<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352372_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015 - 2019</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Waterschap">Waterschap Brabantse Delta</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015 - 2019</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanWaterschap">dagelijks bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-11-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>14UT017863</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Beleidsplan Toezicht en Handhaving 2015 - 2019</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><cursief>Samen voor een gezonde leefomgeving</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr>1.</nr><titel>Inleiding</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr>1.1</nr><titel>Aanleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Waterschap Brabantse Delta wil de waterautoriteit zijn die integraal
                                zorgt voor voldoende oppervlaktewater van goede kwaliteit en
                                veiligheid tegen overstroming. Het waterschap voert daarmee een
                                wettelijke taak uit vanuit de Waterschapswet.</al><al/><al>Om uitvoering te geven aan de belangen van voldoende, schoon water
                                en veiligheid tegen water zijn er spelregels afgesproken. Het
                                waterschap ziet toe op het juist gebruik en toepassen van de
                                spelregels die algemeen geldend zijn. Veel medewerkers van het
                                waterschap werken daarnaast dagelijks aan het behouden en
                                onderhouden van het gewenste niveau aan veiligheid en het integraal
                                beheren van verschillende belangen rondom water. Zo werken b.v.
                                onderhoudsmedewerkers dagelijks aan het beheren van het
                                watersysteem, stellen juristen en beleidsmedewerkers randvoorwaarden
                                op en worden vergunningen uitgegeven.</al><al/><al>Het handhaven van de spelregels is een wettelijke taak die formeel
                                bij de overheid ligt en binnen het waterschap is opgedragen aan de
                                medewerkers van de afdeling handhaving. Hoe deze handhavingstaak
                                moet worden ingevuld, staat niet specifiek in de wet
                                beschreven.</al><al/><al>Het waterschap vindt het belangrijk dat voor bedrijven en inwoners
                                in het beheergebied duidelijk is hoe het waterschap toezicht en
                                handhaving toepast. Met dit Beleidsplan Toezicht en Handhaving stelt
                                het waterschap de kaders en randvoorwaarden vast en beschrijft zij
                                hoe het middel toezicht en handhaving wordt ingezet om de naleving
                                van wet- en regelgeving maximaal positief te beïnvloeden. </al><al>Met dit beleidsplan geeft het waterschap ook uiting aan haar wens om
                                transparant te zijn en kan ieder kennis nemen hoe het waterschap
                                uitvoering aan het handhaven geeft.</al><al>De beleidsdoelen en keuzen van dit beleidsplan zullen vervolgens
                                inhoudelijk worden uitgewerkt in het jaarlijkse
                                handhavingsuitvoeringsprogramma (hup).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>1.2</nr><titel>Doel</titel></kop><structuurtekst><al>Het doel van het beleidsplan Toezicht en handhaving is beschrijven
                                hoe het waterschap met toezicht en handhaving streeft naar het
                                behouden of verbeteren van de waterkwaliteit, waterkwantiteit,
                                waterveiligheid en veiligheid op het water, een gezonde
                                leefomgeving. In dit beleidsplan legt het waterschap de kaders en
                                randvoorwaarden vast voor de inzet van toezicht en handhaving.
                                Daarbij maakt het dagelijks bestuur van Brabantse Delta de balans
                                op: </al><lijst><li nr="•"><al>In hoeverre sluiten de toezichts- en handhavingsinspanningen
                                        aan bij de risico’s op het watersysteem en de veiligheid
                                        tegen water?</al></li><li nr="•"><al>Wat zijn de relevante ontwikkelingen waarop het waterschap
                                        moet anticiperen?</al></li><li nr="•"><al>Welke koers past bij de planperiode die voor ons ligt?</al></li></lijst><al/><al>Belangrijke onderwerpen die hiermee samenhangen zijn samenwerking en
                                de wijze hoe het toezicht en de handhaving wordt uitgevoerd. Ook
                                deze informatie vindt u in dit Beleidsplan.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>1.3</nr><titel>Leeswijzer</titel></kop><structuurtekst><al>Dit beleidsplan schetst in hoofdstuk 2 een algemeen beeld van
                                handhaven en het proces daarom heen. In hoofdstuk 3 worden de
                                interne en externe ontwikkelingen genoemd die van belang zijn voor
                                het handhaven door het waterschap. In hoofdstuk 4 wordt vervolgens
                                beschreven hoe het waterschap toezicht en handhaving wenst toe te
                                passen in de planperiode. Met hoofdstuk 5 wordt het routinematig en
                                incidenteel toezicht en handhaving verder uitgewerkt. In de bijlagen
                                wordt achtergrondinformatie over de verschillende onderwerpen uit
                                dit beleidsplan gegeven.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>2.</nr><titel>Handhaven in het algemeen</titel></kop><structuurtekst><al>Met handhaven wordt gedrag beïnvloed. Gewenst gedrag wordt gestimuleerd
                            om positief te blijven, ongewenst gedrag krijgt een prikkel om ten
                            positieve te veranderen. Daardoor is handhaven meer dan alleen
                            sanctionerend optreden, is het gedragsbeïnvloeding ten goede van een
                            beter naleefgedrag, een veilige en gezonde leefomgeving.</al><al>Naleefgedrag kan slechts serieus worden bevorderd door het inzetten van
                            een combinatie van interventies. Al die interventies hebben namelijk
                            onderling een ondersteunende, versterkende en/of aanvullende rol.
                            Waterschap Brabantse Delta past om die reden meerdere strategieën toe om
                            het naleefgedrag van regels te vergroten of op het gewenste niveau te
                            houden. Schematisch kan dit als volgt worden weergegeven:</al><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="ic4c1031f-21dc-4c40-8d0c-3675000676d6" naam="i248306ic4c1031f-21dc-4c40-8d0c-3675000676d6.png" breedte="15cm" type="foto" hoogte="4.40cm"/></plaatje></al><al>De diverse strategieën zijn inhoudelijk verder uitgewerkt in bijlage 2
                            van dit beleidsplan.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label/><nr>2.1.</nr><titel>Preventiestrategie</titel></kop><structuurtekst><al>‘Voorkomen is beter dan genezen’, zo luidt een bekend gezegde.
                                Evenzeer geldt dit in het kader van toezicht en handhaving.
                                Voorlichting en communicatie van de toezichts- en handhavingstaken
                                is van groot belang voor het creëren van draagvlak. Daarnaast werken
                                preventieve maatregelen, zoals voorlichting, mee aan het bewust
                                naleven van regels, het voorkomen van onbewust overtreden van
                                regels.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.2.</nr><titel>Toezichtstrategie</titel></kop><structuurtekst><al>De toezichtstrategie beschrijft de verschillende vormen van toezicht
                                die het waterschap Brabantse Delta kan inzetten om naleving te
                                bevorderen. In de toezichtstrategie is tevens de basiswerkwijze van
                                het toezicht opgenomen, de controlefrequentie gebaseerd op het
                                risico van een gedraging in relatie tot het naleefgedrag van de
                                overtreder. Gedragingen van goed bedoelende plegers krijgen
                                automatisch minder toezichtsdruk, waar een bewuste overtreder (of
                                een recidivist) uiteindelijk in verscherpt toezicht kan worden
                                opgenomen. Verscherpt toezicht is dan zo zwaar als dat uitvoerbaar
                                is of aansluit bij de gepleegde overtreding, met het doel een
                                gedragsverandering ten goede van het waterbeheer af te dwingen.</al><al>De toezichtstrategie is een methodiek die mede input geeft voor het
                                jaarlijks op te stellen van het uitvoeringsprogramma.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.3.</nr><titel>Sanctiestrategie</titel></kop><structuurtekst><al>Toezicht zal overgaan in sanctionering als in strijd met de regels
                                is gehandeld. Hierbij wordt wel eerst legalisatie van de overtreding
                                in overweging genomen. Sanctionering leidt tot bestuursrechtelijke-
                                en/of strafrechtelijke maatregelen. Waterschap Brabantse Delta
                                handelt op basis van de sanctiestrategie die een afgeleide is van de
                                Landelijke handhavingsstrategie (Versie 1.7. d.d. 24 april
                                2014).</al><al/><al>De sanctiestrategie is van toepassing bij het constateren van één of
                                meerdere overtredingen. Waterschap Brabantse Delta past de
                                sanctiestrategie toe voor alle domeinen, conform de provinciale
                                afspraken. Dit betekent dat bij overtredingen op eenzelfde wijze
                                wordt opgetreden. Deze strategie geeft op basis van de ernst van de
                                overtreding aan welke sanctie passend is. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.4.</nr><titel>Gedoogstrategie</titel></kop><structuurtekst><al>Uitgangspunt van wetgeving is dat wettelijke bepalingen en daarop
                                gebaseerde regelgeving worden nageleefd. Deze naleving kan zo nodig
                                worden afgedwongen door gebruikmaking van de handhavingsinstrumenten
                                (zoals bestuursdwang en dwangsom). In de praktijk kan het voorkomen
                                dat het waterschap Brabantse Delta afziet van het gebruik van de
                                handhavingsmiddelen bij constatering van een overtreding van de
                                regels.</al><al>Het waterschap zal afzien van daadwerkelijk handhaven als b.v.
                                handhaving niet proportioneel is tot het te bereiken doel of als er
                                concreet zicht is op een legalisatie van de overtredingssituatie.
                                Bij het formuleren van het gedoogbeleid is rekening gehouden met het
                                landelijk beleidskader gedogen (Brief van de Ministers van VROM en
                                Verkeer en Waterstaat van 10 oktober 1991 (TK 1991-1992, nr 22 343)
                                en de nota “Grenzen aan gedogen” (TK 1996-1997, nr 25 085)).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>2.5</nr><titel>Handhavingsproces</titel></kop><structuurtekst><al>Essentieel bij het houden van toezicht en het handhaven is een
                                procesmatige benadering, een cyclische waarderen en analyseren van
                                de effecten van de toezichts- en handhavingsinspanningen. Door
                                periodiek de uitkomsten en informatie te beoordelen kan het
                                waterschap zo nodig snel prioriteiten en/of doelen bijstellen. </al><al/><al>De grondslag die het waterschap toepast om de kwaliteit te
                                waarborgen is de zogenaamde ‘Big 8’, ook wel dubbele Regelkring
                                genoemd. De ‘Big 8’ beschrijft een zevental samenhangende
                                processtappen waarmee het mogelijk wordt professioneel toezicht en
                                handhaving te organiseren.</al><al>Dit hulpmiddel zorgt dat toezicht en handhaving tot stand komt op
                                basis van inzichtelijke keuzes en dat de uitvoering is gericht op
                                het bereiken van een vooraf bepaald resultaat. Het gaat om een reeks
                                van activiteiten die aantoonbaar, achtereenvolgens en in samenhang
                                met elkaar moeten worden uitgevoerd. </al><al/><al>Minimaal elke 4 jaar actualiseert het waterschap beleidskeuzen en
                                strategieën en stelt zij een nieuw beleidsplan toezicht en
                                handhaving vast.</al><al/><al>Jaarlijks stelt het waterschap een handhavingsuitvoeringsprogramma
                                vast en evalueert zij het vorige uitvoeringsjaar. Hierin wordt een
                                Plan, Do, Check, Act (p.d.c.a.) cyclus gevolgd. Zo nodig worden
                                doelen en prioriteiten, binnen de beleidskaders, bijgesteld.</al><al>In het handhavingsuitvoeringsprogramma beschrijft het waterschap
                                concreet hoe in dat jaar het toezicht en de handhaving per doelgroep
                                zal worden uitgevoerd en wat de eventuele financiële of personele
                                consequenties hiervan zullen zijn.</al><al/><al/><al/><al><plaatje><illustratie id="ie3ffc686-aa0b-457b-9aa5-50a7ff89f2b7" naam="i248307ie3ffc686-aa0b-457b-9aa5-50a7ff89f2b7.png" type="foto" breedte="5.3cm" hoogte="7.35cm"/></plaatje></al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>3.</nr><titel>Veranderingen in het toezicht en de handhaving</titel></kop><structuurtekst><al>Het waterschap speelt voortdurend in op ontwikkelingen in de omgeving,
                            bestuur en politiek, beleid en wetgeving. Soms gaat dat eenvoudig en
                            zijn ontwikkelingen snel in te passen in de uitvoering van het toezicht
                            en handhaven door het waterschap. In andere gevallen ligt dat minder
                            eenvoudig en kunnen</al><al>ontwikkelingen aansporen tot een heroverweging van de koers. Voorbeelden
                            van dergelijke</al><al>ingrijpende ontwikkelingen uit de afgelopen jaren zijn de komst van de
                            Waterwet, verdergaande deregulering met algemene regels, de Wet Algemene
                            Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo) en de instelling van Omgevingsdiensten
                            als uitvoeringsorgaan van gemeenten en de provincie.</al><al/><al>In dit hoofdstuk wordt ingegaan op een aantal belangrijke ontwikkelingen
                            die van invloed zullen zijn op de organisatie van toezicht en handhaving
                            voor waterschap Brabantse Delta in 2015 en daarna. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label/><nr>3.1</nr><titel>Bestuurlijke ontwikkelingen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Bestuurlijke visie op handhaven</cursief></al><al>De betrokkenheid van het bestuur bij het houden van toezicht en het
                                handhaven is groot. In aanloop tot dit beleidsplan zijn door het
                                dagelijks bestuur van het waterschap uitgangspunten benoemd voor het
                                houden van toezicht en het handhaven door het waterschap. Het
                                waterschap hecht waarde aan vertrouwen en het loslaten waar het kan,
                                maar streng zijn waar het moet. Gedragingen die risico’s veroorzaken
                                op het gebied van waterveiligheid of de waterkwaliteit krijgen meer
                                aandacht dan laag geprioriteerde gedragingen. </al><al/><al><cursief>Meer systeemgericht toezicht om overtredingen te voorkomen
                                    / het effect te beperken</cursief></al><al>In het landelijke toezicht wordt er meer aandacht gegeven aan het
                                voorkomen van overtredingen en het beperken van de gevolgen. Dit
                                wordt o.a. gerealiseerd door meer naar het systeem rondom een
                                gedraging te kijken. Met systeemgericht toezicht wordt bedoeld:
                                toezicht op systemen, processen en</al><al>methoden die gericht zijn op het borgen van de naleving van
                                wettelijke eisen en niet op de feitelijke naleving zelf’ (Internet:
                                bevraagd 24-9-2014, website Inspectieloket <extref doc="http://www.inspectieloket.nl/Images/Infoblad%20VT%20Systeemgerichttoezicht%20chemie2_tcm296-280662.pdf" struct="INTERNET">http://www.inspectieloket.nl/Images/Infoblad%20VT%20Systeemgerichttoezicht%20chemie2_tcm296-280662.pdf</extref>).
                                Het waterschap ziet systeemgericht toezicht ook voor het waterdomein
                                als een gewenste ontwikkeling en zet dit instrument, naast regulier
                                toezicht, prominenter in.</al><al/><al><cursief>Samen voor een gezonde leefomgeving</cursief></al><al>Het waterschap ziet samen met partners toe op de belangen voor een
                                gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Samenwerken is dan ook
                                gewenst, noodzakelijk en onvermijdelijk.</al><al>Het waterschap werkt samen met de Omgevingsdienst Midden- en West
                                Brabant (Omwb) en heeft voor indirecte lozingen (lozingen van
                                bedrijven en huishoudens op het riool) een samenwerkingsovereenkomst
                                afgesloten. Overeengekomen is dat het waterschap toezicht houdt op
                                bedrijven die met hun afvalwater een groot risico opleveren voor de
                                doelmatige werking van rioolwaterzuiveringen. Het waterschap voert
                                die taak zelfstandig uit, waar mogelijk samen met medewerkers van de
                                Omgevingsdienst.</al><al/><al>Samenwerken met de Brabantse waterschappen is vanzelfsprekend, ook
                                bij het houden van toezicht en de handhaving. Het waterschap hecht
                                belang aan het eenduidig houden van toezicht en uitvoeren van de
                                handhaving in Brabant. In de jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s maakt
                                het waterschap verbinding met de waterschappen De Dommel en Aa en
                                Maas en streeft zij naar die eenduidigheid.</al><al>De Brabantse waterschappen hebben samengewerkt aan een
                                gemeenschappelijke verordening (Keur) en beregeningsbeleid, die in
                                de planperiode in uitvoering gaan. Binnen de planperiode zal er ook
                                (nog meer) worden samengewerkt op het vlak van opleiding.</al><al>In de planperiode gaat het waterschap projectmatig aandacht geven
                                aan grondwater en het onttrekken van grondwater. Het nieuw
                                overeengekomen beregeningsbeleid in Brabant zal daarin uitwerking
                                krijgen, waarbij ervaringen in de uitvoering van waterschap Aa en
                                Maas en De Dommel worden meegenomen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>3.2</nr><titel>Overige ontwikkelingen</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Eén landelijke handhavingsstrategie
                                    (sanctiestrategie)</cursief></al><al>Landelijk is er een handhavingsstrategie (hier wordt een
                                sanctiestrategie bedoeld) vastgesteld die in de planperiode ook in
                                de provincie Noord-Brabant wordt geïmplementeerd. Het waterschap
                                implementeert met dit beleidsplan de landelijke handhavingsstrategie
                                en heeft nadrukkelijk aandacht voor het opsporen van waterschap
                                gerelateerde strafbare feiten (door buitengewoon
                                opsporingsambtenaren). </al><al/><al><cursief>Landelijke kwaliteitscriteria</cursief></al><al>De komende jaren worden er aanvullende landelijk kwaliteitscriteria
                                vastgesteld waaraan instanties belast met toezicht en handhaving
                                dienen te voldoen. Dit om de kwaliteit van uitvoering van toezicht
                                en handhaving verder te professionaliseren en de kwaliteit te
                                borgen. In de planperiode implementeert het waterschap deze
                                kwaliteitscriteria.</al><al/><al><cursief>Omgevingswet</cursief></al><al>Landelijk wordt er gewerkt aan een nieuwe wet, de Omgevingswet,
                                waardoor verschillende wetten die het waterschap uitvoert worden
                                gebundeld. Het waterschap is via de Unie van Waterschappen betrokken
                                bij de totstandkoming van deze nieuwe wet, met name om de
                                waterbelangen goed te verankeren. Het waterschap implementeert, na
                                het van kracht worden, de Omgevingswet in de processen van toezicht
                                en handhaving.</al><al/><al><cursief>Samenwerking in automatisering</cursief></al><al>Het waterschap dient t.b.v. vergunningverlening, toezicht en
                                handhaving adequaat ondersteund te worden met automatisering. In
                                2015 gaat het waterschap werken met een nieuw automatiseringssysteem
                                voor vergunningverlening en handhaving. Dit systeem, wat onderdeel
                                is van het project Samenwerkende Waterbeheerders (Saw@), een
                                samenwerking tussen waterschappen en Rijkswaterstaat, versterkt de
                                samenwerking tussen de waterbeheerders en stimuleert het op elkaar
                                afstemmen van processen. </al><al/><al><cursief>Technische hulpmiddelen</cursief></al><al>Daarnaast gaat het waterschap het feitelijke toezicht en handhaven
                                in het veld verder ondersteunen door technische hulpmiddelen,
                                bijvoorbeeld met tablets die zijn ontsloten met basisinformatie van
                                het waterschap. Daarbij kijkt het waterschap ook naar landelijke
                                ontwikkelingen zoals op afstand bestuurde vliegtuigsystemen (RPAS of
                                Drones) (Internet: bevraagd 24-9-2014, website Inspectie
                                leefomgeving en Milieu, webpagina
                                Onderwerpen/Transport/Luchtvaart/Dronevliegers <extref doc="http://www.ilent.nl/onderwerpen/transport/luchtvaart/dronevliegers/" struct="INTERNET">http://www.ilent.nl/onderwerpen/transport/luchtvaart/dronevliegers/</extref>).
