<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352465_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014/334665</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nav invoering Participatiewet</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>Verordening tegenprestatie Participatiewet </vet>
            <vet>gemeente
                            Haarlem</vet>
          </al>
          <al>(versie 10-09-2014)</al>
          <al>De raad van de gemeente Haarlem; </al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [<vet>datum en
                            nummer</vet>]; </al>
          <al>gelet op artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet; </al>
          <al>gezien het advies van de commissie Samenleving; </al>
          <al>besluit:</al>
          <al>vast te stellen de Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente
                            Haarlem<vet>. </vet></al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Algemene bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Begrippen</titel>
            </kop>
            <al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Doelgroep tegenprestatie: de belanghebbende van 18 jaar of ouder doch
                            jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die een uitkering voor levensonderhoud
                            ontvangt op grond van de Participatiewet, de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                            arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ), én niet van rechtswege
                            is vrijgesteld op grond van artikel 9a, eerste lid, van de
                            Participatiewet of artikel 9, tweede lid, van de Participatiewet;</al></li>
              <li nr="b."><al>Vrijwilligerswerk: vrijwilligerswerk is onbetaald werk met een
                            maatschappelijk of liefdadig doel, zonder commerciële belangen;</al></li>
              <li nr="c."><al>
                  <cursief>Mantelzorg: </cursief>langdurige zorg die niet in het kader
                            van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door
                            personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks
                            voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van
                            huisgenoten voor elkaar overstijgt. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>De tegenprestatie naar vermogen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                            additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                            werkzaamheden:</al>
              <lijst>
                <li nr="a)"><al>naar zijn aard niet zijn gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; </al></li>
                <li nr="b)"><al>niet zijn bedoeld als re-integratievoorziening zoals genoemd in de
                            Re-integratieverordening; </al></li>
                <li nr="c)"><al>worden verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                            organisatie waarin ze worden verricht; en </al></li>
                <li nr="d)"><al>niet leiden tot verdringing. </al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stelt ter nadere uitvoering van deze verordening
                            beleidsregels vast waarin wordt vastgelegd welke aanvullende
                            werkzaamheden het college in ieder geval kan aanbieden en de voorwaarden
                            die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere
                            bepalingen zijn opgenomen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Het college kan een belanghebbende die behoort tot de doelgroep
                                    een tegenprestatie opdragen.</al></li>
              <li nr="2."><al>Bij het opdragen van een tegenprestatie houdt het college
                                    rekening met de volgende factoren:</al><lijst>
                  <li nr="a)"><al>de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een
                            belanghebbende; </al></li>
                  <li nr="b)"><al>de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een
                            belanghebbende moeten in aanmerking worden genomen; </al></li>
                  <li nr="c)"><al>de persoonlijke wensen en kwaliteiten van een belanghebbende moeten
                            in overweging worden genomen; </al></li>
                  <li nr="d)"><al>als een belanghebbende al mantelzorg of vrijwilligerswerk verricht,
                            moet daarmee rekeningworden gehouden. </al></li>
                </lijst></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de minimale duur van
                                    drie maanden per jaar.</al></li>
              <li nr="2."><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor minimaal twee uren per
                                    week.</al></li>
              <li nr="3."><al>De tegenprestatie wordt opgedragen voor de maximale duur van
                                    vijf maanden per jaar en maximaal tienuren per week. </al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Geen tegenprestatie</titel>
            </kop>
            <al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien belanghebbende,
                            behorende tot de doelgroep, een re-integratievoorziening volgt, zoals
                            genoemd in de Re-integratieverordening, en naar werk wordt begeleid, dan
                            wel vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht voor zover het verrichten
                            van vrijwilligerswerk of mantelzorg naar het oordeel van het college
                            redelijkerwijs een bijdrage levert aan de maatschappij. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college draagt geen tegenprestatie op indien geen werkzaamheden
                                voorhanden zijn die kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Indien het college geen tegenprestatie opdraagt omdat geen
                                werkzaamheden voorhanden zijn, beoordeelt het college binnen 12
                                maanden of op dat moment wel werkzaamheden voorhanden zijn die
                                kunnen worden ingezet als tegenprestatie.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Slotbepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening tegenprestatie
