<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352196_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Havenverordening Lochem 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-15</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lochem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr. 1810</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Havenverordening Lochem</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-10-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2012-014027</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2020-6116</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Havenverordening Lochem 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente </vet><vet>Lochem;</vet></al><al/><al>gezien het voorstel van Burgemeester en Wethouders van 9 september
                        2014;</al><al/><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en op het
                        bepaalde in de Algemene wet bestuursrecht;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>de volgende verordening vast te stellen</al><al/><al><vet>Havenverordening </vet><vet>Lochem</vet><vet> 2015</vet></al><al/><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                            onder:</al><lijst><li nr="1."><al>Beroepsvaartuig: vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd en/of
                                    gebruikt wordt voor de uitoefening van enig beroep of bedrijf,
                                    dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele
                                    activiteiten;</al></li><li nr="2."><al>College: het college van burgemeester en wethouders van
                                    Lochem;</al></li><li nr="3."><al>Gemeente: de gemeente Lochem;</al></li><li nr="4."><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Gemeentelijk vaarwater</onderstreept>: het in
                                    eigendom aan de gemeente toebehorend of bij haar in gebruik,
                                    onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater; onder
                                        <onderstreept>openbaar water</onderstreept> wordt verstaan
                                    wateren die voor het publiek bevaarbaar zijn of op andere wijze
                                    toegankelijk zijn, niet zijnde wateren die deel uitmaken van een
                                    inrichting als bedoeld in de Wet milieubeheer of de krachtens
                                    deze wet vastgestelde regelingen.</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Haven</onderstreept>: havens voor
                                            beroepsvaart en pleziervaart die door het college als
                                            zodanig zijn aangewezen;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>Werken</onderstreept>: alle tot het
                                            gemeentelijk vaarwater en bij de gemeente in eigendom,
                                            gebruik, onderhoud of beheer zijnde behorende kaden,
                                            loswallen, taluds, oevers, beschoeiingen, steigers,
                                            trappen, bruggen, sluizen, meergelegenheden,
                                            scheepshellingen, dokken, scheepsreparatiewerven, los-
                                            en laadplaatsen, bouwwerken of daarmee vergelijkbare
                                            objecten, overige kunstwerken, zowel openbaar als
                                            particulier wanneer deze laatste, al of niet met enige
                                            beperking, voor het publiek toegankelijk zijn;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>Havenmeester</onderstreept>: degene die
                                            door het college als zodanig is aangewezen</al></li></lijst></li><li nr="5."><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Ligplaats</onderstreept>: een plaats waar
                                    vaartuigen kunnen worden afgemeerd en die plaats als zodanig
                                    door het college is aangewezen;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Passantenligplaats</onderstreept>: een
                                            ligplaats voor pleziervaart, niet zijnde een zomer-,
                                            winter- of jaarplaats, of voor de beroepsvaart, niet
                                            zijnde voor laad- en losactiviteiten;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>Ligplaatshouder</onderstreept>: degene op
                                            wiens naam de ligplaatsvergunning staat voor het hebben
                                            of innemen van een ligplaats;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>Exploitant</onderstreept>: eigenaar,
                                            beheerder, rompbevrachter of ieder ander die zeggenschap
                                            heeft over het gebruik van het schip;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>Schipper</onderstreept>: degene die de
                                            feitelijke leiding over een vaartuig heeft;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>Kapitein</onderstreept>: degene die de
                                            feitelijke leiding over een zeeschip voert;</al></li></lijst></li><li nr="6."><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Gevaarlijke stoffen</onderstreept>: stoffen die
                            gevaar voor explosie, brand, corrosie, vergiftiging, bedwelming of
                            straling kunnen opleveren, zoals vermeld in de International Maritime
                            Dangerous Goods Code, de (International) Code for the Construction and
                            Equipment of Ships Carrying Dangerous Chemicals in Bulk, de
                            (International) Code for the Construction and Equipment of Ships
                            Carrying Liquified Gases in Bulk of een van de andere codes van de
                            Internationale Maritieme Organisatie (IMO), dan wel in de ADNR, alsmede
                            stoffen die bij of krachtens andere wetgeving als zodanig worden
                            genoemd, dan wel door het college als zodanig zijn aangewezen als
                            gevaarlijke stoffen;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Scheepsafval</onderstreept>: afval, met inbegrip
                                    van residuen, niet zijnde ladingresiduen, en sanitair afval, dat
                                    ontstaat tijdens de bedrijfsvoering van een schip en dat valt
                                    onder de reikwijdte van bijlagen I, IV, V en VI van het
                                    Internationaal Verdrag ter voorkoming van verontreiniging door
                                    schepen, met Protocollen en Bijlagen met Aanhangsels, en met het
                                    op 17 februari 1978 te Londen tot stand gekomen Protocol bij dat
                                    Verdrag met Bijlage en Aanhangsels, alsmede ladinggebonden
                                    afval, zijnde al het materiaal dat aan boord bij de stuwage en
                                    verwerking van de lading als afval overblijft, met inbegrip van
                                    stuwmateriaal, schoorpalen, laadborden, verpakkingsmateriaal,
                                    houten platen, papier, karton, draad en stalen banden;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>Ladingresiduen</onderstreept>: de restanten van
                                    lading in ruimen of tanks aan boord die na het lossen en
                                    schoonmaken achterblijven, met inbegrip van restanten na lading
                                    of lossing en morsingen;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>Ontvangstvoorziening</onderstreept>: voorziening
                                    geschikt voor de ontvangst van scheepsafval, overige schadelijke
                                    stoffen of restanten van schadelijke stoffen;</al></li><li nr="e."><al>Spudpaal: een verticale buizenconstructie, waarmee schepen
                                    zichzelf kunnen vastleggen.</al><al/></li></lijst></li><li nr="7."><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Bunkeren</onderstreept>: overslag van
                                    brandstofolie of smeerolie van een bunkerschip naar een
                                    zeeschip;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Bunkerschip</onderstreept>: tankschip gebruikt
                                    voor het bevoorraden van schepen met brandstofolie of
                                    smeerolie;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>Bunkercontrolelijst</onderstreept>:
                                    bunkercontrolelijst waarin uitsluitend de onderdelen zijn
                                    overgenomen zoals die staan in de Bunkering Safety Check-List
                                    van de International Safety Guide for Oil Tankers and Terminals
                                    (ISGOTT);</al></li></lijst><al>Vaartuigen</al></li><li nr="8."><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>Vaartuig</onderstreept>: alle soorten van
                                    drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden
                                    gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te
                                    water of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen
                                    en/of goederen of voor het dragen van al dan niet met het
                                    drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>Passagiersvaartuig</onderstreept>: een
                                            vaartuig, hoofdzakelijk gebruikt voor of bestemd tot
                                            vervoer van personen of om beschikbaar te worden gesteld
                                            aan een of meer personen ten behoeve van varende
                                            recreatie en dat bedrijfsmatig wordt geëxploiteerd;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>Pleziervaartuig</onderstreept>: vaartuig
                                            dat uitsluitend of hoofdzakelijk is bestemd of wordt
                                            gebruikt voor sportieve of recreatieve doeleinden, niet
                                            zijnde beroeps- of bedrijfsmatige doeleinden;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>Verhuurboot</onderstreept>: een kano,
                                            waterfiets, al dan niet gemotoriseerde (roei)boot of
                                            daarmee vergelijkbaar vaartuig, dat hoofdzakelijk wordt
                                            gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige verhuur aan
                                            wisselende personen gedurende korte perioden;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>Woonboot</onderstreept>: een vaartuig dat
                                            uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is
                                            voor bewoning;</al></li><li nr="f."><al><onderstreept>Binnenschip</onderstreept>: schip, niet
                                            zijnde een zeeschip;</al></li><li nr="g."><al><onderstreept>Tankschip</onderstreept>: schip, gebouwd
                                            of aangepast en gebruikt voor het vervoer van onverpakte
                                            vloeibare lading in zijn laadruimten;</al></li><li nr="h."><al><onderstreept>Zeeschip</onderstreept>: schip dat wordt
                                            gebruikt voor de vaart ter zee of dat blijkens zijn
                                            constructie uitsluitend of in hoofdzaak voor de vaart
                                            ter zee is bestemd en elk schip dat is voorzien van een
