 worden de doelstellingen van de treasuryfunctie
                                        van de gemeente weergegeven, hieronder worden deze
                                        afzonderlijk toegelicht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>In de eerste plaats dient de treasury ervoor te zorgen dat
                                        de gemeente “duurzaam toegang heeft tot de financiële
                                        markten tegen acceptabele condities”. De treasury dient te
                                        waarborgen dat de gemeente duurzaam in staat is de voor haar
                                        activiteiten benodigde middelen aan te trekken c.q. haar
                                        overtollige middelen uit te zetten op de financiële markten
                                        (bijv. bij banken). De condities die daarbij worden bedongen
                                        dienen, in het licht van de op het betreffende moment
                                        gebruikelijke condities, acceptabel (tenminste marktconform)
                                        te zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente loopt de volgende financiële risico’s:
                                        renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s, interne
                                        liquiditeitsrisico’s en valutarisico’s. Het is de taak van
                                        de treasury dergelijke risico’s tegen acceptabele condities
                                        te beperken. In de artikelen 4 tot en met 8 wordt aangegeven
                                        op welke wijze dit wordt gewaarborgd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>De derde doelstelling van de treasuryfunctie is het
                                        minimaliseren van de kosten bij het beheren van de
                                        geldstromen en de financiële posities. Deze kosten bestaan
                                        o.a. uit rentekosten, provisies en kosten van het
                                        betalingsverkeer. Het is de taak van de treasury het beheer
                                        zo efficiënt mogelijk uit te voeren. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 2 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>De gemeente streeft ernaar de renteresultaten te
                                        optimaliseren. Dit betekent dat de gemeente geen middelen
                                        onbenut laat maar streeft naar zo hoog mogelijke
                                        renteopbrengsten (c.q. zo laag mogelijk rentekosten) zonder
                                        dat daarbij overmatige risico’s worden gelopen. De
                                        prioriteiten van de treasuryfunctie liggen in eerste
                                        instantie bij het beheersen en beperken van financiële
                                        risico’s; de treasuryfunctie is immers géén winstgerichte
                                        afdeling (“profit center”). Binnen het acceptabele
                                        risicoprofiel zoals vastgesteld in de Wet fido en dit
                                        treasurystatuut dient desondanks te worden gestreefd naar
                                        optimalisatie van de renteresultaten. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>De Wet fido geeft twee belangrijke beleidsmatige
                                        uitgangspunten met betrekking tot treasury. Dit betreft de
                                        “publieke taak” waarvoor leningen en garanties dienen
                                        enerzijds en het prudente karakter van (overige)
                                        uitzettingen anderzijds. Er wordt hierbij dus een specifiek
                                        onderscheid gemaakt tussen het verstrekken van leningen “uit
                                        hoofde van de publieke taak” en het uitzetten van middelen
                                        “uit hoofde van treasury”.</al><al>De wet stelt geen eisen aan het verstrekken van
                                            <onderstreept>leningen en garanties uit hoofde van de
                                            publieke taak. </onderstreept>Wel wordt in de
                                        toelichting op de Wet fido het volgende aangegeven: “Het
                                        gemeentebestuur bepaalt de publieke taak. De begroting en de
                                        begrotingswijzigingen bepalen het budgettaire kader voor de
                                        uitoefening van de publieke taak”. De afdeling Financien
                                        adviseert over bijv. financieringsvoorwaarden en de
                                        implicaties van de betreffende aanvraag voor de totale
                                        financiële positie van de gemeente</al><al>Conform de Wet fido, dienen <onderstreept>uitzettingen “uit
                                            hoofde van treasury”</onderstreept> een prudent karakter
                                        te hebben. </al><al>In de Wet fido en de bijbehorende ministeriële regelingen
                                        wordt het begrip “prudent” nader uitgewerkt. Het aangaan van
                                        financiële transacties met als oogmerk die financiële
                                        waarden te zijner tijd eventueel met winst te verkopen, is
                                        nadrukkelijk niet toegestaan (zie artikel 2 lid 2 Wet fido
                                        en de memorie van toelichting op de Wet fido). Bankachtige
                                        activiteiten – het aantrekken en uitzetten van middelen met
                                        als doel het genereren van inkomen – zijn als gevolg van
                                        deze bepaling verboden. De richtlijnen en limieten van dit
                                        treasurystatuut vallen binnen de kaders van de Wet fido..
