<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352877_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-06-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Steenbergen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning%202015/article=2.1.4">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.4 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning%202015/article=2.1.5">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.1.5 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning%202015/article=2.3.6">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.3.6 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20maatschappelijke%20ondersteuning%202015/article=2.3.10">Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, art. 2.3.10 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-voorzieningen-maatschappelijke-ondersteuning-Steenbergen-2015#artikel-11-pgb">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-voorzieningen-maatschappelijke-ondersteuning-Steenbergen-2015#artikel-14-regels-voor-bijdrage-in-de-kosten-van-algemene-voorzieningen-en-maatwerkvoorzieningen">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-voorzieningen-maatschappelijke-ondersteuning-Steenbergen-2015#artikel-22-hardheidsclausule">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://steenbergen.regelingenbank.nl/regelingen/Verordening-voorzieningen-maatschappelijke-ondersteuning-Steenbergen-2015#artikel-24-intrekking-oude-verordening-en-overgangsrecht">Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-04-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>BM1402460</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van Steenbergen,</al><al>gelet op artikel 2.1.4, 2.1.5, 2.3.6, 2.3.10, van de Wet maatschappelijke
                        ondersteuning 2015 en de hierbij behorende nadere regelen en artikel 11,
                        artikel 14, artikel 22 en artikel 24 van de Verordening voorzieningen
                        maatschappelijke ondersteuning Steenbergen 2015</al><al>besluiten vast te stellen het volgende:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 1.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1. Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit besluit de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                                onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.</al></li><li nr="b."><al>College: College van burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="c."><al>Aanbieder: Een persoon of rechtspersoon als bedoeld in
                                        artikel 1.1.1 van de wet.</al></li><li nr="d."><al>Bijdrage: Bijdrage als bedoeld in artikel 2.1.4, eerste lid,
                                        van de wet.</al></li><li nr="e."><al>Cliënt: Een persoon als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                        wet.</al></li><li nr="f."><al>Eigen bijdrage: Een door het college vast te stellen
                                        bijdrage, die bij de verstrekking van een voorziening in
                                        natura of in de vorm van een persoonsgebonden budget, voor
                                        rekening van de cliënt of zijn ouder(s)/verzorger(s) komt.
                                        De hoogte van de eigen bijdrage is inkomensafhankelijk en
                                        wordt bepaald en geïnd door het Centraal Administratie
                                        Kantoor (CAK).</al></li><li nr="g."><al>Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke
                                        ondersteuning: Het door het College op grond van de
                                        verordening vastgestelde regels, omvattende het geheel van
                                        verstrekkingen en bedragen, welke in het kader van de Wmo
                                        kunnen worden verstrekt.</al></li><li nr="h."><al>Herzien: Gedeeltelijk intrekken primair besluit;
                                        terugwerkende kracht.</al></li><li nr="i."><al>Inkomen: Het verzamelinkomen.</al></li><li nr="j."><al>Intrekken: Volledig intrekken primair besluit; terugwerkende
                                        kracht.</al></li><li nr="k."><al>Kostprijs: Huurtarief, koopbedrag en/of uurtarief welke het
                                        College betaalt voor een maatwerkvoorziening aan de
                                        leverancier of gecontracteerde aanbieder. Deze tarieven zijn
                                        opgenomen in de contracten welke met de leverancier of
                                        gecontracteerde aanbieder zijn afgesloten.</al></li><li nr="l."><al>Maatschappelijke ondersteuning: Ondersteuning als bedoeld in
                                        artikel 1.1.1 van de wet.</al></li><li nr="m."><al>Maatwerkvoorziening: Voorziening als bedoeld in artikel
                                        1.1.1 van de wet. Onder een maatwerkvoorziening wordt
                                        verstaan: Voorziening en ondersteuning. Deze kunnen zowel in
                                        natura als pgb worden verstrekt.</al></li><li nr="n."><al>Natura: Een voorziening of ondersteuning wordt rechtstreeks
                                        afgenomen van gecontracteerde aanbieders en aan de cliënt
                                        verstrekt. Het college betaalt aan de aanbieders.</al></li><li nr="o."><al>Onderhoud: Alle noodzakelijke werkzaamheden die nodig zijn
                                        om een voorziening bruikbaar voor de cliënt te houden.