                            Participatiewet gemeente Haarlem. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van </ondertekening>
        <ondertekening>De raad voornoemd. </ondertekening>
        <ondertekening/>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label>Algemene toelichting</label>
          <titel>Verordening tegenprestatie Participatiewet gemeente Haarlem</titel>
        </kop>
        <al>Het college is bevoegd een belanghebbende te verplichten naar vermogen
                            een tegenprestatie te verrichten, ook als die tegenprestatie niet direct
                            samenhangt met arbeidsinschakeling. Een belanghebbende van achttien jaar
                            of ouder doch jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd is vanaf de dag
                            van melding gehouden naar vermogen een tegenprestatie te verrichten. Dit
                            is vastgelegd in artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de
                            Participatiewet. De tegenprestatie bestaat uit de plicht om naar
                            vermogen door het college opgedragen onbeloonde maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden te verrichten, naast of in aanvulling op reguliere arbeid
                            en die niet leiden tot verdringing op de arbeidsmarkt. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Individuele omstandigheden </cursief>
        </al>
        <al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen. Als het college een tegenprestatie
                            vraagt van belanghebbende, moet het een duidelijke omschrijving geven
                            van de te verrichten werkzaamheden. Het moet voor een belanghebbende
                            immers duidelijk zijn welke tegenprestatie van hem verwacht wordt (zie
                            Rechtbank Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Geen tegenprestatie </cursief>
        </al>
        <al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan
                            het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                            plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid,
                            van de Participatiewet). De plicht tot tegenprestatie is niet van
                            toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam
                            arbeidsongeschikt is als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en inkomen
                            naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de Participatiewet). De
                            plicht tot tegenprestatie is voorts niet van toepassing op een
                            alleenstaande ouder die in het bezit is van een ontheffing als bedoeld
                            in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet (artikel 9, zevende
                            lid, van de Participatiewet). Ook wanneer belanghebbende een
                            re-integratievoorziening volgt, zoals genoemd in de
                            Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Haarlem, en naar werk
                            wordt begeleid, geldt de tegenprestatie niet.</al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Afstemmen </cursief>
        </al>
        <al>Net als bij het niet nakomen van de arbeids- en
                            re-integratieverplichting geldt voor het niet nakomen van de
                            tegenprestatie dat de bijstand kan worden afgestemd overeenkomstig de
                            Afstemmingsverordening Participatiewet, IOAW, IOAZ. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Achtergrond</cursief>
          <cursief> opdragen tegenprestatie
                            </cursief>
        </al>
        <al>De bevoegdheid van het college om een belanghebbende te verplichten naar
                            vermogen een tegenprestatie te verrichten geldt al sinds 1 januari 2012.
                            De regering meent dat de tegenprestatie voor uitkeringsgerechtigden een
                            gelegenheid is om te blijven participeren in de samenleving en om een
                            sociaal netwerk, arbeidsritme en regelmaat te behouden. Dit zijn volgens
                            de regering ook noodzakelijke voorwaarden om de kansen op de
                            arbeidsmarkt te vergroten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 29). </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Tegenprestatie is geen re-integratieinstrument</cursief>
        </al>
        <al>De plicht tot tegenprestatie heeft tot doel om maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden te doen in de samenleving als tegenprestatie voor het
                            ontvangen van een uitkering. Het opdragen van een tegenprestatie heeft
                            niet primair tot doel de re-integratie van een belanghebbende te
                            bevorderen, maar moet worden gezien als een nuttige bijdrage aan de
                            samenleving (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 49-50). De tegenprestatie
                            is daarom naar zijn aard niet gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt
                            en is niet bedoeld als re-integratieinstrument. Voorts mag een
                            tegenprestatie het accepteren van passende arbeid of van
                            re-integratieinspanningen niet belemmeren. Immers, als uitgangspunt
                            geldt werk boven uitkering. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Verordeningsplicht </cursief>
        </al>
        <al>Het wetsvoorstel (Wet maatregelen WWB) legt de gemeenteraad de
                            verplichting op om bij verordening regels vast te stellen over het
                            opdragen van een tegenprestatie aan mensen met een bijstandsuitkering in
                            de leeftijd van 18 jaar tot de pensioengerechtigde leeftijd. Deze
                            verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8a, eerste lid, onderdeel
                            b Participatiewet. Het is aan de gemeente om de duur, omvang en inhoud
                            van de tegenprestatie te regelen (zie TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p.
