<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR352126_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Korendijk 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.officielebekendmakingen.nl">Gemeenteblad 2014, 80591</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Korendijk 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-25</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-01-04</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>openbare orde en veiligheid</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Korendijk 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="1."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="2."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="3."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening van de gemeente Korendijk;</al></li><li nr="4."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="5."><al>gebouw: hetgeen in <onderstreept>artikel 1, eerste lid, onder c,
                                        van de Woningwet</onderstreept> daaronder wordt verstaan;
                                </al></li><li nr="6."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen; </al></li><li nr="7."><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn; </al></li><li nr="8."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan; </al></li><li nr="9."><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht; </al></li><li nr="10."><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is <onderstreept>artikel 3.9 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een ontheffing
                                als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid, of een vergunning als
                                bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en onder a, of artikel
                                4:11 van de Algemene plaatselijke verordening Gemeente Korendijk
                                2014. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor evenementen zoals bedoeld onder artikel 2:24, lid 2 gelden de
                                volgende indieningstermijnen: </al><lijst><li nr="a."><al>voor A-evenementen geldt dat de aanvraag uiterlijk 6 weken
                                        voor aanvang van het evenement in het bezit dient te zijn
                                        van het bestuursorgaan;</al></li><li nr="b."><al>voor B- en C-evenementen geldt dat de aanvraag uiterlijk 10
                                        weken voor aanvang van het evenement in het bezit dient te
                                        zijn van het bestuursorgaan.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt; </al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist; </al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;
                                </al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; </al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van of wegens</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde; </al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid; </al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid; </al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersveiligheid of veiligheid van personen of
                                    goederen;</al></li><li nr="f."><al>de zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>strijdigheid met het bestemmingsplan.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden. </al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats:</al></li><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                        ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                        toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                        dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing;</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te verwijderen. </al><lijst><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet. </al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod. </al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de
                                            <onderstreept>Wet openbare
                                        manifestaties</onderstreept>.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan voor de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>naam en adres van degene die de betoging houdt; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het doel van de betoging; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                    aanvang en van beëindiging; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de plaats en, voorzover van toepassing, de route en de plaats
                                    van beëindiging; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>oorzover van toepassing, de wijze van samenstelling; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een
                                    regelmatig verloop te bevorderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving uiterlijk
                                    gedaan voor 12.00 uur op de werkdag die aan de dag van dat
                                    tijdstip voorafgaat. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>vervallen; opgenomen in artikel 2:3</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>vervallen; opgenomen in artikel 2:3</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdige
                                    beslissen van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie ervan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg,
                                    gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                    doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                    vormt of kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van
                                    de weg; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in verband met de
                                    omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste van een vrije doorgang van
                                    1.5 meter wordt gelaten op voetpaden en van 3,5 meter op de
                                    rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het
                                    in het eerste lid bedoelde gebruik, voor zover dit een
                                    activiteit betreft als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, onder
                                    j. of onder k. van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24; </al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18 </al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van dit artikel geldt niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, <onderstreept>artikel
                                        5 van de Wegenverkeerswet</onderstreept>, of de Provinciaal
                                    wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het vierde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door het college in de overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Provinciale
                                    wegenverordening, de Waterschapskeur, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in eerste lid, is paragraaf 4.1.3.3 van
                                    de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking
                                    bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een uitweg te
                                    maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande
                                    uitweg naar de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning
                                    slechts geweigerd:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare
                                    parkeerplaats;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze
                                    wordt aangetast, of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door
                                    een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede
                                    uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het
                                    openbaar groen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdige beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht deze</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                    herkenningsteken; en </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de in de omgeving van dat bedrijf door het publiek op een
                                    openbare plaats achtergelaten winkelwagentjes terstond te
                                    verwijderen of te doen verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 427, aanhef en onder 1. of
                                        3., van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen</titel></kop><lid><lidnr/><al>1. Het is verboden in bossen (bosgebieden) of binnen een afstand
                                    van dertig meter daarvan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te roken gedurende een door het college aangewezen periode;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten liggen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en
                                    onder 3, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden zijn voorts niet van toepassing voor zover het roken
                                    plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de <onderstreept>Waterstaatswet
                                        1900</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Onteigeningswet</onderstreept>, of de
                                        <onderstreept>Belemmeringenwet Privaatrecht</onderstreept>.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen indien de
                                    elektrische spanning van de bovengrondse hoogspanningslijn dat
                                    toelaat. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op objecten die deel uitmaken
                                    van de hoogspanningslijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te beschadigen, te
                                    verontreinigen, te versperren of het verkeer daarop op enige
                                    andere wijze te belemmeren of in gevaar te brengen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de veiligheid
                                    geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten te verplaatsen, weg
                                    te nemen, te beschadigen of op enige andere wijze het gebruik
                                    daarvan te verijdelen of te belemmeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste lid,
                                        onder h, van de Gemeentewet</onderstreept> en artikel 5:22
                                    van deze verordening; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                        kansspelen</onderstreept>; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het in een inrichting in de zin van de <onderstreept>Drank en