                                    </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>De limieten en richtlijnen van dit treasurystatuut zijn
                                        specifiek geformuleerd om het prudente karakter van de
                                        uitzettingen uit hoofde van treasury te garanderen en hebben
                                        derhalve géén betrekking op (eventueel) verstrekte leningen
                                        of garanties uit hoofde van de “publieke taak” van de
                                        gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 3 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Derivaten zijn financiële instrumenten die hun bestaan
                                        ontlenen aan een bepaalde onderliggende waarde. Derivaten
                                        kennen een breed toepassingsgebied en worden onder andere
                                        gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten
                                        te minimaliseren. De Wet fido stelt dat derivaten
                                        uitsluitend mogen worden gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico’s. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="18*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="82*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Renterisicobeheer omvat het beperken van de invloed van
                                        (externe-) rentewijzigingen op de financiële resultaten van
                                        de gemeente ;</al><al>Een belangrijk uitgangspunt van de Wet fido is het vermijden
                                        van grote fluctuaties in de rentelasten van openbare
                                        lichamen. Teneinde een grens te stellen aan korte
                                        financiering (met een rentetypische looptijd tot één jaar)
                                        is in de Wet fido (evenals in de Wet filo) de kasgeldlimiet
                                        opgenomen. Juist voor korte financiering geldt dat het
                                        renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in
                                        de rente bij korte financiering direct een relatief grote
                                        invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet wordt
                                        berekend als een percentage (8,2 %) van het totaal van de
                                        jaarbegroting van de gemeente bij aanvang van het jaar.</al><al>Het doel van de renterisiconorm is het beheersen van de
                                        renterisico’s op de vaste schuld (schuld met een
                                        rentetypische looptijd van één jaar of langer) door het
                                        aanbrengen van spreiding in de looptijden in de
                                        leningenportefeuille. De renterisiconorm kan worden berekend
                                        door een vastgesteld percentage (20%) te vermenigvuldigen
                                        met het begrotingstotaal per 1 januari van enig jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Afstemming op de liquiditeitenplanning beoogt middelen
                                        slechts te lenen cq. uit te zetten gedurende de periode dat
                                        zij daadwerkelijk nodig respectievelijk beschikbaar
                                        zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Een rentevisie is een toekomstverwachting over de
                                        rente-ontwikkeling, op basis waarvan een financierings- en
                                        beleggingsbeleid wordt gevoerd. Afhankelijk van de (interne-
                                        of externe) ontwikkelingen zal de gemeente haar rentevisie
                                        actualiseren. De rentevisie kan daarbij gebaseerd worden op
                                        de rentevisie van enkele gezaghebbende financiële
                                        instellingen, zoals de huisbankier. Afstemming van het
                                        beleid op de rentevisie betekent bijvoorbeeld het uitstellen
                                        van uitzettingen met een lange looptijd indien men een
                                        rentestijging verwacht.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 4 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Door spreiding aan te brengen in de rentetypische looptijd
                                        (de periode dat de rente van een uitzetting vast is) van
                                        uitzettingen, wordt de invloed van een rentedaling op de
                                        renteresultaten gespreid over meerdere jaren. Deze spreiding
                                        is slechts mogelijk indien uit de liquiditeitenplanning
                                        blijkt dat middelen gedurende een langere periode
                                        beschikbaar zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Ten aanzien van de financiële instrumenten die kunnen worden
                                        gehanteerd voor uitzettingen in het kader van treasury,
                                        geldt in de Wet fido als belangrijkste uitgangspunt dat de
                                        hoofdsom van de betreffende uitzetting aan het einde van
                                        looptijd in tact blijft. Bij alle in dit artikel genoemde
                                        producten w ordt aan het einde van de looptijd ten minste de
                                        hoofdsom (bij vastrentende waarden de “nominale waarde”)
                                        uitgekeerd. </al><al>Bij het uitzetten van gelden op rekening courant,
                                        spaarrekening, daggeld of deposito’s worden géén
                                        koersrisico’s gelopen. Het kan bij dergelijke producten
                                        echter voorkomen dat de opnamemogelijkheden beperkt zijn (in
                                        het bijzonder bij deposito’s en soms bij een spaarrekening.