                            6). </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Ontwikkelen beleid door college </cursief>
        </al>
        <al>Het college heeft de opdracht beleid te ontwikkelen ten behoeve van het
                            verrichten van een tegenprestatie en het uitvoeren ervan overeenkomstig
                            de verordening tegenprestatie. Dit volgt uit artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel c, van de Participatiewet. </al>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening tegenprestatie
                                Participatiewet gemeente Haarlem </vet>
        </al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Begrippen</titel>
          </kop>
          <al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de Algemene wet
                            bestuursrecht of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk gedefinieerd in
                            deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van toepassing op deze
                            verordening. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Inhoud van een tegenprestatie</titel>
          </kop>
          <al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 2 van deze verordening stelt
                            voorwaarden ten aanzien van de inhoud van de tegenprestatie. Het college
                            dient maatwerk toe te passen bij het opdragen van een tegenprestatie.
                            Rekening moet worden gehouden met de individuele omstandigheden van
                            belanghebbende, waaronder leeftijd, opleiding, werkervaring en andere
                            relevante persoonlijke omstandigheden. De werkzaamheden worden immers
                            opgedragen ‘naar vermogen’. Het is dus van belang dat belanghebbende ook
                            in staat is de werkzaamheden te verrichten (zie Rechtbank
                            Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al>
          <al>Als het college een tegenprestatie vraagt van belanghebbende, moet het
                            een duidelijke omschrijving geven van de te verrichten werkzaamheden.
                            Het moet voor een belanghebbende immers duidelijk zijn welke
                            tegenprestatie van hem wordt verwacht (zie Rechtbank
                            Zeeland-West-Brabant 25-02-2013, nr. 12/3649,
                            ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Additionele onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            </cursief>
          </al>
          <al>In artikel 2, eerste lid, van deze verordening is bepaald dat de
                            tegenprestatie onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            betreffen die additioneel van aard zijn. De maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden in het kader van de tegenprestatie dienen zich te
                            onderscheiden van werkzaamheden die door de reguliere arbeidsmarkt
                            verricht worden. Het onderscheid tussen betaalde en onbetaalde
                            werkzaamheden is afhankelijk van onder meer economische factoren en van
                            keuzes die mede op basis daarvan door het bedrijfsleven en/of de
                            overheid worden gemaakt (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3, p. 30). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Werkzaamheden die kunnen worden ingezet </cursief>
          </al>
          <al>Het college kan onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, die
                            additioneel van aard zijn, inzetten als tegenprestatie voor zover die
                            werkzaamheden voldoen aan de in artikel 2, eerste lid, van deze
                            verordening genoemde voorwaarden. Dit betekent dat de als tegenprestatie
                            in te zetten werkzaamheid: </al>
          <al>a) naar zijn aard niet is gericht op toeleiding tot de arbeidsmarkt; </al>
          <al>b) niet is bedoeld als re-integratievoorziening zoals genoemd in de
                            Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Haarlem; </al>
          <al>c) wordt verricht naast of in aanvulling op reguliere arbeid in de
                            organisatie waarin deze worden verricht; en </al>
          <al>d) niet leidt tot verdringing. </al>
          <al>Deze voorwaarden zijn gebaseerd op de belangrijkste kenmerken van de
                            tegenprestatie die volgen uit de parlementaire geschiedenis (zie TK
                            2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14). </al>
          <al>In de beleidsregels kan het college vastleggen welke werkzaamheden in
                            ieder geval als tegenprestatie kunnen worden ingezet (artikel 2, tweede
                            lid, van deze verordening). Deze werkzaamheden moeten voldoen aan de in
                            artikel 2, eerste lid, van deze verordening gestelde voorwaarden. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Samenwerking met maatschappelijke organisaties: </cursief>