                                Deze ontwikkelingen sluiten aan bij de ontwikkelingen op het gebied
                                van informatica en communicatie en maken nieuwe toepassingen en
                                werkwijzen mogelijk.</al><al/><al><cursief>Gemeenschappelijke Keur</cursief></al><al>De Brabantse waterschappen voeren in de planperiode een
                                gemeenschappelijke Keur (verordening van het waterschap) in. In de
                                Keur wordt een landelijke trend om meer met algemene regels te
                                werken, i.p.v. concrete voorschriften, gevolgd. Voor toezicht en
                                handhaving houdt dat in dat gedragingen minder vergunning plichtig
                                worden en dat het waterbelang o.a. geborgd wordt met nadrukkelijk
                                toezicht. </al><al>Het waterschap controleert risicovolle gedragingen en/of
                                vergunningsvoorwaarden actief. Op gedragingen met een lager risico
                                wordt programmatisch toegezien.</al><al/><al><cursief>Inhaalslag uniform uitvoeren Keur</cursief></al><al>In het uitvoeren van de Keur constateert het waterschap verschillen
                                tussen oude situaties en hoe het waterschap nu met de keur
                                uitvoering wenst te geven aan de waterbelangen. De verschillen staan
                                een efficiënt vergunningenproces in de weg en maken dat er lastiger
                                eenduidig kan worden opgetreden bij ongewenste situaties. In de
                                planperiode gaat het waterschap de ‘oude’ situaties projectmatig
                                aandacht geven, een inhaalslag uitvoeren. </al><al/><al><cursief>Instrumentarium t.b.v. ‘De vervuiler
                                betaald’</cursief></al><al>Het waterschap heeft vanuit de Wet Milieubeheer een instrument
                                beschikbaar (Titel 17.2 Wet milieubeheer) om het principe van ‘de
                                vervuiler betaald’ verder toe te passen. Met deze bepalingen dient
                                het waterschap milieuschade te voorkomen, te beperken en te
                                herstellen, kan dit laten uitvoeren of zo nodig zelf doen. Kosten
                                voor het waterschap worden vervolgens, net als bij het reeds
                                toegepaste (spoedeisende) bestuursdwang, verhaald op de
                                veroorzaker.</al><al>Landelijk is er nog weinig ervaring met het toepassen van deze extra
                                bepalingen. Het waterschap werkt in de planperiode de eventuele
                                implementatie van deze bepalingen op het handhaven uit.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>4.</nr><titel>Randvoorwaarden en kaders</titel></kop><structuurtekst><al>In het vorige hoofdstuk is ingegaan op welke ontwikkelingen van invloed
                            zijn op het uitvoeren van toezicht en de handhaving in de komende
                            planperiode. Het waterschap beschrijft in dit hoofdstuk de
                            uitgangspunten in het handhaven, de ambitie die het waterschap heeft en
                            concrete handhavingsdoelen. De onderdelen zijn leidend voor het proces
                            en beschrijven hoe het waterschap concreet uitvoering geeft aan het
                            toezicht en de handhaving.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label/><nr>4.1</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al>Het waterschap hanteert de volgende uitgangspunten bij het invullen
                                van de toezichts- en handhavingstaak:</al><lijst><li nr="•"><al>Houding van de overtreder bepaalt reactie waterschap;</al></li><li nr="•"><al>Loslaten waar kan, streng waar moet;</al></li><li nr="•"><al>Capaciteitssturing vindt plaats op basis van risico’s;</al></li><li nr="•"><al>Toezicht en handhaving ook tegen eigen waterschap en andere
                                        overheden;</al></li><li nr="•"><al>Handhaven volgens strategieën;</al></li><li nr="•"><al>Samen werken en samenwerken is vanzelfsprekend;</al></li><li nr="•"><al>Waar nodig de toezichtsdruk verhogen;</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap is bereikbaar.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Houding van de overtreder bepaalt reactie
                                    waterschap</cursief></al><al>Het waterschap heeft een beginselplicht tot handhaven (Geformuleerd
                                in ABRvS 7 juli 2004, LJN AP8242). Bij het handhaven van een
                                geconstateerde overtreding houdt het waterschap rekening met de
                                houding van de overtreder (bewust of onbewust) en het effect (ernst)
                                van de overtreding op het waterdomein. Het waterschap kan
                                verschillende instrumenten toepassen om gedragsverandering te
                                bevorderen, van b.v. informeren (preventie) tot aan Last onder
                                Bestuursdwang (repressief) naast een proces-verbaal. Het opzettelijk
                                niet voldoen aan bepalingen voor het watersysteem leidt dan tot een
                                veel zwaardere interventie dan een gedraging door iemand die goed
                                bedoelend maar onwetend was, zoals bepaald in de landelijke
                                handhavingsstrategie.</al><al/><al><cursief>Loslaten waar kan, streng waar moet</cursief></al><al>Het waterschap vertrouwt op de betrokkenheid en verantwoordelijkheid
                                van bewoners en bedrijven in het beheergebied. Daarbij zet het
                                waterschap zich in om met preventieve instrumenten de betrokkenheid
                                en het naleefgedrag van afspraken verder te vergroten.</al><al>Het waterschap is zichtbaar daar waar risico’s voor veiligheid of
                                waterkwaliteit hoog zijn en treedt doortastend op om die risico’s te
                                verkleinen. Waar risico’s laag zijn kan de toezichtsdruk
                                verminderen, neemt het waterschap meer afstand. </al><al>Hoe bedrijven kansen op incidenten voorkomen en onvoorziene
                                voorvallen vervolgens beheersen en bestrijden wordt meegenomen in
                                het bepalen van de toezichtsdruk.</al><al/><al><cursief>Capaciteitssturing vindt plaats op basis van risico’s
                                </cursief></al><al>Waterschap Brabantse Delta houdt toezicht op basis van een risico
                                gestuurde aanpak en stelt handhavingsprioriteiten vast. Er wordt
                                gebruik gemaakt van een informatie gestuurde risicomodule die op
                                alle gedefinieerde doelgroepen wordt toegepast. De risico’s worden
                                berekend op basis van de formule Risico = Kans maal Effect.</al><al>Het waterschap zet de beschikbare capaciteit van medewerkers
                                toezicht en handhaving als eerst in op de hoogste geprioriteerde
                                doelgroepen/gedragingen van toezicht, afbouwend naar de laagst
                                geprioriteerde. Daarbij houdt het waterschap laag geprioriteerde
                                doelgroepen/gedragingen ook in beeld en wordt er gereageerd op
                                ongewenste ontwikkelingen en klachten/meldingen.</al><al/><al><cursief>Toezicht en handhaving ook tegen eigen waterschap en andere
                                    overheden </cursief></al><al>Waterschap Brabantse Delta houdt, binnen haar wettelijke taken, ook
                                toezicht op werkzaamheden / gedragingen van de overheid en zet zo
                                nodig handhavende instrumenten in om gedrag te beïnvloeden of
                                naleving af te dwingen. Dit betreft ook activiteiten van het
                                waterschap zelf.</al><al>Bij handhavend optreden tegen eigen dienst of andere overheden volgt
                                het waterschap de uitgangspunten van deze nota, met oog voor het
                                voorkomen van onnodige wederzijdse publieke kosten als naleving ook
                                op een andere wijze bereikt kan worden. Bij dit handhaven tegen het
                                eigen waterschap of andere overheden zijn respectievelijk de
                                Dijkgraaf of de Secretaris-directeur van het waterschap
                                betrokken.</al><al/><al><cursief>Handhaven volgens strategieën </cursief></al><al>Bij het toezicht en handhaven volgt het waterschap de vastgestelde
                                strategieën voor preventie, toezicht, sanctie en gedogen (zie
                                hoofdstuk 2).</al><al><cursief>Samen werken en samenwerken is
                                vanzelfsprekend</cursief></al><al>Samenwerken is een basis voor effectief houden van toezicht en het
                                handhaven. Het waterschap werkt samen met andere overheden, zoals
                                politie, Omgevingsdienst, waterschappen, veiligheidsregio en
                                Rijkwaterstaat, aan een gezonde en veilige fysieke leefomgeving en
                                het verminderen van de ‘last’ door toezicht voor bedrijven. Daarbij
                                let het waterschap primair op de waterbelangen en is zij zich bewust
                                van de integrale belangen, de kracht van het gezamenlijk houden van
                                toezicht en het handhaven. Informatie wordt zo nodig en mogelijk
                                uitgewisseld met de partners.</al><al/><al><cursief>Waar nodig de toezichtsdruk verhogen</cursief></al><al>Situaties of overtredingen waar regulier toezicht onvoldoende is
                                worden onderwerp van probleemgestuurde handhaving. Het waterschap
                                zal met probleemgestuurd handhaven op een projectmatige wijze de
                                toezichtsdruk verhogen om het naleefgedrag te verbeteren.</al><al/><al><cursief>Het waterschap is bereikbaar</cursief></al><al>Het waterschap is bereikbaar voor klachten/meldingen, ook buiten
                                kantoortijden. Daarbij zal er ook buiten kantoortijden (en in het
                                weekend) toezicht worden gehouden en zo nodig handhavend worden
                                opgetreden. Voor klachten/meldingen of incidenten heeft het
                                waterschap 7 x 24 uur handhavers beschikbaar.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.2</nr><titel>Ambitie</titel></kop><structuurtekst><al>Het waterschap houdt toezicht en handhaaft met het doel naleefgedrag
                                te vergroten of het gewenste niveau van naleving te behouden.
                                Daarbij gaat het waterschap er van uit dat een goed naleefgedrag
                                leidt tot positieve effecten op de omgevingskwaliteit en bijdraagt
                                aan ambities voor de fysieke leefomgeving.</al><al>Voor zover het naleefgedrag binnen de invloedsfeer van het
                                waterschap ligt streeft het waterschap ernaar om het naleefgedrag
                                per doelgroep of gedraging jaarlijks in evenredigheid toe te laten
                                nemen, dan wel op het gewenste hoge niveau te houden.</al><al>Daarnaast verwacht het waterschap met preventieve maatregelen, zoals
                                stimuleren, informeren en communiceren, het bewuste naleef gedrag te
                                kunnen vergroten. Het streven is het aantal handhavingsinterventies
                                voor veel voorkomende kleine overtredingen hiermee af te laten
                                nemen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>4.3</nr><titel>Handhavingsdoelen planperiode</titel></kop><structuurtekst><al>Het waterschap heeft voor de planperiode 2015-2019, een aantal
                                algemene handhavingsdoelen geformuleerd. De volgende
                                handhavingsdoelen worden nagestreefd:</al><lijst><li nr="-"><al>Bij tenminste 90 % van de 1e controlebezoeken wordt voldaan
                                        aan de gestelde regels (percentage naleefgedrag);</al></li><li nr="-"><al>Na het inzetten van bestuursrechtelijk en/of
                                        strafrechtelijke interventies wordt in 100% voldaan aan de
                                        gestelde regels;</al></li><li nr="-"><al>Toezicht en handhaving vinden op een eenduidige manier
                                        plaats. Vergelijkbare gevallen worden gelijk behandeld
                                        (level playing field);</al></li><li nr="-"><al>Toepassen instrument de vervuiler betaalt.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>5.</nr><titel>Uitvoeren van toezicht en handhaving</titel></kop><structuurtekst><al>Waterschap Brabantse Delta maakt onderscheid in twee wijzen van
                            uitvoeren van toezicht en handhaving, twee stromingen. Deze stromingen
                            beschrijven thema’s binnen het werkveld, met bijbehorende concrete
                            doelen. De eerste stroming betreft het zogeheten routinematig toezicht
                            en handhaving, de andere het incidenteel toezicht en handhaving. Beide
                            stromingen geven een beeld van de omgeving, of en in welke mate er zich
                            voor het watersysteem ongewenste situaties voor doen. Hieronder worden
                            de twee stromingen nader uitgewerkt. </al></structuurtekst><paragraaf><kop><label/><nr>5.1.</nr><titel>Routinematig toezicht en handhaving</titel></kop><structuurtekst><al>Het waterschap houdt met routinematig toezicht en handhaving vast
                                aan een voorgenomen basisniveau van handhaven. Deze wijze van
                                uitvoeren van het toezicht en handhaven uit zich in een vooraf
                                geplande toezichtsdruk, uitgewerkt in het
                                handhavingsuitvoeringsprogramma en werkplannen van de betrokken
                                medewerkers. Het waterschap stelt per doelgroep, bedrijf of
                                gedraging vooraf vast met welk instrument en hoe vaak er toezicht
                                wordt gehouden. Deze vorm is in die zin de meest klassieke vorm van
                                toezicht houden. </al><al/><al>Doel van dit toezicht is het voorkomen of doen ophouden van
                                ongewenste voorvallen of gedragingen, de naleving van wet- en
                                regelgeving maximaal positief te beïnvloeden. Met routinematig
                                toezicht is het waterschap consequent en duidelijk in het bewaken
                                van de waterbelangen.</al><al/><al>Het waterschap past het routinematig toezicht en handhaving toe op
                                alle door het waterschap afgegeven vergunningen, op meldingen,
                                toestemmingen, werken en daarnaast op directe lozingen en specifieke
                                indirecte lozingen (bij indirecte lozingen is een andere overheid
                                bevoegd gezag).</al><al>Dit wordt, qua inzet en capaciteit, geprioriteerd van ernstig risico
                                gedraging naar verwaarloosbaar risico, zoals uitgewerkt in het
                                uitvoeringsplan. Door toezicht programmatisch te plannen wordt recht
                                gedaan aan het effectief inzetten van de beschikbare
                                capaciteit.</al><al/><al>In onderstaand overzicht worden de gebruikte aandachtsgebieden
                                (beleidsthema’s) weergegeven. Deze thema’s sluiten aan op de
                                beleidsthema’s zoals verwoord in het waterbeheerplan van het
                                waterschap.</al><lijst><li nr="•"><al>Waterkwaliteit:</al><lijst><li nr="o"><al>(proces) industrie</al></li><li nr="o"><al>Afval</al></li><li nr="o"><al>Eigen inrichtingen</al></li><li nr="o"><al>Overig (b.v. scheepswerven en kleine
                                                oppervlaktewater lozers)</al></li><li nr="o"><al>Agrarische bedrijven</al></li><li nr="o"><al>Buiten inrichtingen (b.v. toepassen bouwstoffen in
                                                een sloot of onderhoudswerkzaamheden boven het
                                                water)</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Waterveiligheid:</al><lijst><li nr="o"><al>Primaire waterkering</al></li><li nr="o"><al>Regionale waterkering</al></li><li nr="o"><al>Compartimenteringskering</al></li><li nr="o"><al>Kade </al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Waterkwantiteit:</al><lijst><li nr="o"><al>A-watergang (belangrijkste sloten, beken en
                                                rivieren)</al></li><li nr="o"><al>B-watergang (secundaire sloten en beken)</al></li><li nr="o"><al>C-watergang (de ‘haarvaten’)</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Grondwaterbeheer:</al><lijst><li nr="o"><al>Bouwactiviteiten </al></li><li nr="o"><al>Beregening</al></li><li nr="o"><al>Kleine onttrekkingen / noodvoorzieningen</al></li><li nr="o"><al>(industrieel) proceswater</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Vaarwegbeheer (inclusief nautisch beheer)</al><lijst><li nr="o"><al>Beroepsvaart</al></li><li nr="o"><al>Pleziervaart </al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Waterschapsheffing:</al><lijst><li nr="o"><al>Meetbedrijven</al></li><li nr="o"><al>Tabelbedrijven (zowel industrieel als
                                                agrarisch)</al></li><li nr="o"><al>Forfaitaire bedrijven (b.v. glastuinbouw)</al></li><li nr="o"><al>Overig (b.v. evenementen en aanvoer per as)</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>  5.1.1 Waterkwaliteit</tussenkop><al>Schoon oppervlaktewater is belangrijk. Het waterschap, als
                                    beheerder van de oppervlaktewater kwaliteit in Midden- en
                                    West-Brabant, onderscheidt directe lozingen en indirecte
                                    lozingen. Directe lozingen zijn die lozingen die, zonder
                                    tussenkomst van een rioolstelsel, rechtstreeks op een
                                    zuiveringstechnisch werk van het waterschap of rechtstreeks op
                                    het oppervlaktewater lozen. Indirecte lozingen zijn lozingen die
                                    via een (gemeentelijk) rioolstelsel op een zuiveringstechnisch
                                    werk van het waterschap lozen.</al><al/><al>De waterkwaliteit loopt het hoogste risico als er ongewenste
                                    stoffen in het water terecht kunnen komen. Ook wordt de
                                    waterkwaliteit indirect beïnvloed als de doelmatige werking van
                                    de zuiveringstechnische werken in gevaar komt. Het waterschap
                                    onderkent hier gedragingen die de kwaliteit negatief
                                    beïnvloeden, zoals o.a. lozen of af laten vloeien van
                                    vervuilende, giftige of schadelijk stoffen, onachtzaamheid bij
                                    werken met gewasbeschermingsmiddelen en biociden, het
                                    overschrijden van lozingsnormen, het ontdoen van afvalstoffen of
                                    activiteiten uitvoeren waar de (water)omgeving niet geschikt of
                                    niet op aangepast is.</al><al/><al>Het waterschap onderkent hier gedragingen die direct een relatie
                                    hebben met het uitvoeren van bedrijfsactiviteiten, het houden
                                    aan lozingsnormen, zorgplichtnormen en het milieu
                                    (risico)bewustzijn.</al><al/><al>In bijlage I zijn op basis van een risicoanalyse en
                                    doelgroepenanalyse thema specifieke doelstellingen geformuleerd.
                                    Het waterschap past binnen dit aandachtsgebied Systeemgericht
                                    toezicht toe.</al><tussenkop>  5.1.2 Waterveiligheid</tussenkop><al>Veiligheid tegen water is iets waar Nederland zich al jaren op
                                    richt . Als beheerder van dijken (keringen en dammen) ziet het
                                    waterschap toe op het onderhouden en in stand houden van de
                                    normen voor waterveiligheid.</al><al/><al>De veiligheid tegen water loopt de hoogste risico’s als dijken
                                    worden aangetast, beschadigd. Het waterschap onderkent hier
                                    gedragingen die de stabiliteit negatief beïnvloeden, zoals
                                    graven en bouwen en gedragingen die de goede staat van de
                                    grasmat beschadigen, zoals beweiding vee en wild. Het waterschap
                                    identificeert ook dat ongewenste begroeiing en beplanting de
                                    doelmatigheid van dijken kunnen ondermijnen.</al><al/><al>In bijlage I zijn op basis van een risicoanalyse en
                                    doelgroepenanalyse thema specifieke doelstellingen geformuleerd.
                                    Daarbij past het waterschap bij compartimenteringskeringen,
                                    alsmede kades een reactieve benadering toe, reageert zij alleen
                                    op basis van klachten/meldingen.</al><tussenkop>  5.1.3 Waterkwantiteit</tussenkop><al>Het afdoende aan/afvoeren van water, het behouden van water voor
                                    b.v. vee en beregening en het op peil houden van
                                    grondwaterstanden raakt bewoners en bedrijven in het
                                    beheergebied van waterschap Brabantse Delta. Er zijn veel
                                    belangen gemoeid bij een juiste hoeveelheid
                                    oppervlaktewater.</al><al/><al>Het waterschap onderkent hier gedragingen die het peilbeheer, de
                                    aan en afvoer, negatief beïnvloeden, zoals het dempen of
                                    belemmeren van sloten en het onjuist of ongewenst onttrekken van
                                    water uit sloten of beken. Daarbij wenst het waterschap
                                    onderhoudskosten laag te houden en worden belemmeringen in
                                    onderhoudsstroken ook als een risico beschouwd.</al><al/><al>In bijlage I zijn op basis van een risicoanalyse en
                                    doelgroepenanalyse thema specifieke doelstellingen geformuleerd.
                                    Daarbij past het waterschap bij de categorie C-watergangen een
                                    reactieve benadering toe, reageert zij alleen op basis van
                                    klachten/meldingen waarbij er sprake is van wateroverlast. Het
                                    naleven van oppervlaktewater onttrekkingsverboden krijgt
                                    daarentegen hoge prioriteit met snelle interventies om het
                                    verbod na te laten leven.</al><tussenkop>  5.1.4 Grondwaterbeheer</tussenkop><al>Voldoende grondwater is belangrijk voor flora, fauna en de mens.
                                    Daarnaast kan een verkeerde grondwaterstand schade opleveren aan
                                    de omgeving. Het waterschap is daarom verantwoordelijk voor
                                    adequaat grondwaterbeheer.</al><al/><al>De grondwaterstand loopt het grootste risico bij tijdelijke
                                    grondwateronttrekkingen ten behoeve van bouwwerkzaamheden.</al><al/><al>Het waterschap onderkent hier gedragingen rondom het onjuist
                                    onttrekken of terug brengen van onttrokken grondwater in de
                                    bodem (retourbemalen). Aanvullend onderkent het waterschap dat
                                    permanente grondwateronttrekkingen grote nadelige effecten
                                    kunnen hebben op de volledig beschermde gebieden, attentie
                                    gebieden en de bufferszones N2000.</al><al/><al>In bijlage I zijn op basis van een risicoanalyse en
                                    doelgroepenanalyse thema specifieke doelstellingen geformuleerd.
                                    Aanvullend op deze doelstellingen controleert het waterschap, in
                                    het kader van het beregeningsbeleid, projectmatig
                                    grondwateropgaven en bedrijfswaterplannen. Verder krijgt het
                                    naleven van grondwater onttrekkingsverboden hoge prioriteit, met
                                    snelle interventies om het verbod na te laten leven.</al><tussenkop>  5.1.5 Vaarwegbeheer (inclusief nautisch beheer)</tussenkop><al>Vaarwegen binnen het beheergebied van het waterschap worden
                                    gebruikt voor recreatieve en bedrijfsmatige doeleinden. Het
                                    waterschap ziet toe op veilig scheepvaartverkeer en het
                                    beschermen van oevers en bodem. Zowel voor de beroepsvaart als
                                    de recreatievaart worden geen hoge risico’s ingeschat.</al><al/><al>In bijlage I zijn op basis van een risicoanalyse en
                                    doelgroepenanalyse thema specifieke doelstellingen geformuleerd.
                                    Het waterschap past op evenementen en bijzondere transporten op
                                    het water steekproefsgewijs toezicht toe, waarbij rekening wordt
                                    gehouden met verwachte risico’s.</al><tussenkop>  5.1.6 Waterschapsheffing</tussenkop><al>Het waterschap adviseert de Belastingsamenwerking West Brabant
                                    (BWB) omtrent het opleggen van de juiste belastingaanslag op
                                    lozingen van afvalwater, als onderdeel van de inning van
                                    zuiverings- en/of verontreinigingsheffing (Verordening op de
                                    heffing en invordering verontreinigingsheffing waterschap
                                    Brabantse Delta / Verordening op de heffing en invordering
                                    zuiveringsheffing van waterschap Brabantse Delta, in te zien via
                                        <extref doc="http://www.brabantsedelta.nl" struct="INTERNET">http://www.brabantsedelta.nl</extref> , zoek in regelgeving
                                    -&gt; belastingverordening). Daartoe houdt het waterschap
                                    toezicht op lozingen door bijvoorbeeld industriële bedrijven,
                                    bij bronneringen (zoals grondwateronttrekking bij
                                    bouwwerkzaamheden), enz. </al><al/><al>Meetbedrijven vormen binnen het belastingdeel een groot of
                                    ernstig risico met betrekking tot het juist vaststellen van de
                                    hoogte van de belastingaanslag. Daarnaast zijn er tabelbedrijven
                                    die qua afvalwater kunnen variëren en daardoor niet meer hoeven
                                    te voldoen aan de eisen van een tabelbedrijf. Hiermee loopt het
                                    waterschap risico dat het zuiveren van water meer geld kost dan
                                    er aan opbrengsten uit heffingen beschikbaar is.</al><al/><al>In bijlage I zijn op basis van een risicoanalyse en
                                    doelgroepenanalyse thema specifieke doelstellingen geformuleerd.