                                            document, afgegeven door het bevoegde gezag van het land
                                            waar het schip is ingeschreven, waaruit blijkt dat het
                                            geschikt is voor de vaart ter zee.</al></li><li nr="i."><al><onderstreept>Zeilplank</onderstreept>: klein zeilschip
                                            voorzien van een vrij bewegende zeiltuigage, die is
                                            gemonteerd op een in alle richtingen draaiende mastvoet
                                            en die tijdens het zeilen niet in een vaste positie
                                            wordt ondersteund;</al></li></lijst></li><li nr="9."><al>Z<onderstreept>omer-, winter- of jaarplaats:</onderstreept> een
                                    ligplaats voor pleziervaart die gedurende de periode 1 januari
                                    t/m 31 december (jaarplaats), 1 april t/m 30 september
                                    (zomerplaats) of 1 oktober t/m 31 maart (winterplaats) ingenomen
                                    mogen worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening is van toepassing op de havens en het gemeentelijk
                            vaarwater in Lochem, die op een bij deze verordening behorende kaart als
                            zodanig zijn aangewezen en die, al dan niet met enige beperking, voor
                            het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede op de
                            daarbij behorende werken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Vergunningen en ontheffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan vergunningen en ontheffingen verlenen en daaraan
                                beperkingen en voorschriften verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald, wordt
                                een vergunning verleend voor bepaalde dan wel onbepaalde tijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een ontheffing kan worden verleend voor een eenmalige of
                                kortstondige gedraging of handeling.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ontheffing als bedoeld in het derde lid kan in spoedeisende
                                gevallen mondeling geschieden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een aanwijzing als
                                bedoeld in artikel 5.1 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over vergunningen en
                                ontheffingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Weigeringsgronden vergunning en ontheffing</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing als bedoeld in artikel 1.3 van deze
                            verordening kan onder meer worden geweigerd:</al><lijst><li nr="1."><al>indien het uiterlijk van het vaartuig naar het oordeel van de
                                    havenmeester niet in overeenstemming is met de esthetische
                                    waarden die passen bij de haven of het uiterlijk in strijd is
                                    met het aanzien van de gemeente, het gemeentelijk vaarwater of
                                    de haven;</al></li><li nr="2."><al>in het belang van de orde, de volksgezondheid, de veiligheid,
                                    het milieu of de omgeving van de havens en het gemeentelijk
                                    vaarwater;</al></li><li nr="3."><al>indien het vaartuig, waarvoor een vergunning of ontheffing wordt
                                    gevraagd, niet voldoet aan de maten, die voor de betreffende
                                    ligplaats gelden;</al></li><li nr="4."><al>indien sprake is van strijd met een door het college op basis
                                    van deze verordening vastgesteld aanwijzingsbesluit. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Wijzigings-, schorsings- en intrekkingsgronden vergunning of
                                ontheffing</titel></kop><al>Het college kan onder meer een vergunning of ontheffing wijzigen,
                            schorsen of intrekken:</al><lijst><li nr="1."><al>indien een of meer van de belangen die worden beschermd door
                                    deze verordening, waaronder onder meer de orde, de
                                    volksgezondheid, de veiligheid, het milieu en de omgeving van de
                                    havens en het gemeentelijk vaarwater dat wenselijk maken;</al></li><li nr="2."><al>indien een daaraan verbonden voorschrift niet wordt
                                    nageleefd;</al></li><li nr="3."><al>indien zich na de verlening een zodanig feit of omstandigheid
                                    voordoet dat, indien het feit of de omstandigheid ten tijde van
                                    de verlening bekend was geweest, de vergunning of ontheffing
                                    niet of niet onder die voorschriften zou zijn verleend;</al></li><li nr="4."><al>indien de verstrekte gegevens onjuist zijn;</al></li><li nr="5."><al>hiervan geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde
                                    termijn dan wel, bij gebreke van een gestelde termijn, binnen
                                    een redelijke termijn; of </al></li><li nr="6."><al>de houder dit verzoekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Persoonlijk karakter van de vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden en niet overdraagbaar,
                            tenzij bij of krachtens deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Indienen aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om vergunning of ontheffing wordt schriftelijk
                                ingediend bij het college, tenzij bij of krachtens deze verordening
                                anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor het indienen van een aanvraag om vergunning een
                                formulier vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college neemt een aanvraag als bedoeld in het tweede lid slechts
                                in behandeling indien van het vastgestelde formulier gebruik is
                                gemaakt en het formulier volledig is ingevuld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In een spoedeisend geval, of indien het een eenmalige gedraging of
                                een handeling van korte duur betreft, kan een aanvraag mondeling
                                worden gedaan bij de havenmeester.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In het geval als bedoeld in het vierde lid kan een besluit op een
                                aanvraag ook mondeling door de havenmeester geschieden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over het indienen van een
                                aanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op de aanvraag als bedoeld in artikel 1.7 binnen
                                acht weken na ontvangst van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de beslissing voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Uitsluiting Lex Silencio Positivo</titel></kop><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                            beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van toepassing op de
                            artikelen 2.2, 2.4, 2.6, 2.7, 2.8, 2.9, 2.11, 2.13, 2.14, 2.18, 2.19,
                            4.2, 4.6, 4.7, 4.8 en 4.10. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Normadressaat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tenzij uit deze verordening anders blijkt, zijn de ligplaatshouder
                                en/of de kapitein en/of de schipper verantwoordelijk voor de
                                naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij afwezigheid van de ligplaatshouder, de schipper of de kapitein
                                is de exploitant verantwoordelijk voor de naleving van het bepaalde
                                bij of krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>Voeren registratienummer en naam</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen over het voeren van een
                            registratienummer en een naam door een vaartuig. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.12</nr><titel>Aanwijzingen en toestemmingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De havenmeester kan mondeling aanwijzingen geven in het belang van
                                de orde en veiligheid in de haven, in het bijzonder ter regeling van
                                het scheepvaartverkeer en het nemen van ligplaats en ter voorkoming
                                van gevaar, schade of hinder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing
                                onmiddellijk op te volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor zover niet anders bepaald, kan de havenmeester van elk verbod
                                in het belang van het veilig en ordelijk verloop van de scheepvaart,
                                mondeling toestemming verlenen om van het bepaalde in of bij deze
                                verordening af te wijken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.13</nr><titel>Aanwijzing havenmeester</titel></kop><al>Het college van Lochem wijst een havenmeester aan. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Ordening in en gebruik van de haven</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Algemeen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Overlast van en aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met of op een vaartuig in de havens en het
                                gemeentelijk vaarwater overlast of hinder te veroorzaken, dan wel op
                                een andere wijze de orde te verstoren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                vaartuig in de havens en het gemeentelijk vaarwater, daarop te
                                klimmen of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden, dan wel
                                een vaartuig te water te laten, los te maken, te verleggen of te
                                verhalen, daarvan trossen te kappen of los te gooien.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Voorwerpen in, op en boven gemeentelijk vaarwater</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid verboden een voorwerp, niet
                                zijnde een vaartuig, op, in of boven gemeentelijk vaarwater te
                                plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang
                                of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert
                                voor de bruikbaarheid van het gemeentelijk vaarwater of voor het
                                doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering vormt
                                voor het doelmatig beheer en onderhoud van het gemeentelijk
                                vaarwater.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water
                                te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding
                                aan de havenmeester.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding als bedoeld in het tweede lid bevat in ieder geval naam,
                                adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                aard en omvang van het voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in de daarin
                                geregelde onderwerpen wordt voorzien door het Wetboek van
                                Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                provinciale verordeningen, de Telecommunicatiewet of de daarop
                                gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Bereikbaarheid van afgemeerde vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de toegang tot een vaartuig te blokkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De ligplaatshouder is verplicht ervoor zorg te dragen dat het
                                vaartuig vlot en veilig kan worden betreden en verlaten, geheel