                                        Reparaties als gevolg van bijvoorbeeld aanrijding en
                                        onzorgvuldig gebruik zijn hiervan uitgesloten.</al></li><li nr="p."><al>Ondersteuning: Vorm van een maatwerkvoorziening. Betreft
                                        niet-fysieke goederen in de vorm van persoonlijke
                                        dienstverlening (diensten). Bijvoorbeeld hulp bij het
                                        huishouden.</al></li><li nr="q."><al>Participatie: Participatie als bedoeld in artikel 1.1.1 van
                                        de wet.</al></li><li nr="r."><al>Pgb: Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 1.1.1
                                        van de wet.</al></li><li nr="s."><al>Resultaat: Hetgeen bereikt kan worden om de zelfredzaamheid
                                        en/of participatie te behouden of te vergroten.</al></li><li nr="t."><al>SVB: Sociale Verzekeringsbank.</al></li><li nr="u."><al>Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning: Landelijk
                                        besluit maatschappelijke ondersteuning op basis van de
                                        Wet.</al></li><li nr="v."><al>Verordening: Verordening voorzieningen maatschappelijke
                                        ondersteuning Steenbergen 2015.</al></li><li nr="w."><al>Verzamelinkomen: Het totaal aan inkomen uit Box 1, 2 en 3
                                        van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001.</al></li><li nr="x."><al>Voorziening: Vorm van een maatwerkvoorziening. Betreft
                                        fysieke goederen welke in eigendom, in bruikleen of in huur
                                        worden verstrekt. Bijvoorbeeld een rolstoel.</al></li><li nr="y."><al>Zelfredzaamheid: Als bedoeld in artikel 1.1.1 van de
                                        wet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 2.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2. Verstrekking persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Een cliënt die een maatwerkvoorziening krijgt toegekend, heeft als
                                aan de voorwaarden zoals aangegeven in artikel 2.3.6, lid 2, van de
                                wet, wordt voldaan, het recht om te kiezen voor een pgb.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3. Persoonsgebonden budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het pgb voor een maatwerkvoorziening bestaat uit een
                                        vergoeding van de in aanmerking komende kosten. Hierbij
                                        wordt uitgegaan van de goedkoopst adequate
                                        maatwerkvoorziening in natura.</al></li><li nr="2."><al>Bij de verstrekking van een pgb stelt de gemeente een
                                        programma van eisen voor de maatwerkvoorziening op.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4. Persoonsgebonden budget voorzieningen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Om de hoogte van het pgb vast te kunnen stellen, dienen er
                                        offertes met betrekking tot de voorziening te worden
                                        aangeleverd door cliënt.</al></li><li nr="2."><al>De offertes dienen te voldoen aan het door het college
                                        opgestelde programma van eisen.</al></li><li nr="3."><al>De goedkoopste offerte komt in aanmerking voor
                                        vergoeding.</al></li><li nr="4."><al>Er wordt uitgegaan van een periode van zeven jaar voor het
                                        gebruik van een voorziening. Deze periode is gebaseerd op de
                                        technische afschrijving zoals gehanteerd door leverancier
                                        van een voorziening in natura.</al></li><li nr="5."><al>Indien de voorziening na een periode van zeven jaar nog niet
                                        technisch is afgeschreven, wordt geen nieuw pgb ten behoeve
                                        van de aanschaf van een nieuwe voorziening verstrekt. Als
                                        reparatie en/of aanpassing van de voorziening noodzakelijk
                                        en/of voldoende is om de voorziening geschikt te
                                        houden/maken voor cliënt, verstrekt het college slechts die
                                        kosten die noodzakelijk zijn om de voorziening geschikt te
                                        houden/maken voor cliënt.</al></li><li nr="6."><al>Daar waar opgenomen in het (toekennings)besluit dient cliënt
                                        zorg te dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor
                                        schade die door het gebruik van de voorziening aan derden
                                        kan ontstaan.</al></li><li nr="7."><al>Daar waar opgenomen in het (toekennings)besluit dient cliënt
                                        zorg te dragen voor een onderhoudscontract met de
                                        leverancier van de voorziening.</al></li><li nr="8."><al>Het pgb voor een voorziening is ten hoogste de kostprijs per
                                        periode van de voorziening als deze in natura zou worden
                                        verstrekt, vermenigvuldigd met 91 perioden (zeven jaar maal
                                        dertien perioden). Deze periode is gebaseerd op de
                                        technische afschrijving van een voorziening in natura,
                                        namelijk zeven jaar. In de kostprijs (huurbedrag voorziening
                                        in natura per periode) zijn onderhoud, reparatie en
                                        verzekering opgenomen.</al></li><li nr="9."><al>Indien cliënt een voorziening aanschaft welke goedkoper is
                                        dan het op basis van lid 8 van dit artikel berekende pgb,
                                        vergoedt het college alleen de werkelijk gemaakte kosten van
                                        de aanschaf van de voorziening, eventueel aangevuld met
                                        kosten voor: </al><lijst><li nr="a."><al>Individuele aanpassingen.</al></li><li nr="b."><al>Onderhoud, reparatie en/of verzekering van de
                                                voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="tot"><al>een maximum van het per besluit toegekende bedrag.</al></li><li nr="10."><al>Er komen geen andere kosten dan genoemd in dit besluit in
                                        aanmerking voor vergoeding.</al></li><li nr="11."><al>Voor voorzieningen ten behoeve van sporten gelden afwijkende
                                        termijnen, zie artikel 19 van dit besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5. Persoonsgebonden budget ondersteuning</titel></kop><al>Huishoudelijke werkzaamheden</al><lijst><li nr="1."><al>Het pgb voor de maatwerkvoorziening ten behoeve van
                                        ondersteuning bij huishoudelijke werkzaamheden, wordt
                                        verstrekt in de vorm van een bedrag per uur. Hiervoor wordt
                                        een bedrag van € 17,50 per uur beschikbaar gesteld aan
                                        cliënt.</al></li><li nr="2."><al>Indien cliënt met het pgb de maatwerkvoorziening ten behoeve
                                        van ondersteuning bij huishoudelijke werkzaamheden af wil
                                        nemen van een professionele ondersteuningsverlener of
                                        -aanbieder, dan kan een pgb worden verstrekt van maximaal €
                                        21,50 per uur. </al><al>Begeleiding</al></li><li nr="3."><al>Bij de maatwerkvoorziening ten behoeve van begeleiding
