<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352241_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Digitaal gemeenteblad, 14 januari 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening haven-, kade-, en opslaggelden 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=229">Gemeentewet, artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2015-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012-014027</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van haven-, kade- en opslaggelden 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De Raad van de
                        Gemeente</vet><vet>Lochem</vet><vet>;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van het college van Burgemeester en Wethouders van 9
                        september 2014;</al><al/><al>gelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdeel a en b van de
                        Gemeentewet;</al><al/><al><vet>besluit:</vet></al><al/><al>de volgende verordening vast te stellen. </al><al/><al><vet>Verordening op de heffing en invordering van haven-,
                    </vet><vet>kade-</vet><vet> en</vet><vet>opslaggelden
                        201</vet><vet>5</vet><vet>.</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>INLEIDENDE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Aard</titel></kop><al>Krachtens deze verordening wordt geheven:</al><lijst><li nr="a."><al>havengeld;</al></li><li nr="b."><al>kade- en opslaggeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>“vaartuig”: vaartuig in de zin van de Havenverordening;</al></li><li nr="b."><al>“schipper” schipper in de zin van de Havenverordening;</al></li><li nr="c."><al>“havenmeester”: havenmeester in de zin van de
                                    Havenverordening;</al></li><li nr="d."><al>“gemeentelijk vaarwater”: gemeentelijk vaarwater in de zin van
                                    de Havenverordening;</al></li><li nr="e."><al>Week: een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;</al></li><li nr="f."><al>Reis: het binnenkomen en ligplaats kiezen van een vaartuig
                                    bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van zaken in,
                                    en het weer verlaten van het gemeentelijk vaarwater;</al></li><li nr="g."><al>Vrachtschip: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt
                            gebruikt voor het vervoer van zaken en als vrachtschip op de meetbrief
                            is aangemerkt;</al></li><li nr="h."><al>Waterverplaatsing: de in m3 uitgedrukte waterverplaatsing bij de
                            grootste toegelaten diepgang van het vaartuig op de Twentekanalen
                            volgens een bij het vaartuig behorende geldige
                            meetbrief,waarbij 1.000 kg laadvermogen gelijkgesteld wordt
                            met 1 m3 waterverplaatsing; </al></li><li nr="i."><al>meetbrief: het document als bedoeld in de Meetbrievenwet
                                    1981;</al></li><li nr="j."><al>sleepboot: een vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor
                                    het slepen of duwen van andere vaartuigen.</al></li></lijst><al/></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>VAN HET HAVENGELD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam van ‘havengeld’ wordt een recht geheven ter zake: </al><lijst><li nr="a."><al>van het gebruik van het voor de openbare dienst bestemde
                                    gemeentelijk vaarwater door vrachtschepen of</al></li><li nr="b."><al>van het gebruik van andere voor de openbare dienst bestemde
                                    werken of inrichtingen door deze vrachtschepen en </al></li><li nr="c."><al>voor het genot van de diensten die in verband daarmee worden
                                    verleend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is de schipper, de gezagvoerder, de reder of de
                            eigenaar van het vaartuig dat gebruik maakt van gemeentelijk vaarwater,
                            dan wel degene die het vaartuig heeft gecharterd of degene die als
                            vertegenwoordiger van één van dezen optreedt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="7*"/><colspec colname="col3" colwidth="88*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Geen havengeld wordt geheven voor:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke
                                                onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn bij het
                                                rijk voor de naleving of de handhaving van de
                                                scheepvaartreglementen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al><al/><al/><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>vaartuigen met bijbehorende roeiboten, welke
                                                onmiddellijk of middellijk in gebruik zijn voor het
                                                beheer en onderhoud van de haven van de gemeente
                                                Lochem;</al><al>vaartuigen behorende aan de gemeente Lochem;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>roeiboten, behorende bij vaartuigen, waarvoor
                                                havengeld verschuldigd is;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>vrachtschepen, die uitsluitend aanleggen voor het
                                                innemen van levensmiddelen voor eigen gebruik voor
                                                de opvarenden, waarbij de duur van de aanleg vier
                                                uren niet mag overschrijden;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>f.</al><al>g.</al><al>h.</al><al>i.</al><al>j.</al></entry><entry colname="col3"><al>vaartuigen die uitsluitend voor het uitvoeren van
                                                reparaties in gemeentelijk vaarwater
                                                verblijven;</al><al>lichters, die in geval van averij aan een vaartuig,
                                                de lading van een dergelijk vaartuig lossen;</al><al>sleepboten die niet langer dan vierentwintig uur in