          </al>
          <al>De gemeente kan voor het werven van maatschappelijk nuttige
                            werkzaamheden samenwerken met maatschappelijke organisaties zoals:
                            welzijnsinstellingen, vrijwilligerswerkorganisaties, buurthuizen en/of
                            sportvoorzieningen. Een vrijwilligersvacaturebank bij een
                            vrijwilligerscentrale kan een belangrijk hulpmiddel zijn om het aanbod
                            van maatschappelijk nuttige werkzaamheden te bepalen. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing</cursief>
          </al>
          <al>De tegenprestatie mag niet worden ingezet in het kader van de
                            re-integratie. De tegenprestatie mag bovendien niet direct gericht zijn
                            op toeleiding naar de arbeidsmarkt en is dan ook niet bedoeld als
                            re-integratieinstrument. Het betreffen werkzaamheden die worden verricht
                            naast of in aanvulling op reguliere arbeid en die niet mogen leiden tot
                            verdringing op de arbeidsmarkt. Reguliere werkzaamheden kunnen daarom
                            niet als tegenprestatie worden ingezet. De tegenprestatie mag het
                            accepteren van passende arbeid of van re-integratie-inspanningen niet
                            belemmeren. Het uitgangspunt werk boven uitkering staat voorop. Dit
                            volgt uit artikel 9, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet en
                            de parlementaire geschiedenis (zie TK 2010-2011, 32 815, nr. 3, p. 14). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Geen verdringing</cursief>
          </al>
          <al>Er is sprake van verdringing wanneer iemand onbetaalde activiteiten
                            uitvoert waarvoor het gebruikelijk is dat er een betaling tegenover
                            staat. Het mag daarom niet gaan om activiteiten waarvoor een ander
                            normaal gesproken betaald wordt of eerder (minder dan één jaar geleden)
                            nog betaald werd. Dit is het geval als eerder bestaande arbeidsplaatsen
                            met vergelijkbare werkzaamheden binnen deze periode zijn wegbezuinigd
                            bij de betreffende (overheids-)organisatie. Ook mag er geen vacature
                            openstaan voor dezelfde of bijna dezelfde activiteiten.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Het opdragen van een tegenprestatie</titel>
          </kop>
          <al>Het college heeft beleidsvrijheid om een tegenprestatie op te leggen.
                            Het college bepaalt uiteindelijk of, en zo ja welke tegenprestatie wordt
                            opgedragen. Tegen een besluit tot het opdragen van een tegenprestatie
                            kan bezwaar en beroep worden aangetekend (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7,
                            p. 49). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Geen tegenprestatie </cursief>
          </al>
          <al>Indien daarvoor dringende redenen - zoals zorgtaken - aanwezig zijn, kan
                            het college in individuele gevallen tijdelijk ontheffing verlenen van de
                            plicht tot het verrichten van een tegenprestatie (artikel 9, tweede lid,
                            van de Participatiewet). </al>
          <al>De verplichting tot het verrichten van een tegenprestatie is niet van
                            toepassing op een belanghebbende die volledig en duurzaam
                            arbeidsongeschikt is, als bedoeld in artikel 4 van de Wet werk en
                            inkomen naar arbeidsvermogen (artikel 9, vijfde lid, van de
                            Participatiewet). De verplichting tot tegenprestatie is niet van
                            toepassing op een alleenstaande ouder die in het bezit is van een
                            ontheffing als bedoeld in artikel 9a, eerste lid, van de Participatiewet
                            (artikel 9, zevende lid, van de Participatiewet). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Weigering tegenprestatie </cursief>
          </al>
          <al>Het college dient bij weigering van belanghebbende om de tegenprestatie
                            te verrichten, op basis van het individuele geval de hoogte en de duur
                            van de op te leggen maatregel te bepalen (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3,
                            p. 29). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Factoren opdragen tegenprestatie </cursief>
          </al>
          <al>In artikel 3 van deze verordening is neergelegd met welke factoren het
                            college rekening moet houden bij het opdragen van een tegenprestatie.
                            Deze factoren worden hierna toegelicht. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Factor: tegenprestatie 'naar vermogen'</cursief>
            <cursief>.