                                        Horecawet</onderstreept> gelegenheid geven tot dansen; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        <onderstreept>Wet openbare manifestaties</onderstreept>;
                                </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9, 2:39 en 2:73a van deze
                                    verordening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>a. Evenementen kunnen worden gecategoriseerd op basis van
                                    risico’s op het gebied van openbare orde en veiligheid, de
                                    effecten op de woonomgeving en verkeer.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De indeling van evenementen in categorieën is als volgt:
                                    Categorie A: een evenement met een laag risico, waarbij sprake
                                    is van een beperkte impact op de omgeving en/of beperkte
                                    gevolgen voor het verkeer en waarvoor een geringe extra
                                    capaciteit van de hulpverleningsdiensten is vereist. Categorie
                                    B: een evenement met een verhoogd risico, waarbij sprake is van
                                    een verhoogde impact op de omgeving en/of gevolgen voor verkeer
                                    en waarvoor tevens extra capaciteit van de
                                    hulpverleningsdiensten is vereist. Categorie C: een risicovol
                                    evenement, waarbij sprake is van een grote impact op de
                                    omgeving/regio en/of verkeer en waarvoor tevens extra capaciteit
                                    van de hulpverleningsdiensten is vereist.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg;
                                </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een klein evenement. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder klein evenement wordt verstaan een straatfeest of
                                    buurtbarbecue op één dag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder het begrip organisator wordt verstaan: de aanvrager van
                                    een evenementenvergunning onder wiens verantwoordelijkheid en/of
                                    voor wiens rekening en risico het evenement plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        van de burgemeester een A-, B- of C-evenement te
                                        organiseren, toe te laten, feitelijk te leiden of daaraan
                                        deel te nemen.</al></li><li nr="2."><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement, indien:
                                    </al></li><li nr="a."><al>binnen twee weken voorafgaand aan het evenement daarvan
                                        melding is gedaan aan de burgemeester;</al></li><li nr="b."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100 personen;
                                    </al></li><li nr="c."><al>het evenement tussen 09.00 en 24.00 uur plaatsvindt; </al></li><li nr="d."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 07.00 uur of na
                                        23.00 uur; </al></li><li nr="e."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad
                                        of parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor
                                        het verkeer en de hulpdiensten; </al></li><li nr="f."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte
                                        van minder dan 10 m² per object; </al></li><li nr="g."><al>er een organisator is.</al></li><li nr="3."><al>Toestemming voor een klein evenement is verleend
                                        indien,</al></li><li nr="a."><al>na ontvangst van het kennisgevingsformulier door de
                                        burgemeester geen tegenbericht is verzonden en</al></li><li nr="b."><al>de organisator een ontvangstbevestiging kan tonen van het
                                        feit dat hij een kennisgeving heeft gedaan.</al></li><li nr="4."><al>Indien er, na kennisgeving van een klein evenement, uit
                                        nieuwe feiten of omstandigheden vrees bestaat voor
                                        verstoring van de openbare orde, kan de burgemeester alsnog
                                        bepalen dat het verbod ingevolge artikel 2:25, eerste lid
                                        onverkort geldt.</al></li><li nr="5."><al>De aanvraag voor een evenementenvergunning bevat
                                        tenminste:</al></li><li nr="a."><al>de plaats waar het evenement wordt gehouden;</al></li><li nr="b."><al>de datum en het tijdstip waarop het evenement wordt
                                        gehouden;</al></li><li nr="c."><al>een opgave van het verwachte aantal deelnemers en
                                        toeschouwers of bezoekers;</al></li><li nr="d."><al>de inrichting van het evenemententerrein;</al></li><li nr="e."><al>het activiteitenprogramma;</al></li><li nr="f."><al>de mogelijke risico’s op verstoring van de openbare orde en
                                        veiligheid;</al></li><li nr="g."><al>een veiligheidsplan, gezondheidsplan, verkeers- en
                                        mobiliteitsplan;</al></li><li nr="h."><al>plan van maatregelen die de organisator zelf zal nemen om
                                        wanordelijkheden zoveel mogelijk te voorkomen.</al></li><li nr="6."><al>Risicoverhogende feiten en omstandigheden die na de aanvraag
                                        naar voren komen, dienen door de organisator onverwijld aan
                                        de burgemeester te worden gemeld.</al></li><li nr="7."><al>De burgemeester weigert een vergunning zoals bedoeld in
                                        artikel 2:25, lid 1 indien de organisator:</al></li><li nr="a."><al>onder curatele staat</al></li><li nr="b."><al>in enig opzicht van slecht levensgedrag is;</al></li><li nr="c."><al>tegen de organisator in de afgelopen drie jaar een
                                        bestuurlijke sanctie is genomen</al></li><li nr="d."><al>de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt.</al></li><li nr="8."><al>Onverminderd de artikelen 1:6 en 1:8 kan de burgemeester de
                                        evenementenvergunning geheel of gedeeltelijk weigeren,
                                        tijdelijk of voor onbepaalde tijd intrekken of wijzigen
                                        indien naar zijn oordeel:</al></li><li nr="a."><al>dit noodzakelijk is voor de openbare orde en veiligheid of
                                        voor de bescherming van het woon- en leefklimaat in de
                                        woonomgeving van het evenement;</al></li><li nr="b."><al>de verkeersveiligheid of de veiligheid van personen of
                                        goederen niet kan worden gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de zedelijkheid of gezondheid van bezoekers niet kan worden
                                        gewaarborgd;</al></li><li nr="d."><al>het, gelet op een gebeurtenis van nationale omvang op de dag
                                        van het evenement of daags voor het evenement met een
                                        dusdanig effect op het gemeenschapsleven, niet wenselijk is
                                        dat de activiteiten worden verricht of voortgezet;</al></li></lijst><al> e. de bescherming van een krachtens de Gemeentewet ingestelde markt
                                nodig is;</al><lijst><li nr="f."><al>de ter handhaving van de openbare orde en veiligheid
                                        noodzakelijke politie- en hulpverleningscapaciteit een
                                        onevenredig beroep op de beschikbare bezetting doet;</al></li><li nr="g."><al>de inhoud of uitstraling van het evenement niet past in het
                                        evenementenbeleid, het imago of de belangen van de
                                        gemeente.</al></li><li nr="9."><al>De burgemeester kan aan de vergunning voorwaarden verbinden
                                        ter regulering van het evenement, die onder meer betrekking
                                        kunnen hebben op:</al></li><li nr="a."><al>de plaats en het tijdstip van het evenement’</al></li><li nr="b."><al>de benodigde technische voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de inrichting van het evenemententerrein;</al></li><li nr="d."><al>het activiteitenprogramma;</al></li><li nr="e."><al>het veiligheidsplan, waaronder het aantal beveiligers;</al></li><li nr="f."><al>het verkeersplan.</al></li><li nr="10."><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien
                                        wordt door <onderstreept>artikel 10</onderstreept> juncto
                                            <onderstreept>148, van de Wegenverkeerswet
                                            1994</onderstreept>.</al></li><li nr="11."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Openbare orde en Veiligheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen onnodig op te dringen, door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot wanordelijkheden of
                                    wanordelijkheden te veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden bij evenementen messen, knuppels, slagwapens of
                                    andere voorwerpen of stoffen die als wapen kunnen worden
                                    gebruikt, bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                    wapens die behoren tot categorie I, II, III en IV van de Wet
                                    wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een ieder is verplicht bij evenementen alle aanwijzingen van
                                    ambtenaren van politie en brandweer in het belang van de
                                    openbare orde en veiligheid terstond en stipt op te volgen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Openbare inrichting:</al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, (pizza-, shoarma-) afhaalrestaurant,
                                            discotheek, buurthuis of clubhuis.</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>terras: een buiten de besloten ruimte gelegen deel van een
                                    openbare inrichting waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend,
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar
                                    bedrijfsmatig of anders dan om niet dranken of spijzen voor
                                    gebruik ter plaatse kunnen worden verstrekt;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of versterkt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onder houder wordt in deze paragraaf verstaan: degene die een