                                                gemeentelijk vaarwater verblijven;</al><al>hospitaalschepen, uitsluitend als zodanig in
                                                gebruik;</al><al>voor vaartuigen, waarmede uitsluitend gebruik wordt
                                                gemaakt van het gemeentelijk vaarwater voor
                                                doorvaart of om van vaarrichting te veranderen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>k.</al></entry><entry colname="col3"><al>indien en voor zover het voortgezet verblijf
                                                uitsluitend een gevolg is van de stremming van de
                                                scheepvaart door ijs of andere meteorologische
                                                omstandigheden of door het onklaar worden van delen
                                                van het Twentekanaal, als sluizen en
                                                dergelijke.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Maatstaf van heffing en tarief</titel></kop><al>De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in
                            hoofdstuk 2 van de bij deze verordening behorende tarieventabel, met
                            inachtneming van de in de verordening en tarieventabel gegeven
                            aanwijzigen en bijzondere bepalingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Tarieftoepassing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de toepassing van de tarieven wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij het aantal m3 waterverplaatsing uitgegaan van de
                                            meetbrief. </al></li><li nr="b."><al>bij het ontbreken van een meetbrief of enig ander
                                            daarmee vergelijkbaar document of bij weigering om één
                                            van deze te tonen, de waterverplaatsing door de
                                            ambtenaar - belast met de heffing van de gemeentelijke
                                            belastingen als bedoeld in artikel 231, tweede lid,
                                            onderdeel b van de Gemeentewet vastgesteld en wordt het
                                            havengeld naar de uitkomst daarvan geheven.</al></li></lijst></li><li nr="2"><al>De heffing van havengeld voor een reis geeft recht op een onafgebroken
                            gebruik van het gemeentelijk vaarwater gedurende een week, doch niet op
                            een vaste ligplaats.</al></li><li nr="3"><al>Indien de in het tweede lid genoemde termijn van een week eindigt op
                            een zondag of een algemeen erkende feestdag, wordt deze termijn verlengd
                            met zoveel dagen als er zon- en feestdagen na het einde van de
                            voornoemde termijn, direct daarop aansluitend, volgen, vermeerderd met
                            één.</al></li><li nr="4"><al>Bij een voortgezet verblijf wordt voor vaartuigen waarvoor het
                            havengeld is geheven na afloop van het in het tweede lid van dit artikel
                            genoemde tijdvak en voorts telkens na verloop van een tijdvak van een
                            week het havengeld opnieuw geheven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Met betrekking tot de rechten die worden geheven
                                                voor een jaarabonnement als bedoeld in hoofdstuk 2,
                                                onder 2.2 van de Tarieventabel, is het belastingjaar
                                                gelijk aan de aaneengesloten periode van een jaar
                                                waarin het belastbare feit zich voordoet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen,
                                                is het belastingtijdvak de aaneengesloten periode
                                                waarin het belastbare feit zich voordoet of heeft
                                                voorgedaan. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De belastingschuld ontstaat op de eerste dag waarop
                                                het gebruik en/of genot als bedoeld in artikel 3 van
                                                deze verordening plaats vindt.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>In afwijking van het eerste lid ontstaat de
                                                belastingschuld indien een abonnement wordt genomen,
                                                op het tijdstip waarop het abonnement wordt
                                                verleend.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10. </nr><titel>Overschrijving, verrekening, teruggaf en ontheffing</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien het gebruik met een vaartuig van het in
                                                artikel 3 bedoelde vaarwater in de loop van een
                                                abonnementsperiode eindigt kan het abonnement met
                                                toestemming van het college van burgemeester en
                                                wethouders worden overgeschreven op een vervangend
                                                vaartuig. </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een vaartuig waarvoor het havengeld bij wijze
                                                van abonnement is geheven, in de loop van de
                                                abonnementsduur wordt vervangen door een vaartuig
                                                met een grotere waterverplaatsing, dan wordt over
                                                het verschil alsnog havengeld geheven. Het nog te
                                                heffen havengeld bedraagt dan het verschil tussen
                                                het havengeld berekend naar de waterverplaatsing van
