<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352918_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-01-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Sint Anthonis</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.sintanthonis.nl">Elektronisch gemeenteblad gemeente Sint Anthonis</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416">Artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003245">Atikel 15.33 van de Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Herziening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>INT/008877</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belasting en financiën</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De Raad van de gemeente Sint Anthonis;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 5
                        november 2014, gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en
                        b, van de Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>B E S L U I T:</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en
                            reinigings</vet><vet>rechten 2015. </vet></al><al><vet>(Verordening reinigingsheffingen 2015)</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>‘gebruik maken’ in hoofdstuk II Afvalstoffenheffing: gebruik
                                    maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>gemengd pand: de gebouwde onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gedeelte daarvan, als bedoeld in hoofdstuk III, artikel 16 van
                                    de Wet waardering onroerende zaken, waar huishoudelijke
                                    afvalstoffen kunnen ontstaan en waaruit geregeld
                                    bedrijfsafvalstoffen worden aangeboden;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsafvalstoffen: afvalstoffen afkomstig van bedrijven,
                                    kantoren en instellingen, welke door geringe omvang of
                                    hoeveelheid gelijk te stellen zijn met huishoudelijk afval en
                                    als zodanig mede in aanmerking komen voor het periodiek
                                    inzamelen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar
                                    feit</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe
                                            belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de
                                            Wet milieubeheer.</al></li><li nr="2."><al>De afvalstoffenheffing bedoeld in deze verordening wordt
                                            naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het
                                            gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan
                                            krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                            milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van
                                            huishoudelijke afvalstoffen geldt.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de
                                    omstandighedenbeoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit,
                                    beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel
                                    ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21en 10.22 van de
                                    Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen
                                    vanhuishoudelijke afvalstoffen geldt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en
                                    belastingtarief</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar de volgende maatstaven en
                                    tarieven en bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>per perceel per belastingjaar € 153,00;</al></li><li nr="b."><al>de belasting voor het ter beschikking stellen van
                                            opdrukzakken per 10 opdrukzakken € 11,00.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 5, onderdeel a wordt
                                            geheven bij wege van aanslag.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 5, onderdeel b wordt
                                            geheven door middel van een mondelinge dan wel een
                                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving.</al></li></lijst><al>Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending
                                    of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                                    belastingschuldige bekendgemaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                        tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 5, onderdeel a is
                                            verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo
                                            dit later is, bij de aanvang van de
                                            belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd
                                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                            aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                            kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                            belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing
                                            voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                            verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde
                                            van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                            overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing
                                            indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist
                                            en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                            Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in drie
                                            gelijke termijnen, waarvan de eerste termijn vervalt op
                                            de laatste dag van de maand volgende op de maand die in
                                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk
                                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, dat
                                            zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                                            automatische incasso van het International Bank Account
                                            Number (IBAN) van de belastingschuldige kunnen worden
                                            afgeschreven, de aanslagen worden betaald in tien
                                            gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op
                                            de laatste dag van de maand volgende op de maand die in
                                            de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk
                                            van de volgende termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="3."><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving
                                            bedoeld in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van
                                            de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het
                                            uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van
                                            toezending daarvan, binnen 14 dagen na dagtekening van
                                            de kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al> Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in
                                            de voorgaande leden gestelde termijnen.</al><al/></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘reinigingsrechten’ worden rechten geheven
                                            zowel voor het genotvan door het gemeentebestuur
                                            verstrekte dienstenals voor het gebruik van voor
                                            deopenbare dienst bestemde gemeentebezittingen (werken
                                            of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn). </al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag
                                            dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of
