<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91-->
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352459_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Haarlem</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-05-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Haarlem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Haarlem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">artikel 8a, eerste lid, onderdeel b, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-06-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-06-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-02</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015/136644</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Nav invoering Participatiewet</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening individuele studietoeslag Participatiewet gemeente Haarlem
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>
            <vet>V</vet>
            <vet>erordening individuele
                            </vet>
            <vet>studie</vet>
            <vet>toeslag</vet>
            <vet>
                            Participatiewet</vet>
            <vet> gemeente Haarlem</vet>
          </al>
          <al>
            <vet>(versie </vet>
            <vet>28</vet>
            <vet>-08-2014)</vet>
          </al>
          <al>De raad van de gemeente Haarlem; </al>
          <al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van [<vet>datum en
                            nummer</vet>]; </al>
          <al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet;</al>
          <al>gezien het advies van de commissie Samenleving; </al>
          <al>BESLUIT:</al>
          <al>vast te stellen de Verordening individuele studietoeslag gemeente
                        Haarlem.</al>
          <al/>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.</nr>
              <titel>Indienen verzoek</titel>
            </kop>
            <al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet, wordt </al>
            <al>ingediend middels een door het college vastgesteld formulier.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>RECHT OP INDIVIDUELE STUDIETOESLAG</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.</nr>
              <titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel>
            </kop>
            <al>Het college stelt, na advies te hebben ingewonnen, vast of een persoon
                            niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar
                            wel mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.</nr>
              <titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel>
            </kop>
            <al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele studietoeslag.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.</nr>
              <titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Een individuele studietoeslag bedraagt ten hoogste:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>€ 350 voor een alleenstaande per jaar;</al></li>
                  <li nr="b."><al>€ 450 voor een alleenstaande ouder per jaar;</al></li>
                  <li nr="c."><al>Bij gehuwden wordt de aanvraag afzonderlijk als
                                            alleenstaande beoordeeld.</al><al/></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Het bedrag genoemd in het eerste lid wordt jaarlijks geïndexeerd
                                    conform de oontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens
                                    het Centraal Bureau voor de Statistiek. De bedragen worden naar
                                    boven afgerond op hele euro's.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.</nr>
              <titel>Betaling individuele studietoeslag</titel>
            </kop>
            <al>Een individuele studietoeslag wordt jaarlijks als één bedrag uitbetaald.
                        </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening individuele
                            studietoeslag gemeente Haarlem.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van d.d. oktober
                        2014.</ondertekening>
        <ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <kop>
          <label/>
          <titel>Algemene toelichting Verordening individuele studietoeslag gemeente Haarlem</titel>
        </kop>
        <al>De invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                            Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het
                            college de mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in
                            staat zijn het minimumloon te verdienen, een individuele studietoeslag
                            te verstrekken als ze studeren. Het afronden van een studie versterkt de
                            positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een bewijs tegenover
                            werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars heeft.</al>
        <al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra
                            steuntje in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de
                            drempel om te lenen een stuk hoger, omdat de kans op een baan later
                            lager is. Een studieregeling stimuleert mensen om toch de stap te zetten
                            om naar school te gaan of een studie te gaan volgen. Ook biedt het een
                            financiële compensatie voor het feit dat het voor deze groep vaak
                            moeilijk is om de studie te combineren met een bijbaan (TK 2013-2014, </al>
        <al>33 161, nr. 125, p. 2). </al>
        <al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                            bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                            individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het
                            is een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is
                            vastgesteld dat ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Verordeningsplicht </cursief>
        </al>
        <al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op
                            in een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een
                            individuele studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in
                            artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels
                            moeten in ieder geval betrekking hebben op de hoogte en de frequentie
                            van de betaling van de individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid,
                            van de Participatiewet). </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Discretionaire bevoegdheid</cursief>
        </al>
        <al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                            bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen
                            die voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar
                            hiertoe niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of
                            bepaalde groepen niet in aanmerking komen voor een </al>
        <al>studietoeslag. Het college kan in plaats daarvan - en in aanvulling op
                            artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet - in beleidsregels
                            aangeven wie, wanneer en op grond van welke nadere voorwaarden recht
                            heeft op een individuele studietoeslag. </al>
        <al/>
        <al>
          <cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag</cursief>
        </al>
        <al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                            arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a,
                            van de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                            studietoeslag. </al>
        <al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt overigens zowel
                            over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk verzoek –
                            gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een individuele
                            studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op de datum
                            van de aanvraag: </al>
        <lijst>
          <li nr="·"><al> 18 jaar of ouder is; </al></li>
          <li nr="·"><al> recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering </al><al> 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van
                                    hoofdstuk 4 van de </al><al> Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;</al></li>
          <li nr="·"><al> geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de </al><al> Participatiewet heeft; en </al></li>
          <li nr="·"><al> een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is
                                    tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li>
        </lijst>
        <al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een WTOS-
                            tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                            studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                            studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                            leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in
                            de Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van
                            een individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het
                            recht op een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een
                            persoon recht heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De
                            persoon zal - als aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken
                            dat hij recht op studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, </al>
        <al>bijvoorbeeld door een beschikking van DUO of door een bewijs van
                            inschrijving bij een bepaalde opleiding te overleggen. </al>
        <al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                            toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                            tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend
                            bij het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening
                            worden verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil
                            aflossen. Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van
                            toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van
                            de Participatiewet). Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van
                            toepassing op de individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van
