<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352848_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Meerssen</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Meerssen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-80002.html, 24-12-2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=95">Gemeentewet, art. 95 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=96">Gemeentewet, art. 96 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=97">Gemeentewet, art. 97 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">Gemeentewet, art. 147 </dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-11-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders en raadsleden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Meerssen;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11
                        november 2014;</al><al>gelet op de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=95">artikelen 95</extref>, <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=96">96 eerste en tweede lid</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=97">97</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Gemeentewet/article=147">147 van de Gemeentewet</extref>;</al><al>gelet op het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders">Rechtspositiebesluit wethouders</extref> en het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</extref>;</al><al>besluit</al><al>vast te stellen de volgende</al><al>VERORDENING RECHTSPOSITIE WETHOUDERS &amp; RAADSLEDEN 2015</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk I Voorzieningen voor raadsleden</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 1 Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte
                                    reis- en verblijfkosten in verband met reizen buiten het
                                    grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing
                                    van het gemeentebestuur vergoed.</al></li><li nr="2."><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste lid is: </al><lijst><li nr="a."><al>Voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan het
                                            overeenkomstig in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=4">artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                                rechtspositie wethouders</extref> bepaalde;</al></li><li nr="b."><al>Voor wat betreft de reiskosten gelijk aan het
                                            overeenkomstig in a<extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=4">rtikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                                rechtspositie wethouders</extref> bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                    gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                    verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2 Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad
                                    toestemming verlenen voor de excursie of reis naar het
                                    buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt
                                    georganiseerd. De gemeenteraad kan aan de toestemming
                                    voorwaarden verbinden.</al></li><li nr="2."><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                    rekening van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 3 Scholing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden die aan scholing als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden/article=13">artikel 13 eerste lid van het Rechtspositiebesluit raads-
                                        en commissieleden</extref> willen deelnemen, die niet door
                                    of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen
                                    daartoe vooraf een gemotiveerde aanvraag in bij de
                                    griffier.</al></li><li nr="2."><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                    inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie.</al></li><li nr="3."><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                    beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging komt
                                    altijd voor vergoeding door de gemeente in aanmerking als
                                    voldaan wordt aan de voorwaarden genoemd in het eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>De gemeenteraad kan bij aparte verordening nadere regels stellen
                                    met betrekking tot de maximale vergoeding.</al></li><li nr="5."><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze
                                    verordening worden ingediend komen niet voor vergoeding in
                                    aanmerking.</al></li><li nr="6."><al>In voorkomende gevallen beslist de vergadering van
                                    fractievoorzitters van alle in de raad vertegenwoordigde
                                    politieke groeperingen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4 Communicatieapparatuur</titel></kop><al>Raadsleden aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter beschikking
                            wordt gesteld tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met de
                            gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 5 Computer</titel></kop><al>In specifieke individuele gevallen kan aan een raadslid een computer ter
                            beschikking worden gesteld. In dit geval kan er niet tegelijkertijd
                            communicatieapparatuur ter beschikking worden gesteld. Bij het ter
                            beschikking stellen van een computer worden de belastingvoorschriften
                            gevolgd zoals opgenomen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Uitvoeringsregeling%20loonbelasting%202011">Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001</extref>.</al><al>Raadsleden aan wie een computer, bijhorende apparatuur en software in
                            bruikleen ter beschikking wordt gesteld, ondertekenen hiervoor een
                            bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 6 Internetvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor een
                            internetverbinding bedraagt € 10,-- netto per maand.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 7 Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964">Wet op de loonbelasting 1964</extref> wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=artikel%2031%20eerste%20lid%20onderdeel%20f%2C%20van%20die%20wet/article=31">artikel 31 eerste lid onderdeel f, van die wet</extref> aan de
                            vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden/article=13a">artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden</extref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk II Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 8 Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding van de kosten voor
                                    woon-werkverkeer, overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=3">artikel 3 van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders</extref>.</al></li><li nr="2."><al>Er bestaat maximaal één keer per dag recht op een enkele reis
                                    vergoeding woon-werkverkeer.</al></li><li nr="3."><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen
                                    vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de
                                    bepalingen in deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 9 Zakelijke reiskosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Wethouders hebben recht op een vergoeding voor reis-en
                                    verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het