                                        individueel en groep zijn er drie categorieën, te weten:
                                        Licht, midden en zwaar. </al><lijst><li nr="a."><al>Indien de cliënt met het pgb de maatwerkvoorziening
                                                ten behoeve van begeleiding individueel en/of groep
                                                af wil nemen van een niet- professionele
                                                ondersteuningsverlener of -aanbieder, dan wordt een
                                                pgb verstrekt in de vorm van een bedrag per periode
                                                ter hoogte van: </al><table><tgroup cols="3"><thead><row><entry colname="col1"><al>Categorie</al></entry><entry colname="col2"><al>Begeleiding</al></entry><entry colname="col3"><al>Begeleiding</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>individueel per periode</al></entry><entry colname="col3"><al>groep per periode</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Licht</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 165,60</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 263,45</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Midden</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 339,40</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 393,60</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zwaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Offerte met een maximum uurtarief van €
                                                  20,00</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 618,75</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li><li nr="b."><al>Indien de cliënt met het pgb de maatwerkvoorziening
                                                ten behoeve van begeleiding individueel en/of groep
                                                af wil nemen van een professionele
                                                ondersteuningsverlener of -aanbieder, dan wordt een
                                                pgb verstrekt in de vorm van een bedrag per periode
                                                ter hoogte van:</al><table><tgroup cols="3"><thead><row><entry colname="col1"><al>Categorie</al></entry><entry colname="col2"><al>Begeleiding</al></entry><entry colname="col3"><al>Begeleiding</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>individueel per periode</al></entry><entry colname="col3"><al>groep per periode</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Licht</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 399,01</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 584,90</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Midden</al></entry><entry colname="col2"><al>€ 817,78</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 860,20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Zwaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Offerte met een maximum uurtarief van €
                                                  42,50</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1.205,58</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij de maatwerkvoorziening ten behoeve van begeleiding
                                        individueel en/of groep kan er sprake zijn van kortdurend
                                        verblijf. Voor kortdurend verblijf wordt als voorwaarde
                                        gesteld dat dit slechts kan worden toegekend indien er
                                        sprake is van een professionele ondersteuningsverlener of
                                        -aanbieder. Hiervoor wordt een bedrag van € 450,00 per
                                        etmaal beschikbaar gesteld aan de cliënt.</al></li><li nr="5."><al>Bij de maatwerkvoorziening ten behoeve van begeleiding groep
                                        kan er sprake zijn van vervoer van en naar de
                                        behandellocatie van de professionele ondersteuningsverlener
                                        of -aanbieder. Hiervoor wordt een bedrag beschikbaar gesteld
                                        aan de cliënt van: </al><lijst><li nr="a."><al>€ 8,24 per 24 uur wanneer er geen sprake is van
                                                rolstoelvervoer.</al></li><li nr="b."><al>€ 19,90 per 24 uur wanneer er sprake is van
                                                rolstoelvervoer.</al></li></lijst></li></lijst><al>Beschermd wonen</al><lijst><li nr="6."><al>Bij de maatwerkvoorziening ten behoeve van ondersteuning bij
                                        het wonen (beschermd wonen) zijn er drie categorieën, te
                                        weten: Licht, midden en zwaar. Daarnaast is er een verdeling
                                        in: Zonder begeleiding groep, met begeleiding groep en met
                                        begeleiding groep en vervoer. Het pgb voor de
                                        maatwerkvoorziening ten behoeve van beschermd wonen wordt
                                        verstrekt in de vorm van een bedrag per maand ter hoogte
                                        van: </al><table><tgroup cols="3"><thead><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Categorie</al></entry><entry colname="col3"><al>Beschermd wonen per maand</al></entry></row></thead><tbody><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Licht</al></entry><entry colname="col2"><al>Zonder begeleiding groep</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 2.867,58</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Met begeleiding groep</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.678,50</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Met begeleiding groep en vervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.775,33</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Midden</al></entry><entry colname="col2"><al>Zonder begeleiding groep</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.543,92</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Met begeleiding groep</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.354,83</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Met begeleiding groep en vervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.451,67</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" morerows="2"><al>Zwaar</al></entry><entry colname="col2"><al>Zonder begeleiding groep</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3.812,25</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Met begeleiding groep</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.623,17</al></entry></row><row><entry colname="col2"><al>Met begeleiding groep en vervoer</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 4.720,00</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Wanneer de cliënt in een wooninitiatief woont, wordt het pgb, op
                                        jaarbasis, opgehoogd met een extra toeslag van € 4.000,00.
                                        Deze toeslag is reeds verwerkt in bovenstaande
                                        bedragen.</al><al>Voor de overgangscliënten die een maatwerkvoorziening ten behoeve
                                        van ondersteuning bij wonen (beschermd wonen) in pgb
                                        ontvangen maar geen gebruik maken van een wooninitiatief,
                                        wordt de jaarlijkse extra toeslag van € 4.000,00 in
                                        mindering gebracht op het pgb, i.c. € 333,33 per maand.</al><al>Voor pgb ten behoeve van ondersteuning bij het wonen (beschermd
                                        wonen) wordt, voor de niet-overgangscliënten, als voorwaarde
                                        gesteld dat dit slechts kan worden toegekend indien er
                                        sprake is van een professionele ondersteuningsverlener of
                                        –aanbieder, de cliënt maakt gebruik van een wooninitiatief.