                                conform nautisch gebruik.</al></li><li nr="b."><al>Een afgemeerd vaartuig beschikt over een toegang welke geen
                                        schade kan veroorzaken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid hoeft een binnenschip niet over een
                                vrije toegang te beschikken als:</al><lijst><li nr="a."><al>De feitelijke situatie dit onmogelijk maakt ten gevolge van
                                        laad- of loshandelingen; of</al></li><li nr="b."><al>het afmeren van korte duur is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Gebruik van (verkeers)objecten en verkeerstekens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover hierin niet door het Binnenvaartpolitiereglement wordt
                                voorzien, is het verboden, meerboeien en tonnen in gemeentelijk
                                vaarwater, alsmede tekens, lantaarnpalen, bomen, beschoeiingen,
                                railingen, werken, kadeterreinen, loswallen, taluds, oevers,
                                steigers, trappen, bruggen, sluizen en daarmee vergelijkbare
                                kunstwerken, meergelegenheden, scheepshellingen, dokken,
                                scheepsreparatiewerven, los- en laadplaatsen, bouwwerken of daarmee
                                vergelijkbare objecten op of langs de openbare weg voor een ander
                                doel te gebruiken dan waarvoor deze zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Plaatsen van steigers en voorwerpen of het uitvoeren van
                                werken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in gemeentelijk vaarwater of op of aan de daaraan
                                of daarlangs gelegen openbare weg aanwezige werken, steigers te
                                plaatsen of werken uit te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Maximumvaarsnelheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de havens en het gemeentelijk vaarwater met een
                                vaartuig sneller te varen dan 7 (zeven) kilometer per uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Breken van ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om ijs te breken in de havens en het gemeentelijk
                                vaarwater .</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het vorige lid bedoelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het losmaken van ijs rond vaartuigen tot een maximale
                                        afstand van één (1) meter; of</al></li><li nr="b."><al>indien het college hiervoor ontheffing heeft verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Vaartuigen als opslagplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zich in de havens en het gemeentelijk vaarwater
                                te bevinden met een vaartuig dat wordt gebruikt als
                                opslagplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Verbod tot baden en duiken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om in de havens en het gemeentelijk vaarwater of op
                                een andere dan een bij openbare kennisgeving door het college
                                aangegeven openbare zwemplaats te baden of te zwemmen of
                                duikwerkzaamheden uit te voeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Toegang tot werken</titel></kop><al>Het is verboden om de toegang tot de gemeentelijke werken te belemmeren
                            of langer daarvan gebruik te maken dan voor het in- of ontschepen van
                            personen en/of laden en lossen nodig is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Onbeheerd drijvende vaartuigen en drijvende voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd onbeheerd drijvende vaartuigen die in de
                                havens of het gemeentelijk vaarwater worden aangetroffen, te meren,
                                te verhalen en in bewaring te nemen voor rekening en risico van de
                                rechthebbende(n) van het vaartuig.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om houtvlotten, balken, bomen, planken, visbunnen of
                                daarmee vergelijkbare voorwerpen in de havens en het gemeentelijk
                                vaarwater te hebben liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het tweede lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Gebruik van voorstuwers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om de voorstuwers en/of de schroef van het vaartuig
                                te gebruiken indien het vaartuig:</al><lijst><li nr="a."><al>is vast gevaren;</al></li><li nr="b."><al>ten anker ligt;</al></li><li nr="c."><al>gemeerd is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod, bedoeld in het eerste lid onder c, is niet van
                                toepassing indien het betreft de situatie:</al><lijst><li nr="a."><al>direct na aankomst ter plaatse van het vaartuig, of</al></li><li nr="b."><al>ter voorbereiding van het vertrek van het vaartuig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een voortstuwingsinstallatie en/of de schroef van
                                een vaartuig te gebruiken, anders dan om te varen, te meren of te
                                ontmeren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Gebruik van ankers en spudpalen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is, behoudens goed zeemanschap, verboden om in de havens en
                                    het gemeentelijk vaarwater</al><lijst><li nr="a."><al>een anker te gebruiken om een vaartuig af te
                                            stoppen;</al></li><li nr="b."><al>met een krabbend anker te varen;</al></li><li nr="c."><al>ten anker te komen of ten anker te liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De in het eerste lid gestelde verboden gelden niet voor
                                    vaartuigen die baggeren, indien de ankers noodzakelijk zijn voor
                                    het verrichten van het baggerwerk en daarvoor door het college
                                    ontheffing is verleend conform artikel 2.14 lid 2 van deze
                                    verordening.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste lid gestelde verboden gelden niet wanneer;</al><lijst><li nr="a."><al>de ligplaats wordt genomen in een boeienspan of een
                                    palenligplaats; of</al></li><li nr="b."><al>dit geschiedt door een drijvende kraan, zeker is gesteld dat
                                    gebruik van een anker geen schade toebrengt aan de in de
                                    onderwaterbodem aangebrachte leidingen, kabels, duikers of
                                    oever- of kadeverdedigingswerken en het voornemen daartoe
                                    overeenkomstig het vierde en vijfde lid is gemeld.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het voornemen om een anker te gebruiken als bedoeld in het derde
                                    lid, onder b, wordt gemeld aan de havenmeester.</al></li><li nr="5."><al>De melding bedoeld in het vierde lid vindt plaats per telefoon,
                                    per marifoon op het daarvoor bestemde kanaal, per fax of per
                                    e-mail.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing of vrijstelling verlenen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Bagger- of bergingswerkzaamheden en dreggen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om bagger- of bergingswerkzaamheden uit te voeren in
                                de havens en het gemeentelijk vaarwater, al dan niet bij wijze van
                                beroep of bedrijf, met enigerlei middel naar zich onder het
                                wateroppervlak bevindende voorwerpen te zoeken of deze op te
                                dreggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over bagger- en
                                bergingswerkzaamheden en dreggen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Beschadigen van werken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij de gemeente in eigendom, gebruik,
                                onderhoud of beheer zijnde gemeentelijk vaarwater, trekpaden,
                                zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                stootpalen, bakens, of andere werken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien schade is toegebracht als bedoeld in het eerste lid dan zal
                                het schadeveroorzakende vaartuig niet eerder mogen vertrekken dan
                                nadat door of namens de schipper van het vaartuig een waarborgsom is
                                gestort of een bankgarantie is gegeven, ten bedrage van de door of
                                in opdracht van het college getaxeerde schade.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Ernstig gevaar, schade of hinder opleverende schepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan als door de aanwezigheid van een schip in de haven
                                ernstig gevaar, schade of hinder ontstaat of kan ontstaan, of een
                                ernstige verstoring van de ordening plaatsvindt of kan
                                plaatsvinden:</al><lijst><li nr="a."><al>een verbod opleggen om met het schip de haven binnen te
                                        komen of in de haven te verblijven; of</al></li><li nr="b."><al>maatregelen ter voorkoming daarvan opleggen aan de kapitein
                                        of de schipper van het schip dat in de haven verblijft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om in afwijking van door het college opgelegde
                                maatregelen te handelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vorige leden gelden niet in gevallen waarin de burgemeester
                                bevoegd is een bevel te geven als bedoeld in artikel 175 van de
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Deugdelijk afmeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is eenieder verboden te laden of te lossen op een schip dat op
                                ondeugdelijke wijze is afgemeerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om de Safe Working Load van aan de wal geplaatste
                                bolders te overschrijden. De Safe Working Load van bolders geldt bij
                                een verticale troshoek van maximaal 45 graden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het in dit artikel bepaalde ontheffing of
                                vrijstelling verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Vast- en losmaken zeeschepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vast- en losmaken is een ieder verboden als het betreft een
                                zeeschip:</al><lijst><li nr="a."><al>met een lengte van meer dan 75 meter; of</al></li><li nr="b."><al>met een lengte van minder dan 75 meter dat is gebouwd of
                                        wordt gebruikt voor het gemaakt van die stoffen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing als:</al><lijst><li nr="a."><al>het vastmaken direct bij aankomst op de meerplaats gebeurt
                                        door de bemanningsleden die aan boord zijn;</al></li><li nr="b."><al>wordt gehandeld door een gediplomeerd bootman;</al></li><li nr="c."><al>het zeeschip wordt verhaald langs een kade, zonder daarvan
                                        volledig los te komen; of</al></li><li nr="d."><al>de werkzaamheden worden verricht in het kader van de
                                        opleiding tot bootman, onder verantwoordelijkheid van een
                                        gediplomeerd bootman.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Hond aan boord</titel></kop><al>Ligplaatshouders die (een) hond(en) aan boord van hun vaartuig hebben,
                            zijn, indien ambtenaren die belast zijn met de zorg voor de nakoming van
