<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352485_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Boxmeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boxmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.boxmeer.nl">Boxmeers Weekblad van 6 januari 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rioolheffing Boxmeer 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.wetten.nl">Artikel 228a Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-07</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>O-FIN/2015/1005</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing Boxmeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Gemeente Boxmeer</vet></al><al/><al><vet>Onderwerp:</vet></al><al>Verordening rioolheffing Boxmeer 2015.</al><al><vet>Nummer:</vet></al><al/><al>.</al><al/><al>De Raad van de gemeente Boxmeer;</al><al/><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 28 oktober
                        2014;</al><al/><al>gelet op artikel 228a van de Gemeentewet;</al><al/><al>B E S L U I T :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing
                        Boxmeer</vet></al><al>(Verordening rioolheffing Boxmeer 2015)</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="1."><al>perceel: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte
                                daarvan;</al></li><li nr="2."><al>gemeentelijke riolering: een voorziening of combinatie van
                                voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport
                                van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of
                                in onderhoud bij de gemeente;</al></li><li nr="3."><al>verbruiksperiode: de periode waarop de afrekening van het
                                waterbedrijf betrekking heeft;</al></li><li nr="4."><al>water: huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of
                                grondwater.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Aard van de belasting</titel></kop><al>Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter
                        bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan:</al><lijst><li nr="1."><al>de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en
                                bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk
                                afvalwater; en</al></li><li nr="2."><al>de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het
                                ingezamelde hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde
                                structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de
                                grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te
                                beperken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Belastbaar feit en belastingplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot
                                    heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel
                                    dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke
                                    riolering, verder te noemen: eigenarendeel; en</al></li><li nr="b."><al>van de gebruiker van een perceel van waaruit water direct of
                                    indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd, verder
                                    te noemen: gebruikersdeel.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met betrekking tot het eigenarendeel wordt, ingeval het perceel een
                            onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar
                            als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat
                            hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of
                            beperkt recht is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met betrekking tot het gebruikersdeel, wordt als gebruiker
                            aangemerkt:</al><lijst><li nr="a."><al>degene die naar de omstandigheden beoordeeld het perceel al dan
                                    niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk
                                    recht gebruikt;</al></li><li nr="b."><al>ingeval een gedeelte van een perceel - niet een gedeelte als
                                    bedoeld in artikel 4 - voor gebruik is afgestaan: degene die dat
                                    gedeelte voor gebruik heeft afgestaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Zelfstandige gedeelten</titel></kop><al>Indien gedeelten van een in artikel 3 bedoeld perceel blijkens hun indeling
                        bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de
                        belasting geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte, met dien
                        verstande dat indien twee of meer van die gedeelten tezamen als één geheel
                        worden gebruikt, deze als één perceel worden aangemerkt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het eigenarendeel wordt geheven naar een vast bedrag per
                                perceel.</al></li><li nr="2."><al>Het gebruikersdeel wordt geheven naar het aantal kubieke meters
                                water dat vanuit het perceel wordt afgevoerd.</al></li><li nr="3."><al>Het aantal kubieke meters water wordt gesteld op het aantal kubieke
                                meters leidingwater en grondwater dat in de laatste aan het begin
                                van het belastingjaar voorafgaande verbruiksperiode naar het perceel
                                is toegevoerd of opgepompt. Ingeval de verbruiksperiode niet gelijk
                                is aan een periode van twaalf maanden, wordt de hoeveelheid water
                                door herleiding naar tijdsgelang bepaald. Bij die herleiding wordt
                                een gedeelte van een kalendermaand voor een volle maand
                                gerekend.</al></li><li nr="4."><al>Ingeval gebruik wordt gemaakt van een pompinstallatie moet die
                                pompinstallatie zijn voorzien van een: </al><lijst><li nr="a."><al>watermeter, waarvan de hoeveelheid opgepompt water kan
                                        worden afgelezen, of</al></li><li nr="b."><al>bedrijfsurenteller, waarvan het aantal uren dat een
                                        pompinstallatie met vaste capaciteit in bedrijf is geweest
                                        kan worden afgelezen.</al><al>De eerste volzin is niet van toepassing indien vaststelling
                                        van de hoeveelheid opgepompt water geschiedt op grond van
                                        enige andere wettelijke bepaling. </al></li></lijst></li><li nr="5. "><al>De op de voet van het derde lid berekende hoeveelheid toegevoerd of
                                opgepompt water wordt verminderd met de hoeveelheid water die niet
                                is afgevoerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Belastingtarieven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het eigenarendeel bedraagt € 101,90</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het gebruikersdeel bedraagt voor elke kubieke meters water, bij een