                                        Dit in verband met de vaak complexe en kwetsbare situatie
                                        waarin de cliënt voor beschermd wonen zich bevindt. </al></li></lijst><al>Algemeen</al><lijst><li nr="7."><al>Bij het verlenen van het pgb voor de maatwerkvoorziening ten
                                        behoeve van ondersteuning bij huishoudelijke werkzaamheden,
                                        begeleiding en wonen, worden cliënt in ieder geval de
                                        onderstaande verplichtingen opgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>In geval er sprake is van een schriftelijke
                                                overeenkomst met een professionele
                                                ondersteuningsverlener of -aanbieder, beschikt de
                                                professionele ondersteuningsverlener over een
                                                relevant diploma of heeft een overeenkomst met een
                                                professionele ondersteuningsaanbieder.</al></li><li nr="b."><al>De ondersteuning die cliënt inkoopt, is kwalitatief
                                                verantwoord en vergelijkbaar met de ondersteuning
                                                zoals deze door de, door de Gemeente Steenbergen
                                                gecontracteerde ondersteuningsaanbieders voor
                                                ondersteuning in natura, wordt geboden op grond van
                                                artikel 15, lid 1 en 2 van de verordening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6. Sociale Verzekeringsbank</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De SVB stelt ten behoeve van ondersteuning in pgb een
                                        zorgovereenkomst ter beschikking. Indien de cliënt zelf een
                                        zorgovereenkomst opstelt, dient deze te voldoen aan de
                                        punten zoals opgenomen in de zorgovereenkomst van de
                                        SVB.</al></li><li nr="2."><al>In geval het pgb ondersteuning betreft, dient de cliënt bij
                                        de SVB een zorgovereenkomst in te dienen. Wanneer de
                                        zorgovereenkomst niet of onvolledig wordt ingediend, wordt
                                        het pgb niet uitgekeerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7. Uitbetaling pgb</titel></kop><al>Voorzieningen</al><lijst><li nr="1."><al>Uitbetaling van het pgb door het college vindt plaats na
                                        verzending van het besluit door het college en na ontvangst
                                        van de offerte van de voorziening door het college. </al><al>Ondersteuning</al></li><li nr="2."><al>De uitbetaling van het pgb voor ondersteuning vindt plaats
                                        via de SVB na: </al><lijst><li nr="a."><al>Verzending van het besluit door het college, en</al></li><li nr="b."><al>Ontvangst door de SVB van een door de cliënt
                                                volledig ingevulde zorgovereenkomst, en</al></li><li nr="c."><al>Ontvangst door de SVB van een door de cliënt
                                                volledig ingevulde verantwoording van het besteedde
                                                pgb.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Indien uitbetaling van pgb voor ondersteuning door de SVB
                                        wordt gemandateerd aan het college, vindt uitbetaling plaats
                                        door het college na: </al><lijst><li nr="a."><al>Verzending van het besluit door het college, en</al></li><li nr="b."><al>Ontvangst door het college van een door de cliënt
                                                volledig ingevulde zorgovereenkomst, en</al></li><li nr="c."><al>Ontvangst door het college een door de cliënt
                                                volledig ingevulde verantwoording van het besteedde
                                                pgb.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 8. Besteding persoonsgebonden budget</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het pgb dient na verzending van het besluit uitsluitend te
                                        worden besteed aan de inkoop van een maatwerkvoorziening: </al><lijst><li nr="a."><al>Welke voldoet aan het in het besluit opgestelde
                                                programma van eisen, en</al></li><li nr="b."><al>Welke voldoet aan de in artikel 15, lid 1 en lid 2
                                                van de verordening gestelde eisen, en</al></li><li nr="c."><al>Waarmee de te bereiken resultaten worden
                                                behaald.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De eigen bijdrage mag niet vanuit het pgb worden
                                        betaald.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9. Verantwoording persoonsgebonden budget</titel></kop><al>De verantwoording vindt plaats op grond van artikel 11 van de
                                verordening.</al><al>Voorzieningen</al><al>Verantwoording van het pgb voor een voorziening door de cliënt aan
                                het college vindt plaats binnen drie maanden na dagtekening van het
                                besluit en omvat minimaal:</al><lijst><li nr="1."><al>Een factuur van de voorziening bij aanschaf van een
                                        voorziening of een huur- of leaseovereenkomst bij huur/lease
                                        van een voorziening. Uit de factuur of huur- of
                                        leaseovereenkomst moet kunnen worden opgemaakt dat: </al><lijst><li nr="a."><al>Met de aan te schaffen voorziening is voldaan aan
                                                het programma van eisen, en</al></li><li nr="b."><al>Met de aan te schaffen voorziening wordt voldaan aan
                                                de in artikel 15, lid 1 en 2 van de verordening,
                                                gestelde eisen, en</al></li><li nr="c."><al>De te bereiken resultaten, waarvoor het pgb is
                                                verstrekt, met de voorziening worden behaald.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Daar waar opgenomen in het (toekennings)besluit een door
                                        cliënt afgesloten verzekerings-, onderhouds- en
                                        servicecontract.</al></li></lijst><al>Ondersteuning</al><al>Verantwoording van het pgb voor ondersteuning vindt plaats door
                                middel van een door de SVB beschikbaar gesteld formulier waarbij de
                                in het formulier opgenomen gegevens dienen te worden vermeld. De SVB
                                beoordeelt of het door de cliënt gedeclareerde pgb overeenkomt met
                                het verstrekte pgb.</al><al>Het college vraagt (aanvullend) verantwoording voor de besteding van
                                het pgb op:</al><lijst><li nr="1."><al>Indien daar naar aanleiding van de declaratie/verantwoording
                                        (bij de SVB en/of het college) van het pgb door de cliënt
                                        reden toe bestaat. Hierbij wordt beoordeeld of wordt voldaan
                                        aan de voorwaarden gesteld in artikel 6 van dit besluit
                                        (bijvoorbeeld bij discrepantie tussen het gedeclareerde en
                                        het verstrekte pgb). De cliënt zal worden verzocht andere
                                        gegevens zoals bijvoorbeeld een bankafschrift te overleggen
                                        aan het college ten behoeve van de controle van de
                                        verantwoording.</al></li><li nr="2."><al>In alle overige gevallen dient de cliënt op verzoek van het
                                        college een verantwoording van het pgb te kunnen overleggen.