                                    openbare inrichting exploiteert op grond van het bepaalde in
                                    artikel 2:28 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze paragraaf verstaat niet onder bezoekers:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de gezinsleden van de houder, alsmede zijn elders wonende bloed-
                                    en aanverwanten, in de rechte lijn onbeperkt, in de zijlijn tot
                                    en met de derde graad;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de personen die voorkomen in het register als bedoeld in artikel
                                    438 van het Wetboek van Strafrecht, alsmede personen bedoeld in
                                    artikel 438, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de personen wier aanwezigheid in de inrichting wegens dringende
                                    redenen noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder een hoogdrempelige inrichting wordt in deze paragraaf
                                    verstaan een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van
                                    de Wet op de kansspelen. Onder een laagdrempelige inrichting
                                    wordt in deze paragraaf verstaan een inrichting als bedoeld in
                                    artikel 30, onder e, van de Wet op de kansspelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de vestiging of de
                                    exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de aanvrager geen
                                    verklaring omtrent het gedrag overlegt die uiterlijk drie
                                    maanden voor de datum waarop de vergunningaanvraag is ingediend,
                                    is afgegeven.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 van deze
                                    verordening kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of
                                    gedeeltelijk weigeren indien naar zijn oordeel moet worden
                                    aangenomen dat de woon en leefsituatie in de omgeving van de
                                    openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze
                                    nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de openbare
                                    inrichting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                    zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                    nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een zorginstelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een museum; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al> een bedrijfskantine of –restaurant.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij de toepassing van de in het vierde lid genoemde
                                    weigeringsgrond houdt de burgemeester rekening met het karakter
                                    van de straat en de wijk, waarin de openbare inrichting is
                                    gelegen of zal zijn gelegen, de aard van de openbare inrichting
                                    en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds
                                    blootstaat of bloot zal komen staan door de exploitatie van de
                                    openbare inrichting.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10 beslist de
                                    burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
                                    betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting
                                    behorende terrassen voor zover deze zich op de weg bevinden over
                                    de ingebruikneming van die weg ten behoeve van het terras.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Onverminderd het gestelde in het vierde en zesde lid kan de
                                    burgemeester de in het negende lid bedoelde ingebruikneming van
                                    die weg ten behoeve van een of meer bij een openbare inrichting
                                    horende terrassen weigeren:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel
                                    gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het
                                    doelmatig en veilig gebruik daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien dat gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig
                                    beheer en onderhoud van de weg.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het in het zesde en zevende lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                    beheer rijkswaterstaatwerken of de Provinciaal
                                    wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Opheffing vergunningplicht</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een openbare inrichting verboden dit voor
                                    bezoekers geopend te hebben en aldaar bezoekers toe te laten of
                                    te laten verblijven tussen 01.00 en 06.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan aan de houder van een openbare inrichting
                                    ontheffing verlenen van het in het eerste lid vervatte verbod,
                                    voor een openstelling voor bezoekers op vrijdagavond en
                                    zaterdagavond - en als naar zijn oordeel sprake is van een
                                    bijzonder geval op andere dagen - tot uiterlijk 03.00 uur de dag
                                    daarop volgend. Bij de beslissing op een aanvraag betreffende
                                    een ontheffing let de burgemeester in het bijzonder op de woon-
                                    en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf en/of de
                                    openbare orde. Alvorens de burgemeester overgaat tot verlening
                                    van een ontheffing dient allereerst een veiligheidsplan ter
                                    beoordeling te worden overlegd aan de politie. Aan een
                                    ontheffing worden voorschriften verbonden. Deze voorschriften
                                    hebben in elk geval betrekking op het tijdstip tot wanneer
                                    nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten, het tijdstip waarop
                                    geen alcohol meer verstrekt mag worden, het omlaag brengen van
                                    het geluidsniveau en op het ontsteken van alle verlichting. Een
                                    ontheffing wordt verleend voor de periode van maximaal 3
                                    jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan, als naar zijn oordeel sprake is van een
                                    voor een breed publiek van belang zijnde gebeurtenis of
                                    evenement, ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    vervatte verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de burgemeester zulks in het belang van de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van een openbare inrichting en/of de
                                    openbare orde nodig oordeelt, kan hij voor individuele openbare
                                    inrichtingen een eerder sluitingsuur vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan aan de houder van een openbare inrichting,
                                    zijnde een discotheek, ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid vervatte verbod voor een openstelling voor bezoekers op
                                    vrijdagavond en zaterdagavond tot uiterlijk 05.00 uur de dag
                                    daarop volgend. Bij de beslissing op een aanvraag betreffende
                                    een ontheffing let de burgemeester in het bijzonder op de woon-
                                    en leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting en/of
                                    de openbare orde. Alvorens de burgemeester overgaat tot
                                    verlening van een ontheffing dient allereerst een
                                    veiligheidsplan ter beoordeling te worden overlegd aan de
                                    politie. Aan een ontheffing worden voorschriften verbonden. Deze
                                    voorschriften hebben in elk geval betrekking op het tijdstip tot
                                    wanneer nieuwe bezoekers mogen worden toegelaten, het tijdstip
                                    waarop geen alcohol meer verstrekt mag worden, op het omlaag
                                    brengen van het geluidsniveau en op het ontsteken van alle
                                    verlichting. Een ontheffing wordt verleend voor de periode van
                                    maximaal 3 jaar.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De ontheffing als bedoeld in de voorgaande leden wordt geweigerd
                                    dan wel ingetrokken:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar het oordeel van de burgemeester de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van een openbare inrichting en/of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                    beïnvloed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de houder van een openbare inrichting naar het oordeel
                                    van de burgemeester niet of onvoldoende heeft aangetoond dat hij
                                    al het mogelijke heeft gedaan teneinde overmatig hinder en/of
                                    overlast voor de omgeving van zijn openbare inrichting te
                                    voorkomen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>indien de houder van een openbare inrichting geen door de
                                    politie goedgekeurd veiligheidsplan heeft ingediend dan wel zich
                                    niet aan de daarin gestelde regels houdt.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor een bij een
                                    openbare inrichting behorend terras.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30a</nr><titel>Terras</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de houder van een bij een openbare inrichting behorend
                                    terras verboden zijn terras voor bezoekers geopend te hebben of
                                    aldaar bezoekers toe te laten of te laten verblijven tussen
                                    23.00 en 08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                    lid vervatte verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de burgemeester zulks in het belang van de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van een bij een openbare inrichting