                                        Obligaties en medium term notes zijn vastrentende waarden
                                        die (tussentijds) verhandelbaar zijn. Bij tussentijdse
                                        verkoop kunnen koersrisico’s worden gelopen. Wanneer deze
                                        waarden tot het einde van hun looptijd worden aangehouden
                                        zal minimaal de nominale waarde en de vooraf overeengekomen
                                        (minimale) rente worden uitgekeerd. </al><al>Garantieproducten zijn beleggingsproducten waarbij de
                                        uitgevende (financiële) instelling garandeert dat op de
                                            <cursief>afloopdatum</cursief> (een bepaald percentage
                                        van) de hoofdsom wordt uitgekeerd. Garantieproducten keren
                                        vaak minder of geen rente uit en bieden in plaats daarvan
                                        bijvoorbeeld een rendement dat gebaseerd is op een
                                        aandelen-index (zoals de AEX-index). Garantieproducten
                                        waarbij minder dan 100% van de hoofdsom wordt gegarandeerd
                                        zijn expliciet niet toegestaan onder de Wet fido. </al><al>Bij garantieproducten is vaak enkel de hoofdsom
                                        gegarandeerd. Aangezien de reële waarde (de koopkracht) van
                                        de hoofdsom door inflatie kan verminderen, verdient het de
                                        aanbeveling om bij een langere looptijd naast een
                                        hoofdsomgarantie een minimaal rendement (bijv. ter hoogte
                                        van het inflatieniveau) te eisen.</al><al>Voor uitzettingen uit hoofde van de publieke taak van de
                                        gemeente worden in dit treasurystatuut geen richtlijnen met
                                        betrekking tot producten opgenomen. Van belang is dat de
                                        Gemeenteraad bepaalt dat de betreffende uitzetting tot de
                                        “publieke taak” van de gemeente behoort. In dit kader is het
                                        bijvoorbeeld mogelijk dat uitzettingen in de vorm van
                                        aandelen tot de publieke taak behoren. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 5 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Koersrisico’s kunnen nooit volledig worden uitgesloten. Als
                                        de organisatie in een vastrentend product heeft belegd maar
                                        – wegens wijziging in de liquiditeitenplanning – voor de
                                        afloopdatum deze uitzetting moet verkopen, dan wordt niet
                                        100% van de hoofdsom terugbetaald, maar de actuele waarde
                                        van de uitzetting afhankelijk van de rente en resterende
                                        looptijd. Om deze koersrisico’s zoveel mogelijk te beperken
                                        stemt de gemeente de looptijd van de uitzetting af op de
                                        liquiditeitenplanning.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 6 </al></entry><entry colname="col2"><al>Ter beperking van kredietrisico’s zijn in dit artikel
                                        richtlijnen opgenomen voor de minimale kredietwaardigheid
                                        van de partijen waar de gemeente middelen kan
                                        uitzetten/beleggen. </al><al>Een (credit-) rating is een beoordeling van de
                                        kredietwaardigheid van een instelling, die voor zowel de
                                        korte als voor de lange termijn wordt toegekend door
                                        gerenommeerde rating “agencies” zoals Standard &amp; Poor’s,
                                        Moody’s en Fitch IBCA. De hoogste kredietwaardigheid wordt
                                        bij Standard &amp; Poor’s en Fitch IBCA weergegeven met AAA,
                                        gevolgd door AA en A. Moody’s kwalificeert van hoog naar
                                        laag Aaa, Aa en A. Daarnaast kent men kwalificaties met
                                        letters B, C en D. Een A-rating staat voor “zeer
                                        kredietwaardig”. </al><al>Een solvabiliteitsratio van 0% (ofwel een
                                        “solvabiliteitsvrije status”) is een status die door een
                                        bancaire toezichthouder in een EER-lidstaat (bijv. De
                                        Nederlandsche Bank) wordt toegekend aan het schuldpapier van
                                        een instelling. Deze status houdt in dat een bank voor
                                        desbetreffend papier geen reserves (0%) hoeft aan te houden
                                        en wordt onder meer toegekend aan papier uitgegeven of