                                                het vervangende vaartuig en het oorspronkelijk
                                                geheven havengeld, een en ander berekend over de
                                                periode dat er nog volle maanden in het abonnement
                                                overblijven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien een vaartuig, waarvoor het havengeld bij
                                                wijze van abonnement is geheven, in de loop van de
                                                abonnementsduur wordt vervangen door een vaartuig
                                                met een kleinere waterverplaatsing, dan vindt op
                                                verzoek teruggaaf van havengeld plaats voor het
                                                verschil. Het terug te geven havengeld bedraagt dan
                                                het verschil tussen het oorspronkelijk geheven
                                                havengeld en het havengeld berekend naar de
                                                waterverplaatsing van het vervangende vaartuig, een
                                                en ander berekend over de periode dat er nog volle
                                                maanden in het abonnement overblijven.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de belasting bij wijze van abonnement is
                                                geheven, wordt voor een vaartuig dat in de loop van
                                                de abonnementsperiode het gemeentelijke vaarwater
                                                heeft verlaten en daarin door overmacht niet heeft
                                                kunnen terugkeren, op aanvraag ontheffing van
                                                belasting verleend over het aantal volle maanden dat
                                                de overmachtsituatie heeft bestaan. Het bestaan van
                                                overmachtsituatie en de duur daarvan moeten
                                                schriftelijk worden aangetoond. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>VAN HET KADE- EN OPSLAGGELD</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam ‘kade- en opslaggeld’ wordt een recht geheven voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik van voor de openbare dienst bestemde werken en
                                    inrichtingen door de gemeente ten behoeve van de scheepvaart
                                    gemaakt, die in beheer of onderhoud zijn bij de gemeente
                                    en/of</al></li><li nr="b."><al>het genot van de diensten die in verband daarmee worden
                                    verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><al>Belastingplichtig is degene, die gebruik maakt van de in artikel 11
                            genoemde voor de openbare dienst bestemde werken en inrichtingen, dan
                            wel het genot daarvan heeft. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Vrijstelling</titel></kop><al>Geen opslaggeld wordt geheven voor het opslaan van aan het Rijk of aan
                            de gemeente Lochem toebehorende zaken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Maatstaf van heffing en belastingtarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten wordt geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen
                                in hoofdstuk 3 van de bij de verordening behorende tarieventabel,
                                met inachtneming van de daarin gegeven aanwijzingen en bijzondere
                                bepalingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het recht als bedoeld in hoofdstuk 3, lid 1 van de tarieventabel,
                                wordt berekend naar de oppervlakte van de grond, welke door de zaken
                                aan het gebruik of verkeer wordt onttrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Belastingtijdvak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met betrekking tot de rechten als bedoeld in hoofdstuk 3, onder 3.2
                                van de Tarieventabel, die per jaar worden geheven, is het
                                belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In andere dan in het eerste lid bedoelde gevallen, is het
                                belastingtijdvak de aaneengesloten periode gedurende welke het
                                belastbare feit zich voordoet of heeft voorgedaan. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Ontstaan van de belastingschuld</titel></kop><al>De belastingschuld ontstaat bij aanvang van het gebruik van de
                            gemeentelijke kade en/of het opslagterrein, dan wel bij aanvraag van het
                            genot van de dienst.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Teruggaaf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien voor het verstrijken van de termijn het gebruik, waarvoor het
                                onder Hoofdstuk 3, onder 3.1.1 van de bij de verordening behorende
                                tarieventabel genoemde opslaggeld is betaald, niet meer plaatsvindt,
                                wordt teruggaaf verleend van het gedeelte van het kade- en
                                opslaggeld dat overblijft na aftrek van de kade- en opslaggelden,
                                welke voor het plaatsgevonden gebruik of genot worden geheven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Teruggaaf van het kade- en opslaggeld vindt op aanvraag plaats voor
                                zover als gevolg van overmacht geen afvoer per schip van de ter
                                verzending geplaatste zaken kan plaatsvinden. Het bestaan van
                                overmachtsituatie en de duur daarvan moeten schriftelijk worden
                                aangetoond.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechten op grond van hoofdstuk 2, juncto hoofdstuk 2 van de