                                    behorend terras en/of de openbare orde nodig oordeelt, kan hij
                                    voor individuele openbare inrichtingen een eerder sluitingsuur
                                    van het terras vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden in een openbare inrichting op het terras spijzen
                                    en dranken te verstrekken aan personen die geen gebruik maken
                                    van het terras. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een of
                                    meer openbare inrichtingen tijdelijk andere dan de krachtens
                                    artikel 2:30 en artikel 2:30a geldende sluitingstijden
                                    vaststellen of tijdelijk sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting</titel></kop><al>Het is bezoekers van een openbare inrichting verboden gedurende de
                                tijd dat deze inrichting krachtens artikel 2:30 en/of 2:30a van deze
                                verordening of ingevolge een op grond van artikel 2:30 van deze
                                verordening genomen besluit gesloten dient te zijn, zich daarin of
                                aldaar te bevinden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32a</nr><titel>Handel in openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting de orde te
                                verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te </al><al>geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>De houder van een inrichting is verplicht een register, als bedoeld
                                in artikel 438 van het Wetboek van Strafrecht, bij te houden dat
                                ingericht is volgens het door de burgemeester vastgestelde
                                model.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van <onderstreept>artikel
                                        30c, eerste lid, onder b, van de Wet op de
                                        Kansspelen</onderstreept> vergunning is verleend; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Veiligheid en
                                    Justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                    verlenen; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in <onderstreept>artikel 7c van de
                                        Wet op de kansspelen</onderstreept> te beoefenen, of te
                                    spelen op speelautomaten als bedoeld in <onderstreept>artikel 30
                                        van de Wet op de kansspelen</onderstreept>, of de handeling
                                    als bedoeld in <onderstreept>artikel 1, onder a, van de Wet op
                                        de kansspelen</onderstreept> te verrichten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                    leefsituatie in de omgeving van de speelgelegenheid of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed
                                    door de exploitatie van de speelgelegenheid; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd is met
                                    een geldend bestemmingsplan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39a</nr><titel>Recreatieterreinen</titel></kop><al><vet>vervallen</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de <onderstreept>Wet op de kansspelen</onderstreept>; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                        30, onder c, van de Wet;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 30, onder d, van de
                                        Wet;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 30, onder e, van de
                                    Wet</onderstreept>. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 174a van de
                                        Gemeentewet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor
                                    publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf te betreden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 13b van de
                                        Opiumwet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij
                                    dat lokaal behorend erf te betreden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk is.
                                </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd van de in het eerste en tweede lid
                                    bedoelde verboden ontheffing te verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen aanbrengen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden te
                                    gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en bekendmakingen.
                                </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                    toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                    diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42 van deze verordening.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Vervoer brandbare voorwerpen en/of middelen</titel></kop><al>Het is verboden op 30, 31 december en op 1 januari in het openbaar
                                bij zich te hebben of te vervoeren enig voorwerp of middel, dat kan
                                dienen om handelingen te plegen die op grond van artikel 5:34
                                verboden zijn, tenzij aannemelijk kan worden gemaakt, dat dit
                                voorwerp of middel niet voor die handelingen gebezigd wordt of
                                bestemd is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of de Provinciale
                                    wegenverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                    overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                    hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor
                                    niet bestemd straatmeubilair; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of
                                    bewoners van nabij de weg gelegen woningen onnodig overlast of
                                    hinder berokkent. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situatie waarin wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 424</onderstreept>,
                                        <onderstreept>426bis</onderstreept> of <onderstreept>431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of
                                        <onderstreept>artikel 5 van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen indien dit gepaard gaat met gedragingen die de openbare
                                    orde verstoren, het woon- en leefklimaat aantasten of anderszins
                                    overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                        Horecawet</onderstreept>; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens <onderstreept>artikel 35
                                        van de Drank- en horecawet</onderstreept>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48a</nr><titel>Openlijk drankgebruik</titel></kop><al>(vervallen, samengevoegd met artikel 2:48)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48b</nr><titel>Openlijk gebruik van drugs</titel></kop><al>Het is verboden op of aan de weg, op een voor publiek toegankelijke
                                plaats of in een voor publiek toegankelijk gebouw, middelen als
                                bedoeld in de artikelen 2 en 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te
                                dienen, dan wel voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve
                                van dat gebruik voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48c</nr><titel>Blowverbod</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te houden;
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen of soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen portaal, telefooncel,
                                wachtlokaal voor een openbaar vervoermiddel, parkeergarage,
                                rijwielstalling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50a</nr><titel>Mosquito</titel></kop><al>(verplaatst naar artikel 4:6a)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich in de nabijheid van een persoon of een
                                    gebouw, woonwagen of woonschip op te houden met de kennelijke
                                    bedoeling deze persoon of een persoon die zich in dit gebouw,
                                    deze woonwagen of dit woonschip bevindt, te bespieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden door middel van een verrekijker of enig ander
                                    optisch instrument een persoon die zich in een gebouw, woonwagen
                                    of woonschip bevindt, te bespieden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen: </al></li><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                        zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide
                                        of op een andere door het college aangewezen plaats; </al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                        aangelijnd: of</al></li><li nr="c."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband
                                        of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder
                                        duidelijk doet kennen. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                        toepassing op door het college aangewezen plaatsen. </al></li><li nr="3."><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn
                                        niet van toepassing op de eigenaar of houder van een
                                        hond:</al></li><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                        sociale hulphond laat</al></li></lijst><al>begeleiden; of </al><al>b.die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond
                                of sociale</al><al>hulphond.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden en paarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond of paard op een openbare plaats
                                    begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van
                                    die hond of van dat paard onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het college een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                    beide stoffen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is
                                    aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                    mogelijk is; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                    afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                    toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57 van deze verordening,