                            de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften dit
                            verlangen, verplicht om deze hond(en) bij het betreden van het vaartuig
                            door die ambtenaren en gedurende hun verblijf aan boord vast te leggen
                            en vastgelegd te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Zeilplanken e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is eenieder verboden om zich in de havens en het gemeentelijk
                                vaarwater met een zeilplank, jetski, hovercraft, waterscooter of
                                daarmee vergelijkbaar vaartuig, dan wel zich met waterski’s of
                                daarmee vergelijkbare voorwerpen voort te bewegen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere voorschriften en beperkingen verbinden aan de
                                ontheffing als bedoeld in het tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Verbod gebruik hoofdmotor</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een
                                afgemeerd schip de hoofdmotor in werking te hebben, met uitzondering
                                van direct voor vertrek van het schip.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod ontheffing
                                verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe
                            in de omgeving van de havens en het gemeentelijk vaarwater aangebracht
                            voorwerp te gebruiken voor een ander doel dan wel voor dadelijk gebruik
                            ongeschikt te maken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.23</nr><titel>Werkzaamheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de havens en het gemeentelijk vaarwater
                                vaartuigen op te leggen, te doen opleggen, te (ver)bouwen, te doen
                                (ver)bouwen, te vervangen, te doen vervangen, daaraan
                                herstelwerkzaamheden, waaronder in ieder geval schoonmaak-,
                                schilder- en andere conserverings- en ontgassingswerkzaamheden, te
                                verrichten of te doen verrichten, droog te zetten of te doen zetten,
                                te slopen of te doen slopen op andere dan door het collegeaangewezen
                                plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover het
                                betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitvoeren van noodreparaties; b. het uitvoeren van
                                        kleine herstel- en onderhoudswerkzaamheden die worden
                                        uitgevoerd op een door het college aan te wijzen
                                        plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in andere wetgeving is het verboden aan of
                                op een vaartuigwerkzaamheden te verrichten wanneer deze nadelige
                                gevolgen voor het milieu kunnen hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over het opleggen, bouwen,
                                verbouwen, vervangen, herstellen, droogzetten en slopen van
                                vaartuigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.24</nr><titel>Ontsmetten van schepen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een schip of de lading te ontsmetten door het te
                                    behandelen met gassen of stoffen die gassen afstaan.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een schip, geladen met los gestorte bulklading
                                    in vaste vorm die is behandeld met gassen of stoffen die gassen
                                    afstaan, te ontsmetten, tenzij dit wordt gedaan door een
                                    gasmeetdeskundige, die in het bezit is van een bewijs van
                                    vakbekwaamheid als bedoeld in artikel 71, tweede en vierde lid,
                                    van de Wet gewasbescherming en biociden, voor het schip een
                                    verklaring is afgegeven dat het schip en de lading voldoende
                                    vrij zijn van gassen of stoffen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Beroepsvaart</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.25</nr><titel>Laden en lossen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder toestemming van de havenmeester met een
                                vaartuig te laden of te lossen, waaronder ook bunkeren wordt
                                begrepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over het laden en lossen van
                                vaartuigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.26</nr><titel>Bunkeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te bunkeren, tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de daarbij betrokken schepen beschikken over een
                                        bunkercontrolelijst die volledig, positief en naar waarheid
                                        is ingevuld;</al></li><li nr="b."><al>deze bunkerlijst is ondertekend door de voor het bunkeren
                                        verantwoordelijke personen;</al></li><li nr="c."><al>tijdens het bunkeren het daarover in de bunkercontrolelijst
                                        gestelde wordt nageleefd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bunkercontrolelijst wordt tijdens en tot vierentwintig uur na het
                                einde van de bunkering aan boord van de daarbij betrokken schepen
                                gehouden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als meer dan één bunkerlichter betrokken is bij de aanlevering van
                                een partij bunkerolie vult iedere bunkerlichter voor zich een
                                afzonderlijke bunkercontrolelijst in, die wordt ondertekend door bij
                                de bunkering betrokken partijen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.27</nr><titel>Stuwadoorsmaterieel en garneren van goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder toestemming van de havenmeester na afloop
                                van de laad- en loswerkzaamheden stuwadoorsmaterieel op of bij
                                gemeentelijke werken en wegen achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om goederen, die met vorkhefwagens moeten worden
                                verwerkt, op of bij gemeentelijke werken en wegen anders op te slaan
                                dan met gebruikmaking van houten onderliggers van voldoende dikte om
                                bij het onderschuiven van de vork beschadiging aan het oppervlak van
                                de gemeentelijke werken en wegen te voorkomen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Veiligheid en milieu</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Milieuschade en hinder veroorzakende stoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd andere wetgeving is het verboden voor het milieu
                                schadelijke en verontreinigende vloeistoffen, vaste stoffen en
                                voorwerpen overboord of van de wal in de havens en het gemeentelijk
                                vaarwater te werpen, te laten vallen, te pompen of te laten
                                vloeien.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden rook, dampen, gassen, stof of stoom op een zodanige
                                wijze uit een vaartuig te laten ontsnappen die daardoor nadelige
                                gevolgen voor het milieu kunnen hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden, genoemd in dit artikel, zijn niet van toepassing indien
                                wordt gehandeld in</al><al> overeenstemming met:</al><lijst><li nr="a."><al>een vergunning afgegeven bij of krachtens de geldende
                                        milieuwetgeving;</al></li><li nr="b."><al>een door het college verleende ontheffing in gevallen waarin
                                        de wet niet voorziet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien gebruik van een stroomvoorziening wenselijk is, is de
                                schipper verplicht aan te sluiten op walstroom, voor zover de
                                gemeente hierin voorziet, teneinde geluidshinder te voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Gebruik afvalverbrandingsoven</titel></kop><al>Het is eenieder verboden aan boord van een schip een
                            afvalverbrandingsoven in gebruik te hebben. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Aanwijzen stoffen</titel></kop><al>Het college kan stoffen die stank of hinder kunnen veroorzaken aanwijzen
                            waarvoor nader bepaalde aanvullende risico beheersende maatregelen
                            getroffen dienen te worden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Vergunning ontvangstvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college scheepsafval,
                                overige schadelijke stoffen of restanten van schadelijke stoffen die
                                rechtstreeks afkomstig zijn van zeeschepen die de haven aandoen in
                                ontvangst te nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd artikel 1.4 kan het college voorschriften en
                                beperkingen verbinden aan een vergunning als bedoeld in het eerste
                                lid, die onder meer betrekking kunnen hebben op:</al><lijst><li nr="a."><al>de soort ontvangstvoorzieningen en de veranderingen
                                        daarvan;</al></li><li nr="b."><al>geschiktheid en beschikbaarheid van de
                                        ontvangstvoorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de verplichting tot het in ontvangst nemen van
                                        scheepsafvalstoffen;</al></li><li nr="d."><al>de soorten stoffen waarvoor de aanwijzing geldt;</al></li><li nr="e."><al>het meedelen van het tarief van de kosten die in rekening
                                        worden gebracht aan schepen die scheepsafvalstoffen
                                        afgeven;</al></li><li nr="f."><al>melden van ontvangst van scheepsafvalstoffen en het
                                        verstrekken van gegevens daaromtrent;</al></li><li nr="g."><al>de maximale verblijfsduur van de ontvangen stoffen in de
                                        ontvangstvoorzieningen en het verstrekken van gegevens en
                                        houden van registratie daaromtrent, of;</al></li><li nr="h."><al>het afleveren van de ontvangen stoffen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Voorkoming van nadelige gevolgen voor het milieu</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eenieder die met zijn vaartuig in de havens of op het gemeentelijk
                                vaarwater verblijft, is verplicht het aan boord van zijn vaartuig
                                aanwezige huisvuil te deponeren in de daarvoor bestemde door of
                                vanwege de gemeente geplaatste containers.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ligplaatshouder, dan wel de schipper, is verplicht: a. zodanige
                                maatregelen te nemen dat het te water geraken van (vloei)stoffen en
                                voorwerpen, die tot nadelige gevolgen voor het milieu kunnen leiden,
                                wordt voorkomen; b. onmiddellijk na het te water geraken van de in
                                sub a genoemde (vloei)stoffen en voorwerpen, daarvan mede kennis te
                                geven aan de havenmeester en er zorg voor te dragen, dat deze
                                vloeistoffen en voorwerpen onmiddellijk, of binnen de door de
                                havenmeester te bepalen tijd, uit het water worden verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.6</nr><titel>Verhalen van schepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een exploitant schriftelijk opdragen een schip te
