<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR351976_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Landerd</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Omroeper, 24 december 2014</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening toeristenbelasting 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, Artikel 224</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe verordening</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Belasting</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt Verordening toeristenbelasting 2014</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de heffing en invordering van de toeristenbelasting 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Agendapunt:</al><al>Registratienummer:2761-2014</al><al>De raad van de gemeente Landerd;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Landerd d.d. 11
                        november 2014 gelet op artikel 224 van de Gemeentewet </al><al>B E S L U I T:</al><al>Vast te stellen de:<vet><onderstreept>Verordening op de heffing en
                                invordering van toeristenbelasting 2015</onderstreept></vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Belastbaar feit</titel></kop><al>Onder de naam 'toeristenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor
                        het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een
                        vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met
                        een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn
                        ingeschreven.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Belastingplicht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als
                                bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="2."><al>De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te
                                verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1.</al></li><li nr="3."><al>Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot
                                verblijf is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld
                                in artikel 1. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vrijstellingen</titel></kop><al>De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:</al><lijst><li nr="1."><al>van degene die verblijft in een toegelaten instelling als bedoeld in
                                artikel 5, eerste lid, van de Wet Toelating Zorginstellingen;</al></li><li nr="2."><al>van degene die verblijf houdt in een gemeubileerde woning voor welk
                                verblijf forensenbelasting is verschuldigd;</al></li><li nr="3."><al>van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de
                                Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de
                                zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet, en
                                voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van
                                de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan
                                opvang Asielzoekers. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Maatstaf van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het
                        belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal
                        overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan dan wel
                                        enig ander onderkomen of ander voertuig of gewezen voertuig
                                        of een gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde
                                        waarvoor een omgevingsvergunning voor een bouwactiviteit als
                                        bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderdeel a, Wet
                                        algemene bepalingen omgevingsrecht is vereist; een en ander
                                        voor zover deze onderkomens of voertuigen geheel of ten dele
                                        blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen
                                        worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.</al></li><li nr="b."><al>niet-beroepsmatige verhuurde ruimten: woningen en andere
                                        verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde kampeermiddelen
                                        of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als
                                        verblijf voor vakantie en andere recreatieve doeleinden,
                                        doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die
                                        doeleinden worden verhuurd dan wel te huur worden
                                        aangeboden.</al></li><li nr="c."><al>vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte, dat
                                        bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar
                                        plaatsen van eenzelfde kampeermiddel of stacaravan.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het aantal personen dat heeft overnacht wordt met betrekking
                                tot:</al><lijst><li nr="a."><al>vakantieonderkomens, niet-beroepsmatig verhuurde ruimten,
                                        kampeermiddelen op vaste standplaatsen en in hoofdzaak
                                        bestemd voor het verblijf houden door één of meer leden van
                                        een zelfde huishouden gedurende de periode 1 januari tot en
                                        met 31 december bepaald op 3 personen;</al></li><li nr="b."><al>kampeermiddelen op seizoenstandplaatsen bepaald op 2,8
                                        personen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het aantal malen dat door de in het tweede lid bedoelde personen is
                                overnacht wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>ingeval verblijf wordt gehouden op vaste standplaatsen,
                                        bepaald op 55,1;</al></li><li nr="b."><al>ingeval verblijf wordt gehouden op seizoenstandplaatsen,
                                        bepaald op 62.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Opteren voor niet-forfaitaire maatstaf van heffing</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 5 wordt op een door de
                        belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing
                        vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit
                        aantal lager is dan het op grond van artikel 5 berekende aantal.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Belastingtarief</titel></kop><al>Per overnachting bedraagt het tarief € 1,10.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Belastingjaar</titel></kop><al>Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Wijze van heffing</titel></kop><al>De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Aanslaggrens</titel></kop><al>Belastingaanslagen van minder dan € 5,00 worden niet opgelegd. Voor de
                        toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet
                        verenigde aanslagen aangemerkt als één belastingbedrag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Termijnen van betaling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De aanslag(en) moet(en) worden betaald in twee gelijke termijnen,
                                waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op
                                de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en
                                de tweede termijn twee maanden later. </al></li><li nr="2."><al>Het bedrag inzake een bestuurlijke boete moet worden betaald in twee
                                gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van
                                de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
                                aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden
                                later.</al></li><li nr="3."><al>Indien een machtiging voor automatische incasso is afgegeven en
                                zolang de verschuldigde bedragen via automatische incasso kunnen
                                worden afgeschreven, moet(en) de aanslag(en) en de bestuurlijke
                                boete(s) worden betaald in twee gelijke termijnen, waarvan de eerste
                                vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de
                                dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn
                                twee maanden later.</al></li><li nr="4."><al>In afwijking van het derde lid is betaling via automatische incasso
                                alleen mogelijk voor zover het totaalbedrag van de op één
                                aanslagbiljet verenigde belastingaanslagen en bestuurlijke boetes
                                minder is dan € 3.000,00.</al></li><li nr="5."><al>De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de
                                voorgaande leden gestelde termijnen. </al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Nadere regels door het Dagelijks Bestuur</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking Oost-Brabant kan nadere
                        regels geven voor de heffing en de invordering van de
                        toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Meldingsplicht</titel></kop><al>De belastingplichtige bedoeld in artikel 2, eerste lid, is gehouden, voordat
                        hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening
                        gelegenheid tot overnachtingen verschaft, zulks schriftelijk te melden aan
                        de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen
                        gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 232, vierde lid, onderdelen a en c
                        van de Gemeentewet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Kwijtschelding</titel></kop><al>Bij de invordering van toeristenbelasting wordt geen kwijtschelding
                        verleend.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Overgangsbepaling, inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De 'Verordening toeristenbelasting 2014’ van 12 december 2013 wordt
                                ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van
                                ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing
                                blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben
                                voorgedaan.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na
                                die van de bekendmaking.</al></li><li nr="3."><al>De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2015.</al></li><li nr="4."><al>Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening
                                toeristenbelasting 2015'.</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Landerd van 11 december 2014.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.A.G. Huijs M.C Bakermans</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>