<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR351758_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-23</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Boekel</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-82104.html">officiële bekendmakingen</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Boekel</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=213a">Gemeentewet, artikel 213a</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-11</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>AB/014597 Z/026821</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Boekel;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 04.11.2014</al><al>gelet op artikel 213a van de Gemeentewet:</al><al><vet>BESLUIT</vet>:</al><al><vet>Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid, ex
                        artikel 213a</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.Doelmatigheid: </al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke
                            effecten worden gerealiseerd met een zo beperkt mogelijke inzet van
                            middelen, of met de beschikbare middelen zo veel mogelijk resultaat
                            wordt bereikt.</al><al>b.Doeltreffendheid: </al><al>De mate waarin de gewenste prestaties en beoogde maatschappelijke
                            effecten van het beleid daadwerkelijk worden behaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Onderzoeksfrequentie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verricht periodiek onderzoekt naar de doelmatigheid van
                                (onderdelen van) de taakvelden van de gemeente en de uitvoering van
                                taken door de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college toetst periodiek de doeltreffendheid van minimaal één
                                programma of delen daarvan of een paragraaf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Onderzoeksplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zendt periodiek een onderzoeksplan naar de raad voor te
                                verrichten interne onderzoeken naar de doelmatigheid en de
                                doeltreffendheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het onderzoeksplan wordt per intern onderzoek globaal
                                aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het object van onderzoek</al></li><li nr="b."><al>de reikwijdte van het onderzoek</al></li><li nr="c."><al>de onderzoeksmethode</al></li><li nr="d."><al>doorlooptijd van het onderzoek</al></li><li nr="e."><al>de wijze van uitvoering</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Voortgang onderzoeken</titel></kop><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting
                            en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                            doelmatigheid en doeltreffendheid en de uitputting van bijbehorende
                            budgetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Rapportage en gevolgtrekking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitkomsten van een onderzoek worden vastgelegd in een rapportage.
                                Elke rapportage bevat tenminste een analyse van de
                                onderzoeksresultaten en indien nodig aanbevelingen voor
                                verbeteringen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op basis van de resultaten van ieder onderzoek stelt het college
                                indien nodig een plan van verbetering op. De rapportage en het plan
                                van verbetering worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden. Het
                                college neemt op basis van het plan van verbetering organisatorische
                                maatregelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: "Verordening onderzoeken
                            doelmatigheid en doeltreffendheid van de gemeente Boekel".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Boekel, </ondertekening><ondertekening>gehouden op 11 december 2014,</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>M.R.P. Philipse P.M.J.H. Bos</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting ex artikel 213a Gemeentewet</titel></kop><tussenkop>Artikel 2. Onderzoeksfrequentie</tussenkop><al> In artikel 2 wordt het college opgedragen onderzoek te doen naar de
                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur. De raad eist een
                    minimaal aantal uit te voeren interne onderzoeken per jaar van het college.
                    Hierbij wordt een scheiding aangebracht tussen onderzoeken naar de doelmatigheid
                    en onderzoeken naar de doeltreffendheid.</al><al>De onderzoeken naar de doelmatigheid betreffen onderzoeken naar de uitvoering
                    van het beleid en het beheer van middelen. De uitvoering wordt gedaan door ten
                    eerste de gemeentelijke organisatie, zodat deze onderzoeken zich ten eerste
                    richten op de organisatie-eenheden van de gemeente. Een tweede ingang voor de
                    doelmatigheidsonderzoeken is de procesgang. Hiervoor kan men kijken naar de
                    gemeentelijke taken. Het voordeel hiervan is dat ook de doelmatigheid van de
                    uitvoering van gemeentelijk beleid en het beheer van middelen door derden wordt
                    onderzocht.</al><al>Om te verzekeren dat alle onderdelen van de gemeente op doelmatigheid worden
                    onderzocht, verplicht het artikel dat ieder onderdeel van de gemeente en elke
                    gemeentelijke taak minimaal eens in de zoveel jaar worden onderzocht. Hier kan
                    iedere gemeente zelf de gewenste periode aangeven. Aanbevolen wordt eenmaal in
                    de twee raadsperioden.</al><al>De onderzoeken naar de doeltreffendheid vinden plaats op basis van het in de
                    programma's of paragrafen van de begroting geformuleerde beleid. Dit beleid kan
                    gehele begrotingsprogramma's omvatten of delen daarvan. Ook kan het paragrafen