                                verhalen of te doen verhalen naar een andere ligplaats, als dit in
                                het kader van de bescherming van de ordening, de veiligheid of het
                                milieu in en in de omgeving van de havennoodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als geen gevolg wordt gegeven aan de opdracht een schip te verhalen
                                kan het college het schip voor rekening en risico van de exploitant
                                verhalen of doen verhalen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen of als de exploitant onbekend is, kan het
                                college het schip voor rekening en risico van de exploitant direct
                                verhalen of doen verhalen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vorige leden gelden niet in gevallen waarin de burgemeester
                                bevoegd is een bevel te geven als bedoeld in artikel 175 van de
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.7</nr><titel>Reinigen van openbare kaden, terreinen en wegen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de Algemene Plaatselijke Verordening
                                van de gemeente zijn de gebruikers van de gemeentelijke werken en
                                wegen, verplicht er op toe te zien dat, indien ten gevolge van door
                                hen of op hun last verrichte werkzaamheden, waaronder transporten
                                mede zijn begrepen, restanten lading, emballage, garnering, vuilnis,
                                puin, gruis, kalk, sintels, kolen, aarde, olieproducten of afvallen
                                daarvan, smeer of daarmee vergelijkbare (vloei)stoffen op de
                                gemeentelijke werken en wegen na afloop van de werkzaamheden
                                achterblijven, behoorlijk, zulks ter beoordeling van de
                                havenmeester, te reinigen binnen 24 uren na beëindiging van de
                                werkzaamheden, en indien die werkzaamheden langer dan een dag duren,
                                ten minste één (1) maal per etmaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de gebruikers aan de in het vorige bedoelde verplichting niet
                                of niet tijdig voldoen, kan het college besluiten de
                                schoonmaakwerkzaamheden op kosten van degenen, die het reinigen
                                hebben nagelaten, te laten verrichten.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Ligplaatsen</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Algemeen</vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Algemeen ligplaatsverbod</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in het Binnenvaartpolitiereglement en in deze
                            verordening is het eenieder verboden om zonder of in afwijking van een
                            vergunning van het college met een vaartuig een ligplaats in te nemen of
                            te hebben in de havens of het gemeentelijk vaarwater.</al><al/><al><vet>Pleziervaart</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het
                                college met een pleziervaartuig ligplaats in te nemen of te hebben
                                in de havens of het gemeentelijk vaarwater.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid is een zomer-, winter-
                                of jaarplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een ligplaats niet door een ligplaatshouder met een
                                pleziervaartuig wordt ingenomen, is deze ligplaats een
                                passantenligplaats.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden om zonder schriftelijke toestemming van de
                                havenmeester met een pleziervaartuig een passantenligplaats als
                                bedoeld in het derde lid in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college wijst ligplaatsen aan in de havens of het gemeentelijk
                                vaarwater als bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is te allen tijde verboden om in de winterperiode, die loopt van
                                1 oktober tot 1 april, op het pleziervaartuig te overnachten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Uitoefenen beroep of bedrijf</titel></kop><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het
                            college een pleziervaartuig ook te gebruiken voor de uitoefening van
                            enig beroep of bedrijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen over pleziervaartuigen.</al><al/><al><vet>Beroepsvaart</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Ligplaatsverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een beroepsvaartuig ligplaats in te nemen of
                                    te hebben in de havens en het gemeentelijk vaarwater.</al></li><li nr="2."><al>Het college wijst ligplaatsen aan in het gemeentelijk vaarwater
                                    waarvoor het verbod als bedoeld in het eerste lid niet
                                    geldt.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor de beroepsvaart die
                                    over toestemming van het college of de havenmeester beschikt om
                                    af te meren en/of ligplaats in te nemen op plaatsen die op de
                                    bij deze verordening behorende kaart voor de beroepsvaart zijn
                                    aangewezen.</al></li></lijst><al/><al><vet>Woonboten</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Ligplaatsvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het
                                college met een woonboot ligplaats in te nemen of te hebben in de
                                havens en het gemeentelijk vaarwater.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1.4, weigert het college een
                                vergunning als bedoeld in het eerste lid bij strijd met het ter
                                plaatse geldende bestemmingsplan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Uitoefenen beroep of bedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het
                                college een woonboot, waarvoor op grond van artikel 4.6 vergunning
                                is verleend, ook te gebruiken voor de uitoefening van enig beroep of
                                bedrijf.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod onder het eerste lid geldt niet voor het gebruik van een
                                woonboot die op grond van of krachtens de Algemene plaatselijke
                                verordening op daartoe aangewezen locaties voor
                                prostitutiedoeleinden is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan nadere voorwaarden stellen aan de omvang van het
                                gebruik als bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Het opleggen, bouwen, verbouwen, vervangen, herstellen,
                                droogzetten en slopen van vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de havens en het gemeentelijk vaarwater
                                vaartuigen op te leggen, te doen opleggen, te (ver)bouwen, te doen
                                (ver)bouwen, te vervangen, te doen vervangen, daaraan
                                herstelwerkzaamheden, waaronder in ieder geval schoonmaak-,
                                schilder- en andere conserverings- en ontgassingswerkzaamheden, te
                                verrichten of te doen verrichten, droog te zetten of te doen zetten,
                                te slopen of te doen slopen op andere dan door het college
                                aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover het
                                betreft:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitvoeren van noodreparaties; b. het uitvoeren van
                                        kleine herstel- en onderhoudswerkzaamheden die worden
                                        uitgevoerd op een door het college aan te wijzen
                                        plaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in andere wetgeving is het verboden aan of
                                op een vaartuig werkzaamheden te verrichten wanneer deze nadelige
                                gevolgen voor het milieu kunnen hebben.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen over het opleggen, bouwen,
                                verbouwen, vervangen, herstellen, droogzetten en slopen van
                                vaartuigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Woonverblijf anders dan op woonschip</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een vaartuig, niet zijnde een woonboot, in de havens
                                en het gemeentelijk vaarwater als woon- of nachtverblijf te
                                gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod als bedoeld in het eerste lid
                                ontheffing verlenen voor een bepaalde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen over woonboten.</al><al/><al><vet>Passagiersvaart </vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Ligplaatsvergunning</titel></kop><al>Het is verboden om zonder of in afwijking van een vergunning van het
                            college met een passagiersvaartuig, verhuurboot, watertaxi, pont of
                            daarmee vergelijkbaar vaartuig ligplaats in te nemen of te hebben in de
                            havens en in het gemeentelijk vaarwater. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Het college kan nadere regels stellen over passagiersvaartuigen,
                            verhuurboten, watertaxi's, ponten of daarmee vergelijkbare
                            vaartuigen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Handhaving</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Aanwijzingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan mondeling of schriftelijk aanwijzingen geven in het
                                belang van de ordening en veiligheid in de haven, in het bijzonder
                                ter regeling van het scheepvaartverkeer, het nemen van ligplaats en
                                ter voorkoming van gevaar, schade of hinder.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene tot wie een aanwijzing is gericht, is gehouden de aanwijzing
                                onmiddellijk op te volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vorige leden gelden niet in gevallen waarin de burgemeester
                                bevoegd is een bevel te geven als bedoeld in artikel 175 van de
                                Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt,
                            voor zover strafbaarstelling niet al bij de wet is bepaald, gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie als bedoeld in het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Toezicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening is belast de havenmeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht als bedoeld in het eerste lid belast de
                                daartoe door het college aangewezen personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Binnentreden woning</titel></kop><al>De havenmeester en de als zodanig aangewezen toezichthouders zijn
                            bevoegd om het als woning ingerichte (gedeelte van een) vaartuig te
                            betreden zonder toestemming van de bewoner. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.1</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle vergunningen, ontheffingen en toestemmingen gegeven bij of
                                krachtens de "Havenverordening voor de gemeente Lochem" vervallen