                                tarieventabel, worden geheven bij wege van aanslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechten op grond van hoofdstuk 3, juncto hoofdstuk 3 van de
                                tarieventabel, worden geheven bij wege van een gedagtekende
                                schriftelijke kennisgeving, waaronder wordt begrepen een nota of
                                andere schriftuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Termijn van betaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
                                moet het recht worden betaald ingeval:</al><lijst><li nr="a."><al>Bij wege van aanslag wordt geheven, binnen een maand na
                                        dagtekening van de aanslag;</al></li><li nr="b."><al>Bij wege van schriftelijke kennisgeving wordt geheven als
                                        bedoeld in artikel 18, lid 2, op het moment van uitreiken
                                        van de kennisgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het
                                voorgaande lid gestelde termijnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van het haven-, opslag-, en kadegeld wordt geen
                            kwijtschelding verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Nadere regels door het college van burgemeester en
                                wethouders</titel></kop><al>Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met
                            betrekking tot de heffing en de invordering van de geheven rechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="3*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="97*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>De ‘’Verordening Haven- en kadegelden 2014’’
                                                vastgesteld op 11 november 2013, wordt ingetrokken
                                                met ingang van de in artikel 23, tweede lid genoemde
                                                datum van ingang van heffing met dien verstande dat
                                                zij van toepassing blijft op belastbare feiten die
                                                zich voor die datum hebben voorgedaan.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>Indien de datum van inwerkingtreding van deze
                                                verordening ligt na de in artikel 23, tweede lid,
                                                genoemde datum van ingang van de heffing, blijft de
                                                in het eerste lid genoemde verordening gelden voor
                                                de in de tussenliggende periode plaatsvindende
                                                belastbare feiten voor zover de heffing van de
                                                rechten hiervoor in die periode plaatsvindt. </al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry colname="col2"><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1
                                                januari 2015.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry colname="col2"><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari
                                                2015.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening haven-, kade-, en
                            opslaggelden 2015”.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Gedaan ter openbare vergadering van 13 oktober 2014, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>J.P. Stegeman S.W. van ‘t Erve</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="11*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="75*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="14*"/><tbody><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>TARIEVENTABEL BEHORENDE BIJ DE ‘VERORDENING
                                        HAVEN-, KADE-, EN OPSLAGGELD 2015’</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 1 Algemeen</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Alle in deze verordening opgenomen tarieven zijn
                                                  <vet>exclusief
                                                </vet>verschuldigdeomzetbelasting.</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Een gedeelte van een eenheid wordt voor een volle
                                                eenheid aangemerkt</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 2. Havengelden</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het havengeld bedraagt per reis voor
                                                vaartuigen:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per kubieke meter waterverplaatsing </al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,12 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een minimum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 15,00 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per vaartuig, tenzij een deel van de lading wordt
                                                gelost of een deel van het schip wordt beladen en
                                                het vaartuig in een andere gemeentelijke haven aan
                                                het Twentekanaal verder wordt geladen en/of gelost,
                                                in welk geval het havengeld wordt berekend naar de
                                                helft van het laadvermogen, met een minimum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 7,50 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het havengeld kan ook per jaar bij abonnement worden
                                                voldaan, in welk geval per kubieke meter
                                                waterverplaatsing het recht bedraagt:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>voor onbeperkt gebruik per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3,12 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>met een minimum van</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 390,00 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>Hoofdstuk 3 Kade-en opslaggelden</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1</al></entry><entry colname="col2"><al>Het opslaggeld bedraagt:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor het gebruik van kaden of loswallen voor de