                                    eerste lid onder c, dient de hond als bedoeld in het eerste lid
                                    voorzien te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag
                                    verstrekt uniek identificatienummer door middel van een
                                    microchip die met een chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> plaatsen
                                    aanwijzen waar het ter voorkoming of opheffing van overlast of
                                    schade aan de openbare gezondheid verboden is daarbij aangeduide
                                    dieren: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanwezig te hebben, of </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door hen
                                    gestelde regels, of </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die aanwijzing
                                    is aangegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwend en eenhoevige dieren of varkens (vee
                                ) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet van
                                die weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht
                                ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit
                                vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voorzover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of andere
                                    gebouwen waar overdag mensen verblijven; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste 6 meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van 2 meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen of
                                    gebouwen als bedoeld in dat lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door de Provinciaal wegenverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</onderstreept> .</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin onverwijld op te
                                    nemen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het goed;
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voor zover
                                    dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het goed; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft verkregen.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan bepalen dat de verplichting als bedoeld in
                                    lid 1 tevens via het Digitaal Opkopersregister kan
                                    geschieden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><al>a.de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                stellen: </al><al>1° dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding van
                                zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming behorende
                                vestiging; </al><al>2° van een verandering van de onder a, sub l°, bedoelde adressen; </al><al>3° dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent; </al><al>4° dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is gegaan; </al><lijst><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven; </al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn; </al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste vijf
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (<onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept>) van
                                toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college van de gemeente waar het bedrijf
                                    is of zal worden gevestigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan veroorzaken.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voorzover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een
                                    (melk)bus/container/opslagvat op explosieve wijze verbranden van
                                    acetyleengas afkomstig van een reactie tussen calciumacetylide
                                    (carbid) en water of gasmengsels met vergelijkbare
                                    eigenschappen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om carbid te schieten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod uit het tweede lid is niet van toepassing op 31
                                    december tussen 10.00 uur en 1 januari 02.00 uur van het daarop
                                    volgende jaar buiten de bebouwde kom:</al><lijst><li nr="a."><al>waarbij gebruik gemaakt wordt van bussen met een
                                            maximale inhoud van 40 liter; </al></li><li nr="b."><al>een handelingen worden verricht of nagelaten waarvan
                                            degene die het carbidschieten verricht weet of
                                            redelijkerwijs had kunnen vermoeden dat daardoor gevaar,
                                            schade of hinder kan optreden voor personen of voor de
                                            omgeving;</al></li><li nr="c."><al>binnen een cirkel met een straal van 100 meter rond de
                                            plaats waar het carbidschieten plaatsvindt in totaal
                                            niet meer dan twee bussen worden gebruikt dan wel
                                            gebruiksklaar aanwezig worden gehouden voor
                                            carbidschieten;</al></li><li nr="d."><al>het vrijschootsveld tenminste 75 meter bedraagt en
                                            daarin geen openbare paden en/of wegen zijn
                                            gelegen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ter voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast, of in het belang van de natuurbescherming, plaatsen in
                                    de gemeente aanwijzen waar het gestelde in het derde lid niet
                                    van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het tweede
                                    lid gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing, voor zover de Wet
                                    milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet milieugevaarlijke
                                    stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing zijn.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de
                                    <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> is het verboden zich op
                                een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen
                                als bedoeld in artikel 2 en <onderstreept>3 van de
                                    Opiumwet</onderstreept>, of daarop gelijkende waar, al dan niet
                                tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij
                                behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15.</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzegging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 154a van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot het tijdelijk doen
                                ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door
                                hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel
                                2:1, 2:10, 2:11, 2:16, 2:26 2:47, 2:48, 2:48b, 2:49, 2:50, 2:73,
                                2:73a, 2:74 en 5:34 van deze verordening groepsgewijs niet
                                naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151b van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> bij verstoring van de openbare orde
                                door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151c
                                        van de Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot plaatsing
                                    van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het
                                    toezicht op een openbare plaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen die door
                                    de gemeenteraad zijn aangewezen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                                    hoogste 24 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval van overtredingen als bedoeld in het eerste lid kan
                                    de burgemeester aan een persoon aan wie tenminste eenmaal een
                                    bevel als bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare
                                    feiten of openbare orde verstorende handelingen verricht, een
                                    bevel geven zich gedurende ten hoogste acht weken niet in een of
                                    meer bepaalde delen van de gemeente op een openbare plaats op te
                                    houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling
                                    binnen zes maanden na het geven van een eerder bevel, gegeven op
                                    grond van het eerste of tweede lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijk ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Bordelen, sekswinkels, e.d.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Bordelen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting
                                    verboden, hetzij bij herhaling, hetzij uit winstbejag
                                    daarin:</al></li><li nr="a."><al>aan anderen de gelegenheid te geven prostitutie te plegen dan
                                    wel daarin prostitutie toe te laten;</al></li><li nr="b."><al>personen toe te laten of te dulden die met het kennelijke doel
                                    prostitutie uit te lokken deze inrichting bezoeken.</al></li></lijst><al>Onder inrichting wordt verstaan een gebouw of een voer- of vaartuig, dan
                            wel enig gedeelte daarvan.</al><lijst><li nr="2."><al>De burgemeester kan voor zover het een voor publiek openstaand
                                    gebouw betreft, dan wel het college kan voor zover het een voer-
                                    of vaartuig of een niet voor publiek openstaand gebouw betreft
                                    de sluiting bevelen van een inrichting als bedoeld in het eerste
                                    lid in het belang van de openbare orde, de volksgezondheid, of
                                    ter voorkoming of beperking van overlast of aantasting van het
                                    woon- en leefklimaat. Hij maakt, dan wel zij maken de sluiting
                                    bekend door het aanbrengen van een afschrift van zijn, dan wel
                                    hun bevel op of nabij de toegang of toegangen van de inrichting.