                                    Naast deze doelen voert het waterschap het volgende toezicht
                                    uit:</al><lijst><li nr="•"><al>Het waterschap controleert jaarlijks alle
                                            meetbedrijven.</al></li><li nr="•"><al>Tabelbedrijven worden in overleg met de
                                            Belastingsamenwerking West-Brabant gecontroleerd.</al></li><li nr="•"><al>Meetbeschikkingen van bedrijven die aangemerkt worden
                                            als tabelbedrijf worden in de planperiode
                                            gecontroleerd.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap streeft er naar om jaarlijks één
                                            industriegebied te toetsen of dat brongegevens voor
                                            heffingen overeenkomen met de feitelijk aanwezige
                                            heffing plichtige bedrijven.</al></li><li nr="•"><al>Het waterschap past Systeemgericht toezicht toe.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr>5.2.</nr><titel>Incidenteel toezicht en handhaving.</titel></kop><structuurtekst><al>Met incidenteel toezicht en handhaving reageert het waterschap op
                                gedrag, handhavingsverzoeken en op klachten/meldingen. Deze wijze
                                van uitvoeren van het toezicht en de handhaving uit zich in reactief
                                en in projectmatige toezicht en handhaving, gericht op specifieke
                                doelgroepen of gedragingen.</al><al/><al>Doel van dit toezicht is het voorkomen en/of doen ophouden van
                                ongewenste voorvallen, incidenten of gedragingen. Deze vorm van
                                toezicht en handhaving is specifiek gericht op situaties die extra
                                aandacht vragen ter stimulering van behoud van de gewenste situatie,
                                de nagestreefde kwaliteit.</al><al/><al>Het waterschap kan incidenteel toezicht en handhaving toepassen op
                                alle gedragingen, geprioriteerd van ernstig risico gedragingen naar
                                verwaarloosbaar risico. Daar waar omstandigheden maken dat er naast
                                routinematig toezicht extra toezicht en handhaving nodig is, voert
                                het waterschap dat projectmatig uit.</al><al>Incidenteel toezicht kan dan ook plaats vinden naast, of in de
                                plaats van, routinematig toezicht.</al><al/><al>In onderstaand overzicht worden voor de planperiode de gebruikte
                                aandachtsgebieden kort weergegeven:</al><lijst><li nr="  •"><al>Klachten en meldingen</al><lijst><li nr=" о"><al>Alle incidenten en klachten binnen het waterbeheer,
                                                waarop het waterschap vanuit toezicht en handhaving
                                                reageert. </al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Projecten</al><lijst><li nr=" о"><al>Besluit Risico’s Zware Ongevallen,
                                                dienstverlening</al></li><li nr=" о"><al>Actualiseren beregeningsvergunningen</al></li><li nr=" о"><al>Prioriteiten vanuit het provinciaal Bestuurlijk
                                                Platform Omgevingsrecht</al></li><li nr=" о"><al>Nasleep van calamiteiten</al></li><li nr=" о"><al>Gewasbeschermingsmiddelen en biociden</al></li><li nr=" о"><al>Keurvergunningen met midden of laag risico,
                                                kwantiteit</al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Probleem gestuurd handhaven</al><lijst><li nr=" о"><al>Doelgroep die expliciet extra inzet vanuit
                                                probleemgestuurde handhaving behoeft.</al></li></lijst></li></lijst><tussenkop>  5.2.1 Klachten en meldingen</tussenkop><al>Inwoners, bedrijven en derden zijn betrokken bij het
                                    waterbeheer. Op klachten en meldingen reageert het waterschap
                                    met een gepaste interventie, conform de strategieën. Klachten of
                                    meldingen die betrekking hebben op ongewenst gedrag, incidenten
                                    of een ongewoon voorval worden door handhavers van het
                                    waterschap beoordeeld en behandeld.</al><al>Hoe snel het waterschap reageert, is afhankelijk van de ernst
                                    van het feit en de prioritering die er aan is gegeven.</al><al/><al>Het waterschap vindt het belangrijk dat de vervuiler betaalt en
                                    zal schade aan het watersysteem laten herstellen door de
                                    veroorzaker van die schade of die kosten op de veroorzaker
                                    verhalen.</al><tussenkop>  5.2.2 Projecten</tussenkop><al><cursief>Besluit Risico’s Zware Ongevallen (BRZO),
                                        dienstverlening</cursief></al><al>Waterschap Brabantse Delta kan de water gerelateerde Brzo
                                    werkzaamheden uitvoeren voor de waterschappen Scheldestromen, Aa
                                    en Maas en De Dommel. Dit doet zij op verzoek van die
                                    waterschappen, conform de landelijke afspraken tussen de
                                    waterbeheerders. Waterschap Brabantse Delta is onderdeel van het
                                    landelijke team Brzo water, wat bestaat uit 6 regisserende
                                    waterschappen en Rijkswaterstaat.</al><al>Het waterschap geeft hier projectmatig uitvoering aan en maakt
                                    tijdens de planperiode definitieve afspraken over deze
                                    samenwerking.</al><al/><al><cursief>Actualiseren beregeningsvergunningen</cursief></al><al>Het waterschap zal binnen de planperiode uitvoering geven aan
                                    het beregeningsbeleid. Daartoe zal er samen met de waterschappen
                                    Aa en Maas en De Dommel worden toegewerkt naar een actueel
                                    vergunningenbestand en de doelstellingen van het
                                    grondwaterbeleid. Het waterschap geeft hier projectmatig
                                    uitvoering aan de handhavingstaken die voortkomen uit deze
                                    actualisatie.</al><al><cursief>Prioriteiten vanuit het provinciaal Bestuurlijk
                                        Platform Omgevingsrecht</cursief></al><al/><al>Het waterschap geeft, in afstemming met de Brabantse
                                    waterschappen, uitvoering aan de relevante projecten die in het
                                    Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht zijn vastgesteld.</al><al><cursief>Nasleep van calamiteiten</cursief></al><al/><al>In het geval dat er zich binnen het beheergebied van het
                                    waterschap een groot incident voordoet dat langdurig aandacht
                                    blijft vragen, wordt dat projectmatig behandeld.</al><al/><al><cursief>Gewasbeschermingsmiddelen en biociden</cursief></al><al>Het waterschap streeft naar een verbetering van de
                                    waterkwaliteit en het behouden van de technische staat van
                                    sloten en beken, het terugdringen van het onjuist gebruiken of
                                    toepassen van gewasbeschermings-middelen en biociden. Het
                                    waterschap geeft met toezicht en handhaving projectmatig
                                    aandacht aan risicogedragingen binnen risicogebieden.</al><al/><al><cursief>Keurvergunningen met midden of laag risico,
                                        kwantiteit</cursief></al><al>Vergunningen met een midden of laag risico worden op basis van
                                    prioriteit en capaciteit steekproefsgewijs gecontroleerd. Het
                                    waterschap geeft met toezicht en handhaving projectmatig
                                    aandacht aan deze vergunningen en houdt zo, binnen de
                                    beschikbare capaciteit, vat op deze domeinen.</al><tussenkop>  5.2.3 Probleemgestuurde handhaving</tussenkop><al>Een bijzondere vorm van incidenteel toezicht en handhaving
                                    betreft de probleemgestuurde handhaving, als reactie op
                                    ontwikkelingen of een constatering. Het waterschap zet deze vorm
                                    van handhaving in voor opvallende gedragingen die nadrukkelijke
                                    aandacht vragen vanuit de risico analyse in relatie tot het
                                    naleefgedrag. Deze aandacht kan uitgaan naar individuele
                                    overtreders, groepen, branches of gebieden.</al><al>Doel van het probleemgestuurde handhaven kan divers zijn, van
                                    informatie inwinnen tot het daadwerkelijk handhaven van
                                    overtredingen. Deze werkwijze kan zich uiten in bijvoorbeeld
                                    gerichte informatie aan specifieke doelgroepen of het in
                                    samenwerking met partners gezamenlijk controleren en handhaven
                                    van overtreders.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>I</nr><titel>Probleem- en risicoanalyse, doelgroepanalyse, doelstellingen en
                        indicatoren</titel></kop><al><vet>1.Inleiding</vet></al><al/><al>Dit document bevat Deel I van het ‘handhavingsbeleidskader Waterschap Brabantse
                    Delta 2015-2019’. Het is een beleidskader waarin het waterschap de problemen,
                    risico’s, naleefgedrag, doelstellingen en in te zetten interventies vastlegt,
                    voor de toezichts- en handhavingstaken. Daarmee sluit dit beleidskader aan op
                    het nieuwe beleidsplan, geactualiseerd aan de nieuwe inzichten en
                    ontwikkelingen.</al><al/><al>Waterschap Brabantse Delta wil de waterautoriteit zijn die integraal zorgt voor
                    (1) voldoende (oppervlakte/grond)water (2) van goede (oppervlaktewater)kwaliteit
                    en (3) veiligheid (dijken /vaarwegen).</al><al/><al>Het waterschap geeft hier uitvoering aan door het uitvoeren van een aantal
                    actieve taken (zoals het transporteren en zuiveren van afvalwater, het
                    onderhouden van de waterkeringen en watergangen) en het uitvoeren van passieve
                    taken (zoals beleidsontwikkeling en regelgeving, vergunningverlening,
                    plantoetsing, toezicht en handhaving). </al><al/><al>Het proces van handhaving wordt programmatisch uitgevoerd op basis van de Big-8.
                    Een onderdeel hiervan is het uitvoeren van een risicoanalyse waarin wordt
                    ingeschat wat de effecten op overtredingen van regels zijn en wat de kans is dat
                    de regels worden overtreden.</al><al>Bij een hoog risico wordt vaker gecontroleerd dan bij een laag risico.</al><al/><al>Door het grote aantal activiteiten waarop het waterschap toezicht moet houden,
                    is de beschikbare menskracht onvoldoende om overal toezicht uit te oefenen. De
                    analyse helpt bij het rationaliseren van keuzen over inzet van middelen en
                    menskracht bij toezicht en handhaving. Op basis van deze analyse en
                    ervaringsgegevens van het voorgaande jaar wordt jaarlijks een
                    handhavingsuitvoeringsprogramma (Hup).</al><al>Voor het meten van de uitvoeringskwaliteit zijn output en outcome doelstellingen
                    geformuleerd.</al><al/><al><cursief>1.1Reality check</cursief></al><al>Op 10 oktober 2013 is door de provincie Noord-Brabant een reality check IBT
                    omgevingsrecht uitgevoerd. Bij het actualiseren van de strategieën is rekening
                    gehouden met de aanbevelingen die zijn gedaan n.a.v. deze reality check.</al><al/><al><cursief>1.2Opgave</cursief></al><al>Dit beleidskader bevat de probleemanalyse en risicoanalyse, doelgroepanalyse,
                    prioriteiten, doelstellingen en inzet van interventies voor toezicht en
                    handhaving. Inhoudelijk gaat het om alle taken van de Waterwet en waterrelevante
                    onderdelen van de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (Wabo). </al><al>Met dit beleidskader geeft het waterschap invulling aan de landelijke
                    kwaliteitscriteria 2.1. voor toezicht en handhaving. </al><al>Het beleidskader kent een looptijd van 4 jaar, van 2015 tot 2019. Het waterschap
                    werkt in het jaarlijkse uitvoeringsprogramma de prestaties en de
                    capaciteitsinzet verder uit.</al><al/><al><cursief>1.3Beleidskader</cursief></al><al>Het handhavingsbeleidskader gaat over de gerelateerde taken en activiteiten
                    binnen de volgende beleidsvelden:</al><lijst><li nr="-"><al>Kaderrichtlijn water</al></li><li nr="-"><al>Richtlijn industriële emissies</al></li><li nr="-"><al>Waterwet</al></li><li nr="-"><al>Wabo</al></li><li nr="-"><al>Besluit lozingen afvalwater huishoudens</al></li><li nr="-"><al>Activiteitenbesluit milieubeheer</al></li><li nr="-"><al>Besluit bodemkwaliteit</al></li><li nr="-"><al>Besluit Lozingen buiteninrichtingen</al></li><li nr="-"><al>Regelgeving Waterschap Brabantse Delta</al></li><li nr="-"><al>Nationaal Waterplan</al></li><li nr="-"><al>Natuurbeschermingswet</al></li><li nr="-"><al>Flora- en faunawet</al></li><li nr="-"><al>Provinciaal beleid</al></li><li nr="-"><al>Beleid Waterschap</al></li><li nr="-"><al>Waterbeheersplan Waterschap Brabantse Delta</al></li><li nr="-"><al>Programma’s Waterschap</al></li></lijst><al/><al><cursief>1.4Definities</cursief></al><al>Het Waterschap Brabantse Delta gebruikt toezicht en handhaving om de doelen te
                    bereiken. Als toezicht en handhaving niet het gewenste effect hebben, kan het
                    waterschap ook gebruik maken van privaatrechtelijke middelen. Door gebruik te
                    maken van de positie als eigenaar, verpachter of verhuurder. Maar ook door
                    ‘overtreders’ aansprakelijk te stellen. In dit handhavingsbeleid wordt
                    onderstaande definitie van handhaving en toezicht gehanteerd:</al><al/><al><cursief>Handhaving</cursief></al><al>Het door toezicht en door toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke
                    en strafrechtelijke middelen bevorderen dat algemeen en individueel geldende
                    rechtsregels en voorschriften worden nageleefd.</al><al/><al><cursief>Toezicht</cursief></al><al>De werkzaamheden die door of namens een bestuursorgaan worden verricht om na te
                    gaan of de rechtsregels en voorschriften worden nageleefd.</al><al/><al><vet>2.Methodiek Risico- en doelgroepanalyse</vet></al><al/><al>Het waterschap beschikt niet over de middelen om voortdurend en overal toezicht
                    te houden. Dat is ook niet gewenst. De primaire verantwoordelijkheid voor de
                    naleving ligt bij de normadressaat, diegene die bij niet naleven als overtreder
                    zou worden aangemerkt.</al><al>Het overheidstoezicht is niet bedoeld om die verantwoordelijkheid over te nemen
                    maar om na te gaan hoe de normadressaat met die verantwoordelijkheid omgaat. Als
                    de hoeveelheid toezicht (in uren) wordt afgezet tegen de duur van de
                    activiteiten waarop de wetten van toepassing zijn dan moeten valt te zien dat
                    het toezicht vaak een bescheiden steekproef vormt.</al><al/><al>Toezicht vindt in beginsel onaangekondigd plaats. Zo behoudt het waterschap een
                    zo representatief mogelijk zicht op de feitelijke naleving. Hoe groter het
                    risico en de kans op niet naleven van de regelgeving, hoe meer toezichtmiddelen
                    wordt ingezet. </al><al/><al>Met risico wordt de kans bedoeld dat zich een bepaald effect voordoet. In
                    formulevorm:</al><al><plaatje><illustratie id="i8d29484e-20e6-43b2-afae-b0f3c8124704" naam="i248652i8d29484e-20e6-43b2-afae-b0f3c8124704.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="0.93cm"/></plaatje></al><al/><al/><al>De Waterwet en de daaraan gerelateerde wet en regelgeving beogen een bepaald
                    belang te beschermen. In de praktijk blijkt echter dat niet altijd de regels
                    worden nageleefd. Vanuit het toezicht weten we in welke mate een wet wordt
                    nageleefd en wat de ernst is van de overtredingen.</al><al>Om de toezichtmiddelen risicogericht te verdelen over de diverse wetten worden
                    achtereenvolgens de volgende stappen doorlopen:</al><lijst><li nr="1."><al>het bepalen van het effect van een overtreding, </al></li><li nr="2."><al>het vaststellen van de kans dat het effect zich voordoet,</al></li><li nr="3."><al>vaststellen feitelijk naleefgedrag</al></li><li nr="4."><al>opstellen nalevingsschatting</al></li></lijst><al/><al><cursief>2.1Het bepalen van het risico</cursief></al><al>Iedere wet bevat vele regels. Dit betekent ook dat er binnen een wet veel
                    verschillende overtredingen kunnen plaatsvinden. Het overtreden van
                    verschillende regels leidt tot verschillende effecten. Zo is het een dag te laat
                    indienen van een rapportage minder ernstig dan het illegaal lozen. Maar ook het
                    overtreden van een en dezelfde regel kan leiden tot verschillende effecten. Zo
                    is een lozing ernstiger als het gaat om 100 liter giftige stof dan wanneer het
                    gaat om 10 liter van dezelfde stof. Kortom de effecten van overtreding van een
                    wet lopen nogal uiteen omdat er vele soorten overtredingen begaan kunnen worden.
                    Om toch een effect te kunnen vaststellen en dat ook nog eens op een voor alle
                    wetten vergelijkbare manier te doen wordt in deze methode bij het bepalen van
                    het effect steeds uitgegaan van de ernstigste maar nog wel realistische
                    overtreding die in de praktijk wordt aangetroffen. Het effect van de overtreding
                    wordt uitgedrukt in een getal. Hoe groter dit getal hoe groter het effect. Dit
                    effect wordt per gedraging bepaald door een panel van deskundiges, dat wil
                    zeggen mensen die kennis hebben van de wet en van de toezichtspraktijk.</al><al/><al><cursief>Effect inschatten aan de hand van het bedrijfsmodel</cursief></al><al>Risico’s worden berekend aan de hand van het effect van een overtreding. Het
                    waterschap Brabantse Delta schat in wat het overtreden van de wet en regelgeving
                    heeft op het bedrijfsmodel van het Waterschap. Deskundigen hebben per doelgroep
                    en gedraging bepaald wat het effect is op het bedrijfsmodel. Het bedrijfsmodel
                    bestaat uit de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="1."><al>Kosten</al></li><li nr="2."><al>Imago</al></li><li nr="3."><al>Waterkwantiteit en veiligheid</al></li><li nr="4."><al>Water- en omgevingskwaliteit en milieu</al></li><li nr="5."><al>Compliance</al></li><li nr="6."><al>Continuïteit </al></li></lijst><al/><al><cursief>Bepaling van het effect van de overtreding</cursief></al><al>Het effect wordt benoemd op zes aspecten van het bedrijfsmodel. De deskundigen
                    bepalen gezamenlijk voor ieder aspect welk effect zich voordoet bij de
                    ernstigste overtreding. Die loopt uiteen van verwaarloosbaar effect (1 punt) tot
                    een catastrofaal effect (6 punten). Per gedraging worden tot slot de op ieder
                    aspect verkregen punten opgeteld. De zo verkregen effectscore geeft uitdrukking
                    aan het effect dat zich kan voordoen bij de ernstigste overtreding van de
                    desbetreffende gedraging.</al><al/><al>De diverse aspecten waaruit het effect is opgebouwd zijn geen eenvoudig te
                    hanteren begrippen. Het is belangrijk dat de interpretatie die de deskundigen
                    daaraan geven eenduidig is. Daartoe voorziet een beschrijving van de aspecten,
                    aangevuld met voorbeelden. Deze beschrijving is opgenomen in het
                    bedrijfsmodel.</al><al><plaatje><illustratie id="i1d148485-d0db-4865-b0bb-a67caba17f79" naam="i248386i1d148485-d0db-4865-b0bb-a67caba17f79.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="2.03cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Kans dat het effect zich voordoet</cursief></al><al>De vorige paragraaf beschrijft op welke wijze het effect wordt bepaald van de
                    overtreding. Echter in de praktijk treed niet altijd een effect op wanneer er
                    een overtreding wordt begaan. </al><al><plaatje><illustratie id="i1e409b6c-a0e6-42d7-a4b1-d4fc95cd5fb9" naam="i248390i1e409b6c-a0e6-42d7-a4b1-d4fc95cd5fb9.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="1.57cm"/></plaatje></al><al/><al>Dit gegeven mag niet worden genegeerd want hierdoor zou bijvoorbeeld wet X die
                    hoog scoort op het maximale effect meer toezichtmiddelen krijgen dan een wet Y
                    die daarop lager scoort, ook al blijkt uit de toezichtspraktijk dat bij wet X
                    nauwelijks ernstige overtredingen nauwelijks voorkomen en bij wet Y juist vaak.
                    Om hiermee rekening te houden wordt ingeschat wat de kans is dat een effect
                    optreedt. Uitgangspunt is de denkbeeldige situatie dat er helemaal geen toezicht
                    wordt gehouden.</al><al/><al><cursief>2.2Vaststellen naleefgedrag</cursief></al><al>Met het naleefgedrag wordt een verbinding gelegd tussen de motieven om te
                    overtreden en de samenstelling van de doelgroep en vormt zich een inzicht ter
                    bepaling van de benodigde interventie om de groepen tot ander gedrag te bewegen. </al><al><plaatje><illustratie id="ie98a0df2-37f0-4b6b-bd90-5d0a9e527d75" naam="i248392ie98a0df2-37f0-4b6b-bd90-5d0a9e527d75.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="0.89cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Vaststellen feitelijk naleefgedrag</cursief></al><al>Om inzicht te verkrijgen in het feitelijk naleefgedrag volstaat het waterschap
                    met vast te stellen hoe vaak een wet wordt overtreden en dus niet in welke mate
                    die wet wordt overtreden (of anders gezegd hoeveel regels of voorschriften uit
                    die wet worden overtreden).</al><al>Dit inzicht wordt verkregen door het aantal controles waarin een overtreding
                    wordt aangetroffen te delen door het totaal aantal controles. Het gaat hierbij
                    echter alleen om de zogenaamde ‘eerste’ controles (dit zijn die controles
                    waarmee een proces van toezicht en handhaving start). </al><al/><al>Alle overige controles, zoals hercontroles of incidenten tellen niet mee. In
                    formulevorm:</al><al><plaatje><illustratie id="i291ddf32-51c5-48e2-9864-aca6a1f8ad5e" naam="i248393i291ddf32-51c5-48e2-9864-aca6a1f8ad5e.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="1.60cm"/></plaatje></al><al/><al><plaatje><illustratie id="i628ea83e-851c-4eb0-b88b-90e72441a248" naam="i248394i628ea83e-851c-4eb0-b88b-90e72441a248.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="3.59cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Nalevingschatting</cursief></al><al>Het feitelijk naleefgedrag geeft inzicht in de mate waarin de regels worden
                    nageleefd, maar geeft geen informatie over de motieven voor naleving of
                    overtreden van de regelgeving. Om een beter onderbouwd inzicht te krijgen in de
                    mogelijke omvang en samenstelling van nalevers en overtreders wordt de
                    nalevingsschatting toegepast. Hiermee wordt de doelgroep trapsgewijs
                    onderverdeeld in bepaalde typen en ontstaat een beeld van de omvang van de
                    niet-naleving.</al><al/><al>De nalevingsschatting onderscheidt de volgende typen:</al><lijst><li nr="  •"><al>spontane nalevers - mensen die de regels wel kennen en ze uit zichzelf
                            naleven, zelfs als er geen handhaving zou zijn; </al></li><li nr="  •"><al>onbewuste nalevers - mensen die de regels niet goed kennen en ze naleven
                            zonder het te beseffen (bijvoorbeeld omdat ze iemand anders
                            nadoen);</al></li><li nr="  •"><al>onbewuste overtreders - mensen die de regels niet goed kennen en ze
                            daarom overtreden;</al></li><li nr="  •"><al>handhavingsafgeschrikten - mensen die de regels wel kennen en die ze
                            zouden willen overtreden, maar besluiten om dat niet te doen vanwege de
                            handhaving;</al></li><li nr="  •"><al>bewuste overtreders - mensen die willens en wetens overtreden en daarbij
                            bewust het risico nemen gepakt te worden.</al></li></lijst><al/><al>Per doelgroep wordt een inschatting gemaakt van het percentage typen dat er
                    binnen die doelgroep te onderscheiden zijn. Hierbij wordt een onderverdeling
                    gemaakt in vijf scores:</al><lijst><li nr="1."><al>0-20 procent van de doelgroep valt onder dit type,</al></li><li nr="2."><al>20-40 procent van de doelgroep valt onder dit type,</al></li><li nr="3."><al>40-60 procent van de doelgroep valt onder dit type,</al></li><li nr="4."><al>60-80 procent van de doelgroep valt onder dit type,</al></li><li nr="5."><al>80-100 procent van de doelgroep valt onder dit type,</al></li></lijst><al/><al>Of een score goed of slecht is afhankelijk van het percentage en type. In
                    onderstaand overzicht is weergegeven per type wat het percentage betekent:</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i1ca8bb16-93ff-4444-a720-44ff58a86d1c" naam="i248395i1ca8bb16-93ff-4444-a720-44ff58a86d1c.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="5.66cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>3.Domeinen en gedragingen</vet></al><al/><al>Het Waterschap heeft de zorg voor de waterkwaliteit, waterveiligheid,
                    waterkwantiteit, vaarwegbeheer, grondwaterbeheer en heffingen in Midden- en
                    West-Brabant. Het beleid en de doelstellingen die hierbij wordt nastreeft zijn
                    voor het grootste deel vastgelegd in het Waterbeheerplan. </al><al/><al>In het waterbeheerplan is opgenomen wat de kwaliteitsdoelstellingen zijn, wat de
                    actuele waterkwaliteit is en wat de probleemstoffen zijn. Daarmee stelt het
                    waterschap planmatig de activiteiten vast die ondernomen moeten worden om de
                    gewenste waterkwaliteit te bereiken (en te behouden): een emissiereductieplan.