                    van de begroting en jaarstukken of delen daarvan omvatten.</al><tussenkop>Artikel 3. Onderzoeksplan</tussenkop><al>De beslissing wat te onderzoeken is aan het college. Vanzelfsprekend zal de raad
                    willen weten wat de plannen zijn, en ook gelegenheid willen hebben om deze te
                    bespreken en als hij dat nodig acht invloed uit te oefenen. Hierin voorziet het
                    onderzoeksplan.</al><al>Het onderzoeksplan moet een volledig beeld geven van de voorgenomen onderzoeken,
                    zij het uiteraard nog globaal.</al><al>De onderzoeken in het onderzoeksplan worden per onderzoek uitgewerkt. Het
                    onderzoeksplan wordt aangeboden aan de raad, en de raad kan het ter bespreking
                    agenderen, maar het wordt door het college vastgesteld. In de verordening kan
                    worden aangegeven wat in een onderzoeksplan in ieder geval moet worden
                    opgenomen. De onderwerpen genoemd in het tweede lid kunnen als volgt worden
                    toegelicht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het object van een onderzoek wordt dusdanig omschreven dat duidelijk
                            aangegeven is wat de afbakening van het onderzoek is. Daarbij worden bij
                            de doelmatigheidsonderzoeken duidelijk de scheidslijnen aangegeven ten
                            aanzien van de te onderzoeken procedures en instrumenten. Bij de
                            doeltreffendheidsonderzoeken worden duidelijk de scheidslijnen met
                            andere beleidsvelden aangegeven.</al></li><li nr="b."><al>De reikwijdte van ieder onderzoek strekt zich in beginsel uit over alle
                            organen (raad, college), organisatie-eenheden en instellingen waarvoor
                            de gemeente bestuurlijk verantwoordelijk is of waarvan de activiteiten
                            geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. De
                            reikwijdte kan in het onderzoeksplan worden ingeperkt door het aangeven
                            van het te onderzoeken tijdsvak en de te onderzoeken organen,
                            organisatie-eenheden en instellingen. De reikwijdte van onderzoeken moet
                            van te voren duidelijk worden aangegeven. Aangegeven moet worden welk
                            tijdvak wordt onderzocht en welke organisatie-eenheden en niet
                            gemeentelijke instellingen bij het onderzoek worden betrokken.</al></li><li nr="c."><al>Hier wordt aangegeven welke methoden gebruikt zullen worden
                            (benchmarking, enquête, enzovoorts).</al></li><li nr="d."><al>Een inschatting van de duur van het onderzoek, eventueel onderverdeeld
                            in fasen.</al></li><li nr="e."><al> Onderzoeken kunnen in opdracht van het college worden uitgevoerd door
                            het ambtelijke apparaat (al of niet met inbreng van deskundigheid van
                            derden) of door derden. Indien de ambtelijke organisatie de onderzoeken
                            uitvoert zullen in de onderzoeksopzet waarborgen dienen te worden
                            ingebouwd, waarmee de onafhankelijkheid van de analyse en/of adviezen
                            ter verbeteringen worden gegarandeerd. Dat betekent dat van het
                            onderzoek wel mag worden uitgevoerd door functionarissen die in hun
                            dagelijks werk betrokken zijn bij het onderzoeksobject. De analyse en de
                            aanbevelingen tot verbetering echter moeten zoveel als mogelijk
                            onafhankelijk tot stand komen en uitgevoerd worden door functionarissen
                            die niet in hun dagelijks werk betrokken zijn bij het
                            onderzoeksobject.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 4. Voortgang onderzoek</tussenkop><al>De bedrijfsvoeringparagraaf van de begroting en jaarstukken dient inzicht te
                    geven in de stand van zaken en de beleidsvoornemens omtrent de bedrijfsvoering.
                    Daarbij dient een relatie te worden gelegd met de inhoud van de programma's van
                    de begroting en jaarstukken. Het ligt voor de hand om in deze paragaaf eveneens
                    te rapporteren over de stand van zaken bij de interne onderzoeken naar de
                    doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde bestuur.</al><tussenkop>Artikel 5. Rapportage en gevolgtrekking</tussenkop><al>Met de instelling van de onderzoeken beoogt de gemeente de transparantie van
                    gemeentelijk handelen te vergroten en de publieke verantwoording daarover te
                    versterken. De bevindingen van de onderzoeken worden dan ook neergelegd in
                    rapporten voor de raad, zoals voorgeschreven in artikel 213a, tweede lid, van de
                    Gemeentewet. De rapporten dienen volgens artikel 197 tweede lid van de
                    Gemeentewet te worden gevoegd bij de jaarrekening en het jaarverslag. Dat
                    betreft uiteraard de verslagen die lopende het verslagjaar zijn afgerond. Dat
                    sluit echter geenszins uit dat de raad, als hij dat wenst, de rapporten ontvangt
                    zodra ze zijn vastgesteld.</al><al>Systematische aandacht voor doelmatigheid en doeltreffendheid impliceert ook het
                    doel om te leren, om te denken over en te streven naar verbetering, daarom is in
                    deze modelverordening opgenomen dat evaluatie en aanbevelingen voor verbetering
                    onderdeel zijn van de rapportage, en dat zo nodig door middel van een plan van
                    verbetering het vervolgtraject moet worden ingezet. De bedrijfsvoering is een
                    zaak van het college. Het is dan ook het college dat maatregelen moet nemen tot
                    verbetering. Het college moet een plan van verbetering opstellen en uitvoeren.
                    Het plan van verbetering wordt uiteraard ook ter kennisgeving aan de raad
                    gestuurd.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>