                                    De sluiting treedt in werking op het moment dat bedoeld
                                    afschrift is aangebracht.</al></li><li nr="3."><al>Behoudens in dringende gevallen beveelt de burgemeester, dan wel
                                    beveelt het college de sluiting niet dan nadat degene te wiens
                                    aanzien het besluit wordt genomen, is gewaarschuwd.</al></li><li nr="4."><al>Een ieder is verplicht toe te laten dat het in het tweede lid
                                    bedoelde afschrift wordt aangebracht en aangebracht blijft,
                                    zolang de sluiting van kracht is.</al></li><li nr="5."><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting
                                    als bedoeld in het eerste lid verboden daarin bezoekers toe te
                                    laten of daarin te laten verblijven, zolang de sluiting van
                                    kracht is.</al></li><li nr="6."><al>Het is een ieder verboden een overeenkomstig het tweede lid
                                    gesloten inrichting te bezoeken of als bezoeker daarin te
                                    verblijven.</al></li><li nr="7."><al>Onder bezoekers worden voor de toepassing van het vijfde en
                                    zesde lid niet verstaan:</al></li><li nr="a."><al>de gezinsleden van de rechthebbende of beheerder, zomede diens
                                    elders wonende bloed- en aanverwanten in de rechte lijn
                                    onbeperkt, in de zijlijn tot en met de derde graad;</al></li><li nr="b."><al>de personen wier tegenwoordigheid in het gebouw, de ruimte of
                                    het voer- of vaartuig wegens dringende redenen strikt
                                    noodzakelijk is.</al></li><li nr="8."><al>De sluiting kan op aanvraag van de belanghebbende door de
                                    burgemeester, dan wel het college, worden opgeheven wanneer
                                    later bekend geworden feiten en omstandigheden hiertoe
                                    aanleiding geven en naar zijn, dan wel hun oordeel voldoende
                                    garanties aanwezig zijn dat geen herhaling van de feiten of
                                    gedragingen die tot sluiting hebben geleid, plaatsvinden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder of houder van een perceel
                                verboden daarin een sekswinkel of seksboetiek dan wel enig andere
                                voor publiek toegankelijke besloten ruimte waar seksartikelen aan
                                particulieren plegen te worden verkocht, in gebruik te nemen of te
                                hebben. Onder perceel wordt mede verstaan een gedeelte daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing met
                                betrekking tot opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken of afbeeldingen, welke dienen tot het openbaren van
                                gedachten en gevoelens, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                Grondwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Seksclubs, seksbioscopen, seksautomatenhallen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op en de beheerder van een inrichting
                                verboden deze te gebruiken, in gebruik te geven of te doen gebruiken
                                als seksbioscoop, seksclub of seksautomatenhal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>inrichting: een gebouw of een voer- of vaartuig, dan wel een
                                gedeelte daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>seksbioscoop: elke voor het publiek toegankelijke ruimte waar
                                voornamelijk voorstellingen van erotisch-pornografische aard worden
                                gegeven met dia’s en/of film;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt op een andere plaats dan in
                                de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>seksclub: elke voor het publiek toegankelijke ruimte waar ook anders
                                dan met dia’s en/of films vertoningen van erotisch-pornografische
                                aard worden gegeven;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>seksautomatenhal: elke voor het publiek toegankelijke ruimte waar
                                door middel van automaten voorstellingen van erotisch-pornografische
                                aard worden gegeven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in artikel 3:1, leden 2 tot en met 8, is van
                                overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Uitlokken ontucht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg, op een andere voor publiek
                                toegankelijke plaats of op een plaats, zichtbaar vanaf de weg of
                                vanaf een andere voor publiek toegankelijke plaats iemand door
                                handeling, woord, houding, gebaar of op enigerlei andere wijze tot
                                prostitutie te bewegen, uit te nodigen dan wel aan te lokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder die van een ambtenaar van politie in het belang van de
                                naleving van het bepaalde in het eerste lid, het bevel krijgt zich
                                van de daar bedoelde plaats te verwijderen in een bepaalde richting,
                                is verplicht aan dat bevel gevolg te geven.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene aan wie dit door of namens het college in het belang
                                van de openbare orde of zedelijkheid is bekendgemaakt, verboden zich
                                anders dan in een openbaar middel van vervoer te bevinden op of aan
                                door het college aangewezen wegen en plaatsen gedurende de uren
                                daarbij genoemd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het derde lid gestelde verbod geldt gedurende de in de
                                bekendmaking genoemde periode van ten hoogste twaalf
                                weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Kwetsing openbare zedelijkheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een weg of van daar af zichtbaar zich te bevinden
                                in een houding, toestand of kleding, die uit het oogpunt van
                                openbare zedelijkheid kwetsend is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover artikel
                                430a van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin of
                                daarop goederen, opschriften, aankondigingen gedrukte of geschreven
                                stukken dan wel afbeeldingen van erotisch-pornografische aard
                                openlijk tentoon te stellen, aan te bieden of aan te brengen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing met
                                betrekking tot opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven
                                stukken of afbeeldingen, welke dienen tot het openbaren van
                                gedachten en gevoelens, als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                Grondwet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het <onderstreept>Besluit algemene regels voor
                                            inrichtingen milieubeheer;</onderstreept></al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept>; </al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft; </al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden; </al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen; </al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                            <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting; </al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 3.148, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen: Zuid-Beijerland, Nieuwendijk,
                                    Goudswaard, Piershil, Nieuw-Beijerland en Zuidzijde.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening- uiterlijk om 24.00 uur te worden beëindigd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 10 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft gesteld.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 10
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> niet van toepassing is, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 60 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen <onderstreept>2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening - uiterlijk om 24.00 uur beëindigd. </al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in <onderstreept>artikel 2.18, eerste lid, onder f,
                                            en vijfde lid van het Besluit</onderstreept> binnen
                                        inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing,
                                        met dien verstande dat: </al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen; </al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein; </al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten; </al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast; </al></li><li nr="e."><al>Tabel e </al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="49*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 10 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept> van toepassing.