                    Hierbij zal handhaven een rol spelen.</al><al/><al>Voor de handhaving gaat het daarbij om inrichting gebonden en niet inrichting
                    gebonden taken die een onderverdeling kennen in domeinen. </al><al/><al>Binnen een domein zijn verschillende doelgroepen gevat. Per doelgroep zijn key
                    gedragingen geformuleerd (Deze aanpak is in overeenstemming met het handboek
                    ‘Programmatisch handhaven in de context van de RUD’). Deze indeling is volledig
                    dekkend voor Waterschap Brabantse Delta.</al><al>Elk van deze doelgroepen kent een eigen problematiek (risico) en heeft een eigen
                    omvang. De in te zetten interventie kan per doelgroep verschillen om het
                    gewenste naleefgedrag te bereiken. Door doelgroepen te onderscheiden kan een
                    aanpak op maat worden geboden, waardoor interventie per doelgroep worden ingezet
                    waarmee op een efficiënte wijze een hoog naleefgedrag wordt gerealiseerd. In de
                    tabel 1 is aangegeven welke doelgroepen er per domein worden onderscheiden, wat
                    de omvang is en welke gedragingen er kenmerkend zijn. </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i110417ff-f0e3-4350-a20e-b173fd2fbca3" naam="i248396i110417ff-f0e3-4350-a20e-b173fd2fbca3.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="17.29cm"/></plaatje></al><al/><al><vet>4.Probleem- en risicoanalyse</vet></al><al/><al>De uitvoering van toezicht en handhaving is gebaseerd op een risicogerichte
                    aanpak. Dit betekent dat het waterschap ontoelaatbare en ongewenste situaties,
                    die een risico vormen voor waterkwantiteit, waterkwaliteit, continuïteit,
                    kosten, imago en compliance, probeert te voorkomen. Hoe de risico’s gedefinieerd
                    worden is uitgewerkt in hoofdstuk 2.</al><al>Op basis van een risicoanalyse en een doelgroep analyse is per domein een
                    risicoprofiel opgesteld. De risicoprofielen geven inzicht in de omvang van de
                    doelgroepen, de risico’s, het naleefgedrag van de doelgroepen, ,
                    handhavingsdoelstellingen en een uitwerking van interventies die het best
                    ingezet kunnen worden om de handhavingsdoelstellingen te bereiken. Onderstaand
                    zijn per thema de risicoprofielen kort samengevat. </al><al/><al><cursief>4.1Waterkwaliteit</cursief></al><al>Het thema waterkwaliteit omvat zes domeinen. Deze domeinen zijn onderverdeeld in
                    doelgroepen. Deze doelgroepen betreffen inrichtingen die een vergunning of
                    melding hebben gedaan in het kader van de Waterwet of activiteiten waarvoor een
                    vergunning of melding moet worden aangevraagd (denk aan het onttrekken van
                    grondwater voor bouwactiviteiten). Het Waterschap heeft de afgelopen jaren op
                    deze inrichtingen en/of activiteiten toegezien. </al><al/><al><cursief>Risico’s</cursief></al><al>Op basis van de probleem- en risicoanalyse zijn de risico’s van de doelgroepen
                    berekend. Deze paragraaf is een samenvatting van de omvang van de risico’s op
                    domeinniveau. De wijze waarop deze omvang is berekend, is toegelicht in het
                    hieronder weergegeven kader.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i301dbef2-ebd7-4c39-93ae-d362898ddf4b" naam="i248397i301dbef2-ebd7-4c39-93ae-d362898ddf4b.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="3.05cm"/></plaatje></al><al/><al>In onderstaande tabel is een samenvatting van de probleem- en risicoanalyse per
                    domein weergegeven voor het thema Waterkwaliteit:</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i7babdda9-fb98-4ea4-ab43-6459f8995c10" naam="i248403i7babdda9-fb98-4ea4-ab43-6459f8995c10.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="5.63cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Naleefgedrag</cursief></al><al>Op basis van de doelgroepanalyse zijn de redenen van (niet) naleving van wet- en
                    regelgeving bepaald. De redenen van niet-naleving geven daarmee aan waar op
                    gebied van naleefgedrag winst te behalen valt. </al><al>Op basis van de doelgroepanalyse blijkt: </al><lijst><li nr="•"><al>Binnen alle domeinen van het thema Waterkwaliteit is verbetering van de
                            spontane naleving mogelijk. Binnen de doelgroepen zijn er veel
                            inrichtingen die: </al><lijst><li nr="o"><al>handhavingsdruk nodig om naleving van regelgeving te
                                    bewerkstelligen.</al></li><li nr="o"><al>onvoldoende zicht op de effecten van niet naleving van wet- en
                                    regelgeving. </al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Binnen de domeinen ‘Agrarisch’ en ‘Buiten inrichtingen’ is de onbewust
                            naleving slecht. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen deze domeinen moeten investeren om de
                                    regels na te leven en maken een kosten-baten afweging om tot
                                    naleving van wet- en regelgeving te komen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van wet-
                                    en regelgeving te bewerkstelligen.</al></li></lijst></li><li nr=" •"><al>Binnen het domein ‘Buiten inrichtingen’ zijn de meeste onbewuste
                            overtreders aanwezig.</al><al>oDe doelgroepen binnen dit domein zijn niet bekend met wet- en
                            regelgeving of begrijpen deze wet- en regelgeving niet of
                            onvoldoende.</al></li><li nr="•"><al>Binnen de domeinen ‘Agrarisch’ en ‘Buiten inrichtingen’ zijn weinig
                            handhavingsafgeschrikten aanwezig. </al><lijst><li nr="o"><al>Die doelgroepen of inrichtingen binnen deze domeinen hebben
                                    voordeel bij het niet naleven van wet- en regelgeving.</al></li><li nr="o"><al>Die doelgroepen of inrichtingen leven de regels pas dan na als
                                    toezicht plaatsvindt onder dreiging van sanctioneren.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>Doelstellingen</cursief></al><al>De probleem- en risicoanalyse en doelgroepanalyse toont aan dat binnen alle
                    domeinen nalevingswinst valt te behalen door toepassing van interventies. Voor
                    de planperiode zijn onderstaande doelstellingen geformuleerd: </al><al/><al><plaatje><illustratie id="i62a8ff6f-0186-4361-a756-1f1f23674e76" naam="i248402i62a8ff6f-0186-4361-a756-1f1f23674e76.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="3.98cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Indicatoren</cursief></al><al>Om vast te stellen of de doelstellingen worden behaald zijn de volgende
                    indicatoren geformuleerd. De nummering van de indicatoren komt overeen met de
                    nummering van de doelstellingen van het thema Waterkwaliteit</al><lijst><li nr="I."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Onbewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="II."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Handhavingsafgeschrikten’ en ‘Spontane nalevers’ in de
                            nalevingschatting.</al></li><li nr="III."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Spontane nalevers’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="IV."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Bewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li></lijst><al/><al><cursief>4.2Waterkwantiteit</cursief></al><al>Het thema waterkwantiteit omvat het domein ‘Watergangen’. Dit domein is
                    onderverdeeld in drie doelgroepen. Deze doelgroepen betreffen normadressaten die
                    een vergunning of melding hebben gedaan in het kader van de Waterwet of
                    activiteiten waarvoor een vergunning of melding moet worden aangevraagd
                    (bijvoorbeeld: belemmering van de onderhoudsstrook). Het Waterschap Brabantse
                    Delta heeft op deze activiteiten de afgelopen jaren toegezien. In tabel 1 zijn
                    de domeinen, de doelgroepen en de omvang weergegeven.</al><al/><al><cursief>Risico’s</cursief></al><al>Op basis van de probleem- en risicoanalyse zijn de risico’s van de doelgroepen
                    berekend. Deze paragraaf is een samenvatting van de omvang van de risico’s op
                    domeinniveau. </al><al/><al>In de onderstaande tabel is een samenvatting van de probleem- en risicoanalyse
                    per domein weergegeven voor het thema Waterkwantiteit:</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i870a7fab-33a3-427f-82db-ceb9cdbcf1e8" naam="i248404i870a7fab-33a3-427f-82db-ceb9cdbcf1e8.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="1.92cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Naleefgedrag</cursief></al><al>Op basis van de doelgroepanalyse zijn de redenen van (niet) naleving van wet- en
                    regelgeving bepaald. De redenen van niet-naleving geven daarmee aan waar op
                    gebied van naleefgedrag winst te behalen valt. </al><al>Op basis van de doelgroepanalyse blijkt: </al><al/><lijst><li nr="•"><al>Binnen het domein van het thema Waterkwantiteit is de spontane naleving
                            gemiddeld. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben beperkte handhavingsdruk nodig om naleving
                                    van regelgeving te bewerkstelligen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben redelijk zicht op de effecten van niet
                                    naleving van wet- en regelgeving. </al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Binnen het domein van het thema Waterkwantiteit is de onbewuste naleving
                            slecht. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein moeten investeren om de regels
                                    na te leven en maken een kosten-baten afweging om tot naleving
                                    van wet- en regelgeving te komen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van wet-
                                    en regelgeving te bewerkstelligen.</al></li></lijst></li><li nr="•"><al>Binnen het domein van het thema Waterkwantiteit zijn weinig
                            handhavingsafgeschrikten aanwezig. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein hebben voordeel bij het niet
                                    naleven van wet- en regelgeving.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen leven de regels pas dan na als toezicht
                                    plaatsvindt onder dreiging van sanctioneren.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>Doelstelling</cursief></al><al>De probleem- en risicoanalyse en doelgroepanalyse tonen aan dat binnen de
                    doelgroepen veel nalevingswinst te behalen valt door toepassing van
                    interventies. Voor de planperiode worden onderstaande doelstellingen
                    geformuleerd: </al><al><plaatje><illustratie id="i85af2363-9347-4f99-ba53-03641216568a" naam="i248405i85af2363-9347-4f99-ba53-03641216568a.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="3.60cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Indicatoren</cursief></al><al>Om vast te stellen of de doelstellingen worden behaald zijn de volgende
                    indicatoren geformuleerd. De nummering van de indicatoren komt overeen met de
                    nummering van de doelstellingen van het thema Waterkwantiteit.</al><lijst><li nr="I."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Spontane nalevers’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="II."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Onbewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="III."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Handhavingsafgeschrikten’ en ‘Spontane nalevers’ in de
                            nalevingschatting.</al></li></lijst><al/><al><cursief>4.3Waterveiligheid</cursief></al><al>Het thema waterveiligheid omvat het domein ‘Keringen’. Dit domein is
                    onderverdeeld in vier doelgroepen. Deze doelgroepen betreffen objecten die een
                    vergunning of melding hebben gedaan in het kader van de Waterwet of activiteiten
                    waarvoor een vergunning of melding moet worden aangevraagd (bijvoorbeeld: het
                    aanleggen van een steiger op een regionale kering). Het Waterschap Brabantse
                    Delta heeft de afgelopen jaren op deze activiteiten toegezien. In tabel 1 zijn
                    de domeinen, de doelgroepen en de omvang weergegeven.</al><al/><al><cursief>Risico’s</cursief></al><al>Op basis van de probleem- en risicoanalyse zijn de risico’s van de doelgroepen
                    berekend. Deze paragraaf is een samenvatting van de omvang van de risico’s op
                    domeinniveau. </al><al/><al>In tabel 4 is een samenvatting van de probleem- en risicoanalyse per domein
                    weergegeven voor het thema Waterveiligheid:</al><al><plaatje><illustratie id="i5b52fe62-def8-4f9e-b8d2-77635d2c07dc" naam="i248647i5b52fe62-def8-4f9e-b8d2-77635d2c07dc.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="1.98cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Naleefgedrag</cursief></al><al>Op basis van de doelgroepanalyse zijn de redenen van (niet) naleving van wet- en
                    regelgeving bepaald. De redenen van niet-naleving geven daarmee aan waar op
                    gebied van naleefgedrag winst te behalen valt. </al><al>Op basis van de doelgroepanalyse blijkt: </al><al/><lijst><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Waterveiligheid is de spontane naleving
                            gemiddeld. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben beperkte handhavingsdruk nodig om naleving
                                    van regelgeving te bewerkstelligen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben redelijk zicht op de effecten van niet
                                    naleving van wet- en regelgeving. </al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Waterveiligheid is de onbewuste naleving
                            slecht. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein moeten investeren om de regels
                                    na te leven en maken een kosten-baten afweging om tot naleving
                                    van wet- en regelgeving te komen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van wet-
                                    en regelgeving te bewerkstelligen.</al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Waterveiligheid zijn weinig
                            handhavingsafgeschrikten aanwezig. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein hebben voordeel bij het niet
                                    naleven van wet- en regelgeving.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen leven de regels pas dan na als toezicht
                                    plaatsvindt onder dreiging van sanctioneren.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>Doelstellingen</cursief></al><al>De probleem- en risicoanalyse en doelgroepanalyse tonen aan dat binnen de
                    domeinen veel nalevingswinst te behalen valt door toepassing van interventies.
                    Voor de planperiode worden onderstaande doelstellingen geformuleerd:</al><al><plaatje><illustratie id="i34630e60-339b-4375-9413-b87911580ae5" naam="i248407i34630e60-339b-4375-9413-b87911580ae5.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="3.38cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Indicatoren</cursief></al><al>Om vast te stellen of de doelstellingen worden behaald zijn de volgende
                    indicatoren geformuleerd. De nummering van de indicatoren komt overeen met de
                    nummering van de doelstellingen van het thema Waterkwaliteit</al><lijst><li nr="I."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Onbewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="II."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Handhavingsafgeschrikten’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="III."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Bewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li></lijst><al/><al><cursief>4.4Waterschapsheffingen</cursief></al><al>Het thema Waterschapsheffingen omvat het domein ‘Heffingen’. Dit domein is
                    onderverdeeld in vier doelgroepen. Deze doelgroepen betreffen inrichtingen en
                    objecten die een vergunning of melding hebben gedaan in het kader van de
                    Waterwet of activiteiten waarvoor een vergunning of melding moet worden
                    aangevraagd (bijvoorbeeld: het lozen van afvalwater). Het Waterschap Brabantse
                    Delta heeft de afgelopen jaren op deze activiteiten toegezien. In tabel 1 zijn
                    de domeinen, de doelgroepen en de omvang weergegeven.</al><al/><al><cursief>Risico’s</cursief></al><al>Op basis van de probleem- en risicoanalyse zijn de risico’s van de doelgroepen
                    berekend. Deze paragraaf is een samenvatting van de omvang van de risico’s op
                    domeinniveau. </al><al/><al>In onderstaande tabel is een samenvatting van de probleem- en risicoanalyse per
                    domein weergegeven voor het thema Waterschapsheffingen:</al><al><plaatje><illustratie id="i93446885-dfa3-4d67-afc9-41762ca048bb" naam="i248408i93446885-dfa3-4d67-afc9-41762ca048bb.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="1.99cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Naleefgedrag</cursief></al><al>Op basis van de doelgroepanalyse zijn de redenen van (niet) naleving van wet- en
                    regelgeving bepaald. De redenen van niet-naleving geven daarmee aan waar op
                    gebied van (niet) naleving winst te behalen valt. </al><al>Op basis van de doelgroepanalyse blijkt: </al><al/><lijst><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Waterschapsheffingen is de spontane
                            naleving slecht tot zeer slecht. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van
                                    regelgeving te bewerkstelligen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben onvoldoende zicht op de effecten van niet
                                    naleving van wet- en regelgeving. </al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Waterschapsheffingen is de onbewuste
                            naleving slecht. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein moeten investeren om de regels
                                    na te leven en maken een kosten-baten afweging om tot naleving
                                    van wet- en regelgeving te komen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van wet-
                                    en regelgeving te bewerkstelligen.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>Doelstellingen</cursief></al><al>De probleem- en risicoanalyse en doelgroepanalyse tonen aan dat binnen de
                    doelgroepen veel nalevingswinst te behalen valt door toepassing van
                    interventies. Voor de planperiode worden onderstaande doelstellingen
                    geformuleerd: </al><al><plaatje><illustratie id="ie7421005-5ab3-4b87-bac5-c96b93f685c3" naam="i248409ie7421005-5ab3-4b87-bac5-c96b93f685c3.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="1.96cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Indicatoren</cursief></al><al>Om vast te stellen of de doelstellingen worden behaald zijn de volgende
                    indicatoren geformuleerd. De nummering van de indicatoren komt overeen met de
                    nummering van de doelstellingen van het thema Waterkwaliteit</al><lijst><li nr="I."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Bewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="II."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Spontane nalevers’ in de nalevingschatting.</al></li></lijst><al/><al><cursief>4.5Vaarwegbeheer</cursief></al><al>Het thema ‘Vaarwegbeheer’ omvat het domein vaarwegbeheer (incl. nautisch
                    beheer). Dit domein is onderverdeeld in twee doelgroepen. Deze doelgroepen
                    betreffen activiteiten waarop de Waterwet of rechtstreeks werkende regels van
                    toepassing zijn. Het Waterschap heeft afgelopen jaren op deze activiteiten
                    toegezien. In tabel 1 zijn de domeinen, de doelgroepen en de omvang
                    weergegeven.</al><al/><al><cursief>Risico’s</cursief></al><al>Op basis van de probleem- en risicoanalyse zijn de risico’s van de doelgroepen
                    berekend. Deze paragraaf is een samenvatting van de omvang van de risico’s op
                    domeinniveau. </al><al/><al>In onderstaande tabel is een samenvatting van de probleem- en risicoanalyse per
                    domein weergegeven voor het thema Vaarwegbeheer:</al><al><plaatje><illustratie id="i14e4d8b3-5a75-402d-b824-4a5c400ed4db" naam="i248410i14e4d8b3-5a75-402d-b824-4a5c400ed4db.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="2.14cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Naleefgedrag</cursief></al><al>Op basis van de doelgroepanalyse zijn de redenen van (niet) naleving van wet- en
                    regelgeving bepaald. De redenen van niet-naleving geven daarmee aan waar op
                    gebied van (niet) naleving winst te behalen valt. </al><al>Op basis van de doelgroepanalyse blijkt: </al><al/><lijst><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Vaarwegbeheer is de spontane naleving
                            gemiddeld. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben beperkte handhavingsdruk nodig om naleving
                                    van regelgeving te bewerkstelligen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben redelijk zicht op de effecten van niet
                                    naleving van wet- en regelgeving. </al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Vaarwegbeheer is de onbewuste naleving
                            slecht nageleefd. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein moeten investeren om de regels
                                    na te leven en maken een kosten-baten afweging om tot naleving
                                    van wet- en regelgeving te komen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van wet-
                                    en regelgeving te bewerkstelligen.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>Doelstellingen</cursief></al><al>De probleem- en risicoanalyse en doelgroepanalyse tonen aan dat binnen de
                    doelgroepen nalevingswinst te behalen valt door toepassing van interventies.