                                                plaatsing van zaken per etmaal en per m2 door de
                                                zaken aan het gebruik of verkeer wordt
                                                onttrokken</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,11 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor de overige aan of bij het gemeentelijke
                                                vaarwater gelegen terreinen, dienstig voor de opslag
                                                van zaken, </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1.1</al></entry><entry colname="col2"><al>voor zover de terreinen van verharding zijn
                                                voorzien:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per m<sup>2</sup> per week</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,60 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per m<sup>2</sup> per maand</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 1,60 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per m² per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 13,60 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.1.1.2</al></entry><entry colname="col2"><al>voor zover de terreinen niet van verharding zijn
                                                voorzien:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per m<sup>2</sup> per week</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,20 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per m<sup>2</sup> per maand</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 0,40 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>per m<sup>2</sup> per jaar</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 3,90 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2</al></entry><entry colname="col2"><al>Het recht bedraagt per jaar voor:</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.1</al></entry><entry colname="col2"><al>het gebruik maken van een weegbrug</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 145,00 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.2.2</al></entry><entry colname="col2"><al>het gebruik maken van een laad- of loskraan</al></entry><entry colname="col3"><al>€ 350,00 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Behoort bij besluit van de raad van 13 oktober 2014
                                            </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>de raadsgriffier van Lochem,</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>J.P. Stegeman</al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op model Havengeld Twentekanalen</titel></kop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>Voor de begripsomschrijvingen is zoveel als mogelijk aangesloten bij de
                    vastgestelde beheersverordening. Om misverstanden te vermijden, wordt voor een
                    aantal begrippen in de havengeldverordening daarom verwezen naar de
                    beheersverordening.</al><tussenkop>Artikel 3 </tussenkop><tussenkop>Belastbaar feit</tussenkop><al>Havengelden worden geheven voor het gebruik dat schepen maken van water, havens,
                    kaden, sluizen, bruggen, kranen, dokken enz. die in beheer en onderhoud zijn van
                    de gemeente of het genot van door de gemeente verleende (haven)diensten. </al><al>De havengelden vinden hun wettelijke basis in artikel 229, aanhef en onderdeel a
                    en b, Gemeentewet. Havengelden kunnen zowel gebruiksrechten als genotsrechten
                    omvatten. </al><al>Bij <vet>gebruiksrechten</vet> gaat het om rechten geheven voor het gebruik
                    overeenkomstig de bestemming van voor de openbare dienst bestemde
                    gemeentebezittingen of voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen
                    die bij de gemeente in beheer en onderhoud zijn (artikel 229, eerste lid,
                    onderdeel a, Gemeentewet). Dergelijke gemeentebezittingen zijn bijvoorbeeld de
                    gemeentelijke havens en het gemeentelijke water. Bij werken en inrichtingen kan
                    worden gedacht aan kaden, sluizen, bruggen, kranen, dokken enz. </al><al>De heffing van gebruiksrechten is derhalve verbonden aan de voorwaarden: </al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="95*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>1.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>dat er sprake is van
                                        gebruik:</cursief></vet></al><al>onder het gebruik van de voor de openbare dienst bestemde
                                        gemeentebezittingen wordt verstaan het feitelijk gebruik.
                                        Indien dit ontbreekt, is de heffing van gebruiksrechten
                                        uitgesloten;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>dat dit gebruik betrekking heeft op
                                                gemeentebezittingen, -werken of
                                                </cursief></vet><vet><cursief>–</cursief></vet><vet><cursief>inrichtingen</cursief></vet>: </al><al>het woord 'gemeentebezittingen' bedoelt geenszins uit te
                                        drukken dat het gaat om bezitsrecht van een zaak, laat staan
                                        om de <vet>gemeentelijke eigendom</vet> daarvan. </al><al>Van voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen
                                        enz. is sprake indien het betreft bezittingen, werken en
                                        inrichtingen welke strekken tot algemeen nut en waarbij een
                                        ieder in beginsel belang kan hebben, zoals straten, wegen,
                                        sluizen, bruggen, havens, markten e.d. Het vorenstaande
                                        houdt niet in dat ook een ieder van die bezittingen
                                        gebruikmaakt of moet maken. De gemeentebezittingen enz.