                                            van degene die van de bezittingen, werken of
                                            inrichtingen gebruik maakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en
                                                belastingtarief</titel></kop><al>De rechten voor het periodiek verwijderen van
                                            bedrijfsafval van beperkte omvang of hoeveelheid worden
                                            geheven naar de volgende maatstaven, tarieven en
                                            bedragen:</al><lijst><li nr="a."><al> per bedrijfspand per belastingjaar €
                                                  153,00;</al></li><li nr="b."><al>in afwijking van onderdeel a. voor het periodiek
                                                  verwijderen van bedrijfsafvalstoffen aangeboden
                                                  vanuit een gemengd pand per bedrijfspand per
                                                  belastingjaar € 57,00;</al></li><li nr="c."><al>voor het ter beschikking stellen van opdrukzakken 10
                                            opdrukzakken € 11,00.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden
                                            geheven is het belastingjaar gelijk aan het
                                            kalenderjaar.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in artikel 12, onderdeel a en
                                                  onderdeel b worden geheven bij wege van aanslag
                                                  met dien verstande dat per belastbaar feit een
                                                  afzonderlijke aanslag kan worden opgelegd.</al></li><li nr="2."><al>De rechten bedoeld in artikel 12, onderdeel c
                                                  worden geheven door middel van een mondelinge dan
                                                  wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving
                                                  waarop het gevorderde bedrag is vermeld.</al></li></lijst><al>Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door
                                            toezending of uitreiking van de schriftelijke
                                            kennisgeving aan de belastingschuldige
                                            bekendgemaakt.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de
                                                heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechten bedoeld in artikel 12, onderdeel a en
                                                  onderdeel b zijn verschuldigd bij het begin van
                                                  het belastingjaar of, zo dit later is, bij de
                                                  aanvang van de belastingplicht.</al></li><li nr="2."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                                  jaar aanvangt zijn de rechten verschuldigd voor
                                                  zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar
                                                  verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de
                                                  aanvang van de belastingplicht, nog volle
                                                  kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="3."><al>Indien de belastingplicht in de loop van het
                                                  belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op
                                                  ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                                  voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat
                                                  jaar, na het einde van de belastingplicht, nog
                                                  volle kalendermaanden overblijven.</al></li><li nr="4."><al>Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing
                                                  indien de belastingplichtige binnen de gemeente
                                                  verhuist.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de
                                                  Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald
                                                  in drie gelijke termijnen, waarvan de eerste
                                                  termijn vervalt op de laatste dag van de maand
                                                  volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                                  aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                                                  termijnen telkens een maand later.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid
                                                  geldt, dat zolang de verschuldigde bedragen door
                                                  middel van automatische incasso van het
                                                  International Bank Account Number (IBAN) van de
                                                  belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, de
                                                  aanslagen worden betaald in tien gelijke termijnen
                                                  waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste
                                                  dag van de maand volgende op de maand die in de
                                                  dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                                  elk van de volgende termijnen telkens een maand
                                                  later.</al></li><li nr="3."><al>De reinigingsrechten moeten worden betaald
                                                  ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 14,
                                                  tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het
                                                  doen van de kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het
                                                  uitreiken van de kennisgeving, dan wel ingeval van
                                                  toezending daarvan, binnen 14 dagen na de
                                                  dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing
                                                  op de in de voorgaande leden gestelde
                                                  termijnen.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor de belasting als bedoeld in artikel 5, onderdeel
                                            b,respectievelijk de rechtenals bedoeld in artikel 12,
                                            a, b en c van deze verordening wordt geen
                                            kwijtscheldingverleend.</al><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende
                                                  bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van
                                                burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere
                                            regels geven met betrekking tot de heffing en de
                                            invordering van de reinigingsheffingen.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De ‘Verordening reinigingsheffingen 2014’, vastgesteld
                                            bij besluit van 9 december 2013, wordt ingetrokken met
                                            ingang van de in artikel 20, tweede lid, genoemde datum
                                            van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij
                                            van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich
                                            voor die datum hebben voorgedaan.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari
                                                  2015.</al></li><li nr="2."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                                  2015.</al><al/></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als
                                            ‘Verordeningreinigingsheffingen 2015’.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de Raad
                        van de gemeente Sint Anthonis van 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>mr. A.P.J.L. Keijzers, M.L.P. Sijbers</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>