                    Voor de planperiode is onderstaande doelstelling geformuleerd: </al><al><plaatje><illustratie id="if14b5150-dbac-44c5-b5ee-988e016fc3d2" naam="i248411if14b5150-dbac-44c5-b5ee-988e016fc3d2.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="1.46cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Indicatoren</cursief></al><al>Om vast te stellen of de doelstelling wordt behaald is de volgende indicator
                    geformuleerd. De nummering van de indicator komt overeen met de nummering van de
                    doelstelling van het thema Vaarwegbeheer</al><lijst><li nr="I."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Onbewuste nalevers’ in de nalevingschatting.</al></li></lijst><al/><al><cursief>4.6Grondwaterbeheer</cursief></al><al>Het thema grondwaterbeheer omvat het domein ‘Grondwater’. Dit domein is
                    onderverdeeld in vijf doelgroepen. Deze doelgroepen betreffen inrichtingen en
                    objecten die een vergunning of melding hebben gedaan in het kader van de
                    Waterwet of activiteiten waarvoor een vergunning of melding moet worden
                    aangevraagd (bijvoorbeeld: het onttrekken van grondwater). Het Waterschap
                    Brabantse Delta heeft de afgelopen jaren op deze activiteiten toegezien. In
                    tabel 1 zijn de domeinen, de doelgroepen en de omvang weergegeven.</al><al/><al><cursief>Risico’s</cursief></al><al>Op basis van de probleem- en risicoanalyse zijn de risico’s van de doelgroepen
                    berekend. Deze paragraaf is een samenvatting van de omvang van de risico’s op
                    domeinniveau. </al><al/><al>In onderstaande tabel is een samenvatting van de probleem- en risicoanalyse per
                    domein weergegeven voor het thema Grondwaterbeheer:</al><al><plaatje><illustratie id="ib0eaf21d-12d5-42b3-8c21-88fd5c5c2504" naam="i248412ib0eaf21d-12d5-42b3-8c21-88fd5c5c2504.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="1.99cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Naleefgedrag</cursief></al><al>Op basis van de doelgroepanalyse zijn de redenen van (niet) naleving van wet- en
                    regelgeving bepaald. De redenen van niet-naleving geven daarmee aan waar op
                    gebied van (niet) naleving winst te behalen valt. </al><al>Op basis van de doelgroepanalyse blijkt: </al><al/><lijst><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Grondwaterbeheer is de spontane naleving
                            zeer slecht. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van
                                    regelgeving te bewerkstelligen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben onvoldoende zicht op de effecten van niet
                                    naleving van wet- en regelgeving. </al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Grondwaterbeheer is de onbewuste
                            naleving slecht. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein moeten investeren om de regels
                                    na te leven en maken een kosten-baten afweging om tot naleving
                                    van wet- en regelgeving te komen.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen hebben handhavingsdruk nodig om naleving van wet-
                                    en regelgeving te bewerkstelligen.</al></li></lijst></li><li nr="  •"><al>Binnen het domein van het thema Grondwaterbeheer worden de regels
                            gemiddeld bewust overtreden. </al><lijst><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein hebben (financieel) voordeel
                                    bij het niet naleven van wet- en regelgeving.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein achten de pakkans zeer
                                    klein.</al></li><li nr="o"><al>De doelgroepen binnen dit domein zijn niet onder de indruk van
                                    sanctioneren.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al><cursief>Doelstellingen</cursief></al><al>De probleem- en risicoanalyse en doelgroepanalyse tonen aan dat binnen de
                    doelgroepen veel nalevingswinst te behalen valt door toepassing van
                    interventies. Voor de planperiode worden onderstaande doelstellingen
                    geformuleerd: </al><al><plaatje><illustratie id="i1bdc0610-9229-4e9f-9b0d-a32f7241f16b" naam="i248413i1bdc0610-9229-4e9f-9b0d-a32f7241f16b.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="3.41cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Indicatoren</cursief></al><al>Om vast te stellen of de doelstellingen worden behaald zijn de volgende
                    indicatoren geformuleerd. De nummering van de indicatoren komt overeen met de
                    nummering van de doelstellingen van het thema Waterkwaliteit</al><lijst><li nr="I."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Onbewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li><li nr="II."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Handhavingsafgeschrikten’ en ‘Spontane nalevers’ in de
                            nalevingschatting.</al></li><li nr="III."><al>Naleefgedrag: het wijzigen van de score op de reden van (niet) naleven
                            bij ‘Bewuste overtreders’ in de nalevingschatting.</al></li></lijst><al/><al><vet>5.Output en outcome criteria</vet></al><al/><al>Aansluiting wordt gezocht bij de ontwikkeling van een landelijke set van output-
                    en outcome-criteria, die complementair is aan de eerder aangehaalde
                    Kwaliteitscriteria 2.1 en bedoeld voor de uitvoering van handhaving door het
                    Wabo-bevoegd gezag/Omgevingsdienst. Deze gaan waarschijnlijk ook gelden voor de
                    handhaving bij het waterbeheer.</al><al/><al><cursief>5.1Outputcriteria</cursief></al><al>Als meetbare output doelstellingen zijn geformuleerd:</al><lijst><li nr="  •"><al>aantal toezichtcontroles;</al></li><li nr="  •"><al>aantal repressieve controles;</al></li><li nr="  •"><al>aantal beschikkingen;</al></li><li nr="  •"><al>aantal processen verbaal (inclusief bestuurlijke strafbeschikkingen).
                        </al></li></lijst><al/><al><cursief>5.2Outcomecriteria</cursief></al><al>Als outcome doelstelling wordt het stimuleren van naleefgedrag gehanteerd.</al><al>Het naleefgedrag is gedefinieerd als: het percentage controles waarbij
                    inhoudelijk is beoordeeld of al dan niet aan de voorschriften is voldaan waarbij
                    geen overtreding heeft plaatsgevonden. In plaats van naleefgedrag kan dus ook
                    worden gesproken over naleefpercentage, zie ook hoofdstuk 2. </al><al/><al>De controles zijn in hoofdzaak gericht op de door het verlenen van een
                    vergunning of de ontvangst van een melding bij het waterschap bekende
                    activiteiten en betreffen derhalve programmatische controles. </al><al/><al>Het waterschap streeft naar een naleefgedrag van 90 %. Het nastreven van een
                    naleefgedrag van 100% is niet realistisch, omdat er te allen tijde situaties
                    zullen zijn, waarin regels worden overtreden.</al><al/><al>Over elk kalenderjaar voert het waterschap een analyse uit van het naleefgedrag.
                    Op basis van een trendanalyse over een langere periode kan worden geconcludeerd
                    of toezicht en handhaving bijdraagt aan het beperken van risico’s en problemen
                    in het waterbeheer.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>II</nr><titel>Organisatie en nalevingsstrategie</titel></kop><al><vet>1.Inleiding</vet></al><al/><al>Daar waar de overheid regels stelt zullen interventies moeten worden ingezet om
                    de naleving van deze regels te bewerkstelligen. De toepassing van deze
                    interventies is beschreven in de nalevingsstrategie. In deze nalevingsstrategie
                    is enerzijds het vergroten van de kennis en bewustwording bij burgers opgenomen
                    (preventiestrategie) anderzijds is preventie niet voldoende om overtredingen te
                    voorkomen. Om te controleren of wet- en regelgeving wordt nageleefd is toezicht
                    onontbeerlijk. Dit toezicht kan op verschillende manieren plaatsvinden en is
                    nader ingevuld in de toezichtstrategie. Daar waar niet-naleving plaatsvindt moet
                    in beginsel handhavend worden opgetreden. De mate waarin er handhavend wordt
                    opgetreden en de wijze waarop is beschreven in de sanctiestrategie. Gevallen
                    waarbij niet-naleving, onder bepaalde voorwaarden, wordt getolereerd en de wijze
                    waarop deze gevallen worden aangepakt is beschreven in de gedoogstrategie. In
                    criterium 7 van de kwaliteitscriteria 2.1 is opgenomen dat de
                    handhavingsorganisatie handelt op basis van een nalevingsstrategie. In
                    onderstaande figuur is weergegeven hoe de diverse genoemde strategieën zich tot
                    elkaar verhouden en aan welke wetgeving en kwaliteitscriteria de strategieën
                    invulling geven.</al><al/><al><plaatje><illustratie id="iafd6263b-dc29-42b7-97cc-b2d63a7e8bcc" naam="i248673iafd6263b-dc29-42b7-97cc-b2d63a7e8bcc.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="4.66cm"/></plaatje></al><al/><al/><al><cursief>1.1Reality Check IBT 2013</cursief></al><al>Op 10 oktober 2013 is door de provincie Noord-Brabant een reality check IBT
                    omgevingsrecht uitgevoerd. In het kader van de reality check zijn aangaande de
                    strategieën aanbevelingen gedaan, welke zijn verwerkt in onderstaand
                    Handhavingsbeleidskader deel 2. </al><al/><al><cursief>1.2Nalevingsstrategie 2005 en 2013</cursief></al><al>De voorgaande nalevingsstrategie van het Waterschap Brabantse Delta dateert uit
                    2005 en was uitsluitend van toepassing op de Wet verontreiniging
                    oppervlaktewateren. Voor de overige domeinen (beleidsvelden) waarvoor het
                    Waterschap Brabantse Delta bevoegd gezag is, was geen nalevingsstrategie
                    opgesteld. De nalevingsstrategie is gedeeltelijk in 2013 geactualiseerd. De
                    actualisatie betrof voornamelijk de strategieën. In lijn met de integratie van
                    de beleidsvelden door de Waterwet omschreef de geactualiseerd (integrale)
                    nalevingsstrategie alle beleidsvelden. </al><al/><al><cursief>1.3Nalevingsstrategie afgestemd op nalevingsgedrag</cursief></al><al>Om naleving van wet- en regelgeving te bewerkstelligen moeten de interventies
                    afgestemd worden op de doelgroep. Soms kan voorlichting voldoende zijn, in
                    andere gevallen zal er meer druk moeten worden gezet om naleving af te dwingen.
                    Er zijn vele factoren bepalend op het nalevingsgedrag, zoals bijvoorbeeld
                    bekendheid met de regel, sociale controle van derden en de afweging van de
                    betrokkene hoe groot de pakkans is bij overtreding, en welke sanctie wordt
                    opgelegd (<cursief>Deze factoren zijn verwoord in het analysemodel Tafel van Elf
                        (T11). De Tafel van 11 is opgebouwd uit wetenschappelijke gedrag/gevolg
                        variabelen die het nalevinggedrag beïnvloeden. De T11 is ontwikkeld door het
                        Expertisecentrum Rechtspleging en Rechtshandhaving van het Ministerie van
                        Justitie</cursief>). Zo weet iedereen dat het verboden is om sneller dan de
                    maximumsnelheid te rijden (bekendheid met de regel is hier groot), maar zullen
                    mensen op basis van de pakkans en de sanctie, toch overwegen sneller te rijden
                    dan is toegestaan met inschatting van de risico’s voor ongevallen.</al><al/><al>Het voert te ver om per inrichting een gedegen analyse te maken van factoren die
                    de naleving bevorderen om zo tot een interventiekeuze per wettelijk voorschrift
                    te komen. Wel is per doelgroep op gedragsniveau een probleemanalyse en een
                    nalevingsanalyse gemaakt . Op basis daarvan zijn ook verschillende specifieke
                    interventies benoemd voor doelgroepen, die de komende jaren worden ingezet. </al><al/><al>In vogelvlucht zet het Waterschap Brabantse Delta de komende jaren de volgende
                    interventies in:</al><lijst><li nr="-"><al>Voorlichting en communicatie, o.a. via de website en adviseurs van het
                            Waterschap (zie hoofdstuk 3: Preventiestrategie);</al></li><li nr="-"><al>Toezicht, waarbij verschillende vormen van toezicht worden
                            onderscheiden. (zie hoofdstuk 5: Toezichtstrategie);</al></li><li nr="-"><al>Bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten, zoals last onder dwangsom,
                            last onder bestuursdwang, intrekken vergunning, bestuurlijke
                            strafbeschikking (zie hoofdstuk 6: Sanctiestrategie);</al></li><li nr="-"><al>Strafrechtelijke instrumenten (zie hoofdstuk 6: Sanctiestrategie);</al></li><li nr="-"><al>Gedogen oftewel het afzien van handhaving (zie hoofdstuk 7:
                            Gedoogstrategie).</al></li></lijst><al/><al><vet>2.Organisatorische condities</vet></al><al/><al>Om de taken op gebied van toezicht en handhaving adequaat uit te voeren dient
                    het Waterschap Brabantse Delta te voldoen aan een set aan organisatorische
                    condities. In onderstaand overzicht is aangegeven in welke paragraaf invulling
                    wordt gegeven aan de wettelijke vereisten en de kwaliteitscriteria aangaande
                    organisatorische condities:</al><al><plaatje><illustratie id="i7d64efef-b651-4545-ac2c-bc5b699793f4" naam="i248422i7d64efef-b651-4545-ac2c-bc5b699793f4.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="5.46cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>2.1Functiescheiding</cursief></al><al>Het Waterschap Brabantse Delta hanteert functiescheiding tussen
                    vergunningverlening en handhaving</al><al>op organisatieniveau. De organisatie is wel zodanig ingericht dat tussen
                    vergunningverlener en handhaver een goede communicatie (samenwerking)
                    plaatsvindt over het waarom van de normen en verplichtingen in een vergunning en
                    het nalevingsgedrag van de vergunninghouder. </al><al/><al>Het Waterschap Brabantse Delta wijkt af van kwaliteitscriteria 13.1 onder c
                    betreffende het scheiden op persoonsniveau van planmatige controle en
                    hercontrole (inclusief juridische vervolging). Binnen het Waterschap Brabantse
                    Delta voert de toezichthouder van planmatige controle ook de hercontrole uit en
                    de controle aangaande juridische opvolging (bijvoorbeeld dwangsomcontrole). De
                    jurist stelt het besluit aangaande juridische opvolging (bijvoorbeeld dwangsom)
                    op. Borging van onafhankelijkheid en objectiviteit vindt plaats door collegiale
                    toetsen van juristen. De scheiding tussen planmatige controle en hercontrole, en
                    juridische opvolging is uitgewerkt in het opleggers processen.</al><al/><al><cursief>2.2Roulatieregeling</cursief></al><al>In het kader van de kwaliteitscriteria 2.1 worden randvoorwaarden gesteld ten
                    aanzien van de verhouding toezichthouder versus bedrijf. </al><al/><al>Enerzijds is het met het oog op een zakelijke afhandeling van de handhaving van
                    belang voor zowel het bedrijf als ook voor het waterschap om te zorgen voor
                    toezichthouders met voldoende kennis van het bedrijfsproces. Voor de handhavers
                    die gebiedsgericht werken is het bovendien noodzakelijk om gebiedskennis op te
                    doen. </al><al/><al>Anderzijds verdient het de voorkeur om toezichthouders niet langdurig aan een
                    vaste bedrijvenbestand te koppelen om belangenverstrengeling of subjectieve
                    behandeling van overtredingen te voorkomen.</al><al/><al>Teneinde tegemoet te komen wordt de volgende roulatieregeling gehanteerd:</al><lijst><li nr="  •"><al>De roulatiefrequentie is minimaal 0,25. Dit betekent dat bedrijven
                            minimaal om de 4 jaar aan een andere toezichthouder worden toegewezen.
                            Dit zal worden gemonitord door middel van het “Vergunningen en
                            handhavings informatiesysteem (<cursief>Powerbrowser wordt medio 2015
                                geïmplementeerd</cursief>)”. </al></li><li nr="  •"><al>Roulatie vindt als volgt plaats: Er zijn meerdere toezichthouders van
                            gelijk niveau. Deze zullen op basis van uitvoeringsplannen, die ten
                            grondslag liggen aan de jaarplannen Toezicht en Repressieve Handhaving
                            periodiek aan andere bedrijven/objecten worden gekoppeld.</al></li></lijst><al/><al><cursief>2.3Mandaatregeling</cursief></al><al>Mandaat is de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.
                    Mandaat is een belangrijk instrument om wet– en regelgeving slagvaardig uit te
                    kunnen voeren. Immers, niet alle uitvoeringshandelingen kunnen feitelijk door
                    het betreffende bestuursorgaan worden afgehandeld.</al><al/><al>Vanuit een oogpunt van slagvaardigheid en effectiviteit van de handhaving is het
                    gewenst dat de bevoegdheden op basis van een mandaatbesluit op een zo laag
                    mogelijk niveau in de organisatie worden gelegd.</al><al/><al>Ten behoeve van de mandatering is door het bestuur van het Waterschap Brabantse
                    Delta op 1 januari 2014 de Mandaatregeling vastgesteld. </al><al>Bij het verlenen van mandaten is rekening gehouden met de borging van de
                    integriteit van de organisatie (functiescheiding doorgevoerd in de mandaten) en
                    periodieke terugkoppeling naar de mandaatgever. In bestuurlijk gevoelige
                    situaties zal besluitvorming door de mandaatverlener zelf plaatsvinden.</al><al>Er van uit gaande dat het mandaat op een zo laag mogelijk niveau wordt verleend
                    is in de Mandaatregeling voor een groot aantal handelingen, meestal
                    voorbereidend op besluitvorming, voor ondermandaat door het afdelingshoofd naar
                    teamleiders en/of de afdelingsmedewerkers gekozen. In de praktijk gaat het dan
                    om bijvoorbeeld het verzenden van inspectierapporten en analyseresultaten, het
                    verzorgen van correspondentie ter voorbereiding van de feitelijke besluitvorming
                    etc.</al><al/><al><cursief>2.4Strafrechtelijke aansturing BOA’s</cursief></al><al>De afdeling handhaving van het Waterschap Brabantse Delta beschikt over vier
                    handhavers die tevens buitengewoon opsporingsambtenaar (BOA) zijn. Deze
                    handhavers zijn in eerste instantie handhavers ten behoeve van de
                    strafrechtelijke handhaving door het waterschap.</al><al/><al>Het BOA-schap betekent dat deze medewerkers van het Waterschap daarnaast ook een
                    relatie hebben met het Openbaar Ministerie (OM). Als BOA zijn zij bij een
                    overtreding zelfstandig in staat het strafrechtelijke handhavingsspoor in te
                    zetten, met andere woorden: ze zijn niet afhankelijk van de komst van de politie
                    om bij een strafbaar feit het strafrecht in te zetten. Indien zij een proces
                    verbaal opmaken als BOA staan zij vanaf dat moment en voor die zaak onder
                    aansturing van de Officier van Justitie (OvJ) voor hun handelen.</al><al/><al>De keuze van het waterschap om BOA’s in dienst te hebben is een pragmatische
                    keuze. Op het gebied van de handhaving van de Waterwet doen zich situaties voor
                    waarbij de bestuursrechtelijke handhaving onvoldoende effect heeft of niet
                    mogelijk is. Deze overtredingen vereisen een gedegen en gespecialiseerde kennis
                    van de regelgeving, maar hebben bij de politie in het algemeen een lage
                    prioriteit. Ook ontbreekt het bij de (basis)politie in het algemeen aan de
                    benodigde kennis.</al><al/><al>Door zelf buitengewone opsporingsambtenaren in dienst te hebben kan in
                    dergelijke gevallen het strafrecht worden ingezet zonder tussenkomst van de
                    politie. Ook in die gevallen waar de komst van de politie niet kan worden
                    afgewacht (heterdaad of andere aan tijd gebonden zaken) kan het strafrechtelijk
                    spoor op deze wijze toch worden gestart.</al><al/><al>Voor de inzet van de handhaver als BOA komen de volgende varianten het meest
                    voor:</al><lijst><li nr="1."><al>De handhaver / boa besluit, op basis van de door hem waargenomen
                            overtreding en de afweging volgens de vastgestelde strategieën , en de
                            vastgelegde kernbepalingen van het OM en zo nodig na overleg met het
                            afdelingshoofd, een proces verbaal op te maken van de overtreding en
                            daarmee het strafrechtelijk spoor in te slaan (<cursief>Toepassing van
                                bestuursdwang in spoedeisende situaties met een bestuursdwang hoger
                                dan € 25.000,00 gaat altijd na voorafgaande afstemming en daarmee in
                                opdracht van het afdelingshoofd dat is belast met de handhaving.
                                Voor een bestuursdwang tot € 25.000,00 is de BOA zalf
                                gemandateerd.</cursief>);</al></li><li nr="2."><al>Een handhavende medewerker zelf geen BOA, besluit dat afgestemd moet
                            worden met het strafrecht bij de waargenomen overtreding en licht
                            daartoe een BOA van het waterschap in over het door hem geconstateerde
                            strafbare feit. De BOA besluit naar aanleiding daarvan over
                            strafrechtelijk optreden;</al></li><li nr="3."><al>Een andere handhavende organisatie (gemeente, provincie, milieupolitie)
                            treft een overtreding aan waarbij het strafrechtelijk spoor zal worden
                            ingezet en vraagt een BOA van het waterschap om opsporingsassistentie.
                            Dit betreft meestal de 'water aangelegenheden' in het onderzoek, maar
                            het kan ook andere onderwerpen betreffen die onder de bevoegdheid van de
                            BOA vallen (art 1a WED);</al></li><li nr="4."><al>De BOA wordt als deskundige opsporingsambtenaar op het gebied van water
                            door de OvJ gevraagd deel te nemen aan een strafrechtelijk onderzoek
                            door het OM. </al></li></lijst><al>De aansturing van de BOA op een van de bovenstaande wijzen is opgenomen in het
                    Besluit buitengewoon opsporingsambtenaar. </al><al/><al>Tijdens de periodieke overleggen met OM en handhavingspartners wordt de
                    handhaving regionaal afgestemd. Dit geldt tevens voor het strafrechtelijke
                    handhavingsspoor. </al><al/><al>De processen verbaal die door de BOA’s van het waterschap worden ingezonden
                    zullen, voordat toezending aan de OvJ plaatsvindt, op kwaliteit (volledigheid,
                    compleetheid, juistheid) worden getoetst door een collega BOA. De leidinggevende
                    is mede verantwoordelijk voor de kwaliteitstoets van de processen verbaal.