                                        Dit zal steekproefsgewijs plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10. Controle persoonsgebonden budget</titel></kop><al>Bij uitbetaling van een pgb, ontvangst van de verantwoording of
                                indien daar aanleiding toe bestaat gedurende de looptijd van de
                                voorziening, wordt door het college gecontroleerd of:</al><lijst><li nr="1."><al>Het pgb voor de maatwerkvoorziening is of nog wordt besteed
                                        aan het doel waarvoor deze verstrekt is, en</al></li><li nr="2."><al>De maatwerkvoorziening (nog) voldoet aan het opgestelde
                                        programma van eisen, en</al></li><li nr="3."><al>Met de maatwerkvoorziening het te bereiken resultaat is of
                                        nog wordt behaald, en</al></li><li nr="4."><al>De verantwoording voor de maatwerkvoorziening binnen de
                                        daarvoor in artikel 11 van de verordening en artikel 9 van
                                        dit Besluit genoemde termijn is ingediend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11. Terugvordering maatwerkvoorziening pgb</titel></kop><al>Het college zal op grond van de bepalingen zoals opgenomen in
                                artikel 16, lid 4 van de verordening in ieder geval besluiten een
                                maatwerkvoorziening geheel of ten dele terug te vorderen of te
                                verrekenen. Daarnaast zal onder meer worden overgegaan tot
                                terugvordering indien uit controle van het pgb of de
                                maatwerkvoorziening in natura blijkt dat:</al><lijst><li nr="1."><al>Niet is of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld in artikel 9 van de verordening.</al></li><li nr="2."><al>Niet is of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld in artikel 15, lid 1 en 2 van de verordening.</al></li><li nr="3."><al>Niet is of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld in artikel 9 van dit besluit.</al></li><li nr="4."><al>Niet is verantwoord binnen de daarvoor in artikel 11 van de
                                        verordening genoemde termijn.</al></li><li nr="5."><al>Het budget niet is of wordt besteed aan het doel waarvoor
                                        deze is verstrekt en/of het te bereiken resultaat niet
                                        behaald is.</al></li><li nr="6."><al>Indien na onderzoek blijkt dat er wel sprake is van een
                                        noodzaak tot compensatie vanuit de Wmo zal aan cliënt een
                                        voorziening in natura worden toegekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12. Terugvordering geldswaarde maatwerkvoorziening in
                                    natura</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ingeval het recht op de verstrekte maatwerkvoorziening
                                            <onderstreept>volledig</onderstreept> is ingetrokken,
                                        worden de gemaakte kosten met betrekking tot de inzet van
                                        deze maatwerkwerkvoorziening teruggevorderd. De
                                        terugvordering heeft betrekking op de kosten die gemaakt
                                        zijn vanaf het moment van het intrekken van de
                                        maatwerkvoorziening (met terugwerkende kracht vanaf
                                        toekenning maatwerkvoorziening) tot aan het moment dat de
                                        maatwerkvoorziening daadwerkelijk is stopgezet.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer er sprake is van een herziening waarbij een
                                        maatwerkvoorziening
                                            <onderstreept>gedeeltelijk</onderstreept> wordt
                                        ingetrokken, wordt naar rato teruggevorderd voor de periode
                                        dat cliënt op basis van de regelgeving onterecht gebruik
                                        heeft gemaakt van de maatwerkvoorziening. Voor de periode
                                        dat de cliënt terecht de maatwerkvoorziening heeft
                                        ontvangen, wordt er niet teruggevorderd.</al></li><li nr="3."><al>Ingeval het recht op een maatwerkvoorziening in eigendom,
                                        welke niet heringezet kan worden, wordt stopgezet, worden
                                        alle door het college gemaakte kosten met betrekking tot de
                                        inzet van deze maatwerkvoorziening op de cliënt
                                        teruggevorderd (i.c. de nieuwwaarde van de
                                        maatwerkvoorziening bij verstrekking).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13. Eigen bijdrage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De maximale eigen bijdrage met betrekking tot ondersteuning
                                        zowel in natura als pgb (uitgezonderd beschermd wonen, zie
                                        lid 7) wordt per periode van vier weken vastgesteld aan de
                                        hand van artikel 3.8 t/m 3.10 van de AMvB[1] en geheven
                                        gedurende de gehele looptijd van de indicatie.</al></li><li nr="2."><al>De maximale eigen bijdrage voor een in eigendom verstrekte
                                        voorziening in pgb (uitgezonderd woonvoorziening, zie lid 3)
                                        wordt per periode van vier weken vastgesteld aan de hand van
                                        de in artikel 3.8 t/m 3.10 van de AMvB en gedurende een
                                        periode van zeven jaar opgelegd en geïnd. Uitzondering
                                        hierop is de sportvoorziening; hierbij wordt de eigen
                                        bijdrage gedurende een periode van vijf jaar opgelegd en
                                        geïnd.</al></li><li nr="3."><al>De maximale eigen bijdrage voor een in eigendom verstrekte
                                        woonvoorziening (zowel in natura als pgb) wordt per periode
                                        van vier weken vastgesteld aan de hand van de in artikel 3.8
                                        t/m 3.10 van de AMvB en gedurende het gebruik van de
                                        voorziening opgelegd en geïnd totdat de kostprijs is
                                        bereikt.</al></li><li nr="4."><al>De maximale eigen bijdrage voor een in bruikleen verstrekte