                                        gegarandeerd door (centrale) overheden. Het is de gemeente
                                        dus toegestaan om bij andere overheden geld uit te zetten,
                                        of om te beleggen in papier waaraan een overheidsgarantie is
                                        verbonden (zoals door het WSW geborgde leningen van
                                        woningcorporaties).</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 7</al></entry><entry colname="col2"><al>Interne liquiditeitsrisico’s doen zich bijvoorbeeld voor
                                        wanneer de gemeente middelen voor een bepaalde periode heeft
                                        uitgezet en gedurende de looptijd van de uitzetting blijkt
                                        dat de middelen (onverwacht) nodig zijn voor het doen van
                                        een investering. Dit kan tot gevolg hebben dat de gemeente
                                        tijdelijk een lening moet aantrekken (wanneer de
                                        uitzettingen vast staan in bijvoorbeeld een deposito) ofwel
                                        tussentijds een uitzetting moet verkopen (bijvoorbeeld een
                                        obligatie). In beide gevallen kan dit negatieve gevolgen
                                        hebben voor de financiële resultaten. </al><al>Ter beperking van dit risico baseert de gemeente haar
                                        financiële transacties op een liquiditeitenplanning waarin
                                        de toekomstige inkomsten en uitgaven van de gehele
                                        organisatie zijn gepland. Teneinde aansluiting te zoeken op
                                        de meerjarige investeringsplanning van de gemeente is
                                        gekozen een financieringsplanning met een periode van vier
                                        jaar op te stellen. </al><al>In de praktijk is het opstellen van een betrouwbare en
                                        nauwkeurige liquiditeitenplanning niet eenvoudig. Dit heeft
                                        te maken met de inherente onzekerheden die verbonden zijn
                                        aan de activiteiten van de gemeente en de hieraan verbonden
                                        mogelijke financiële gevolgen. Het is daarom van groot
                                        belang dat de afdeling Treasury juist, tijdig en volledig
                                        wordt geïnformeerd door de overige afdelingen over de
                                        financiële gevolgen van hun activiteiten.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 8</al></entry><entry colname="col2"><al>Dit betreft een ongewijzigde voortzetting van het beleid
                                        binnen de gemeente. Valutarisico’s uit hoofde van
                                        operationele transacties ontstaan bijvoorbeeld op het moment
                                        dat de gemeente een aankoop van goederen uit de Verenigde
                                        Staten met dollars moet betalen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het aantrekken van middelen met als doel deze met
                                        winstoogmerk te beleggen is door artikel 2 lid 2 van de Wet
                                        fido (zie ook memorie van toelichting op de Wet fido)
                                        nadrukkelijk niet toegestaan. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Teneinde de renteresultaten te optimaliseren wordt zoveel
                                        mogelijk intern gefinancierd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Onderhandse geldleningen </cursief>zijn leningen
                                        waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg
                                        met de geldgevende partij kunnen worden vastgesteld. Een
                                            <cursief>Medium Term Note (MTN)</cursief> is een
                                        verhandelbare schuldbekentenis aan toonder, met een
                                        minimumlooptijd van twee jaar en een minimum- omvang van
                                        nominaal NLG 1 miljoen. Deze maakt onderdeel uit van een
                                        medium term note programma. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 9 lid 4</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van
                                        financieringen te waarborgen, voor bijv. te betalen
                                        rentepercentages, provisies, (boete-) clausules bij
                                        vervroegde aflossing etc. Middels het opvragen van meerdere
                                        offertes wordt bereikt dat de gemeente een objectief beeld
                                        heeft van de op dat moment gebruikelijke tarieven en
                                        voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan kan