                    Vervolgens worden de processen verbaal naar het OM gestuurd. </al><al/><al>De strafrechtelijke inzet van de BOA’s zal in de MARAP’s worden opgenomen.</al><al/><al><cursief>2.5Bereikbaarheidsregeling</cursief></al><al>De afdeling handhaving van het Waterschap Brabantse Delta is als volgt
                    bereikbaar:</al><al/><al>Binnen kantoortijd is de bereikbaarheid van de toezichthouders van de
                    betreffende teams gegarandeerd door de directe beschikbaarheid van
                    toezichthouders. Deze zijn telefonisch bereikbaar of door middel van een mobiele
                    telefoon oproepbaar indien zij niet op kantoor aanwezig zijn.</al><al/><al>Buiten kantoortijd hebben burgers de mogelijkheid om 24 uur per dag incidenten
                    of acute klachten te melden via de telefoon of internet. Hiervoor heeft het
                    waterschap een wacht- en piketdienst ingesteld. In het Calamiteitenplan
                    Brabantse Delta, is een overzicht van wacht- en piketdiensten opgenomen, onder
                    meer voor milieucalamiteiten. </al><al/><al><cursief>2.6Personele onafhankelijkheid en integriteit</cursief></al><al>Een toezichthouder en handhaver moet op een onafhankelijke en integere wijze een
                    controle uitvoeren. Een deel van de borging hiervoor vindt plaats middels de
                    roulatieregeling. De roulatieregeling draagt er zorg voor dat toezichthouders en
                    handhavers niet in een belangenverstrengeling komen door ze regelmatig te
                    rouleren. Naast het roulatiesysteem hanteert het Waterschap Brabantse Delta de
                    ‘gedragscode integriteit ’ om belangenverstrengeling te borgen. </al><al/><al><cursief>2.7In- en externe afstemming</cursief></al><al/><al><cursief>Interne afstemming</cursief></al><al>Handhaving binnen het Waterschap Brabantse Delta is verbonden met een groot
                    aantal andere taken van het waterschap teneinde het gezamenlijke doel van
                    waterkwaliteit te bereiken. Deze taken (de afdelingen die deze taken
                    uitvoeren)worden afgestemd. Deze afstemming vindt plaats op medewerkersniveau,
                    teamleidersniveau, en afdelingshoofdenniveau. Voor deze afstemmingen zijn
                    periodieken overleggen gepland. </al><al/><al><cursief>Externe afstemming</cursief></al><al>Handhaving wordt ook afgestemd met externe partners. Deze afstemming vindt
                    plaats op zowel bestuurlijk als ambtelijk niveau. Op bestuurlijk niveau neemt de
                    portefeuillehouder deel aan het regionaal overleg. Op ambtelijk niveau is dit
                    het hoofd van de afdeling handhaving, teamleider en/of medewerker.
                    Uitvoeringsprojecten waaraan het Waterschap Brabantse Delta samen met
                    handhavingspartners deelneemt zijn opgenomen in het
                    handhavingsuitvoeringsprogramma. </al><al/><lijst><li nr="  •"><al><cursief>Overleg OM</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Tijdens de periodieke overleggen met OM en handhavingspartners wordt de
                            handhaving regionaal afgestemd. Dit geldt tevens voor het
                            strafrechtelijke handhavingsspoor. Ook vindt op operationeel niveau
                            overleg plaats met Functioneel parket. In dit overleg vindt afstemming
                            plaats over het al dan niet vervolgen van geconstateerde overtredingen.
                        </al></li></lijst><lijst><li nr="  •"><al><cursief>Afstemming indien meerdere organisaties tegelijkertijd bevoegd
                                zijn</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Vrijwel alle inrichting gebonden en niet inrichting gebonden
                            handhavingstaken van het waterschap vinden plaats bij bedrijven en
                            situaties die in het kader van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
                            ook onder het bevoegd gezag van de gemeenten of de provincie vallen.
                            Afstemming vindt plaats in de vergunningverlening door de
                            vergunningverlener en voor de handhaving in de externe overleggen.
                            Handhavingsorganisaties die voor de uitvoering van hun taak gegevens van
                            de handhaving door het waterschap nodig hebben, krijgen deze (op
                            verzoek) toegezonden.</al></li></lijst><lijst><li nr="  •"><al><cursief>Afstemming ketenbeheer</cursief></al></li></lijst><lijst><li nr=""><al>Het Waterschap Brabantse Delta heeft geen structurele taken in het kader
                            van ketens. Bij de uitvoering van projecten die in samenwerking met
                            handhavingspartners worden uitgevoerd vindt er afstemming met deze
                            partners plaats. </al></li></lijst><al/><al><cursief>2.8Kalibratie van apparatuur en instrumenten</cursief></al><al>Het waterschap maakt voor de handhaving gebruik van verschillende voorzieningen
                    ter ondersteuning van de taakuitvoering. </al><al/><al>Het waterschap beschikt over technische, juridische en administratieve
                    voorzieningen om uitvoering te kunnen geven aan de handhavingstaken,
                    bijvoorbeeld: meetapparatuur, digitale fototoestellen, aansluitingen op
                    (juridische) databanken, toezicht vanuit de lucht of vanaf het water, mobiele
                    telefoons en e-mailaansluitingen. Laboratoriumonderzoek is aan derden
                    uitbesteed. In protocol ’onderhoud en kalibratie’ is uitgewerkt op welke wijze
                    onderhoud en kalibratie van instrumenten plaatsvindt.</al><al/><al><cursief>2.9Uitbestedingskader</cursief></al><al>Het waterschap heeft de mogelijkheid om werkzaamheden uit te besteden.
                    Werkzaamheden worden uitbesteed voor het uitvoeren van het primaire proces
                    (handhaving) of voor werkzaamheden die het primaire proces ondersteunen
                    (beleidsonderzoek, beleidsondersteuning, metingen, bemonsteringen, etc.).</al><al/><al>Uitbesteding van het primaire werkproces gebeurt indien er verschil bestaat
                    tussen de afdelingsplanning en daadwerkelijke uitvoering. Het verschil tussen
                    planning en uitvoering kan verschillende oorzaken hebben, denk bijvoorbeeld aan
                    opgelopen achterstanden of het uitvoeren van extra werkzaamheden. </al><al/><al>Deze achterstanden tussen planning en uitvoering worden door het hoofd van de
                    afdeling Handhaving gerapporteerd in de periodieke Management letters. Indien de
                    keuze is de geplande werkzaamheden uit te voeren, zal extra inzet noodzakelijk
                    zijn. Deze inzet wordt in principe verkregen door uitbesteding van
                    werkzaamheden. Uitsluitend indien er sprake lijkt te zijn van structurele
                    toename van de werkzaamheden zullen ook personele consequenties worden
                    overwogen.</al><al/><al><cursief>Soorten uitbesteding </cursief></al><al>Uitbesteding van de handhavingswerkzaamheden kent twee hoofdsoorten:</al><lijst><li nr="  •"><al>Inhuren van tijdelijk personeel teneinde voorkomende, niet uitputtend
                            gedefinieerde handhavingswerkzaamheden uit te voeren. Het betreft een
                            medewerker die tijdelijk wordt ingehuurd die nadere opdrachten krijgt
                            van het afdelingshoofd;</al></li><li nr="  •"><al>Inhuren van menskracht teneinde een van te voren omschreven pakket van
                            handhavingswerkzaamheden uit te voeren. Hierbij wordt een contract
                            afgesloten waarbij de contractant met een begrote inzet een beschreven
                            resultaat dient te leveren. Dit kan bijvoorbeeld de uitvoering van een
                            aantal controles in een bepaalde bedrijfstak zijn, de uitvoering van een
                            inventarisatieproject of specialistische ondersteuning bij een
                            specifieke handhavingsactiviteit.</al></li></lijst><al/><al>Indien de uit te besteden werkzaamheden behoren tot de reguliere werkzaamheden
                    en behoren tot de handhavingswerkzaamheden die het waterschap zelf wil blijven
                    uitvoeren, wordt uitbesteed door het inhuren van tijdelijk personeel. Indien de
                    uit te besteden werkzaamheden een projectmatig kunnen worden omschreven, heeft
                    de uitbesteding met resultaatverplichting de voorkeur.</al><al/><al>Ingeval de uit te besteden werkzaamheden een bedrag van meer dan € 207.000,00
                    bedragen, is de Europese Richtlijn voor overheidsopdrachten voor Diensten van
                    toepassing. </al><al><cursief>Eisen aan de contractant</cursief></al><al/><al>In beide gevallen worden na goedkeuring volgens de aanbestedingsrichtlijn van
                    het waterschap gehandeld. De keuze uit de offertes wordt gemaakt op basis van
                    deze aanbestedingsrichtlijn. </al><al/><al><vet>3.Preventiestrategie</vet></al><al/><al>Bij de bevordering van het naleefgedrag speelt de duidelijkheid,
                    handhaafbaarheid van beleid en regels een grote rol. Niemand heeft immers
                    behoefte aan onduidelijke en onzinnige regels: deze bevorderen niet het
                    naleefgedrag. De toetsing op duidelijkheid en handhaafbaarheid (<cursief>De mate
                        waarin een gecontroleerd kan worden of een regel niet overtreden
                        wordt.</cursief>) wordt daarom een vast onderdeel van het beleid en de
                    regelgeving</al><al/><al>Naleefgedrag kan slechts serieus worden bevorderd door het inzetten van een
                    combinatie van interventies. Alle interventies hebben namelijk onderling een
                    ondersteunende, versterkende en/of aanvullende rol. Ter illustratie: het geven
                    van voorlichting tijdens een controle. Door het toezicht wordt ingespeeld op de
                    pakkans van een eventuele overtreding en door voorlichting wordt inzicht in de
                    regels gegeven en de risico’s (<cursief>Onder deze risico’s wordt geen
                        sanctioneringsrisico’s maar bijvoorbeeld de kosten voor het opruimen van een
                        overtreding.</cursief>) die een overtreding met zich mee brengt.</al><al/><al>Bekendheid met regels vormt de basis voor het naleven van regels. Het Waterschap
                    Brabantse Delta heeft een verantwoordelijkheid in het bekend maken van wet en
                    regelgeving en het geven van voorlichting. Het geven van voorlichting en
                    communicatie van en over de toezichts- en handhavingstaken is dan ook van groot
                    belang.</al><al/><al>Transparantie en duidelijkheid over de invulling en uitvoering van de taken
                    leiden uiteindelijk tot een verbetering van de effecten van de geleverde
                    inspanningen, dus tot een beter naleefgedrag. Daarmee wordt beoogd een situatie
                    te scheppen, waarin geconstateerd wordt dat achterliggende doelen van wet- en
                    regelgeving, zoals het verbeteren van de waterkwaliteit, wordt bereikt.</al><al/><al>De preventiestrategie omvat tenminste:</al><lijst><li nr="  •"><al>Voorlichting;</al></li><li nr="  •"><al>Publiciteit en handhaving</al></li><li nr="  •"><al>Drempelverlaging</al></li><li nr="  •"><al>Subsidies en heffingen</al></li></lijst><al/><al>In onderstaand overzicht is aangegeven in welke paragraaf invulling wordt
                    gegeven aan de wettelijke vereisten en de kwaliteitscriteria:</al><al><plaatje><illustratie id="i679ef59f-c24e-472f-99bd-c15e94c79c53" naam="i248425i679ef59f-c24e-472f-99bd-c15e94c79c53.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="2.95cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>3.1Voorlichting</cursief></al><al>Voorlichting richt zich op het vergroten van de bewustwording bij de
                    normadressaat om de spontane naleving te vergroten of herhaling als gevolg van
                    onbekendheid met regelgeving te voorkomen. Het resultaat zal zijn dat er minder
                    toezicht uitgeoefend hoeft te worden en dat er minder overtredingen worden
                    vastgesteld die ongedaan gemaakt moeten worden. Dit leidt op zijn beurt weer tot
                    minder benodigde tijd, geld en het voorkomen van ergernis. </al><al/><al><cursief>Algemene bekendmakingen</cursief></al><al>Het is van belang dat de normadressaat binnen het invloedgebied van het
                    Waterschap Brabantse Delta op de hoogte is van de visie van het Waterschap op
                    toezicht en handhaving. Hoe vult het Waterschap haar wettelijke handhavingstaken
                    in? Wat vindt het Waterschap belangrijk (prioriteiten)? Waar wordt dat jaar
                    extra aandacht aan besteed (projectmatige werkzaamheden)? Door het
                    handhavingsbeleid inzichtelijk te maken, wordt geprobeerd een groter draagvlak
                    te creëren. Goede voorlichting en communicatie begint met een vastgesteld en
                    transparant handhavingsbeleid. Communicatie aangaande algemene bekendmakingen
                    vindt plaats conform de communicatiestrategie. </al><al/><al><cursief>Voorlichting aan de normadressaat</cursief></al><al>Doel van voorlichting is het vergroten van kennis bij de normadressaat over de
                    na te leven voorschriften en de implicaties van niet-naleving. Wanneer er
                    relevante nieuwe ontwikkelingen of wijzigingen plaatsvinden in wetgeving dan
                    wordt</al><al>hierover geïnformeerd. Voorlichting vindt plaats conform de
                    communicatiestrategie.</al><al/><al><cursief>Voorlichting tijdens controle</cursief></al><al>Tijdens de routinematige bezoeken wordt de normadressaat voorgelicht over de te
                    controleren regels, en de bevindingen van de controle. Bij overtredingen worden
                    deze in de handhavingsbrief toegelicht en uitgelegd welke maatregelen van de
                    normadressaat worden verwacht om de overtredingen ongedaan te maken</al><al/><al><cursief>3.2Naming en Shaming</cursief></al><al>Bij de uitvoering van de handhaving kan op verschillende momenten actief de
                    publiciteit worden gezocht; voor of na handhavingsacties en specifiek gericht op
                    een doelgroep of gericht aan alle ingezetenen binnen het invloedgebied van het
                    Waterschap, dit wordt ook wel naming of shaming genoemd. </al><al/><al>Bij het kiezen van deze momenten zal altijd rekening moeten worden gehouden met
                    het effect dat in dat geval berichtgeving (naming of shaming) in de media heeft,
                    in relatie met het beoogde doel, te weten het bevorderen van een beter
                    naleefgedrag bij de normadressaat. De normadressaat mag dus niet onevenredig
                    worden geschaad door de naming of shaming.</al><al/><al>Redenen voor het Waterschap om actief de publiciteit te zoeken, zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>overbrengen van informatie om de beeldvorming en het kennisniveau van de
                            buitenwereld omtrent het Waterschap gunstig te beïnvloeden;</al></li><li nr="-"><al>beïnvloeding van de houding van de lozers;</al></li><li nr="-"><al>gedragsbeïnvloeding in het algemeen;</al></li><li nr="-"><al>waarschuwen van burgers voor mogelijke schadelijke gevolgen;</al></li><li nr="-"><al>aanpakken van recidivisten.</al></li></lijst><al/><al>Het naar buiten brengen van informatie in dit kader kan zowel goed nieuws als
                    slecht nieuws betreffen. Bij gebruik van dit instrument moet aandacht besteed
                    worden aan:</al><lijst><li nr="  •"><al><cursief>Zorgvuldigheid</cursief></al></li><li nr=""><al>De media-uiting dient correct te zijn. Hierbij dient rekening gehouden
                            te worden met de Wet openbaarheid van bestuur en de Wet bescherming
                            persoonsgegevens (voor natuurlijke personen). Om problemen in het na
                            traject te voorkomen verdient het de voorkeur, vooral bij
                            bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden, de betreffende
                            normadressaat vooraf in kennis te stellen van de inhoud van de
                            persberichten.</al></li><li nr="  •"><al><cursief>Consistentie</cursief></al></li><li nr=""><al>De beeldvorming over het Waterschap Brabantse Delta in de uitgezonden
                            boodschappen dient eenduidig en consequent te zijn. Hieraan dient een
                            consistent beleid ten grondslag te liggen, waardoor ad hoc acties kunnen
                            worden voorkomen. Gebeurt dit niet dan komt de geloofwaardigheid van het
                            bestuur in het geding en verliest het bestuur het vertrouwen van de
                            normadressaat en de omgeving.</al></li><li nr="  •"><al><cursief>Afstemming intern</cursief></al></li><li nr=""><al>Gezien de gevoeligheden, zoals eerder aangegeven, is het al dan niet
                            actief zoeken van de publiciteit ter instemming van het afdelingshoofd
                            handhaving, die afstemt met portefeuillehouder handhaving (Dijkgraaf).
                            Bij het actief zoeken van de publiciteit dient, na instemming
                            afdelingshoofd handhaving, altijd de afdeling Communicatie betrokken te
                            worden. Persberichten worden in samenspraak met hen opgesteld en door
                            hen aan de media verzonden. </al></li><li nr="  •"><al><cursief>Afstemming extern</cursief></al></li><li nr=""><al>Bij strafrechtelijke acties ligt het voortouw bij het Openbaar
                            Ministerie. Bij acties of projecten in het kader van toezicht dient
                            afstemming plaats te vinden met de handhavingspartners.</al></li></lijst><al/><al><cursief>3.3Drempelverlaging</cursief></al><al>Het Waterschap Brabantse Delta heeft een duidelijke klachten- en meldingen
                    regeling om burgers bedrijven en instellingen te stimuleren om overtredingen te
                    melden (<cursief>Zie ook paragraaf 2.5</cursief>). De klachten en
                    meldingenregeling verhoogt de kans op informele controle wat de naleving
                    bevorderd. </al><al/><al><cursief>3.4Subsidies</cursief></al><al>Wordt gebruik gemaakt van financiële interventies om naleving te bevorderen denk
                    dan met name aan subsidies. Sturing door middel van subsidies moet vooral tot
                    doel hebben om vrijwillige naleving te bevorderen. Binnen het Waterschap
                    Brabantse Delta zijn de mogelijkheden tot het inzetten van subsidies beperkt.
                    Daarom zal dit instrument alleen worden ingezet wanneer hiertoe mogelijkheden
                    zijn geschapen. Veelal zal slechts voorlichting worden gegeven over bestaande
                    subsidies en/of investeringsregelingen. </al><al/><al><vet>4.Toezichtstrategie</vet></al><al/><al>De toezichtstrategie beschrijft de verschillende vormen van toezicht die het
                    Waterschap Brabantse Delta kan inzetten om naleving te bevorderen. In de
                    toezichtstrategie is tevens de basiswerkwijze van het toezicht opgenomen
                    daarnaast biedt de toezichtstrategie input voor het jaarlijks op te stellen
                    uitvoeringsprogramma. Een omschrijving voor de toepassing van de
                    toezichtstrategie is uitgewerkt in de werkinstructie: ‘toepassen
                    toezichtstrategie’. </al><al/><al>In onderstaand overzicht is weergegeven in welke paragraaf invulling wordt
                    gegeven aan de wettelijke vereisten en de kwaliteitscriteria:</al><al><plaatje><illustratie id="i049ef7cd-834d-4805-b677-a0529b221e71" naam="i248429i049ef7cd-834d-4805-b677-a0529b221e71.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="5.46cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>4.1Vormen van Toezicht</cursief></al><al>Waterschap Brabantse Delta onderscheidt verschillende vormen van toezicht. De
                    vormen van toezicht zijn in onderstaande tabel uitgewerkt. In het jaarlijks
                    uitvoeringsprogramma wordt inzichtelijk welke vormen van toezicht waar worden
                    ingezet.</al><al/><al>Tabel 1: toezichtvormen</al><al><plaatje><illustratie id="i3f3326a8-1e57-45bc-a8ab-28e7e489c5b6" naam="i248430i3f3326a8-1e57-45bc-a8ab-28e7e489c5b6.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="9.58cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>Routinematige controles</cursief></al><al>In paragraaf 4.2 van het handhaving beleidskader deel II is de frequentie van
                    routinematige bezoeken opgenomen. Er zijn verschillende toezichtvormen
                        (<cursief>Zie paragraaf 4.2</cursief>) die routinematig toegepast kunnen
                    worden. Onderstaand zijn de verschillende vormen van routinematig toezicht
                    weergegeven. In werkinstructies is uitgewerkt de wijze waarop deze controles
                    worden voorbereid, uitgevoerd en afgerond. </al><lijst><li nr="-"><al>Integrale controle</al></li><li nr="-"><al>Aspectcontrole</al></li><li nr="-"><al>Systeemgericht toezicht</al></li><li nr="-"><al>Gevelcontrole</al></li><li nr="-"><al>Gebiedscontrole</al></li><li nr="-"><al>Surveillance</al></li><li nr="-"><al>Administratieve controle</al><al/></li></lijst><al><cursief>Incidentele controles</cursief></al><al>Incidentele bezoeken vinden onder andere plaats naar aanleiding van klachten,
                    meldingen ,waarbij wordt gecontroleerd of de klacht/melding gegrond is. In
                    voorkomende gevallen volgt dan een handhavingstraject. Klachten worden
                    geregistreerd in het Klachten Registratie Systeem (KRS). Andere aanleidingen
                    voor incidentele controles zijn opleveringscontroles, handhavings-verzoeken of
                    hercontroles.</al><al/><al><cursief>Eigen controlemaatregelen inrichtinghouder</cursief></al><al>In de waterregelgeving wordt van de inrichtingenhouder op sommige aspecten eigen
                    controlemaatregelen verwacht en moet de normadressaat hierover verantwoording
                    afleggen aan de toezichthouder. Voorbeelden hiervan zijn o.a. het
                    milieujaarverslag en rapportage analyseresultaten. </al><al/><al><cursief>4.2Interventiematrix</cursief></al><al>Het risico en het naleefgedrag vormen de basis om te bepalen welke interventie
                    er voor welke doelgroep wordt ingezet. Om te bepalen welke interventie wordt
                    ingezet wordt de Interventiematrix toegepast. De Interventiematrix is hieronder
                    weergegeven (zie figuur 1). Het toepassen van de interventiematrix is uitgewerkt
                    in de werkinstructie ‘toepassen toezichtstrategie’.</al><al/><al>Op de Y-as is de vijfdeling van het risico weergegeven. Op de X-as zijn de
                    redenen van (niet)naleven weergegeven. </al><al/><al>Figuur 1: Interventiematrix</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ib818100d-304b-4bb8-8822-07b900bd3a10" naam="i248432ib818100d-304b-4bb8-8822-07b900bd3a10.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="8.10cm"/></plaatje></al><al/><al>In paragraaf 4.1 van de Toezichtstrategie is een overzicht opgenomen welke
                    vormen van toezicht er binnen het Waterschap Brabantse Delta gehanteerd worden.