                                        voorziening wordt per periode van vier weken vastgesteld aan
                                        de hand van de in artikel 3.8 t/m 3.10 van de AMvB en
                                        gedurende het gebruik van de voorziening opgelegd en
                                        geïnd.</al></li><li nr="5."><al>De maximale eigen bijdrage voor een voorziening die van
                                        niet-bouwkundige of van woningtechnische aard is en in
                                        bruikleen wordt verstrekt, wordt per periode van vier weken
                                        vastgesteld aan de hand van de in artikel 3.8 t/m 3.10 van
                                        de AMvB en wordt gedurende het gebruik van de voorziening
                                        opgelegd en geïnd.</al></li><li nr="6."><al>Op grond van artikel 2.1.5 van de Wet is bij minderjarigen
                                        de eigen bijdrage voor woonvoorzieningen verschuldigd door
                                        de onderhoudsplichtige ouders.</al></li><li nr="7."><al>De maximale eigen bijdrage met betrekking tot ondersteuning
                                        bij het wonen (beschermd wonen, zowel in natura als pgb)
                                        wordt per maand vastgesteld aan de hand van artikel 3.11 t/m
                                        3.19 van de AMvB en geheven gedurende de gehele looptijd van
                                        de indicatie.</al></li><li nr="8."><al>Bij het opleggen van een eigen bijdrage voor ondersteuning
                                        bij het wonen (beschermd wonen) dient er voor te worden
                                        gezorgd dat de cliënt een bedrag overhoudt ten behoeve van
                                        zak- en kleedgeld en geld voor de zorgverzekeringspremie. De
                                        hoogte van dit bedrag wordt bepaald aan de hand van normen
                                        die hiervoor zijn gesteld in de Wet werk en bijstand.</al></li><li nr="9."><al>De berekening, vaststelling en inning van de eigen bijdrage
                                        voor een maatwerkvoorziening wordt (achteraf) verricht door
                                        het CAK.</al></li><li nr="10."><al>De eigen bijdrage voor maatwerkvoorzieningen bedraagt nooit
                                        meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14. Aanvullende eisen persoonsgebonden budget</titel></kop><al>In aanvulling op artikelen 2.3.6 en 2.3.10 van de wet stelt de
                                gemeente Steenbergen aanvullende redenen om niet over te gaan tot de
                                verstrekking van een pgb, te weten:</al><lijst><li nr="1."><al>Er is sprake van schuldsanering (Wet Schuldsanering
                                        Natuurlijke Personen, Gemeentelijke Kredietbank etc.),
                                        tenzij is gewaarborgd dat het pgb wordt ingezet voor de
                                        maatwerkvoorziening.</al></li><li nr="2."><al>Cliënt heeft zich in het verleden bij een eerder verstrekt
                                        pgb niet gehouden aan verplichtingen gesteld aan het pgb
                                        en/of cliënt heeft in het verleden misbruik gemaakt van het
                                        pgb waardoor in beide gevallen het te bereiken resultaat
                                        niet is behaald.</al></li><li nr="3."><al>Indien er sprake is van een dusdanige progressieve
                                        aandoening of wanneer het een kind in de groei betreft,
                                        waarbij te verwachten is dat cliënt de met het pgb aan te
                                        schaffen maatwerkvoorziening niet gedurende de gehele
                                        termijn van zeven jaar kan gebruiken en de
                                        maatwerkvoorziening tussentijds dient te worden
                                        vervangen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 3.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Specifieke bepalingen inzake maatwerkvoorziening: Aard- en
                                nagelvaste voorziening ten behoeve van wonen in een eigen woning of
                                particuliere huurwoning (in eigendom, pgb)</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 15. Kosten aard- en nagelvaste voorziening ten
                                    behoeve van wonen in een eigen woning of particuliere huurwoning
                                    (in eigendom, pgb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De kosten voor een aard- en nagelvaste voorziening ten
                                        behoeve van wonen worden vastgesteld aan de hand van door de
                                        cliënt opgevraagde offertes bij twee verschillende erkende
                                        leveranciers, opgesteld op basis van het door het college
                                        beschikbaar gestelde programma van eisen.</al></li><li nr="2."><al>Indien cliënt in eigen beheer de aard- en nagelvaste
                                        voorziening ten behoeve van wonen wil plaatsen, komen alleen
                                        de kosten voor de aanschaf van de voorziening in aanmerking
                                        voor vergoeding: </al><lijst><li nr="a."><al>Het te vergoeden bedrag wordt vastgesteld aan de
                                                hand van twee offertes.</al></li><li nr="b."><al>De offertes dienen te voldoen aan het opgestelde
                                                programma van eisen.</al></li><li nr="c."><al>De goedkoopste offerte komt in aanmerking voor
                                                vergoeding.</al></li><li nr="d."><al>Er wordt geen vergoeding verstrekt ten behoeve van
                                                het plaatsen van de voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De door cliënt daadwerkelijk gemaakte kosten van onderhoud,
                                        keuring en reparatie van een eerder op grond van de Wmo of
                                        daaraan voorafgaande regelingen verstrekte aard- en
                                        nagelvaste voorziening ten behoeve van wonen komen na
                                        vaststelling door het college van de noodzaak voor
                                        onderhoud, keuring en reparatie, voor vergoeding in