                            </cursief>De werkzaamheden die als tegenprestatie ingezet worden, moeten
                            naar vermogen door een belanghebbende verricht kunnen worden. De term
                            'naar vermogen' heeft betrekking op de mogelijkheden waarover een
                            belanghebbende beschikt om deze werkzaamheden te verrichten. Immers,
                            niet alle onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden kunnen worden
                            opgedragen aan elke uitkeringsgerechtigde (TK 2013-2014, 33 801, nr. 3,
                            p. 30). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Factor: persoonlijke situatie en individuele omstandigheden
                                belanghebbende</cursief>
            <cursief>. </cursief>Bij het opdragen van de
                            tegenprestatie houdt het college rekening met de persoonlijke situatie
                            en individuele omstandigheden van een belanghebbende, waaronder
                            leeftijd, opleiding en werkervaring (Rechtbank Zeeland-West-Brabant
                            25-02-2013, nr. 12/3649, ECLI:NL:RBZWB:2013:BZ5171). Hierbij wordt
                            rekening gehouden met het fysieke en psychische vermogen van een
                            belanghebbende. Bij het opdragen van de tegenprestatie dient het college
                            maatwerk te leveren. Voorts wordt bij opdragen van een tegenprestatie
                            rekening gehouden met praktische omstandigheden zoals reistijd,
                            beschikbaarheid van kinderopvang en/of belanghebbende al
                            maatschappelijke activiteiten verricht.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Factor: persoonlijke wensen en kwaliteiten
                                belanghebbende</cursief>
            <cursief>. </cursief>Bij het opdragen van de
                            verplichting tot tegenprestatie houdt het college rekening met de
                            persoonlijke wensen en kwaliteiten van belanghebbende. De regering vindt
                            het immers belangrijk dat een belanghebbende invloed heeft op de keuze
                            van de activiteiten (TK 2013-2014, 33 801, nr. 7, p. 47). Belanghebbende
                            kan zelf ideeën aandragen voor de als tegenprestatie te verrichten
                            werkzaamheden. Het college kan in beleidsregels bepalen wanneer een
                            belanghebbende zijn keuze voor het verrichten van maatschappelijk
                            nuttige activiteit kenbaar maakt aan het college. Het college beoordeelt
                            de door belanghebbende zelf aangedragen ideeën en kan besluiten om het
                            voorstel van belanghebbende over te nemen en die werkzaamheden in te
                            zetten als tegenprestatie. Uiteraard moet die werkzaamheid voldoen aan
                            het bepaalde bij of krachtens artikel 2 van deze verordening en moet die
                            werkzaamheid beschikbaar zijn. Het college is niet gehouden te voldoen
                            aan de wensen van een belanghebbende, maar moet deze wel in de
                            beoordeling meenemen. Draagt belanghebbende geen ideeën aan, dan kan het
                            college belanghebbende van maatschappelijk nuttige werkzaamheden die
                            voorhanden zijn opleggen. Als belanghebbende geen voorkeur kenbaar maakt
                            of er geen keuzemogelijkheid is, kan het college een werkzaamheid
                            opleggen. Het is immers aan het college, en niet aan een belanghebbende,
                            een tegenprestatie op te dragen aan belanghebbende. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Factor: ma</cursief>
            <cursief>ntelzorg</cursief>
            <cursief> en
                                vrijwilligerswerk</cursief>
            <cursief> d</cursief>
            <cursief>oor
                                belanghebbende</cursief>
            <cursief>. </cursief>
          </al>
          <al>Het college houdt er bij het opdragen van de plicht tot tegenprestatie
                            rekening met het eventuele gegeven dat een belanghebbende al
                            maatschappelijk actief is (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Indien
                            een belanghebbende al een maatschappelijke activiteit verricht, kan het
                            college in bepaalde gevallen besluiten deze maatschappelijke activiteit
                            aan te merken als tegenprestatie. Ook kan de omstandigheid dat een
                            belanghebbende maatschappelijke activiteit verricht, ertoe leiden dat
                            hiermee rekening wordt gehouden bij het vaststellen van de
                            tegenprestatie, met name de duur en de omvang van de tegenprestatie. Een
                            voorbeeld van maatschappelijke activiteiten zijn: de zorg voor een ouder
                            of een gehandicapt kind. Het college beoordeelt de maatschappelijke
                            activiteiten en houdt daarbij rekening met de duur en omvang. </al>
          <al>Dit geldt ook voor het verrichten van vrijwilligerswerk. Het college kan
                            ook besluiten vrijwilligerswerk van twee uren per week aanmerken als
                            tegenprestatie. Hierbij moet wel rekening worden gehouden met de