                    In werkinstructies is uitgewerkt hoe deze toezichtvormen moeten worden
                    uitgevoerd. Deze detaillering van interventies dient te worden toegepast bij het
                    opstellen van het Handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP).</al><al/><al><cursief>4.3Frequentiematrix</cursief></al><al>De frequentie waarmee controles worden uitgevoerd is afhankelijk van een tweetal
                    factoren, te weten: het risico en het naleefgedrag. In Handhavingsbeleidskader
                    deel 1 zijn de risico’s en het naleefgedrag (zie hoofdstuk 4) weergegeven. </al><al/><al>De risico’s en het naleefgedrag vormen de basis voor de bepaling van de
                    controlefrequentie. De controlefrequentie wordt bepaald met behulp van de
                    frequentiematrix (figuur 2). </al><al/><al>Figuur 2: Frequentiematrix</al><al/><al><plaatje><illustratie id="id31b6630-194b-40f5-b2b4-986ddb32153f" naam="i248433id31b6630-194b-40f5-b2b4-986ddb32153f.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="13.96cm"/></plaatje></al><al/><al>De frequentie matrix is gebaseerd op het principe dat toezicht daar wordt
                    ingezet waar dit effectief en efficiënt is. Dit punt is het kruispunt van het
                    risico en het naleefgedrag in de frequentiematrix. Door nu per doelgroep het
                    risico en naleefgedrag in de toezichtmatrix te plaatsen wordt het kruispunt per
                    doelgroep bepaald en de doelgroep daarmee in een van de frequentiecategorieën (α
                    t/m ε) ingedeeld. In onderstaande tabel 2 is weergegeven wat de
                    controlefrequentie is per frequentiecategorie per thema. </al><al/><al>Tabel 2: Frequentietabel</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i4cabf0f1-82e0-4f05-97ea-df4c5e977cee" naam="i248434i4cabf0f1-82e0-4f05-97ea-df4c5e977cee.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="7.78cm"/></plaatje></al><al/><al>Door te bepalen in welk thema van het Waterschap de doelgroep zich bevindt en
                    deze te combineren met de frequentiecategorie kan met behulp van tabel 2 de
                    controlefrequentie definitief worden bepaald.</al><al/><al><cursief>4.4Rapportage van bevindingen</cursief></al><al>Elk controlebezoek, ook als er geen overtredingen zijn geconstateerd, wordt
                    geregistreerd. In de werkinstructies die betrekking hebben op de verschillende
                    vormen van toezicht zijn de aspecten opgenomen waaraan een rapportage moet
                    voldoen. Voor die toezichtvormen waarvoor geen werkinstructie is opgesteld
                    dienen de resultaten van het toezicht te worden gerapporteerd in het
                    geautomatiseerde systeem, met de volgende aspecten:</al><lijst><li nr="-"><al>datum van de controle;</al></li><li nr="-"><al>de gecontroleerde onderdelen;</al></li><li nr="-"><al>de constateringen (overtredingen/geen overtredingen);</al></li></lijst><al/><al><cursief>4.5Gecoördineerd toezicht</cursief></al><al>Gecoördineerd toezicht heeft vooral betrekking op de afstemming, coördinatie
                    en/of gezamenlijkheid van het toezicht en de handhaving door de verschillende
                    handhavende disciplines, zowel binnen als buiten het waterschap. Doel van
                    gecoördineerd toezicht is:De toezichtlast bij de aanvragers zoveel mogelijk te
                    beperken;</al><lijst><li nr="-"><al>Het toezicht en de handhaving intern efficiënter te organiseren;</al></li><li nr="-"><al>Tegenstrijdige interpretatie van regels en wijze van handhaven zoveel
                            mogelijk te voorkomen.</al></li></lijst><al/><al>In het paragraaf 2.7, is weergegeven hoe binnen het Waterschap het toezicht is
                    afgestemd. </al><al/><al><vet>5.Sanctiestrategie</vet></al><al/><al>Toezicht kan overgaan in sanctionering als in strijd met de regels is gehandeld.
                    Hierbij wordt wel eerst legalisatie van de overtreding in overweging genomen.
                    Sanctionering leidt tot bestuursrechtelijke- en/of strafrechtelijke maatregelen.
                    Het Waterschap handelt op basis van de hieronder beschreven sanctiestrategie die
                    een afgeleide is van de Landelijke handhavingstrategie (<cursief>Landelijk
                        Handhavingstrategie versie 1.7, d.d. 24 april 2014</cursief>). </al><al/><al>In onderstaand overzicht is aangegeven in welke paragraaf van dit hoofdstuk
                    invulling wordt gegeven aan de wettelijke vereisten en de VTH kwaliteitscriteria
                    2.1:</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i19d7e8d3-6a9a-4d8f-a050-8a9cb51a30ca" naam="i248435i19d7e8d3-6a9a-4d8f-a050-8a9cb51a30ca.png" breedte="15.9cm" type="foto" hoogte="14.72cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>5.1Beginselplicht tot handhaven</cursief></al><al>Handhavingsinstanties hebben een beginselplicht tot handhaven. Handhavend
                    optreden is zowel eerlijk tegenover normadressaten uit het oogpunt van een
                    ‘level playing field’, als tegenover de maatschappij die ervan uit mag gaan dat
                    handhavers zodanig optreden dat haar rechtsgevoel wordt gerespecteerd en de
                    leefomgeving veilig, schoon en gezond blijft.</al><al/><al>In het VTH-stelsel is de primaire verantwoordingsrelatie die van het bevoegd
                    gezag aan het eigen democratisch controlerend orgaan (Algemeen bestuur). In de
                    Wet VTH is de minimale verantwoordingsinformatie van de bevoegde overheden
                    vastgelegd. De toepassing van de Landelijke Handhavingstrategie is daar
                    onderdeel van.</al><al/><al><cursief>5.2Beoordeling overtreding: gelijkwaardige oplossing of
                        legalisatie?</cursief></al><al>Handhavers wegen de ernst van de bevinding, het gedrag van de normadressaat en
                    de feiten en omstandigheden van de situatie. Handhavers bepalen vervolgens welke
                    sanctie in het specifieke geval passend is. Voorafgaand aan de vraag of de
                    sanctiestrategie of gedoogstrategie wordt toegepast, wordt eerst onderzocht of
                    sprake is van een overtreding, en zo ja, of deze te legaliseren is.</al><al/><al><cursief>Gelijkwaardige oplossing</cursief></al><al>Voordat een afwijking van de regels gekwalificeerd kan worden als een
                    overtreding moet eerst worden bekeken of er sprake kan zijn van een
                    gelijkwaardige oplossing. Onder gelijkwaardige oplossing wordt het volgende
                    verstaan:</al><al/><al>“<cursief><vet>Bij een gelijkwaardige oplossing is sprake van een afwijking van
                            (een of meerdere voorschriften van) een vergunning algemeen voorschrift,
                            maar het door de rechtsregel beschermde belang wordt in dezelfde mate of
                            beter gewaarborgd.</vet></cursief>”</al><al/><al>Daarbij geldt in bijna alle gevallen dat wanneer men dit vooraf had geweten en
                    als zodanig had aangevraagd, men in die gevallen ook de vergunning verleend had
                    gekregen. Veelal gaat het ook om afwijkingen die minder cruciaal zijn of op
                    zichzelf staand. In deze situaties worden belangen van derden niet geschaad en
                    wordt, indien nodig, door middel van berekeningen en/of tekeningen aangetoond
                    dat de gekozen/gerealiseerde oplossing een gelijkwaardige is.</al><al/><al>In de praktijk gaat het dan om ondergeschikte wijzigingen ten opzichte van de
                    aanvraag/vergunning en ontstaat er geen situatie die is gelegen onder het
                    wettelijke minimumniveau. Ook bij de taakvelden waterkwaliteit/ waterveiligheid/
                    waterkwantiteit/ vaarwegbeheer/ heffingen/grondwaterbeheer blijkt de praktijk
                    soms afwijkingen van ondergeschikte betekenis ten opzichte van de verleende
                    vergunning wenselijk of noodzakelijk te maken. Deze afwijkingen van
                    ondergeschikte betekenis worden door de toezichthouders dan ook niet als
                    overtreding aangemerkt. De achterliggende gedachte daarbij is dan, dat handhaven
                    een middel is en geen doel op zich.</al><al/><al><cursief>Legalisatieonderzoek</cursief></al><al>Na constatering van een overtreding wordt nagegaan of legalisatie mogelijk is,
                    door bijvoorbeeld een melding of vergunning. De uitkomst hiervan bepaalt niet
                    zozeer of er gehandhaafd gaat worden maar wel tot welk resultaat de
                    handhavingsinzet moet leiden. Dit kan gericht zijn op het zorgen dat de situatie
                    alsnog wordt vergund of wordt beëindigd. Voor het thema waterveiligheid en
                    waterkwantiteit wordt aan de hand van de ‘Zwart-wit’ lijst door de
                    toezichthouder zelf bepaald wanneer legalisatie wel of niet mogelijk is. Indien
                    het een situatie betreft die niet op deze lijst voorkomt wordt het voorgelegd
                    aan de afdeling vergunningen. Voor de overige thema’s geldt dat een legalisatie
                    mogelijkheid, indien noodzakelijk, wordt voorgelegd aan de afdeling
                    vergunningen</al><al/><al>Een legalisatieonderzoek kan enige tijd in beslag nemen. Als een
                    legalisatieonderzoek snel kan worden uitgevoerd kan gewacht worden op de
                    uitkomst daarvan, voordat een ambtelijke of bestuurlijke waarschuwing uitgaat.
                    Als een legalisatieonderzoek enige tijd gaat vergen, bijvoorbeeld omdat hiervoor
                    extern advies nodig is, kan het zijn dat direct na de controle een brief wordt
                    verzonden waarin in ieder geval al wordt aangekondigd dat er een overtreding is
                    geconstateerd.</al><al/><al>Indien legalisatie mogelijk is krijgt de overtreder hiertoe de gelegenheid.
                    Indien de overtreder hieraan geen gehoor geeft volgt pas handhaving. Er wordt
                    dan aangeschreven op het ongedaan maken van de overtreding. Dit kan bijvoorbeeld
                    betekenen dat een situatie moet worden teruggebracht in de oorspronkelijke
                    staat. Er kan geen sanctie worden opgelegd op het niet indienen van een
                    aanvraag. Het indienen van een aanvraag heeft de overtreding namelijk (nog) niet
                    op. Deze is pas opgeheven als de daadwerkelijk vergunning/ontheffing is
                    verleend. </al><al/><al><cursief>5.3Passende sanctie</cursief></al><al>Door aan te sluiten op de Landelijke Handhavingstrategie wordt ingezet op een
                    passende sanctie bij iedere bevinding. Handhavers hanteren de Landelijke
                    Handhavingstrategie bij iedere bevinding en maken daarbij gebruik van de in de
                    strategie opgenomen interventies. Omwille van rechtsgelijkheid waarborgt dit
                    passend interveniëren en eenduidig optreden, dat wil zeggen: het in
                    vergelijkbare zaken maken van vergelijkbare keuzes en het op vergelijkbare wijze
                    kiezen en toepassen van sancties, op nationale schaal.</al><al/><al>Een passende sanctie wil zeggen dat de sanctie, gegeven de verzamelde feiten en
                    de beoordeling van de aard en/of omstandigheden van de bevinding en de
                    normadressaat, zo effectief en efficiënt mogelijk leidt tot spoedig herstel van
                    de situatie naar de situatie van voor de bevinding. Daarnaast waarborgt de
                    sanctie naleving van de wet en voorkomt herhaling van de geconstateerde
                    overtreding. Daar waar passend en nodig wordt de normadressaat gestraft om deze
                    tot naleving te bewegen, dan wel de norm te bevestigen. </al><al>Om tot een passende sanctionering te komen moeten een tweetal vragen worden
                    beantwoord, te weten:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Op welke wijze wordt sanctionerend opgetreden?</al></li><li nr=""><al>Er kan bestuursrechtelijk, strafrechtelijk of middels een combinatie van
                            beide worden opgetreden. Hoe wordt opgetreden is vastgelegd in hoofdstuk
                            3 van de Landelijke Handhavingstrategie. Bestuursrechtelijk optreden is
                            vooral gericht op het herstellen van de situatie, dat wil zeggen op het
                            in overeenstemming brengen met de wet- en regelgeving, opdat vastgesteld
                            beleid wordt geëffectueerd. Strafrechtelijk optreden is vooral gericht
                            op het straffen van de overtreder en het wegnemen van diens
                            wederrechtelijk genoten (concurrentie)voordeel. Bestuurs- en
                            strafrechtelijk optreden dienen daarnaast allebei tot ontmoediging,
                            ofwel tot individuele en algemene preventie. Omdat deze aspecten vaak
                            tegelijk aan de orde zijn, is een weloverwogen inzet van het
                            bestuursrecht en het strafrecht conform de Landelijke
                            Handhavingstrategie noodzakelijk.</al></li><li nr="2."><al>Welke sanctie(s) wordt (worden) ingezet?</al></li><li nr=""><al>De keuze van de in te zetten bestuursrechtelijke sanctie(s) vindt plaats
                            aan de hand van de in de Landelijke Handhavingstrategie opgenomen
                            sanctieladder en sanctiematrix, waarbij het spoedig herstellen van de
                            situatie naar de situatie van voor de bevinding de eerste prioriteit is.
                            Het strafrechtelijk optreden is in de Landelijke Handhavingstrategie
                            niet uitgewerkt.</al></li></lijst><al/><al><cursief>5.4Stappenplan Sanctionering</cursief></al><al>Om te komen tot een passende sanctionering worden een vijftal stappen doorlopen.
                    De stappen zijn hieronder uitgewerkt en zijn grotendeels ontleend aan de
                    Landelijke handhavingstrategie. Daar waar wordt afgeweken wordt dit expliciet
                    aangegeven. </al><al/><al><cursief>Positionering bevindingen, stap 1</cursief></al><al>De handhaver bepaalt ten eerste in welk segment van figuur 3 hij de bevinding
                    positioneert (<cursief>Geldt enkel voor bevindingen die een overtreding
                        zijn</cursief>) door: (1) het beoordelen van de gevolgen van de bevinding
                    voor milieu, natuur, water, veiligheid, gezondheid en/of maatschappelijke
                    relevantie en (2) het typeren van de normadressaat.</al><al/><al>Ad. 1</al><al>De gevolgen van bevindingen beoordeelt de handhaver als:</al><lijst><li nr="1."><al>vrijwel nihil; of</al></li><li nr="2."><al>beperkt; of</al></li><li nr="3."><al>van belang – er is sprake van aanmerkelijk risico dat de bevinding
                            maatschappelijke onrust geeft en/of milieuschade, natuurschade,
                            waterverontreiniging en/of doden, zieken of gewonden (mens, plant én
                            dier) tot gevolg heeft; of</al></li><li nr="4."><al>aanzienlijk, dreigend en/of onomkeerbaar – onder andere het geval als de
                            overtreding maatschappelijke onrust en/of ernstige milieuschade,
                            ernstige natuurschade, ernstige waterverontreiniging en/of doden, zieken
                            of gewonden (mens, plant én dier) tot gevolg heeft.</al></li></lijst><al/><al>Ad. 2</al><al>De handhaver typeert de normadressaat als:</al><lijst><li nr="A."><al>goedwillend, proactief en geneigd om de regels te volgen, de bevinding
                            is het gevolg van onbedoeld handelen; of</al></li><li nr="B."><al>onverschillig/reactief, neemt het niet zo nauw met het algemeen belang,
                            heeft een onverschillige houding, de bevinding en de gevolgen van zijn
                            handelen laten hem koud; of</al></li><li nr="C."><al>is opportunistisch en calculerend, er is sprake van het bewust
                            belemmeren van controlerenden, er is sprake van mogelijkheidsbewustzijn,
                            maar de gevolgen van het handelen worden op de koop toe genomen, bewust
                            risico nemend; of</al></li><li nr="D."><al>bewust en structureel de regels overtredend en/of crimineel of deel
                            uitmakend van een criminele organisatie, houdt zich bezig met fraude,
                            oplichting of witwassen.</al></li></lijst><al>Bij de typering van de normadressaat kijkt de handhaver dus verder dan de
                    bevinding op zich en neemt hij diens gedrag en toezicht- en handhavingshistorie
                    mee in beschouwing. Als de handhaver niet in staat is om de normadressaat te
                    typeren, dan is typering B (onverschillig/reactief) het vertrekpunt.</al><al/><al>Figuur 3: Positionering sanctie</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i315a274d-6d22-424b-934c-5c0cbfa5ee99" naam="i248436i315a274d-6d22-424b-934c-5c0cbfa5ee99.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="17.26cm"/></plaatje></al><al/><al>De handhaver bepaalt tot slot of er sprake is van verzachtende of verzwarende
                    argumenten. Bij verzachtende argumenten wordt de in de sanctiematrix
                    gepositioneerde bevinding één segment naar links en vervolgens één segment naar
                    onder verplaatst. Bij verzwarende argumenten, waaronder recidive, is de
                    verplaatsing één segment naar rechts en vervolgens één segment naar boven. Als
                    er meer verzachtende of verzwarende argumenten zijn, levert dit toch maar één
                    verplaatsing op.</al><al/><al>Als legalisatie van de bevinding mogelijk is, is dat de aangewezen weg gelet op
                    de hieruit voortvloeiende rechtszekerheid voor alle betrokkenen. Dit laat het
                    toepassen van de Landelijke Handhavingstrategie en de sanctiematrix onverlet,
                    omdat er maatregelen nodig kunnen zijn om de overtreding te beëindigen en de
                    gevolgen te beperken of weg te nemen. Bij het toepassen van de sanctiematrix is
                    de mogelijkheid van legalisatie een verzachtende omstandigheid.</al><al/><al>Er kunnen tot slot omstandigheden zijn om bij een bevinding van handhaven af te
                    zien op basis van een vastgestelde gedoogstrategie. Onder gedogen wordt verstaan
                    het expliciete besluit van een bestuursorgaan om tegen een bepaalde overtreding
                    niet handhavend op te treden. De nota ‘Gedogen in Nederland’ bevat het
                    landelijke kader voor gedogen: een gedoogsituatie is van tijdelijke aard doordat
                    het handelen binnen afziebare tijd ophoudt dan wel doordat waarschijnlijk een
                    vergunning zal worden verleend. Ingeval tot gedogen wordt besloten dient het
                    landelijke kader voor gedogen onverkort te worden gevolgd. Gedogen laat
                    eventuele strafvervolging door het OM overigens onverlet.</al><al/><al><cursief>Bepalen verzwarende aspecten, stap 2</cursief></al><al>De handhaver bepaalt of er verzwarende aspecten zijn die moeten worden betrokken
                    bij de afweging om het bestuurs- en/of strafrecht toe te passen. Hoe meer
                    verzwarende aspecten, des te groter de reden om naast bestuursrechtelijk ook
                    strafrechtelijk te handhaven. Vooral voor bevindingen die na stap 1 in de
                    middensegmenten van de sanctiematrix zijn gepositioneerd (A4, B3, B4, C2 en D2),
                    kunnen de verzwarende aspecten reden zijn om naast bestuursrechtelijk ook
                    strafrechtelijk op te treden. De volgende verzwarende aspecten worden
                    afgewogen:</al><lijst><li nr="  •"><al><onderstreept>Verkregen financieel voordeel (winst of
                                besparing)</onderstreept>. De normadressaat heeft door zijn handelen
                            financieel voordeel behaald of financieel voordeel halen was het
                            doel.</al></li><li nr="  •"><al><onderstreept>Status verdachte / voorbeeldfunctie</onderstreept>. De
                            normadressaat is: een regionaal of landelijk maatschappelijk
                            aansprekende of bekende (rechts)persoon, een overheid, een toonaangevend
                            brancheonderdeel, een certificerende instelling, een persoon die een
                            openbaar ambt bekleedt, de eigen organisatie.</al></li><li nr="  •"><al><onderstreept>Financiële sanctie heeft vermoedelijk geen
                                effect</onderstreept>. Een bestuurlijke boete kan waarschijnlijk
                            niet geïnd worden of is waarschijnlijk door de normadressaat als
                            (bedrijfs)kosten ingecalculeerd.</al></li><li nr="  •"><al><onderstreept>Combinatie met andere relevante delicten</onderstreept>.
                            Andere handelingen zijn gepleegd ter verhulling van de feiten, zoals
                            valsheid in geschrift, corruptie of witwassen.</al></li><li nr="  •"><al><onderstreept>Medewerking van deskundige derden</onderstreept>. De
                            normadressaat is bij zijn handelen ondersteund door deskundige derden,
                            zoals vergunningverlenende of certificerende instellingen,
                            keuringsinstanties en brancheorganisaties. De handhaver moet onderbouwen
                            op grond van welke aanwijzingen hij het vermoeden heeft dat de
                            deskundige derde op de hoogte was en/of medewerking heeft verleend aan
                            de geconstateerde bevinding(en).</al></li><li nr="  •"><al><onderstreept>Normbevestiging</onderstreept>. Bij dit aspect geldt dat
                            het doel van de handhaving ligt in het onder de aandacht brengen van het
                            belang van een bepaalde norm bij de branche of bij het bredere publiek.
                            Strafrechtelijke handhaving vindt mede plaats in het kader van
                            normhandhaving of normbevestiging met het oog op grotere achterliggende
                            te beschermen rechtsbelangen. Hierbij speelt de openbaarheid van het
                            strafproces een grote rol. Als in het openbaar, door middel van een
                            onderzoek ter terechtzitting of de publicatie van een persbericht bij
                            een transactie of strafbeschikking, verantwoording wordt afgelegd van
                            gepleegde strafbare feiten krijgt de normhandhaving of normbevestiging
                            het juiste effect.</al></li><li nr="  •"><al><onderstreept>Waarheidsvinding</onderstreept>. Soms kan strafrechtelijk
                            optreden met toepassing van opsporingsbevoegdheden met het oog op de
                            strafrechtelijke waarheidsvinding en afdoening aangewezen zijn.