                                        zullen doorgaans onroerende zaken zijn. Dit behoeft evenwel
                                        niet het geval te zijn;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>3.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>dat dit gebruik geschiedt overeenkomstig de
                                                bestemming van die bezittingen</cursief></vet>: </al><al>Vereist is dat het een gebruik is overeenkomstig de
                                        bestemming van voor de openbare dienst bestemde
                                        gemeentebezittingen enz. Dit houdt in, dat indien een
                                        schipper een ophaalbrug doet ophalen daar hij anders niet
                                        met zijn schip verder kan varen, hij een gebruikmaakt dat in
                                        overeenstemming is met de bestemming van de ophaalbrug. Kan
                                        het schip onder de brug doorvaren dan is geen bruggeld
                                        verschuldigd. Het is duidelijk dat bij het ligplaats kiezen
                                        van schepen in een haven, het doorvaren van een sluis of het
                                        doen openen van een brug, een gebruik plaatsvindt dat in
                                        overeenstemming is met de bestemming van de haven, de sluis
                                        en de brug;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>dat de bedoelde bezittingen bestemd zijn voor
                                                de openbare dienst</cursief></vet>; en</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>5.</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet><cursief>dat zij bij de heffende gemeente in beheer of
                                                onderhoud zijn</cursief></vet>.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Bij <vet>genotsrechten</vet> gaat het om rechten voor het genot van door of
                    vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten (<onderstreept>art. 229, eerste
                        lid</onderstreept>, onderdeel b, Gemeentewet). Dergelijke diensten kunnen
                    bijvoorbeeld zijn het loodsen of slepen van schepen in de haven. </al><tussenkop>artikel 4</tussenkop><al><vet>B</vet><vet>elastingplich</vet>t</al><al>Belastingplichtige is degene ten aanzien van wie zich het belastbaar feit
                    voordoet. Soms is het nodig een ruime formulering te kiezen. Dit doet zich ook
                    voor bij de havengeldrechten. Het komt dat meer dan één persoon als
                    belastingplichtige kan worden aangewezen. Havengeld is een heffing op grond van
                    artikel 229 Gemeentewet, wat betekent dat er een dienst (in ruimste zin) wordt
                    verleend, waarvan de kosten mogen worden verhaald op diegene met het meeste
                    belang bij de dienst. Bij een havendienst is dat niet anders, want ook die wordt
                    ten behoeve van een (rechts)persoon verleend, waarbij de behoefte en het belang
                    van die (rechts)persoon bestaat uit het aandoen van een haven ter lading/lossing
                    van goederen ter uitvoering van een haling/levering voor eigen rekening
                    (bijvoorbeeld visser die zijn gevangen vis levert) dan wel ter uitvoering van
                    een overeenkomst met een ander tot haling/levering (vervoersovereenkomst).</al><al>Diegene die in het kader van die uitvoering het meeste belang bij de havendienst
                    heeft, moet dan ook worden aangewezen als belastingplichtige. Net als bij de
                    leges: degene ten behoeve van wie die dienstaanvraag is ingediend, niet
                    noodzakelijkerwijs de feitelijke aanvrager, reden waarom (ook) de leges niet
                    zijn opgenomen in de beleidsregels. In beginsel is dat de feitelijke gebruiker
                    van de haven, maar het kan ook zijn dat deze ‘slechts’ werknemer is van de
                    uitvoerder, in welk geval deze moet worden aangewezen. In die zin is de volgorde
                    in de Verordening zelf reeds bepalend. </al><tussenkop>Artikel 6 en hoofdstuk 2 van de tarieventabel</tussenkop><al>Afgezien van de beperkingen opgenomen in artikel 219, lid 2, van de Gemeentewet
                    zijn gemeenten vrij in het opnemen van heffingsmaatstaven in hun verordening. In
                    de memorie van toelichting bij de wijziging van de gemeentewet met betrekking
                    tot de materiële belastingbepalingen (Kamerstukken II 1989/90, 21591, nr. 3,
                    pag. 77/78; heeft geleid tot de Wet van 27 april 1994, Stb. 419) wordt hierover
                    het volgende opgemerkt:</al><al>‘Wij wijzen er op dat dit niet inhoudt dat er geen wijziging optreedt voor deze
                    rechten. In een aantal arresten heeft de Hoge Raad uitgesproken dat de tarieven
                    zich moeten richten naar het gebruik dat wordt gemaakt van de