                                    ambt overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=4">artikel 4 van de Regeling rechtspositie
                                        wethouders.</extref></al></li><li nr="2."><al>De reiskosten als bedoeld in het eerste lid worden alleen
                                    vergoed als deze gedeclareerd worden overeenkomstig de
                                    bepalingen in deze verordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 10 Buitenlandse dienstreis</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als de wethouders in het gemeentelijke belang een reis buiten
                                    Nederland maken worden de in redelijkheid gemaakte noodzakelijke
                                    reis- en verblijfkosten vergoed.</al></li><li nr="2."><al>Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet
                                    zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf
                                    toestemming van het college vereist. De gemeenteraad kan aan
                                    deze toestemming voorwaarden verbinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 11 Communicatieapparatuur</titel></kop><al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur in bruikleen ter
                            beschikking wordt gesteld tekenen hiervoor een bruikleenovereenkomst met
                            de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 12 Computer</titel></kop><al>De wethouders aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software
                            in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, tekenen hiervoor een
                            bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al><al>Bij het ter beschikking stellen van een computer worden de
                            belastingvoorschriften gevolgd zoals opgenomen in de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Uitvoeringsregeling%20loonbelasting%202001">Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001</extref>.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 13 Internetvergoeding</titel></kop><al>De vergoeding voor de aanleg- en abonnementskosten voor een
                            internetverbinding bedraagt € 10,-- netto per maand.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 14 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij
                                benoeming</titel></kop><al>De wethouders die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikken hebben ten laste van de gemeente aanspraak op vergoeding
                            van:</al><lijst><li nr="a."><al>reis- en pensionkosten overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=1">artikel 1 van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders</extref>, en</al></li><li nr="b."><al>verhuiskosten in verband met de benoeming als wethouder
                                    overeenkomstig het bepaalde in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders/article=2">artikel 2 van de Regeling rechtspositie
                                    wethouders</extref>.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 15 Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964">Wet op de loonbelasting 1964</extref> wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20loonbelasting%201964/article=31">artikel 31, eerste lid onderdeel f, van die wet</extref> aan de
                            vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders/article=28a">artikel 28a van het Rechtspositiebesluit wethouders</extref>.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk III De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 16 Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders">Rechtspositiebesluit wethouders</extref>, de onkostenvergoedingen
                            en declaraties geschiedt maandelijks of in maandelijkse termijnen als er
                            sprake is van een vergoeding op jaarbasis. Het voorgaande geldt tenzij
                            het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden</extref>, het <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders">Rechtspositiebesluit wethouders</extref> of de <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Regeling%20rechtspositie%20wethouders">Regeling rechtspositie wethouders</extref> anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 17 Rechtstreekse facturering bij de Gemeente
                                Meerssen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Raadsleden en wethouders zorgen in verband met het vergoeden van
                                    de kosten voor rechtstreekse toezending van de factuur aan de
                                    gemeente.</al></li><li nr="2."><al>Verantwoording van de vergoeding door het raadslid of wethouder
                                    vindt plaats door een door het college vastgesteld formulier in
                                    te vullen en te ondertekenen.</al></li><li nr="3."><al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan
                                    wordt aan de bepalingen in deze verordening.</al></li><li nr="4."><al>Het formulier wordt ter goedkeuring ingediend bij de griffier,
                                    resp. de burgemeester.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 18 Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De declaratie van de kosten die uit eigen middelen vooruit zijn
                                    betaald en de vergoeding van reiskosten met de eigen auto vindt
                                    plaats door gebruikmaking van een door het college vastgesteld
                                    formulier.</al></li><li nr="2."><al>Het formulier wordt binnen twee maanden na de betaling c.q. de
                                    datum van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door
                                    het raadslid of de wethouder en ter goedkeuring ingediend bij de
                                    griffier, respectievelijk de burgemeester, onder bijvoeging van
                                    de bewijsstukken.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk IV Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 19 Brutering vergoedingen</titel></kop><al>Als de gemeente toepassing geeft aan <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Wet%20op%20de%20Loonbelasting%201964/article=39c">artikel 39c van de Wet op de Loonbelasting 1964</extref> zijn de
                            artikelen 8 en 16 niet van toepassing en worden <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20raads-%20en%20commissieleden/article=16">artikel 16 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                commissieleden</extref> en <extref doc="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/title=Rechtspositiebesluit%20wethouders/article=29b">artikel 29b van het Rechtspositiebesluit wethouders</extref>
                            toegepast.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Hoofdstuk V Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 20 Intrekking oude regeling</titel></kop><al>De Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden wordt
                            ingetrokken per 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 21 Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 22 Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als Verordening rechtspositie
                            wethouders en raadsleden 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening rechtspositie wethouders &amp;
                        raadsleden.</titel></kop><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al><vet>Wettelijke regelingen</vet></al><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders en raadsleden vindt op drie of
                    vier niveaus plaats, te weten bij wet, algemene maatregel van bestuur (AMvB),
                    ministeriële regeling (alleen wethouders) en gemeentelijke verordening.