                                        een afgewogen keuze worden gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Uitzetting betreft het uitzetten van middelen (uit hoofde
                                        van treasury) voor een periode langer dan één jaar. In het
                                        onderdeel Risicobeheer (artikel 3 tot en met 8) is
                                        gedefinieerd op welke wijze de gemeente het prudente
                                        karakter van haar uitzettingen waarborgt. In dit artikel
                                        worden aanvullende richtlijnen met betrekking tot
                                        uitzettingen geformuleerd.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 10 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze richtlijn beoogt de marktconformiteit van uitzettingen
                                        te waarborgen, voor bijv. het effectieve rendement, de
                                        hoogte van transactiekosten etc. Middels het opvragen van
                                        meerdere offertes wordt bereikt dat de gemeente een
                                        objectief beeld heeft van de actuele gebruikelijke tarieven
                                        en voorwaarden op de financiële markten. Op basis daarvan
                                        kan een afgewogen keuze worden gemaakt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Op het gebied van relatiebeheer beoogt de treasury het
                                        realiseren van zo gunstig mogelijke condities voor de door
                                        haar af te nemen diensten. Teneinde structuur aan te brengen
                                        in de momenten waarop de beoordeling van bankrelaties plaats
                                        heeft, is opgenomen dat deze beoordeling minimaal eens in de
                                        vijf jaar plaats moet hebben.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 11 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>Tussenpersonen hebben een intermediairsfunctie bij het
                                        afsluiten van financiële transacties en vallen niet onder de
                                        “tegenpartijen”. De vereisten van lid 2 zijn voor
                                        tussenpersonen dan ook niet van toepassing. Teneinde dit te
                                        ondervangen stelt de gemeente als eis dat tussenpersonen
                                        onder toezicht van de Stichting Toezicht Effectenverkeer
                                        (STE) staan en daarvan een vergunning als makelaar hebben
                                        ontvangen.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 12 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Geldstromenbeheer omvat met name het zorgdragen voor een
                                        efficiënt betalingsverkeer. Geldstromen kunnen bijvoorbeeld
                                        op elkaar worden afgestemd door een betalingsdatum af te
                                        stemmen op verwachte ontvangsten. Hiermee wordt voorkomen
                                        dat de gemeente tijdelijk middelen aan moet trekken (cq.
                                        Middelen aan haar uitzettingenportefeuille moet onttrekken)
                                        teneinde de betreffende betaling (tijdelijk) te
                                        financieren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 12 lid 2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het laten uitvoeren van het betalingsverkeer door één bank
                                        heeft als voordeel dat de kosten van het overboeken van
                                        middelen tussen verschillende banken worden vermeden. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 13 lid 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het saldo en liquiditeitenbeheer betreft het beheer van de
                                        dagelijkse saldi op de rekeningen (-courant) van de gemeente
                                        . Teneinde de noodzaak tot het doen van interne
                                        overboekingen te beperken, worden verschillende rekeningen
                                        die de gemeente bij één bank aanhoudt, opgenomen in een
                                            <cursief>rentecompensatiecircuit</cursief>. Dit is een
                                        systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle
                                        rekeningen van een organisatie worden samengevoegd tot één
                                        gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 13 lid 3</al></entry><entry colname="col2"><al>In dit lid worden limitatief de mogelijke korte termijn
                                        financieringsinstrumenten benoemd. De term
                                            <cursief>daggeld</cursief> (ook wel callgeld genoemd)
                                        staat voor opgenomen of uitgezette middelen voor onbepaalde
                                        tijd die dagelijks gewijzigd kan worden.