                                met de inwerkingtreding van deze verordening van rechtswege.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aanvragen om een vergunning of ontheffing die vóór de
                                inwerkingtreding van deze verordening zijn gedaan en waarop door het
                                college op het moment van inwerkingtreding van deze verordening nog
                                niet is beslist, worden de desbetreffende bepalingen van deze
                                verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De intrekking van de "Havenverordening voor de gemeente Lochem" op
                                grond van artikel 6.3, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op
                                basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels en
                                aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop
                                deze besluiten zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en
                                voor zover deze besluiten niet eerder zijn vervallen of
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.2</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.3</nr><titel>Intrekking voorgaande verordening</titel></kop><al>De "Havenverordening voor de gemeente Lochem ", vastgesteld op 19
                            december 2005, wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.4</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Havenverordening Lochem”.</al><al/><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 13
                        oktober 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de burgemeester,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting bij de Havenverordening Lochem 2015</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De binnenhavens aan het Twentekanaal van de gemeenten Hengelo, Almelo, Enschede,
                    Hof van Twente en Lochem vormen samen één van de grootste binnenhavens van
                    Nederland. Deze binnenhavens hebben een belangrijke achterlandfunctie voor de
                    haven van Rotterdam en zijn tevens een belangrijk onderdeel van Twente als
                    logistiek centrum in Noordwest Europa.</al><al>Samen met Rijkswaterstaat en Regio Twente zetten de gemeenten een gezamenlijke
                    koers uit op het gebied van beheer en de ontwikkeling van de havens. </al><al>De genoemde partijen hebben de ambitie uitgesproken om samenwerking aan te gaan
                    teneinde de best mogelijke omstandigheden te scheppen voor het verder
                    professionaliseren van de haventaken en om op die wijze goed te kunnen inspelen
                    op de vragen en wensen van de gebruiker en zodoende de regionale economie verder
                    te helpen. </al><al>Als opmaat naar een toekomstig gezamenlijk havenschap, bedrijf of andere
                    mogelijke rechtsvorm zijn de gemeenten gestart met ingang van 1 januari 2015 met
                    een samenwerkingsovereenkomst.</al><al>Met de samenwerkingsovereenkomst zijn afspraken gemaakt de gezamenlijke aanpak
                    van havengerelateerde taken zoals het havenmeesterschap, onderhoud en beheer van
                    havens en kades, scheepsregistratie, een gezamenlijke exploitatiebegroting en
                    een gemeenschappelijke havenverordening.</al><al>De gemeenschappelijke havenverordening</al><al>Voor de opzet van een gezamenlijk havenverordening maken we gebruik van de
                    Havenverordening Almelo 2012 en het concept VNG model dat in 2013 is
                    uitgebracht.</al><al>Beide modellen zijn met elkaar vergeleken en dat heeft geleid tot de onderhavige
                    versie. Een redelijk uitgebreide verordening, omdat het de havenzaken moet
                    regelen voor 5 havengemeenten; Almelo, Enschede, Hengelo, Hof van Twente en
                    Lochem.</al><al>Gekozen is om ook deze havenverordening te laten gelden voor de (jacht)havens en
                    de openbare wateren die bedoeld zijn voor de recreatie- en de beroepsvaart. </al><al>Van cruciaal belang uit oogpunt van openbare orde en veiligheid en niet te
                    verbijzonderen naar een afzonderlijke verordening.</al><al>De Havenverordening geldt voor die havens en openbare wateren die op de kaart
                    zijn ingetekend, welke deel uitmaakt van de verordening. </al><al>Er is bewust gekozen om de havens die voor bedrijfsmatige doeleinden worden
                    gebruikt en die meestal deel zullen uitmaken van een inrichting als bedoeld in
                    de Wet milieubeheer, buiten het toepassingsbereik van deze verordening te laten. </al><al>De reden hiervoor is enerzijds dat het gebruik van deze havens vallen onder de
                    milieuwetgeving en anderzijds om dubbele regeling te voorkomen. </al><tussenkop>Verkeersregels op het water</tussenkop><tussenkop>Scheepvaartverkeerswet (Svw)</tussenkop><al>De Scheepvaartverkeerswet (Svw) is de basis van alle verkeersregels voor de
                    scheepvaart in Nederland. Hierin staan algemene regels voor het veilige en
                    vlotte verloop van het scheepvaart-verkeer. Deze regels zijn verder uitgewerkt
                    in onder meer het Binnenvaartpolitiereglement (BPR). </al><al>Artikel 42 van de Svw bepaalt dat de bevoegdheid van de gemeenteraad tot het
                    stellen van regels ten aanzien van het onderwerp waarin deze wet voorziet
                    gehandhaafd blijft, voor zover die regels niet in strijd zijn met de bij of
                    krachtens deze wet gestelde regels. </al><al>Dit betekent dat de raad bevoegd is regels te stellen voor de binnenwateren voor
                    zover de Svw niet van toepassing is. </al><al>Dit houdt in dat niet alles in de havenverordening is te vinden en dat de
                    overige wetten en regelingen onverkort van toepassing zijn. Om de achtergronden
                    en de afbakening van de bevoegdheden beter te begrijpen, gaan wij in op de
                    verschillende regelingen. </al><al>Het Binnenvaartpolitiereglement (BPR) bevat voor de openbare wateren in het Rijk
                    die voor de scheepvaart openstaan, bepalingen ter voorkoming van aanvaring of
                    aandrijving op die openbare wateren. Het is niet nodig om zaken dubbel te
                    regelen, reden waarom deze in deze verordening ontbreken. </al><al>De Scheepvaartwet regelt onder meer:</al><lijst><li nr="-"><al>de veiligheid en de doorstroming van het scheepvaartverkeer;</al></li><li nr="-"><al>het in standhouden en onderhouden van vaarwegen;</al></li><li nr="-"><al>het voorkomen of beperken van schade door het scheepvaartverkeer aan
                            oevers, dijken, bruggen;</al></li><li nr="-"><al>het voorkomen of beperken van verontreiniging door scheepvaart.</al></li></lijst><al>Op 24 juli 2010 is de Scheepvaartswet gewijzigd. Eén van de wijzigingen is de
                    aanpassing van het alcoholpromillage dat omlaag is gegaan van 0,8 naar 0,5
                    promille. Dit geldt zowel voor de beroeps- als recreatievaart (zie artikel 27
                    Svw). </al><al>Voor de beroepsvaart is het voor de veiligheid van belang dat ladinggegevens
                    correct zijn gemeld. Het niet of opzettelijk foutief melden van ladinggegevens
                    is nu strafbaar als economisch delict. </al><al>Onlangs is de Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 aangepast waardoor de
                    grenzen van de snelvaartgebieden iets verlegd zijn en er op sommige plaatsen het
                    hele jaar snel gevaren mag worden. De vijf gemeenten vallen niet onder de
                    uitzondering, reden waarom in deze havenverordening hierover regels zijn
                    opgenomen. </al><tussenkop>Binnenvaartpolitiereglement (BPR)</tussenkop><al>De verkeersregels voor de binnenvaart zijn verder uitgewerkt in het BPR. In het
                    BPR staan bijvoorbeeld de voorrangsregels, regels over verlichting en
                    geluidsseinen, en verkeerstekens. De voorrangsregels op de vaarweg zijn minder
                    strak vastgelegd dan die op de weg, van schippers wordt verwacht dat zij
                    handelen vanuit het principe van 'goed zeemanschap'. </al><al>In het BPR zijn de eisen vastgelegd die aan de bouw, de inrichting en de
                    uitrusting van een (vracht)schip worden gesteld. Ook regelt deze wet de eisen
                    die aan de vakbekwaamheid van schippers wordt gesteld, bijvoorbeeld wanneer een
                    groot vaarbewijs is vereist. </al><tussenkop>Besluit administratieve bepalingen Scheepvaartverkeer (Babs) </tussenkop><al>Het Babs bepaalt wanneer een officieel verkeersbesluit nodig is. Dit is het
                    geval bij het plaatsen van gebods- en verbodsborden. Een ligplaatsverbod wordt
                    weer niet geregeld via een verkeersbesluit, omdat op de meeste vaarwegen al een
                    algemeen ligplaatsverbod (vanuit het BPR) geldt. Dan is juist een
                    verkeersbesluit nodig voor het aanwijzen van ligplaatsen waar schepen
                    (tijdelijk) mogen aanmeren. </al><al>In de havenverordening is dat geregeld doordat het college plaatsen aanwijst
                    waar de pleziervaart een ligplaats mag innemen en waar dat voor de beroepsvaart
                    geldt. Voor de pleziervaart is in Lochem aangewezen de passanten haven nabij de
                    overstort van de Berkel.</al><tussenkop>Regeling snelle motorboten Rijkswateren 1995 </tussenkop><al>Met het oog op een veilige regulering van het verkeer op het water, gelden voor
                    snelle motorboten speciale regels. </al><al>Een snelle motorboot is een klein schip, korter dan 20 meter, dat sneller kan
                    varen dan 20 km/u. Hieronder vallen ook waterscooters. Voor waterscooters gelden
                    dus dezelfde regels als voor snelle motorboten. </al><al>Naast een geldig vaarbewijs moet een bestuurder van een snelle
                    motorboot/waterscooter tenminste 18 jaar zijn, een registratiebewijs van zijn
                    vaartuig hebben, moet hij voorkomen dat hij andere watergebruikers hindert of in
                    gevaar brengt en moet hij voorkomen dat de motor van zijn vaartuig onnodig
                    lawaai maakt of onnodig draait als het vaartuig stilligt. Er moet ook rekening
                    worden gehouden met de beroepsvaart en in het bijzonder met de golfslag en
                    zuiging die deze schepen kunnen veroorzaken en de grote dode hoek van soms 350
                    meter.</al><al>Snelvaren mag niet overal. Op de kaart Snelvaargebieden 2011 staat vermeld waar
                    dit is toegestaan. Deze kaart heeft alleen betrekking op vaargebieden die door
                    Rijkswaterstaat worden beheerd. </al><al>Op het water geldt voor snelle motorboten een landelijke maximumsnelheid van 20
                    km/u, tenzij anders is bepaald. In bepaalde vaar- en natuurgebieden kunnen
                    lagere maximumvaarsnelheden gelden. </al><al>Waterskiën mag alleen in gebieden die voor deze sport zijn aangewezen. Behalve
                    de bestuurder van de boot moet er tijdens het waterskiën een tweede persoon van
                    tenminste 15 jaar aan boord zijn, die voortdurend de directe omgeving in de
                    gaten houdt. Het waterskiën mag geen onveilige situaties of overlast voor
                    anderen veroorzaken. Tijdens het waterskiën gelden verder regels als voor het
                    varen met een snelle motorboot. </al><al>Rijkswaterstaat en de Dienst Waterpolitie van het KLPD handhaven de regels op de
                    rijkswaterwegen. Deze diensten letten vooral op vaargedrag en vaarbewijzen. De
                    Waterpolitie let daarnaast ook op bijvoorbeeld alcoholgebruik. Zowel
                    Rijkswaterstaat als de Waterpolitie zijn bevoegd om bij overtreding boetes uit
                    te delen.</al><al>In de havens en in het gemeentelijk vaarwateren is het zonder vergunning van het
                    college niet toegestaan om met snelle motorboten, waaronder waterski, te varen.