                    Wettelijk is voor wethouders in de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers
                    (Appa) de uitkering na aftreden en het pensioen geregeld. In de Gemeentewet is
                    aangegeven dat de nadere invulling van de rechtspositie van wethouders en
                    raadsleden moet worden geregeld bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële
                    regeling). Daartoe zijn tot stand gekomen het ‘Rechtspositiebesluit wethouders’
                    en het ‘Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden’. In een ministeriële
                    regeling, de Regeling rechtspositie wethouders, zijn sommige vergoedingen nader
                    uitgewerkt. In deze wetten en nadere regelgeving zijn alle voor de rechtspositie
                    van belang zijnde onderwerpen geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de
                    hoogte van de bezoldiging en de verschillende onkostenvergoedingen, is in de
                    rechtspositiebesluiten overwegend geregeld in dwingendrechtelijke
                    bepalingen.</al><al>De vergoedingen en regelingen voor raadsleden en wethouders die bij of krachtens
                    de wet (lees Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling) dwingendrechtelijk
                    geregeld zijn, zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit betreft o.a. de
                    vergoedingen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>De onkostenvergoedingen voor raadsleden en wethouders</al></li><li nr="2."><al>de toelage voor fractievoorzitters en leden van de rekenkamerfunctie
                            bedoeld in artikel 81a Gemeentewet</al></li><li nr="3."><al>de compensatiemaatregelen voor raadsleden als zij een WW, BWOO of
                            arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben</al></li><li nr="4."><al>de verstrekking van een computer</al></li><li nr="5."><al>de voorzieningen bij ziekte en dienstongeval</al></li><li nr="6."><al>de vergoeding voor de waarneming van het voorzitterschap van de
                            gemeenteraad</al></li><li nr="7."><al>de voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling
                            of ziekte</al></li><li nr="8."><al>de tegemoetkoming in de ziektekosten</al></li><li nr="9."><al>voorzieningen voor raadsleden en wethouders met een fysieke
                            beperking</al></li><li nr="10."><al>de bezoldiging van de wethouders</al></li></lijst><al><vet>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</vet></al><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders en raadsleden voor zover die niet dwingend geregeld is in hogere wet-
                    en regelgeving. De grondslag hiervoor is te vinden in de Gemeentewet en genoemde
                    rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun bij of krachtens de wet is toegekend
                    genieten wethouders als zodanig geen inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste
                    van de gemeente (artikel 44 van de Gemeentewet). Dit betekent dat de
                    rechtspositionele aanspraken voor zittende wethouders uitsluitend te vinden zijn
                    in respectievelijk de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                    Regeling rechtspositie wethouders en de plaatselijke Verordening rechtspositie
                    wethouders en raadsleden. Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak op een
                    ontslaguitkering en pensioen aan de Algemene pensioenwet politieke
                    ambtsdragers.</al><al>Een soortgelijke bepaling als artikel 44 is voor raadsleden opgenomen in artikel
                    99 van de Gemeentewet. Het tweede lid van die bepaling voegt daaraan toe dat bij
                    gemeentelijke verordening aan raadsleden voordelen, anders dan in de vorm van
                    vergoedingen en tegemoetkomingen, mogen worden toegekend. Daarvoor is wel de
                    goedkeuring van gedeputeerde staten vereist.</al><al>De rechtspositionele aanspraken voor raadsleden zijn dan ook uitsluitend te
                    vinden in respectievelijk de Gemeentewet, het ‘Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden’ en de ‘plaatselijke Verordening rechtspositie wethouders en
                    raadsleden.</al><al><vet>De arbeidsverhouding van de wethouder en het raadslid</vet></al><al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het
                    raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de
                    Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Omdat er geen dienstbetrekking met de
                    gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar
                    worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kan een
                    raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen voor het fictief
                    werknemerschap (zie hieronder).</al><al>Wethouders zijn ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare
                    dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet. Echter de bepalingen
                    over het materiële ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing
                    op wethouders. Hun rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst
                    door specifieke wet- en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt
                    voor de toepassing van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een
                    arbeidsverhouding die als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat
                    wethouders direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen.