                                    </al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> of het Besluit
                                    op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in werking
                                    te hebben of handelingen te verrichten dat voor een omwonende of
                                    voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op knalapparatuur ter
                                    voorkoming van schade aan vruchten en gewassen, mits het
                                    knalapparaat niet in werking is tussen 22.00 en 6.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is tevens niet van toepassing op carbidschieten
                                    conform artikel 2:73a.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        geluidhinder</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Zondagswet</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet openbare manifestaties</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een apparaat
                                    dat een slechts voor jongeren hoorbare, hinderlijke hoge
                                    pieptoon produceert, met als doel groepen jongeren weg te houden
                                    van plaatsen waar zij overlast veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de burgemeester
                                    in het belang van de openbare orde besluiten op een openbare
                                    plaats een mosquito aan te brengen bij gebleken ernstige
                                    overlast door jongeren op die plaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar gemaakt
                                    op de plaats waar deze is aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    6 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 6 maanden verlengen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>boom: een houtachtig, overblijvend gewas met een dwarsdoorsnede
                                    van de stam van minimaal 15 centimeter op 1,3 meter hoogte boven
                                    het maaiveld. In geval van meerstammigheid geldt de
                                    dwarsdoorsnede van de dikste stam. In het kader van een
                                    herplant- of instandhoudingplicht kunnen voorschriften gesteld
                                    en maatregelen genomen worden voor bomen kleiner dan 15 cm
                                    dwarsdoorsnede op 1,3 meter boven maaiveld. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de houtopstanden binnen de bebouwde kom te vellen of te doen
                                    vellen die staan vermeld op de door het college vastgestelde
                                    lijst vermeld op bijlage 1 (Bomenlijst);</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de houtopstanden binnen de bebouwde kom te vellen of te doen
                                    vellen die deel uitmaken van de hoofd- en nevengroenstructuur,
                                    zoals vermeld in het ‘Bomenbeleidsplan gemeente Korendijk’ met
                                    het kenmerk RV/12.0660, d.d. 16 oktober 2012; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de houtopstanden buiten de bebouwde kom te vellen of te doen
                                    vellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                                    op grond van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de natuurwaarde van de houtopstand; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; </al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan deze vergunning wordt de voorwaarde verbonden dat de
                                    vergunning vervalt, indien daarvan niet binnen maximaal één jaar
                                    na het onherroepelijk worden volledig gebruik is gemaakt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11a</nr><titel>Afstand tot de erfgrenslijn</titel></kop><al>De afstand als bedoeld in artikel 5:42 tweede lid Burgerlijk Wetboek
                                wordt uitsluitend voor zover het bomen heggen en heesters betreft
                                die op gemeentelijk eigendom zijn en/of worden aangeplant,
                                vastgesteld op nihil voor bomen, heggen en heesters.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen plaats buiten
                                    een inrichting in de zin van de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>, in de openlucht en buiten de
                                    weg gelegen in het belang van het uiterlijk aanzien van de
                                    gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                    voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, de volgende
                                    voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of aanwezig te
                                    hebben: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        ruimtelijke ordening</onderstreept> of de Provinciale
                                    Verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                    milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningsplicht lichtreclame</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor de activiteit
                                bouwen in de zin van artikel 2.1, lid a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is vereist, dat bestemd of
                                opgericht is dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor
                                recreatief nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid. Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan
                                    de ontheffing worden geweigerd in het belang van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stads- of dorpsgezicht. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en b
                                    van deze verordening. </al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het <onderstreept>Reglement verkeersregels en
                                            verkeerstekens (RVV 1990)</onderstreept> met
                                        uitzondering van kleine wagens zoals: kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het <onderstreept>Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                            ( RVV 1990).</onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan gedurende drie achtereenvolgende dagen binnen de
                                    bebouwde kom op de weg te plaatsen of te hebben, waar dit naar
                                    het oordeel van het college buitensporig is met het oog op de
                                    verdeling van beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor
                                    het uiterlijk aanzien van de gemeente; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op de weg te parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                    voor het uiterlijk aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Bij afzonderlijk besluit kan het college bepalen dat voor het
                                    parkeren van een groot voertuig op daarvoor door hen aangewezen
                                    terreinen ter verdeling van de parkeerruimte een vergunning is
                                    vereist. Een vergunning wordt alleen verleend aan de eigenaar,
                                    houder of bestuurder van een voertuig, die naar genoegen van het
                                    college heeft aangetoond geen mogelijkheid te hebben op eigen
                                    terrein of op het terrein van de in de gemeente woonachtige
                                    werkgever te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in belang van het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van
                                    overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                    buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten
                                    staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                    onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                    verkeren, op de weg te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Om in aanmerking te komen voor een vergunning en/of doorlopende
                                    vergunning moet de instelling beschikken over een CBF Keurmerk
                                    of het Goede Doelen Keurmerk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing voor
                                    verenigingen/stichtingen binnen de Gemeente Korendijk.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is bestemd.
                                </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet</onderstreept>; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet</onderstreept> of op snuffelmarkten als
                                    bedoeld in artikel 5:22; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Venten e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden a. in de uitoefening van handel op of aan de weg
                                    of aan een openbaar water, aan een huis danwel op een andere –
                                    al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke
                                    en in de openlucht gelegen plaats goederen te koop aan te
                                    bieden, te verkopen of af te geven dan wel diensten aan te
                                    bieden. b. te venten op zondagen en op maandag t/m zaterdag
                                    tussen 20.00 en 08.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    genoemde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op een ontheffing als bedoeld in het tweede lid, is onverminderd
                                    artikel 1:6 en 1:8 van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het tweede lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod bedoeld in artikel 5:15, eerste lid, is niet van
                                    toepassing op het venten met gedrukte of geschreven stukken
                                    waarin gedachten en gevoelens worden geopenbaard.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al><vet>Vervallen</vet></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h,
                                        van de Gemeentewet</onderstreept>; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in <onderstreept>artikel 160,
                                        eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</onderstreept></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de <onderstreept>Winkeltijdenwet</onderstreept>. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Scheepvaartverkeerswet</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    Waterwet, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water: </al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente; </al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    Waterwet, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept>, de Provinciale
                                    vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                    bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voorzover in het daarin geregeld onderwerp
                                    wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    Waterwet, de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan ondervinden.
                                </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te maken.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels
                                    stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het publiek.
