<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>351663_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Putten</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-01-05</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2 juli 2015 Nr.
                347</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie
                Participatiewet</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet, artikel 6 tweede
                lid</dcterms:source><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2014-12-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>368846</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>welzijn, maatschappelijke zorg, sociale
                verzekeringen</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule><vet>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet, </vet></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>vastgesteld bij besluit
                        van de raad van 4 december 2014 nr. 368854</al><al></al><al></al><al>De raad der gemeente Putten;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 19 november 2014,
                        nr. 368846;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid van de Participatiewet;</al><al></al><al><vet>besluit:</vet></al><al></al><al>vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet</al><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader
                        worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Participatiewet, de
                        Algemene wet bestuursrecht (Awb) en de Gemeentewet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al> een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet,
                                    onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al> die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al> die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan voor advisering met betrekking tot het oordeel of een
                            persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie gebruikmaken van een
                            externe organisatie. Deze externe organisatie neemt daarbij de in het
                            tweede lid neergelegde criteria in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde
                            van een persoon vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien voor advisering als bedoeld in artikel 2 derde lid gebruik wordt
                            gemaakt van een externe organisatie neemt deze organisatie daarbij de in
                            de bijlage omschreven methode in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2015.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                            Participatiewet. </al></lid></artikel></regeling-tekst><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label></kop><al><vet>TOELICHTING</vet></al><al><vet></vet></al><al><vet>ALGEMEEN</vet></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al></al><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al></al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al></al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al></al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de
                    vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de Re-integratieverordening
                    Participatiewet gemeente Putten.</al><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken
                    II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60).</al><al></al><al></al><al><vet>ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING</vet></al><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><al></al><al><vet>Artikel 1 Begrippen </vet></al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. </al><al></al><al><vet>Artikel 2 Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</vet></al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve </al><al>vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35,
                            vierde lid, onderdeel b, en 36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk
                            en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA) tot het moment dat het
                            inkomen uit arbeid in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten
                            jaren ten minste het minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon
                            in die twee jaren geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is
                            verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al></al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep </al><al>loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie
                    Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is
                    vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve
                    criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie
                    vastgelegd.</al><al></al><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie kan
                    het college zich laten adviseren door een externe organisatie. Het college
                    draagt personen voor die zouden kunnen behoren tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, de externe organisatie adviseert en neemt daarbij eveneens
                    de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op basis van het advies
                    beslist het college of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Alleen als sprake is van een onzorgvuldige totstandkoming van het advies, kan
                    besloten worden het advies niet te volgen.</al><al><vet></vet></al><al><vet>Artikel 3 Vaststelling loonwaarde</vet></al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. Indien een externe
                    organisatie het college adviseert is zij gehouden aan dezelfde methode als het
                    college gebruikt. Dit is in het tweede lid geregeld.</al><al></al><al>De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen
                    zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep
                    kunnen instellen. </al><al></al><al>In de bijlage bij artikel 2 wordt de methode die het college gebruikt om de
                    loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven. </al><al>Vooralsnog zal gebruik worden gemaakt van de minimum vereisten zoals vastgelegd
                    in het Landelijk Besluit en de vastgestelde regelgeving in de Werkkamer nadat
                    deze is geaccordeerd door het Ministerie. </al><al>Door deze methodieken te gebruiken voldoen we in ieder geval aan de minimum
                    vereisten.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>