                    gemeentebezittingen (HR 9 mei 1984, Belastingblad 1984, blz. 311) en dat het
                    karakter van de retributie uitsluitend een differentiatie in het tarief toelaat
                    naar de grootte van het voordeel, gelegen in de vergroting van de
                    gebruiksmogelijkheden (HR 1 februari 1984, Belastingblad 1984, blz. 176). Deze
                    jurisprudentie verliest zijn geldigheid onder de nieuwe regeling. Uit artikel
                    219, tweede lid, vloeit immers voort dat de rechten kunnen worden geheven naar
                    in de verordening op te nemen maatstaven, welke zich slechts niet mogen richten
                    naar het inkomen, de winst en het vermogen.</al><al>In concreto betekent dit dat tariefdifferentiaties op andere gronden dan
                    verschillend gebruik van gemeentebezittingen geoorloofd zijn indien deze zich
                    naar het oordeel van de gemeenteraad beter verstaan met het gemeentelijk beleid
                    ter zake.’ Tarieven kunnen worden gedifferentieerd, bijvoorbeeld naar gebruik,
                    voordeel of kostentoedeling; zelfs milieuaspecten kunnen bij de tariefbepaling
                    een rol spelen en dus ook bevordering Twentse economie. Om die reden is een
                    tariefsbepaling opgenomen voor een jaarabonnement en worden deelladingen met een
                    lager tarief belast. </al><al>Overigens dienen gemeenten bij het vaststellen van de tarieven wel het
                    evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in acht te nemen. Het
                    evenredigheidsbeginsel houdt volgens de memorie van antwoord in dat een ieder
                    bijdraagt in de kosten van de gemeentelijke dienstverlening naar de mate van
                    profijt van die dienstverlening. Het gelijkheidsbeginsel houdt in dat gelijke
                    gevallen gelijk behandeld moeten worden (Kamerstukken II 1990/91, 21591, nr. 7,
                    pag. 19). Uit het voorgaande valt af te leiden dat de beleidsvrijheid van
                    gemeenten bij de keuze van heffingsmaatstaven (voor de rechten) is
                    vergroot.</al><al>De tarieven in de verordening Havengeld mogen op grond van artikel 229b van de
                    Gemeentewet niet zodanig worden vastgesteld dat de geraamde baten van die
                    rechten uitgaan boven de geraamde gemeentelijke lasten ter zake. Het havengeld
                    bedraagt volgens afspraak voor vaartuigen per kubieke meter waterverplaatsing
                    (of gedeelte van een kubieke meter) € 0,12 met een minimum van € 15,00 per reis.
                    Dit laatste komt overeen met 125 m3 waterverplaatsing. Onder waterverplaatsing
                    wordt volgens de begripsomschrijving in artikel 2, sub i, verstaan de in m3
                    uitgedrukte waterverplaatsing bij de grootste toegelaten diepgang van het
                    vaartuig op de Twentekanalen met een maximum van 2.80 meter (Lochem 3.5 meter),
                    volgens een bij het vaartuig behorende geldige meetbrief,waarbij 1.000
                    kg laadvermogen gelijkgesteld wordt met 1 m3. Vanaf Eefde tot aan sluis van
                    Delden is deze diepgang er al, de rest volgt over een paar jaar. Het hanteren
                    van deze methodiek heeft het positieve effect voor de grotere schepen klasse IV
                    en V dat zij niet meer hoeven te betalen voor wat zij niet mee
                        <onderstreept>kunnen</onderstreept> nemen en maakt voor hen de bestemming
                    Twentekanalen aantrekkelijker. Dit is afgestemd met een afgevaardigde van
                    Schuttevaer en voldoet aan de volgende eisen:</al><lijst><li nr="-"><al>Eerlijke methode voor de schippers</al></li><li nr="-"><al>Eenvoudig en uniform voor alle havens</al></li><li nr="-"><al>Beperkte financiële gevolgen voor de gemeenten </al></li></lijst><al>Omdat de havens gelegen aan het Twentekanaal hun eigen juridische entiteit
                    vooralsnog blijven houden, wordt bij een deellading door elke gemeente de helft
                    van het havengeld in rekening gebracht.</al><al>Artikel 10</al><al>Dit artikel regelt de overschrijving en verrekening van abonnementsgelden. In
                    Lid 4 is geregeld dat recht op ontheffing bestaat als men door overmacht niet
                    langer gebruik kan maken van een gemeentelijke haven. Van overmacht is
                    bijvoorbeeld sprake als de schipper overlijdt of als het schip is gezonken.</al><al>Artikel 11 </al><al>Hiermee wordt een recht geheven voor het opslaan van zaken op of boven de
                    gemeentelijke kade, laad- en losplaatsen of het gemeentelijk opslagterrein en
                    het waar mogelijk gebruik maken van een hijskraan of weegbrug. De tarieven
                    hiervoor zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de tarieventabel.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>