                    De havenmeester en andere daartoe aangewezen toezichthouders zijn belast met de
                    handhaving. </al><tussenkop>Wrakkenwet</tussenkop><al>Tot slot is het nog relevant kort de Wrakkenwet aan te halen. In deze wet zijn
                    bepalingen vastgelegd over de opruiming van vaartuigen en andere voorwerpen, in
                    openbare wateren gestrand, gezonken of aan de grond geraakt of in waterkeringen
                    of andere waterstaatswerken vastgeraakt. </al><tussenkop>Algemene wet bestuursrecht</tussenkop><al>De havenverordening is ook aangepast aan de Algemene wet bestuursrecht. Naast de
                    terminologie is de mogelijkheid van administratief beroep van besluiten van de
                    havenmeester op het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college)
                    gewijzigd. De reguliere rechtsbeschermings-mogelijkheden van de Awb zijn van
                    toepassing. Dit houdt in dat tegen een besluit van of namens het college bezwaar
                    binnen zes weken na datum bekendmaking van het besluit mogelijk is bij het
                    college. </al><al>Tegen het besluit op bezwaar van het college kan binnen zes weken in beroep bij
                    de rechtbank worden opgekomen. Vervolgens staat tegen de uitspraak van de
                    rechtbank hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van
                    State. </al><al>Ook zijn de bevoegdheden gewijzigd; deze zijn alle toegekend aan het college,
                    die deze bevoegd-heden grotendeels mandateert aan de havenmeester. Dit achten
                    wij vanuit de verantwoordelijkheid van het college een betere verdeling. De
                    havenmeester oefent deze bevoegdheden niet op eigen gezag uit maar in naam van
                    het college. De Awb regelt de verhouding tussen de mandaatgever en de
                    gemandateerde. </al><al>In de artikelgewijze toelichting wordt, voor zover de artikelen niet voor zich
                    spreken, nader ingegaan op de bedoeling van de specifieke regeling. </al><tussenkop>Opbouw verordening</tussenkop><al>In hoofdstuk 1 staan de algemene regels die voor alle bij deze verordening
                    aangewezen wateren gelden. Hoofdstuk 2 bevat ordebepalingen, zoals de verboden
                    die voor alle vaartuigen gelden en in paragraaf 2.2 zijn voor de beroepsvaart
                    extra specifieke bepalingen opgenomen. </al><al>Hoofdstuk 3 over de veiligheid en milieu is slechts van toepassing voor zover
                    andere milieuwetgeving of de APV niet van toepassing zijn. </al><al>In hoofdstuk 4 zijn de specifieke regelingen voor ligplaatsen opgenomen. Het
                    betreft regels voor de pleziervaart (§ 4.2), de beroepsvaart (§ 4.3), de
                    woonboten (§ 4.4) en de passagiersvaart (§ 4.5). </al><al>Verder is ieder college van burgemeester en wethouders bevoegd over de
                    verschillende onderwerpen nadere regels vast te stellen. Dit gebeurt in een of
                    meer separate besluiten van het college. </al><tussenkop>Artikel gewijze toelichting</tussenkop><al>Artikelen die duidelijk zijn, behoeven geen nadere toelichting. Hieronder wordt
                    slechts een korte toelichting op die artikelen gegeven die dat behoeven. </al><tussenkop>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen </tussenkop><al>In dit artikel worden een groot aantal begrippen die in de verordening worden
                    gehanteerd, gedefinieerd. </al><tussenkop>Artikel 1.2 Toepassingsgebied</tussenkop><al>Hiermee komt tot uitdrukking dat deze verordening niet op alle wateren van
                    toepassing is. De verordening geldt alleen voor de havens en het gemeentelijk
                    vaarwater in de vijf gemeenten die als zodanig zijn aangewezen. Hiermee wordt
                    voorkomen dat de raad regels stelt over wateren die niet onder hun beheer
                    vallen, zoals provinciale- en rijkswateren of water van particulieren. </al><tussenkop>Artikel 1.3 Vergunningen en ontheffingen </tussenkop><al>De vergunning geeft het recht om een ligplaats in de aangewezen wateren in te
                    nemen. De vergunninghouder moet voldoen aan de voorschriften die aan de
                    vergunning zijn verbonden.</al><tussenkop>Artikel 1.4 Weigeringsgronden vergunning en ontheffing</tussenkop><al>Deze weigeringsgronden gelden voor alle aanvragen om vergunning en/of
                    ontheffing. Daarnaast zijn aanvullend specifieke weigeringsgronden opgenomen
                    daar waar het opportuun is. Verwezen wordt naar het betreffende artikel. </al><tussenkop>Artikel 1.5 Wijzigings-, schorsings- en intrekkingsgronden vergunning of
                    ontheffing</tussenkop><al>Op grond van dit artikel is het college bevoegd om een verleende vergunning of
                    ontheffing te wijzigen, schorsen of in te trekken. De in dit artikel vermelde
                    gronden zijn niet limitatief en de regeling is geen gesloten stelsel. Op basis
                    van dit artikel kan het college een verleende vergunning of ontheffing intrekken
                    bij onregelmatigheden en bij verstoring van de dagelijkse goede gang van zaken
                    door bijvoorbeeld onaangepast en/of onwenselijk gedrag van de ligplaatshouder,
                    de schipper of bezoekers van een vaartuig. </al><tussenkop>Artikel 1.6 Persoonlijk karakter van de vergunning of
                    ontheffing</tussenkop><al>De vergunning is persoonlijk en in beginsel niet overdraagbaar. Het college kan
                    in nadere regels bepalen in welke gevallen de vergunning of ontheffing
                    overdraagbaar is. </al><tussenkop>Artikel 1.7 Indienen aanvraag</tussenkop><al>Artikel 1:3 lid 3 Awb verstaat onder een aanvraag een verzoek van een
                    belanghebbende, een besluit te nemen. Een besluit (artikel 1:3 lid 1 Awb) is een
                    schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een
                    publiekrechtelijke rechtshandeling. Een belanghebbende is volgens artikel 1:2
                    lid 1 Awb degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Slechts
                    tegen een besluit als bedoeld in artikel 1:3 lid 1 Awb, kan volgens artikel 7:1
                    Awb bezwaar worden gemaakt. </al><al>In de regels behoort een aanvraag schriftelijk te geschieden waarop in de regel
                    een voor bezwaar en beroep vatbaar besluit volgt. In sommige gevallen is het
                    niet werkbaar om voor elke toestemming een schriftelijke aanvraag in te dienen
                    waarop ook schriftelijk moet worden gereageerd. Zo is het niet praktisch om een
                    schriftelijke toestemming te verlenen in gevallen van nood. Daarom is in artikel
                    1:7 lid 4 bepaald dat ingeval van spoed of indien het een eenmalige gedraging of
                    een handeling van korte duur betreft, een aanvraag mondeling bij de havenmeester
                    kan worden gedaan en zal in de regel de havenmeester daarop ook mondeling
                    besluiten. Tegen een mondeling besluit staat geen bezwaar of beroep open. </al><tussenkop>Artikel 1.8 Beslistermijn</tussenkop><al>Er is aansluiting gezocht bij de beslistermijn van 8 weken uit de Algemene wet
                    bestuursrecht. Omdat er situaties kunnen zijn waarin het college niet binnen 8
                    weken kan beslissen, is de mogelijkheid geboden om deze termijn met maximaal 8
                    weken te verdagen. </al><tussenkop>Artikel 1.9 Uitsluiting Lex Silencio Positivo </tussenkop><al>De Lex Silencio Positivo houdt in dat positieve fictieve beschikkingen bij het
                    niet tijdig belissen op een aanvraag ontstaan. Deze wet is van toepassing op de
                    diensten die vallen onder de Europese Dienstenrichtlijn. Om dwingende redenen
                    van algemeen belang, zoals de openbare orde en veiligheid kan van deze wet
                    worden afgeweken. Dit moet uitdrukkelijk worden bepaald in de betreffende
                    wettelijke regeling. Op de in dit artikel genoemde artikelen is de
                    Dienstenrichtlijn (mogelijk) van toepassing. Deze artikelen zijn met name
                    gericht op de orde en veiligheid op het water en de directe omgeving van het
                    water. Daarom is de werking van deze wet in deze gevallen uitgesloten. </al><tussenkop>Artikel 1.10 Normadressaat</tussenkop><al>In dit artikel komt tot uitdrukking wie verantwoordelijk is voor de naleving van
                    de regels van of uit deze verordening. Dit artikel is met name van belang bij de
                    handhaving van de regels door het opleggen van een last onder bestuursdwang als
                    bedoeld in artikel 125 van de Gemeentewet dan wel een last onder dwangsom als
                    bedoeld in artikel 5:32 van de Algemene wet bestuursrecht. </al><tussenkop>Artikel 1.11 Voeren registratienummer en naam</tussenkop><al>Het voeren van registratienummer en naam is slechts verplicht als het college
                    nadere regels stelt. </al><tussenkop>Artikel 1.12 Aanwijzingen en toestemmingen</tussenkop><al>Hetgeen in de toelichting op artikel 1.7 staat, geldt ook voor het bepaalde in
                    dit artikel. </al><tussenkop>Artikel 1.13 Aanwijzing havenmeester</tussenkop><al>Geen toelichting benodigd.</al><tussenkop>Hoofdstuk 2 Ordebepalingen</tussenkop><tussenkop>Artikel 2.1 Overlast van en aan vaartuigen </tussenkop><al>Het is niet toegestaan overlast in welke vorm dan ook te veroorzaken voor de
                    naaste ligplaatshouders noch voor de bewoners in de directe omgeving van een