                    Wethouders vallen niet onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en
                    WIA. Evenmin geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na
                    aftreden en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in
                    de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa).</al><al><vet>De loon- en inkomstenbelasting</vet></al><al>Opting-in-regeling</al><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de
                    ‘opting-in-regeling’ genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig
                    ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een
                    gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de
                    Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Als gezamenlijk wordt
                    gekozen voor het loonbelastingsysteem, dan draagt de gemeente de ingehouden
                    loonheffing af aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de
                    formele zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het
                    raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving. Om die reden worden
                    over de raadsvergoeding ook geen premies sociale zekerheid ingehouden. De
                    inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen
                    administratie bij te houden.</al><al>Fiscale standaardpositie</al><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd, dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle
                    ontvangsten verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in
                    mindering brengen. Raadsleden die gekozen hebben voor de standaardregeling
                    zullen dan ook over de netto-onkostenvergoeding inkomstenbelasting moeten
                    betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat de
                    vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap.</al><al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke
                    beroepskosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen, in mindering brengen op hun belastbaar inkomen (belastbare
                    resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen op
                    grond van deze verordening aan de Belastingdienst te melden middels een opgave
                    IB47. Verstrekkingen moeten naar de waarde in het economische verkeer worden
                    opgegeven. Het daadwerkelijk zakelijk gebruik leidt dan tot aftrek.</al><al>Eenmalige keuze per zittingsperiode</al><al>De keuze om al of niet te opteren voor de loonbelasting kan voor het raadslid
                    ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren
                    kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de
                    (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant terugkomen op
                    deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft
                    niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de
                    zittingsperiode voor de resterende periode.</al><al><vet>De vergoedingensystematiek</vet></al><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan.</al><al><vet>Controle en verantwoording</vet></al><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is – net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen – transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting.</al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al><al>In hoofdstuk III is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers- en
                    controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven, declaratie
                    van vooruitbetaalde kosten. Daarnaast moeten in de bruikleenovereenkomsten
                    heldere afspraken worden vastgelegd over het gebruik van computer- en
                    communicatie-apparatuur die beschikbaar wordt gesteld voor de uitoefening van de
                    politieke functie.</al><al><vet>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al><vet>Artikel 1 Reis- en verblijfkosten raadsleden</vet></al><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werkverkeer’ voor
                    raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet als
                    raadsleden van de gemeente een vergoeding ontvangen voor reizen binnen het
                    grondgebied van de gemeente.</al><al>Artikel 97 van de Gemeentewet voorziet voor raadsleden wel in een vergoeding van
                    de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente
                    ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur.</al><al>De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is
                    niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale aangelegenheid</al><al>Omdat in het ‘Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden’ verder geen eigen
                    vergoedingsregeling is opgenomen, is aansluiting gezocht bij de
                    vergoedingsregelingen voor wethouders.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd.</al><al><vet>Artikelen 2 en 10 Buitenlandse dienstreis</vet></al><al>Gemeenteraden, delegaties daaruit of wethouders maken wel eens in het
                    gemeentelijk belang excursies of reizen naar het buitenland. Hiervoor moet de
                    gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De reis of excursie wordt in alle
                    gevallen door of vanwege de gemeente georganiseerd.</al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><al><vet>Artikelen 3 Scholing</vet></al><al>Op grond van artikel 13 lid 1 van het ‘Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden’ komt niet partij-politiek georiënteerde scholing in verband met
                    de vervulling van de functie van raadslidmaatschap ten laste van de gemeente. In
                    dit artikel is de procedure verder uitgewerkt</al><al>Gezien de aard en duur van het ambt liggen voor raadsleden opleidingen voor de
                    hand die gericht zijn op het persoonlijk functioneren in het ambt.</al><al>Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis
                    en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden.</al><al>Onder deze scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten
                    van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van
                    verplicht gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader
                    van de opleiding.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><al>De raad kan bij verordening nadere regels stellen omtrent het maximale bedrag
                    voor de scholing die voor vergoeding in aanmerking komt. Deze mogelijkheid is
                    geboden in de kapstokbepaling in het vierde lid.</al><al>Het zesde lid bevat een hardheidsclausule. Mocht de griffier behoefte hebben aan
                    extra oordeel of de gevraagde vergoeding binnen de geldende regels voor
                    vergoeding in aanmerking komt, dan kan de vergadering van de fractievoorzitters
                    in de raad om een oordeel gevraagd worden.</al><al><vet>Artikelen 5 en 12 Computer</vet></al><al>In het ‘Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden’ en het
                    ’Rechtspositiebesluit wethouders’ is geregeld dat het raadslid, respectievelijk
                    de wethouder van de gemeente een computer in bruikleen krijgt verstrekt of een
                    vergoeding ontvangt voor de aanschaf of het gebruik van zijn eigen computer. De
                    vergoeding is daarom niet in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet. Deze
                    aanspraken kunnen echter alleen worden verstrekt wanneer dat is vastgelegd in
                    een verordening. De vergoeding voor (het gebruik van) een eigen pc is belast. De
                    belastingheffing mag niet worden gecompenseerd.</al><al>De verordening gaat ervan uit dat een computer in bruikleen – in zeldzame
                    gevallen - wordt verstrekt.</al><al>Een onbelaste vergoeding is alleen toegestaan wanneer het gebruik voor 90%
                    zakelijk is. Stijgt het gebruik voor privédoeleinden uit boven de 10% dan wordt
                    dat gebruik belast door jaarlijks over 1/3 van de aanschafwaarde van de pc en de
                    bijbehorende ter beschikking gestelde apparatuur belasting te heffen.</al><al>De randapparatuur kan bestaan uit een een printer of een docking station. De
                    randapparatuur moet voor het werk functioneel zijn en kan niet zelfstandig
                    gebruikt worden.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economisch verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><al><vet>Artikelen 7 en 15 Werkkostenregeling</vet></al><al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrekkingen door de gemeente aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel.
                    Anders worden deze door de belastingdienst als loon gezien en moet hierover
                    belasting worden ingehouden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen betreft.</al><al><vet>Artikel 8 en 9 Reiskosten woon-werk en zakelijke reiskosten</vet></al><al>Voor wethouders is in artikel 9 een belastingvrije vergoeding voor het
                    woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het
                    Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling rechtspositie wethouders.</al><al>Op grond van artikel 10 worden zakelijke reiskosten, vergoed overeenkomstig de
                    bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling
                    rechtspositie wethouders.</al><al>Bij gebruik van een eigen personenauto voor dienstreizen ontvangen wethouders
                    een bedrag van € 0,28 (0,37) per kilometer (zie artikel 4, onderdeel b, en
                    artikel 5a, onder 1, van de Regeling rechtspositie wethouders). De hoogte van
                    deze vergoeding is geënt op de ‘hoge’ kilometervergoeding die geldt voor het
                    rijkspersoneel op grond van het Reisbesluit en Reisregeling binnenland. Op grond
                    van artikel 5, tweede lid, van de regeling wordt onder openbaar vervoer voor
                    dienstreizen wel verstaan een veerpont of een veerboot. Tol- en parkeerkosten
                    worden niet genoemd in de regeling en mogen daarom op grond van artikel 44 lid 3
                    Gemeentewet niet vergoed worden.</al><al>Verblijfkosten zijn zakelijk gebruikte maaltijden en kosten voor overnachting en
                    geen parkeerkosten.</al><al><vet>Artikel 4 en 11 Communicatieapparatuur</vet></al><al>Vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon (dit zal de meest
                    gebruikte communicatieapparatuur zijn) zijn geheel onbelast als het zakelijk
                    gebruik meer dan 10% bedraagt. Dit geldt vanaf 1.1.2015 ook voor tablets (onder
                    de werkkostenregeling).</al><al><vet>Artikel 14 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</vet></al><al>Ook personen van buiten de gemeenteraad kunnen tot wethouder worden benoemd. Dat
                    kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond
                    van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder
                    zijn geworden. In artikel 17 is geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente
                    in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor
                    vergoeding van reis- en pensionkosten in afwachting van de verhuizing volgens de
                    bepalingen in artikel 1 en 2 van de Regeling Rechtspositie Wethouders. De
                    vergoedingen zijn onbelast.</al><al><vet>Artikelen 16 t/m 18 De procedure van declaratie</vet></al><al>In de verordening zijn de twee wijzen van betaling aangegeven. Ook is aangegeven
                    in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke
                    procedurevoorschriften in acht genomen moeten worden. Hierbij gaat de voorkeur
                    uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente, en daarna declaratie van
                    vooruitbetaalde kosten.</al><al><vet>Artikel 19 Overgangsbepaling</vet></al><al>In artikel 19 is de overgangsbepaling opgenomen voor de gemeenten die in 2014
                    nog niet de werkkostenregeling hebben ingevoerd. Gemeenten die al wel de
                    werkkostenregeling hebben ingevoerd hoeven dit artikel niet op te nemen in de
                    verordening.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>