                                            <cursief>Kasgeldleningen </cursief>zijn niet
                                        verhandelbare leningen voor een vast bedrag en een vaste
                                        periode (maximaal 2 jaar) en tegen een vooraf overeengekomen
                                        rentepercentage. <cursief>Kredietlimiet op de rekening
                                            courant</cursief> betreft de mogelijkheid debet (“rood”)
                                        te staan op de rekening courant tegen vooraf overeengekomen
                                        condities.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 14</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij de treasuryfunctie zijn meerdere personen en organen
                                        betrokken. Het treasurystatuut legt expliciet het delegatie-
                                        en mandateringspatroon vast, in casu welke taken,
                                        verantwoordelijkheden en bevoegdheden de betrokken partijen
                                        hebben. Met het oog op de omvang en de aard van de
                                        transacties en de hiermee samenhangende risico’s, zijn in
                                        dit artikel een aantal specifieke uitgangspunten opgenomen
                                        teneinde een eenduidige functiescheiding aan te brengen
                                        tussen beleidsbepaling en de uitvoering en tussen de
                                        administratie en controle op financiële transacties. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 15</al></entry><entry colname="col2"><al>De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                        functionarissen die binnen de gemeente betrokken zijn bij de
                                        treasuryactiviteiten zijn in artikel 15 respectievelijk
                                        artikel 16 beschreven. De toekenning van de genoemde
                                        functies en bijbehorende bevoegdheden en
                                        verantwoordelijkheden aan functies en/of functionarissen
                                        vindt plaats via de hiertoe dienende documenten (mandaten,
                                        besluiten e.d.). Deze verantwoordelijkheden dienen te worden
                                        gecommuniceerd naar de betrokkenen. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 16</al></entry><entry colname="col2"><al>De eindverantwoordelijkheid voor het treasurybeleid ligt
                                        primair bij het bestuur van de gemeente. Teneinde niet
                                        onnodig te worden belast met het dagelijkse treasurybeheer
                                        draagt het bestuur een deel van haar bevoegdheden over aan
                                        de ambtelijke organisatie door middel van een jaarlijks
                                        mandateringsbesluit. De praktische uitvoering van het beleid
                                        heeft dus vooral op ambtelijk niveau plaats, met als
                                        voordeel een slagvaardiger optreden. Bij de toewijzing van
                                        bevoegdheden is zoveel mogelijk rekening gehouden met de
                                        vereiste functiescheiding tussen besluitvorming, uitvoering,
                                        administratie en controle. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17 </al></entry><entry colname="col2"><al>De tabel in dit artikel geeft weer op welke wijze de
                                        informatievoorziening wordt gewaarborgd voor:
                                            <cursief>operationele informatie</cursief> (punt 1 en
                                        2), <cursief>beleidsmatige informatie</cursief> (punt 3) en
                                            <cursief>verantwoordingsinformatie</cursief> (punt 4, 5
                                        en 6). Het verstrekken van juiste, tijdige, volledige en
                                        relevante verantwoordingsinformatie moet gerekend worden tot
                                        de belangrijkste succesfactoren voor het kunnen beheersen
                                        van de financiële en interne risico’s van de gemeente.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Artikel 17 pt. 1</al></entry><entry colname="col2"><al>Afdelingen dienen “incidenteel” informatie te verschaffen in
                                        een zo vroeg mogelijk stadium waarin zich significante
                                        wijzigingen aandienen in hun verwachtingen omtrent tijdstip
                                        of omvang van toekomstige betalingen of ontvangsten (bijv.
                                        bij uitstel van een grote investering).</al></entry></row></tbody></tgroup></table></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>