                    (jacht)haven. Daarom is het bijvoorbeeld niet toegestaan radio's, cd-spelers
                    e.d. te gebruiken, muziekinstrumenten te bespelen en/of luidruchtig te
                    communiceren indien zulks hoorbaar is buiten een vaartuig. Als voorschrift kan
                    het college bijvoorbeeld bepalen dat tussen 22.30 uur en 07.00 uur op het gehele
                    terrein absolute stilte moet heersen.</al><tussenkop>Artikel 2.9 Verbod tot baden en duiken</tussenkop><al>Dit artikel beoogt met name de vrijheid voor het scheepvaartverkeer te
                    waarborgen buiten de door burgemeester en wethouders aangegeven openbare
                    zwemplaatsen. Tevens wordt met dit artikel de veiligheid te water vergroot. De
                    bevoegde ambtenaren kunnen mede op basis hiervan de nodige aanwijzingen of
                    waarschuwingen geven en zonodig optreden.</al><tussenkop>Artikel 2.11 Onbeheerd drijvende vaartuigen en drijvende
                    voorwerpen</tussenkop><al>Hiermee heeft de gemeente de mogelijkheid in te grijpen in verband met het
                    ordelijk verloop en veiligheid. Met dit artikel kan schade die onbeheerde
                    schepen en drijvende inrichtingen of voorwerpen kunnen veroorzaken, worden
                    voorkomen en/of beperkt. </al><tussenkop>Artikel 2.12 Gebruik van voorstuwers</tussenkop><al>Dit artikel heeft mede tot doel de ondermijning van kaden tegen te gaan. </al><tussenkop>Artikel 2.14 Bagger- of bergingswerkzaamheden en dreggen</tussenkop><al>Met dit artikel wordt voorkomen dat er eventueel schade ontstaat aan
                    kunstwerken.</al><tussenkop>Artikel 2.23 Werkzaamheden</tussenkop><al>Voorkomen wordt dat her en der boten uit het water worden gehaald of in het
                    water worden geladen. Door middel van vergunning kunnen voorschriften worden
                    gesteld, waardoor met name schade aan de waterkant en kaden kan worden
                    voorkomen. </al><al>Het is in ieder geval verboden in, om en aan een vaartuig werkzaamheden te
                    verrichten voor zover deze bestaan uit het boren, lassen, slijpen, schuren,
                    polijsten, schroeven, timmeren, schilderen en hiermee vergelijkbare
                    werkzaamheden. Het is evenmin toegestaan aan motoren te sleutelen, deze te
                    verversen en/of hiermee proef te draaien. </al><al>Wel is het mogelijk in overleg met en volgens afspraak met de havenmeester, voor
                    herstellingen aan een vaartuig uit te wijken naar een door de havenmeester
                    geadviseerde plaats. Regulier en/of groot onderhoud moeten plaatsvinden op een
                    daarvoor bedoelde scheepswerf. Deze bepaling is mede bedoeld om overlast voor
                    omwonenden van een haven te voorkomen. </al><al>Om een ordelijk verloop en de veiligheid in de havens en de openbare wateren
                    maar ook de veiligheid voor omwonenden en het effect op de omgeving in de hand
                    te houden, is het verboden de hier genoemde werkzaamheden uit te voeren. Om het
                    verbod een niet te ruime strekking te geven, is in het tweede lid een
                    uitzondering gemaakt voor het uitvoeren van noodreparaties. </al><al>Kleine herstel- en onderhoudswerkzaamheden zijn slechts toegestaan op een door
                    het college aan te wijzen plaats. Dit betekent dat in de havens en de aangewezen
                    openbare wateren - op noodreparaties na - geen enkel herstel- en onderhoudswerk
                    is toegestaan, tenzij het een door het college aangewezen gebied betreft. De
                    bescherming van de omgeving en de rust in de havens zijn belangrijke
                    beweegredenen voor het opnemen van dit verbod. </al><tussenkop>Artikel 2.27 Stuwadoorsmaterieel en garneren van goederen</tussenkop><al>Hiermee wordt beoogd dat zowel restanten als gereedschap wordt opgeruimd.</al><al>Men kan hiermee voorschriften stellen aan gebruik van kaden en oevers.</al><tussenkop>Hoofdstuk 3 Veiligheid en milieu </tussenkop><tussenkop>Artikel 3.7 Reinigen van openbare kaden, terreinen en wegen</tussenkop><al>Niet alleen de schippers hebben de in deze verordening gestelde verplichting
                    maar eenieder onder wiens verantwoordelijkheid de lossing of de belading van een
                    vaartuig plaatsvindt. De aannemer, bouwhandelaar, betonfabrikant, enzovoort, die
                    in zijn opdracht op de wal materiaal laat lossen op zijn loswal, heeft ook de
                    verplichting toe te zien, dat de lossing op een behoorlijke manier geschiedt,
                    dat wil zeggen dat het materiaal op de juiste plaats op zijn loswal gelost wordt
                    en dat geen materiaal gedeponeerd wordt in de vaarweg of op de taluds. Zij
                    beschikken over de mogelijkheid en hebben ook de verplichting bij niet juiste
                    lossing deze te doen stoppen.</al><tussenkop>Hoofdstuk 4 Ligplaatsen</tussenkop><al>De systematiek van hoofdstuk 4 dat over ligplaatsen gaat is als volgt. In
                    paragraaf 4.1 is een algemeen ligplaatsverbod opgenomen;dit geldt voor alle
                    vaartuigen en de aangewezen havens en openbare wateren. Vervolgens worden in de
                    paragrafen erna het soort vaartuig beschreven waarvoor eigen specifieke regels
                    gelden. Zo gelden aanvullende regels voor de pleziervaart in paragraaf 4.2, de
                    beroepsvaart in paragraaf 4.3, woonboten in paragraaf 4.4 en de passagiersvaart
                    in paragraaf 4.5. </al><tussenkop>Artikel 4.1 Algemeen ligplaatsverbod</tussenkop><al>Deze bepaling waakt er onder meer voor dat de gemeente ontsierd wordt door
                    drijvende opslagplaatsen, winkels, kantoorruimten, e.d. </al><tussenkop>Artikel 4.6 Ligplaatsvergunning</tussenkop><al>Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het door de gemeenteraad vastgestelde
                    woonschepenbeleid. Aanvragen voor nieuwe woonschepen worden getoetst aan het
                    bestemmingsplan. Als ligplaats wordt verzocht op een als zodanig in het
                    bestemmingsplan bestemde locatie dan verleent het college de vergunning, voor
                    zover er overigens geen andere weigeringsgronden zijn. </al><tussenkop>Artikel 4.7 Uitoefenen beroep of bedrijf </tussenkop><al>Op grond van dit artikel is het verboden om woonboten te gebruiken voor het
                    uitoefenen van een beroep of bedrijf. Dit verbod geldt echter niet voor de
                    locaties die in overeenstemming zijn met het prostitutiebeleid zoals dit in de
                    Algemene plaatselijke verordening (APV) is vertaald. Artikel 3:4 APV, zoals dit
                    ten tijde van de vaststelling van deze havenverordening luidt, bepaalt dat het
                    verboden is een seksinrichting of een escortbedrijf te exploiteren of wijzigen
                    zonder vergunning van het bevoegd bestuursorgaan. </al><tussenkop>Hoofdstuk 5 Handhaving</tussenkop><tussenkop>Artikel 5.4 Binnentreden woning</tussenkop><al>Dit artikel is opgenomen omdat in het kader van de Havenverordening sprake kan
                    zijn van het betreden van een woning omdat hieronder tevens een woning aan boord
                    van een schip moet worden verstaan. Bovendien is een woonboot voor
                    woondoeleinden zonder meer een woning. Hoofdstuk 5 van de Algemene wet
                    bestuursrecht regelt de specifieke bevoegdheden bij handhaving. Een
                    toezichthouder is een persoon, bij of krachtens wettelijk voorschrift belast met
                    het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig
                    wettelijk voorschrift. </al><al>Titel 5.2. van de Algemene wet bestuursrecht, die het toezicht op de naleving
                    regelt, bevat de regels en bevoegdheden van een toezichthouder. Artikel 4:15 Awb
                    bepaalt dat een toezichthouder bevoegd is, met medeneming van de benodigde
                    apparatuur, elke plaats te betreden met uitzondering van een woning zonder
                    toestemming van de bewoner. Dit vloeit uit artikel 12 van de Grondwet die het
                    huisrecht regelt en de bewoners bescherming biedt tegen schending hiervan. Er
                    kunnen echter situaties zijn waarbij het noodzakelijk kan zijn een woning zonder
                    toestemming van de bewoner te betreden. Het betreden van woning is dan wel
                    mogelijk maar daarbij moeten de wettelijke waarborgen worden nageleefd. De
                    Algemene wet op het binnentreden moet in dat geval worden nageleefd. </al><al>Volgens artikel 149a van de Gemeentewet kan de raad bij verordening personen
                    aanwijzen die woningen mogen binnentreden zonder toestemming van de bewoner. Het
                    moet gaan om personen die belast zijn met het toezicht op de naleving (of de
                    opsporing van de overtreding) van bij verordening gegeven voorschriften die
                    strekken tot handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van
                    het leven of de gezondheid van personen. In dit artikel is van deze bevoegdheid
                    gebruik gemaakt. </al><al>Bij de inzet van dit middel moeten de betreffende toezichthouders zich houden
                    aan de voorschriften van de Algemene wet op het binnentreden. Zo is voor het
                    binnentreden zonder toestemming bij toepassing van bestuursdwang machtiging
                    nodig van het college. </al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>