                                        aanmerking.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan de offerte en/of factuur laten beoordelen
                                        door een terzake doende deskundige (intern en/of
                                        extern).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 16. Uitbetaling kosten aard- en nagelvaste
                                    voorziening ten behoeve van wonen in een eigen woning of
                                    particuliere huurwoning (in eigendom, pgb)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het uitbetalen van de kosten voor een aard- en nagelvaste
                                        voorziening ten behoeve van wonen vindt plaats na: </al><lijst><li nr="a."><al>Uitvoering van de werkzaamheden.</al></li><li nr="b."><al>Ontvangst van de factuur door het college.</al></li><li nr="c."><al>Controle en goedkeuring van de uitgevoerde
                                                werkzaamheden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Ten behoeve van het uitbetalen van de kosten voor een aard-
                                        en nagelvaste voorziening ten behoeve van wonen dient de
                                        verantwoording binnen de hieronder genoemde termijnen na
                                        dagtekening van het besluit te worden ingestuurd: </al><lijst><li nr="a."><al>Kosten minder dan € 20.000,00: zes maanden.</al></li><li nr="b."><al>Kosten vanaf € 20.000,00: twaalf maanden.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Alleen de daadwerkelijk gemaakte kosten ten behoeve van de
                                        werkzaamheden verbandhoudend met het programma van eisen
                                        worden vergoed, tot een maximum van de op basis van de
                                        offerte vastgestelde maximum vergoeding.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 4.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Specifieke bepalingen inzake collectief vraagafhankelijk
                                vervoer</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 17. Collectief vraagafhankelijk vervoer (CVV)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Cliënt aan wie de voorziening CVV is toegekend, is een
                                        betaling verschuldigd, per gereisde zone, voor het vervoer
                                        van het CVV. Het tarief per zone is gebaseerd op het
                                        reizigerstarief van het openbaar vervoer tot een afstand van
                                        maximaal vijf zones. De cliënt is vanaf de zesde zone het
                                        kostprijsdekkende tarief verschuldigd.</al></li><li nr="2."><al>Cliënt kan op twee verschillende manieren begeleiding
                                        ontvangen bij gebruik van het CVV: </al><lijst><li nr=""><al>• Sociale begeleiding.</al></li><li nr=""><al>• Verplichte begeleiding.</al></li></lijst></li><li nr="Een"><al>sociaal begeleider (zonder medisch geïndiceerde noodzaak)
                                        kan tegen 2x Wmo-tarief gebruik maken van het CVV. Indien
                                        het medisch gezien noodzakelijk is dat cliënt begeleid wordt
                                        bij het gebruik van de Deeltaxi, worden voor de begeleider
                                        géén kosten in rekening gebracht. Indien iemand geïndiceerd
                                        is voor verplichte begeleiding en cliënt wil zonder
                                        begeleider reizen, dan zal dit geweigerd worden, omdat de
                                        chauffeur hierin geen verantwoordelijkheid kan en mag
                                        dragen.</al></li><li nr="3."><al>De betaling van de cliënt wordt door de vervoerder in
                                        ontvangst genomen, in naam van de gemeente die het vervoer
                                        aanbiedt.</al></li><li nr="4."><al>Voor CVV is het aantal te reizen kilometers gemaximaliseerd
                                        tot 1500 – 2000 kilometer op jaarbasis. Dit voldoet in
                                        beginsel aan de ondergrens voor lokale verplaatsingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18. Alternatief voor collectief vraagafhankelijk
                                    vervoer (cvv)</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan de cliënt, die medische belemmeringen ondervindt bij het
                                        gebruik van het cvv verstrekt het college een alternatieve
                                        voorziening: </al><lijst><li nr="b."><al>Voor gebruik taxi € 991,- per jaar, met dien
                                                verstande dat de tegemoetkoming niet meer dan 1,5
                                                maal een enkele voorziening bedraagt, indien de
                                                vervoersbehoefte van de echtgenoot niet
                                                samenvalt.</al></li><li nr="c."><al>Voor gebruik rolstoeltaxi € 1.487,- per jaar.</al></li><li nr="d."><al>Voor gebruik taxi € 496,- per jaar in combinatie met
                                                gebruik van een scootmobiel, handbike (of tracker),
                                                driewielfiets of ander verplaatsingsmiddel met een
                                                gelijkwaardige actieradius als de in dit lid
                                                genoemde verplaatsingsmiddelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de cliënt, die nog beschikt over een, op grond van de
                                        Algemene Arbeidsongeschiktheidswet verstrekte bruikleenauto,
                                        bedraagt de vergoeding maximaal € 614,- per jaar.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 5.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Specifieke bepalingen inzake sportvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19. Persoonsgebonden budget voor voorziening ten
                                    behoeve van sporten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het pgb voor een voorziening ten behoeve van sporten is ten
                                        hoogste de kostprijs per periode van de voorziening als deze
                                        in natura zou worden verstrekt, vermenigvuldigd met 65
                                        perioden (vijf jaar maal dertien perioden). Deze periode is
                                        gebaseerd op de technische afschrijving van een voorziening
                                        ten behoeve van het sporten in natura, namelijk vijf jaar.