                            hoeveelheid water:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>van 0 m³ tot en met 999 m³: € 0,96</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van 1.000 m³ tot en met 9.999 m³: € 0,75</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>van 10.000 m³ tot en met 14.999 m³: € 0,67</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van 15.000 m³ tot en met 19.999 m³: € 0,57</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>van 20.000 m³ tot en met 49.999 m³: € 0,47</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>van 50.000 m³ tot en met 99.999 m³: € 0,28</al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>van 100.000 m³ tot en met 149.999 m³: € 0,04</al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>van 150.000 m³ of meer: € 0,01</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het belastingtijdvak is in de gevallen waarin de heffing door middel van
                            afrekeningen van Brabant Water N.V. plaatsvindt de verbruiksperiode
                            zoals die voor de betrokken belastingplichtige voor het desbetreffende
                            belastingobject. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere gevallen dan in het eerste lid bedoeld is het belastingtijdvak
                            gelijk aan het kalenderjaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, wordt
                            geheven bij wege van aanslag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien in het belastingtijdvak vanuit een eigendom minder dan 1.000
                            kubieke meter afvalwater is of wordt afgevoerd wordt de belasting
                            bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, geheven bij wege van een
                            gedagtekende schriftelijke kennisgeving. Deze kan worden gesteld op de
                            afrekening van Brabant Water N.V.. Als dagtekening van de kennisgeving
                            geldt in dat geval de dagtekening van de afrekening. Als kennisgeving
                            van voorlopig gevorderde bedragen wordt aangemerkt de voorschotnota van
                            Brabant Water N.V. of de kennisgeving op andere wijze van betaling van
                            voorschotbedragen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De voorlopig gevorderde bedragen worden met het definitief gevorderde
                            bedrag verrekend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b,
                            niet kan worden geheven door middel van de kennisgeving als bedoeld in
                            het tweede lid wordt de belasting geheven door middel van een
                            aanslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a., is
                            verschuldigd bij de aanvang van het belastingjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het perceel
                            voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, in
                            de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd met
                            ingang van de dag waarop dat perceel in gebruik wordt genomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de belastingplicht met betrekking tot het gebruik van het perceel
                            voor de belasting als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, in
                            de loop van het belastingjaar eindigt, is de belasting verschuldigd tot
                            en met de dag waarop het gebruik van dat perceel wordt beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990
                            moeten de aanslagen bedoeld in artikel 7, eerste lid, worden betaald
                            uiterlijk op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking in zoverre van het eerste lid geldt, ingeval het
                            totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het
                            aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan €
                            30,00, doch minder is dan € 2.000,00, dat de aan-slagen moeten worden
                            betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op
                            de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening
                            van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen
                            telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In gevallen bedoeld in het tweede lid, geldt in afwijking in zoverre van
                            het aldaar bepaalde, zolang de verschuldigde bedragen door middel van
                            automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de
                            belastingschuldige kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
                            worden betaald in acht gelijke termijnen waarvan de eerste termijn
                            vervalt op de laatste dag van de maand volgende op de maand die in de
                            dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende
                            termijnen telkens een maand later.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Ingeval het belastingtijdvak de verbruiksperiode is, moet het voorlopig
                            gevorderde bedrag, alsmede het definitief gevorderde bedrag worden
                            betaald met en op dezelfde wijze als die waarop het voorschotbedrag,
                            onderscheidenlijk het definitieve bedrag van de afrekening van Brabant
                            Water N.V. moet worden betaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
                            leden gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven ter zake van percelen die in hoofdzaak
                        worden gebruikt voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten
                        van genootschappen op geestelijke grondslag andere dan kerkgenootschappen,
                        die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk
                        beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag
                        liggende levensovertuiging.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Van de rioolheffing als bedoeld in artikel 6, lid 1, van deze verordening
                        wordt geen kwijtschelding verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                        betrekking tot de heffing en de invordering van de rioolheffing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>De 'Verordening rioolheffing Boxmeer' van 12 december 2013 wordt ingetrokken
                        met ingang van de in artikel 15, tweede lid genoemde datum van ingang van de
                        heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare
                        feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die van de
                            bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening rioolheffing Boxmeer
                        2015'.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de Raad van de gemeente Boxmeer</ondertekening><ondertekening>in zijn openbare vergadering van 8 oktober 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De Raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.W.J.M. Cornelissen MMC</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>K.W.T. van Soest</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>