                            de Participatiewet). Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan
                            worden </al>
        <al>verstrekt in de vorm van een voorschot.</al>
        <al/>
        <al/>
        <al>
          <vet>Artikelsgewijze toelichting Verordening individuele studietoeslag
                                gemeente Haarlem </vet>
        </al>
        <al/>
        <al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                            bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook
                            van toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening
                            daarom geen begripsomschrijvingen opgenomen. </al>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1.</nr>
            <titel>Indienen verzoek</titel>
          </kop>
          <al> Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                            personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                            Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij
                            arbeidsinschakeling: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al> personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li>
            <li nr="·"><al> personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel
                                    b en , 35, vierde lid, onderdeelb, en 36, derde lid, onderdeel
                                    b, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) tot het
                                    moment dat het inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende
                                    twee aaneengesloten jaren ten minste het minimumloon bedraagt en
                                    ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                                    loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend; </al></li>
            <li nr="·"><al> personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                                    Participatiewet; </al></li>
            <li nr="·"><al> personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van
                                    de </al><al> Algemene nabestaandenwet (ANW); </al></li>
            <li nr="·"><al> personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening </al><al> oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers
                                    (IOAW), </al></li>
            <li nr="·"><al> personen met een uitkering op grond van de Wet
                                    inkomensvoorziening </al><al> oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                                    zelfstandigen, en (IOAZ). </al></li>
            <li nr="·"><al> niet-uitkeringsgerechtigden.</al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                            individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                            voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een
                            persoon, een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een
                            aanvraag dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend </al>
          <al>(artikel 4:1 van de Awb). </al>
          <al/>
          <al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                            bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                            ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                            worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een
                            verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling
                            4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel
                            4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de
                            naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een
                            aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste
                            lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden
                            die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                            redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van
                            de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt
                            als een verzoek om individuele studietoeslag zoals bedoeld in artikel
                            36b van de Participatiewet.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2.</nr>
            <titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon</titel>
          </kop>
          <al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen
                            het collegeop verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                            omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het
                            geval indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al>
          <lijst>
            <li nr="·"><al> 18 jaar of ouder is; </al></li>
            <li nr="·"><al> recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering </al><al> 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond van
                                    hoofdstuk 4 van de </al><al> Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; </al></li>
            <li nr="·"><al> geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34
                                    van de </al><al> Participatiewet heeft; en </al></li>
            <li nr="·"><al> een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is
                                    tot het</al><al> verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel </al><al> mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al></li>
          </lijst>
          <al/>
          <al>Met betrekking tot het laatst genoemde criterium wint het college advies
                            in bij de partners die betrokken zijn bij het Werkbedrijf. Het gaat om
                            advies met betrekking tot het oordeel of een persoon met voltijdse
                            arbeid niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                            doch wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. </al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3.</nr>
            <titel>Eenmaal per periode individuele studietoeslag verlenen</titel>
          </kop>
          <al>Een persoon kan slechts eenmaal binnen een periode van 12 maanden in
                            aanmerking komen voor een individuele toeslag. </al>
          <al>Doorgaans kan een persoon halfjaarlijks, augustus of in februari,
                            starten met een opleiding. Voor de beoordeling of een belanghebbende in
                            aanmerking komt voor een individuele studietoeslag wordt de situatie op
                            de datum van de aanvraag beoordeeld (artikel 36b, eerste lid, van de
                            Participatiewet). Om deze reden is geregeld dat een persoon slechts
                            eenmaal binnen een periode van twaalf maanden in aanmerking kan komen
                            voor een individuele studietoeslag (artikel 3 van deze verordening).
                            Studeert een persoon na die twaalf maanden nog steeds en voldoet hij aan
                            de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet, dan
                            kan hij opnieuw in aanmerking komen voor een individuele
                            studietoeslag.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4.</nr>
            <titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel>
          </kop>
          <al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                            studietoeslag geregeld. Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die
                            voldoet aan de voorwaarden toegekend. </al>
          <al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de
                            voorwaarden voor een individuele studietoeslag, dan komen zij
                            afzonderlijk als alleenstaande in aanmerking voor een individuele
                            studietoeslag.</al>
          <al>In artikel 4, tweede lid, van deze verordening, is een
                            indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening
                            telkens opnieuw moet worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de
                            bedragen. Het is van belang de nieuwe bedragen (na indexatie) intern
                            duidelijk te communiceren.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5.</nr>
            <titel>Betaling individuele studietoeslag</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                            studietoeslag geregeld.</al>
          <al/>
          <al>
            <cursief>Jaarlijkse</cursief>
            <cursief> uitbetaling </cursief>
          </al>
          <al>Een individuele studietoeslag wordt jaarlijks in één bedrag uitbetaald.
                            Dit is het bedrag zoals neergelegd in artikel 4 van deze verordening. Na
                            twaalf maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                            individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze
                            verordening.</al>
          <al>Een persoon moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel
                            36b, eerste lid, van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment
                            na de aanvraag hier niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor
                            het recht op een individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan
                            voorkomen dat een persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft,
                            maar wel nog recht heeft op uitbetaling van een eerder toegekende
                            individuele studietoeslag aangezien uitsluitend de situatie op de datum
                            van de aanvraag bepalend is.</al>
          <al>Na twaalf maanden kan een persoon opnieuw in aanmerking komen voor een
                            individuele studietoeslag. Dit volgt uit artikel 3 van deze
                            verordening.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6.</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015. Vanaf
                            die datum is in artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de
                            Participatiewet de verordeningsopdracht voor de gemeenteraad neergelegd
                            om regels in de verordening vast te stellen over het verlenen van een
                            individuele studietoeslag.</al>
        </divisie>
        <divisie>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7.</nr>
            <titel>Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al>
        </divisie>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>