                                </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of het <onderstreept>Besluit
                                        geluidproductie sportmotoren</onderstreept>. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij regels
                                    stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen van overlast; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van natuur- of milieuwaarden;
                                </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van het publiek. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens <onderstreept>artikel 29,
                                        eerste lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990</onderstreept> door de minister van Infrastructuur en
                                    Milieu aangewezen hulpverleningsdiensten; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;
                                </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld; </al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde
                                    gebieden of terreinen; </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> of anderszins vuur aan te
                                    leggen, te stoken of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
                                </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand; </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1 of 3,
                                        van het Wetboek van Strafrecht</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                    lijkbezorging</onderstreept> op een door de overledene of
                                nabestaande(n) gewenste plek buiten een permanent daartoe bestemd
                                terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg; </al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van een artikel in deze verordening en de krachtens deze
                            artikelen gegeven voorschriften en beperkingen wordt gestraft met
                            hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                            categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de
                            rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze
                            verordening zijn belast de bij besluit van het college dan wel de
                            burgemeester aan te wijzen personen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Korendijk van 10
                                december 2013 wordt ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                                bekendgemaakt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            gemeente Korendijk 2014.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Korendijk van </ondertekening><ondertekening>16 december 2014</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. A. Goslings drs. S. Stoop</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>Inhoud</vet></al><al>Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen 6</al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen 6</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn 6</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag 6</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 7</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 7</al><al>Artikel 1:7 Termijnen 7</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden 7</al><al>Hoofdstuk 2 Openbare orde 8</al><al>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden 8</al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 8</al><al>Afdeling 2. Betoging 8</al><al>Artikel 2:2 Optochten 8</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 8</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn 9</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens 9</al><al>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken 9</al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                    of afbeeldingen 9</al><al>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg 9</al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. 9</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening 9</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. 9</al><al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg 10</al><al>Artikel 2:10 Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met
                    de publieke functie ervan 10</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                    veranderen van een weg 10</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 11</al><al>Afdeling 6. Veiligheid op de weg 11</al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid 11</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes 11</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp 11</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. 11</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. 12</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen 12</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp 12</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen 12</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 12</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn 12</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs 13</al><al>Afdeling 7. Evenementen 13</al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling 13</al><al>Artikel 2:25 Evenement 14</al><al>Artikel 2:26 Openbare orde en Veiligheid 15</al><al>Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen 15</al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen 15</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 16</al><al>Artikel 2:29 Opheffing vergunningplicht 17</al><al>Artikel 2:30 Sluitingstijden 17</al><al>Artikel 2:30a Terras 18</al><al>Artikel 2:31 Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting 18</al><al>Artikel 2:32 Aanwezigheid in gesloten openbare inrichting 18</al><al>Artikel 2:32a Handel in openbare inrichtingen 18</al><al>Artikel 2:33 Ordeverstoring 18</al><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan 19</al><al>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                    nachtverblijf 19</al><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling 19</al><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie 19</al><al>Artikel 2:37 Nachtregister 19</al><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister 19</al><al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden 19</al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden 19</al><al>Artikel 2:39a Recreatieterreinen 20</al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten 20</al><al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid 20</al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 20</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden 20</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. 21</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 21</al><al>Artikel 2:44a Vervoer brandbare voorwerpen en/of middelen 21</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. 21</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 22</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 22</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 22</al><al>Artikel 2:48a Openlijk drankgebruik 22</al><al>Artikel 2:48b Openlijk gebruik van drugs 22</al><al>Artikel 2:48c Blowverbod 22</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 23</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten
                    23</al><al>Artikel 2:50a Mosquito 23</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. 23</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                    e.d. 23</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen 23</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur 24</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren 24</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties 24</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden 24</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden en paarden 24</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 24</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 25</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren 25</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee 25</al><al>Artikel 2:63 Duiven 25</al><al>Artikel 2:64 Bijen 26</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij 26</al><al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen 27</al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling 27</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister
                    27</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek
                    van Strafrecht 27</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen 27</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven 27</al><al>Afdeling 13. Vuurwerk 28</al><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen 28</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen 28</al><al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling
                    28</al><al>Artikel 2:73a Carbidschieten 28</al><al>Afdeling 14. Drugsoverlast 29</al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat 29</al><al>Afdeling 15. Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                    cameratoezicht op openbare plaatsen en gebiedsontzegging 29</al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 29</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden 29</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 29</al><al>Artikel 2:78 Gebiedsontzeggingen 29</al><al>Hoofdstuk 3. Bordelen, sekswinkels, e.d. 31</al><al>Artikel 3:1 Bordelen e.d. 31</al><al>Artikel 3:2 Sekswinkels 31</al><al>Artikel 3:3 Seksclubs, seksbioscopen, seksautomatenhallen e.d. 32</al><al>Artikel 3:4 Uitlokken ontucht 32</al><al>Artikel 3:5 Kwetsing openbare zedelijkheid 32</al><al>Artikel 3:6 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke 32</al><al>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor
                    het uiterlijk aanzien van de gemeente 33</al><al>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting 33</al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen 33</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 33</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 34</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten 34</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek 34</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder 35</al><al>Artikel 4:6a Mosquito 35</al><al>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging 36</al><al>Artikel 4:7 Straatvegen 36</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen 36</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare
                    riolen en putten buiten gebouwen 36</al><al>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden 36</al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen 36</al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden
                    36</al><al>Artikel 4:11a Afstand tot de erfgrenslijn 37</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege 37</al><al>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast 37</al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz.
                    37</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen 37</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 38</al><al>Artikel 4:16 Vergunningsplicht lichtreclame 38</al><al>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen 38</al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling 38</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 38</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 38</al><al>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente
                    39</al><al>Afdeling 1. Parkeerexcessen 39</al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen 39</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 39</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 39</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen 39</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken 39</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 40</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 40</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 40</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen 41</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    41</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 41</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 41</al><al>Afdeling 2. Collecteren 41</al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 41</al><al>Afdeling 3. Venten 42</al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling 42</al><al>Artikel 5:15 Venten e.d. 42</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting 42</al><al>Afdeling 4. Standplaatsen 43</al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling 43</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 43</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende 43</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 43</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht 43</al><al>Afdeling 5. Snuffelmarkten 44</al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling 44</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 44</al><al>Afdeling 6. Openbaar water 44</al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water 44</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 44</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 45</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats 45</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 45</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen 45</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water 45</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 46</al><al>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                    natuurgebieden 46</al><al>Artikel 5:31a Begripsbepalingen 46</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen 46</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 46</al><al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken 47</al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                    anderszins vuur te stoken 47</al><al>Afdeling 9. Verstrooiing van as 48</al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling 48</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen 48</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast 48</al><al>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen 49</al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling 49</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders 49</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen 49</al><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening
                    49</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling 49</al><al>Artikel 6:6 Citeertitel 49</al></bijlage></regeling></body></cvdr>