<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352596_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Boxmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.boxmeer.nl">Boxmeers Weekblad van 6 januari 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening reinigingsheffingen Boxmeer 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Artikel 229 lid 1 sub a en b Gemeentewet, artikel 15.33 Wet milieubeheer</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>O-FIN/2015/1005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing en reinigingsrechten Boxmeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeente Boxmeer</vet></al><al/><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Vaststelling verordening reinigingsheffingen Boxmeer 2015.</al><al/><al><vet>Nummer:</vet></al><al>.</al><al/><al>De Raad van de gemeente Boxmeer;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de
                        Gemeentewet en artikel 15.33 van de Wet milieubeheer;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing
                        en reinigingsrechten Boxmeer </vet></al><al>(Verordening reinigingsheffingen Boxmeer 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Inleidende bepaling</titel></kop><al>Krachtens deze verordening worden geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalstoffenheffing;</al></li><li nr="b."><al>reinigingsrechten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Bedrijfspand: een gebouwde onroerende zaak of een zelfstandig
                                    gebruikt gedeelte ervan geen perceel zijnde.</al></li><li nr="b."><al>Bedrijfsafval: afvalstoffen afkomstig van bedrijven, kantoren en
                                    instellingen, welke door geringe omvang of hoeveelheid gelijk te
                                    stellen zijn met huishoudelijk afval en als zodanig mede in
                                    aanmerking komen voor het periodiek inzamelen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Afvalstoffenheffing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aard van de belasting en belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'afvalstoffenheffing' wordt een directe belasting
                                geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer (Stb.
                                1994, 80).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt geheven
                                ter zake van het feitelijk gebruik van een perceel ten aanzien
                                waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet
                                milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke
                                afvalstoffen geldt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente feitelijk
                                gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de
                                artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting
                                tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt als gebruiker
                                aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet
                                        krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                        recht feitelijk gebruik maakt van het perceel;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel ten gebruike is
                                        afgestaan: degene die dat gedeelte ten gebruike heeft
                                        afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar € 151,20; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De belasting voor het ter beschikking stellen van opdrukzakken
                                bedraagt per 10 opdrukzakken € 11,00.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De belasting bedoeld in artikel 5, lid 1 wordt geheven bij wege
                                    van aanslag.</al></li><li nr="2."><al>De belasting bedoeld in artikel 5, lid 2 wordt geheven door
                                    middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke
                                    kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk,
                                    zegel, nota of andere schriftuur.</al><al>Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending
                                    of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de
                                    belastingschuldige bekendgemaakt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar
                                tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting bedoeld in artikel 5, lid 1 is verschuldigd bij het
                                begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van
                                de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt,
                                is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander
                                perceel in feitelijk gebruik neemt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                                moeten de aanslagen worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                dan € 30,00, doch minder is dan € 2.000,00, dat de aanslagen moeten
                                worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in
                                de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking in zoverre
                                van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                                de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De belasting moet worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld
                                in artikel 7, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan,
                                        binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Reinigingsrechten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder de naam 'reinigingsrechten' worden rechten geheven voor het
                                genot van door het gemeentebestuur verstrekte diensten als
                                omschreven in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde genot van diensten bestaat uit het
                                periodiek verwijderen van bedrijfsafval van beperkte omvang en
                                hoeveelheid, voor zover dit wordt aangeboden overeenkomstig de
                                daartoe door de Bestuurscommissie Afvalinzameling Land van Cuijk en
                                Boekel te stellen regelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten
                            behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de
                            bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten voor het periodiek verwijderen van bedrijfsafval van
                                beperkte omvang of hoeveelheid bedraagt per bedrijfspand per
                                belastingjaar € 151,20;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten voor het ter beschikking stellen van opdrukzakken
                                bedragen per 10 opdrukzakken € 11,00.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het
                            belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in artikel 12, lid 1 worden geheven bij wege van
                                aanslag met dien verstande dat per belastbaar feit een afzonderlijke
                                aanslag kan worden opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten bedoeld in artikel 12, lid 2 worden geheven door middel
                                van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke
                                kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk,
                                zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt
                                mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de
                                schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige
                                bekendgemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en de heffing naar tijdsgelang
                                voor de jaarlijks verschuldigde rechten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten bedoeld in artikel 12, lid 1 zijn verschuldigd bij het
                                begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van
                                de belastingplicht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt
                                zijn de rechten verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de
                                voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de
                                aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden
                                overblijven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt,
                                bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van
                                de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het
                                einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.
                            </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de
                                belastingplichtige binnen de gemeente verhuist.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van
                                de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                                totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als
                                het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is
                                dan € 30,00, doch minder is dan € 2.000,00 dat de aanslagen moeten
                                worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in
                                de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid geldt in afwijking in zoverre
                                van het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door
                                middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
                                de belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen
                                moeten worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste
                                termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand
                                die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de
                                volgende termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reinigingsrechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving
                                als bedoeld in artikel 14, tweede lid:</al><lijst><li nr="a."><al>mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
                                        kennisgeving;</al></li><li nr="b."><al>schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken
                                        van de kennisgeving, dan wel ingeval van toezending daarvan,
                                        binnen acht dagen na dagtekening van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Voor de belasting als bedoeld in artikel 5, lid 2, respectievelijk de
                            rechten als bedoeld in artikel 12, lid 1 en 2 van deze verordening wordt
                            geen kwijtschelding verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>Aanvullende bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de
                            reinigingsheffingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening reinigingsheffingen Boxmeer' vastgesteld bij
                            raadsbesluit van 12 december 2013 wordt ingetrokken met ingang van de in
                            artikel 20, tweede lid genoemde datum van ingang van de heffing, met
                            dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die
                            zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van
                                bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening reinigingsheffingen
                            Boxmeer 2015'.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de Raad van de gemeente Boxmeer in zijn openbare
                        vergadering van 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.W.J.M. Cornelissen MMC</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>K.W.T. van Soest</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>