                                        In de kostprijs (huurbedrag voorziening in natura per
                                        periode) zijn onderhoud, reparatie en verzekering
                                        opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Indien cliënt een voorziening ten behoeve van sporten
                                        aanschaft welke goedkoper is dan het op basis van lid 3 van
                                        dit artikel berekende pgb, vergoedt het college alleen de
                                        werkelijk gemaakte kosten van de aanschaf van de
                                        voorziening, eventueel aangevuld met kosten voor: </al><lijst><li nr="a."><al>Individuele aanpassingen.</al></li><li nr="b."><al>Onderhoud, reparatie en/of verzekering van de
                                                voorziening.</al></li></lijst></li><li nr="tot"><al>een maximum van het per besluit toegekende bedrag.</al></li><li nr="3."><al>Daar waar opgenomen in het (toekennings)besluit dient cliënt
                                        zorg te dragen voor een aansprakelijkheidsverzekering voor
                                        schade die door het gebruik van de voorziening aan derden
                                        kan ontstaan.</al></li><li nr="4."><al>Daar waar opgenomen in het (toekennings)besluit dient cliënt
                                        zorg te dragen voor een onderhoudscontract met de
                                        leverancier van de voorziening.</al></li><li nr="5."><al>Indien de voorziening na een periode van vijf jaar nog niet
                                        technisch is afgeschreven, wordt geen nieuw pgb ten behoeve
                                        van de aanschaf van een nieuwe voorziening verstrekt. Als
                                        reparatie en/of aanpassing van de voorziening noodzakelijk
                                        en/of voldoende is om de voorziening geschikt te
                                        houden/maken voor cliënt, verstrekt het college slechts die
                                        kosten die noodzakelijk zijn om de voorziening geschikt te
                                        houden/maken voor cliënt.</al></li><li nr="6."><al>Van cliënt wordt verwacht dat hij zorgvuldig met de
                                        voorziening ten behoeve van sporten omgaat en onnodige
                                        schade en slijtage voorkomt.</al></li><li nr="7."><al>Er komen geen andere kosten dan genoemd in dit artikel in
                                        aanmerking voor vergoeding.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 20. Uitbetaling persoonsgebonden budget voor
                                    voorziening ten behoeve van sporten</titel></kop><al>Uitbetaling van het pgb door het college vindt plaats na verzending
                                van het besluit door het college en na ontvangst van de offerte van
                                de voorziening door het college.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21. Verantwoording en controle persoonsgebonden
                                    budget voor voorziening ten behoeve van sporten</titel></kop><al>Verantwoording van het pgb door de cliënt aan het college voor een
                                voorziening ten behoeve van sporten, vindt plaats binnen drie
                                maanden na dagtekening van het besluit en omvat minimaal:</al><lijst><li nr="1."><al>Een factuur van de voorziening bij aanschaf van een
                                        voorziening of een huur- of leaseovereenkomst bij huur/lease
                                        van een voorziening. Uit de factuur of huur- of
                                        leaseovereenkomst moet kunnen worden opgemaakt dat: </al><lijst><li nr="a."><al>Met de aan te schaffen voorziening voor sporten is
                                                voldaan aan het programma van eisen.</al></li><li nr="b."><al>De te bereiken resultaten worden behaald waarvoor
                                                het pgb is verstrekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een door cliënt afgesloten verzekerings-, onderhouds- en
                                        servicecontract.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22. Terugvordering persoonsgebonden budget voor
                                    voorziening ten behoeve van sporten</titel></kop><al>Het college zal op grond van artikel 16 van de verordening in ieder
                                geval besluiten het pgb voor een voorziening ten behoeve van sporten
                                geheel of ten dele terug te vorderen. Daarnaast zal onder meer
                                worden overgegaan tot terugvordering indien uit controle van het pgb
                                blijkt dat:</al><lijst><li nr="1."><al>Niet is (of niet meer wordt) voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld in artikel 9 van de verordening.</al></li><li nr="2."><al>Niet is of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld in artikel 15, lid 1 en 2 van de verordening.</al></li><li nr="3."><al>Niet is of niet meer wordt voldaan aan de voorwaarden
                                        gesteld in artikel 21 van dit besluit.</al></li><li nr="4."><al>Niet is verantwoord binnen de daarvoor in artikel 11 van de
                                        verordening genoemde termijn.</al></li><li nr="5."><al>Het budget niet is of wordt besteed aan het doel waarvoor
                                        deze is verstrekt en/of het te bereiken resultaat niet
                                        behaald is.</al></li><li nr="6."><al>Indien na onderzoek blijkt dat er wel sprake is van een
                                        noodzaak tot compensatie vanuit de Wmo zal aan cliënt een
                                        voorziening in natura worden toegekend.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>HOOFDSTUK 6.</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 23. Aanpassen van bedragen</titel></kop><al>De genoemde bedragen kunnen worden aangepast, indien de indexeringen
                                daartoe aanleiding geven.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 24. Hardheidsclausule</titel></kop><al>In bijzondere gevallen kan ten gunste van de belanghebbende worden
                                afgeweken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald,
                                indien strikte toepassing daarvan tot onbillijkheden van overwegende
                                aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 25. Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit besluit kan worden aangehaald als: ‘Financieel besluit
                                        voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Steenbergen
                                        2015’.</al></li><li nr="2."><al>Het ‘Financieel besluit voorzieningen maatschappelijke
                                        ondersteuning Steenbergen 2015’ vaststellen onder
                                        gelijktijdige intrekking van het ‘Financieel Besluit
                                        voorzieningen maatschappelijke Steenbergen ondersteuning
                                        2014’, zoals vastgesteld door het college op 14 januari
                                        2014.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Burgemeester en wethouder gemeente Steenbergen</ondertekening><ondertekening>de secretaris, de burgemeester</ondertekening><ondertekening>R.A.J.M. Bogers, J.A.M. Vos</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al>[1] Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning; hoofdstuk 3. Bijdrage in
                    de kosten van een maatwerkvoorziening of een persoonsgebonden budget</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>