                            Bijvoorbeeld als een controle of inspectie aanwijzingen aan het licht
                            brengt dat er meer aan de hand is, maar de bestuursrechtelijke
                            instrumenten ontoereikend zijn om de waarheid aan het licht te
                            brengen.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Bepalen of overleg van het bestuur met politie en OM, dan wel van
                        politie en OM met het bestuur, over de toepassing van het bestuurs- en/of
                        strafrecht geïndiceerd is, stap 3</cursief></al><al>De handhaver bepaalt of overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of
                    strafrecht geïndiceerd is op basis van de beoordeling van de bevinding met de
                    sanctiematrix (stap 1) en de afweging van verzwarende aspecten (stap 2). Dit
                    overleg beoogt een weloverwogen inzet van het bestuursrecht, het bestuurs- én
                    strafrecht of alleen het strafrecht. Dit overleg is derhalve
                    tweerichtingsverkeer: bestuursrechtelijke handhavers zoeken indien noodzakelijk
                    het overleg op met politie en OM en omgekeerd.</al><al/><al>Overleg over de toepassing van het bestuurs- en/of strafrecht is altijd
                    noodzakelijk als de handhaver de bevinding na stap 1 heeft gepositioneerd in de
                    middensegmenten (A4, B3, B4, C2, D2 en D1) of zware segmenten (C3, C4, D3 en D4)
                    van de sanctiematrix. Overleg kan ook zinvol zijn bij bevindingen die de
                    handhaver weliswaar heeft gepositioneerd in de lichte segmenten van de
                    sanctiematrix (A1, A2, A3, B1, B2 en C1), maar waarbij er op grond van stap 2
                    sprake is van één of meer verzwarende aspecten.</al><al/><al>In situaties waarin een handhavingsinstantie een BSBm oplegt is overleg met het
                    OM niet geïndiceerd en is strafrechtelijk optreden door het OM niet aan de
                    orde.</al><al/><al>Als de handhaver concludeert dat overleg over de toepassing van het bestuurs-
                    en/of strafrecht geïndiceerd is, wordt gehandeld op basis van vooraf tussen
                    bestuursrechtelijke handhavingsinstanties, politie en OM gemaakte algemene
                    afspraken over hun samenspel. Alleen zo kan accuraat en effectief optreden in
                    voorkomende gevallen worden gewaarborgd, in het bijzonder als er sprake is van
                    spoed en heterdaad. Situaties waarin de vooraf gemaakte algemene afspraken niet
                    voorzien, zullen apart door handhavingsinstantie, politie en OM worden
                    beoordeeld, in een regulier overleg of door middel van ad hoc overleg als
                    snelheid vereist is. Uit het overleg volgt hoe de betreffende bevinding wordt
                    opgepakt: alleen bestuursrechtelijk, bestuurs- én strafrechtelijk of alleen
                    strafrechtelijk. Het laatste veelal startend met een opsporingsonderzoek onder
                    leiding van de Officier van Justitie.</al><al/><al>Tenslotte is, afgezien van de sanctiematrix, aangifte bij het OM standaard als
                    toezichthouders de volgende ernstige bevindingen doen:</al><lijst><li nr="  •"><al>Situaties waarin bewust het toezicht onmogelijk wordt gemaakt, zoals het
                            weigeren van toegang, intimidatie, geweldsdreiging, fraude, vernietiging
                            van bewijs en poging tot omkoping.</al></li><li nr="  •"><al>Situaties waarin de toezichthouder constateert dat er opzettelijk mensen
                            in gevaar worden gebracht, door onder andere: sabotage, vernieling of
                            het bewust verstrekken van verkeerde informatie.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Optreden met sanctiematrix, stap 4</cursief></al><al>De Landelijke Handhavingstrategie gaat uit van het in principe om zo licht
                    mogelijk te starten met sanctioneren gericht op herstel en het vervolgens snel
                    inzetten van zwaardere sancties als naleving uitblijft. De handhaver gebruikt de
                    sanctiematrix (figuur 4) daarbij als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>De handhaver kijkt naar de sancties in het segment van deze
                            sanctiematrix waarin hij de bevinding eerder met behulp van stap 1 heeft
                            gepositioneerd.</al></li><li nr="2."><al>De handhaver kiest voor de minst zware (combinatie) van de in het
                            betreffende segment opgenomen sancties, tenzij de handhaver motiveert
                            dat een andere (combinatie van) sanctie(s) in de betreffende situatie
                            passender is.</al></li></lijst><al/><al>Waar in de matrix van figuur 4 ‘PV’ staat betreft het de middelzware en zware
                    segmenten die in stap 3 zijn afgestemd tussen het Waterschap Brabantse Delta en
                    het OM. Als in overleg is besloten dat het OM niet optreedt, zijn er in deze
                    situaties de in figuur 4 aangegeven op herstel en/of op bestraffing gerichte
                    bestuursrechtelijke sancties om te overwegen, en ook de bestuurlijke
                    strafbeschikking als strafrechtelijke sanctie.</al><al/><al>Figuur 4: Landelijke Sanctiematrix, met aanvulling in cellen C1 en D1 (zie
                    volgende blz.)</al><al/><al><plaatje><illustratie id="ib3d7804a-0be4-4041-abe8-eae73f8b22a7" naam="i248437ib3d7804a-0be4-4041-abe8-eae73f8b22a7.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="18.30cm"/></plaatje></al><al/><al>De handhaver zet de betreffende (combinatie van) sanctie(s) in totdat sprake is
                    van naleving. Als naleving binnen de door de handhaver bepaalde termijn
                    uitblijft, pakt de handhaver direct door, door middel van het inzetten van een
                    zwaardere (combinatie van) sanctie(s). In algemene zin geldt voor termijnen het
                    volgende:</al><lijst><li nr="-"><al>Gedragsvoorschriften dienen direct in acht genomen te worden. Hiervoor
                            dient geen of hooguit een zeer korte termijn te worden gesteld om de
                            overtreding te beëindigen en/of herhaling ervan te voorkomen.</al></li><li nr="-"><al>In alle andere gevallen – waaronder ook plannen of voorzieningen
                            waarvoor investeringen vereist zijn – geldt: hoe urgenter de situatie
                            des te korter de termijn. Daarbij rekening houdend met de technische en
                            organisatorische realiseerbaarheid in die termijn.</al></li></lijst><al/><al>Het optreden in stap 4, zoals tot nu toe beschreven, heeft betrekking op gedane
                    bevinding(en) die op grond van de sanctiematrix worden aangepakt. Uiteraard
                    kunnen handhavingsinstanties aanvullend ook hun toezichtstrategie bij het
                    betreffende bedrijf als zodanig aanpassen, in de zin van bijvoorbeeld het
                    verhogen/verlagen van de toezichtfrequentie, het initiëren van de herijking van
                    de vergunningensituatie, et cetera.</al><al/><al><cursief>Afwijking: Last onder bestuursdwang en last onder
                    dwangsom</cursief></al><al>In afwijking op de Landelijk Handhavingstrategie hanteert het Waterschap
                    Brabantse Delta bij calculerend gedrag en bewust structureel crimineel gedrag de
                    mogelijkheid om een Last onder Dwangsom of last onder bestuursdwang toe te
                    passen. Het Waterschap Brabantse Delta wijkt af in de cellen C1 en D1 (zie ook
                    bovenstaande sanctiematrix).</al><al>In een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van Raad van
                    State (<cursief>A</cursief><cursief>b</cursief><cursief>RvS 4 juni 2014,
                        201308060/1/A4, meerpaal Zaandam</cursief>) heeft de Afdeling immers
                    geoordeeld dat beleid, inhoudende dat tegen bepaalde overtredingen nooit zal
                    worden opgetreden, niet aanvaardbaar is. Kijkend naar deze uitspraak betekent
                    dit dat het aanspreken, informeren of waarschuwen van de overtreder niet
                    onbeperkt door mag gaan en dat het bevoegd gezag over moet gaan tot
                    daadwerkelijk handhaven.</al><al/><al><cursief>Vastlegging, stap 5</cursief></al><al>De doorlopen stappen en genomen beslissingen worden verifieerbaar en transparant
                    vastgelegd volgens de binnen het Waterschap Brabantse Delta geldende
                    administratieprocedures en –systemen (<cursief>Beschikbaar vanaf
                    2015</cursief>), zodanig dat hieruit kan worden afgeleid dat is voldaan aan: het
                    motiveringsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel, het verbod van willekeur en
                    het verbod van misbruik van bevoegdheid.</al><al/><al><cursief>5.5Uitwisseling van Informatie</cursief></al><al>Ook uitwisseling van kennis en leerervaringen tussen handhavingsinstanties is
                    van groot belang. De Landelijke Handhavingstrategie op papier is immers het
                    begin, maar waar het vervolgens om gaat is dat alle instanties de papieren
                    strategie op soortgelijke wijze blijven toepassen en daarover met elkaar in
                    contact blijven en leerervaringen en ‘best practices’ uitwisselen. Anders zullen
                    praktijken ongewild toch weer uit elkaar gaan lopen.</al><al/><al><cursief>5.6Handhaving overtredingen tegen eigen organisatie of andere
                        overheden</cursief></al><al>In overeenstemming met de visie van de Landelijke Handhavingstrategie dat er
                    sprake moet zijn van een ‘level playing field’ voor alle burgers en bedrijven
                    wordt voor de eigen inrichtingen en andere overheden in overeenstemming
                    gehandeld met de beschreven sanctiestrategie (<cursief>Level playing field voor
                        eigen organisaties en andere overheden geldt eveneens voor de preventie-
                        toezicht- en gedoogstrategie</cursief>). In afwijking van de
                    sanctiestrategie is het optreden tegen eigen organisatie of andere overheden
                    niet gemandateerd.</al><al/><al><vet>6.Gedoogstrategie</vet></al><al/><al>Uitgangspunt van wetgeving is dat wettelijke bepalingen en daarop gebaseerde
                    regelgeving worden nageleefd. Deze naleving kan zo nodig worden afgedwongen door
                    gebruikmaking van de handhavingsinstrumenten (zoals bestuursdwang en dwangsom).
                    In de praktijk kan het voorkomen dat het Waterschap Brabantse Delta afziet van
                    het gebruik van de handhavingsmiddelen bij constatering van een overtreding van
                    de regels of vooraf verklaart dat tegen een overtreding die nog zal plaatsvinden
                    niet zal worden opgetreden. </al><al/><al>Gelet op het discretionaire karakter van de handhavingsbevoegdheden is er -
                    formeel gezien - ruimte voor gedogen. Ofschoon gedogen als een ongewenste zaak
                    wordt beschouwd, wordt het niet als onaanvaardbaar gekwalificeerd. Het is dan
                    ook van belang een restrictief gedoogbeleid te formuleren op basis waarvan een
                    zorgvuldige besluitvorming kan plaatsvinden.</al><al/><al>Bij het formuleren van onderstaand beleid is rekening gehouden met het landelijk
                    beleidskader gedogen. Dit is vastgelegd in de brief van de Ministers van VROM en
                    Verkeer en Waterstaat van 10 oktober 1991 (TK 1991-1992, nr 22 343) en de nota
                    “Grenzen aan gedogen” (TK 1996-1997, nr 25 085).</al><al/><al>Bij het gedoogbeleid komen drie aspecten aan de orde:</al><lijst><li nr="1."><al>een zorgvuldige inhoudelijke afweging;</al></li><li nr="2."><al>een zorgvuldige procedure;</al></li><li nr="3."><al>aanvullende vereisten en vormvereisten</al></li></lijst><al/><al>De procedure voor het nemen van een gedoogbeschikking is opgenomen in de
                    procedure gedogen.</al><al/><al>In onderstaand overzicht is aangegeven in welke paragraaf invulling wordt
                    gegeven aan de wettelijke vereisten en de kwaliteitscriteria:</al><al><plaatje><illustratie id="i4cd6714c-ddd1-405b-b169-6e3621f37a82" naam="i248438i4cd6714c-ddd1-405b-b169-6e3621f37a82.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="5.46cm"/></plaatje></al><al/><al><cursief>6.1Een zorgvuldige inhoudelijke afweging</cursief></al><al>Ten aanzien van de vraag of gedogen in een concrete situatie aanvaardbaar is,
                    worden de volgende uitgangspunten geformuleerd.</al><al/><al><cursief>Te verwachten overtreding</cursief></al><al>Bij te verwachten overtredingen gaat het met name om (tijdelijke) lozingen of
                    aanpassingen die - voordat de vergunning van kracht wordt - reeds op korte
                    termijn een aanvang nemen. Indien de te late indiening van de
                    vergunningsaanvraag niet aan de aanvrager is te wijten en ook aan de overige
                    hieronder staande eisen is voldaan, zal een gedoogbeschikking worden
                    afgegeven.</al><al/><al><cursief>Geconstateerde overtreding; legalisering is mogelijk</cursief></al><al>Indien bij een illegale situatie vergunningverlening of -wijziging achteraf
                    (legalisering) aan de orde is, komt men in principe aan gedogen niet toe. Een
                    uitzondering is de situatie dat de illegale toestand nog voortduurt tot het
                    moment waarop de (nieuwe) vergunning onherroepelijk wordt. Indien strikte
                    naleving van voorschriften in redelijkheid niet van de betrokkene kan worden
                    verlangd wordt er een gedoogbeschikking afgegeven voor de overgangsperiode. In
                    dit geval noemt men de gedoogbeschikking een gekwalificeerde gedoogbeschikking
                    of vooruitakkoord.</al><al>In de notitie van de ministers van VROM en V&amp;W worden drie
                    overgangssituaties onderscheiden:</al><lijst><li nr="  •"><al>er wordt gewerkt zonder vergunning, omdat door omstandigheden die buiten
                            de macht liggen van de vergunninghouder de (nieuwe) vergunning niet
                            tijdig of niet aansluitend op de oude - geëxpireerde - vergunning kan
                            worden verleend;</al></li><li nr="  •"><al>er wordt wel gewerkt met een vergunning, maar dat blijkt niet de
                            vereiste te zijn;</al></li><li nr="  •"><al>er wordt gewerkt zonder vergunning maar de activiteiten vallen onder een
                            reeds in werking getreden AMvB met overgangsbepalingen die de
                            vergunningsplicht pas na verloop van tijd opheffen maar niet voorzien in
                            een legalisering van de activiteiten gedurende de overgangsperiode.</al></li></lijst><al/><al>In deze drie genoemde gevallen wordt een gedoogbeschikking in principe
                    afgegeven. De looptijd van deze beschikking is maximaal zes maanden. In
                    bijzondere omstandigheden kan hiervan worden afgeweken.</al><al/><al><cursief>Geconstateerde overtreding: legalisering is niet
                    mogelijk</cursief></al><al>Vergunningverlening achteraf is niet aan de orde indien vergunningverlening
                    ongewenst, ondoelmatig of onmogelijk is. Vergunningverlening is: </al><lijst><li nr="  •"><al>ongewenst indien er inhoudelijk strijd is met een milieuhygiënische norm
                            (artikel 2.1 Waterwet);</al></li><li nr="  •"><al>ongewenst indien er strijd is met het belang van een goede
                            waterhuishouding (artikel 2.1 Waterwet);</al></li><li nr="  •"><al>onmogelijk indien er een overmachtssituatie (zoals een tijdelijke
                            storing) is;</al></li><li nr="  •"><al>ondoelmatig indien het gaat om lozingen met een spoedeisend of tijdelijk
                            karakter. Deze lozingsactiviteit moet overigens wel materieel in
                            overeenstemming met geldende regelgeving kunnen worden gebracht;</al></li><li nr="  •"><al>ondoelmatig indien het gaat om andere handelingen/activiteiten dan
                            lozingen waarvoor een watervergunning nodig is met een spoedeisend of
                            tijdelijk karakter: Deze handelingen/activiteiten moeten overigens wel
                            materieel in overeenstemming met geldende regelgeving worden
                            gebracht.</al></li></lijst><al/><al>Indien legalisering niet aan de orde is, kan worden gekozen voor het
                    handhavingstraject of kan er worden gedoogd. Vaak zal dit per geval moeten
                    worden beoordeeld. Algemene regels zijn - afgezien van de hieronder staande -
                    nauwelijks te geven.</al><al/><al>Gedogen is onontkoombaar, indien</al><lijst><li nr="  •"><al>er een rechterlijk verbod tot handhaving is uitgevaardigd;</al></li><li nr="  •"><al>handhaving onredelijke gevolgen zou hebben (verbod van willekeur, bij
                            constatering van een overtreding: conflicterende belangen dienen
                            zorgvuldig tegen elkaar te worden afgewogen);</al></li><li nr="  •"><al>daadwerkelijke handhaving zou strijd opleveren met de overige beginselen
                            van behoorlijk bestuur;</al></li><li nr="  •"><al>overmachtssituaties: het handhaven van de wettelijke regels heeft
                            ongewenste consequenties uit een oogpunt van (milieu)beheer
                            (bijvoorbeeld een tijdelijke storing bij een
                            afvalverwerkingsbedrijf).</al></li></lijst><al/><al>Gedogen is onwenselijk, indien de activiteit niet in overeenstemming kan worden
                    gebracht met geldende regelgeving, ook wanneer deze overtreding van tijdelijke
                    aard is.</al><al/><al>Voor de overige gevallen dienen bij de afweging voor het al dan niet gedogen de
                    volgende aspecten in ogenschouw te worden genomen:</al><lijst><li nr="  •"><al>het aantal belanghebbenden;</al></li><li nr="  •"><al>het waterhuishoudkundig belang;</al></li><li nr="  •"><al>het milieubelang;</al></li><li nr="  •"><al>de soort lozing, indien wordt geloosd;</al></li><li nr="  •"><al>de politieke gevoeligheid van het geval.</al></li></lijst><al/><al><cursief>6.2Een zorgvuldige procedure</cursief></al><al>De voorafgaande afweging voor het gedogen en de uiteindelijke vaststelling van
                    de gedoogbeschikking moeten zijn ingebed in een zorgvuldige
                    besluitvormingsprocedure.</al><lijst><li nr="a."><al>Gaat de gedoogbeschikking vooraf aan vergunningverlening
                            (vooruitakkoord) dan dient de aanvraag voor de vergunning te zijn
                            ingediend (de zgn. koppeling met de vergunningverleningsprocedure).</al></li><li nr="b."><al>Wanneer geconcludeerd wordt dat vergunningverlening ondoelmatig of zelfs
                            onmogelijk is en de lozingssituatie materieel in overeenstemming met de
                            geldende regelgeving kan worden gebracht kan het besluit om te gedogen
                            worden genomen en behoeft er geen koppeling te worden aangebracht met de
                            wettelijk voorgeschreven vergunningsverleningsprocedure. Dit laatste
                            moet wel - gemotiveerd - worden aangegeven. Aan de belangen van de
                            normadressaat en de belangen van derden dient bijzondere aandacht te
                            worden geschonken.</al></li></lijst><al/><al><cursief>6.3Aanvullende vormvereisten</cursief></al><lijst><li nr="a."><al>De gedoogbeschikking is een schriftelijk, eenzijdig besluit;</al></li><li nr="b."><al>In de gedoogbeschikking dienen voorschriften te worden opgenomen zodat
                            de situatie materieel in overeenstemming met de wettelijke voorschriften
                            plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al>Het gedogen mag slechts tijdelijk zijn. De overgang naar een legale
                            situatie moet zijn verzekerd;</al></li><li nr="d."><al>Het tot gedogen bevoegde gezag dient zelf, afhankelijk van het concrete
                            geval te beoordelen welke facultatieve aspecten in de
                            besluitvormingsprocedure relevant zijn. Worden er bepaalde stappen
                            achterwege gelaten, dan dient dit in de beschikking te worden gemeld en
                            gemotiveerd.</al></li><li nr="e."><al>Facultatieve aspecten: raadplegen adviseurs, overleg met
                            derden-belanghebbenden, publicatie.</al></li><li nr="f."><al>Op de totstandkoming van de gedoogbeschikking is de Algemene wet
                            bestuursrecht (Awb) van toepassing.</al></li><li nr="g."><al>De te gedogen activiteit dient regelmatig te worden gecontroleerd.</al></li><li nr="h."><al>Aan het openbaar Ministerie wordt een afschrift van de gedoogbeschikking
                            gezonden.</al></li><li nr="i."><al>Waar nodig wordt de gedoogbeschikking voorzien van milieubeschermende
                            voorwaarden.</al></li><li nr="j."><al>Bij niet naleving van de gedoogvoorwaarden zal tot naleving worden
                            gemaand. Indien dit niet het gewenste effect heeft, dient alsnog
                            handhavend te worden opgetreden tegen de onderliggende overtreding. In
                            het uiterste geval zal de gedoogbeschikking worden ingetrokken.</al></li></lijst><al/><al><cursief>6.4Overige aspecten</cursief></al><al>In de gedoogbeschikking moet duidelijk worden aangegeven dat voor eigen risico
                    wordt gehandeld indien de gedoogde activiteit start of voortzet. Dat risico is
                    drieërlei:</al><lijst><li nr="  •"><al>privaatrechtelijke aansprakelijkheid voor schade, toegebracht aan
                            belangen van derden;</al></li><li nr="  •"><al>privaatrechtelijke aansprakelijkheid voor schade, toegebracht aan de
                            belangen van het waterschap;</al></li><li nr="  •"><al>de situatie waarin een bedrijf op basis van de gedoogverklaring
                            investeringen pleegt, die achteraf blijken verloren te gaan.</al></li><li nr="  •"><al>De gedoogbeschikking vermeldt voorts dat deze beschikking de
                            strafbaarheid van de lozer wegens de overtreding niet opheft. De kans op
                            strafrechtelijke vervolging door het Openbaar Ministerie blijft daardoor
                            bestaan.</al></li></lijst><al/><al><cursief>6.5Uitwisseling van Informatie</cursief></al><al>Uitwisseling van deze informatie is opgenomen in de communicatiestrategie.</al><al/><al><vet>7.Afwijken van de toezicht-, sanctie- en gedoogstrategie</vet></al><al/><al>De in dit hoofdstuk opgenomen strategieën moeten worden beschouwd als
                    beleidsregels in de zin van artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht.
                    Artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) eist dat bestuursorganen
                    handelen</al><al>volgens de beleidsregels, tenzij de gevolgen van dat handelen voor één of meer
                    belanghebbende vanwege bijzondere omstandigheden onevenredig zijn. Een afwijking
                    van de strategie is dus mogelijk, maar dient beschreven en gemotiveerd te worden
                    in het (digitale) dossier. Dit geldt voor:</al><lijst><li nr="  •"><al>afwijkingen van de toezichtprotocollen (mate van diepgang van
                            toezicht);</al></li><li nr="  •"><al>afwijkingen van de sanctiestrategie (waaronder afwijking van het
                            protocol dwangsombedragen en termijnen);</al></li><li nr="  •"><al>afwijkingen van de gedoogstrategie, waaronder het volledig afzien van
                            handhaving.</al></li></lijst><al/><al>Ten aanzien van afwijkingen van de toezichtstrategie met betrekking tot de
                    routinematige bezoeken (meer of minder controles uitgevoerd dan gepland) wordt
                    jaarlijks verantwoording afgelegd in de evaluatie van het
                    uitvoeringsprogramma.</al></bijlage></regeling></body></cvdr>