                            minimale en maximale duur van de tegenprestatie zoals neergelegd in
                            artikel 4 van deze verordening. Hierbij kan ook de aard van het
                            vrijwilligerswerk een rol spelen. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Duur en omvang van een tegenprestatie</titel>
          </kop>
          <al>Het college bepaalt aan de hand van de individuele omstandigheden en de
                            voorhanden zijnde onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden, de
                            aard, de duur en de omvang van de aan een persoon op te leggen
                            tegenprestatie. Hierbij moet het college de in deze verordening
                            neergelegde criteria in acht nemen. Artikel 4 van deze verordening stelt
                            voorwaarden ten aanzien van de duur en omvang van de tegenprestatie. </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Individuele omstandigheden </cursief>
          </al>
          <al>Het college beoordeelt op basis van de individuele omstandigheden van
                            een belanghebbende de omvang en de duur van de tegenprestatie. De omvang
                            van de werkzaamheden en de duur in de tijd dienen in de regel beperkt te
                            zijn. Dat betekent dat het college steeds een afweging maakt op basis
                            van de situatie in welke mate een tegenprestatie verlangd kan worden (TK
                            2013-2014, 33 801, nr. 30). </al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Minimale en m</cursief>
            <cursief>aximale duur tegenprestatie
                            </cursief>
          </al>
          <al>Artikel 4 regelt dat de tegenprestatie wordt ingezet voor een minimale
                            en maximale duur. De tegenprestatie kan worden opgedragen voor de
                            minimale duur van twee uren per week, gedurende drie maanden per jaar.
                            De maximale duur van de tegenprestatie is vijf maanden per jaar en tien
                            uren per week. Uit het onderzoeksrapport "Voor wat hoort wat" blijkt dat
                            bij ongeveer de helft van de gemeenten die de tegenprestatie uitvoeren
                            de gemiddelde duur korter is dan een half jaar en bij iets minder dan de
                            helft is de gemiddelde duur meer dan een half jaar. Het is van belang
                            dat de duur beperkt is. Het opdragen van de tegenprestatie tot aan het
                            einde van de uitkering is in ieder geval niet beperkt in duur en in
                            omvang. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Geen tegenprestatie</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 5 van de verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                            opgedragen indien belanghebbende door de gemeente naar reguliere arbeid
                            wordt begeleid en een re-integratievoorziening volgt, zoals genoemd in
                            de Re-integratieverordening Participatiewet gemeente Haarlem, dan wel
                            vrijwilligerswerk of mantelzorg verricht en het college het verrichten
                            hiervan redelijkerwijze noodzakelijk vindt. </al>
          <al>Inzake het niet opleggen van de verplichting tot tegenprestatie bij
                            vrijwilligerswerk of mantelzorg heeft de regering deze mogelijkheid
                            uitdrukkelijk benoemd in de nota van wijziging met betrekking tot de Wet
                            maatregelen WWB (TK 2013-2014, 33 801, nr. 24, p. 6). Of sprake is van
                            vrijwilligerswerk of mantelzorg wordt getoetst aan de criteria zoals
                            neergelegd in artikel 1 van deze verordening. Verricht een
                            belanghebbende vrijwilligerswerk of mantelzorg in de zin van deze
                            verordening en is het verrichten van deze werkzaamheden volgens het
                            college redelijkerwijs noodzakelijk, dan draagt het college een
                            belanghebbende geen tegenprestatie op (artikel 5 van deze verordening).
                        </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Geen werkzaamheden voorhanden</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 6 van deze verordening bepaalt dat geen tegenprestatie wordt
                            opgedragen indien geen onbeloonde maatschappelijk nuttige werkzaamheden
                            voorhanden zijn. In deze verordening kiest de gemeenteraad ervoor dat
                            indien geen maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn binnen
                            de eigen gemeentegrenzen, buiten de gemeentegrenzen gezocht moet worden
                            naar maatschappelijk nuttige werkzaamheden. Indien het college besluit
                            geen tegenprestatie op te leggen omdat geen onbeloonde maatschappelijk
                            nuttige werkzaamheden voorhanden zijn, wordt binnen 12 maanden een
                            heronderzoek uitgevoerd om te beoordelen of op dat moment wel
                            maatschappelijk nuttige werkzaamheden voorhanden zijn. Dit is geregeld
                            in artikel 6, tweede lid, van deze verordening. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd. </al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>